Recensie: ‘Phaedra’ van De Utrechtse Spelen

“Wat lichte liefde zou kunnen zijn ligt op mij als een mud modder van zonde.” Phaedra (Wendell Jaspers) heeft zich opgesloten in een kamer die haar aan alle kanten oneindig weerspiegeld. Haar man Theseus is op avontuur in de onderwereld en zij wordt verteerd door ziekelijke liefde voor haar stiefzoon Hippolytus.

Thibaud Delpeut is een van de nieuwe gezichten onder de Nederlandse toneelleiders. In Limburg worden Servé Hermans en Michel Sluysmans de nieuwe artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, over twee jaar vertrekt Alize Zandwijk bij het Ro Theater en als de geruchten in de sector kloppen wordt binnenkort bekend wie Het Zuidelijk Toneel overneemt.

Delpeut nam, samen met zakelijk leider Jacques van Veen, de ondankbare taak op zich om De Utrechtse Spelen uit het slop te trekken. De vorige artistiek leider Jos Thie had na een al te driest cultureel ondernemend avontuur het gezelschap opgezadeld met een miljoenenschuld en moest vertrekken.

Delpeut heeft zich ruimschoots bewezen als een van de meest interessante nieuwe regisseurs voor de grote zaal, met een aantal opmerkelijke locatieproducties en een prachtige gastregie van Nora bij Toneelgroep Amsterdam, waar hij daarvoor het ontwikkelingstraject TA2 aflegde.

Voor zijn debuut bij De Utrechtse Spelen koos hij voor Phaedra van Hugo Claus, die zijn versie baseerde op Seneca. Het is een wat eigenaardige voorstelling geworden, waarbij de opgeroepen emoties niet lijken te passen bij de taal van Claus en de intellectuele ideeën die worden opgeworpen. Maar een paar weergaloze scènes redden de avond.

Het sobere en effectieve decor (van Roel van Berckelaer) verdeelt het toneel aanvankelijk in een vrouwen- en een mannenwereld. Phaedra en haar bediende (Marlies Heuer) bevinden zich in de kamer met half doorzichtige spiegels, Hippolytus (Jan-Paul Buijs) en zijn vrienden lopen daarbuiten vrij rond in een kunstenaarsatelier, waar ze Claus’ tekst opzeggen als een soort slam poetry.

Als Phaedra even later toch haar liefde aan Hippolytus bekent, wijst hij haar af. Dat zet een dodelijke keten van gebeurtenissen in werking. De thuiskomst van Theseus (Hein van der Heijden) is de sleutelscène. Ondersteund door ophitsende trommels wordt het weerzien met vrouw enerzijds en zoon anderzijds op ijzingwekkende wijze met elkaar versneden.

Phaedra beschuldigt Hippolytus ervan haar te hebben aangerand en Theseus jaagt hem de dood in. Uiteindelijk vertelt ze Theseus de waarheid en pleegt ze zelfmoord. Die dubbele draai –van liefde naar haat en terug– weet Jaspers echter niet overtuigend te maken. Ze lijkt gevangen tussen Claus’ tekst die de goden een belangrijke rol geeft in Phaedra’s emotionele huishouding en Delpeuts psychologische benadering, die haar geen koningin maakt, maar een aardse, moderne vrouw.

Mooi is hoe het spiegelhuis in het decor uitklapt, waardoor een het publiek deels zichzelf ziet. Zijn we zelf ook zo als Phaedra? Gevangen het spiegelpaleis en de echoput van onze eigen omgeving, waardoor we uiteindelijk neigen naar onze extreemste emoties?

Delpeut, opgeleid als klinisch psycholoog, heeft als regisseur twee kanten: de koele beschouwer van de mens en de enthousiaste bespeler van alle theatrale registers. In Phaedra zijn ze beide aanwezig, maar net uit balans.

Phaedra van De Utrechtse Spelen. Gezien 10/10/14 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 17 en 18/10. Meer info op www.deutrechtsespelen.nl

Recensie: ‘Gijsbrecht van Amstel’ van Het Toneel Speelt (2014)

Het was de 333e nieuwjaarsdag waarop het hemelse gerecht zich ontfermd leekt te hebben de benauwde veste van Gijsbrecht, en voor de 333e keer kwam de heer van Amstel bedrogen uit. Twee jaar geleden blies Het Toneel Speelt de jaarlijkse Gijsbrecht-traditie (een van de oudste theatertradities ter wereld) nieuw leven in, met een eenvoudige, strakke enscenering. Gisteren ging deze versie in reprise, met een aantal nieuwe acteurs.

De vormgeving en de nadruk op de tekst in deze regie van Jaap Spijkers zijn nog dezelfde als bij de première, met dezelfde goede en mindere kanten: de lichte bewerking van Laurens Spoor en Ronald Klamer maakt de rijke, maar ook veeleisende tekst opvallend helder en inzichtelijk en de acteurs doen recht aan Vondels verzen zonder dreinen. Het grote klappende vlak waarop de voorstelling zich afspeelt blijft een moeizame –en voor de acteurs penibele- abstrahering.

Maar de nieuwe acteurs brengen nieuwe accenten aan en dat is mooi om te zien. Jules Croiset als geestelijke weet met bronzen stem en welluidende dictie de traditie invoelbaar te maken en Petra Laseur maakt de rei van burgzaten (“Waar werd oprechter trouw…”) menselijk en zoet.

Het is echter nieuwkomer Marlies Heuer als Gijsbrechts vrouw Badeloch die de voorstelling hart en passie geeft. Haar Badeloch is zinnelijk en lichamelijk, en als ze aan het eind als alles verloren is zegt “geef me een zwaard, ik ben bereid te vechten”, dan geloof je haar meteen. Ze vormt een spetterende combinatie met Mark Rietmans memorabele Gijsbrecht; in een stuk waarin zo veel verteld wordt en zo weinig getoond, weten ze samen uit de classicistische taal twee echte mensen te boetseren.

Deze voorstelling is nog niet op –in deze uitvoering viel ineens op hoe bloederig de Gijsbrecht eigenlijk is– maar Het Toneel Speelt heeft niet de middelen om volgend jaar op 1 januari de traditie voort te zetten. Het lijkt er dus op dat de onzekerheid van de laatste decennia over het voortbestaan van de traditie weer terugkeert. Wie durft het aan om hem over te nemen?

Gijsbrecht van Amstel van Het Toneel Speelt. Gezien 1/1/14 in de Stadsschouwburg, aldaar t/m 4/1. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

Recensie: Theater na de Dam

“Zonder herinnering geen dialoog. Zonder dialoog geen herinnering. Zonder herinnering geen toekomst.” Theatermaker Sadettin Kirmiziyüz ligt al op de grond als hij Theater na de Dam onbedoeld een motto geeft. Net als de eerdere personages die hij speelde is hij eerst gevangen door een rood zoeklichtje en daarna koel neergeknald. Voor sommigen is herinneren gevaarlijk.

Voor het vierde jaar vond zaterdag Theater na de Dam plaats, een programma van theatervoorstellingen die direct of indirect over de Tweede Wereldoorlog gaan, aansluitend op Dodenherdenking. Veel uitvoeringen zijn reprises (zoals Al mijn Zonen van Toneelgroep Amsterdam of Hannah & Martin van Mugmetdegoudentand), maar Theater na de Dam produceert jaarlijks  zelf ook een paar eigen voorstellingen.

Zo speelde Kirmiziyüz de voorstelling Ararat, stonden Freek en Hella de Jonge in het Compagnietheater, ging Adriaan van Dis in dialoog met de jonge acteurs van De Hollanders en, het meest grootschalig, studenten van de Amsterdamse toneelschool traden met enkele coryfeeën op in Carré onder de titel Talloze namen. De achttien studenten gingen samen met studieleider en regisseur van de avond Ruut Weissman op reis naar Auschwitz en doen op deze avond verslag van hun indrukken, in beweging en muzikaal, versneden met het verhaal Helmert Woudenberg, zoon van twee NSB’ers die beiden de oorlog niet overleefden. André van Duin, Meral Polat en Marlies Heuer verzorgen intermezzo’s.

Zo’n avond wordt al snel een wedloop van indrukwekkendheid, maar de toon blijft gepast plechtig met af en toe een lichte toets. Het levensverhaal van Woudenberg, sober en sonoor verteld, is werkelijk onvoorstelbaar, Polat zingt schitterend een onbekend lied van Brecht en Van Duin draagt ingehouden het gedicht voor van Willem Willink over de goochelaar Ben Ali Libi.

Daar hebben de studenten helaas weinig aan toe te voegen. Jazeker, ze kunnen ontegenzeggelijk mooi samenzingen in diverse stijlen, ritmisch stampen en toepasselijke poëzie voordragen, maar hun reflecties op het verdriet, de woede en de gêne die ze voelden in het concentratiekamp blijven te particulier en te vlak. Pas aan het eind, als Woudenberg het heeft over de “verloren levens” van zijn ouders, ellendig gestorven op hun 21e en 25e, snap je de drang van de studenten die zo’n beetje dezelfde leeftijd hebben.

Intrigerende reflectie was wel te vinden bij Kirmiziyüz, die het in Ararat wilde hebben over de Armeense genocide van 1915, in het land van zijn grootouders, Turkije. Maar de kwestie blijkt te groot en te beladen om überhaupt op een eenduidige manier te vertellen. Hij is een innemende speler die verschillende personages neerzet –Noach die met zijn Ark in het gebied strandt, een oude huurmoordenaar, een pasja die het verdacht goed voor heeft met de Armenen– die uiteindelijk een voor een worden neergeschoten.

Het initiatief van Theater na de Dam kan niet hoog genoeg geprezen worden. Waar de officiële herdenking de laatste jaren steeds opnieuw wordt ontsierd door conclicten over wie er wel en niet bij hoort, is de kunst –en speciaal het theater– dé plek waar deze spanningen tot uiting kunnen komen, waar de hoge moraal geconfronteerd wordt met de menselijke zwakte en waar argumenten het emotionele gewicht kunnen krijgen dat bij de geschiedenis past. Zelfs als niet alle voorstellingen in het programma die hoge aspiraties waarmaken, is Theater na de Dam nog steeds een traditie die niet meer mag verdwijnen.

Theater na de Dam. Gezien: Talloze Namen (5/5) in Carré en Ararat (3/5, try-out) van Sadettin Kirmiziyüz in Frascati. Meer info www.theaternadedam.nl

Recensie: ‘Kleine Eyolf’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 28 mei 2012 om 21:49 uur
tags: , , , ,

Een man rijdt op een hobbelpaard. Hij ziet er kinderlijk uit, maar is te groot voor dit soort spelletjes en hij gaat er ook veel te lang mee door om het nog spel te laten zijn. In haar nieuwe voorstelling deconstrueert regisseur Suzanne Kennedy Ibsens Kleine Eyolf tot een lange serie compacte beelden, staties bijna, waarbij verlossing onwaarschijnlijk is.

De jongen op het hobbelpaard is kleine Eyolf, de zoon van Alfred en Rita, die niet helemaal goed is sinds hij als kind van tafel viel terwijl zijn ouders lagen te vrijen. Dat incident leidde tot verwijdering in het huwelijk: Alfred trok zich terug om een boek te schrijven over De menselijke verantwoordelijkheid, Rita is bijna katatonisch in haar schuldgevoel en de wens om Alfred voor zichzelf te hebben.

Lars von Trier nam een deel van het verhaal als uitgangspunt voor zijn filosofische horrorfilm Antichrist en Kennedy liet zich weer door Von Trier is inspireren, en ook nog door The Shining – ook een vader met een boek dat niet afkomt. Het rattenvrouwtje dat bij Ibsen Eyolf meelokt, uiteindelijk de dood in, is bij Kennedy en een enge tweeling geworden.

Ze vertelt het verhaal fragmentarisch, in superkorte scènes die telkens maar twee of drie zinnen tekst hebben, met veel herhalingen en ellipsen, gescheiden door tussentitels van citaten uit Nietzsches Also sprach Zarathustra.

Punt is dat ondanks de messcherpe dramaturgische inzichten van Kennedy de voorstelling het theoretische maar niet wil ontstijgen. In eerdere voorstellingen keken de spelers het publiek constant aan; een brutaal en vervreemdend effect. Daardoor bleven haar voorstellingen, ondanks de gesloten vorm, opzichtig theatraal. Nu zitten de acteurs gevangen achter een doorzichtig scherm. Dat geeft ook een raar afstandelijk beeld, en de voorstelling wordt er onmiskenbaar filmisch van. Hier wordt de voorstelling té gestileerd.

Marlies Heuer als Rita is wel erg goed: een lelijk, onbeweeglijk stuk lijdzaamheid. Ook de andere spelers dragen de stugge vorm met passend aplomb.

Helemaal aan het eind suggereert Ibsen een vorm van verlossing voor Alfred en Rita. Kennedy kiest voor een oplossing vol pathos, met een groot kruis met tl-verlichting. Maar ook hier geldt: het klopt wel, maar het werkt niet.

Kleine Eyolf van Het Nationale Toneel. Gezien 16/5/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Compagnietheater): 31/5 t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Wankel Evenwicht’ door Carver en het Onafhankelijk Toneel

Edward Albee is natuurlijk vooral bekend vanwege als schrijver van de klassieker Wie is er bang voor Virginia Woolf, maar schreef daarnaast nog enige tientallen andere toneelstukken. Wankel Evenwicht (uit 1966) heeft op het eerste gezicht veel met Virginia Woolf te maken. Opnieuw een uitgeblust huwelijk, opnieuw een dood kind en opnieuw drank, heel veel drank.

Het uitgebluste huwelijk is van Agnes en Tobias. Op een dag staan hun beste vrienden voor de deur om niet meer weg te gaan. En dat terwijl Agnes en Tobias het al zo druk hebben met Agnes’ alcoholische zus Claire en met hun dochter Julia die voor de vierde keer gescheiden is en daarom maar weer naar huis komt.

Het lijkt bijna de opzet van een klucht -het gestileerde huiskamerdecor biedt genoeg deuren- maar Albee laat zijn personages een bittere psychologische strijd uitvechten, steeds op het randje van het burgerlijke fatsoen. De vrienden komen ook niet zomaar: ze werden in hun huis bevangen door een onverklaarbare angst.

De twee bevriende theatergezelschappen Onafhankelijk Toneel en Carver maken er samen een mooie voorstelling van, die vooral het absurdisme in het stuk benadrukt en daardoor steeds blijft schuren. Het fijne acteurs-ensemble (met o.a. Beppie Melissen, Marlies Heuer en Joke Tjalsma) is bedreven in het opbouwen van onderhuidse spanning.

Vooral de heren vallen op: Paul R. Kooij laat je voortdurend twijfelen of er achter de lege blik van Tobias een oneindig diep gevoelen schuil gaat, of helemaal niets. De droge timing van Willem de Wolf is hilarisch, maar zijn personage is deerniswekkend. De vrolijk cynische manier waarop Joke Tjalsma de verlopen zus Claire speelt, vindt hetzelfde afgewogen evenwicht tussen humor en tragiek.

Maar het is vooral de angst van het bevriende echtpaar die blijft hangen, juist omdat hij niet verder wordt uitgelegd. In de opengwerkte slaapkamer zien we ze naast elkaar zitten op het juist opgemaakte bed in hun stijve, donkere kleren. Lijden zij aan de klassieke angst van de middenklasse om alles waarvoor je gewerkt hebt kwijt te raken, of zijn ze bang om ondanks hun huwelijk eenzaam te blijven?

Misschien wil deze voorstelling in al zijn onnadrukkelijkheid wel iets zeggen over het hedendaagse Nederland. Over de onbestemde maar niet te negeren angst voor het onbekende, het kinderachtige beroep op oude rechten, het cynisme van de commentatoren op de zijlijn. Maar ook louter als scherpe uitvoering van 20e-eeuws toneelrepertoire is Wankel Evenwicht een geslaagde voorstelling.

Theater Wankel Evenwicht door Carver en het Onafhankelijk Toneel. Gezien 5/1/07 in De Toneelschuur, Haarlem, in Amsterdam 28 t/m 31/3, tournee t/m 7/4. Meer info op www.theatergroepcarver.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity