Voorstuk Misdaad & Straf

Als de rechter binnenkomt, staat iedereen op. Want de verdachte mag dan wel een acteur zijn, en de rechtszaal het Universiteitstheater in Amsterdam, de rechter is wel degelijk echt. Meester Rob Keurentjes doet uitspraak in de zaak Raskolnikov, een straatarme student die een vrekkige oude woekeraarster met een bijl heeft vermoord, en daarna haar zuster die op het verkeerde moment binnenkwam.

De rechtszaak Raskolnikov is onderdeel van het randprogramma bij de theatervoorstelling Misdaad en Straf van het Noord Nederlands Toneel (NNT) die dit weekend in de Stadsschouwburg te zien is. Theatermaker Ko van den Bosch (voorheen Alex d’Electrique) bewerkte de beroemde roman van Dostojevski en werkte ook mee aan deze fictieve zitting, waarin jonge strafpleiters en advocaten zich buigen over deze moordenaar met idealen.

Want Raskolnikov is niet zomaar een moordenaar: volgens hem was de woekeraarster een stuk ongedierte zonder wie de wereld beter af is. In het geloof dat hij een hoger soort mens is, meent hij dat hij het recht heeft om deze daad te plegen. Hij plant hij zijn daad nauwkeurig,  rooft haar geld en haar bezittingen in de hoop hiermee goede werken te verrichten en zo tegengewicht te bieden aan zijn misdaad. Maar uiteindelijk speelt zijn geweten op in paranoïde ijldromen en geeft hij zichzelf aan.

“Dostojevski zorgt ervoor dat je de redenering van Raskolnikov helemaal kunt volgen”, vertelt Van den Bosch. “Je geeft hem gelijk, maar de vraag is: zou ik daarvoor een mens doden? Je zegt snel nee, want dat hoort zo. Maar als je echte armoede kent, echte honger hebt en als je ziet dat iedereen naar de klote gaat en iemand zit de gebraden haan uit te hangen, dan weet ik het niet. Dostojevski brengt je daar dicht bij en dat is een enge gedachte.”

Anders dan in eerdere voorstellingen van het NNT, zoals Alice in Wonderland of Hamlet, heeft Van den Bosch Misdaad en Straf niet geactualiseerd. “Het is een ontzettend spannend verhaal en als je dat goed vertelt, hoef je het niet naar het hier en nu te brengen. Het gaat over een wereld waarin de jongeren geen geld hebben. Daarmee wordt hun toekomst afgesloten, precies zoals je nu in Spanje en Griekenland ziet gebeuren. Raskolnikov wil iets doen. Hij neemt de verkeerde afslag, maar wel met de goede motieven. Dat was voor (regisseur) Ola Mafaalani de belangrijkste vraag: wat doe je in een crisis? Wanneer wordt je actief?”

Ondanks dat het verhaal niet geactualiseerd is, werkte schrijver en columnist Bas Heijne mee aan de voorstelling, juist om de band met het heden te smeden. “Bas is een groot liefhebber van het boek en hielp ons vanuit de huidige maatschappij op het materiaal te refelecteren. Hij heeft vooral veel bijgedragen aan het eind: Raskolnikov wordt veroordeeld tot acht jaar strafkamp in Siberië, maar wordt gered door zijn liefje Sonja en zijn bekering tot een soort verlichte christelijkheid. Daar hebben wij in de voorstelling empathie en liefde van gemaakt, juist omdat we met Bas Heijne concludeerden dat dát is wat we in Nederland nu missen.”

De aanklager in het fictieve proces in het Universiteitstheater noemt Raskolnikov een ‘overtuigingsdader’. Dat is niet toevallig dezelfde karakterisering als Volkert van der G. kreeg in het proces over de moord op Pim Fortuyn. Van den Bosch: “Noraly Beyer, die vaak research doet voor ons, heeft geprobeerd hem te spreken. Dat is niet gelukt. Ik vind die vergelijking ook niet zo gelukkig: als je Raskolnikov een terrorist noemt, dan maak je hem eendimensionaal. Dostojevski zorgt juist dat je zijn brede menselijke, maatschappelijke ideaal begrijpt. Dat zie bij Volkert niet; dat is toch een dierenactivist bij wie een draadje los zit.”

Van den Bosch is zelf ook benieuwd wat de echte rechters denken. “Twee weken geleden in Groningen hielden we zo’n zelfde rechtszaak en probeerde de verdediging zo snel mogelijk om Raskolnikov niet toerekeningsvatbaar te verklaren.” In Amsterdam kiest de jonge advocaat een originelere benadering. Hij vraag vrijspraak op grond van ‘het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid’: omdat het slachtoffer inderdaad een slecht mens was is het recht er méér mee gediend om de student niet te straffen, ondanks dat zijn daad tegen de wet is. De rechter veegt dat argument fluks van tafel. Het vonnis: zestien jaar voor moord met voorbedachten rade.

Misdaad en straf van het NNT: 22 t/m 25/3 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.nnt.nl.

Recensie ‘Hamlet’ van het Noord Nederlands Toneel

(NB: ook de Hamlet Checklist is geüpdate naar aanleiding van deze voorstelling.)

“Waar is de uitgang?”, vraagt Klára Alexová keer op keer. En iedere keer wijst Hamlet (Peter Vandemeulebroecke) naar één van de deuren van het theater: “Daar.” Terwijl alle andere acteurs een min of meer coherente versie van Hamlet spelen is Alexová meer een performance-kunstenares, die, steeds op dezelfde plek zittend , onwillekeurige bewegingen maakt, zich krabt en maniakaal voor zich uit staart. Een krankzinnige.

Nu speelt gekte inderdaad een grote rol in Shakespeare’s beroemdste stuk, maar in de versie van het Noord Nederlands Toneel wil regisseur Ola Mafaalani die thematiek koppelen aan de moderne omgang met patiënten in de geestelijke gezondheidszorg – ze deed, samen met journalist Noraly Beyer research in psychiatrische inrichtingen. En hoewel het conceptueel hier en daar best knap in elkaar zit, wil het maar geen sprankelend theater worden.

Het grootste probleem zit hem in ouderwetse, plechtstatige vertaling van Bert Voeten, die eigenlijk alleen door Joke Tjalsma tot bezield Nederlands wordt gemaakt. Zij speelt raadsheer Polonius, die door Hamlet per ongeluk wordt vermoord – hij denkt dat het het zijn oom Claudius is hij van zijn overleden vader moet doden.

Deze moord is het keerpunt in de voorstelling. In het stuk wordt Hamlet hierna weggestuurd naar Engeland, bij het NNT komt hij terecht in een isoleercel van een inrichting, met een vriendelijke dokter (wederom Tjalsma) die zegt: “Het gaat niet zo goed met u.” Alle overige personages zijn dan gevangen in hun eigen waanzin, maar tegelijk zijn ze met steeds herhaalde zinnetjes de stemmen in Hamlets hoofd. Tjalsma vertelt in korte zinnen over noodopvang en katatonie, een verademing van menselijkheid na het gekunstelde toneel ervoor.

Het decor (van André Joosten Ko van den Bosch) bestaat uit verrijdbare dubbele wanden van plexiglas die met rook gevuld kunnen worden. Soms geeft dat een mooi effect met dubbele spiegelbeelden en half zichtbare gedaantes, maar even vaak lijken ze rommelig en willekeurig in de ruimte geplaatst, waardoor ze de spelers in de weg zitten in plaats van helpen.

Maar het grootste probleem is toch inhoudelijk. Hamlet is toch ook een stuk over een moreel dilemma, geformuleerd in de dialoog ná “zijn of niet zijn”: moet de mens het lijden van het leven verdragen of vechtend ten onder gaan. Voordat hij – of het publiek – echter kan kiezen, wordt hij geïsoleerd. De rest van het stuk trekt aan hem voorbij. Pas aan het eind, als hij sterft kan Alexová opstaan, en vrij dansen over het toneel. Zij is de andere Hamlet, die van het “niet zijn”. Haar verhaal is mooi, het zijne beknot.

Hamlet van het Noord Nederlands Toneel. Gezien 11/4/12 in Hoorn. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 18 t/m 21/4. Meer info op www.nnt.nl

Interview DasArts

Dasarts, de master-opleiding voor theater, staat niet bekend om haar uitgesproken openbaarheid. De deelnemers komen vanuit alle delen van de wereld binnen, wijden zich twee jaar lang aan laboratoriumwerk en artistiek zelfonderzoek, en vliegen weer uit. Onder de afgestudeerden bevinden zich theatermakers als Kees Roorda, Edit Kaldor, Petra Ardai, Sjoerd Wagenaar of Kassys. Een gemeenschappelijk profiel lijkt bij de alumni niet te ontdekken. Sinds 2009 is DasArts als opleiding Master of Theatre onderdeel geworden van De Theaterschool en met het aantreden van directeur Barbara van Lindt lijkt het instituut zich te openen. ‘Het object dat we hier bestuderen is nog onbekend voor iedereen.’

Een zaterdagavond in oktober in het Veemtheater. Ergens in het pand staat een grote bak met aarde met toeschouwers eromheen. Een vrouw barst in snikken uit. Een ander begint te roken. De ene vrouw stapt in de bak en begint de aarde te eten. De ander vult haar designertas  en haar zakken ermee. Op een andere plek in het Veem hangen zwarte doeken tot iets boven de vloer. Helle lichtflitsen erachter geven een spookachtig effect. Later rennen op dezelfde plek eindeloos twee mimers sur place. Als ze liggen uit te rusten worden ze van bovenaf gefilmd. De projecties van de twee lopen door elkaar naarmate het licht veranderd. Nog weer ergens anders moet een toeschouwer in een één-op-één performance vertellen over zijn of haar dromen. Het publiek krijgt plastic klaphandjes, en na afloop van iedere presentatie wordt het volume van de bijval gemeten met een apparaat met talloze gekleurde lampjes.

De korte performances waren onderdeel van een avond DasArts The Festival, dat onderdeel is van het blok ‘The Conditions of Succes’. De ‘blokken’ zijn kenmerkend voor DasArts. In de lente werken de studenten aan hun individuele traject, maar ieder herfstsemester stellen mentoren een blok samen met lezingen, workshops en activiteiten rondom een thema. Dit semester kozen de gasten Igor Dobricic en Siegmar Zacharias, beiden oud-studenten, voor het thema ‘Succes’. De studenten die meedoen aan dit blok komen uit Zuid Afrika, Griekenland, Spanje, Duitsland, Slovenië en Nederland.

Continue reading “Interview DasArts” »

Recensies afstudeervoorstellingen ITs

Parool,recensies — simber op 22 juni 2008 om 18:28 uur
tags: , , , , ,

Afstudeervoorstellingen van toneelscholen zijn een bijzonder genre: het is een eenmalige kans voor een groep acteurs en actrices om zich te presenteren aan collega’s, regisseurs op zoek naar talent en Hans Kemna, een afscheid van hun school, en voor de opleiding een prestigeobject, waar ze hun eigen stijl kunnen tonen. Op het ITs festival waren het afgelopen weekend de afstudeervoorstellingen van de toneelscholen van Arnhem, Maastricht en Amsterdam te zien.

Bij de afstudeerklas van Arnhem ligt de nadruk het meest op het afscheid. Drie jaar geleden kwam een klasgenootje om bij een ongeluk en Punt moet een eerbetoon aan haar worden. De acht afstuderenden spelen in een zelfgeschreven stuk een vriendengroep die bij elkaar komt om een vriendin te herdenken. Maar hoe oprecht de intenties ook zijn, de voorstelling is een aanfluiting. De met platitudes doorspekte tekst ontbeert iedere spanning, en de spelers lijken met hun gebrek aan durf regelrecht te solliciteren naar een rol in een vrije productie.

De Amsterdammers pakken het beter aan. Zij vroegen regisseur Ola Mafaalani als begeleider en die maakte in 90 minuten van het probleem van de afstudeervoorstelling het thema: hoe zorg je ervoor dat je in de korte tijd die je hebt indruk maakt en iets achterlaat op aarde. Een jongen probeert het door zijn piemel als drumstick te gebruiken, een paar meisjes zijn aangekleed als de iconen Marilyn Monroe, Marlene Dietrich of Wiske, en achterop het toneel staat een lichtgevende klok.

Met de hyperactieve chaos op het toneel (met twintig man op het toneel nu extra indrukwekkend) en een ronddolende engel (een acteur met een rossige baard in een trouwjurk) is de voorstelling vintage Mafaalani, maar 90 minuten is ook het meest een uithangbord voor een opleiding. In Amsterdam zijn de toneelschool en de kleinkunstacademie een paar jaar geleden gefuseerd, maar er blijven duidelijk te onderscheiden toneelspelers en kleinkunstenaars, waarbij de eersten een beetje wegvallen in deze chaos van  vondsten en sketches. Gelukkig kunnen ze allemaal prachtig zingen.

De toneelacademie Maastricht kiest juist voor een bestaand stuk – Het Koude Kind van Marius von Mayenburg, vorig seizoen uitgevoerd door De Theatercompagnie – en de acteurs laten degelijk, maar uitstekend spel zien. De regie is wat onevenwichtig, maar in deze voorstelling zitten voor het eerst een paar acteurs die ik in de toekomst wel vaker aan het werk wil zien, met name Alejandra Theus die hier onwillige moeder met campari-jus verslaving neerzet en Bram de Win als dictatoriale vader die zijn kinderen haat.

De meeste eigenzinnige school – de Mimeopleiding uit Amsterdam – levert echter de meest eigenzinnige voorstelling af, Spaar ze alle 9 geregisseerd door Lotte van den Berg. Op een donkere housebeat die ruim een uur door het lege Frascati 1 galmt, dansen de acht mimers wild in het koude licht. Af en toe komen één of twee van hen tot rust; ze zoenen, drinken water of praten tegen elkaar – onverstaanbaar door de doordenderende beat. Dit heeft niets meer met de afstudeerconventies te maken. Hier wordt tenminste radicaal en compromisloos theater gemaakt, maar juist hier worden acht performers gepresenteerd die je niet gauw weer zal vergeten.

Het ITs duurt nog tot 28 juni. Meer info op www.itsfestival.nl

Recensie: Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre

In de voorstellingen van regisseuse Ola Mafaalani zwerven opvallend vaak engelen over het toneel. Figuren die buiten de verwikkelingen staan en alleen maar observeren en soms troost kunnen bieden aan de andere personages. In haar nieuwe voorstelling, Hemel boven Berlijn, hebben de engelen de hoofdrol, met half geslaagd resultaat.

De voorstelling is een bewerking van de film Der Himmel über Berlin van de Duitse regisseur Wim Wenders uit 1987. Die film was een contemplatieve sfeertekening over eenzaamheid en verlangen, Mafaalani laat de meeste verwijzingen naar Berlijn en de muur weg en benadrukt dat het verhaal toch vooral een modern sprookje is. De voorstelling is een samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en de American Repertory Theatre uit Boston.

De engelen Damiel (gespeeld door Fedja van Huêt) en Cassiel (de Amerikaanse acteur Bernard White) dwalen al eeuwenlang over de wereld. Ze horen wat mensen denken, maar kunnen niet in hun levens ingrijpen, hoogstens kunnen ze mensen even een klein gevoel van hoop geven. Als Damiel verliefd wordt op de circusacrobate Marion, besluit hij om zijn eeuwige bestaan op te geven en een sterfelijk mens te worden.

Het decor is een bewust lullige opstelling van plastic tuinstoeltjes rondom een snackbar in het verder lege toneelhuis. Uit de hoogte stromen mooi uitgelicht dunne stralen zand, die in de loop van de voorstelling bergjes vormen op het toneel. De eeuwigheid als regenbui uit een omgekeerde zandloper.

Van Huêt maakt een prachtige act van Damiel’s menswording: enthousiast leert hij de kleuren onderscheiden, de smaak van koffie proeven en pijn voelen omdat de koffie te heet is. Deze ontdekking van het leven en de ontmoeting met Marion, en haar realisatie dat dit de vervulling is van oud verlangen, zijn ontroerend en maken de banaal klinkende waarheid dat het leven met aandacht voor details geleefd moet worden even voelbaar. Een pleidooi voor slow food voor de ziel.

Maar de boodschap wordt ingebed tussen een hoop onsubtiele losse flodders. Noraly Beyer leest het nieuws van de dag voor, Fred Goessens houdt een woedende tirade over onverschilligheid, Hadwych Minis zingt een lied in het Spaans, speelt viool én heel cool basgitaar, de Amerikaanse acteur Stephen Payne is een heel geestige gevallen engel en trapeze-artieste Mam Smith als Marion doet een spectaculair acrobatisch nummer hoog boven het podium.

Soms is het raak en komen alle elementen samen in een keelsnoerend mooi beeld, zoals wanneer Cassiel een zelfmoordenaar niet van zijn daad kan afhouden. Maar vaker is het onrustig toneel dat zijn eigen boodschap ondergraaft.

Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre. Regie: Ola Mafaalani. Gezien, 8/10/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/10, tournee t/m 9/11. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity