Recensie ‘De gouden draak’ van het Nationale Toneel

Eigenlijk is het decor de ster. Ontwerper Marc Warning maakte een volgestouwde ruimte; een combinatie van een atelier, een winkelmagazijn, een keuken en de zolder van een hamsteraar. Hij gebruikte werkbanken en andere materialen uit het opgeheven decoratelier van het Nationale Toneel en dat geeft De gouden draak en sterke melancholie.

De gouden draak is een mozaïektoneelstuk van de Duitse schrijver Ronald Schimmelpfennig over een kok in een Chinees-Vietnamees-Thais restaurant en een paar bewoners van de huizen erboven en de winkel ernaast. Het is nadrukkelijk theatraal: vijf acteurs spelen de achttien personages, die voornamelijk los geschetst worden – het gaat niet om de details, maar om het losse netwerk van ongelijk wereldburgerschap.

De jonge kok is illegaal en kan dus niet naar de tandarts terwijl hij vergaat van de pijn. De tand eindigt in de soep van een jonge stewardess die is thuisgekomen van eeen vlucht uit Chili. Schimmelpfennigs stuk is echter niet alleen een sociale kritiek, maar ook een mooie illustratie van het menselijk onvermogen om iemand anders te zien als een mens. Elders in het huis gaat een stelletje uit elkaar, proberen een grootvader en kleindochter tevergeefs met elkaar te praten en houdt de winkeleigenaar in een donker hok een oosters meisje als seksslavin.

Regisseur Caspar Vandeputte probeert met een aantal performance-elementen – de acteurs koken, strijken en doen een wasje – een zekere aardse losheid in te brengen, maar de spelers (Anniek Pheifer, Antoinette Jelgersma, Werner Kolf en Pieter van der Sman) blijven meestal erg toneelmatig. Paul R. Kooij heeft op bepaalde momenten een goede, laconieke toon te pakken. De Gouden Draak blijft zo een voorstelling met mooie elementen die te weinig in elkaar grijpen.

De gouden draak van Het Nationale Toneel. Gezien 28/10/15 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 31/10. www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘De Prooi’ van Het Nationale Toneel

Een kort tableau: Mark Rietman als bankdirecteur Rijkman Groenink met een ree in z’n armen. Hij laat het voorop het toneel vallen, waar het opgezette dier gedurende de hele voorstelling zal blijven liggen. Als prooi van Groenink de vervente jager, die ook ooit eens z’n eigen arm er bijna afschoot.

De toneelbewerking door Het Nationale Toneel van Jeroen Smits bestseller De Prooi, over de teloorgang van ABN-Amro, bedient zich vrij consequent van dit soort eenduidige symboliek. Het is een zeer onderhoudende, snelle voorstelling geworden, uitstekend te volgen voor wie het boek niet gelezen heeft of wie überhaupt niks van economie weet. De Prooi gaat namelijk niet over bankieren, maar over macht.

In de bewerking van Sophie Kassies leggen drie jonge bankjochies (onder wie een opvallend lepe Michel Sluysmans) steeds gretig aan het publiek de context uit en de overige rollen worden kraakhelder aangezet: Hajo Bruins is de aardsintrigant Wilco Jiskoot, Pieter van der Sman is de ogenschijnlijke schlemiel Reinhard van Tets, Jaap Spijkers is de man van de oude stempel en het familiegevoel, Betty Schuurman is de enige vrouw aan de top die nooit in de Raad van Bestuur zal komen.

Maar het alfamannetje is in alles Mark Rietman, langer, slimmer, sneller en uitgekookter dan iedereen en met een wereld- en mensbeeld uit een roman van Ayn Rand: “De wereld is wat hij is: hard. Daarin ligt alles besloten: de pijn, de hoop en de schoonheid.” Aan het eind is vooral dat mensbeeld de oorzaak dat hij het aflegt tegen Jiskoot die alles als een spel blijft zien.

Maar in het machtsthema zit ook meteen het probleem met de voorstelling. Macht is vertrouwd terrein voor een theatermaker als regisseur Johan Doesburg en De Prooi is non-fictie geperst in het bekende dramatisch schema van opkomst en ondergang, dat u kent van Julius Caesar tot The Social Network. (Vooral Shakespeare’s Richard III lijkt het model geweest te zijn voor Groenink – zelfs de lamme arm komt overeen.) De voorstelling is in die zin geruststellend: zo is het altijd gegaan, hoogmoed komt voor de val, dezelfde karaktereigenschappen die zorgen voor je succes, zorgen ook voor je ondergang, etc.

Het decor is een witte wand bekleed met bont die kan kiepen, zodat het een steile helling wordt. Helemaal om z’n as wentelt hij, zodat de andere kant zichtbaar wordt, een vloer met tafels. Maar omdat die tafels de hele tijd schuin staan, moeten de acteurs in strakke krijtstreeppakken steeds in rare poses en onnatuurlijke grijphoudingen hangen. De apenrots op efficiënte wijze verbeeld.

Jammer is alleen dat de acteurs (ongetwijfeld met de ARBO-wet in het achterhoofd) zich de hele tijd moeten vastgespen, met haken en koordjes die aan hun strakke pakken vastzitten. Dat verhullen ze niet, ze halen er leuke grappen meer uit. Maar omdat het zo in het oog loopt blijf je je afvragen het betekent. Het werkt tenslotte ook als metafoor: niet alleen letterlijke zekering, maar ook figuurlijke.

En het is niet de veiligheid van de bankiers: die jongleren weliswaar met andermans geld, en dus met een vangnet, maar omdat het ze eigenlijk niet om geld te doen is kunnen ze wel degelijk écht verliezen – zoals Groenink uiteindelijk ook doet. Het gaat dus over de veiligheid van de kunstenaars, die liever dicht bij huis blijven dan wezenlijke vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld: waarom laten we (overheid, toezichthouders en niet te vergeten klanten) onze bedrijven op deze feodale manier leiden, terwijl we het landsbestuur sinds Shakespeare hebben gerationaliseerd?

De Prooi van Het Nationale Toneel. Gezien 10/3/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 23-24/4. Tournee t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity