Recensie: ‘The City’ van De Veenfabriek

De acteurs komen gehaast binnen, alsof ze te laat zijn. Ze kleden zich snel om, doen een paar poses, trekken weer andere kleren van de rekken die links en rechts staan achter een doorzichtig gordijn over de hele breedte van het podium. Achter dat gordijn ook nog een lange tafel volgeladen met speelgoed en een andere tafel vol met plastic bloemen en planten. En een clavecimbel en wat electronische instrumenten van muzikant Ton van der Meer

Martin Crimp is misschien wel de meest Europese van de huidige Engelse toneelschrijvers. Verwacht van hem geen realistische well made plays, maar hoekige stukken waarin de werkelijkheid ontspoort. Crimp zag bij toeval een youtube filmpje van de voorstelling naar zijn stuk Haar leven, haar doden die de muziektheatergroep De Veenfabriek een paar jaar geleden maakte in de V&D in Leiden en was daarvan zo onder de indruk dat hij regisseur Paul Koek vroeg om The City te spelen.

Na het wilde begin lijkt het even een bekend verhaal te worden. Man en vrouw (Reinout Bussemaker en Yonina Spijker) met een burgelijk bestaan vertellen elkaar hun dagelijkse belevenissen. Hij maakt zich zorgen over zijn werk, zij had een merkwaardige ontmoeting met een schrijver uit een ver land. Maar gaandeweg krijg je meer en meer aandacht voor twee andere spelers, dubbelgangers of misschien geesten van de eersten, min of meer hetzelfde gekleed, maar jonger, die zonder tekst de handelingen lijken te becommentariëren. Ze worden gespeeld door jonge mimers. De pianomuziek van Van der Meer wordt doorkruist door snerpende, onheilspellende klanken.

De voorstelling gaat te lang door op dezelfde grondtoon van vervreemding, en wordt dan ruw opengebroken door Anneke Blok die als onwelkome buurvrouw klaagt over de kinderen en een gruwelijke monoloog begint over de vernietiging van een stad in een verre oorlog. Ook zij heeft een dubbelgangster, die met ontbloot bovenlijf een grote cactus omhelst. De heftige uitbarsting staat haaks op de eerdere afstandelijkheid, maar als daarna de sfeer niet verandert snak je naar meer van haar inbreng.

Toch zuigt de voorstelling zich vast in je onderbewustzijn. Vooral door de mooie rol van Spijker; lijzig, maar met een onderhuidse manie. En door de muziek die helemaal aan het eind de ‘echte’ mensen en hun dubbelgangers op een prachtige manier bij elkaar brengt.

The City van De Veenfabriek. Gezien 25/2/10 in Leiden. In Amsterdam (Frascati) 12-16/3. Tournee t/m 3/5 Meer info op www.veenfabriek.nl

Recensie: Licht is de Machine van De Veenfabriek

Sinds een paar jaar werkt Paul Koek vanuit Leiden aan zijn avant-garde combinaties van locatie- en muziektheater. Nu is zijn gezelschap De Veenfabriek neergestreken in een reusachtige hangar op het voormalige marinevliegveld Valkenburg, waar hij het ambitieuze maar moeilijk te doorgronden project Licht is de Machine regisseerde.

Een enorm groen uitgelicht blok verdeelt de ruimte in tweeën. Erin is een lage smalle spleet uitgespaard, waardoorheen we een Katwijks zeegezicht zien. De voorstelling begint met het afbreken van het enorm brede schilderij, zodat we de enorme hal erachter zichtbaar wordt. Het is als een waarschuwing: u hoeft verder geen herkenbaarheid te verwachten.

Wat we wel zien is (onder heel veel meer) een vertederende dans van kleine koepeltentjes, acteur Joep van der Geest die op high-tech mechanische stelten het toneel over rent, een klein orkestje dat minimal music, big band, folky liedjes ondersteund door sirenes en chinese muziek speelt, een enorme carnavalswagen met een meeuwenkop en een verdwaalde postbode op een motorfiets.

Achterliggend thema is het utopische ideaal van de 18e eeuwse filosoof  Charles Fourier waarin arbeid niet langer dient om identiteit of geld te verkrijgen, maar om aan elkaar goed te doen. “Een mens die acht uur per dag vuilnis ophaalt wordt gereduceert tot een vuilnisman, maar iemand die uit vrije wil twee uur per week vuilnis ophaalt blijft een mens die helpt de rommel op te ruimen.”

Van daaruit worden uitstapjes gemaakt naar utopieën van de verschillende acteurs zelf: Van der Geest als profeet van de mens-machine, Reinout Bussemaker als filosoof van de passie, Lizzy Timmers die het leven als kinderspel wil beleven en Yonina Spijker die economische common sense zoekt. De voorstelling eindigt met een adembenemend mooi ballet van tientallen bewegende gloeilampjes, een mechanische utopie van onmenselijke schoonheid.

Koek bracht een groot aantal kunstenaars bijeen –componist Martijn Padding, vormgevers Theun Mosk en Joost Rekveld, dramaturg en schrijver Paul Slangen- maar de inhoudelijke basis is te smal om het verband te blijven zien tussen de verschillende onderdelen. Licht is de Machine is een voorstelling die je graag goed wílt vinden, vanwege de compromisloosheid en gigantische ideeënrijkdom van de makers, maar een die uiteindelijk stikt in z’n eigen overdaad.

Licht is de machine van De Veenfabriek. Gezien 15/11/08 op Vliegkamp Valkenburg bij Katwijk (ZH). Aldaar t/m 13/12. Meer info op www.veenfabriek.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity