Stroomschema Cultuursubsidies

cultuurbeleid,Theatermaker — simber op 27 maart 2008 om 17:19 uur
tags: , , ,

Een nieuwe winter, een nieuw stroomschema. Dit keer over de nieuwe verdeling van de cultuursubsidies over rijk en superfonds. Verscheen in de TM van maart ’08

Subsidiefabriek

Recensie: ‘Baal’ van het Ro Theater

Parool,recensies — simber op 25 maart 2008 om 01:21 uur
tags: , , , ,

Er is veel te bewonderen in Baal, de nieuwe voorstelling van het Ro Theater: de radicale regie van Alize Zandwijk; de durf die spreekt uit de lelijkheid van de vormgeving; en er wordt werkelijk prachtig in gespeeld, met name door de Vlaamse actrice Fania Sorel die de (mannelijke) hoofdfiguur speelt. Maar wat levert het uiteindelijk een saaie, doordreinende voorstelling op.

Baal uit 1919 is een jeugdwerk van Bertolt Brecht, daterend van voordat hij zijn theorie over episch theater had ontwikkeld. In woeste poëzie schetst hij het leven van de dichter Baal, die de regels van de maatschappij aan zijn laars lapt: hij is kunstenaar, dus moet hij volledig vrij zijn. Vrouwen gebruikt hij en daarna dankt hij ze af. De laagste lusten van de mensen om hem heen gebruikt hij voor zijn kunst. Hij is een soort kruising van Karel Appel en John de Mol.

Zandwijk koos voor een groteske speelstijl in combinatie met verheven taal, clowneske humor en een decor vol met troep. Op het podium staan en liggen Chesterfield stoelen, strobalen en een constructie van een ladder en een hangende boomstam. Steeds valt er een effen gekleurd doek, om erachter een nieuw doek zichtbaar te maken. Totdat het tegen het eind het laatste doek valt en de grimetafeltjes van de acteurs te zien zijn, waarachter ze zich klaarmaken voor hun volgende dubbelrol.

Het hele acteursensemble is vol overgave aan het werk. Ze beginnen als bourgeois types die een voordracht van Baal “subliem” vinden, terwijl ze zelf te kakken worden gezet, maar gaandeweg maken ze zichzelf smeriger en lelijker, en wordt de voorstelling een hels carnaval. Hannah van Lunteren valt op in rollen van springerig meisje tot verlopen sloerie en Gijs Naber, die tot nu toe voornamelijk bekend is als komediant, laat zien dat hij ook serieuze rollen aan kan. Ook de andere acteurs geven blijk van een weldadig gebrek aan glamour.

Het probleem is dat je echter met geen van de personages kunt meevoelen. Dat zou nog niet zo erg zijn –Brecht zelf streefde tenslotte naar theater dat inzicht bood in plaats van medelijden- als de voorstelling meer dynamiek zou hebben. Alles heeft echter hetzelfde tempo en dat gaat al snel vervelen. Misschien ligt het aan de vertaling. De poëzie van Baal waar de voorstelling op drijft biedt geen enkel raakvlak met de moderne tijd. Dat maakt deze Baal historiserend en daarmee eigenlijk net zo vervelend als de huidige Moeder Courage van Joop van den Ende, de mooie, stoere hoofdrol van Sorel ten spijt.

Baal van het Ro Theater. Gezien 22/3/08 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 1 en 2/5. Tournee t/m 17/5. Meer info op www.rotheater.nl

Recensies van Vlaamse komedies: ‘Feydeau’ en ‘Le Dindon’

Parool,recensies — simber op 25 maart 2008 om 01:16 uur
tags: , , ,

Het is een grappig trendje: ineens zijn er drie Vlaamse theatergroepen die zich gestort hebben op de klucht. Groepen als De Roovers en Skagen uit Antwerpen en Antigone uit Kortrijk brengen normaal nogal wat zwaarder repertoire, maar nu mag er onbeschaamd gelachen worden. Toch leggen alledrie de groepen hun eigen accenten.

Zowel Antigone als De Roovers spelen George Feydeau (1862-1921), de schrijver van ontelbare blijspelen en farces uit La Belle Epoque. Hij was een grootmeester in de komedie die het moet hebben van persoonsverwisselingen, deuren, poep- en piesgrappen en heel veel overspel en pogingen daartoe.

Antigone gebruikt Het Laxeermiddel als uitgangspunt, maar gebruikt fragmenten uit andere stukken als entr’actes. Zoals de titel doet vermoeden is het stuk nogal anaal geörienteerd: man des huizes wil met een officier een contract sluiten om pispotten te verkopen aan het leger, terwijl moeder zoonlief een laxeermiddel wil toedienen en de dienstmeid in de weg loopt. Alle zaken gaan op onsmakelijke wijze door elkaar lopen. De zevenjarige zoon wordt gespeeld door een acteur die er met lange baard en zonnebril uitziet als The Dude uit The Big Lebowski en de gesprekken worden vaak ondersteund door vunzige gemimede anale standjes.

Als je het zo opschrijft lijkt het nog best wat, maar grappig wil het maar niet worden. Het is aan de ene kant een taalprobleem: een groot aantal talige grapjes worden heel anders, terloopser, geplaatst dan in Nederland met zijn cabarettraditie. Daardoor blijft de zaal vanaf het begin grimmig stil en vallen de uitzinnige scènes die volgen dood neer. Maar ook missen de spelers scherpte en tempo en de verhouding tussen de toch wat brave tekst en de platte zetting raakt zoek.

Beste stukken zijn de korte scènes uit andere stukken van Feydeau. Een politieagent ondervraagt een verwarde man, die geen enkel uitsluitsel kan geven. De bochten waarin hij zich wringt om de meest eenvoudige vragen te ontwijken -“wat is de datum van vandaag?”- zijn fantastisch om te zien.

De Roovers blijken zowel intelligenter als grappiger. Voorafgaand aan Le Dindon (‘Het kind van de rekening’) krijgen we van actrice Sara de Bosschere een geestige inleiding in de wetten van de Feydeau-farce, waarbij in de eerste van de drie aktes altijd een ontmoeting plaatsvindt en de tweede zich altijd afspeelt in een publieke gelegenheid, bij voorkeur een hotel.

In de eigenlijke voorstelling wordt het mechaniek van Feydeau telkens expliciet gemaakt: de hysterische Carly Wijs en de vette Robby Cleiren leggen veel nadruk op hun dubbelrollen en rascharmeur Warre Borgmans kan met een schouderbeweging de hele zaal mee krijgen. Grappig, gevat met precies de juiste timing.

Feydeau door Theater Antigone. Gezien 19/3 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Frascati) vandaag en morgen, tournee t/m 5/4. Meer info op www.antigone.be
Le Dindon door De Roovers. Gezien 24/3 in de Stadsschouwburg. Nog in Nederland op 8/4 in Haarlem, meer info op www.deroovers.be

Recensie: ‘Het Huiskameronweer’ van Orkater

Parool,recensies — simber op 21 maart 2008 om 01:43 uur
tags: , , , ,

Drie succesvolle voorstellingen maakten ze met z’n tweeën: Valse Wals, Bankstel en Zucht. Nu nemen Titus Tiel Groenestege en Ria Marks met een groep medespelers het werk van de Belgische schrijver en dichter Henri Michaux (1899-1984) onder handen. Surrealistische anekdotes en reisverhalen, maar zoals te verwachten bij Orkater verwerkt in beweging en muziek.

De huiskamer uit de titel heeft een tafelbiljart, een paar banken, tafels met pannen en grote houten kasten. Aan een van de stoelen hangt een blauwe ballon. Twee gespiegelde deuren, rechts een hele grote, links een die te klein is om rechtop doorheen te lopen. Knap wordt op de wanden een video geprojecteerd, zodat er bewegend behang is: zeilboten op volle zee.

De huiskamer wordt bewoond door een gezin met Porgy Franssen als soms wat gewelddadige huisvader en Marks als moeder die om de haverklap haar jas en koffer pakt, vertrekt, maar toch altijd terloops weer binnenkomt. Er wordt nauwelijks gesproken, alleen Franssen debiteert af en toe een van Michaux’ in het Verre Oosten opgedane wijsheden: “Je kunt je eigen wereld vinden door 48 uur naar een willekeurig behang te kijken.”

De familie heeft ook nog drie kinderen, twee meisjes in keurige jaren vijftig-jurkjes en een zoon, gespeeld door mimer Jakob Ahlbom. Het begin van Het Huiskameronweer lijkt opvallend veel op diens voorstelling Vielfalt, met onverwachte opkomsten en afgangen, personages die niet zeker weten wat ze op het toneel moeten doen.

De voorstelling ontwikkelt zich zonder duidelijke samenhang. Soms is er hectische beweging en gesjouw met meubilair, maar de laconieke muziek (van Michel Banabila) geeft spanning en energie geen kans. De voorstelling heeft mooie momenten, zoals het door de projecties schitterend gesuggereerde rondtollen van de kamer en de hoekige gratie van Marks. Maar het wordt maar geen onweer, het blijft een kalm briesje.

Vooral is het jammer dat Titus Tiel Groenestege zichzelf eigenlijk overbodig heeft gemaakt. Als oom van het gezin besteedt hij zijn tijd vooral aan bedachtzaam uit het raam staren. Wellicht vol diepzinnige gedachten, maar misschien ook wel helemaal leeg. Bij nader inzien geldt dat voor de hele voorstelling.

Het Huiskameronweer van Orkater. Gezien 20/3/08 in Haarlem. In Amsterdam (Bellevue): 6 t/m 18/5. Tournee t/m 7/6. Meer info op www.orkater.nl

Dresselhuysprijs voor Beppie Melissen

nieuws,Parool — simber op 19 maart 2008 om 10:58 uur
tags: , , ,

In Theater Bellevue is gisteravond na de voorstelling Gods Wachtkamer van Theatergroep Carver de Mary Dresselhuysprijs 2008 uitgereikt aan Beppie Melissen. Aan het eind van het applaus kwam een figuur naar voren met een oude-mensen-masker dat ook in de voorstelling werd gebruikt. Het bleek juryvoorzitter Petra Laseur 12.500 euro die Melissen overviel met een impromptu prijsuitreiking.

De Mary Dresselhuysprijs is van oorsprong een aanmoedigingsprijs voor jonge toneelspelers, in 1992 ingesteld door Joop van den Ende. Eerdere winnaars van de tweejaarlijkse prijs waren o.a. Jeroen Willems, Porgy Franssen, Sylvia Poorta en Jacob Derwig. Beppie Melissen (57) is de oudste winnaar tot nu toe.

De jury prees “de inzet en de volharding van Melissen waarmee zij haar geesteskind Toneelgroep Carver inspireert tot humoristische voorstellingen die vaak gaan over absurditeit van het leven en het onvermogen van de mens om daarmee om te gaan”.Mellissen was betrokken bij toneelgroep Caroussel en werd bij een groot publiek bekend door haar rollen in Jiskefet en Gooise Vrouwen.

Als persoonlijke noot voegde Laseur, dochter van Mary Dresselhuys, toe dat haar moeder een trouwe fan van het gezelschap was en dat ze de toekenning zeker gesteund zou hebben. Zelf is ze ook bewonderaarster: “Jouw toneel is voor mij helaas ‘een ander land’, ik heb die stijl van spelen nooit geleerd, maar ik heb er grenzeloze bewondering voor.”

Vervolgens overhandigde Laseur Melissen een sjerp, een penning ontworpen door Eric Claus en de cheque voor 12.500 euro. Het geld is volgens de regels bedoeld voor “verdergaande studie naar alle vormen van toneelspelen”, maar dat moet volgens Laseur ruim worden uitgelegd. “Als je in de keuken met een enorme afwas zit en je denkt: hoe kom ik verder? Dan is het antwoord: een nieuwe afwasmachine!”

De actrice die op het toneel altijd haar gezicht in de plooi heeft, onderging de verrassing met een grijns van oor tot oor. In een geïmproviseerd dankwoord noemde ze de huldiging “meesterlijk”, en bedankte ze Carver collega’s Leny Breederveld en René van ’t Hof, met wie ze haar manier van spelen ontwikkelde. Carver staat de laatst tijd wel meer in het zonnetje: Breederveld won afgelopen jaar de Johan Kaart Prijs en Van ’t Hof werd geëerd met de VSCD Mimeprijs.

Gods Wachtkamer is nog tot 30 maart te zien in Bellevue

Recensie: ‘De geschiedenis van de familie Avenier, deel 3&4’ door Het Toneel Speelt

Er zijn in Nederland een hoop moderne mensen die niet van modern toneel houden. Dat is maar raar en onbegrijpelijk, met veel gescheld en blote mensen, en de regisseur vindt zichzelf altijd belangrijker dan de schrijver van het stuk, denkt men. Nu valt dat allemaal reuze mee, maar tegenover het vernieuwende kunsttoneel is er de afgelopen jaren een echte tegenbeweging ontstaan: Nieuw Burgerlijk Toneel. Dit is het soort theater dat gemaakt wordt door Het Nationale Toneel, Het Toneel Speelt en vrije (ongesubsidieerde) producenten zoals Wallis en Hummelinck Stuurman. Joop van den Ende probeerde hieraan mee te doen met zijn project Toneelmeesters.

De toneelstukken van Maria Goos zijn de kwalitatieve top van dit genre: goed geschreven stukken over herkenbare personages in herkenbare situaties met wie je kunt meevoelen en om wie je kunt lachen. De familie Avenier is haar voorlopige hoogtepunt, een ambitieuze en persoonlijke serie van vier toneelstukken over een Brabantse familie (gebaseerd op Goos’ eigen familie) gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw. Deel 1&2 gingen vorig jaar in première, gisteren deel 3&4.

Om met het goede nieuws te beginnen: deel drie is verreweg het beste deel van de serie. De twee zonen en de dochter van mater familias Rita Avenier en hun aanhang staan op een camping. Zoon Janus heeft zijn witgoedimperium voor flink wat geld verkocht en alle familieleden die de verschillende filialen onder hun hoede hadden zullen meedelen in de winst. De personages laten zich van hun slechtste kant zien. In sterk, licht uitvergroot komediespel blijken hebzucht en familiebanden niet al te goed samen te gaan.

De voorstelling gaat vliegen als een familievriend na lange tijd terugkeert uit Marokko, of als Janus een onaangename mededeling moet doen. Maar tussendoor krijg je als toeschouwer het ongemakkelijke gevoel dat in een Oud Geld-achtige televisieserie meer getoond en minder verteld zou hoeven worden en dat de opbouw en de verdieping van de personages natuurlijker via de plot zou kunnen verlopen. Sterker nog: De Familie Avenier is waarschijnlijk de beste Nederlandse televisieserie die nooit gemaakt is.

Want intrigerend is het, dit burgerlijke epos. Er is niemand in Nederland die zulke ronde, raak getroffen personages kan schrijven als Maria Goos en in de handen van geweldige acteurs als Peter Blok, Marisa van Eyle en Tjtske Reidinga worden het personen die je een langer leven gunt dan hun paar uur op het toneel. En gaandeweg de serie zie je ook een alternatieve geschiedenis van Nederland, waarin het jaar 1985 niet wordt aangeduid met Wham! of Madonna, maar met Willy Alberti en Benny Neyman. Het verhaal van de mensen voor wie verandering altijd iets is geweest wat hen overkwam.

Die thematiek komt echter met een schok tot stilstand in deel vier. Het is 2000 en Rita kijkt terug op haar leven. Gezeten in een electrische rolstoel komen alle belangrijke mensen nog een keer langs. Ze praten dingen uit, nemen afscheid. Grotendeels is het een saaie opsomming van hoe het verder ging met het leven van de personages. De stijl is ook radicaal anders: na de naturalistische camping uit deel drie is het toneel nu vrijwel leeg en hebben de acteurs al hun pruiken en gekke kostuums afgelegd. Toch is daar, aan het eind even oprechte ontroering. De simpele maar eerlijke Christ vertelt oprecht over zijn levensgeluk achter de tap en zijn liefde voor zijn gecompliceerde, wijze vrouw Pieternel. Een memorabele scène van Gijs Scholten van Aschat en Carine Crutzen.

Allevier de delen zijn volgend seizoen in marathonvorm te zien en dat is sowieso aan te bevelen. Je bent dan minder tijd kwijt met bedenken wie ookalweer met wie is, en kan je meer concentreren op de langere lijnen. Wel op tijd reserveren, want zoals met het meeste Nieuw Burgerlijk Toneel: het loopt storm.

De geschiedenis van de familie Avenier, deel 3&4 van Maria Goos door Het Toneel Speelt. Gezien 16/3/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 19/3, tournee t/m 13/6, reprise volgend seizoen. Meer info op www.hettoneelspeelt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity