Recensie: ‘Zwarte voeten’ van Rory de Groot

Parool,recensies — simber op 20 november 2014 om 10:00 uur
tags: , , ,

“Voetbal en theater zullen mijn ware universiteiten blijven”, schreef Camus ooit. De Franse filosoof was in Frans Algerije waar hij opgroeide een niet onverdienstelijk doelman, voordat hij TBC kreeg en schrijver werd.

Theatermaker Rory de Groot ziet in Camus zijn leermeester. Van z’n 11de tot z’n 21ste trainde De Groot ruim vijftien uur in de week voor zijn droom: profvoetballer worden. Hij had z’n carrière al helemaal uitgestippeld. En net op het moment dat het lijkt te lukken –hij debuteert bij Feyenoord en komt uit in het eerste– wil hij het niet meer. Hij gaat naar de Theaterschool.

Zwarte voeten is De Groots tweede voorstelling, na Hand in Hand, dat ging over hoe zijn voetbaldroom uiteenspatte. Zwarte voeten gaat over Camus – of vooral over zijn eigen verhouding met de filosoof van het absurdisme.

Maar het wordt een vrij monotone, beetje warrige voorstelling. Anders dan bijvoorbeeld Laura van Dolron (die ook in stand-up monologen filosofeert) weet hij wat hem aanspreekt in het denken van Camus niet helder weer te geven en blijft hij hangen in biografische weetjes. Onthullend is een scène waarin De Groot Camus zijn oeuvre laat plannen als een sportcarrière; juist die planmatige doelgerichtheid onderscheidt de sporter van de kunstenaar.

Het is jammer dat de voorstelling niet dieper snijdt, omdat De Groot een uiterst sympathieke speler is, die je als toeschouwer veel gunt. Aan het begin lijkt er even een mooie richting in geslagen te worden als De Groot hint naar de valkuil van een leven vol ambitie, discipline en competitiedrang. Juist Camus biedt troost bij het leven in middelmatigheid.

Zwarte voeten van Rory de Groot. Gezien 13/11/14 in het Compagnietheater. Tournee t/m 23/5/15. Meer info op www.rorydegroot.nl

Verslagje Dromen van Goud

Wat opvallend veel fitte mensen in het DeLaMar gisteravond. Onder de titel Dromen van goud brachten het theater en entertainmentbureau Xsaga op initiatief van oud-zwemmer Johan Kenkhuis een aardig ‘theaterprogramma voor sportliefhebbers’, dat effectief de harten sneller laat kloppen voor de aankomende Olympische Spelen in Londen, en dan vooral voor de Nederlandse atleten die meedoen.

Het past in een trend die al een paar jaar zichtbaar is: theaters spelen in op de maatschappelijke kalender om vermaak en diepgang te bieden tijdens collectieve belevenissen. De Stadsschouwburg organiseert op 5 december een Sinterklaasgala voor volwassenen, na Dodenherdenking is er Theater na de Dam, de ochtend na de presidenstverkiezingen een All American Breakfast in de Melkweg. En hoewel de sportwereld en de kunsten opvallend weinig verbindingen hebben, is zo’n Olympisch theaterprogramma natuurlijk een -ahum- gouden idee.

De sportliefhebbers worden op hun wenken bediend. Op de Chesterfield banken midden op het podium komen Pieter van den Hoogenband, Ellen van Langen en het halve dameshockeyteam van Minke Booij te zitten, die door Toine van Peperstraten vakkundig ondervraagd worden over wanneer ze begonnen te dromen over gouden medailles en hoe ze die dromen hebben waargemaakt.

Het levert aardige inzichten op over de hoeveelheid inspanning, concentratie en opoffering die achter iedere medaille schuilgaat. Wat de vlot pratende sporters vooral duidelijk maken is dat de prestatie nauwelijks meer over het lichaam gaat: dat is volledig onder controle, geoefend met coaches, gemonitord door artsen en gemasseerd door verzorgers. De geest is nu strijdperk en het is zaak om alles dat sporters op hun weg vinden, de zenuwen, de pijn en de angst om te zetten in perfect gefocuste motivatie. “Wat is pijn?” vraagt Van Langen retorisch, “Pijn is maar lichamelijk.”

Maar er zijn ook voldoende geestige anekdotes, over de kluis waarin Van Langen haar medailles bewaart, over de groepsprocessen in het hockyelftal en over Van den Hoogenband die tijdens de finale van de honderd meter vrij in Athene zijn vinger brak toen hij doelbewust de aantikplaat met gestrekte vingers in plaats van met z’n vlakke hand raakte; die paar centimeters bezorgden hem waarschijnlijk het goud.

Het theaterdeel eromheen was dan weer een beetje mager. Muzikant en videokunstenaar Mondo Leone (Leon Giesen) speelde aangename nummers, al was het verband tussen de Spelen en Muhammad Ali wel erg vergezocht. Sportjournalist Arthur van den Boogaard schreef passend mythische intermezzo’s over Prometheus die het vuur van de Olympus stal en over de geschiedenis van het Olympisch vuur en nazi-spelen van 1936. Hij is echter geen showman en lang bleef de avond een beetje mat.

Pas met het optreden van Peter Heerschop na de pauze, als ‘minister van enthousiasme en aanmoediging’, werd de avond méér dan een avond Holland Sport (het onvolprezen sportprogramma van Wilfried de Jong en Matthijs van Nieuwkerk) in het theater. Hij gaf een peptalk voor sporters en toeschouwers, waarin hij liet voelen dat passie voor sport van twee kanten moet komen en dat het klagerige Nederland uitstraalt op onze sportprestaties (en op het zomerweer). “Door prestaties in de sport maken we een ander land.” Na deze stichtelijke woorden werd de ‘gouden golf’ van 21 gouden medailles die ons aan het eind werd voorspeld met toekomstige Parool-voorpagina’s ineens een beetje voorstelbaar.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2024 Simber | powered by WordPress with Barecity