Recensie: ‘Botox Angels’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 31 maart 2014 om 11:35 uur
tags: , , , ,

Drie smurfinnen. Daar doen ze nog het meest aan denken, met hun blauw geverfde blote borsten, witte herenslips en blonde pruiken. De Botox Angels van Dood Paard heten ons welkom in hun driepersoonsbed annex studio.

Drie jaar geleden speelden Manja Topper, Ellen Goemans en Lies Pauwels de succesvolle voorstelling Freetown, over westers sekstourisme in Westafrika. Dit jaar spelen ze opnieuw een tekst van Rob de Graaf, zonder Pauwels, maar met Janneke Remmers.

De voorstelling is een afwisseling van scènes over drie vrouwen die proberen een drievrouws liefdes- en seksrelatie te hebben, en van scènes waarin ze met hun eigen naam en een flinke dildo met een plopkap die dienst doet als microfoon elkaar interviewen als succesvolle sterren. Tegen de pik praten ze zoals er van vrouwen verwacht wordt, onder elkaar zijn ze onzekerder en zoekender, maar ook heel gemeen. “Dat gezicht van jou is een donkere wolk – zo’n wolk waar elk moment de zure regen uit kan komen vallen.”

Tussendoor doen ze coverversies van performances van Yoko Ono (Cut Piece – een vrouw wordt stukje bij beetje uitgekleed door haar jurk in stukken te laten knippen) en Martha Rosler (Semiotiek van de keuken – een alfabetische opsomming van keukenattributen met bijbehorende, opmerkelijk geweldadige bewegingen).

Die performancedelen zijn het leukst en je vraagt je af waarom die lesbische soap er überhaupt nog doorheen verteld moet worden. Pluspunten zijn vooral de uitzinnige kostuums (o.a. Carmen Schabracq) en het nuchtere spel van Goemans, die er erg goed in is het publiek deelgenoot te te maken van de grappen.

Het blijven echter de hele tijd niet meer dan aanzetten tot iets interessants. Pas het eindbeeld, dat onder het motto ‘Alle vrouwen zijn mooi’ het vrouwelijk deel van het publiek betrekt, is feestelijk. Waren ze daar maar begonnen.

Botox Angels van Dood Paard. Gezien 22/3/14 in Frascati. Aldaar t/m 29/3. Tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Interview Guy Cassiers

interviews,Parool — simber op 25 maart 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

Met een radicale bewerking van het stuk der stukken keert toneelregisseur Guy Cassiers terug naar Nederland. De artistiek leider van Toneelhuis in Antwerpen laat Hamlet spelen door een vrouw en zet zijn spelers in een multimediaal decor waarin niets verborgen blijft.

Iedere grote regisseur moet uiteindelijk zijn of haar Hamlet maken. Waarom is het nu de tijd voor uw versie?

Er zijn verschillende inhoudelijke ingrediënten die ik heel belangrijk vind, maar daarnaast moet het passen in je ontwikkeling als kunstenaar. Ik maak mijn voorstellingen samen met een groep mensen, zowel acteurs als vormgevers, en samen maak je een evolutie door. Zo is deze Hamlet er ook gekomen, omdat ik nu denk dat Abke Haring die rol moet spelen. Daarnaast is het praktisch: door de samenwerking met Toneelgroep Amsterdam heb ik de beschikking over een groter ensemble dan ik in Antwerpen heb.

Tom Lanoye heeft een prachtige tekst geschreven, waarin het generatieconflict in Hamlet veel sterker naar voren komt. In het stuk zijn drie kinderen, Hamlet, zijn vriend Laertes en diens zus Ophelia, die erfgenamen zijn van een samenleving die de idealen van waaruit ze gegroeid is volledig aan de kant zet. De ethiek is aan het verdwijnen. De nieuwe generatie probeert te reageren, maar vindt zijn eigen identiteit niet. Als weeskinderen bezingen ze hun eigen onmacht.

Waarom koos u met Abke Haring voor een vrouw als Hamlet?

Ik zie Hamlet als een nog niet geïdentificeerd persoon, een jong iemand die zijn/haar vorm nog niet gevonden heeft. Op een psychologisch niveau kun je zeggen dat, omdat zijn oom Claudius zijn vader vermoordt, Hamlet zelf niet de mogelijkheid krijgt om symbolisch vadermoord te plegen. Dat verwart hem.

Abke speelt geen vrouw of een man, ze speelt een zoekend iemand. Daarnaast komt zij heel jong over. Hamlet is een adolescent en je moet kunnen geloven in zijn jeugdigheid. En bovendien: ten tijde van Shakespeare stonden er geen vrouwen op het toneel, dus er zat altijd een spel in met mannelijkheid en vrouwelijkheid – die lijn trekken we door naar vandaag.

U staat als regisseur vooral bekend om uw literatuurbewerkingen, zoals de Proust-cyclus en De man zonder eigenschappen. Ziet u het werk van Shakespeare ook als literatuur die eerst bewerkt moet worden voordat het kan worden opgevoerd?

Nee, de tekst heeft zeker nog relevantie. Maar Shakespeare schreef voor een ensemble met specifieke acteurs en binnen een sociale en artistieke context. Ik denk dat ik Shakespeare meer recht doe door zijn ideeën –die hij ook weer ontleende aan eerdere verhalen– verder ontwikkel voor deze tijd, natuurlijk met zeer veel respect.

De bewerking van Lanoye versterkt een aantal elementen uit Shakespeare: de dictatuur, het generatieconflict en voegt een aantal nieuwe ingrediënten toe. Wie het stuk goed kent zal verrast worden over hoe de tragische uitkomst nu tot stand komt. Maar Lanoye maakt het wel metrisch, in vijfvoetige jamben. Daarin zie je het respect voor de schriftuur van het origineel.

U heeft lang in Nederland gewerkt, als artistiek leider van het Ro Theater. Hoe is het nu om weer terug te zijn?

Er is ontzettend veel veranderd. Ik zou de kansen die ik bij het Ro kreeg om mijn stijl voor de grote zaal te ontwikkelen in Vlaanderen nooit gekregen hebben. Toen ik terugging naar Antwerpen zag ik de noodzaak om het politieke in mijn werk belangrijker te maken.

Ik heb de laatste twee jaar van Pim Fortuyn meegemaakt en me erg verbaasd dat in een stad die al heel lang door de sociaal-democraten wordt bestuurd ‘socialist’ ineens een scheldwoord werd. En in Antwerpen zie je nu precies hetzelfde gebeuren. We keken in België altijd op naar Nederland als voortrekker, en ik vrees dat Nederland voortrekker blijft, maar dan in negatieve zin. Ik probeer er alles aan te doen om het in Vlaanderen niet zo ver te laten komen; de mentaliteit ten opzichte van de kunsten in de maatschappij.

Ziet u dat ook bij Toneelgroep Amsterdam?

Ik denk dat Toneelgroep Amsterdam nog een van de weinige eilanden is waarop op een relevante manier hedendaags theater ontwikkeld kan worden. Maar ik zie wel dat tussen Vlaams en Nederlands theater een muur wordt opgetrokken. Iedereen isoleert zich. Dat is ook het probleem van Hamlet: in zijn zelfbeklag isoleert hij zichzelf en ziet hij niet meer wat er om hem heen gebeurt. En dat is heel gevaarlijk. Ik hoop dat de samenwerking van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis een symbool kan zijn voor hoe we ook op andere manieren kunnen samenwerken.

Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis gaat op 19 maart in première in de stadsschouwburg. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Vaslav’ van Arthur Japin door DeLaMar producties

“U gaat mij groot maken? Ik weet niet beter of ik ben al groot.” Soeverein reageert Vaslav Nijinski op de avances –zakelijk, artistiek én seksueel- van Sergej Diaghilev. De grootste danser aller tijden en de producent die hem uiteindelijk niet alleen groot maakte, maar een icoon; het geile middelpunt van het revolutionaire ballet Le Sacre du Printemps uit 1913.

In 2010 schreef Arthur Japin de roman Vaslav, gebaseerd op de moeizame relatie van Nijinski met Diaghilev. Gisteren ging de door de auteur zelf geschreven toneelversie in première in DeLaMar. De roman belicht de enigmatische danser vanuit drie perspectieven: die van zijn vrouw, zijn bediende, en van Diaghilev. Bij de toneelversie ligt de nadruk stevig op de laatste, die wordt namelijk gespeeld door Jeroen Krabbé, voor het eerst sinds tien jaar weer op de planken.

Het verhaal speelt zich af op één fatale dag, de laatste keer dat Nijinski in het openbaar optrad. Hij heeft zich teruggetrokken in Sankt Moritz, ontslagen bij Diaghilevs gezelschap Ballets Russes waarmee hij zijn grootste triomfen vierde en steeds meer ten prooi vallend aan de schizofrenie die de laatste helft van zijn leven zou bepalen. Vooral zijn vrouw wil graag dat hij een come-back maakt, maar halverwege het optreden valt hij stil. “Nu is het kleine paardje moe”, zijn zijn laatste woorden.

De toneelvoorstelling speelt zich af in een klinisch witte ruime (decor: Lez Brotherson). Delen van de wand zoeven omhoog om op dynamische wijze steeds nieuwe ruimtes aan te geven met een bad, een kachel of een kleine tribune. Kostuums (Yan Tax) zijn geïnspireerd op de jaren ‘10, onberispelijke rokkostuums voor de heren, gepast uitzinnige jurken voor de dames.

Maarten Heijmans (inmiddels vooral bekend van de titelrol van de televisieserie Ramses) heeft het juiste charisma voor Nijinski. Mooi is het om te zien hoe hij langzaam wegzakt in waanzin. Musicalster Noortje Herlaar speelt zijn vrouw, die bij Japin een soort Yoko Ono wordt: de vrouw die het artistieke genie verpest. Haar moeder, uitstekend gespeeld door Beppie Melissen in steeds nieuwe geestig over-the-top jurken, is de bitse en hardvochtige comic relief. Er wordt niet gedanst in de voorstelling, op sommige momenten wordt het silhouet van een danser geprojecteerd. Het blijft echter vrij ongemakkelijke illustratie – geen moment heb je het idee dat we hier een man zien die de zwaartekracht trotseert.

Krabbé als Diaghilev trekt echter de meeste aandacht. Met een snorretje en een witte haarlok schept hij een rijk toneelpersonage: showman en geniale artistieke makelaar, als homoseksueel dolverliefd op Nijinski, maar zakelijk hard en wraakzuchtig. Een dandy met gevoel voor schandaal.

De dialogen tussen Krabbé en Heijmans, veelal verteld via flashbacks uit hun vroegere leven, zijn het best. Ze spreken over liefde, passie, kunst, maar blijven dubbelzinnig en tegenstrijdig. En is Nijinski nou homo of liet hij zich de liefde van Diaghilev aanleunen omdat hij daar baat bij had. De voorstelling laat het in het midden; gelukkig maar.

Vaslav is in regie van Gijs de Lange een mooie, ambachtelijke voorstelling, goed gespeeld en boeiend tot het eind; de meest geslaagde DeLaMar productie tot nu toe. Maar toch knaagt er iets. Diaghilev en Nijinski waren –samen met onder veel anderen Stravinski, Rodin en Debussy– een eeuw geleden de aanstichters van een radicale esthetische opstand. De paar maten van Le Sacre du Printemps die in de voorstelling klinken, bevatten al zoveel geweld dat je schrikt.

Dat honderd jaar later de hoofdpersonen van die artistieke revolutie onderwerp zijn van zo’n brave en gladgestreken toneelavond stelt toch teleur.

Vaslav van Arthur Japin door DeLaMar producties. Gezien 16/3/14 in DeLaMar. Aldaar t/m 30/4. Meer info op www.delamar.nl

Recensie: ‘Rule’ van Emke Idema, Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 20 maart 2014 om 14:30 uur
tags: ,

Een beetje verloren staan we met z’n allen op de speelvloer. Geen vertrouwde tribune voor het publiek, we moeten het doen met een paar onregelmatig gevormde eilandjes op de speelvloer. In Rule zijn er geen toeschouwers, je speelt allemaal mee.

Emke Idema viel twee jaar geleden op met het prachtige theatrale spel Stranger, waarbij toeschouwers in een soort gezelschapsspel gretig hun vooroordelen over vreemden uitspraken. In het al even geslaagde Rule gaat het nu om samenleven en politiek.

Aan de hand van een paar globale vragen – ben idealistisch of praktisch? overtreed je liever een regel of probeer je hem te veranderen? – die je beantwoordt door op een van de eilanden te gaan staan wordt de temperatuur van onze groep gemeten. Wij zijn flexibel en ruimhartig.

Maar wat gebeurt er met die abstracte waarden als je concrete problemen voorgeschoteld krijgt? Een onbekende die bij je aanbelt om van de wc gebruik te maken? Een vriend die jou huis als het zijne gaat gebruiken?

Via een razendknap scenario, dat via de gecomputeriseerde stem van Idema het spel stuurt, moet je niet alleen zelf keuzes maken, je ziet ook  de keuzes van de medespelers. Durf je dan een afwijkende mening te hebben of conformeer je je?

De dilemma’s die Idema je voorschotelt gaan steeds over gastvrijheid – tegenover vreemden, vrienden of asielzoekers. Het hangt natuurlijk van de avond af hoe de problemen worden opgelost –en hoeveel protest er is als Idema je opzadelt met een valse keuze– maar het lijkt wel duidelijk dat geen enkele groep toeschouwers zo nobel blijkt als ze aan het begin over zichzelf dacht. En het knappe aan die ontmaskering is dat je het helemaal zelf hebt gedaan.

Rule van Emke Idema, Frascati Producties. Gezien 12/3 in Frascati 4. Aldaar t/m 15/3. Tournee. Meer info op www.emkeidema.nl

Recensie: ‘De Verleiders: de val van een super-man’

“Heijn of niet Heijn? Dat is de vraag.” Victor Löw speelt Ronald Jan Heijn, het spirituele zwarte schaap in de supermarktfamilie, maar Löw is ook de acteur die heel graag Hamlet wil spelen. Die twee lagen –de familie Heijn die in 2003 wordt geconfronteerd met een enorm boekhoudschandaal– en de realiteit van de acht toneelspelers die hierover een voorstelling moeten maken lopen continu door elkaar in De Verleiders: de val van een super-man, meestal aan elkaar geknoopt met een goede grap.

Twee jaar geleden was De Verleiders: de casanova’s van de vastgoedfraude een enorme theaterhit. Die voorstelling, bedacht door het theaterduo George van Houts en Tom de Ket, maakte de fraudezaak rond het Bouwfonds op cabareteske wijze (bijna) inzichtelijk en maakte het publiek op een knappe manier mede-verantwoordelijk. Een vervolg was onvermijdelijk. Dit keer richten de twee hun pijlen op de top van het vaderlandse bedrijfsleven: de ontmaskering van Ahold-directeur Cees van der Hoeven.

Alle hoofdrolspelers verzamelen zich op Pudleston Court, het landhuis van de oude Albert Heijn (Jules Croiset in een elektrische rolstoel waarmee hij consequent over ieders tenen rijdt): Van der Hoeven (een elastische en uiterst geestige Han Römer), zijn eerste en tweede vrouw (Joke Tjalsma en Rosa Reuten), zweefkees Ronald Jan en de geest van diens ontvoerde en vermoordde vader Gerrit Jan Heijn (Walter Crommelin). Het blijspel is compleet met Van Houts als de butler en stagiaire Julia Akkermans als zijn dochter.

In een decor van rollende ordners die interieurwanden blijken te herbergen, probeert Van der Hoeven van Heijn de controle over het bedrijf terug te krijgen terwijl de anderen hem vooral tegenwerken. Mooi is dat naast Albert Heijn ook andere Hollandse iconen hun plek krijgen, van de Hollandse Meesters aan de muren, tot verwijzingen naar Jip & Janneke en Johan Cruijff.

Steeds stappen de acteurs uit hun rol voor weer een extra Ahold-anekdote of meta-grap. Het hele assortiment supermarktmoppen en verwijzingen naar reclameslogans wordt uit het schap gehaald.

Dat is meestal leuk, maar uiteindelijk vermoeiend, omdat de voorstelling geen dwingend verhaal heeft en toch een hoog tempo. Vooral het postmoderne eind, hoewel keurig gespiegeld, is flauw.

De fraudezaak wordt eigenlijk nauwelijks duidelijker, maar wat De Verleiders uitstekend doen is uitleggen dat de mega-bedrijf als Ahold werkt in een kapitalistisch systeem dat van alles een product maakt –ook van jonge actrices, zoals stagiaire Akkermans lucide opmerkt– en z’n gang kan gaan omdat ook het publiek gemak en voordeel belangrijker vindt dan goedbetaalde broodbakkers en cassières.

Je zou er bijna een oproep tot bewuster consumeren achteraan verwachten, maar dat zou al te activistisch zijn voor deze cultureel ondernemers. Het mensbeeld van hun nieuwe voorstelling is minder cynisch dan in De casanova’s van de vastgoedfraude, maar ondanks de vele goede grappen kom je niet heel vrolijk naar buiten.

De Verleiders: de val van een Super-man van Bos Theaterproducties. Gezien: 26/2/14 in Zaandam. Te zien in Amsterdam (DeLaMar) 29/5 t/m 8/6. Meer info op www.de-verleiders.nl

Recensie: ‘Ghost Track’ van Blau Hynder

Parool,recensies — simber op 3 maart 2014 om 10:00 uur
tags: , , , ,

“Er is niets zo geil als koortjes inzingen.” Het leven van muzikanten in de opnamestudio is nog geen rijk ontgonnen gebied voor verhalenvertellers. Dick Hauser maakte nu bij Blau Hynder (muziektheater met Friese roots) de voorstelling Ghost Track, met Hein van der Heijden als bijna vergeten rockheld op zoek naar z’n comeback.

Een voorstelling over ouwe rockers als deze drijft op een vanzelfsprekende manier op clichés. De ster is sexy, impulsief, intens, drankzuchtig en onzeker; de driekoppige band is degelijk en loyaal; de man achter de knoppen (Henk Zwart) is melancholiek en een tikje jaloers. Rondom hen spon schrijver Jan Veldman met weinig woorden een aardig verhaal over stugge mannen voor wie gevoelens synoniem zijn met jankende gitaren.

De muziek van Stephan Jankowski (gitaar), Ruud Vleij (bas) en Anne Zwaga (sax/toetsen) bestaat uit zijn tamelijk generieke, maar soepel gespeelde rocksongs, met Van der Heijden als charismatische frontman; met z’n rechtopstaande haar, z’n witleren jack en strakke broek lijkt hij op een kruising tussen Herman Brood en Barry Hay.

Hij krijgt alleen weinig weerwerk van zijn medespelers en dat maakt de voorstelling een beetje vlak. Ook de muziek is iets te krachtig voor de theaterzaal en juist te keurig voor een dampend rockhol.

Pas helemaal aan het eind komt alle passie samen in één geweldig nummer, met Ellen ten Damme als ‘ghost appearance’ op band, een vurige Van der Heijden en met geweldig geile koortjes.

Ghost Track van Blau Hynder. Gezien 21/2/14 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue): 20-22/3. Meer info op www.ghosttrack.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity