Recensie: ‘Vuile Handen’ van Theater EA

Eigenlijk wilde Sartre het stuk Crime Passionel noemen. Sartre schreef het direct na de Tweede Wereldoorlog en koos uiteindelijk toch voor de titel die het politieke aspect boven het romantische plaatste. Z’n beste stuk is het niet. De topzware plot, met raamvertelling en nogal wat overbodige bijrolpersonages, voelt iets te geconstrueerd. In de regie van Tarkan Köroglu wordt het een lange theateravond die veel doorzettingsvermogen vraagt van de toeschouwer, maar aan het einde toch nog verrast met een paar prachtige, spannende scènes.

Hugo is een idealistisch partijlid in een Oost Europees land tegen het einde van de oorlog. Hij wordt gewantrouwd omdat hij bourgeois is, maar weet toch een kans te krijgen om zijn loyaliteit te bewijzen: hij moet Hoederer vermoorden de leider van de partij. Hij gaat met zijn vrouw in Hoederers kamp wonen en wordt zijn secretaris. Maar Hoederer blijkt geen gevaarlijke verrader, maar een charismatische real-politiker die compromissen wil sluiten om de macht te krijgen.

De voorstelling gebruikt stijl van de film-noir, met veel tegenlicht, scherpe schaduwen zonder veel kleur en personages die de ene sigaret na de andere roken. De acteerstijl is uitgebeend, de acteurs bewegen weinig en praten des te meer.

Khaldoun Elmecky als Hoederer heeft met zijn zachte stem en rustige presence een vanzelfsprekend overwicht op de verder jonge en nogal wisselvallige cast. Vincent Rietveld en Joris Maussen zijn een lekker leep bewakersduo, maar Laura de Boer is te meisjesachtig om van de vrouw van Hugo een femme fatale te maken, terwijl juist zij aan het eind het verhaal in een stroomversnelling brengt. Erik van der Horst speelt een knappe rol als Hugo en weet ondanks het moeizame begin aan het eind nog genoeg energie mee te nemen voor de scherpe finale.

Want wat wordt het aan het eind na de lange aanlooptijd ineens een spannende confrontatie tussen Hugo en Hoederer, tussen de jonge, wilde acteur Van der Horst en de kalme Elmecky, tussen ideologische scherpslijperij en pragmatisme. Toch geeft juist deze scène aan dat het suk wel erg ouderwets is: de argumenten van Hoederer zijn anno 2007 veel sterker en Hugo voert een ongelijke strijd.

Het is de makers niet gelukt om het stuk nieuwe relevantie te geven voor een tijd waarin zelfs de SP niet meer tegen de NAVO en het koningshuis is. Ook bij Hugo is uiteindelijk niet de politieke ideologie doorslaggevend, maar de liefde. Had Sartre toch maar die andere titel gebruikt.

Vuile Handen van Jean-Paul Sartre door Theater EA. Gezien 26/4 in Het Compagnietheater. Aldaar t/m 11/5. Meer info op www.theaterea.nl

Boekrecensie: ‘Buigen’ van Don Duyns

boekrecensies,Theatermaker — simber op 25 april 2007 om 14:45 uur
tags:

Buigen“Don Duyns kan niet acteren en niet goochelen. Wel kan hij goeie teksten schrijven, zich aan een artistiek zelfonderzoek onderwerpen en pijnlijk eerlijk op het toneel zijn”, schreef een recensent op theaterwebsite Moose over Don Duyns’ voorstelling Mijn opa de artiest. En zo is het maar net. Duyns (Haarlem, 1967) is in de eerste plaats toneelschrijver en regisseur, maar levert met Buigen inmiddels zijn derde roman af, met als onderwerp het theater.

In tegenstelling tot vrijwel alle andere theaterromans schrijft Duyns niet over het Grote Toneel met zijn roepatleten en willige naaistertjes, maar over het circuit van kleine zalen dat hij zo goed kent. Het biedt een even grappig als treurigmakend inkijkje in de wereld van het tweederangs theater in Nederland, in een vlot geschreven boek, met voor theaterliefhebber veel grapjes verborgen in de bijzinnen.

Hoofdpersoon Sam Molenaar is regisseur van de kleine voorstelling Het Geluk en door zijn ogen volgen we het hele tot mislukken gedoemde repetitieproces tot aan de première. Molenaar’s reputatie is niet al te best, zijn enkele successen wegen niet op tegen zijn vele mislukkingen. De acteurs die hij voor deze voorstelling om zich heen heeft verzameld zijn een vreemd allegaartje. Richard, een grote toneelheld op zijn retour, de mooie actrice Masja met diva-neigingen, de zwarte acteur Denzil die liever in een televisieserie speelt, de vage boedhist Michael en een naïeve stagiaire van de toneelschool.

Buigen is geen sleutelroman, maar maakt wel vrolijk gebruik van theatrale archetypes. Vooral de cynische Richard die iedere rol ziet als een extra stap op weg naar zijn pensioen is sterk neergezet. “Leuk! Leuk! Er is niks leuks aan toneel meisje. Het is mijn vak godverdomme! Ik doe dit niet voor m’n lol.” Het tragische is natuurlijk dat ze het nergens anders voor doen: niet voor de eer of de roem, niet voor de goede recensies en zeker niet voor het geld. Het verlammende geldgebrek van de bitse productieleidster is een van de geestige subplots. Het beeld dat Duyns schetst van het moeizame geworstel in het margetheater, met de smerige repetitieruimtes, de drankzucht en de weglopende medewerkers, is zeer realistisch en onomfloerst.

Duyns kan natuurlijk putten uit zijn jarenlange ervaring in dit circuit. En een boek van een regisseur over een regisseur heeft natuurlijk autobiografische trekjes. Net als Sam Molenaar heeft Duyns een beroemde vader (televisieprogrammamaker Cherry Duyns) en een regiecarrière die nooit echt van de grond is gekomen. Het is alleen jammer dat schrijver Duyns met hetzelfde probleem te kampen heeft als zijn hoofpersoon Sam Molenaar: hij is wat schuw om de conflicten op te zoeken. De besluiteloosheid van Sam -“Geen goede eigenschap voor een regisseur”- wordt breed uitgemeten en leidt tot pijnlijke en genante situaties, maar nergens in het boek wordt Duyns echt meedogenloos.

Duyns bekijkt zijn personages vooral goedmoedig en met een milde blik. Het gemeenschappelijke thema in zowel zijn voorstellingen als zijn boeken is de angst voor en worsteling met middelmatigheid. Sam wil vóór alles ontsnappen aan een normaal burgermansbestaan, dat is belangrijker dan mooie kunst maken of zelfs zijn relatie of vriendschappen. Het is een gefnuikte ambitie. “Je bent slechts de beste regisseur van je eigen huiskamer en zij die zich daar aan je kunsten vergapen menen dat er sprake is van toverij.” Sam’s lijdensweg zou een herkenbare waarschuwing moeten zijn voor de Idols-generatie en misschien zou de boodschap wel zwakker zijn als het briljanter was opgeschreven. Want goochelen kan Duyns niet, maar eerlijk zijn des te beter.

Don Duyns: Buigen
Uitgeverij Contact
€ 15,-

Raad voor Cultuur presenteert Basisinfrastructuur

beschouwingen,cultuurbeleid,Theatermaker — simber op 24 april 2007 om 15:27 uur
tags: , ,

kaart1Begin maart presenteerde de Raad voor Cultuur het rapport Innoveren, participeren! waarin ze haar visie op het cultuurbeleid voor de komende jaren uiteenzet. Bovendien -en daar zat iedereen nu ècht op te wachten- presenteerde ze de invulling van de basisinfrastructuur die de minister van OCW aan de Raad gevraagd had. Hoe ziet het door de Raad gedroomde bestel eruit, en wat zijn de praktische consequenties

Hoe zat het ook al weer? Vanaf september 2005 was voormalig staatssecretaris Medy van der Laan bezig met het hervormen van de cultuurnotasystematiek. Toen publiceerde ze haar nota Verschil maken, waarin ze de contouren van een nieuwe subsidiestructuur schetst: ze introduceerde de term ‘basisinfrastructuur’ voor het geheel aan instellingen dat functies in het veld vervult, en daarom niet alleen op artistieke gronden moet worden beoordeeld, maar ook vanuit beleidsmatige overwegingen. Deze instellingen blijven onder het ministerie vallen, de meeste houden hun vierjarige subsidietermijn, sommige krijgen een langjarig perpectief. De rest van de instellingen, het overgrote deel, moet worden overgeheveld naar een nieuw, nog op te richten fonds.

Continue reading “Raad voor Cultuur presenteert Basisinfrastructuur” »

Recensie: ‘Schuur’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 19 april 2007 om 08:19 uur
tags: , , ,

De voorstelling Schuur past mooi in twee hokjes. Het is het derde deel van een serie voorstellingen die Dood Paard maakte over de huidige staat van Nederland, waarvan de eerste delen –Zelfportret en Eco– deze weken onder de verzamelnaam Stock Nederland in Frascati staan. Daarnaast is het een nieuwe tekst van toneelschrijver Rob de Graaf, zijn derde al dit seizoen en na Ahab en het prachtige Vrede opnieuw een uitstekende aanwinst voor zijn oeuvre.

In Schuur, dat al eerder op Terschelling tijdens het Oerol festival speelde, is als in Vrede de dood van een bekende het onderwerp. Het hippe stel Ruprecht en Thalassa ruilde hun grachtenpandje in de stad in voor een waddeneiland, en meet zich meteen maar een veganistische levensstijl aan. Maar de verhuizing is niet alleen een gril, maar ook een vlucht. Na een lange dronken avond bij hen thuis reed een vriendin van hen zich te pletter en de schuld en schaamte dreven hen naar deze afgelegen plek.

Zo ver mogelijk van elkaar verwijderd op de designmeubels in hun tot woning verbouwde schuur storten ze in een bitter duet verwijten over elkaar uit. Een kleurrijk graffiti kunstwerk kijkt op hen neer. Het is een uitgebeende vorm van acteren die Oscar van Woensel en Manja Topper hier laten zien, maar wat een scherpte en concentratie weten ze te geven aan de poëtische vuistslagen. “Ons wereldbeeld wankelt omdat alles anders wordt als er echt iemand dood is en je je moet afvragen of je daar schuld aan hebt.”

Thalassa koestert nog een verlangen naar duidelijkheid, verlangt nog naar een ideologie, iets om zonder voorbehoud in te geloven. Vroeger was ze extreem links en geloofde ze in Pol Pot en Ulrike Meinhof, maar uiteindelijk koos ze voor pragmatisme en hield ze zich voor een stadsdeel bezig met “hangjongeren, begrotingstekorten en bejaardenzorg.” Ruprecht is cynischer en berust in het noodlot.

Qua engagement zijn de laatste voorstellingen van Dood Paard vergelijkbaar met de Mightysociety serie van Eric de Vroedt, maar Dood Paard is bozer en persoonlijker. De combinatie van De Graaf en Dood Paard werkt zo goed omdat de beschouwende manier van formuleren van de De Graaf’s personages naadloos past bij de afstandelijke speelstijl van de groep. Het levert lucide theater op, waarin de makers met minimale middelen nietsontziend onze maatschappij beschrijven. De Graaf en Dood Paard zoeken daarbij niet naar de de politieke dimensie, maar naar de individuele verantwoordelijkheid.

Schuur van Dood Paard. Gezien 18/4/07 in Frascati. Aldaar t/m 21/4, tournee t/m 19/5. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘HRMNNH! Kung Fu Hossel’ van Made in da Shade

Parool,recensies — simber op 18 april 2007 om 08:32 uur
tags: , , , ,

Eigenlijk is er maar één urban theatergroep in Nederland en dat is Made in da Shade. De groep van schrijver Maarten van Hinte en regisseur Marjorie Boston, die in een langdurige fusie met theatergroep Cosmic is verwikkeld, mengt hiphop, streetdance en verwijzingen naar films en videoclips met meer traditioneel, verhalend theater.

In hun nieuwe voorstelling HRMNNH! Kung Fu Hossel bekijken ze op luchtige wijze de speciale verbinding tussen urban cultuur en oosterse vechtsporten, die loopt van de blaxploitation films uit de jaren zeventig, via hiphop supergroep Wu Tang Clan tot de film Ghost Dog met Forest Whitaker als samurai.

De acht acteurs, onder wie stand up comedian Howard Komproe, presentatrice Marit van Bohemen -opvallend goed schakelend van onzeker meisje naar stoere vechtbabe- en jonge zangeres Senna, vertellen in korte, vaak grappige scènes het verhaal van drie weeskinderen in een dorpje in de woestijn. Ze worden beschermd door een mysterieuze oude vrouw en een blinde man tegen de machtige Kung Fu meester Hari Te. Acteur Tjon Rockon is overigens erg leuk als Hari Te; hij doet schlemielig en verwijfd, maar blijft het coolst van iedereen

De liefhebbers van Kung Fu films komen volop aan hun trekken: alle clichés -de oude, fragiele mensen die meesterlijke vechters blijken, de leerling die zijn meester moet verslaan en de wijsheid dat het de grootste kunst is om je vijand te verslaan zonder te vechten- worden van stal gehaald en er wordt ook flink gevochten, soms met special effects geprojecteerd op de achterwand, soms met acteurs aan kabels, maar meestal op de vloer, met stokken, zwaarden en acrobatische bewegingen, waarbij de andere acteurs via high-tech foefjes de geluidseffecten verzorgen.

Voor het grootste deel werkt het: de uitzinnige mix van vechtsport, sprookjes, zen-wijsheden, hiphop, The art of War en karaoke is intens en erg geestig. Soms vliegt het uit de bocht, vooral als spelers even zichzelf spelen of hun personages gaan ruilen krijgt de voorstelling een beetje een lullige toon, die niet past bij de opgebouwde sfeer.

Ook probeert de groep het thema van noodzakelijk geweld actueel te maken met verwijzingen naar Afghanistan -“We komen hier niet om te vechten, maar om op te bouwen”-, maar dat blijft te plat. Toch is het een geslaagde onderneming, en een duidelijke stap vooruit voor Made in de Shade. Eerdere voorstellingen verzopen nogal eens in plat moralisme en overdreven high-tech gedoe, maar in deze voorstelling is de balans gevonden

HRMNNH! Kung Fu Hossel van Made in da Shade en Cosmic. Gezien, 17/4/07 in De Krakeling, tournee t/m 9/6. Nog in Amsterdam: De Meervaart 26/5, Frascati 5 t/m 9 juni en tijdens de ZO Theaterdagen 26/4. Meer info op www.shade.nl

Boekrecensie: ‘Ellen Vogel, een hommage’

boekrecensies,Theatermaker — simber op 17 april 2007 om 17:45 uur
tags: , , ,

Gelezen: Ellen Vogel, een hommage van Tonko Dop en Anneke Muller. Uitgave van Terra Lannoo

Het lijkt een soort glamoureuze pendant te worden van de serie Portretten van Nederlandse theatermakers van het TIN, de door de VandenEnde Foundation van Joop van den Ende gefinancierde serie over “Theater- en televisiefenomenen”. Eerdere delen gingen over Mary Dresselhuys, Wim Sonneveld en André van Duin.

Het nieuwste deel is een mooi koffietafelboek over Ellen Vogel, met heel veel foto’s, een paar interviews met vrienden en collega’s van Vogel door Tonko Dop en een biografie geschreven door Anneke Muller. Uit de ondertitel “een hommage” blijkt al we hier geen uitputtende monografie moeten verwachten, en ook Van den Ende zelf benadrukt dat in zijn voorwoord. Maar toch hoopt hij dat dit boek “helpt om een indruk te krijgen van een halve eeuw theatergeschiedenis”.

Die periode begint als Ellen Vogel in de zomer van 1945 haar debuut maakt in de voorstelling Weekend in Californië van Comedia. Als kind uit een deftig Haags artiestengezin was ze via de kunstacademie in 1942 op de Amsterdamse Toneelschool beland, waar ze zo lang de oorlogssituatie het toeliet lessen volgde van o.a. Cor Hermus en Cees Laseur. Ze haalde echter nooit haar diploma: in de hongerwinter moest de school haar deuren sluiten en bovendien werd ze ziek. Toch zag met name Cor Hermus haar talent en hij vroeg haar voor zijn nieuwe gezelschap Comedia.

Vogel’s doorbraak kwam in 1947 met de voorstelling Glazen speelgoed van Tennessee Williams en wat volgde werd een lange en glanzende carrière in het Nederlands toneel. Vogel’s levensverhaal wordt door Muller met vaart en goed gevoel voor anekdotes verteld, al verzandt het in de late jaren in een tamelijk eentonige opsomming van toneelrollen en familieleed. Ook de vele vakantiekiekjes van Vogel en familie maken het boek soms een beetje tuttig. Daar staat tegenover dat de keuze uit scène- en publiciteitsfoto’s voorbeeldig is en de kwaliteit van de reprodukties buitengewoon hoog.

Het is natuurlijk zeer te prijzen dat Joop van den Ende de laatste jaren zo’n bevlogen inzet toont bij het vastleggen en openbaar maken van de Nederlandse theatergeschiedenis. Het blijft echter wel nodig om daarbij de kanttekening te plaatsen dat Van den Ende staat voor een specifieke opvatting over theater en dat die opvatting bewust of onbewust doorsijpelt in de boeken en series die hij betaalt. Dat werd al duidelijk in de televisieserie Allemaal Theater, waarin het regisseurstheater van de jaren tachtig als publieksvijandige onzin werd weggezet, maar ook in Ellen Vogel, een hommage komt deze ideologie subtiel terug.

Het gaat dan natuurlijk vooral om de behandeling van Actie Tomaat, waarvan Vogel als actrice bij De Nederlandse Comedie een prominent slachtoffer was. Voor Vogel is Tomaat nog steeds vooral een actie die vooral heel veel heeft stuk gemaakt. Het blijft haar steken dat het haar toen heel veel werk en reputatie gekost heeft, hoewel de toen bepleite veranderingen zeker niet afwees. De impliciete belofte van Van den Ende dat hij het sterrentoneel zoals dat vóór Tomaat bestond (verder) zal restaureren is an sich legitiem, maar vraagt ook om een weerwoord over de opbrengst van Tomaat voor het Nederlandse theater, liefst net zo glossy en mooi uitgegeven.

Overigens is het boek meteen gebruikt als basismateriaal voor de website Een leven lang theater (eenlevenlangtheater.nl/Ellen Vogel) waar het hele verhaal nog een keer verteld wordt, maar nu geïllustreerd met radiointerviews, filmfragmenten en een complete repertoirelijst. Vooral de filmfragmenten zijn een bijzonder fijne aanvulling, die Vogel’s onbetwiste kwaliteiten, die in het boek slechts beschreven worden, in één klap overduidelijk zichtbaar maken.

Recensie: ‘Door ’t stof’ van Onafhankelijk Toneel en Toneelschuur Producties

Parool,recensies — simber op 15 april 2007 om 14:52 uur
tags: , , , ,

Ben was niet op zijn werk in het World Trade Center toen de vliegtuigen zich in de torens boorden. Hij was bij zijn buitenechtelijke vriendin en niemand die weet dat hij nog leeft, behalve zij. In het nieuwe stuk van de New Yorkse schrijver Neil LaBute is het een dag na 9/11 en Ben en Abby -zijn maitresse, maar ook zijn baas- zitten in haar appartement en overwegen een onomkeerbare daad: ze kunnen samen weglopen, zijn vrouw en kind in de waan laten van zijn heldendood en samen opnieuw beginnen. Dat kan natuurlijk niet goed aflopen.

Zo’n verhaal over menselijke zwakheid in de schaduw van de tragedie van 9/11 is veelbelovend, maar de voorstelling stelt teleur. Allereerst bestaat het stuk vooral uit de nogal monotone machtsstrijd tussen Ben en Abby, met veel Virginia Woolf-achtige verwijten over en weer, over hun sexleven, het gezinsleven van Ben en de schaamte van Abby voor haar geheime relatie met een ondergeschikte. Pas na een uur volgt de voor de hand liggende vraag: als Ben echt zoveel van Abby houdt, waarom zijn die instortende Twin Towers dan nodig om het voor hem mogelijk te maken zijn gezin te verlaten?

LaBute schreef eerder al onaangename mannenportretten, maar juist bij  zulke harde rollen is de invulling door de acteurs van groot belang. Helaas is Fabian Jansen in de rol van Ben hier te zwak. Er zit veel te weinig nuance in zijn stuurse besluiteloosheid. Achter Ben’s zelfmedelijden is vrijwel niets te zien van de man op wie Abby ooit is gevallen. Ria Marks weet mooi Abby’s wanhoop te verbergen achter krachtdadig optreden, maar in haar spel is ze continu in de aanval en dat gaat irriteren.

Pas aan het eind worden enkele door regisseur Mirjam Koen subtiel uitgezette lijnen duidelijk. Ben en Abby’s beeld van de werkelijkheid is afgesloten: de ramen van het appartement zijn door rook ondoorzichtbaar geworden. Op de rook worden televisiebeelden vertoond, vallend papier, rennende mensen en lege, met stof bedekte straten. Misschien zijn deze twee mensen met al hun overleversgeluk eigenlijk al dood, en is Abby’s appartement hun vagevuur.

In Amerika was het voor sommige toeschouwers nog schokkend om de mythe van de “helden” van het WTC doorgeprikt te zien worden, maar inmiddels zijn we aan beide kanten van de oceaan wel gewend dat politici en beleidsmakers 11 september inzetten voor hun eigen gewin. Deze voorstelling laat dat liggen, en blijft steken in de vaststelling dat een ramp slecht is voor je relatie.

Door ’t stof van Onafhankelijk Toneel en Toneelschuur Producties. Gezien 14/4/07 in Haarlem. In Amsterdam (Bellevue) 17 t/m 20/5, tournee t/m 1/6. Meer info op www.ot-rotterdam.nl

Recensie: ‘Maeterlinck’ van TGA en NT Gent

Eigenlijk is een naaimachine hetzelfde als een piano: een machine die je met handen en voeten moet bedienen om mooie dingen mee te produceren. De overeenkomsten worden opgezocht in de nieuwe voorstelling van de eigenzinnige Zwitserse regisseur Christoph Marthaler die hij maakte als coproductie van Toneelgroep Amsterdam en het Vlaamse NT Gent.

Hij dook met zijn acteurs (onder wie Frieda Pittoors, Steven van Watermeulen en Hadwych Minis) in het leven en werk van de Belgische nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck (1862-1949). Diens symbolistische poëzie en toneelstukken waren in de eerste decennia van de vorige eeuw enorm populair, Claude Debussy maakte een opera van zijn Pellías et Melisande.

De teksten worden als fragmenten gebruikt en lijken vooral een aanleiding om werk van componisten als Debussy, Satie en Purcell uit te voeren. Want welk basismateriaal Marthaler ook gebruikt, er zal prachtig meerstemmig gezongen worden, slechts begeleid door piano en een orgeltje.

Het decor is ook al zo mooi: een vervallen naaiatelier in Gent aan het begin van de twintigste eeuw, tot in de details op monumentale schaal nagebouwd door de vermaarde decorontwerper Anna Viebrock. De meisjes zitten aan de muzikaal snorrende machines in het midden, daaromheen een treetje hoger, de heren opzichters en mevrouw de eigenaresse. De acteurs/zangers zijn stuk voor stuk top. Hadewych Minis als een van de naaimeisjes koppelt haar prachtige zangstem aan gortdroge humor.

Eigenlijk is de voorstelling meer een concert dan theater, waarin halve scènes, liedjes en handelingen steeds als muzikale thema’s of melodieën terugkeren. Maeterlinck is een sfeertekening, waarin Marthaler’s obsessie met klasseverschillen, zijn boertige humor en eindeloze herhalingen in dienst staan van het opbouwen van een haast tastbare melancholie en een grote compassie voor de mens in al zijn machteloosheid.

Wie dan toch op zoek wil naar een interpretatie zou het Gentse naaiatelier kunnen associëren met de sweatshops waar een eeuw later onze mode wordt gemaakt door mensen die evenzeer onze compassie verdienen.

Het is inmiddels de tweede voorstelling die Marthaler in Nederland maakt, na Seemannslieder/Op Hoop van Zegen uit 2004 en ook zijn Duitstalige voorstellingen zijn hier met enige regelmaat te zien. Het is begrijpelijk dat de eigenzinnige Zwitser ook hier een loyale schare fans krijgt, want zijn stijl van muziektheater is uniek en de kwaliteit is onomstreden. Maar hoe sfeervol en technisch perfect uitgevoerd zijn voorstellingen altijd zijn, deze toeschouwer begint er langzaam maar zeker op uitgekeken te raken. De vorm verrast niet meer en de inhoud stelt licht teleur.

Maeterlinck van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 3/4/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/4. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity