Interview Guy Cassiers

interviews,Parool — simber op 25 maart 2014 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

Met een radicale bewerking van het stuk der stukken keert toneelregisseur Guy Cassiers terug naar Nederland. De artistiek leider van Toneelhuis in Antwerpen laat Hamlet spelen door een vrouw en zet zijn spelers in een multimediaal decor waarin niets verborgen blijft.

Iedere grote regisseur moet uiteindelijk zijn of haar Hamlet maken. Waarom is het nu de tijd voor uw versie?

Er zijn verschillende inhoudelijke ingrediënten die ik heel belangrijk vind, maar daarnaast moet het passen in je ontwikkeling als kunstenaar. Ik maak mijn voorstellingen samen met een groep mensen, zowel acteurs als vormgevers, en samen maak je een evolutie door. Zo is deze Hamlet er ook gekomen, omdat ik nu denk dat Abke Haring die rol moet spelen. Daarnaast is het praktisch: door de samenwerking met Toneelgroep Amsterdam heb ik de beschikking over een groter ensemble dan ik in Antwerpen heb.

Tom Lanoye heeft een prachtige tekst geschreven, waarin het generatieconflict in Hamlet veel sterker naar voren komt. In het stuk zijn drie kinderen, Hamlet, zijn vriend Laertes en diens zus Ophelia, die erfgenamen zijn van een samenleving die de idealen van waaruit ze gegroeid is volledig aan de kant zet. De ethiek is aan het verdwijnen. De nieuwe generatie probeert te reageren, maar vindt zijn eigen identiteit niet. Als weeskinderen bezingen ze hun eigen onmacht.

Waarom koos u met Abke Haring voor een vrouw als Hamlet?

Ik zie Hamlet als een nog niet geïdentificeerd persoon, een jong iemand die zijn/haar vorm nog niet gevonden heeft. Op een psychologisch niveau kun je zeggen dat, omdat zijn oom Claudius zijn vader vermoordt, Hamlet zelf niet de mogelijkheid krijgt om symbolisch vadermoord te plegen. Dat verwart hem.

Abke speelt geen vrouw of een man, ze speelt een zoekend iemand. Daarnaast komt zij heel jong over. Hamlet is een adolescent en je moet kunnen geloven in zijn jeugdigheid. En bovendien: ten tijde van Shakespeare stonden er geen vrouwen op het toneel, dus er zat altijd een spel in met mannelijkheid en vrouwelijkheid – die lijn trekken we door naar vandaag.

U staat als regisseur vooral bekend om uw literatuurbewerkingen, zoals de Proust-cyclus en De man zonder eigenschappen. Ziet u het werk van Shakespeare ook als literatuur die eerst bewerkt moet worden voordat het kan worden opgevoerd?

Nee, de tekst heeft zeker nog relevantie. Maar Shakespeare schreef voor een ensemble met specifieke acteurs en binnen een sociale en artistieke context. Ik denk dat ik Shakespeare meer recht doe door zijn ideeën –die hij ook weer ontleende aan eerdere verhalen– verder ontwikkel voor deze tijd, natuurlijk met zeer veel respect.

De bewerking van Lanoye versterkt een aantal elementen uit Shakespeare: de dictatuur, het generatieconflict en voegt een aantal nieuwe ingrediënten toe. Wie het stuk goed kent zal verrast worden over hoe de tragische uitkomst nu tot stand komt. Maar Lanoye maakt het wel metrisch, in vijfvoetige jamben. Daarin zie je het respect voor de schriftuur van het origineel.

U heeft lang in Nederland gewerkt, als artistiek leider van het Ro Theater. Hoe is het nu om weer terug te zijn?

Er is ontzettend veel veranderd. Ik zou de kansen die ik bij het Ro kreeg om mijn stijl voor de grote zaal te ontwikkelen in Vlaanderen nooit gekregen hebben. Toen ik terugging naar Antwerpen zag ik de noodzaak om het politieke in mijn werk belangrijker te maken.

Ik heb de laatste twee jaar van Pim Fortuyn meegemaakt en me erg verbaasd dat in een stad die al heel lang door de sociaal-democraten wordt bestuurd ‘socialist’ ineens een scheldwoord werd. En in Antwerpen zie je nu precies hetzelfde gebeuren. We keken in België altijd op naar Nederland als voortrekker, en ik vrees dat Nederland voortrekker blijft, maar dan in negatieve zin. Ik probeer er alles aan te doen om het in Vlaanderen niet zo ver te laten komen; de mentaliteit ten opzichte van de kunsten in de maatschappij.

Ziet u dat ook bij Toneelgroep Amsterdam?

Ik denk dat Toneelgroep Amsterdam nog een van de weinige eilanden is waarop op een relevante manier hedendaags theater ontwikkeld kan worden. Maar ik zie wel dat tussen Vlaams en Nederlands theater een muur wordt opgetrokken. Iedereen isoleert zich. Dat is ook het probleem van Hamlet: in zijn zelfbeklag isoleert hij zichzelf en ziet hij niet meer wat er om hem heen gebeurt. En dat is heel gevaarlijk. Ik hoop dat de samenwerking van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis een symbool kan zijn voor hoe we ook op andere manieren kunnen samenwerken.

Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis gaat op 19 maart in première in de stadsschouwburg. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Orlando’ van Het Toneelhuis

Parool,recensies — simber op 5 februari 2013 om 10:00 uur
tags: , , , , ,

Het is een verhaal dat opvallend vaak op het toneel gebracht wordt: Orlando van Virginia Woolf, over een man die ruim driehonderd jaar leeft en halverwege in een vrouw veranderd. Ooit speelde Catherine ten Bruggencate het als monoloog, twee jaar geleden won Maria Kraakman de Theo d’Or voor de rol in de versie van Oostpool en gisteravond stond Katelijne Damen solo op het podium in een voorstelling die ze maakte met de Vlaamse regisseur Guy Cassiers.

Damen bewerkte het fantastische verhaal zelf tot toneelmonoloog en verhult met lang uitgesponnen zinnen de literaire oorsprong niet. De tekst legt daarbij tussen de avonturen in Elizabethaans Londen en in Turkije veel nadruk op de uitgebreide en barokke natuurbeschrijvingen. Orlando wordt dan ook voortgedreven door een verlangen om de oude eik in de tuin van zijn jeugd overtuigend te beschrijven.

Woolf schreef het verhaal als een weerspannige biograaf en Damen zet die dubbelzinnige houding mooi om naar veelvormig toneelspel: nu eens ingeleefd, dan weer demonstratief afstand nemend. Gedurende de voorstelling wordt ze vrijer, darteler en lichamelijker.

Cassiers zet tegenover de vertellende acteerstijl zijn bekende videovormgeving: de vloer staat vol afbeeldingen die via erboven hangende camera’s gefragmenteerd worden geprojecteerd op het achterdoek. Soms wordt er eindeloos ingezoomd, terwijl er steeds nieuwe snippers van schilderijen, architectuur en geschriften ontstaant, als een soort fractal. Dan weer vormen de verschillende projecties één grote afbeelding, van een koepelplafond, of van een onscherpe boom. Tegenover de geconstrueerde natuur in de tekst plaatst hij scherven cultuur in beeld.

Toch gaat de voorstelling vervelen en zelfs een beetje tegenstaan. Het is allemaal erg mooi en smaakvol, maar ook bloedeloos en te weinig dynamisch. Cassiers cerebrale aanpak werkt buitengewoon goed bij zijn epische toneelbewerkingen van boeken als Op zoek naar de verloren tijd of De man zonder eigenschappen, maar bij Orlando is iets meer warmbloedigheid op z’n plaats.

Orlando van Het Toneelhuis. Gezien 28/1/13 in de Stadsschouwburg. Tournee t/m 27/2. Meer info op www.toneelhuis.be

Recensie ‘Musil marathon: De man zonder eigenschappen I, II, III’ van Het Toneelhuis

Toneel om bij na te denken ­– het is een zeldzaamheid, zeker in Nederland. Het weldadige bad van fonkelende aforismes, gevaarlijke conversaties en prikkelende beelden dat minstens twee uur van de zogenaamde Musil marathon biedt is dan ook weldadige theaterervaring. Een ideale voorstelling zelfs, ware het niet voor die andere helft.

Bijna tien jaar geleden begon de Vlaamse regisseur Guy Cassiers aan de toneelbewerking in vier delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust, dit weekend presenteerde hij zijn visie op die andere buitensporig omvangrijke Europese roman: De man zonder eigenschappen van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil.

Musil schreef een panorama van het Oostenrijk-Hongarije van vlak voor de Eerste Wereldoorlog. De hoofdpersoon Ulrich, eigenschaploos, maar vooral een man zonder overtuigingen, bekijkt het verval van het keizerrijk met cynische afstand. Via familierelaties komt hij terecht in een comité dat een zinloos evenement van nationalistische eenheid moet organiseren en tegelijk heeft hij een intieme, melancholieke, tegen incest aanschurende relatie met zijn zuster.

Cassiers trekt in de eerste twee delen deze twee verhalen uiteen. Vooral het politieke deel is weergaloos, een eindeloze hoeveelheid prachtige, actuele aforismes –waarin de multi-etnische lappendeken van het vooroorlogse Oostenrijk al te gemakkelijk te vergissen is met de Europese Unie van vandaag–  met het juiste aplomb geplaatst door geweldige spelers als Vic de Wachter, Wim van der Grijn en Gilda de Bal. Musils formele, wijdlopige zinnen klinken nog naar drukletters, maar de acteurs weten er een imposant taalbouwwerk mee te maken.

Het decor bestaat zoals altijd bij Cassiers uit projecties, dit keer gebruikt hij dunne lamellen en kleine vlakken in verschillende lagen achter elkaar als projectiescherm, wat een prachtig speels en voortdurend bewegend effect heeft. De spelers fluisteren hun teksten in zendmicrofoons, wat samen met de projecties een streng, maar ook onverbiddelijk subtiel toneelbeeld geeft.

Passie heeft in de cerebrale esthetiek van Cassiers weinig plek, maar het deel over de liefde is toch pijnlijk en een tikje hoopvol door het spel van Tom Dewispelaere en Liesa Van der Aa. Alle personages dragen steeds kostuums met tuigjes, windsels en barokke kettingen en gespen. Ze harnassen zichzelf tegen de omwenteling die onvermijdelijk is en die alles waar ze over theoretiseren weg zal vagen.

Maar goed, dan volgt na zo’n vijf uur toneel nog een derde deel. Hiervoor schreef de Vlaamse schrijver Yves Petry een nieuwe tekst, waarin hij Musil zelf op het toneel zet, samengevoegd met één van zijn personages, de moordenaar Moosbrugger (Johan Leysen) en een slachtoffer van hen beiden (opnieuw Van der Aa). En hier zakt heel het bouwwerk in. Hier wordt de schrijver de maat genomen in een banale psychologisering en trivialisering van zijn denken en zijn wereldbeeld. En daarmee doet het de zo zorgvuldig opgebouwde intellectuele constructie bijna teniet. Bijna. Want die twee uur denktheater neemt niemand je meer af.

Holland Festival: Musil marathon: De man zonder eigenschappen I, II, III van Het Toneelhuis. Gezien 24/6/12 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

De Meester en eigenschappen, of: De man zonder Margarita

Twee toneelbewerkingen van onbewerkbare boeken zijn dit weekend op het Holland Festival te zien in de twee zalen van de Stadsschouwburg, en aan de oppervlakte lijken The master and Margarita en De man zonder eigenschappen wel wat op elkaar in hun dromerige, filmische stijl. Maar daarachter gaat een diepgaand verschil van opvatting schuil over hoe literatuur op de planken te zetten.

De overeenkomsten tussen beide romans zijn opmerkelijk: zowel De meester en Margarita van de Russische schrijver Michail Boelgakov als De man zonder eigenschappen van de Oostenrijker Robert Musil werden geschreven in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw, kwamen niet door de censuur van hun land en werden pas na de dood van hun auteur erkend als literaire meesterwerken. Beide behandelen ze moreel failliete landen die afstevenen op een catastrofe en voorafschaduwen daarmee de Tweede Wereldoorlog.

De Britse acteur en regisseur Simon McBurney (twee jaar geleden regisseerde hij A dog’s heart bij De Nederlandse Opera, gebaseerd op een verhaal van Boelgakov) maakt met zijn gezelschap Complicite van The master and Margarita een multimediaal spektakel, dat met projecties, goochelkunsten, muziek, en een grote cast langs de drie verhaallijnen uit Boelgakovs roman vloeit. We zien hoe de duivel, vermomd als de Duitse professor Woland, zijn intrek neemt in Moskou en daar dood en verderf zaait. Tegelijk zien we een op Boelgakov zelf gebaseerde schrijver (de meester uit de titel) in een gesticht die een historische versie schrijft van het verhaal van Jesus Christus en Pontius Pilates.

In het boek hebben de drie verhalen ieder hun eigen stijl: de satanische streken van Woland en zijn metgezel, een mansgrote zwarte kater, zijn grotesk en surrealistisch, het Christusverhaal verheven en contemplatief en de romance tussen de schrijver en zijn geliefde Margarita lieflijk en poëtisch. In het laatste deel, als Margarita om de ziel van de schrijver te redden zich in dienst stelt van Woland die haar als heks een satanische Walpurgisnacht laat vieren.

Het is de vraag of toeschouwers die het boek niet kennen de kluwen verhalen en thema’s in McBurneys uitbundige, maar ook wat warrige regie kunnen ontwarren. Sprongen tussen locaties worden met Google-maps-animaties verbeeld en een mooi effect wordt bereikt door de acteurs meet te laten spelen met de projecties op de vloer, waarbij op de achterwand het resultaat te zien is: de Meester rijdt paard, Margarita vliegt. En aan het eind zit een mooie ontmaskering, een visie op het kwaad in het boek en in de wereld.

Hoe anders is de theaterbewerking van Het Toneelhuis van De man zonder eigenschappen. De Vlaamse regisseur Guy Cassiers maakte zo’n tien jaar geleden bij het Ro Theater naam met zijn rigoreuze bewerking van de roman Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust voor het theater. Nu kiest hij opnieuw een megaproject en opnieuw zoekt hij manieren om niet zozeer het verhaal te vertellen, maar de essentie uit het boek te destilleren en die als het ware als een nieuw, zelfstandig kunstwerk op het toneel te zetten.

De onopmerkelijke man uit de titel is Ulrich, een passieveling die in een ontbindend keizerrijk vruchteloos meewerkt aan een zinloos gebaar van eenheid, de viering van het jubileum van de vorst. Ook Cassiers gebruikt projecties, maar in plaats van overdaad kiest hij in het eerste deel voor intrigerende details van grote schilderijen, Da Vinci’s Laatste Avondmaal en Endsor’s De intocht van Christus in Brussel.

McBurney kiest voor grote gebaren en theatrale frivoliteit, maar pretendeert uiteindelijk niet meer dan de roman te illustreren. Cassiers is stijlvaster en kiest zelf meer positie, zodanig dat hij in het derde deel Yves Petry opdracht gaf een nieuwe tekst te schrijven, gebaseerd op Musil. Bovendien is hij explicieter in het benoemen van actuele paralellen. Wie van de twee trouwer is gebleven aan het boek is misschien wel de interessantste vraag van dit Holland Festival.

The Master and Margarita van Simon McBurney/Complicite is te zien 21-23/6 in de Stadsschouwburg.
De misdaad (De man zonder eigenschappen III)
is te zien op 22/6 en de hele Musil Marathon van Het Toneelhuis op 23-24/6  in de Stadsschouwburg.
www.hollandfestival.nl

 

Selectie Theaterfestival

Theatergroep De Warme Winkel en theatermakers uit Vlaanderen, dat zijn de smaakmakers van het toneel in Nederland. Dat beeld wordt bevestigd als je naar de selectie van het Nederlands Theaterfestival kijkt. De jury, onder leiding van de ooit acterende schrijver Arthur Japin, maakte afgelopen zaterdag de tien voorstellingen bekend die zij de beste van het afgelopen seizoen acht en die in september tijdens het festival nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein.

De Warme Winkel is met twee voorstellingen uitgekozen: Alma (een beeldende performance over Alma Mahler) en Viva la naturisteraçion, een voorstelling over naturisme, waarin de vijf spelers voornamelijk naakt op het podium staan, een coproductie met De Utrechtse Spelen. Vooral de selectie van Alma is opvallend: de voorstelling werd drie jaar geleden gemaakt op Oerol, en was afgelopen herfst slechts twee in Nederland keer te zien. Je zou de uitverkiezing kunnen zien als beloning voor het groeiende aantal reprises in Nederland, waarbij succesvolle voorstellingen, later worden hernomen zodat meer publiek de kans krijgt ze te zien.

Daarnaast telt de selectie drie voorstellingen uit Vlaanderen: Bedrog van Stan, Disisit van Benjamin Verdonck en Bloed & Rozen van Het Toneelhuis en regisseur Guy Cassiers, een nieuw toneelstuk van Tom Lanoye over Jeanne d’Arc en Gilles de Rais. Cassiers beleeft na zijn befaamde Proust-cyclus een nieuwe artistieke piek: zijn marathonvoorstelling naar het boek De man zonder eigenschappen van Musil staat binnenkort op het Holland Festival en had in deze Theaterfestivalselectie zeker niet misstaan.

Naast Bedrog van Pinter is er nog meer modern repertoire te zien in september: het Ro Theater werd uitgekozen met Millers De dood van een handelsreiziger en de jonge regisseur Paul Knieriem werd geselecteerd met Bernhards Am Ziel, een productie van de Toneelschuur met Marlies Heuer in de hoofdrol.

Amsterdams succes is er voor de vrije producent Hummelinck Stuurman, die geselecteerd werd met Oom Wanja waarin onder anderen Pierre Bokma en Hein van der Heijden meespelen, in regie van Gerardjan Rijnders en Husbands van Toneelgroep Amsterdam. Die laatste keuze is opvallend, want pers en publiek leken dit seizoen andere voorstellingen van TA, zoals In ongenade of Na de zondeval hoger te waarderen dan Ivo van Hoves bewerking van de film van John Cassavates.

De laatste uitgekozen voorstelling is Bimbo van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot, een fascinerend akelige verbeelding van de ‘pornificatie’ van de samenleving. Theater als het krassen van nagels op het schoolbord en dus bij uitstek geschikt voor het Theaterfestival dat naast mooie voorstellingen tonen toch ook discussie wil oproepen.

De selectie overziend rijst het beeld van een evenwichtige, degelijke keuze. De jury koos geen kleine, obscure voorstellingen, en vergat geen grote hits – of het moest De prooi zijn van Het Nationale Toneel, de voorstelling over de val van ABM Amro die dit seizoen het meeste media-aandacht wist te genereren. Bezoekers die in september voorstellingen gaan ‘inhalen’ zullen weinig te klagen hebben over het niveau en de diversiteit van het Nederlandse theater.

Daar staat tegenover dat je zonder moeite een aantal voorstellingen kan noemen die ook in de keuze zouden passen, zoals Mahabharata van Marjolein van Heemstra of Krenz van Willem de Wolf. Het reflecteert een theaterseizoen waarin de kwaliteit zeer hoog was, maar échte uitschieters (te) schaars.

Daar moet bij gezegd worden dat die uitschieters, zeker in de grote zaal, opvallend vaak Vlaamse voorstellingen zijn. Naast de eerder genoemde Musil-cyclus van Cassiers hoorden wat mij betreft ook het onvoorstelbaar weirde Robo-a-Gogo van Wayn Traub en het megalomane 300 el x 50 el x 30 el van FC Bergman tot de hoogtepunten van het seizoen. Helaas zijn die voorstellingen maar één of twee keer in Nederland te zien. Onder druk van bezuinigingen en publiekseisen schuiven Nederlandse gezelschappen langzaam naar het midden, terwijl in België de zucht naar avontuur nog groter is.

Dezelfde jury die deze selectie maakte, beslist ook over de acteursprijzen Theo en Louis d’Or. De nominaties daarvoor worden binnenkort bekend gemaakt.

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 30 augustus t/m 9 september. Meer info op ww.tf.nl

Recensie: ‘De man zonder eigenschappen I’ van Het Toneelhuis

De Vlaamse regisseur Guy Cassiers vestigde zijn naam met de Proust-cyclus bij het Ro Theater, een vierdelige theaterbewerking van Op zoek naar de verloren tijd. Nu kiest hij opnieuw een van de dikste romans uit de literatuurgeschiedenis voor een nieuwe serie: De man zonder eigenschappen van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil.

Het eerste deel van dit drieluik biedt hetzelfde afstandelijk fluistertheater dat Cassiers al jaren kenmerkt, maar is ook actueel, mooi gespeeld en prachtig vormgegeven. Opnieuw maakt Cassiers veel gebruik zendmicrofoons en videoprojecties, al valt deze keer vooral de schoonheid op en niet het technische vernuft.

Uit de enorme roman koos Cassiers het verhaal van de ‘parallelactie’ als kern van het verhaal. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog moet de jonge Weense wiskundige Ulrich van zijn vader secretaris worden van de commissie die het zeventigjarig jubileum van koning en keizer Franz Jozef in 1918 van een passende viering moet voorzien. In de commisse verzamelt zich een kleurrijke dwarsdoorsnede van de Weense hofkliek en strijden conservatief en vaag idealisme, eigenbelang en besluiteloosheid om voorrang.

Musil en Cassiers schetsen een wereld in ontbinding. De roman wordt geroemd om zijn ironie, waarvan het feit dat in 1918 Frans Josef al dood is en Oostenrijk-Hongarije uit elkaar valt de grootste is. Ulrich is een ‘man zonder eigenschappen’ omdat hij passief is en overtuigingen mist. Hij is algemeen ontwikkeld, maar uiteindelijk net zo leeg als de bibliothecaris van de Hofburg, die steeds het juiste boek weet te vinden zonder er ooit een gelezen te hebben.

De voorstelling is zelf ook een parallelactie. Niet alleen blijken Musil’s teksten opvallend actueel, ook weten de personages verbazend raak commentaar te leveren op de schreeuwcultuur op internet, de rol van lingerie of de verhouding tussen politiek en zakenleven. Cassiers zorgen over wat er in Wenen op volgde zijn tastbaar, ook al wordt er in de voorstelling geen moment aan de oorlog gerefereerd.

Cassiers vult Musil’s veelheid aan thema’s aan met enkele grote gebaren in beeld en muziek. In het eerste deel projecteert hij steeds bewerkte uitsnedes van Da Vinci’s Laatste Avondmaal op het enorme achterdoek, aan het eind zien we Endsor’s De intocht van Christus in Brussel, hallucinerend verknipt door op en neer gaande rijen balkjes als projectiescherm. Op die manier komt veelkleurigheid in de plaats van harmonie en wordt het Christendom aan de kant gezet door de nieuwe volksbewegingen.

Meer dan in recente voorstellingen van Cassiers is er ruimte voor de acteurs. Gilda de Bal speelt een prachtige rol als oudere, sensuele dame van stand, die op het eind met één groot theatraal gebaar onttakelt. Daarnaast zijn er mooie rollen voor grote, grijze mannen – Vic de Wachter, Wim van der Grijn, Dirk Buyse, Johan Van Assche. Dit is toneel dan ook voor volwassenen, serieus en intellectueel, en met een angstwekkende deken van doem.

De man zonder eigenschappen I van Het Toneelhuis. Gezien in Utrecht op 26/10/10. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 29 en 30/10. Meer info op www.toneelhuis.be

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity