Recensie: ‘Battlefield’ van Peter Brook (Brandhaarden)

“De vernietiging komt nooit met het wapen in de hand. Het komt heimelijk, op kousevoeten, toont je het goede in het kwaad en het kwaad in het goede.” In Battlefield geven de goden – in dit geval Krishna – raad aan de mensen. Maar in de eerste plaats zijn het de mensen op het toneel die spelen die ons bezweren.

Klein en kwetsbaar zit Peter Brook op zijn stoel op rij 8. De theaterlegende, die vandaag zijn 93ste verjaardag viert in Amsterdam zit gewoon in de zaal bij de eerste voorstelling in het Brandhaarden festival in de Stadsschouwburg, waar vijf voorstellingen van ‘zijn’ Théâtre des Bouffes du Nord te zien zijn. Zijn geest is nog fit, maar zijn lichaam is broos.

Brook is een van de grotere theatervernieuwers van de twintigste eeuw, die voortbouwde op het werk van Antonin Artaud en Bertolt Brecht. Zijn boek De lege ruimte is een klassiek geworden pleidooi voor eenvoud en kernachtigheid in het theater. Na een lange carrière in Londen, waar hij onder meer de Royal Shakespeare Company opschudde streek hij in 1978 neer in een vervallen theater in Parijs: Bouffes du Nord.

Een van de eerste projecten die hij daar onder handen nam, samen met schrijver Jean-Claude Carrière, is een toneelbewerking van het Indiase epos Mahabharata. De elf uur durende voorstelling zou uiteindelijk pas in 1985 in première gaan en werd in 1989 verfilmd (en in Nederland uitgezonden door de VPRO).

Battlefield is eigenlijk een vijf kwartier durend extract uit die voorstelling. Brook nam één episode uit de serie en ensceneerde die opnieuw, in het engels, met vier toneelspelers. Het gaat over de periode ná een grote oorlog tussen twee verwante families, waarin de overwinnaar en de verliezer in het reine moeten komen met de vernietiging en met elkaar. Maar de Mahabharata volgt geen recht spoor en ook in Battlefield is er ruimte voor een groot aantal filosofische verhandelingen en parabels over haviken, duiven en wormen.

De stijl van Brooks voorstellingen is een grappige combinatie van uitvindingen die hij gedaan heeft die volkomen gemeengoed zijn geworden – de flexibele inzet van een beperkt aantal requisieten; het verhalende spelen waarbij de acteur in de rol schiet die hij vertelt – en elementen die ouderwets zijn geworden – met name de gedragen toneeltoon waarmee gesproken wordt. Ook de vormgeving, met bamboestokken en linnen doeken is zijn eigen cliché geworden.

De spelers zijn erg goed, Karen Aldridge en Edwin Lee Gibson met name. Maar wat de voorstelling levend houdt is de onmiskenbare universalistische aspiratie van de hele onderneming. In Battlefield komen een Indiaas epos, een Engelse regisseur, een overwegend zwarte cast en een japanse drummer (Toshi Tsuchitori) op een afrikaanse trommel samen om iets essentieel menselijks te laten zien. Hier wordt toneel gemaakt voor de Mensheid. De grootste thema’s – wraak en vergeving, verantwoordelijkheid en twijfel – worden hier vanzelfsprekend, bedaard en met gracieuze eenvoud op het toneel gezet.

In de huidige identiteitspolitiek is dat soort universeel denken op dit moment niet in de mode. En het het intersectionele denken zet terecht vraagtekens bij het essentialisme van het interculturele project. Maar voor deze avond vond ik het weldadig onhip.

Battlefield van Théâtre des Bouffes du Nord / Peter Brook & Marie-Hélène Estienne. Gezien in de Stadsschouwburg tijdens Brandhaarden, 20/3/18. Aldaar t/m 23/3. Meer info op www.ssba.nl

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra/Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 13 januari 2012 om 01:47 uur
tags: , , , , ,

Een Indiaas spreekwoord luidt: “Alles wat in de wereld bestaat, staat in de Mahabharata; wat er niet in de Mahabharata staat bestaat niet in de wereld.” De acteurs vertellen het terloops, als een weetje tussen vele andere die ze vanavond opdissen, zonder dat ze lijken te beseffen dat ze er later zelf ook in zullen worden opgenomen.

De Mahabharata (klemtoon ligt op ‘bha’) is een enorm en heilig epos in het Sanskriet, ongeveer zo oud als de Ilias. In het westen werd het bekend door de verfilming door theatergoeroe Peter Brook uit 1989. Zowel theatermaker Marjolijn van Heemstra als de Indiase acteur Satchit Puranik zagen die film op negenjarige leeftijd, zij in Amsterdam, hij in Mumbai. Een jaar geleden kwamen ze met elkaar in contact bij het maken van Van Heemstra’s vorige voorstelling, Family ’81.

Beiden werden bevangen door Brook’s interpretatie. Hij maakte van het Indiase epos een universeel verhaal met acteurs uit alle continenten; een Afrikaan kan de vader zijn van een Europeaan, en het kind van een Indiase. Zo maakte hij van het heldendicht een mythe over de universele verbondenheid van alle mensen op aarde.

Van Heemstra en Puranik staan samen op het toneel, zonder opsmuk of doen-alsof en vertellen over hun gezamelijke fascinatie, voor het overgrote deel in het Engels. Bij het herzien van de film bleek de magie eraf – het is goedkoop, saai en vooral het acteren is overdreven plechtig en serieus, blijkt uit een heel kort fragment dat ze tonen – maar is juist het feit dat de film twee totaal verschillende negenjarigen, zo ver van elkaar verwijderd kon raken niet een krachtige steun voor Brook’s universalistische visie?

Ze spelen in vijf minuten gekleed in kostuums uit een Indiase feestwinkel de belangrijkste plot na en ze concentreren zich op de zoektocht in India naar mensen voor wie de film belangrijk is geweest, ondertussen behoedzaam door het mijnenveld van de interculturele dialoog sluipend. Ze hebben het eigenlijk nauwelijks over de inhoud van het werk of de film behalve dat het gaat over waarom mensen die vrede willen toch conflicten hebben en verbinden het met hun eigen ervaringen met geweld en de vraag om een verklaring die dat oproept.

Het decor is allereenvoudigst, een mintgroene bank en boven hen een plafond met talloze lampjes, spaarlampen, heldere peertjes en gloeilampen met een exotisch gedraaide punt. Ook de personages uit hun korte versie zijn allemaal een eigen lampje. De sterrenhemel is dus ook de mensheid.

Het project zelf loopt uit op een conflict tijdens een symposium in het nationalistische stadje Pune, waar een meisje de Mahabharata voor India claimt en niets moet hebben van Van Heemstra’s vredesgezindheid. Ze vertelt het verhaal lelijk, boos en prekerig en even ben je bang dat de voorstelling zo gaat eindigen. Maar de zachtmoedige Puranik toont heel voorzichtig een weg voorbíj de tegenstelling van conflict en eendracht.

De twee eindigen met dezelfde dialoog die in het eerder getoonde videofragment nog zo hoogdravend klonk en nu ineens een bescheiden, bedachtzame ironie krijgt. “Wat is het grootste wonder?” “Dat iedere dag mensen sterven, maar dat wij leven alsof we onsterfelijk zijn.” En dat is, heel even, wonderbaarlijk mooi.

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra en Frascati Producties. Gezien in Frascati op 12/1/12. Aldaar t/m 28/1. Tournee. Meer info op www.theaterfrascati.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity