Interview Theu Boermans

Het Compagnietheater bruist van de activiteit. Beneden in de hal wordt een filmpje opgenomen met Monique van de Ven, terwijl in de keuken van het restaurant de avond wordt voorbereid. Boven, in de zaal, repeteert Theu Boermans met zijn acteurs aan de voorstelling De Eenzame Weg, die over een week in reprise gaat. Ze werken aan de scène waarin het personage van actrice Katja Herbers zelfmoord pleegt door in een enorme bak schuim te rollen. Ze moet onzichtbaar ontsnappen, een truc die eenvoudig lijkt, maar als je er even over nadenkt doodeng is.

‘Er zit nu ook een filmproductiebedrijf, een paar jonge ontwerpers en het kantoor van Het Theaterfestival’, vertelt Boermans even later in zijn eigen kamer, met uitzicht over de Kloverniersburgwal. Er staan nog flink wat verhuisdozen. ‘Het gezelschap De Theatercompagnie is opgeheven en de kantoren die we hadden voor dramaturgie, publiciteit en techniek zijn nu verhuurd. Maar er stonden nogal wat spullen die nu maar even hier blijven.’

Een paar jaar geleden leek het afgelopen met Theu Boermans. Zijn gezelschap De Theatercompagnie kreeg geen subsidie meer, zijn inzet om naast Toneelgroep Amsterdam een tweede stadsgezelschap te vormen had tot niets geleid. De groep werd opgeheven en al het personeel ontslagen. Maar Boermans hield één troef in handen: Het Compagnietheater.

Continue reading “Interview Theu Boermans” »

Recensie: ‘Fraulein Else’ van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 31 januari 2010 om 18:20 uur
tags: , , ,

Alsof er niets aan de hand is presenteert De Theatercompagnie een nieuwe voorstelling in het Compagnietheater. Terwijl de subsidie is opgehouden en de groep van Theu Boermans in een langdurige rechtszaak is verwikkeld, heeft het gezelschap een listig plan bedacht dat draait om de verkoop van het ooit door de gemeente geschonken pand, wat een beetje geld oplevert om voorstellingen te maken; kleinschalig weliswaar – Fraulein Else is een solo van Katja Herbers. Op de première afgelopen vrijdag de financiële ellende even ver weg en ging het over de voorstelling. Jammer alleen dat die nogal tegenviel.

Fraulein Else is een novelle van Arthur Schnitzler (van wie Boermans de afgelopen jaren al twee stukken regisseerde) uit 1924, een monologue intérieur van een jong meisje op vakantie in een kuuroord. Ze houdt zich bezig met tennis, prakkizeren over wat ze aanmoet en aanmerkingen maken op haar medegasten, totdat ze bericht krijgt van thuis. Haar vader heeft een forse lening nodig en Else moet die lospeuteren bij een oudere heer die ook in het kuuroord verblijft. Inderdaad blijkt deze Dorsday bereid te betalen, op voorwaarde hij Else mag ‘zien’. Naakt welteverstaan.

Met opmerkelijk psychologisch inzicht schetst Schnitzler de wispelturige en tegenstrijdige gedachten en gevoelens van een jong volwassen meisje; nu eens sensueel, dan weer koket, soms ijdel, af en toe aandoenlijk, maar meestal nog een kind dat door de rest van de wereld al wordt gezien als seksueel wezen. Ze is zich bewust van het effect dat ze heeft, maar nog niet te in staat om te manipuleren. “Een slet wil ik best zijn, maar geen hoer!”

Herbers begint sterk, razensnel schakelend tussen hups en kinderlijk enerzijds en wulps en temend anderzijds. Halverwege de enorme, hagelwitte trap in het decor ziet ze er ineens heel frêle uit; op haar hakken weet ze de overdreven grote treden ternauwernood te bedwingen. Maar gedurende de avond verdwijnt de spanning en de trefzekerheid en moet de actrice zelfs af en toe een beroep doen op de souffleur.

Dan vraag je je ineens ook af wat Boermans’ bedoeling is geweest met deze tekst. Theatergroep ’t Barre Land maakte een paar jaar geleden een bewerking, waarbij ze mejuffrouw Else tegenover luitenant Gustl, een ander Schnitzler-personage, zetten. Margijn Bosch zette toen een Else neer die eindeloos dubbelzinnig was in een voorstelling waarin manipulatie, waarneming en werkelijkheid ondoordringbaar door elkaar liepen. Boermans’ versie is rechtlijniger, meer het verhaal van een moreel dilemma of een case study.

En dan dringt zich ook nog een andere, actuele associatie op: Herbers die naakt en kwetsbaar als Else het perverse publiek moet behagen om haar ‘toneelvader’ Boermans te helpen bij diens geldproblemen te helpen. Dat is een onbehaaglijke gedachte om mee naar huis te gaan.

Fraulein Else van De Theatercompagnie. Gezien 29/1/10 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 13/2. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Theu Boermans: regisseur maar geen gezelschapsleider

overig,Parool — simber op 15 januari 2009 om 02:04 uur
tags: ,

Analyse bij het nieuwsbericht dat het bezwaar van De Theatercompagnie bij het NFPK+ is afgewezen. Lijkt erg op wat ik eerder schreef toen het oorspronkelijke advies uitkwam. Ach ja, geheugen en kranten, het is geen natuurlijke combinatie ;-)

Het lijkt tegenstrijdig dat een zo veelgeprezen theatermaker als Theu Boermans ineens zonder subsidie komt te zitten. Maar Boermans’ ambities zijn altijd groter geweest dan alleen maar mooie voorstellingen maken: hij wil toneelleider zijn, directeur van een groot gezelschap, gevormd naar zijn eigen uitgangspunten. Boermans is echter een uitstekende regisseur, maar hij faalde als gezelschapsleider.

De problemen begonnen eigenlijk al toen De Trust in 2001 fuseerde met Art & Pro tot De Theatercompagnie. Het was een liefdeloze verbintenis, vooral ingegeven door Boermans’ zucht naar groei. Al snel volgde een periode van financiële problemen, ontslagen, mislukte voorstellingen en een reorganisatie waarbij Boermans min of meer onder curatele werd gesteld. Eind 2007 meende hij zijn straf te hebben uitgezeten en kwam met een nieuw, uiterst ambitieus plan om van De Theatercompagnie naast Toneelgroep Amsterdam het tweede stadsgezelschap te maken.

Maar daarmee onderschatte hij zowel de flexibiliteit van de beleidsmakers –die slechts voorzien hadden in één stadsgezelschap-, als het vertrouwen van de adviescommissies in zijn leiderschap. Je zou het kunnen zien als een vorm van ‘imperial overstretch’: de plannen van het gezelschap voor talentontwikkeling, multiculturele samenwerking en internationalisering gingen ten koste van de kern van het gezelschap.

Het eigen Compagnietheater op de Kloveniersburgwal wilde maar geen sfeervol toneelhuis worden en het ensemble ontbeerde sterren, waardoor voor bijna iedere productie de hoofdrolspeler van buiten moest worden aangetrokken (zoals onlangs Pierre Bokma voor De Koopman van Venetië). Boermans is een buitengewoon begenadigd acteursregisseur en acteurs als Jacob Derwig, Halina Reijn en Carice van Houten zien hem als hun toneelvader. Maar in plaats van zich te concentreren op het kneden van een nieuwe generatie spelers wilde Boermans per se ook regisseurstalent aan zich binden.

De laatste afwijzing dreigt slechts het begin te worden van een slepende procedure – het gezelschap heeft al vroeg aangekondigd de negatieve subsidiebesluiten tot aan de hoogste rechter aan te zullen vechten. Toch zou je wensen dat dit ongelukkige hoofdstuk nu wordt afgesloten en Boermans zich weer kan gaan richten op zijn grote talent: toneel maken.

Recensie: De koopman van Venetië van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 14 november 2008 om 13:35 uur
tags: , , , ,

Eigenlijk is het komedie, De koopman van Venetië, maar we kunnen het nog maar moeilijk zo zien. De slechterik in het stuk, Shylock, is namelijk een Jood, en niet zomaar een, maar de ergste karikatuur van de vrekkige, wrede woekeraar. Net als Het temmen van de feeks (dat lollig doet over vrouwenonderdrukking) is het voor hedendaagse theatermakers een van de lastigste werken van Shakespeare omdat het onderwerp té beladen is om zonder grote ingrepen op te voeren.

De Theatercompagnie heeft het nu toch aangepakt. Het is waarschijnlijk de laatste voorstelling van de groep -de subsidie wordt stopgezet-, maar in deze zwanenzang brengt regisseur Theu Boermans datgene waar hij zijn roem aan te danken heeft in optima forma: een kraakheldere en lichte enscenering van een klassieker, schitterende gespeeld door een combinatie van oude cracks en jong talent.

Shylock, een nauwelijks getolereerde buitenstaander in het christelijke Venetië leent een som geld aan de koopman Antonio die tijdelijk zonder zit. Die leent het meteen weer door aan zijn vriend Bassanio die het geld nodig heeft om indruk te maken op de rijke, begeerlijke en ongetrouwde Portia. Maar Shylock stelt een gruwelijke voorwaarde bij zijn lening: mocht Antonio niet op tijd kunnen terugbetalen, dan mag Shylock een pond vlees uit diens lichaam snijden.

Boermans oplossing voor het antisemitisme is vernuftig: door in andere scènes (de andere vrijers aan het hof van Portia) hilarische maar ook pijnlijke karikaturen neer te zetten van Arabieren en Chinezen schetst hij in een decor van zilver glimmende sliertgordijnen effectief het beeld van een samenleving die bang is voor alles wat vreemd is. Net als Ivo van Hove deed met Het temmen van de feeks maakt hij de oorspronkelijke komedie tragisch en maatschappijkritisch door de bad guys sympathieker te maken en de helden met wantrouwen te volgen.

Shylock is een prachtige rol van Pierre Bokma, die de gedurfde combinatie van platte komedie en afgetekende tragiek bijzonder fraai naar zijn hand zet. Een echte ontdekking is Loes Haverkort, een nog jonge actrice die Portia neerzet als poor little rich girl, die zich na de pauze -in het rechtbankdrama dat volgt als Antonio niet kan betalen en Shylock zijn pond vlees opeist- als man vermomd een haarkloverige juridische oplossing vindt. Maar ook Eva van der Gucht, die met een opgetrokken wenkbrauw de zaal plat krijgt, en Mike Reus als oppervlakkige Bassanio zijn op dreef.

Het stuk wemelt van contracten, ringen die geloftes bezegelen en schuldbekentenissen. Het handhaven van de afspraken is doel op zich geworden in Venetië. De rechtbank kan Shylock niet tegenhouden ook al zou het tot de dood van Antonio leiden: de wetten zouden ongeloofwaardig worden. Haarscherp laat Boermans zien dat door de wet tot het uiterste te volgen de beschaving die zij moeten handhaven bij het vuilnis wordt gezet.

Het is moeilijk om deze Koopman niet ook autobiografisch te zien. Ook Boermans werd slachtoffer van regeldrift en zal zich nu voelen als Shylock: aan de bedelstaf, beroofd van zijn identiteit en gedwongen tot een zwervend bestaan. We wensen beter voor hen allebei.

De Koopman van Venetië van De Theatercompagnie. Gezien 13/11/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 15/11. Tournee t/m 23/12. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Focus op ‘stadsgezelschap’ werd Theatercompagnie fataal

cultuurbeleid,meningen,Parool — simber op 4 juli 2008 om 14:10 uur
tags: , , ,

Drie negatieve subsidie-adviezen kreeg de Theatercompagie de afgelopen maanden te verwerken. Toch zijn vriend en vijand het erover eens dat artistiek leider Theu Boermans een van de beste toneelregisseurs van Nederland is. Wat ging er mis? Zijn de subsidie-adviseurs nou zo stom of heeft het gezelschap het aan zichzelf te wijten?

De Theatercompagnie lijkt het meest prominente slachtoffer te worden van de wijziging in het subsidiesysteem voor de podiumkunsten. In de nieuwe, zogenaamde Basisinfrastructuur komen er acht door Nederland verspreide stadstheatergezelschappen die naast het maken van toneel allerlei functies krijgen toegewezen, zoals verantwoordelijkheid voor doorstroming, interculturaliteit en educatie, en ze moeten een groot publiek bereiken. In Amsterdam wordt die functie vervuld door Toneelgroep Amsterdam.

Vanaf het begin heeft de Theatercompagnie gesteld dat Amsterdam een tweede stadsgezelschap nodig heeft en de groep zette sterk in op het vervullen van die functie. Maar daarmee heeft het gezelschap de flexibiliteit van het nieuwe bestel zwaar overschat. Het aantal van acht groepen werd op het ministerie van OCW en in de theatersector zelf al aan de hoge kant bevonden, en er is nooit enige sprake van geweest dat een extra positie in Amsterdam tot de mogelijkheden behoorde. Bovendien bleef de groep zich vastklampen aan de term ‘stadsgezelschap’, een vaag, door bureaucraten verzonnen begrip waaronder Boermans iets anders verstond dan de beleidstijgers.

Met het overvolle beleidsplan –met daarin plannen voor meer allochtonen (samenwerking met MC), internationalisering, doorstroming van jonge makers, talentontikkeling, etc.– en de vraag om een flinke subsidieverhoging zette de groep de subsidiënten voor het blok. Dat was een strategische vergissing: zowel de Amsterdamse Kunstraad, als het ministerie van OCW, als het nieuwe Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFPK) hebben veel minder geld te besteden dan de vele theatergroepen bij elkaar kunnen schrijven en de Theatercompagnie kon met beleidsmatige argumenten worden afgewezen, terwijl de artistieke prestaties werden geprezen.

De Appel en het Onafhankelijk Toneel in respectievelijk Den Haag en Rotterdam stelden zich realistischer op en krijgen wél ondersteuning van zowel gemeente als NFPK. Om de huidige patstelling te doorbreken, is nu bescheidenheid nodig bij de Theatercompagnie en creativiteit bij de gemeente Amsterdam en het NFPK. Boermans is een van de grote regisseurs van Nederland en hij verdient een eigen groep en een goed acteursensemble om zijn voorstellingen te maken.

Maar de Theatercompagnie moet zich concentreren op wat ze goed kan: voorstellingen maken in de Stadsschouwburg en het Compagnietheater en acteurs opleiden. Carice van Houten, Jacob Derwig en Halina Reijn zien Boermans als hun ‘toneelvader’. Zij verdienen even goede opvolgers. Amsterdam zou zijn best moeten doen om Boermans niet verder in verlegenheid te brengen. We konden hem nog wel eens hard nodig hebben tegen de tijd dat Ivo van Hove Toneelgroep Amsterdam verlaat.

Recensie: ‘De Eenzame Weg’ van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 18 mei 2008 om 17:00 uur
tags: , , , ,

De Oostenrijkse toneelschrijver Arthur Schnitzler lijkt aan een revival bezig. Vorig jaar speelde De Theatercompagnie al Het Wijde Land, en de afgelopen seizoen speelde toneelgroep ’t Barre Land zowel Anatol als Gustl & Else. De Eenzame Weg, nu te zien in het Compagnietheater, werd vorig jaar nog uitgevoerd in een gedecontrueerde versie door de Vlaamse groep Stan.

Schnitzler lijkt zo’n beetje de plek van Ibsen te hebben ingenomen in het theaterlandschap. Beide schrijvers gaan diep in op de psychologie van hun personages, maar bij Ibsen gaat het vaak om rebellie tegen de morele orde, terwijl er bij Schnitzler juist geen enke moreel houvast meer is.

In Het Wijde Land verzamelt de stervende Gabriele Wegrath (een kleine maar mooie rol voor Anneke Blok) haar familie en vrienden om zich heen; haar man, de professor; een zoon in het leger (een opvallend goede Benja Bruijning); een zoekende jonge dochter (Katja Herbers); een vrijgezelle oudere schrijver. Na haar dood blijkt de erfenis een groot geheim te bevatten: haar zoon is verwekt door een ander, de vrijgevochten kunstenaar Julian, die –nu hij ouder begint te worden- de eenzaamheid wil bestrijden door een band met zijn kind op te bouwen. Julian wordt prachtige neergezet door Jappe Claes, waardig maar onderkoeld wanhopig.

Regisseur Theu Boermans zag in Het Wijde Land een metafoor voor de baby-boomgeneratie die altijd voor zichzelf heeft gekozen en die met de dood voor ogen zoeken naar een uitweg uit de eenzaamheid. “En wat als ze zelfmoord had gepleegd?” vraagt de zoon aan Julian, nadat die verteld heeft hoe hij Gabriele verliet. “Ik denk dat ik op dat moment geloofde dat ik het waard was”, is Julian’s antwoord, het centrale egoïsme van zijn generatie op z’n hardst verwoordend.

De zaal wordt door een zwarte, golvende skatebaan overdwars doormidden gedeeld, met het publiek aan weerskanten. Op deze lange speelvloer wordt, vooral in de tweede helft, de extreme afstand tussen de acteurs ten volle benut. De muziek bestaat (volgens het nieuwe Ivo van Hove-principe: één artiest per voorstelling) uit liedjes van Bob Dylan.

De voorstelling is sober en –zoals we van Boermans zijn gaan verwachten- kraakhelder en uitstekend gespeeld, maar mist ook urgentie. De sfeer blijft de drie uur durende avond vooral berustend. Katja Herbers speelt een mooie rol en haar lot wordt begeleid door een spectaculair effect, maar in Boermans’ interpretatie hangt haar personage er maar een beetje bij.

De voorstelling werkt vooral als interessante aanvulling op De Wilde Eend, van Ibsen, eerder dit seizoen bij de Theatercompagnie. Daar was de waarheid over een onecht kind genoeg om een gezin in het onheil te storten. Hier kan die waarheid overwonnen worden.

De Eenzame Weg van De Theatercompagnie. Gezien 16/5/08 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 7/6. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Recensie: ‘De Wilde Eend’ door De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 20 januari 2008 om 19:19 uur
tags: , , ,

Regisseur Maaike van Langen maakte de laatste jaren vooral voorstellingen naar stukken van jonge schrijvers, maar beet zich nu weer eens vast in een klassieker: De Wilde Eend (1894) van Ibsen. Zoals alle stukken van Ibsen is dat een burgerlijk familiedrama, maar van Langen –vanaf 2009 overigens vaste regisseur bij Theu Boermans’ Theatercompagnie- brengt de ideeën erachter naar de voorgrond.

Een rijke jongeman, Gregers Werle (stijlvast gespeeld door Mike Reus), keert na lange tijd terug in zijn geboortestad en ontdekt dat zijn jeugdvriend Ekdal (een sympathieke Jasper Boeke) met hulp van Werle’s vader een eigen zaak en een gezin gesticht heeft. De aanvankelijk vriendelijke en geïnteresseerde Werle is een idealist en vindt dat Ekdal het geheim moet weten dat achter zijn huwelijksgeluk ligt. Met “idealen” bedoelt Werle maar één ding: de waarheid. En juist daarmee stort zijn vriend in het ongeluk.

De speelstijl is consequent licht overdreven en daardoor wordt het drama bijna een Brechtiaans leerstuk. Dat is de kracht van de regie van Maaike van Langen, die daarmee de belangrijkste valkuil voor moderne psychologische Ibsen-opvoeringen omzeilt: de redenen waarom de personages dingen doen zijn ouderwets en ongeloofwaardig. Iemand zal het nu geen schande vinden als zijn partner voor hem of haar een ander had, en een man zal nu niet zo snel een kind verstoten als er enige twijfel is over zijn vaderschap. Door van de personages typetjes te maken -Werle een stijve ambtenaar, mevrouw Ekdal een moederende huisvrouw- krijgt de voorstelling een heldere symboliek.

De belangrijkste tegenstelling wordt gepersonifieerd door de idealist Werle aan de ene kant en huisvriend dokter Relling, een pragmaticus, aan de andere. Als engeltje en duiveltje op Ekdal’s schouders geven ze tegengestelde adviezen. De dokter is een onaangename cynicus, die een levensleugen noodzakelijk noemt voor geluk, maar hij krijgt daarin wel gelijk.

Ekdal’s dochter heeft een kreupele wilde eend op zolder, waar ook opa (een mooie, maar licht detonerende bijrol van John Leddy) zich veilig kan wanen in een droomwereld, waarin hij zijn vroegere jachtavonturen kan naspelen met oude kerstbomen, kippen en konijnen. Zij symboliseren de vrijheid die het leven met een leugen ook kan bieden.

Maar die rationalisering is ook de zwakte van de voorstelling: Ibsen laat zich niet zomaar ontpsychologiseren. Ook Werle heeft een psychologisch motief -de dood van zijn moeder en de haat jegens zijn vader- maar door hem als abstracte levensopvatting neer te zetten worden zijn handelingen in de loop van het stuk absurd en ongeloofwaardig. Daarom overtuigt deze Wilde eend niet, ondanks het prima spel in alle rollen.

De Wilde Eend van Henrik Ibsen door De Theatercompagnie. Regie: Maaike van Langen. Gezien 19/1/08 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 9/2, tournee t/m 28/3. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Recensie: ‘Het Wijde Land’ door De Theatercompagnie

Tijdens Het Wijde Land moest ik onwillekeurig denken aan Closer van Patrick Marber. Dit populaire stuk, dit seizoen nog gespeeld door Het Nationale Toneel en een paar jaar geleden verfilmd, heeft grofweg hetzelfde thema -huwelijksmoraal, ontrouw en eerlijkheid- en de openhartigheid van de personages is net zo bijtend en pijnlijk. Maar Arthur Schnitzler’s stuk dateert uit 1911, en toch is het minstens zo modern en relevant.

Die ontdekking is geheel de verdienste van regisseur Theu Boermans die opnieuw een heldere regie aflevert in een voorstelling die verder kampt met de nodige onvolkomenheden.

De zelfmoord van een jonge pianist zet het huwelijk van gloeilampenfabrikant Frederik Hofreiter (Mark Rietman) en zijn vrouw Genia (Anneke Blok) op scherp. Heeft hij zich van kant gemaakt omdat Genia hem afgewezen heeft, omdat ze trouw wil zijn aan haar man? Dat vindt Hofreiter onbegrijpelijk: “Dat jouw deugdzaamheid een mens de dood in heeft gedreven, dat vind ik gewoon akelig.” Bovendien: als zij een minnaar heeft, geeft hem dat meer ruimte voor zijn eigen avontuurtjes.

Rondom de twee hoofpersonen schetst Boermans met de talloze personages uit het stuk een rijk, burgerlijk milieu met open relaties, waarin eerlijkheid belangrijker is dan trouw en mensen hun tijd verdoen met tennis, bergbeklimmen, zweverige mystiek en patserige auto’s. Het zijn vrije en individualistische mensen, losgebroken uit hun sociale en morele ketens.

In die zin is Het Wijde Land een vervolg op Don Carlos die Boermans vorig seizoen maakte. Daarin toonde hij de last van het individu onder een loodzware moraal. In Het Wijde Land wordt de moraal geheel afgewezen en zijn de personages allemaal op zoek naar zelfontplooiing. Hofreiter en zijn vrouw zijn de enigen die nog tot gevoel in staat zijn, maar ze weten niet hoe ze met de gevolgen moeten omgaan. Ze gebruiken in hun gesprekken nog de melodramatische formules van de burgerlijkheid, maar de manier van praten is licht; soms vlak, soms vol ironie en spot.

Die toon is de kracht, maar ook de zwakte van deze voorstelling. Vooral in de eerste helft is het een parade van feestjes, sociale gebeurtenissen en ontmoetingen. Maar liefst achttien acteurs staan op het podium, sommigen van wie erg goed zijn (speciaal Jappe Claes en Leny Breederveld), maar ze spelen slechts in een paar scènes en hebben weinig te doen.

Helaas werd de première geplaagd door gebrek aan spanning en veel tekstfouten, wat de toch al drieëneenhalf uur durende voorstelling een lange zit maakte. Het pakt vooral problematisch uit voor hoofdrolspelers Rietman en Blok. De voorstelling zal gedurende de tournee nog wel scherper worden, maar vooralsnog wordt hun tragiek maar niet voelbaar.

Het Wijde Land door De Theatercompagnie. Gezien 23/2/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog op 18 en 19/3, tournee t/m 26/4. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Recensie: Het koude kind door De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:19 uur
tags: , ,

Het introduceren van nieuw Duitstalig toneelrepertoire is altijd een van de hoekstenen geweest van Theu Boermans’ gezelschap De Theatercompagnie (vroeger De Trust). Na Werner Schwab en Franz Xaver Kroetz is Marius von Mayenburg een nieuwe schrijver die de aandacht van het Nederlandse publiek verdient. Von Mayenburg (1972) is een van de meer succesvolle Duitse schrijvers van de jongste generatie. Eerder speelde de Theatercompagnie Brandkoorts, nu zijn nieuwste stuk Het Koude Kind.

De plot, met veel verwikkelingen rond een romantische ontmoeting, een huwelijk en een begrafenis doet niet terzake, het gaat om de vele personages. Er is een vader die zijn kinderen zo haat dat hij voor hij sterft zijn geld wil opmaken tijdens een wereldreis langs exotisch klinkende oorden. Er is een onhandige exhibitionist die met zijn broek op zijn enkels in een damestoilet wordt verleid door een jong meisje dat haar slettebakkerigheid verbergt achter een lieve glimlach en roze strikken. Er is een moeder die geen zin heeft om te zorgen voor haar baby en ziek wordt van haar overbezorgde man en haar Campari-jus leeggooit in de kinderwagen.

Het is van een diepzwarte treurigheid, deze troep hyperindividualistische kinderen, allemaal op zoek naar liefde en aandacht, maar te egocentrisch om iets terug te kunnen geven. Als er al eens sprake is van toenadering tussen twee personages, maken hun wreedheid en hun neuroses dat al snel weer kapot. Af en toe gaat een monoloog ineens over in een horrorvisioen over een verkrachting langs de snelweg of verdrinken in de zee. Maar de horror wordt dragelijk gemaakt door zwarte humor en harde grappen.

De enscenering van de tekst is in het begin wat vlak. Het gladde, minimale decor en de speelstijl houden de personages op afstand. Maar na het wat stroeve begin komt de voorstelling op gang als het verhaal van de vrienden en familie boosaardiger en absurder wordt. De acht piepjonge acteurs, net afgestudeerd van of nog studerend aan diverse toneelscholen, beheersen het snelle, absurde cynisme van de tekst goed.

Aan het eind, als bloed, as, taart, kots en champagne over het toneel zijn gevloeid blijken in de mistroostige wereld van Von Mayenburg toch een paar lichtpuntjes te ontdekken. De exhibitionist en het sletje lijken echt van elkaar te houden. Daarmee geeft deze interessante schrijver blijk van een prettig soort moralisme.

Het koude kind van Marius von Mayenburg door De Theatercompagnie. Regie: Maaike van Langen
Gezien: 16/5/06 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 1/6. Meer info op: www.theatercompagnie.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity