Recensie: ‘Hondenliefde’ van Ulrike Quade en The Glasshouse

Parool,recensies — simber op 15 februari 2011 om 17:12 uur
tags: , , , , ,

Een eenzame man zit op een parkbankje. Het bankje staat op een groot schuin vlak, hier en daar liggen hoopjes herfstbladeren. Bij de eerste zinnen die hij spreekt blijkt het een begraafplaats: hij vertelt zijn overleden vrouw over wat hij met het huis heeft gedaan, dat hij haar kleren niet kan wegdoen. Matthias Maat speelt hem als een hond wiens baas verdwenen is.

Het is een gelukkige combinatie: de spaarzame, muzikale teksten van schrijver en regisseur Kees Roorda en de poppen van theatermaker Ulrike Quade. Ze werken nu voor het eerst samen in de lieve en nuchtere lunchpauzevoorstelling Hondenliefde.

Op het kerkhof komen verschillende personages voorbij, allemaal gespeeld door Quade, met steeds nieuwe poppen. Eerst de opzichter en schoonmaker Hafid, met een buitengewoon lange arm en zijn hoofd op Quade’s andere hand, dan een blinde vrouw – Quade met een uitvergroot hoofd. De voorstelling wordt vreemder als uit een gat uit de grond ook de moeder van de man opduikt of als het Christusbeeld dat de man in elkaar zet tegen hem begint te praten.

Het zijn korte, eenvoudige zinnen waarmee ze praten, sober en prettig onpoëtisch. Ze krijgen kleur door de fantasie van Quade die elk van haar personages weer een nieuw karakter geeft, terwijl ze de man steeds opnieuw hetzelfde advies geeft: sta op, ga verder met je leven, blijf niet stilstaan. Of, zoals de flegmatieke Jezus het formuleert: ‘Ga naar huis, koop een nieuwe fiets en ga op vakantie.’

Het is geen wereldschokkende boodschap die Roorda en Quade hebben, maar Hondenhart is eenvoudig en mooi. Overigens is de voorstelling onderdeel van het Pop Arts Festival dat Bellevue organiseert in samenwerking met De Krakeling en het Ostadetheater, waarin veel live animaties en een aantal Belgische voorstellingen te zien zijn.

Bellevue Lunchtheater: Hondenliefde van Ulrike Quade en The Glasshouse. Gezien 15/2/11 in Bellevue. Aldaar t/m 27/2. Tournee t/m 13/5. Meer info op www.lunchtheater.nl

Interview Kees Roorda

interviews,Theatermaker — simber op 28 augustus 2006 om 18:42 uur
tags: , ,

Naam: Kees Roorda
Geboortedatum: 8 januari 1967
Opleiding: DasArts
Wanneer afgestudeerd: 2000
Eerstvolgende project: tijdens Cement in Maastricht, première 16 maart

Kees Roorda: “Ik probeer te doorgronden waarom mensen het leven zo moeilijk vinden.”

Zonder opleiding begon hij met theatermaken. Na zijn studie aan DasArts hebben de voorstellingen van Kees Roorda meer en meer weg van installaties en performances dan van toneel.

Op Oerol maakte hij twee jaren achtereen voorstellingen gebaseerd op de verhalen van Terschellingers, waarmee hij groot succes oogstte bij het Oerol-publiek. De laatste voorstelling in die serie, , werd hernomen in Den Bosch en in maart nogmaals in Maastricht, daar met verhalen van werknemers van de ENCI fabriek. Samen met theatermaker Inés Sauer en beeldend kunstenaar Catherine Henegan vormt hij het collectief The Glasshouse.

“Ik ben altijd op zoek ben naar verschillende vertelperspectieven en naar een vorm die uit de inhoud voortkomt. Dat betekent dat bij mij elke voorstelling -om maar een cliché te gebruiken- totaal anders is. De mensen die met mij werken krijgen heel veel zelfstandigheid om dingen zelf uit te zoeken. Ik wil niet werken met vaste rollen, dus de decorontwerper kan ineens mee doet als speler of andersom. Acteur Jos van Hulst doet nu bijvoorbeeld productie bij in Maastricht. Stefano Odoardi, die de video en het geluid deed bij de voorstelling in Den Bosch, werkte aan een project met stenen uit een Italiaanse steengroeve. Op een dag stelde hij voor de stenen naar Den Bosch te halen.. Een waanzinnig idee, het zijn 21 stenen van een paar kiloton. Na een bezoek aan de groeve dacht ik, laat maar komen die stenen.. Het past bij de ontwikkeling van de voorstelling en dat die stenen uiteindelijk terugkeren in Maastricht bij de ENCI-fabriek.

Hoe kom je aan die groep mensen met wie je dat doet?

“Bij mij gaat dat altijd heel intuïtief. Elena Baelaerts, vormgeefster van , ben ik tegengekomen via een vriend. Zij had mijn voorstelling Finster Stimmen gezien en wilde iets meer met performance gaan doen. Zij belde mij of ik die avond langs kon komen. Ik ben op de fiets gesprongen en ben nog dezelfde dag in haar atelier gaan kijken. Haar werk sprak me bijzonder aan, ik wist toen nog niet op wat voor manier die samenwerking zou moeten gaan, maar dan nodig je iemand uit om samen te gaan werken. Voordat we gaan werken maken we duidelijke functieafspraken. En al die mensen moeten vooral niet proberen bij elkaar te komen, maar elkaar proberen te bevechten. Dan ontstaan de werkelijk spannende dingen.”

Hoe ben je in het theater terecht gekomen?

“Ik heb eerst Nederlands en Kunstbeleid gestudeerd in Groningen. Toen werd ik ontzettend verliefd en ben ik naar Amsterdam gekomen. Ik wist dat ik iets met theater wilde en ik ben gewoon maar begonnen. In het Polanentheater heb ik mijn eerste voorstelling gemaakt. Iemand ziet dat en die vindt het leuk en die nodigt je dan uit en een ander vindt het kut en die nodigt je dan niet uit. Daarna ben ik naar DasArts gegaan. Je wordt daar in een snelkookpan gestopt en daar kom je totaal anders weer uit. Ritsaert ten Cate was directeur en we hebben daar meest idiote dingen gedaan. Maar we waren altijd op zoek naar de context, je probeert iets te zeggen in en over de omgeving. Het was een bevestiging dat het toegestaan was om een andere richting van theater in te gaan. Meer in de richting van de beeldende kunst en performance. Dat was voor mij een enorme geruststelling.”

Hoe vind je jouw plek in het theaterveld?

“Ik probeer me er zo min mogelijk van aan te trekken of er wel of geen plek is. Ik denk dat je die plek altijd zelf kunt creëren. Programmeurs deinzen snel terug voor al te experimenteel theater. Maar ze zijn er wel, de mensen die dat omarmen en durven. Productiehuis Brabant geeft mij wel die ruimte. Mensen denken vaak dat het moeilijk is om publiek te krijgen voor experimenten, maar daar heb ik geen last van. Mensen die naar dit soort voorstellingen gaan weten hun weg toch wel te vinden. En omdat ik nu zo dicht op de bevolking werk, lok ik daarmee een hele groep naar het theater. Ik kan hen op een hele directe manier benaderen. Dat gaat via het dorpscafé waar ik ze ontmoet, en ik hoop dat dat via de ENCI weer zo werkt. Ik neem aan dat Maastricht geïnteresseerd is in de geschiedenis van de ENCI en wat daarmee staat te gebeuren. Van fondsen en programmeurs moet je je nooit zoveel van aantrekken, die lopen altijd achter de feiten aan, net zoals de politiek.”

En waarmee ben je dan geëngageerd?

“Ik denk dat ik geëngageerd ben met kleine verhalen, ongelukkige momenten, the struggle for life. Ik probeer te doorgronden waarom mensen het leven zo moeilijk vinden, omdat ik het zelf ook vrij moeilijk vind. Maar ook buitengewoon opwindend. Als ik zit te praten met een dominee die tegen mij begint te vertellen dat hij eigenlijk vindt dat hij te weinig bidt., dan vind ik dat boeiend. Want hoe komt dat dan dat hij het gevoel heeft dat hij te weinig bidt. Of als ik een makelaar interview over alle huizen die hij heeft gebouwd en dan komt daar ineens het verhaal heeft dat hij vindt dat ieder huis een ziel heeft en dat zijn huizen uniek zijn. Dat ontroert me. Het ontroert me ook dat ik samen met hem die avond dronken wordt, dat we bijna weggedragen moeten worden en dat hij moet huilen omdat z’n dochter is getrouwd. Dus dat soort engagement.”

Wat was de mooiste publieksreactie die je ooit kreeg?

“Bij mijn voorstelling Finster Stimmen op Oerol was het iedere keer gewoon dweilpauze. De mensen kwamen daar totaal verslagen uit. Ze hadden dat nooit verwacht op Terschelling, want dat is toch vaak wel vermaak. Die kwamen in Finster Stimmen in een soort carrousel, ze werden heel persoonlijk aangesproken. Ze vergaten de tijd en werden totaal in het verhaal gezogen en ze stonden na afloop te grienen bij het prikkeldraad. Ja, dat is goed, dat dat gebeurd.”

Heb je voorbeelden?

Ik heb erg veel respect voor Gerardjan Rijnders. Titus, geen Shakespeare staat nog steeds op mijn netvlies gebrand. Ik heb later stage gelopen bij Richard III en het klikte. Van hem heb ik geleerd hoe je dronken moet worden. Rijnders is als regisseur zo scherp: hij kan met zo weinig woorden duidelijk maken wat eraan schort. En niet alleen wat eraan schort, maar ook hoe je dat kunt oplossen. Dat is zeldzaam. Raimund Hoghe en Meg Stuart zijn andere helden.

Hoe zie je je eigen verantwoordelijkheid?

“Het is mijn verantwoordelijkheid om inzicht te geven in menselijk functioneren. Ik ben net drie weken in Zuid Afrika geweest om te werken aan The Bang-Bang Club, een nieuwe voorstelling van The Glasshouse. Het gaat over Kevin Carter, een fotograaf die de Pulitzer Prize heeft gewonnen voor een reportage van een kindje dat sterft van de honger in Soedan. Een paar maanden na het winnen van die prijs heeft hij zelfmoord gepleegd. Dat is explosief materiaal, maar ik probeer dat terug te brengen tot de menselijke maat en de persoonlijke dilemma’s. Een fotograaf die we daar interviewden zei: wat maakt zo’n foto nou voor verschil, of hij er nou wel of niet geweest was, dat maakt geen fuck uit. Er is weer honger in Afrika, enzovoort. Maar ik geloof dat het wél uitmaakt, in ieder geval omdat ik -omdat hij dat deed- er nu een tekst over schrijf en er iets over kan zeggen.”

Floortje Bakkeren
Simon van den Berg

Recensies Festival a/d Werf, Utrecht


DSC00416.JPG

Originally uploaded by simber.

Festival a/d Werf in Utrecht is naast een festival voor muziek en beeldende kunst toch vooral een jaarlijkse gelegenheid om de stand van zaken in het Nederlandse marge-theater op te nemen. Het Festival biedt daarbij vooral een blik op de moderne tendens om in het theater het publiek vooral interactieve belevenissen te bieden, in plaats van zomaar een voorstelling.

Het woord belevenis klinkt misschien meer als een ritje in een achtbaan dan als een serieuze kunstuiting, maar een aantal voorstellingen op het festival bewijzen het tegendeel. De twee theatervormgevers Roos van Geffen en Dries Verhoeven maakten ieder een voorstelling, die louter te categoriseren is als ‘ervaringstheater’.

Van Geffen maakte de voorstelling Immens, waarin negen mimers in een eigen papieren kubus ieder één toeschouwer vertroetelen, al luisterend naar verhalen over kimono’s, citroenpitjes en over honden die gelukkiger zijn dan mensen omdat ze iedere dag hetzelfde willen en nooit iets nieuws. Buiten je eigen kubus hoor je de bezigheden in de andere acht en zo slaan de gedachten over cyclisch leven en uniciteit terug op de voorstelling zelf. Immens is een zuivere en diepzinnige ervaring.

Is er in Immens nog één speler per toeschouwer, in Verhoeven’s installatievoorstelling Uw koninkrijk kome -eerder te zien op Boulevard in Den Bosch- zijn er zelfs helemaal geen acteurs meer. Behalve uzelf en één medetoeschouwer, naar wie je in een afgesloten ruimte zit te kijken. Via een glasplaat en een geluidsband wordt de ander op subtiele wijze tot personage gemaakt.

Naast de opvallende overeenkomsten (blote voeten en kopjes thee) zijn de voorstellingen dieper verwant. Het is hyperkleinschalig, direct en romantisch theater en dat heeft, veel meer nog dan reguliere voorstellingen, als voorwaarde dat het publiek een open houding aanneemt en welwillend alle gebeurtenissen ondergaat.

Van een heel ander kaliber is de interactiviteit van Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse. Het toneelstuk van Gerardjan Rijnders uit 1988 over een controversiële Amerikaanse, door een neonazi vermoorde radiodeejay is een radiotalkshow waarin alle bellers antisemieten, verkrachters of gewoon gek zijn. Door het stuk zijn fragmenten uit Shakespeare’s uiterst bloedige tragedie Titus Andronicus vervlochten. Bloedige woorden lijden tot bloedige daden, lijkt het motto.

Voor deze nieuwe opvoering herschreef Rijnders het stuk radicaal. De teksten die twintig jaar geleden nog een hoog Rondom Tien-gehalte hadden, lijken nu rechtstreeks overgenomen van DeStand.nl of politieke weblogs. De première werd gisteravond live uitgezonden door het VPRO radioprogramma De Avonden, zodat luisteraars live konden inbellen. Ook het publiek in de zaal had een paar telefoons tot haar beschikking.

Het herschrijven van Titus, geen Shakespeare is echter geen gelukkige keuze gebleken. Een bombardement aan politiek incorrecte meningen was twintig jaar geleden wellicht nog schokkend, nu zijn er hele televisiezenders en een scala aan websites waar je niet anders meer hoort of leest. Maar vooral de publieksparticipatie -of beter: het gebrek daaraan- was ergerlijk. Er waren welgeteld drie bellers die zich in het gekrakeel van de zeven acteurs durfden te mengen. Eentje om te melden dat ze nog nooit zo’n slecht radioprogramma had gehoord; een tweede met een ingewikkeld verhaal dat werd afgekapt en tenslotte iemand die zich afvroeg of er wel publiek was. Waarop het aanwezige publiek plichtmatige joelde. De beschikbare telefoons bleven ongebruikt op een lege stoel liggen.

Theater Festival a/d Werf, Utrecht, gezien 22/5/06. Aldaar nog t/m 27/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl
Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse, regie Kees Roorda. Te zien in Amsterdam 15 t/m 17 juni. Meer info op www.beltitus.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity