Recensie: ‘The Marx Sisters’ van Stan en De Koe

Parool,recensies — simber op 31 oktober 2014 om 10:39 uur
tags: , , , , ,

“De besluitvaardigheid mo?et eerst worden gespeeld en dan pas worden gemeend. Het mo?et eerst worden gelogen.”

Het werk van Willem de Wolf bestaat eigenlijk uitsluitend uit omtrekkende bewegingen. Je ziet hoe hij onderwerp nadert, steeds relativerend, zijpaden inslaand, voorbehoud inbouwend. Dat duurt soms een voorstelling lang, en aan het eind blijkt dat alles toch gezegd is.

The Marx Sisters dat hij maakte de twee Vlaamse groepen Stan en De Koe heeft als uitgangspunt de twee dochters van Karl Marx, Tussy en Laura. Na een jeugd vol armoede, ideologie en verbanningen heeft de oudste zich teruggetrokken in Parijs en is de jongste actief in de socialistische beweging in Londen. Een beslissing over het publiceren van de brieven van hun ouders dwingt hen elkaar op te zoeken.

Deze anekdote voeren de drie spelers, naast De Wolf de twee prachtige actrices Natali Broods en Sara de Roo, gefragmenteerd op, met een lange aanloop en veel afleidingsmanoeuvres over hun persoonlijke verhouding met Marx en het project, het vertellen van filmische scènes en pogingen om de psychologische verhouding tussen de zussen te pakken te krijgen. Ondertussen bedient Bram de Vreese op het toneel het licht door aan lange snoeren hangende stekkers in stopcontacten te steken.

Maar ook die anekdote is uiteindelijk een omtrekkende beweging voor waar het de makers echt om gaat: de moeizame verhouding tussen idealen en hu grootste vijand – het dagelijks leven. Op een paar punten in de voorstelling worden, terloops bijna, krachtige en waardevolle dingen gezegd over durf, autonomie en verzet. The Marx Sisters is tegelijk complex en transparant. Het wordt gespeeld en het wordt gemeend. Besluitvaardig zijn de makers misschien niet, maar standvastig zijn ze wel.

The Marx Sisters van Stan en De Koe. Gezien 21/10/14 in De Brakke Grond. Aldaar t/m 31/10. Meer info op www.brakkegrond.nl

Interview Lineke Rijxman en Willem de Wolf over ‘Vermogen’

interviews,Parool — simber op 29 november 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

In 2009 maakten Lineke Rijxman en Willem de Wolf het weergaloze Hannah en Martin, een even speelse als intelligente voorstelling over de filosofen Arendt en Heidegger. Vier jaar later werken ze samen aan een nieuwe voorstelling, Vermogen, waarin de filosofische laag verscholen ligt achter een spannende thriller.

Een ruzieënd stel zit in een luxe auto. Ze zijn op weg van Kroatië naar Nederland, maar ze staan nu in de langste file aller tijden. Bovendien lekt er iets uit de bolide tot een plasje bij het achterwiel. Hij (De Wolf) en zij (Rijxman) kibbelen over vrij alledaagse zaken, maar het is duidelijk dat daarachter een diepe ideologische kloof tussen beiden ligt.

“We zitten nu in het stadium waarin we moeilijk kunnen formuleren wat het gaat worden”, zegt Rijxman. Na de eerste doorloop spelen ze nu een paar losse scènes en de merkbare onzekerheid wordt verhuld door uitgebreide beschrijvingen van hoe het decor gaat worden. “De eerste doorloop is de hél, of je nu bij een gezelschap als Toneelgroep Amsterdam werkt of bij de Mug.”

Vermogen ontstond uit gesprekken over wat Rijxman ‘de verheviging van de wereld’ noemt: “Het is moeilijk om scherp in beeld te krijgen, maar wij hebben allebei het gevoel dat er veel aan de hand is – ja, er is altijd veel aan de hand, maar het voelt nu héviger; als je kijkt naar de economie, het klimaat, mensenrechten, de uitholling van de verzorgingsstaat…” “Het gaat om het modewoord ‘transitie’”, vult De Wolf aan. “De wereld verandert en langzaam, bijna zonder dat je het merkt, verander je mee. Ook in ons werk. Dat je als je nu ergens voor twintig man publiek staat te spelen denkt: o jee, de belastingbetaler. Twintig jaar geleden dacht ik dat écht niet.” Rijxman: “Omdat je onderdeel bent van die omslag moet je extra goed proberen te kijken.”

Net als in Hannah en Martin creëerden Rijxman en De Wolf twee personages die in de verte in het verlengde liggen van henzelf. De Wolf: “Hij is de verpersoonlijking van rondgeworden links. Dat er iets met hemzelf aan de hand zou kunnen zijn, is eigenlijk al verraad aan de ideologie. Dus hij is inert en verwerpt de transitie.” Rijxman: “Terwijl zij iets gaat dóen. Ze blijft humaniteit, redelijkheid, empathie mooie waarden vinden, maar vindt het tijd voor andere manieren van nadenken en beslissingen nemen. Maar misschien wordt ze daardoor wel een slecht mens.”

In veel van wat ze lezen, over het economische systeem of over klimaatverandering, zit een apocalyptische ondertoon. “Ik las een artikel van Joris Luyendijk”, zegt Rijxman, “Waarin hij vertelt dat er in de Londense City nu een bubbel wordt opgeblazen die z’n weerga niet kent. Dat soort dreiging maakt dat je verlamt, vaak heel fysiek. Wij willen een personage creëren die uit die verlamming stapt, en daarmee uit de wereld en de morele waarden zoals we die nu kennen.”

De Wolf: “Wat ik interessant vind aan Lineke’s personage is de taal. Haar teksten hoor je niet zo vaak in het theater. Ik zie de laatste tijd veel voorstellingen waarin op het toneel hetzelfde links-humane wereldbeeld wordt getoond, waarmee het publiek zich identificeert. Het wordt een ideologische cocon, het publiek applaudiseert voor zichzelf.” Of ze met deze voorstelling uit die cocon kunnen breken is voorlopig de vraag. “Misschien gaat het niet ver genoeg”, zegt Rijxman.

In tegenstelling tot Hannah en Martin is Vermogen geen stijlenwaaier, maar een strakke thriller, met wederzijdse geheimen die onthuld worden en een misdrijf. Rijxman: “Het is een road-movie die zich afspeelt tijdens twee autoritten van Kroatië naar Nederland, de eerste in 2013, de tweede in 2023.” “Het is niet alleen een ideologische strijd; er is in de persoonlijke sfeer ook wel wat aan de hand”, vult De Wolf aan. “We breken ook juist níet door de vierde wand”, zegt Rijxman, “En dat is best eng, want dat hoort heel erg bij de Mug en hun publiek is daar erg mee vertrouwd. Maar door het publiek aan te spreken laat je als speler zien wat je er zelf van vindt, en in deze voorstelling laten we de toeschouwer meer alleen: de uitkomst van het verhaal is een dilemma en je moet zelf beslissen wat je ervan vindt.”

Voor De Wolf is die strakke vorm met een meer ingeleefde speelstijl nieuw. “Wij spreken meer over toneelspelen dan bij mijn eigen groep De Koe, wat ik zeer aangenaam en leerzaam vindt. Ik maak af en toe voorstellingen met Dood Paard en Discordia en Stan, en de laatste keer hadden we heftige discussies over de speelstijl. De stijl van die groepen –en ook van Kas & de Wolf, waar ik vandaan kom– was altijd ongelofelijk ideologisch onderbouwd. We gaan uit van het idee van Joseph Beuys: iedereen is kunstenaar. Wat je zelf meeneemt op het toneel is al voldoende. Maar ik voel daar een zekere luiheid in komen, omdat we het niet meer ter discussie stellen. Is die stijl nog wel houdbaar? Hoe houden we het scherp?”

Vermogen van Mugmetdegoudentand en De Koe gaat op 7/11 in première in Haarlem. 10 t/m 15/12 in Bellevue. www.mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Krenz, de gedoodverfde opvolger’ van Willem de Wolf, De Koe

Parool,recensies — simber op 17 november 2011 om 02:10 uur
tags: , , ,

“Plaatsvervanger, troonopvolger en veelbelovende zoon.” Zo werd Egon Krenz in 1972 aan het Oostduitse volk voorgesteld. Zeventien jaar lang was hij de tweede man achter partijleider Erich Honecker. Krenz was het moderne gezicht van het Duitse communisme, maar tegelijk moest hij ideologisch zuiver zijn en vooral zich kwijten van zijn taken als tweede man: “stil te blijven zich ter beschikking te houden  en – en dat vooral – onbesproken te blijven.”

Toneelspeler en schrijver Willem de Wolf is zijn hele leven lang al gefascineerd door tweede mannen, al sinds zijn communistische jeugd in Groningen. Als toneelspeler is hij ook altijd aangever, eerst lange tijd voor Ton Kas in het in kleine kring zeer legendarische duo Kas & De Wolf, later voor anderen, zoals voor Lineke Rijxman in het weergaloze Hannah & Martin een paar jaar geleden.

In een door subsidieperikelen gedwongen onderbreking van zijn toneelcarrière voltooide hij de afgelopen jaren zijn studie Duits met een steengoede toneelmonoloog over Krenz, die hij nu, terugvertaald in het Nederlands, als solo opvoert.

In het eerste deel vertelt De Wolf aan de hand van drie geprojecteerde zwartwitfoto’s het verhaal van zijn eigen rode jeugd, waarin de totale ommekeer van de revolutie hand in hand ging met trouw aan zijn door een vernederend jeugdvoorval getekende vader. Het tweede deel gaat over de nadagen van Krenz, die uiteindelijk de macht kreeg op 18 oktober 1989, maar al na anderhalve maand zelf het veld moest ruimen en na de vereniging van Duitsland in de gevangenis kwam.

Het is een lastige tekst, vol herhalingen, zelf verzonnen woorden en uitwijdingen, maar daardoor ook heel geestig en met voldoende uitleg voor wie niet bekend is met de nadagen van de DDR. Hilarisch is het verhaal over intriges in het dorp Wandlitz, waar de hele DDR-top naast elkaar in identieke bungalows woonde, waarbij geheime ontmoetingen via de achtertuinen moeten worden geregeld, zodat Honecker uit zijn raam niet de samenzwering tegen hem zou kunnen zien.

Maar de charme van de voorstelling zit toch vooral in de speler die De Wolf geworden is. Nog steeds geen leading man, zoekt hij de hele voorstelling, met naast zich op toneel technicus en muzikant Pol Geusens naar een vaste rol: soms zie je z’n vader, dan weer een rechter die een vonnis voorleest, dan een geestige Krenz-imitatie op video, later weer een communistische partijspeech. Maar juist het zoeken geeft de voorstelling z’n geloofwaardigheid.

In zijn kritiek op de huidige samenleving schetst De Wolf impliciet een wereld die uit ‘tweede mannen’ bestaat. Want Krenz is geen afrekening met de socialistische idealen, integendeel. Zijn strijdbare conclusie maakt hem uiteindelijk toch een kopman, en dit een van de belangwekkendste voorstellingen van het seizoen.

Krenz, de gedoodverfde opvolger van Willem de Wolf, De Koe. Gezien 16/11/11 in de Toneelschuur. Te zien in Amsterdam (Frascati) 22-26/11. Meer info op www.dekoe.be
Koop de tekst bij De Nieuwe Toneelbibliotheek

De Aangever: interview met Willem de Wolf

interviews,Theatermaker — simber op 14 november 2009 om 19:24 uur
tags:

Tijdens het jaarlijkse toneelprijzengala afgelopen september was hij de meest bedankte man van de avond, geprezen door zowel Louis d’Or-winnaar Bert Luppes als Theo d’Or-winnares Lineke Rijxman. Eerder op de avond won zijn oude maat Ton Kas de Mimeprijs. Zo’n rol –aanwezig, maar net buiten het voetlicht- lijkt kenmerkend voor theatermaker Willem de Wolf. “Ik heb sterk de behoefte aan iemand die de knopen doorhakt

Het afgelopen seizoen speelde Willem de Wolf in drie van meest geprezen voorstellingen die te zien waren. Als aanstichter van We hebben een/het boek (niet) gelezen, een voorstelling in ontwikkeling van de informele acteursgroep van De Wolf met Peter van den Eede, Damiaan Deschrijver, Matthias de Koning, Gillis Biesheuvel en Sara de Roo. Als acteur bij het Onafhankelijk Toneel waar hij meespeelde in De Geit of Wie is Sylvia?, met Luppes als medespeler. Tenslotte samen met Lineke Rijxman als spelende maker van Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand. En dan is hij ook nog de schrijver van Bazel, dat in de uitvoering van Dood Paard in kunstgaleries door het land speelde.

Je lijkt ineens overal aanwezig, na een periode relatieve stilte. Wat is er gebeurd na het intrekken van de subsidie voor Kas & De Wolf in 2005?

“Dat negatieve advies van de Raad voor Cultuur heeft er stevig ingehakt. Niet alleen krijg je geen geld meer, maar in een klap wordt ook de continue ontwikkeling van je thematiek je ontnomen. Hoe leuk prijzen en commissies en jury’s ook zijn, er is maar één beoordeling die er echt toe doet en dat is je vierjarige subsidieaanvraag. Kas & De Wolf heeft uiteindelijk één periode in het Kunstenplan gezeten. In die vier jaar waren we drie keer genomineerd voor de mimeprijs, en na afloop werden we er meteen uitgegooid.”

Continue reading “De Aangever: interview met Willem de Wolf” »

Recensie: ‘De Geit ­of Wie is Sylvia?’ van het Onafhankelijk Toneel (TF)

Parool,recensies — simber op 7 september 2009 om 11:20 uur
tags: , , , , ,

Een man, een vrouw, een zoon, een vriend en een geit. Architect Martin, gespeeld door Bert Luppes, is vijftig, heeft een droomopdracht gekregen voor een ‘stad van de toekomst’, wint de Pritzkerprijs en zijn relatie met zijn vrouw Stevie is ook nog steeds fantastisch. Zijn succes en welvaart liggen er dik bovenop, maar het is noodzakelijk om de schok des te heftiger te maken: Martin gaat vreemd met een geit.

De Geit ­of Wie is Sylvia? uit 2002 is een laat stuk van Edward Albee, voornamelijk bekend van Wie is er bang voor Virginia Woolf? (gisteren nog verkozen tot het op-één-na-beste toneelstuk aller tijden) waarin hij opnieuw de relaties tussen weldenkende mensen fileert. De voorstelling van het OT uit Rotterdam werd geselecteerd als seizoenshoogtepunt voor het Nederlands Theaterfestival. Maar ondanks mooie acteerprestaties lijkt het alsof het gezelschap de kern gemist heeft.

In drie scènes schroeft Albee het ongemak steeds strakker aan. Eerst de bekentenis aan Martin’s vriend, de hypocriete Ross –een mooi villeine rol van Willem de Wolf- dan de vlammende confrontatie tussen Martin en Stevie en ten slotte een gesprek tussen vader en zoon, die kort te voren uit de kast is gekomen.

Vooral die tweede scène is erg goed; want hoe kun je überhaupt met je partner praten over seks met en verliefdheid op een dier? In het zicht van die afgrond houden Martin en Stevie zich vast aan sarcasme en taalspelletjes. “Naar bed gaan? Naar het hooi zul je bedoelen!”, zegt Stevie, een iets te eendimensionale rol van Ria Eimers.

Het is jammer dat het OT koos voor een gestileerd decor –een abstract huisje en een diagonale rij tafels met servies dat door Eimers met beredeneerde woede kapot wordt gegooid. Een taboe dat zo onvoorstelbaar is heeft een realistischer bedding nodig.

Luppes’ Martin wankelt tussen wanhoop en gelukzaligheid. Het is een knappe acteerprestatie, genomineerd voor een Louis d’Or, maar op een vreemde manier leidt dat af van waar het werkelijk om gaat. De makers lijken de verliefdheid van een man op een geit geloofwaardig te willen maken. Maar die geit is natuurlijk een truc van Albee om het over iets anders te hebben: De Geit gaat niet over bestialiteit, maar over liefde, met de irrationaliteit die daarbij hoort en de onschuld die Martin zoekt.

Op de eerste uitvoering van de reprise liep het nog niet helemaal vlekkeloos, wellicht staat op het Theaterfestival een scherpere, pijnlijker voorstelling, die meer is dan zedenkomedie met een absurde premisse.

De Geit ­of Wie is Sylvia? van het Onafhankelijk Toneel. Gezien 27/8/09 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Nederlands Theaterfestival) 8 en 9/9. Meer info op www.tf.nl

Recensie: ‘Hannah en Martin’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 24 mei 2009 om 14:11 uur
tags: , , ,

Drie jaar geleden speelden Willem de Wolf en Lineke Rijxman twee jonge kinderen in Quality Time van Mugmetdegoudentand. Rijxman won er een Colombina mee en trad toe tot de artistieke leiding van het gezelschap. Nu maken de twee samen een voorstelling over de kortstondige liefdesaffaire tussen filosoof Martin Heidegger en politiek denker Hannah Arendt.

Ze zochten wat toch hun  wederzijdse aantrekkingskracht kan zijn geweest. De Wolf meer vanuit het perspectief van Heidegger -die met Sein und Zeit een van de meest ondoorgrondelijke werken uit de filosofie schreef en die de nazi’s steunde-, Rijxman met de blik van Arendt – de joodse theoretica die naar Amerika moest vluchten en die tijdens het Eichmann-proces in de jaren ’60 de banaliteit van het kwaad formuleerde.

Maar ze krijgen hun vinger er niet achter. Of ze nou de orerende Professor Wolf met Rijxman als adorerende 18-jarige studente spelen, of Rijxman met kunstgebit, pruik en sigaret een karikaturale Arend neerzet, of dat ze samen op televisie naturalistisch en ingeleefde Hannah en Martin spelen, of dat ze heel kritisch en persoonlijk hun wederzijdse bedoelingen met dit project ter discussie stellen, ze krijgen die liefde maar niet te pakken.

In een decor van houten kisten waarin aardewerken poppetjes blijken te liggen in stro spelen De Wolf en Rijxman een spannend, meerlagig spel met identiteit, filosofie en acteerstijlen. Niet alleen vereenzelvigen ze zich persoonlijk met Heidegger en Arendt, ze volgen elk ook hun denksystemen, en ze doen dat bovendien ieder in hun eigen stijl van theater maken, De Wolf als ironische speler en serieuze schrijver, Rijxman met haar fenomenale acteursfantasie. Die combinatie van confrontaties leidt via (vaak komische) omwegen toch weer tot inzicht.

Voor Ahrendt is nadenken een gesprek, een verdieping in andermans standpunten, niet empatisch, maar rationeel. Heidegger ziet nadenken middel om tot hogere waarheid en inzicht te komen. Maar Rijxman toont haarscherp aan dat als die waarheid en dat inzicht te ingewikkeld zijn het nadenken doel op zich wordt en dus een pose. “Het voelt wel als werkelijk nadenken”, antwoord De Wolf als hij in antwoord daarop zijn ‘denkende’ houding heeft aangenomen.

De voorstelling eindigt met een anti-democratische tirade van de Wolf, en een apocalyptisch visioen van Rijxman. Dit zijn twee theatermakers die er niet uit zijn gekomen, maar ze weten daarvan weergaloos, intelligent en soms beklemmend theater te maken.

Na About Beckett van Discordia en Villa Europa van De Warme Winkel (over Stefan Zweig) is dit de derde semi-biografische voorstelling dit seizoen waarbij het uiteindelijk meer draait om de zoektocht van de makers. Alledrie scheren ze zo net langs hun onderwerp, maar juist daardoor krijgt de toeschouwer een scherp beeld.

Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand. Gezien 23/5/09 in de Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 30/5. Volgend seizoen tournee. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Bazel’ door Dood Paard

Parool,recensies — simber op 23 januari 2008 om 03:08 uur
tags: , , , , ,

Eigenlijk lijken ze een beetje op elkaar, Gillis Biesheuvel en Gerardjan Rijnders. Allebei geprononceerde gezichten met strenge design-brillen. En allebei een beetje onhandige acteurs. Maar juist daardoor intrigerend. Ze staan nu samen in Bazel, de nieuwe voorstelling van Dood Paard.

Bazel is een ijzersterke tekst van Willem de Wolf, die na de subsidiestop van zijn gezelschap Kas en de Wolf Duits ging studeren en deze tekst schreef, die eerst nog een tijd op de burelen van Toneelgroep Amsterdam lag voordat hij bij Dood Paard terecht kwam.

Het is een harde scheldmonoloog in de stijl van Thomas Bernhard, waarin een jongeman (Biesheuvel) zijn gal spuwt tegen een oudere vriend (Rijnders), een kunstverzamelaar die hem als loopjongen gebruikt. Ze waren in Bazel, op de belangrijke kunstbeurs (“5398 kunstwerken verdeelt over 267 stands in 4 gebouwen over 3 dagen”), en de verzamelaar pikt in een restaurant een arme zwarte keukenhulp op voor seks. De volgende dag moet de jongen zich om vijf uur melden.

Biesheuvel vertelt wat er gebeurde, wat hij, de verzamelaar en de zwarte jongen –die ze met gevoel voor ironie Allurie noemen- dachten en doet dat in scherpe, gedetailleerde observaties. Een klein verhaal wordt verteld, maar steeds met uitwijdingen, herhalingen en ellipsen. Een verhaal met een anti-climax bovendien, want die jongen komt niet opdagen. Gaandeweg blijkt het dan ook minder te gaan om de uitkomst, maar om het construeren, deconstrueren en reconstrueren van de drie mannen en hun relaties. Het decor bestaat –naast wat doeken, stoelen en lampen- vooral uit opname- en afspeelapparatuur.

Want net als de felrealistische foto’s van Japanse kinderen of Amerikaanse celebrities die de verzamelaar mooi vindt, zijn deze mannen steeds bezig met het zoeken van de juiste uitsnede van de werkelijkheid. Het mooie is dat het voor de acteurs op een vergelijkbare manier geldt. Biesheuvel is fel, spuwt zijn teksten uit, lijkt steeds boven zijn macht te spelen, maar weet iedere scheldkanonade toch weer te plaatsen. Rijnders is meer berustend en op zoek naar kwetsbaarheid. Juist hun gebrek aan virtuositeit of acteurstrucs geeft de tekst extra lading.

Bazel is de eerste van vier voorstellingen die Dood Paard de komende twee weken speelt in Frascati in het programma Stock à Deux. Ook de andere drie voorstellingen zijn duetten: Schuur –ook al zo’n goeie tekst, ditmaal van Rob de Graaf- tussen Dood Paard-acteurs Manja Topper en Oscar van Woensel; het vrolijk anarchistische Deconstructie van opnieuw Gillis Biesheuvel met Anouk Driessen van ’t Barre Land; en nog een nieuwe voorstelling, Mannetje met de lange lul van Kuno Bakker en Jorn Heijdenrijk van Discordia.

Net als andere groepen met een sterk collectieve manier van werken, zoals ’t Barre Land, zie je bij Dood Paard dat de acteurs na een aantal jaren minder met z’n allen voorstellingen maken en vaker als zelfstandige kunstenaars eigen projecten aangaan. Dat is jammer, want het gaat ten koste van de herkenbaarheid en identiteit en daarmee het bestaansrecht van de groep. Maar het voordeel is dat je als toeschouwer kunt zien hoe de individuele makers zich ontwikkelen. En bij een eigenzinnige toneelspeler als Biesheuvel is dat zeer de moeite waard.

Bazel van Willem de Wolf door Dood Paard. Gezien: 22/1/08 in Frascati. Aldaar t/m 24/1, tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘Wankel Evenwicht’ door Carver en het Onafhankelijk Toneel

Edward Albee is natuurlijk vooral bekend vanwege als schrijver van de klassieker Wie is er bang voor Virginia Woolf, maar schreef daarnaast nog enige tientallen andere toneelstukken. Wankel Evenwicht (uit 1966) heeft op het eerste gezicht veel met Virginia Woolf te maken. Opnieuw een uitgeblust huwelijk, opnieuw een dood kind en opnieuw drank, heel veel drank.

Het uitgebluste huwelijk is van Agnes en Tobias. Op een dag staan hun beste vrienden voor de deur om niet meer weg te gaan. En dat terwijl Agnes en Tobias het al zo druk hebben met Agnes’ alcoholische zus Claire en met hun dochter Julia die voor de vierde keer gescheiden is en daarom maar weer naar huis komt.

Het lijkt bijna de opzet van een klucht -het gestileerde huiskamerdecor biedt genoeg deuren- maar Albee laat zijn personages een bittere psychologische strijd uitvechten, steeds op het randje van het burgerlijke fatsoen. De vrienden komen ook niet zomaar: ze werden in hun huis bevangen door een onverklaarbare angst.

De twee bevriende theatergezelschappen Onafhankelijk Toneel en Carver maken er samen een mooie voorstelling van, die vooral het absurdisme in het stuk benadrukt en daardoor steeds blijft schuren. Het fijne acteurs-ensemble (met o.a. Beppie Melissen, Marlies Heuer en Joke Tjalsma) is bedreven in het opbouwen van onderhuidse spanning.

Vooral de heren vallen op: Paul R. Kooij laat je voortdurend twijfelen of er achter de lege blik van Tobias een oneindig diep gevoelen schuil gaat, of helemaal niets. De droge timing van Willem de Wolf is hilarisch, maar zijn personage is deerniswekkend. De vrolijk cynische manier waarop Joke Tjalsma de verlopen zus Claire speelt, vindt hetzelfde afgewogen evenwicht tussen humor en tragiek.

Maar het is vooral de angst van het bevriende echtpaar die blijft hangen, juist omdat hij niet verder wordt uitgelegd. In de opengwerkte slaapkamer zien we ze naast elkaar zitten op het juist opgemaakte bed in hun stijve, donkere kleren. Lijden zij aan de klassieke angst van de middenklasse om alles waarvoor je gewerkt hebt kwijt te raken, of zijn ze bang om ondanks hun huwelijk eenzaam te blijven?

Misschien wil deze voorstelling in al zijn onnadrukkelijkheid wel iets zeggen over het hedendaagse Nederland. Over de onbestemde maar niet te negeren angst voor het onbekende, het kinderachtige beroep op oude rechten, het cynisme van de commentatoren op de zijlijn. Maar ook louter als scherpe uitvoering van 20e-eeuws toneelrepertoire is Wankel Evenwicht een geslaagde voorstelling.

Theater Wankel Evenwicht door Carver en het Onafhankelijk Toneel. Gezien 5/1/07 in De Toneelschuur, Haarlem, in Amsterdam 28 t/m 31/3, tournee t/m 7/4. Meer info op www.theatergroepcarver.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity