DeDodo over De Internationale Keuze

overig — simber op 17 september 2011 om 13:22 uur
tags: , ,

Voor Festivaldagkrant DeDodo schrijf ik een aantal stukken over festival De Internationale Keuze in Rotterdam.

Tzt verschijnen die stukken ook hier.

Voorstuk ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’

overig,Parool — simber op 16 september 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee is bijna vijftig jaar oud, maar nog steeds een van de populairste toneelstukken van Nederland. Ook dit jaar zijn er weer meerdere versies te zien, met daarbij opvallend genoeg twee uitvoeringen van theaterbureau Hummelinck Stuurman. Vanavond is de ‘remière’ (de openingsvoorstelling van een reprise) van de versie met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek, die in 2007 de Toneel Publieksprijs won. In februari gaat een nieuwe voorstelling in première met Linda van Dyck en Victor Löw. Waar komt die grote aantrekkingskracht van het stuk toch vandaan?

Voor producent Arjen Stuurman is het kraakhelder: “Het is het mooiste stuk dat ik ken.” Stuurman heeft, met zijn bureau Hummelinck Stuurman, een lange band met het stuk. “Ik ben te jong om de legendarische vertolking van Ank van der Moer en Han Bentz van den Berg te zien, mijn eerste was met Pleuni Touw en Hugo Metsers. In 1995 haalden wij de prachtige Vlaamse voorstelling van regisseur Dirk Tanghe naar Nederland. De eerste die we zelf maakten was met Edwin de Vries en Will van Kralingen en daarna hebben we bedacht dat het goed zou zijn om er een traditie van te maken: iedere vijf jaar een nieuwe Woolf.”

Volgens Stuurman ligt de duurzame aantrekkingskracht van het stuk in de herkenbaarheid. “Het is universeel over het hebben van een relatie. En daarin komen alle emoties voorbij, humor, cynisme en angst. En voor acteurs is dat natuurlijk een fijne kluif om hun tanden in te zetten. En het is nog steeds actueel. Er zitten ook in mijn vriendenkring die elkaar blijven martelen om maar bij elkaar te blijven.

Opvallend genoeg denkt Gerardjan Rijnders, die de versie met Franssen en Zuiderhoek regisseerde er heel anders over. “Ik heb Woolf wel eens de Hamlet van de twintigste eeuw genoemd. Het zijn eigenlijk geen echte stukken. Ze hebben allebei een rare plot, het zijn in de eerste plaats taalbouwsels. Het lijkt herkenbaar, zo’n echtpaar dat elkaar de hersens in slaat, maar als je naar de tekst gaat kijken zie je meteen dat niemand in het echt zó ruzie maakt als George en Martha. Eigenlijk vertellen ze alleen maar verhalen aan elkaar, je glijdt van de ene anekdote in de andere en je hebt geen idee wat wáár is en wat niet.”

Toch is juist dat drankovergoten huwelijksgevecht een toneel-archetype geworden. Zet een chesterfield bank op het toneel, een man en een vrouw kijvend tegenover elkaar met ieder een glas in hun hand en voila: Woolf-citaat. Jonger paar dat toekijkt optioneel. Zulke scènes zagen we de afgelopen jaren talloze keren voorbijkomen, bijvoorbeeld in toneelstukken van Eric de Vroedt (Mightysociety4) en Rob de Graaf (Schuur en Interest) of bijna woordloos in de voorstelling Martha loves George van mimegroep Boogaerdt/VanderSchoot. Op de afgelopen editie van De Parade waren er zelfs twee hommages aan Albee te zien: Einde Oefening en Who’s afraid of George and Mildred? Tijdens de Uitmarkt organiseerden Hummelinck Stuurman en De La Mar zelfs een Virginia Woolf-marathon, met ieder uur drie nieuwe paren.

En zo lijkt de erfenis van Wie is er bang voor Virginia Woolf? in twee delen uiteen te vallen: enerzijds is het een cliché, dat doorklinkt in iedere scène met een beschonken, knokkend echtpaar en anderzijds het complexe, veel subtielere toneelstuk zelf (“een virtuoos taalstuk”, zoals Rijnders het noemt) dat alleen al aantrekkelijk blijft omdat het zo’n uitdaging is voor toneelspelers.

En een stuk dat door z’n taal en z’n details ferm in z’n tijd staat. Rijnders: “Op abstract niveau is het tijdloos, maar verder moet je het gewoon in de jaren zestig laten. Net zoals ik vind dat je Hamlet ook niet moet opvoeren met pistooltjes in plaats van zwaarden.”

Wie is er bang voor Virginia Woolf? met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek is t/m  14 oktober te zien in De La Mar
Wie is er bang voor Virginia Woolf?
met Victor Löw en Linda van Dyck gaat op 18 februari 2012 in première.
Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

Koers Kunst – nieuwe ideeën in de kunst

overig — simber op 1 september 2011 om 23:49 uur
tags:

Wat achterstallige stukken. Dit was voor het tijdschrift 609 van het Mediafonds.

Onder het motto dat elke crisis kansen biedt gaan een cultuurexpert en een journalist de komende maanden op zoek naar nieuwe ideeën voor het cultuurbeleid in Nederland onder de titel Koers Kunst. Simon van den Berg (de journalist) over de noodzaak van vernieuwende denkbeelden.

De cultuursector in Nederland lijkt roerloos in beweging. In afwachting van de forse bezuinigingen die de overheid heeft aangekondigd wordt zowel in de kunsten als de media even uitgebreid als onzichtbaar overlegd en onderhandeld over de toekomst. In Hilversum praten publieke omroepen in onwaarschijnlijke combinaties over fusies, in de kunsten hebben de belangrijkste vertegenwoordigingsorganen zich verenigd in de Tafel van Zes en de Raad voor Cultuur nodigde drie buitenstaanders uit om hun visie te geven op het culturele landschap. En dit is nog maar het topje van de ijsberg.

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het hier gaat om edele vorm van belangenbehartiging. Iedereen maakt zich zorgen over het gebrek aan legitimatie voor het subsidiëren van kunst en media, maar onder druk van de daadkrachtige snoei-agenda van staatssecretaris Halbe Zijlstra wordt de verdediging van waarden als snel de verdediging van instanties en belangen.

Het lijkt de sector, kortom, te ontberen aan werkelijk nieuwe ideeën. En eigenlijk is dat vreemd, omdat de afgelopen decennia een zee van nieuwe kansen is ontstaan op het gebied van democratisering, technologie en digitale cultuur. De rol van de kunst in de maatschappij verandert, en daarmee de functies en verwachtingen die we van kunst hebben.

De vraag is dus hoe we kunstenaars in staat stellen de taken die we als samenleving aan de kunst stellen zo goed mogelijk uit te voeren. Voor een deel zijn dat verdelingsvraagstukken, maar er komen andere, fundamentelere vragen aan de orde.

Is er bijvoorbeeld een conflict tussen peer-review en de mate waarin instellingen door hun publiek gedragen worden? Welke rol spelen plekken als musea en theaters nog in een tijdperk van digitale distributie? Waarom is de afgelopen veertig jaar het kunstbezoek in Nederland niet meegestegen met het opleidingsniveau? Staat intellectueel eigendomsrecht in de weg van een daadwerkelijk vernieuwende sample-cultuur? Waarom is het veld van fondsen en sectorinstituten nog steeds verdeeld in disciplines terwijl veel kunstenaars niet meer in dat soort hokjes te plaatsen zijn?

Met ‘Koers Kunst – de beste ideeën voor een cultureler Nederland’ gaan we, samen met experts en betrokken buitenstaanders, op zoek naar twintig concrete ideeën, die een denkrichting vertegenwoordigen, een knelpunt aanpakken of een kans grijpen. Niet defensief, over geld of belangen, maar een open zoektocht, die discussie losmaakt, zodat een nationale brainstorm ontstaat.

Op de website Koerskunst.nl presenteren we de komende maanden de resultaten van onze queeste. Misschien zullen sommige ideeën megalomaan, moeilijk uitvoerbaar of controversieel zijn, maar in ieder geval zijn ze prikkelend, creatief en zo concreet en toepasbaar mogelijk. Een panel van drie experts beoordeeld ieder idee en ook de meningen van bezoekers zijn welkom. Zo wordt de website uiteindelijke een groeiend manifest voor een andere manier van denken over de kunsten. Wellicht zal het cultuurbeleid volgen.

www.koerskunst.nl

Analyse Cultuurbezuinigingen

cultuurbeleid,nieuws,overig — simber op 10 juni 2011 om 20:17 uur
tags: ,

Weg met het Dansgroep Amsterdam, MC, het Theater Instituut Nederland en alle productiehuizen, maar nauwelijks subsidiekorting voor het Rijksmuseum, De Nederlandse Opera en Het Nationale Ballet. Zo ziet de culturele visie van staatssecretaris Halbe Zijlstra eruit. De staatssecretaris, die vandaag een brief naar de Tweede Kamer stuurde met daarin zijn plannen voor het cultuurbeleid vanaf 2013, spaart grote ‘topinstellingen’ en snoeit hard aan de onderkant.

De uitgebreide brief leest als een handleiding voor een terugtrekkende overheid. Het kabinet wil veel minder instellingen gaan ondersteunen en zegt bij een groot aantal taken en functies dat ze de verantwoordelijkheid zijn van de sector zelf of van de markt. Het kabinet wil af van alles wat geen eigen inkomsten oplevert en zet het mes in sectorinstituten, productiehuizen en, op kleinere schaal, ook in vak- of literaire tijdschriften. Creatieve industrie (de marktgerichte sectoren design, architectuur en nieuwe media) wordt een nieuw ‘topgebied’, met een eigen sectorinstituut en een investeringsfonds, en in het internationaal cultuurbeleid staat voortaan het economisch belang centraal.

De staatssecretaris wijkt in zijn brief op diverse punten sterk af van het advies dat de Raad voor Cultuur eind april uitbracht. De Raad adviseerde om de bezuinigingen gelijkmatiger over alle sectoren en instellingen te verdelen (de zogenaamde kaasschaaf-methode) en drong er bovendien op aan om de bezuinigingen geleidelijk in te voeren, met 2015 als einddatum. Ook pleitte de Raad voor het handhaven van de Cultuurkaart voor jongeren en het lage BTW-tarief voor podiumkunsten.

Met het selectief ‘winkelen’ in het raadsadvies en het doelbewust negeren van aanbevelingen plaatst Zijlstra zijn officiële adviesorgaan in een buitengewoon lastige positie. Zijlstra’s voorganger, minister Ronald Plasterk, was drie jaar geleden ook niet blij met het toenmalige advies, maar gaf de Raad nog een herkansing door middel van een nieuwe adviesaanvraag. Zijlstra heeft hiervoor te veel haast. Hij moet en zal het tijdspad aanhouden dat hem op 1 januari 2013 een nieuw ingericht cultuurlandschap brengt. Insiders houden er echter rekening mee dat de geschoffeerde Raad voor Cultuur nu als geheel opstapt.

Zijlstra’s keuze voor groot en gevestigd gaat ingrijpende gevolgen hebben voor het culturele landschap van Nederland en met name Amsterdam. Nederland was nooit het land van enorm grote instellingen, maar juist van het bloeiende middenveld: het enorme aantal diverse kleine en middelgrote instellingen. Na de huidige bezuinigingsoperatie zal de cultuur in Nederland meer lijken op de ons omringende landen als Frankrijk en Duitsland, waar grote instituten de toon bepalen en kleine instellingen vechten in de schaduw.

En hoe erg het snoeien van Zijlstra nu al lijkt, de échte kaalslag moet nog komen. Het Fonds Podiumkunsten moet niet alleen een flink deel van zijn budget inleveren (van 64 naar 45 miljoen euro per jaar), maar krijgt door de staatssecretaris ook nog eens een groot aantal extra instellingen toegeschoven, zoals een groot aantal festivals, een aantal dansgezelschappen en het Friestalige theatergezelschap Tryater. Daarbij mag het Fonds, dat overigens moet fuseren met het Fonds Cultuurparticipatie, niet langer subsidie voor vier jaar verstrekken, waar nu een groot aantal instellingen gebruik van maakt, zoals Orkater, Het Toneel Speelt, Dood Paard. Hier zullen het komende jaar nog enorme klappen gaan vallen.

Het publiek zal het allemaal pas over anderhalf jaar gaan merken, maar dan zal de verschraling van het culturele aanbod aanzienlijk zijn. Zeker in Amsterdam zal het aantal voorstellingen, concerten en evenementen waarschijnlijk drastisch afnemen, juist omdat hier zeer veel van de kleinere groepen gevestigd zijn. Zijlstra meent terecht dat met grotere efficiency en alternatieve vormen van financiering een aantal middelgrote instellingen overeind zou kunnen blijven, maar juist voor de kleinste cultuurinstellingen is dat het moeilijkst

Maar het allermeest zitten jonge, beginnende kunstenaars in een penibele situatie. Zowel werkbeurzen en stipendia als de WWIK worden afgeschaft, zodat beeldend kunstenaars die in 2013 van school komen geen enkele handreiking meer krijgen bij het opbouwen van hun ondernemerspraktijk. Voor jonge theatermakers en musici zijn er dan geen productiehuizen meer waar ze hun eerste projecten kunnen maken. Ze moeten allemaal terecht bij de grote gezelschappen, of als zelfstandige organisatie bij het overbelaste fonds aankloppen.

Mickery

overig,Parool — simber op 8 juni 2011 om 13:52 uur
tags: , , ,

Het kan nog steeds gebeuren dat als je in een ver oord met theatermensen komt te spreken die horen dat je uit Amsterdam komt, ze als eerste vragen: “So how’s the Mickery?” Mickery was een legendarisch theater, in 1965 opgericht door Ritsaert ten Cate in een schuur van zijn boerderij in Loenersloot. Tijdens zijn buitenlandse reizen was hij in contact gekomen met een circuit van avant-garde theatergroepen en performance kunstenaars, en hij gaf ze in Nederland een plek om te werken en op te treden. Het was in de jaren zeventig de een van de belangrijkste plekken voor vernieuwend theater, misschien wel ter wereld.

De komende dagen is zijn er twee gelegenheden in de stad die Mickery en en Ten Cate weer onder de aandacht willen brengen. Eerst wordt op donderdag in de Brakke Grond een website over Ten Cate in werking gezet (in de serie Eenlevenlangtheater.nl), daarna wordt op vrijdag in het Ketelhuis het boek Mickery Theater; an imperfect archeology gespresenteerd.

Ritsaert ten Cate, van vaders kant erfgenaam van de textielfabriek en van moederskant kleinzoon van de grote toneelspeler Eduard Verkade, werkte eerst als televisieproducent voordat hij in Loenersloot zijn kunstencentrum opzette, waar in een van de eerste jaren Nina Simone nog heeft opgetreden. Maar de grote faam en invloed kwam pas toen hij Amerikaanse en Engelse experimentele theatergroepen uitnodigde, zoals La Mama, Pip Simmons en The Performance Group, die zich later zou omdopen tot Wooster Group. Een Engelse criticus noemde Mickery “het belangrijkste theater van Engeland.”

Voor de kunstenaars die er werkten was het een kruising tussen een atelier en een jeugdherberg en voor de vaste bezoekers was het een soort sociëteit, vertelt schrijver en dramaturg Ruud Engelander, een goede vriend van Ten Cate. “Er was een vaste club die naar alle premières ging, ook om elkaar te ontmoeten, maar vooral omdat er iedere keer iets nieuws en interessants te zien was. Vergeet niet dat rond 1965 je in Nederland als liefhebber van theater álles wat er gemaakt werd kon zien, inclusief dans en opera. En het was allemaal vrij eenvormig. Ritsaert en Mickery lieten dat het ook anders kon, andere stijlen en vormen, maar ook andere manieren van produceren.”

In 1972 verhuisde Mickery naar Amsterdam, naar wat nu het Rozentheater is. Ten Cate was toen al meer en meer impresario en producent geworden die de groepen die hij interessant vond door Europa liet touren, ook bijvoorbeeld op het Holland Festival. Het ‘Mickery-circuit’ werd een staande term. De warme contacten tussen het Holland Festival en de Wooster Group stammen uit die tijd en het is geen toeval dat de New Yorkse groep juist deze week in het festival te zien is met Vieux Carré. Bovendien beïnvloedden de voorstellingen van Mickery talloze theatermakers in Nederland, met name Gerardjan Rijnders, Rob Klinkenberg, Jan Lauwers en Jan Fabre.

Toch lijkt Mickery in Nederland alweer grotendeels vergeten. De organisatie nam in 1991 afscheid met het Touch Time Festival in Amsterdam, en Ten Cate, die van 1992 tot 2005 de tweede-fase theateropleiding DasArts oprichtte en leidde, overleed in 2008.

Of het boek Mickery Theater; an imperfect archeology verandering gaat brengen in die onrechtvaardige vergetelheid is nog maar de vraag. Het Engelstalige boek is geschreven door Mike Pearson, die in de vroege jaren ’70 in Mickery speelde met het experimentele RAT Theater en nu hoogleraar Performance Studies is aan de universiteit van Wales. Zijn oorspronkelijke studie was echter archeologie en het boek, de eerste monografie over Mickery, is opgebouwd rondom een reeks ‘fragmenten’: interviews met betrokkenen, artikelen en recensies en foto’s en archiefmateriaal van het Theater Instituut Nederland.

Het pas waarschijnlijk goed bij de opvattingen over kunst die Mickery wilde uitdragen, maar voor de buitenstaander die wil bevatten wat het belang was van Mickery voor het theater in Nederland en Europa is het nogal ondoordringbaar. Dan is de website Eenlevenlangtheater.nl een stuk toegankelijker, al zou Ten Cate gegruwd hebben van de nostalgische invalshoek, met koffers, rozen en spiegels met lampjes.

In zekere zin is wat Ten Cate beoogde met Mickery bereikt: er is nu een veel diverser theaterlandschap, met veel ruimte voor experiment en internationale uitwisseling. Maar het is juist die diversiteit die met de door de regering aangekondigde bezuinigingen op cultuur onder druk staat. Engelander: “Met wat de Raad voor Cultuur nu voorstelt – theater concentreren in acht grote voorzieningen verspreid over het land – zijn we weer terug bij de periode net na de oorlog. En dat zorgde toen voor een stuwmeer van jonge mensen die ook aan de bak wilden en hun eigen weg gingen zoeken.” Kortom: als de geschiedenis zich herhaalt, komt Mickery onvermijdelijk weer voorbij.

Debat: What Mickery do we need now? en presentatie website: 9/6 , 16 uur in De Brakke Grond
Boekpresentatie Mickery Theater; An Imperfect Archaeology: 10/6, 14:30 in Het Ketelhuis

Recensies TF Selectie

overig — simber op 15 mei 2011 om 20:34 uur
tags:

Gisteren werd de selectie bekend van het Nederlands Theaterfestival, de keuze van de jury voor de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen.
Van de tien geselecteerde voorstellingen heb ik er over zes een recensie geschreven:

Actueel: ‘Les Spectateurs’ van Omsk

overig,TM — simber op 29 april 2011 om 13:21 uur
tags: , ,

‘Het gaat níet over Congo’, corrigeert Lotte van den Berg gelijk. Afgelopen zomer streek ze met een groep kunstenaars van haar gezelschap Omsk neer in de hoofdstad Kinshasa. Ze werkte er met Congolese acteurs, maakte scènes op straat en probeerde kritisch te blijven op haar eigen waarnemingen en ervaringen. Nu, terug in haar standplaats Dordrecht, is ze volop bezig met haar nieuwe voorstelling, Les Spectateurs.

‘Ik ga niks over Kinshasa vertellen’, zegt ze half maart aan de telefoon. ‘Ik wil het verhaal naar een abstracter en filosofischer niveau brengen. De voorstelling wordt gemaakt aan de hand van de beweging van Nederland naar Congo en terug en zal gaan over mensen die zich verhouden tot een plek die ze nog niet kennen. Een plek waar je gast, vreemdeling of nieuwsgierige bent. In mij zit de tegenstrijdige wens om tegelijkertijd te beschouwen en te beleven. Enerzijds wil ik ergens aan deelnemen, erin opgaan, maar anderzijds is het prettiger om op een veilige afstand te blijven kijken. Door mezelf in Congo zo radicaal in een situatie te plaatsen die ik niet kende of begreep, kon dat niet meer.’

De tegenstelling tussen kijken en deelnemen zit voor Van den Berg ook in het theater zelf: ‘Je maakt als publiek samen iets mee, maar tegelijk heb je op je stoel je eigen perspectief. Een tribune is gemaakt om te kijken, de speelvloer is voor de actie. Ik zoek nu naar manieren om beide ruimtes in elkaar over te laten gaan en stel mezelf de vraag of je toeschouwer en deelnemer tegelijk kan zijn. Ik wil de theatersituatie als metafoor gebruiken. Ja, dat is mijn constante thema, het is nu verrijkt door deze reis.’

De vorm van de voorstelling ligt nog niet helemaal vast. ‘We creëren een soundscape op basis van opnames die we maakten in de kerken van Kinshasa. Beeldend kunstenaar Rachid Laachir die mee reisde naar Kinshasa ontwerpt beelden voor de voorstelling. Wat we aan tekst gebruiken wordt niet vantevoren geschreven. Ik wil het in de voorstelling direct laten gaan over de noodzaak van het spreken. In Congo wordt er met een grote heftigheid gesproken, de noodzaak tot standpunten delen is  een soort overlevingsdrang. Iets bestaat pas als je het met elkaar hebt gezien en besproken. Ik vraag me af hoe dat hier, voor ons, is.’

Les Spectateurs door Omsk // regie Lotte van den Berg // 13/4  t/m 26/10 2011 // 13 april t/m 23 april  in het Energiehuis in Dordrecht // Daarna op tournee langs:  Kunstenfestivaldesarts Brussel, De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, Theaterfestival Boulevard ’s-Hertogenbosch, Zürcher Theaterspektakel, Steirischer Herbst Graz en in samenwerking met het Toneelhuis Antwerpen in de Bourla Schouwburg. // www.omsk.nl

Bayern Münchner Kammerspiele

buitenland,overig — simber op 11 april 2011 om 00:06 uur
tags: ,

Nu Louis van Gaal is ontslagen bij Bayern München zal het gedroomde dubbelinterview tussen Van Gaal en Johan Simons er wel nooit meer komen. Jammer, want ik heb al tijden onderstaand dingetje over Bayern en de Kammerspiele op de plank liggen. Ik had me ook veel voorgesteld van de vormgeving, met Benny Claessens in voetbaltenue en Arjen Robben met een schedel in z’n hand. Nu ja, snakes on a plane.

Hans Bos had als voorproefje al wel een logo gemaakt.

FC Münchner Kammerspiele Schauspiel Bayern München
Chef-Trainer Johan Simons Intendant Louis van Gaal
Stadion Schauspielhaus (690 plaatsen) Großes Haus Allianz Arena (69.901 plaatsen)
Budget 26 miljoen Budget 80 miljoen
Clubkleuren Thuis: zwart/wit; Uit: wit/zwart Huisstijl rood, met het blauw-witte wapen van Beieren in het midden
Resultaten 5 keer winnaar van de Theater des Jahres-cup, 3 maal winnaar van de Nestroy-bokaal Prijzen en onderscheidingen 22 keer gekozen als winnaar van het Bundesliga Festival, winnaar op diverse Europese festivals.
Shirtsponsor Gemeente München (22 miljoen) Voornaamste subsidiënt Deutsche Telekom (25 miljoen)
Opgericht 1911 Opgericht 1900
Personeel 271 Leden 152.700
Opleiding Otto Falckenbergschule, jeugdleider Jochen Noch Opleiding Drie jeugdgezelschappen: U16, U17 en U19, onder artistieke leiding van Mehmet Scholl.
Jaarkaart 95 tot 171 euro (zeven wedstrijden) Abonnement 120 tot 650 euro (alle voorstellingen in eigen huis)

 

De Spelers: De Spelers:
Thomas Schmauser Aanvallend ingestelde middenvelder met opvallende, speelse touch. Speelde eerder in Hannover en Hamburg. Arjen Robben Opgeleid in Groningen. Technisch begaafd, blinkt uit in dramatische rollen, kan echter vervallen in schmieren
Pierre Bokma Begenadigde klassieke spits, won in Nederland alles wat er te winnen valt en begint nu pas laat aan zijn internationale carrière. Franck Ribéry Volgde de opleiding in Boulogne. Aanvankelijk komiek, maar ontwikkelde in Marseille zijn tragische kracht. Buiten het toneel zeer gesloten.
Benny Claessens Briljante, maar onberekenbare rechtsbuiten. Veel solo-acties die mislukken, maar vrijwel iedere wedstrijd een of twee momenten van genialiteit. Bastian Schweinsteiger Ster van het ensemble en publiekslieveling. Steelt meestal de show in bijrollen, niet geliefd bij z’n collega’s en bij de critici, over wie hij soms genadeloos zijn gal spuwt.
Hildergard Schmahl Opvallend klein voor een verdediger, maar zeer ervaren. Maakt sierlijke tackles en krijgt opvallend weinig kaarten. Heeft hoog rendement. Mark van Bommel Deed de toneelschool in Maastricht. Excelleert in bad guy-rollen, van Kreon in Antigone en Claudius in Hamlet tot Pinter’s Huisbewaarder.
Wiebke Puls Middenvelder met voorkeur voor rechts. Kenmerkende traptechniek met veel effect. Groot loopvermogen. Edson Braafheid Pure ensemblespeler, opgeleid in Utrecht. Staat in de schaduw van Lahm, maar is betrouwbaar; 40e voorstelling is net zo goed als de eerste. Harde werker.
Jeroen Willems Internationale vedette. Zoals veel van de beste linksbacks begonnen als aanvaller en via het middenveld afgezakt naar de laatste linie. Roert zich ook buiten het veld, sportbestuurder in de dop. Philipp Lahm Deed op z’n elfde al mee aan de jongerenvoorstelling van BM, werd binnen het gezelschap opgeleid en is nu een van de vaste waarden. Transformatieve acteur met voorkeur voor hedendaags repertoire.
Katja Herbers Werd door de trainingsschool van Theu Boermans gekneed tot de ideale libero. Fenomenale passing, maar een uitstekende mandekker als het moet. Nu al het stadium van belofte voorbij en jagend op eremetaal. Miroslav Klose Autodidact en kosmopoliet, oorspronkelijk timmerman en in bezit van de tederste ogen van het Duitse toneel. Waarschijnlijk de beste levende toneelspeler van Duitsland, zijn zwaarmoedige, ongrijpbare  Hamlet staat op ieders netvlies geëtst
André Jung Spelverdeler op het middenveld, tevens aanvoerder. Tweebenig, groot tactisch inzicht, natuurlijke leider. Pakt soms geel bij onbezonnen acties. Thomas Müller Nog zeer jong, maar een grote belofte. Net als Lahm een produkt van de eigen BM opleiding. Zou graag Romeo spelen, maar het gebrek aan vrouwen in het ensemble vormt een struikelblok.

 

Koers Kunst

cultuurbeleid,niet-theater,overig — simber op 8 april 2011 om 12:53 uur
tags: ,

Vandaag lanceer ik samen met Johan Idema het project Koers Kunst – De beste ideeën voor een cultureler Nederland. Vanaf vandaag tot juli gaan we, samen met experts en betrokken buitenstaanders, op zoek naar concrete ideeën, die een denkrichting vertegenwoordigen, een knelpunt aanpakken of een kans grijpen. Niet defensief, over geld of belangen, maar een open zoektocht, die discussie losmaakt, zodat een nationale brainstorm ontstaat. De Volkskrant en de Avro volgen de zoektocht.

Gisteren stond een uitgbreid artikel in De Volksrant, nu staat het eerste idee online, een oproep tot een ‘seizoen van de amateur’ door Kesselskramer-directeur Engin Celikbas. De komende maanden zullen we zo’n twee keer per week een nieuw idee publiceren, steeds met een culturele insider of outsider als afzender. Maar ook jij kunt meedoen: reageer en stem op de ideeën of opper zelf een idee.

www.koerskunst.nl

Hamlet Checklist

overig,TM — simber op 23 december 2010 om 19:35 uur
tags:

The play’s the thing…
Het Nederlandse theaterpubliek is de afgelopen tijd overladen met Hamlets. Waar zit de methode in al die waanzin?  Simon van den Berg vergeleek zes sleutelmomenten in zes Hamlet-ensceneringen. Zes mannelijke Hamlets en een vrouwelijke uit Nederland, Duitsland en India.
(update april 2012 – Hamlet van het NNT toegevoegd)

Hamlet door Toneelgroep Oostpool – Regie Marcus Azzini, titelrol Sanne den Hartogh
Hamlet
door Thalia Theater Hamburg – Regie Luk Perceval, titelrol Josef Ostendorf en Jörg Pohl
Hamlet, the clown prince door The Company Theatre, Mumbai (India) – Regie Rajat Kapoor, titelrol Atul Kumar
Hamlet door De Utrechtse Spelen (DUS) – Regie Jos Thie, titelrol Floris Verkerk
Hamlet
door de Schaubühne am Lehniner Platz – Regie Thomas Ostermeier, titelrol Lars Eidinger
Rosencrantz and Guildernstern are dead
door ’t Barre Land – Regie ’t Barre Land, Hamlet: Maureen Teeuwen
Hamlet door het Noord Nederlands Toneel – Regie Ola Mafaalani, titelrol Peter Vandemeulebroecke

Het Concept

Azzini: Hamlet is een toneelspeler, het hele verhaal is een flashback.
Perceval: Hamlet is een gespleten persoonlijkheid, gespeeld door twee acteurs.
Kapoor: Hamlet, gespeeld door een troupe clowns.
Thie: Geen concept waargenomen.
Ostermeier: Hamlet als verwend, dik kind.
Barre Land: Hamlet is een bijrol.
Mafaalani: Elsinore is een psychiatrische inrichting.

De geest van Hamlets vader (akte 1, scène 4-5)

Azzini: Onzichtbaar, hij wordt in de zaal gezocht met een bouwlamp.
Perceval: Onzichtbaar, hij wordt in de zaal gezocht met een zaklamp.
Kapoor: Eerst onzichtbaar, dan gespeeld door een clown.
Thie: Hamlet speelt het zelf: ‘Ik ben mijn vaders geest.’
Ostermeier: Gespeeld door Claudius, zichtbaar als videoprojectie.
Barre Land: Tableaus van de oude toneelspeler in het licht van een lucifer.
Mafaalani: Spel met verdubbelde spiegelingen in een plexiglazen wand

‘Zijn of niet zijn?’ (akte 3, scène 1)

Azzini: Keurig volgens ’t boekje.
Perceval: De ene Hamlet zegt ‘sein’, de ander ‘oder nicht sein’; aan het eind nog een hele monoloog vol met tegengestelde bevelen: ‘Steel of steel niet, zing of zing niet, ga of blijf!’
Kapoor: Geschrapt, wel later een monoloog met andere tegenstellingen: ‘Hebben of niet hebben, naar kantoor gaan of niet.’
Thie: Volgens ’t boekje, echter niet als monoloog, maar tegen al zijn medespelers.
Ostermeier: Komt wel drie keer terug, de voorstelling opent er zelfs mee.
Barre Land: Een stukje van Gerard Reve over zelfmoord.
Mafaalani: Keurig volgens ‘t boekje.

De toneelspelers (akte 3, scène 2)

Azzini: Metagrap over dat de toneelspelers dubbelrollen zijn, als gevolg van de subsidies.
Perceval: Hamlet zegt de tekst, een acteur doet in een uitzinnige mimeact alsof hij het uitbeeldt.
Kapoor: Metagrap over dat de toneelspelers dubbelrollen zijn, als gevolg van de economische crisis.
Thie: Hamlet ziet Rosencrantz en Guildernstern aan voor de toneelspelers, als onderdeel van zijn gekte.
Ostermeier: Hamlet speelt het zelf, in travestie
Barre Land: Instructies voor toneelspelers van het Jelgershuis.
Mafaalani: Hamlet laat Polonius, Rosencrantz en Guildernstern en Claudius zelf het stuk-in-het-stuk spelen en regisseert vanuit de zaal, Ophelia begeleidt op blokfluit.

Hamlet doodt Polonius (akte 3, scène 4)

Azzini: Met een krukje.
Perceval: Offstage, Hamlet komt op in de rolstoel van Polonius.
Kapoor: Met een toneelzwaard.
Thie: Met een dolk.
Ostermeier: Met een machinegeweer
Barre Land: Polonius beschrijft de scène als mauerschau*
Mafaalani: Hamlet wurgt hem in een met rook gevulde cel.

De doodgravers, de schedel (akte 5, scène 1)

Azzini: Hamlet staat oog in oog met een echte schedel, keurig volgens het boekje.
Perceval: Een acteur met een schedel op z’n hoofd.
Kapoor: Geschrapt.
Thie: Waterballet op een grote tafel, schedel ontbreekt.
Ostermeier: Geschrapt, maar werd goedgemaakt door de slapstick-act met tuinaarde aan het begin (bij de begrafenis van Hamlets vader).
Barre Land: De Lucky-monoloog uit Wachten op Godot.
Mafaalani: Hamlet gebruikt het hoofd van Ophelia, die hij als een pop over het toneel sleept.

Degengevecht (akte 5, scène 2)

Azzini: Beetje houterig gescherm.
Perceval: Geschrapt.
Kapoor: Flitsend zwaardgevecht tussen twee onhandige clowns.
Thie: Capoeira-meets-kung-fu-achtig gevecht, dat beslist wordt door een (niet vergiftigde) dolk.
Ostermeier: Laertes trekt zijn degen, Hamlet pareert met een plastic vorkje.
Barre Land: Gemimed degengevecht tussen Rosencrantz en Guildernstern.
Mafaalani: Alleen het stuk van de toeschouwende Claudius en Gertrude en de vergiftigde wijn wordt gespeeld.

* mauerschau: Een personage brengt verslag uit van gebeurtenissen off stage, die tegelijkertijd met de zichtbare handelingen op het toneel plaatsvinden.

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2013 Simber | powered by WordPress with Barecity