Recensie: ‘Motregenvariaties’ van Bellevue Lunchtheater

Een slecht gedicht schrijven dat iedereen slecht vindt, dat lukt nog wel. Maar een slecht gedicht dat iedereen goed vindt, dat is lastiger. Schrijver Robert Alberdingk Thijm, bekend van zijn scenario’s voor onder andere De Daltons, Dunya en Desie en A’dam – E.V.A., komt er in zijn eerste toneeltekst wonderwel mee weg, geruggesteund door actrices Olga Zuiderhoek en Ria Eimers, die met een simpele handbeweging elk woord van komisch naar bloedserieus kunnen draaien.

Zuiderhoek en Eimers spelen twee dichteressen, de één was een one-hit-wonder met een bundeltje gedichten in gewone-mensentaal, de ander werd Dichteres des Vaderlands met een monumentaal oeuvre hoogdravende poëemen. “En een minstens zo monumentaal achterwerk”, sneert de eerste.

Ze worden bij elkaar gebracht in een verhaal over rouw, buitenechtelijke affaires, critici, plagiaat en zonen die alles anders gaan doen dan jij bedacht had. De twee muzendochters lijken constant verdwaald in een tijd waarin hun gevoeligheid voor taal er niet meer toe doet en je gewoon moet “gaan met die banaan”.

Zuiderhoek en Eimers weten beiden buitengewoon goed raad met Alberdingk Thijm’s smakelijke dialoogjes, die steeds razendsnel heen en weer schieten van lach naar drama naar verbazing over weer een vólgende onthulling.

Die nieuwe tijd wordt vertegenwoordigd door Jan-Paul Buijs als jonge uitgever en als Eimers’ zoon. Waar Zuiderhoek en Eimers lijzig zijn, is hij energiek; waar de dames fijzinnig zijn is hij bot. Het is een fijn contrast, zeker als Buijs al schoenen gooiend alle emoties eruit mept die de vrouwen de hele tijd tot woorden vermalen.

De voorstelling is in naam geregisseerd door toneelhalfgod Johan Simons, maar die had het eigenlijk veel te druk met zijn eigen gezelschap in München. Hij stuurde zijn zoon, de 22-jarige muzikant Warre Simons en dat lijkt hem lang niet slecht af gegaan. Alberdingk Thijm’s oorspronkelijke, iets te uitleggerige script is in ieder geval flink strak getrokken, en de spelers moeten vaak iets doen dat net niet lijkt te kloppen bij de situatie – is Zuiderhoek nou een bord pasta aan het eten in een jassenwinkel? Dat zorgt steeds voor een prettig soort verwarring, extra geestig door de onverstoorbaarheid van met name Eimers.

Motregenvariaties heeft een onmiskenbaar Engelse theatersfeer: een kundig, talig stuk; tragikomisch met een randje detective; uitstekend, licht onderkoeld gespeeld. Dat is helemaal niet onaangenaam, om maar eens een understatement te gebruiken.

Motregenvariaties van Bellevue Lunchtheater. Gezien 27/3/13 in Bellevue. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ van Hummelinck Stuurman

Heeft Who’s afraid van Virginia Woolf? eeuwigheidswaarde? Het toneelstuk is vooral bekend als de ultieme huwelijkstragedie van de 20e eeuw en de oorlog tussen de echtelieden George en Martha is de blauwdruk geworden voor de ontelbare relatiedrama’s die erna kwamen. Maar nu het stuk zijn vijftigste verjaardag nadert en de situatie verder van ons af komt te staan (kunnen die mensen niet gewoon in relatietherapie?) reist de vraag of theatermakers het over nog eens vijftig jaar nog steeds spelen.

Voor Gerardjan Rijnders is het antwoord helder: hij noemt Who’s afraid de Hamlet van de 20e eeuw en kiest in deze door hem geregisseerde uitvoering voor een historische benadering, met jaren zestig-kostuums en een miminaal decor van twee roodlederen bankstellen en een prominente bel. Dat geeft de acteurs veel ruimte om te schitteren, maar werpt nauwelijks nieuw licht op het stuk of de personages.

Toch weet Rijnders dicht bij het eeuwige thema in zijn werk te blijven: de onmogelijkheid van werkelijke communicatie tussen twee mensen. Porgy Franssen als George en Olga Zuiderhoek als Martha laten elkaar nauwelijks uitpraten, maken zinnen niet af en praten langs elkaar heen. Hun taalspelletjes en misverstanden lijken ineens opvallend veel op Rijnders’ eigen relatiestukken, zoals Pick-up of Mooi.

In hoog tempo vuren Franssen en Zuiderhoek hun verbale munitie op elkaar af, met het bezoekende stel Nick en Liefje (een verbetering ten opzichte van het in andere uitvoeringen onvertaald gelaten Honey) als onschuldige slachtoffers in de vuurlinie, waarbij de ijsklontjes uit de vaak bijgevulde glazen regelmatig de zaal in vliegen. Franssen en Zuiderhoek zijn energiek en durven de humor in hun harde grappen volledig uit te spelen. De toenemende dronkenschap en boosaardigheid worden vooral door Franssen mooi opgebouwd. De altijd wat aardse Zuiderhoek geeft Martha net te veel relativeringsvermogen om echt een helse furie te worden, maar toch weet juist zij aan het eind medelijden te wekken.

De rollen van de twee jonge gasten, in andere uitvoeringen vaak ondergeschikt, zijn hier stevig ingevuld. Vooral Eline ten Kamp maakt mooi helder hoe de dronkenschap van het naïeve en dommige gansje Honey haar willoos meevoert op de golven van de overtrekkende orkaan.

Spannend acteurstheater is het, dat zeker, en fans van Franssen en Zuiderhoek zullen niet teleurgesteld zijn. Maar dat Gerardjan Rijnders, toch de belangrijkste theatervernieuwer van zijn generatie, nu deze toch wat ongevaarlijke voorstelling aflevert is een klein beetje teleurstellend.

Theater Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Hummelinck Stuurman. Regie: Gerardjan Rijnders. Gezien 27/1/07 in Leiden, tournee t/m 19/5, Amsterdam: 17/2 (Meervaart), 3 en 4/3 (Stadsschouwburg). Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity