Voorstuk ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’

overig,Parool — simber op 16 september 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee is bijna vijftig jaar oud, maar nog steeds een van de populairste toneelstukken van Nederland. Ook dit jaar zijn er weer meerdere versies te zien, met daarbij opvallend genoeg twee uitvoeringen van theaterbureau Hummelinck Stuurman. Vanavond is de ‘remière’ (de openingsvoorstelling van een reprise) van de versie met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek, die in 2007 de Toneel Publieksprijs won. In februari gaat een nieuwe voorstelling in première met Linda van Dyck en Victor Löw. Waar komt die grote aantrekkingskracht van het stuk toch vandaan?

Voor producent Arjen Stuurman is het kraakhelder: “Het is het mooiste stuk dat ik ken.” Stuurman heeft, met zijn bureau Hummelinck Stuurman, een lange band met het stuk. “Ik ben te jong om de legendarische vertolking van Ank van der Moer en Han Bentz van den Berg te zien, mijn eerste was met Pleuni Touw en Hugo Metsers. In 1995 haalden wij de prachtige Vlaamse voorstelling van regisseur Dirk Tanghe naar Nederland. De eerste die we zelf maakten was met Edwin de Vries en Will van Kralingen en daarna hebben we bedacht dat het goed zou zijn om er een traditie van te maken: iedere vijf jaar een nieuwe Woolf.”

Volgens Stuurman ligt de duurzame aantrekkingskracht van het stuk in de herkenbaarheid. “Het is universeel over het hebben van een relatie. En daarin komen alle emoties voorbij, humor, cynisme en angst. En voor acteurs is dat natuurlijk een fijne kluif om hun tanden in te zetten. En het is nog steeds actueel. Er zitten ook in mijn vriendenkring die elkaar blijven martelen om maar bij elkaar te blijven.

Opvallend genoeg denkt Gerardjan Rijnders, die de versie met Franssen en Zuiderhoek regisseerde er heel anders over. “Ik heb Woolf wel eens de Hamlet van de twintigste eeuw genoemd. Het zijn eigenlijk geen echte stukken. Ze hebben allebei een rare plot, het zijn in de eerste plaats taalbouwsels. Het lijkt herkenbaar, zo’n echtpaar dat elkaar de hersens in slaat, maar als je naar de tekst gaat kijken zie je meteen dat niemand in het echt zó ruzie maakt als George en Martha. Eigenlijk vertellen ze alleen maar verhalen aan elkaar, je glijdt van de ene anekdote in de andere en je hebt geen idee wat wáár is en wat niet.”

Toch is juist dat drankovergoten huwelijksgevecht een toneel-archetype geworden. Zet een chesterfield bank op het toneel, een man en een vrouw kijvend tegenover elkaar met ieder een glas in hun hand en voila: Woolf-citaat. Jonger paar dat toekijkt optioneel. Zulke scènes zagen we de afgelopen jaren talloze keren voorbijkomen, bijvoorbeeld in toneelstukken van Eric de Vroedt (Mightysociety4) en Rob de Graaf (Schuur en Interest) of bijna woordloos in de voorstelling Martha loves George van mimegroep Boogaerdt/VanderSchoot. Op de afgelopen editie van De Parade waren er zelfs twee hommages aan Albee te zien: Einde Oefening en Who’s afraid of George and Mildred? Tijdens de Uitmarkt organiseerden Hummelinck Stuurman en De La Mar zelfs een Virginia Woolf-marathon, met ieder uur drie nieuwe paren.

En zo lijkt de erfenis van Wie is er bang voor Virginia Woolf? in twee delen uiteen te vallen: enerzijds is het een cliché, dat doorklinkt in iedere scène met een beschonken, knokkend echtpaar en anderzijds het complexe, veel subtielere toneelstuk zelf (“een virtuoos taalstuk”, zoals Rijnders het noemt) dat alleen al aantrekkelijk blijft omdat het zo’n uitdaging is voor toneelspelers.

En een stuk dat door z’n taal en z’n details ferm in z’n tijd staat. Rijnders: “Op abstract niveau is het tijdloos, maar verder moet je het gewoon in de jaren zestig laten. Net zoals ik vind dat je Hamlet ook niet moet opvoeren met pistooltjes in plaats van zwaarden.”

Wie is er bang voor Virginia Woolf? met Porgy Franssen en Olga Zuiderhoek is t/m  14 oktober te zien in De La Mar
Wie is er bang voor Virginia Woolf?
met Victor Löw en Linda van Dyck gaat op 18 februari 2012 in première.
Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

Recensie: ‘Martha loves George’ van Boogaerdt/VanderSchoot

Twee jaar geleden maakte mimeduo Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot de locatievoorstelling Tsjechov bij de bushalte, waarin het verlangen naar een ander leven uit De Drie Zusters tot één essentieel beeld werd teruggebracht: een vrouw wachtend bij een bushalte en die uiteindelijk niet instapt. Nu passen ze hetzelfde procedé toe op een andere toneelklassieker: Who’s afraid of Virginia Woolf? van Edward Albee.

Ook hier weten ze de kern te pakken. Het huwelijk van de overjarige, verveelde sloerie Martha met de saaie maar smeulende George is oorlog. Zij glijdt tijdens het dansen schaamteloos over de vloer en geeft de zaal een geile knipoog, hij vertrekt geen spier, maar desondanks is zijn minachting voelbaar. Ze krijgen bezoek van een jonger stel. De dronkenschap wordt nauwelijks gesuggereerd, maar hangt de hele tijd in de lucht, net als de verantwoorde jazzmuziek.

De mimers hebben geen interesse in het stuk zelf (dat van de auteur ook niet bewerkt mag worden). In plaats daarvan hebben de makers eigen dialogen geschreven, met hier en daar een citaat, die nergens de scherpte en hardheid van Albee kunnen doen vergeten. En dat is jammer, want juist in de fysieke omgang met elkaar zetten Van der Schoot en René Geerlings een Martha en George neer die een plaats verdienen naast de andere, beroemdere acteurs die het stel ooit speelden. Hoe ze elkaars zinnen afmaken, elkaar vliegen afvangen, elkaar dwingen mee te doen in hun spelletjes, het is gemeen en grimmig hilarisch.

De rollen van het bezoekende stel Honey en Nick (Suzan Boogaerdt en Melih Gençboyaci) zijn minder duidelijk. In het begin worden ze neergezet als jongere versie van Martha en George. Sommige elementen uit het stuk worden overgenomen – de seksuele spanning tussen Martha en Nick, de perverse spelletjes en de genante jeugdverhalen – andere scènes zijn helemaal verzonnen, zoals de grappen over de Turkse afkomst van Gençboyaci.

We verlaten het raamwerk van Albee’s stuk als Honey de situatie overneemt, haar eigen uitzinnige tv-show fantaseert en Martha en George uiteindelijk beteuterd achterlaat. Hier wreekt zich de wet dat spelende makers op de vloer een gelijk aandeel moeten krijgen. Het verzonnen kind, bij Albee de motor van het verhaal, komt niet voor. En dat is jammer, want zo beroven de makers de personages van hun tragiek en ze geven daar niets voor in de plaats. Dat maakt Martha loves George geestig en scherp, maar ook een voorstelling zonder hart.

Martha loves George van Boogaerdt/VanderSchoot. Gezien 3/10 in De Brakke Grond. Aldaar t/m 10/10, tournee t/m 18/12. Meer info op www.bvds.nu

Recensie: ‘De Geit ­of Wie is Sylvia?’ van het Onafhankelijk Toneel (TF)

Parool,recensies — simber op 7 september 2009 om 11:20 uur
tags: , , , , ,

Een man, een vrouw, een zoon, een vriend en een geit. Architect Martin, gespeeld door Bert Luppes, is vijftig, heeft een droomopdracht gekregen voor een ‘stad van de toekomst’, wint de Pritzkerprijs en zijn relatie met zijn vrouw Stevie is ook nog steeds fantastisch. Zijn succes en welvaart liggen er dik bovenop, maar het is noodzakelijk om de schok des te heftiger te maken: Martin gaat vreemd met een geit.

De Geit ­of Wie is Sylvia? uit 2002 is een laat stuk van Edward Albee, voornamelijk bekend van Wie is er bang voor Virginia Woolf? (gisteren nog verkozen tot het op-één-na-beste toneelstuk aller tijden) waarin hij opnieuw de relaties tussen weldenkende mensen fileert. De voorstelling van het OT uit Rotterdam werd geselecteerd als seizoenshoogtepunt voor het Nederlands Theaterfestival. Maar ondanks mooie acteerprestaties lijkt het alsof het gezelschap de kern gemist heeft.

In drie scènes schroeft Albee het ongemak steeds strakker aan. Eerst de bekentenis aan Martin’s vriend, de hypocriete Ross –een mooi villeine rol van Willem de Wolf- dan de vlammende confrontatie tussen Martin en Stevie en ten slotte een gesprek tussen vader en zoon, die kort te voren uit de kast is gekomen.

Vooral die tweede scène is erg goed; want hoe kun je überhaupt met je partner praten over seks met en verliefdheid op een dier? In het zicht van die afgrond houden Martin en Stevie zich vast aan sarcasme en taalspelletjes. “Naar bed gaan? Naar het hooi zul je bedoelen!”, zegt Stevie, een iets te eendimensionale rol van Ria Eimers.

Het is jammer dat het OT koos voor een gestileerd decor –een abstract huisje en een diagonale rij tafels met servies dat door Eimers met beredeneerde woede kapot wordt gegooid. Een taboe dat zo onvoorstelbaar is heeft een realistischer bedding nodig.

Luppes’ Martin wankelt tussen wanhoop en gelukzaligheid. Het is een knappe acteerprestatie, genomineerd voor een Louis d’Or, maar op een vreemde manier leidt dat af van waar het werkelijk om gaat. De makers lijken de verliefdheid van een man op een geit geloofwaardig te willen maken. Maar die geit is natuurlijk een truc van Albee om het over iets anders te hebben: De Geit gaat niet over bestialiteit, maar over liefde, met de irrationaliteit die daarbij hoort en de onschuld die Martin zoekt.

Op de eerste uitvoering van de reprise liep het nog niet helemaal vlekkeloos, wellicht staat op het Theaterfestival een scherpere, pijnlijker voorstelling, die meer is dan zedenkomedie met een absurde premisse.

De Geit ­of Wie is Sylvia? van het Onafhankelijk Toneel. Gezien 27/8/09 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Nederlands Theaterfestival) 8 en 9/9. Meer info op www.tf.nl

Recensie: ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf?’ van Hummelinck Stuurman

Heeft Who’s afraid van Virginia Woolf? eeuwigheidswaarde? Het toneelstuk is vooral bekend als de ultieme huwelijkstragedie van de 20e eeuw en de oorlog tussen de echtelieden George en Martha is de blauwdruk geworden voor de ontelbare relatiedrama’s die erna kwamen. Maar nu het stuk zijn vijftigste verjaardag nadert en de situatie verder van ons af komt te staan (kunnen die mensen niet gewoon in relatietherapie?) reist de vraag of theatermakers het over nog eens vijftig jaar nog steeds spelen.

Voor Gerardjan Rijnders is het antwoord helder: hij noemt Who’s afraid de Hamlet van de 20e eeuw en kiest in deze door hem geregisseerde uitvoering voor een historische benadering, met jaren zestig-kostuums en een miminaal decor van twee roodlederen bankstellen en een prominente bel. Dat geeft de acteurs veel ruimte om te schitteren, maar werpt nauwelijks nieuw licht op het stuk of de personages.

Toch weet Rijnders dicht bij het eeuwige thema in zijn werk te blijven: de onmogelijkheid van werkelijke communicatie tussen twee mensen. Porgy Franssen als George en Olga Zuiderhoek als Martha laten elkaar nauwelijks uitpraten, maken zinnen niet af en praten langs elkaar heen. Hun taalspelletjes en misverstanden lijken ineens opvallend veel op Rijnders’ eigen relatiestukken, zoals Pick-up of Mooi.

In hoog tempo vuren Franssen en Zuiderhoek hun verbale munitie op elkaar af, met het bezoekende stel Nick en Liefje (een verbetering ten opzichte van het in andere uitvoeringen onvertaald gelaten Honey) als onschuldige slachtoffers in de vuurlinie, waarbij de ijsklontjes uit de vaak bijgevulde glazen regelmatig de zaal in vliegen. Franssen en Zuiderhoek zijn energiek en durven de humor in hun harde grappen volledig uit te spelen. De toenemende dronkenschap en boosaardigheid worden vooral door Franssen mooi opgebouwd. De altijd wat aardse Zuiderhoek geeft Martha net te veel relativeringsvermogen om echt een helse furie te worden, maar toch weet juist zij aan het eind medelijden te wekken.

De rollen van de twee jonge gasten, in andere uitvoeringen vaak ondergeschikt, zijn hier stevig ingevuld. Vooral Eline ten Kamp maakt mooi helder hoe de dronkenschap van het naïeve en dommige gansje Honey haar willoos meevoert op de golven van de overtrekkende orkaan.

Spannend acteurstheater is het, dat zeker, en fans van Franssen en Zuiderhoek zullen niet teleurgesteld zijn. Maar dat Gerardjan Rijnders, toch de belangrijkste theatervernieuwer van zijn generatie, nu deze toch wat ongevaarlijke voorstelling aflevert is een klein beetje teleurstellend.

Theater Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Hummelinck Stuurman. Regie: Gerardjan Rijnders. Gezien 27/1/07 in Leiden, tournee t/m 19/5, Amsterdam: 17/2 (Meervaart), 3 en 4/3 (Stadsschouwburg). Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

Recensie: ‘Wankel Evenwicht’ door Carver en het Onafhankelijk Toneel

Edward Albee is natuurlijk vooral bekend vanwege als schrijver van de klassieker Wie is er bang voor Virginia Woolf, maar schreef daarnaast nog enige tientallen andere toneelstukken. Wankel Evenwicht (uit 1966) heeft op het eerste gezicht veel met Virginia Woolf te maken. Opnieuw een uitgeblust huwelijk, opnieuw een dood kind en opnieuw drank, heel veel drank.

Het uitgebluste huwelijk is van Agnes en Tobias. Op een dag staan hun beste vrienden voor de deur om niet meer weg te gaan. En dat terwijl Agnes en Tobias het al zo druk hebben met Agnes’ alcoholische zus Claire en met hun dochter Julia die voor de vierde keer gescheiden is en daarom maar weer naar huis komt.

Het lijkt bijna de opzet van een klucht -het gestileerde huiskamerdecor biedt genoeg deuren- maar Albee laat zijn personages een bittere psychologische strijd uitvechten, steeds op het randje van het burgerlijke fatsoen. De vrienden komen ook niet zomaar: ze werden in hun huis bevangen door een onverklaarbare angst.

De twee bevriende theatergezelschappen Onafhankelijk Toneel en Carver maken er samen een mooie voorstelling van, die vooral het absurdisme in het stuk benadrukt en daardoor steeds blijft schuren. Het fijne acteurs-ensemble (met o.a. Beppie Melissen, Marlies Heuer en Joke Tjalsma) is bedreven in het opbouwen van onderhuidse spanning.

Vooral de heren vallen op: Paul R. Kooij laat je voortdurend twijfelen of er achter de lege blik van Tobias een oneindig diep gevoelen schuil gaat, of helemaal niets. De droge timing van Willem de Wolf is hilarisch, maar zijn personage is deerniswekkend. De vrolijk cynische manier waarop Joke Tjalsma de verlopen zus Claire speelt, vindt hetzelfde afgewogen evenwicht tussen humor en tragiek.

Maar het is vooral de angst van het bevriende echtpaar die blijft hangen, juist omdat hij niet verder wordt uitgelegd. In de opengwerkte slaapkamer zien we ze naast elkaar zitten op het juist opgemaakte bed in hun stijve, donkere kleren. Lijden zij aan de klassieke angst van de middenklasse om alles waarvoor je gewerkt hebt kwijt te raken, of zijn ze bang om ondanks hun huwelijk eenzaam te blijven?

Misschien wil deze voorstelling in al zijn onnadrukkelijkheid wel iets zeggen over het hedendaagse Nederland. Over de onbestemde maar niet te negeren angst voor het onbekende, het kinderachtige beroep op oude rechten, het cynisme van de commentatoren op de zijlijn. Maar ook louter als scherpe uitvoering van 20e-eeuws toneelrepertoire is Wankel Evenwicht een geslaagde voorstelling.

Theater Wankel Evenwicht door Carver en het Onafhankelijk Toneel. Gezien 5/1/07 in De Toneelschuur, Haarlem, in Amsterdam 28 t/m 31/3, tournee t/m 7/4. Meer info op www.theatergroepcarver.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity