Recensie ‘Mensenkinderen’

Parool,recensies — simber op 26 september 2010 om 21:02 uur
tags: , , , , ,

Een veel gelezen en hooggewaardeerde schrijver overlijdt. In zijn nalatenschap vindt men een ongepubliceerd toneelstuk. Dat wordt gepubliceerd in een literair tijdschrift, maar moet het daarna ook nog gespeeld worden? Dat ligt eraan hoe goed het is, zou je denken.

J.J. Voskuil’s stuk Mensenkinderen –waarschijnlijk begin jaren tachtig geschreven- gaat over een Amsterdams grachtengordelechtbaar, Karel en Klaartje, dat niets anders doet dan ruziën. Drie scènes tonen drie opeenvolgende avonden, de tweede avond komen vrienden op bezoek. Het kinderloze paar dat op voet van oorlog met elkaar leeft, de vele drank en de buitenstaanders die de boel op scherp zetten; het lijkt allemaal erg op Who’s afraid of Virginia Woolf. En, het moet gezegd, het is een zeer matige imitatie.

In de romans van Voskuil gebeurt al het drama tussen de regels, maar voor het toneel blijkt dat niet genoeg. De echtelieden in Mensenkinderen ruzieën om het ruzieën; ze dreigen niet met weggaan dus er staat niets op het spel en ze gaan niet tot het bot. Maar tegelijk is er ook geen contrast tussen ruzie en iets eventueel anders, iets van genegenheid of een gemeenschappelijke afkeer van de bezoekers. Daarbij ontwikkelt de echtelijke onmin zich in de vijf kwartier die het stuk duurt niet. Klaartje blijft alles wat haar man zegt zo negatief mogelijk interpreteren; Karel geeft af en toe wat toe, maar maakt het daarmee alleen erger. Zo wordt het een kabbelend keuvelstuk. De komedie is soms goed getroffen, met een paar geslaagde grappen, maar even vaak zijn die oubollig en gedateerd.

Aan de acteurs de zware taak om er het beste van te maken en dat lukt ze wonderwel. Kees Hulst, met een verse Louis d’Or op zak, is de karakteristieke sul Karel, die toch op z’n tijd venijnige ripostes raak weet te plaatsen. Waar de tekst er mogelijkheid toe biedt (te weinig) weet hij fenomenaal snel zijn wanhoop even te laten doorschemeren. Els Ingeborg Smits speelt zijn onredelijke, zeurende kenau van een vrouw Klaartje als een terriër met haar tanden in z’n kuiten. De immer betrouwbare Cas Enklaar (met stemproblemen, leek het) is de oude vriend die Karels bewondering al lang niet meer verdient en Marian Mudder speelt zwierig in ’t knalrood zijn op seks beluste, té hard lachende vrouw die tegen ieders wil bij de vriendschap is inbegrepen.

Ze trekken er hard aan, maar nergens stijgt het stuk op. Als Karel aan het eind requisieten verzameld om zich op te hangen is dat alleen een flauwe grap zonder enige tragiek.

Het was misschien beter geweest om het stuk ongespeeld te laten. Maar ja, in de jacht op de de moeizaam te vangen theaterbezoeker is de belangstelling voor Nederlandse literatuur op het toneel een schaarse constante. De vele Voskuilfans zullen hun weg naar deze voorstelling wel weten te vinden.

Mensenkinderen van J.J. Voskuil. Gezien 25/9/2010 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 22 t/m 26/12. Meer info op www.mensenkinderentheater.nl

Louis d’Or voor Kees Hulst, Theo d’Or voor Maria Kraakman

nieuws,Parool — simber op 12 september 2010 om 23:59 uur
tags: , , , ,

Tijdens het Gala van het Nederlands Theater werden gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg de belangrijkste toneelprijzen van Nederland uitgereikt. De Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) werd gewonnen door Kees Hulst voor zijn rol van Jörgen Hofmeester in Tirza naar Arnon Grunberg bij het Nationale Toneel. De Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol) ging naar Maria Kraakman, voor de titelrol in Orlando van Oostpool. Bijrolprijzen Arlecchino en Colombina waren voor respectievelijk Stefan de Walle en Nanette Edens.

De Prosceneniumprijs (voor “een wezenlijke bijdrage aan het toneelklimaat”) ging naar de relatief jonge theatergroep Wunderbaum. Jeugdtheaterprijzen waren er voor de voorstelling Woeste Hoogten en voor actrice Eva Zwart. De AVRO Toneel Publieksprijs werd gewonnen door Oog om Oog met o.a. Linda van Dyck en Victor Löw. Een niet aangekondigde uitreiking was die van de Erik Vos Prijs, de belangrijkste aanmoedigingsprijs voor regisseurs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt aan jong talent. De jury koos voor Susanne Kennedy en prees haar “nauwlettende precisie” en de “bijzondere balans tussen abstract denken en luchtige ironie” in haar werk.

Op De Nacht van de Vergeten Toneelprijzen in het Rozentheater vond later op de avond een alternatief prijzengala plaats, met onderscheidingen als De Duurzame Doos (het groenste decorontwerp – voor theatergroep Schwalbe), Oud Goud (beste acteur boven de zestig – Ineke Veenhoven) en De Purperen Payroll (de beste zakelijk leider – Inge Bos). Daar werd ook de Gouden Bouwmeester uitgereikt, de prijs voor de beste voorstelling van het afgelopen seizoen. Ook hier was Susanne Kennedy de winnaar, met haar voorstelling The New Electric Ballroom.

Recensie: ‘Wuivend Graan’ van Wim T. Schippers

Parool,recensies — simber op 14 oktober 2007 om 23:09 uur
tags: , , ,

Wim T. Schippers’ belangrijkste bijdrage aan het Nederlandse theater blijft natuurlijk Going to the Dogs uit 1986, een toneelstuk dat hij liet “spelen” door zes Duitse herdershonden. De voorstellingen die daarna volgden (o.a. Relapsus en Zonder Titel) blonken vooral uit in superieure ongein en onbegrijpelijke flauwiteiten. Maar zijn nieuwste, Wuivend Graan, is opvallend leuk.

Het publiek is aanwezig bij een lezing door de grote geleerde Henrik van Woerdekom (droogkomisch gespeeld door Titus Muizelaar), auteur van veel gelezen werken als “Kan God ons verdommen?” en “Zo goed en zo kwaad als het gaat”. Schippers speelt met de theatrale conventie van de vierde wand. Eigenlijk speelt het publiek van de voorstelling de rol van het publiek aan de lezing. Dat is niet bijster origineel, maar de ijzeren consequentie waarmee de vertoning wordt volgehouden is geestig.

Van Woerdekom moet een lezing houden over de evolutionaire wortels van de ethiek, maar laat zich graag afleiden door zijsporen als de Perzische astronoom Ulug Bek of de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen. Maar evengoed weet hij -zij het in sneltreinvaart- de nodige hoogst serieuze onderwerpen uit de ethische filosofie te behandelen en religie krijgt daarbij nog even een paar flinke vegen uit de pan.

Maar het drukke associatievermogen van de geleerde is niet de enige verstorende factor. Ook de Powerpoint presentatie rebelleert regelmatig. Bovendien zijn de vele vrouwen in zijn leven toevalligerwijs allemaal in de zaal aanwezig en maken vanuit het publiek driftig interrupties. Van Woerdekom’s moeder (Nelly Frijda) zit al snel gezellig bij haar zoon op het podium en geeft af en toe ongepast commentaar, maar weet na iedere uitwijding ook weer precies waar we ookalweer gebleven waren.

Kees Hulst als de even ijdele als kleinburgerlijke organisator steelt echter de show. Hij ziet eruit en gedraagt zich als een kruising van Dominee Gremdaat en John Cleese en probeert op briljant wijdlopige wijze de orde te bewaren.

De anarchistische ingrepen zijn het grappigst, maar de setting maakt dat je de theoretische stukken ook niet helemaal serieus neemt en dat is jammer. Want juist in de combinatie zit de filosofie van Wim T. Schippers die in vrijwel al zijn werk van Ronflonflon tot de Wetenschapsquiz tot uiting komt.: de wetten en de regels van het universum zijn niet gesteld voor de menselijke maat. Op de menselijke schaal heerst slechts chaos en absurdisme. Of korter en beter gezegd: Pollens, wat een heisa is het hier!

Wuivend Graan van Wim T. Schippers door Hummelinck Stuurman. Gezien 13/10 in Leiden. In Amsterdam (Bellevue) 25 t/m 30/12 tournee t/m 20/1/08. Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

Prijzen op het ITs Festival

In het Compagnietheater zijn gisteravond de prijzen uitgereikt van het ITS festival. De meest prestigieuze prijs, de Ton Lutz Prijs voor afstuderende regisseurs, ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Adam in Ballingschap dat hij opvoerde in de Hortus. De Belgische regisseur die afstudeert aan de regie-opleiding in Amsterdam krijgt geld voor het maken van een nieuwe voorstelling en een coachingstraject. Robbrecht was zelf niet aanwezig om zijn prijs in ontvangst te nemen; hij is in Gent een nieuwe voorstelling aan het maken.

Speciale vermelding voor de Ton Lutz Prijs was er voor de eveneens in Amsterdam afstuderende regisseur Thibaud Delpeut, die tijdens het festival opviel met de geslaagde voorstelling Entr’acte. Met een zelfgeschreven, op de film Lost in Translation geïnspireerd stuk toont Delpeut zijn talent voor het construeren van gelaagde personages. Hij geeft daarnaast blijk van een goede hand van casten door Wendell Jaspers tegenover Kees Hulst te zetten. Het levert een spannende kleine voorstelling op.

Een geheel nieuwe prijs is de Kemn-A-ward. Castingbureau Kemna Casting nam het initiatief voor deze prijs voor de meest opvallende en veelbelovende acteur of actrice op het ITS. De prijs ging naar de Vlaamse acteur Oscar van Rompay die op het festival te zien was met zijn klas van de Antwerpse Herman Teirlinck school in de voorstelling Publikumsbeschimpfung. Eerder dit jaar viel hij al op in kleine rollen in de grote voorstellingen Platform van NT Gent en Opening Night van Toneelgroep Amsterdam. Van Rompay wint 4000 euro voor het verder ontwikkelen van zijn talent, en dat mag van uitreiker Job Gosschalk ook prima gebeuren op een terras in Barcelona met een fles sangria.

De overige prijzen waren voor de speerpunten van het festival: dans en internationaal. De Choreography Award voor de beste dansvoorstelling ging naar Pere Gay i Faura voor zijn voorstelling This is a picture. De ITS Guest Award voor beste internationale voorstelling ging naar Publikumfsbeschimpfung. Uitreiker Ben Hurkmans, directeur van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, zei te hopen dat met de val van het kabinet en het vertrek van Rita Verdonk het voor kunstenaars eenvoudiger zal worden om naar Nederland te komen om hier te werken.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity