Recensie: ‘De laatste zomer’ van Het Amsterdamse Bostheater

“Een meisje dat al verloofd is, mag zo niet denken”, zegt het meisje smachtend tegen de jongen met wie ze nadrukkelijk niet verloofd is. “Integendeel, een meisje dat al verloofd is moet juist zo denken. Voor het te laat is,” antwoordt hij. Moderne opvattingen over de liefde, in een wereld waar geld, belang en status vaak net wat belangrijker is.

De Venetiaanse toneelschrijver Carlo Goldoni werd in de 18e eeuw beroemd met zijn middenklasse zedenkomedies; verfijnde stukken waarin de bourgeois hang naar bezit en status ferm op de hak werd genomen. In Nederland is zijn bekendste waarschijnlijk Trilogie van het Zomerverblijf – een paar jaar geleden door Toneelgroep Amsterdam nog gespeeld onder de titel Zomertrilogie, met Karina Smulders in een memorabele hoofdrol.

In het Amsterdamse Bos is deze zomer een stevige bewerking te zien, De laatste zomer. Vertaler Erik Bindervoet en regisseur Frances Sanders laten het verhaal de goedgebekte huwbare dochter Giacinta (Anne Lamsvelt) en haar jaloers aangelegde verloofde Leonardo (Jonas Leemans) grotendeels intact, maar stroomlijnt de vele plotlijntjes en personages die met de twee families en aanhangend volk op de jaarlijkse vakantie gaan naar Montenero.

Het eerste deel is een vrolijk gaan-ze-of-gaan-ze-niet, met een mooi gesjouw van ontelbare koffers. De setting is tijdloos, maar de spitse actuele grapjes en het geestige gebruik van vrij ambtelijke taal met veel dubbeloppe herhalingen van Bindervoet houden de band met hier en nu in stand.

Na een kletterende valpartij van stoelen uit het drie verdiepingendecor –waarin de blik kan verdwalen langs gokmachines, Egyptische obelisken, een paardenwaterval en onbestemde geometrische vormen– zijn we in Montenero en worden de geld- en liefdesproblemen allengs nijpender, tot de reddende en romantische finale.

De vele personages worden gespeeld door zeven acteurs, waarbij vooral Jorrit Ruijs opvalt, die bediende, love interest, oude geile weduwe en gokkoning in cowboypak speelt en die geheel eigen komische afwijkingen meegeeft. Ook Yara Alink en Sander Plukaard hebben die toneelspelersbluf die nodig is voor deze vederlichte vorm van komediespelen uitstekend onder de knie.

Het is jammer dat de verbale kant –het pingpongen van eloquente grapjes, dat de komedie naar een hoger plan kan tillen– nog niet op hetzelfde niveau is. Dat wordt gedurende de speelperiode vast beter, maar de muziek helpt niet. De liedjes die Alberto Klein Goldewijk speelt –popliedjes en Italiaanse klassiekers als Volare– zijn te sloom en halen het tempo uit de voorstelling. Alleen aan het eind als Lamsvelt even mag uitpakken met een dramatisch lied is dat gewicht op z’n plaats.

De laatste zomer gaat ook over de regisseur. Na dertig jaar bij het Amsterdamse Bostheater en 25 regies neemt Frances Sanders afscheid. Ze werd aan het eind door haar opvolger Ingejan Ligthart Schenk en door vele medewerkers, sponsors en partners letterlijk bedolven onder de bloemen. Sanders blijft betrokken bij het Bos als begeleider voor jong talent. Voor haar geldt dus net als voor de personages: “De volgende zomer zijn we weer terug in Montenero!”

De laatste zomer van Het Amsterdamse Bostheater. Gezien 17/7/14. Nog te zien in het Bos t/m 6/9. Meer info op www.bostheater.nl

Recensie: ‘De Samoerai’ van Bambie

“Sterf elke ochtend en elke avond opnieuw en wordt als iemand die voortdurend dood is.” Bambie, de mimetheatergroep die zijn voorstellingen het liefst nummert, geeft haar laatste een titel: De Samoerai. De groep liet zich inspireren door het boek Hagakure uit de achttiende eeuw, vol met afwisselend wijze en geestig absurde leefregels voor Japanse krijgsheren.

Als de spelers inderdaad samoerai zijn, zijn het wel merkwaardige exemplaren: de eerste (Jochem Stavenuiter) lijkt dronken, de tweede (Ingejan Ligthart Schenk) is een huilebalk en de derde (Gerindo Kartadinata) is een aggresieve druktemaker. Op lage tafels halen ze hun toeren uit: de vingers van Stavenuiter maken een lange tocht, Kartadinata balanceert op krukjes de anderen intimiderend met zijn wapenstok en zijn vervaarlijke gegrom. Het zijn kleine, komische varieté-acts. Misschien zijn samoerai in vredestijd, met hun wijde kleren en hun wit geschminckte gezichten, eigenlijk een soort clowns.

De voorstelling verloopt eerst als een traditioneel Japans verhaal: er moet een meester teruggevonden worden (wiens adem het licht kan dempen en feller maken) en er moet een lange reis worden afgelegd. Dat leidt tot de mooiste scènes: Ligthart Schenk gaat op pad met een zwaar beladen tafel op zijn rug; Kartadinata beklimt een andere tafel die door Ligthart Schenk wordt opgetild en die ineens een hele hoge berg wordt als Stavenuiter het papiersnippers laat sneeuwen.

De voorstelling draait (ook letterlijk) als het reisdoel bereikt wordt. De meester (Klaske Bruinsma) blijkt de moeder van de drie krijgers. Het iets te jolige deel rond haar kolossale bed is het zwakste van de voorstelling. Maar het eind is weer prachtig: de drie mannen laten Bruinsma dansen als een pop uit het Bunraku-theater, zorgvuldig al haar ledematen sturend.

Bambie-voorstellingen zijn soms wat stuurloos, met veel ideeën maar weinig lijn. (Gast)regisseur Jetse Batelaan heeft van De Samoerai echter een hecht bouwwerk gemaakt over traditie en overdracht. En daarin is het vast geen toeval dat gekozen is voor Bruinsma, ooit lid van de invloedrijke mimegroep Bewth.

Het zou namelijk goed kunnen dat dit de laatste voorstelling van Bambie is. De groep raakt, net als Lighart Schenks gezelschap ’t Barre Land, haar subsidie kwijt. Dat is misschien onvermijdelijk, maar het vraagt van kunstenaars welke leefregels en tradities zíj willen meenemen naar volgende avonturen of doorgeven aan een nieuwe generatie. De Samoerai is een levenslustige, aandoenlijke meditatie over die vraag.

De Samoerai van Bambie. Gezien 26/1/13 in Frascati. Aldaar t/m 2/2. Tournee. Meer info op www.bambie.org.

De Vere: Repertoiretoneel in praktijk

Een vrijdag in december. Het westen van Nederland is krakend en bibberend tot stilstand gekomen. Bevriezingen, gladheid en sneeuw leiden tot een verkeersinfarct en in Groningen dicussieert een groep toneelspelers verhit over de komende avond. Ze zitten bij elkaar in de huiskamer van een eenvoudig, maar artistiek ingericht hostel. Twee van hen, Jorn Heijdenrijk van Discordia en Czeslaw de Wijs van ’t Barre Land, hebben gekookt, pasta met uitgebreide salades.

Onderwerp van discussie is: afgelasten of niet. Eén van de spelers van de voorstelling van vanavond is er nog niet. Sara de Bosschere moet uit Antwerpen komen, maar zit in een taxi vast tussen Rotterdam en Utrecht, inmiddels al zo’n drie uur. Lege batterijen bemoeilijken het telefoonverkeer. Als ze in Utrecht een trein kan nemen, is ze dan nog op tijd om te spelen? Wagen ze het daarop? Moeten ze misschien een uur later op? Kun je wel direct vanuit de trein zo het toneel op? Of kunnen ze misschien een andere voorstelling uit de kast trekken? Of moeten ze annuleren en de toeschouwers die gereserveerd hebben gaan bellen?

Begin jaren ’90 begon Discordia, samen met de Vlaamse groepen Stan en Dito’Dito, met De Vere: lange avonden waarin toneelspelers van verschillende gezelschappen korte stukjes speelden uit hun eigen repertoire. In steeds hetzelfde decor, een V van houten schotten, open van voren en heel smal van achter, met smalle openingen als coulissen, waardoor ook gemakkelijk gesouffleerd kon worden. In de loop van de tijd werd het aantal deelnemende groepen en acteurs uitgebreid en kwam het steeds vaker voor dat een speler ad hoc een rol overnam.

Met ingang van 2011 wordt het idee van De Vere nieuw leven ingeblazen, en uitgebreid. Dit seizoen spelen Discordia en ’t Barre Land met gasten iedere maand een paar maal een oude voorstelling opnieuw. Meestal alleen in Frascati 3 in Amsterdam, maar de eerste voorstelling kent een paar extra opvoeringen in het Grand Theatre in Groningen en in Kikker in Utrecht. Het is De Kersentuin, door Discordia gemaakt in 1997 en voor het laatst gespeeld in 2002. Inmiddels zijn in deze voorstellingen verschillende rollen overgenomen: Maarten Boeghorn en Ditha van der Linden verlieten Discordia en hun rollen werden overgenomen door Barre Landers Margijn Bosch en Vincent van den Berg. In deze 2010-versie spelen Ingejan Ligthart Schenk en Martijn Nieuwerf voor het eerst mee.

Continue reading “De Vere: Repertoiretoneel in praktijk” »

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity