Recensie ‘Kogelvis’ van Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater

Twee spelers, in spijkerbroek met ontbloot bovenlijf, zijn dader en slachtoffer. Het slachtoffer wordt aangepakt als een pop. De dader kneedt zijn huid, lijkt zijn handen diep in de buik van de ander te begraven, pakt hem achter zijn schouderblad, tilt hem op aan de huid van zijn rug. Het is een lichamelijke scène, waarbij je in je eigen lijf de plekken voelt die worden aangepakt, maar waarin je ook steeds zorg en liefde blijft zien.

Kogelvis (een toneelstuk van de debuterende toneelschrijver Nick Bruckman) heeft een vrij akelig onderwerp, namelijk serial killer Jeffrey Dahmer die in de jaren ’80 zeventien jongens vermoordde, seks had met hun lijken en ze vervolgens deels opat. Na zijn arrestatie en proces kreeg hij een soort cult-status.

Bruckman vertelt het verhaal vanuit drie perspectieven, naast dader en slachtoffer staat ook de zus van een van de slachtoffers op toneel. Het is een tekst die banale koffietafelpraat afwisselt met de gruwelijkste details over verminking en necrofilie.

In de regie van Marcus Azzini is de moordenaar verdubbeld en de zus wordt gespeeld door een man. De vier spelers Sebas Berman, Thomas Cammaert, Abe Dijkman en Jurriën Remkes hebben vaak een onderkoelde, bijna levenloze blik, maar bij de verleidingsscènes – Dahlmer pikte jongens op in de buurt van homoclubs en nodigde ze uit bij hem thuis om te drinken en te blowen – komt erotische spanning naar boven.

Dahlmer lijkt in de visie van de makers met name een jongen die, omdat hij zijn homoseksualiteit onderdrukt, te ver gaat in een perverse zoektocht naar liefde en heelwording. Daarmee wordt hij een klein beetje herkenbaar – is liefde niet altijd minstens een béétje grensoverschrijdend? De zus vertegenwoordigt het tegenbeeld: zij negeert haar eigen lust, omdat de bevrediging daarvan toch nooit compleet kan zijn.

Het is de verdienste van de makers dat ze de afschuw zodanig doseren dat je als toeschouwer niet afhaakt. En dat je samen met weerzin ook jongensachtige levenslust proeft.

Kogelvis door Toneelgroep Oostpool en Bellevue Lunchtheater. Gezien 24/9/16 in Bellevue. Aldaar t/m 15/10. Meer info op theaterbellevue.nl

Recensie ‘El Camino’ van Bellevue Lunchtheater

Ze hebben Bellevue wel héél erg overhoop gehaald. De vormgeving (van Ruben Wijnstok) van de lunchpauzevoorstelling El Camino valt in ieder geval op: heel de zaal is met grove kwast witgeschilderd en voorzien van een half af systeemplafond. De ladders en plastic lappen maken het beeld van een bouwplaats compleet. Het publiek zit verspreid over de ruimte op bankjes en vensterbanken.

Ook de twee mensen die hier rondscharrelen zijn in renovatie. Zij is een politica (wethouder? minister?) die na een auto-ongeluk ook mentaal in de kreukels ligt en hij is museumdirecteur met een onverwerkt verleden. Ze zijn oude vrienden met een gezamenlijk project: het peperdure, wegens geldgebrek onafgebouwde prestigemuseum waar we ons nu bevinden.

De voorstelling is een lichtvoetig wroeten in het verleden, uitgespeeld in spitsvondige dialogen van ontwikkelde mensen onder elkaar. “Wat zie jij er akelig goed uit. Ik dacht, die heeft ergens in dat museum van ‘m een monsterlijk zelfportret hangen.” Inspiratie lijkt te liggen bij zowel Woody Allen als Eric de Vroedt.

El Camino is een behoorlijk goede tekst van de jonge schrijver Koen Caris, die wordt opgetild door een erg fijn stel acteurs: Jacqueline Blom pittig als tegen beter weten in kordate vrouw en Hajo Bruins op dreef als gladjanus met een piepklein hartje. Nina Spijkers regisseerde de boel op vaart en humor, maar de personages zijn zo goed getroffen dat ook hun melancholieke kant voelbaar wordt.

Al die theatrale souplesse verhult slim dat Caris nogal veel onderwerpen aanstipt voor een voorstelling van drie kwartier. Het gaat over adolescentenvriendschap, de ambiguïteit van herinnering, driehoeksverhoudingen met daarachter nog een politieke laag over de vermenging van openbaar bestuur, bedrijfsleven en kunst.

Vaardig is het allemaal wel, en daardoor is El Camino een geslaagde lunchvoorstelling. En een die nieuwsgierig maakt naar omvangrijker werk van Caris.

El Camino van Bellevue Lunchtheater. Gezien 13/2/16 in Bellevue. Aldaar t/m 5/3. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Recensie ‘Rad van Fortuin’ van Bellevue Lunchtheater

Twee rondjes op de ring heeft Wanda er al op zitten in haar gele Mercedes. Nog een zou opvallen. Ze is ontslagen, maar heeft het haar man niet verteld en is ’s morgens gewoon ingestapt, op weg naar niks. De afrit die ze neemt brengt haar in een schimmige karaoke-bar waar Dolly Parton heerst en alleen kraanwater en tequila geschonken wordt.

Vera Ketelaars en Anne Gehring maakten als duo een paar geslaagde, intieme en poëtische voorstellingen op het Amsterdam Fringe Festival. In de nieuwste lunchpauzevoorstelling van Bellevue is Ketelaars nu alleen schrijfster, Gehring staat op de vloer met Sjaan Duinhoven en Albert Klein Kranenburg.

Gehring speelt Wanda met een soort uitgebluste paniek. Het is het soort vrouw dat altijd dacht dat ze haar lot in eigen hand had en een ontslag op basis van een loting verbrijzelt haar wereldbeeld. De karaokebar wordt gerund door Robin, een vrouw met een snor, en toevallig genoeg een jeugdvriendin van Wanda. Aan de bar, waar ze wekenlang dag in dag uit komt vluchten, probeert ze in het reine te komen met haar situatie.

Het decor (Sanne Danz) bestaat uit een deel van een cirkelvormige bar, dat slim rond kan rijden om een veel grotere ruimte te suggereren. De bar is daarmee zelf het rad van fortuin uit de titel. Aan weerszijden van het toneel hangt een beeldscherm voor de karaoke-teksten. Bij binnenkomst mag het publiek Ein Bisschen Frieden meezingen.

De ingrediënten zijn er, maar de voorstelling zelf blijft keurig. Vooral Duinhoven, die mooi speelt en zingt, is domweg niet ordinair genoeg voor de rol van vieze moppen tappende, working class glitterheldin, waardoor de dynamiek tussen haar en Gehring vlak blijft. Ketelaars schrijft vaardige dialogen, maar is soms al te subtiel. Vrijwel ongemerkt praat Wanda niet meer over zichzelf als ‘jij’, maar als ‘ik’. Ook de betuigde liefde voor Dolly Parton komt eerder over als een literair motief dan als een oprechte uiting van warmbloedige camp.

De pronte snor van Duinhoven en de unheimische travestie van Klein Kranenburg (die met een eng plasticine masker, zoals mimers Boogaerdt en Van der Schoot veel gebruiken, een oudere vrouw aan het eind van de bar speelt) geven de voorstelling een raadselachtig, genderbendend randje. Helaas blijft de lesbische romance die even lijkt op te bloeien onuitgewerkt.

Zo is Rad van fortuin een soort stilstaande road movie. Regisseur Lard Adrian weet van de losse elementen een onderhoudend uurtje theater te maken, maar echt rollen gaat het niet.

Rad van Fortuin van Bellevue Lunchtheater. Gezien 6/12/15 in Bellevue, aldaar t/m 27/12. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie ‘Uit diep blauw’ van Bellevue Lunchtheater

“De halve wereld is naar jouw smaak ingericht. Je mening uiten is voor jou zoiets als het legen van je blaas.” De term privilege voor de vanzelfsprekende voordelen die mannen hebben op vrouwen en blanken op niet-blanken is in snel tempo aan het overslaan van Amerikaanse academia naar de mainstream cultuur. De huidige lunchpauzevoorstelling in Bellevue illustreert het gegeven heel keurig.

In een blinkend wit decor (Dymph Boss) wacht het in al even stralend wit geklede trofeevrouwtje Eva op haar man Robbert, die veel ouder is en een klootzak. Maar dan ineens staat de verleidelijk dreigende Sharif in de huiskamer, een allochtoon met een terroristenbaard. Of komt hij haar toch bekend voor?

Schrijfster Maaike Bergstra combineert vaardig twee plot-types: de vreemdeling die een huwelijk overhoop gooit en de vriend van vroeger die een oud geheim komt onthullen. Ze speelt vooral flink leentjebuur bij Nora van Ibsen – en dat is beslist geen schande.

Sharif blijkt de eerste liefde van Eva te zijn en is nu teruggekomen om hun puberromance voort te zetten, met (verder niet uitgesproken) idealen en al. Robbert probeert haar voor zich te winnen met het geld en de status die hij haar kan bieden. Eva moet kiezen tussen het idealisme van het verleden en het cynisme van het heden. Het neoliberale discours tegenover de 99 procent. Het levert aardige dialogen op – “Met je gel en je aftershave kun je maar een klein beetje beestachtigheid maskeren” – maar zo schematisch als het hier klinkt is de voorstelling.

Groot pluspunt van Uit diep blauw (de titel wordt niet verklaard) is de strakke regie van Daria Bukvić, die haar spelers alle intensiteit uit de tekst laat opzuigen. Michiel Nooter is als Robbert een onuitstaanbaar herkenbare lul, Saman Amini (vorig jaar een van de sterren uit Bukvić’ theaterhit Nobody Home) kan razendsnel schakelen van een beanstigend leep grijnsje naar diepe zachtheid. Maar de koningin van deze lunchpauze is Keja Klaasje Kwestro, die als Eva aan het eind een krachtige draai maakt, beide mannen afwijst en een eigen pad de toekomst in geloofwaardig weet te maken.

Bergstra schrijft teksten die overduidelijk lekker zijn voor acteurs, maar dit stuk mist een zekere eigenzinnigheid. Net als de de meerderheid van de Nederlandse toneelschrijvers sinds Judith Herzberg en Esther Gerritsen maakt ze korte, heldere zinnen, met af en toe een beeldrijk stukje monoloog.

Juist in het onderliggende thema van privilige had meer gezeten: Robbert als witte man staat bovenaan de hiërarchie, Sharif als gekleurde man zit op de bodem, Eva als witte vrouw ertussenin. De pijnlijkheid en de gêne van dat gegeven is wel aanwezig maar te weinig voelbaar.

Uit diep blauw van Bellevue Lunchtheater. Gezien 26/9/15 in Bellevue. Aldaar te zien t/m 17/10. www.theaterbellevue.nl

Recensie: ‘De witte vloed’ van Bellevue Lunchtheater

Gestommel van achter het toneel. Uitgelaten meisjes stampen de trappen van Bellevue af. Zodra ze opkomen en het publiek ontdekken schrikken ze stil. Ineens zijn het onhandige veulens die mislukt-elegant hun jas ophangen en hun schoenen uitschoppen.

Het eerste dat opvalt aan de nieuwe lunchtheatervoorstelling De witte vloed is het prachtig overdadige decor. Ontwerper Daphne de Winkel maakte een Victoriaanse meisjesslaapkamer, vol beige lampen, opgezette dieren, vergeelde boeken, tapijten, talloze schilderijen, stapels spellen onder de divan en een levende kanarie.

Daarin spelen de drie actrices –Judith van den Berg, Eva van Gessel en Sarah Jonker– een nieuwe tekst van de vooral in Duitsland werkende regisseur Marc Wortel. Wortel baseerde zich op een boek van Max Ernst waarin hij surrealistische collages maakte van negentiende-eeuwse boekillustraties; Ernst gaf mannen leeuwenkoppen of hagedissenstaarten of zette salons en slaapkamers onder water.

Wortel en regisseur Sarah Moeremans maken van de tekst een serie morbide en perverse seksuele fantasieën van de jonge vrouwen die ze aan het publiek vertelen. Ze spreken lichtzinnig en wellustig over verkrachting, marteling, doodsstrijd en genot. De taal is visceraal en in de loop van het stuk opmerkelijk smerig.

Maar de meisjesachtigheid van de actrices –Van den Berg hitsig, Van Gessel naïef en Jonker zwoel en hooghartig– verzacht de heftigheid en geeft de voorstelling een vervreemdende laag. Ze moedigen elkaar aan en hitsen elkaar op.

De witte vloed lijkt te gaan over de duistere kant van de vrouwelijke seksualiteit – en de mannelijke fantasieën daarover (een foto van Freud is prominent aanwezig). Het is mysterieus, gedurfd en verwarrend, en juist daardoor zo aanlokkelijk.

De witte vloed van Bellevue Lunchtheater, regie Sarah Moeremans. Gezien 11/1/15 in Bellevue. Aldaar t/m 1/2. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Groeten uit Den Ilp’ van Mugmetdegoudentand en Bellevue Lunchtheater

Parool,recensies — simber op 16 december 2014 om 11:07 uur
tags: , , , , ,

“Ouderhaat, museumhaat, huisjeboompjebeestjehaat, routinehaat, kunstkennershaat.” Voor iemand die het Boeddhisme is toegedaan legt Anton Heyboer nog een hoop haat aan de dag.

Bijna tien jaar na zijn dood is van kunstenaar Anton Heyboer weinig meer over dan een paar werken in het Stedelijk en het Haags Gemeentemuseum en vooral het verhaal dat hij met vier vrouwen op een boerderij in Den Ilp woonde.

Met dat cliché wordt vrolijk gespeeld in Groeten uit Den Ilp, de nieuwe lunchpauzevoorstelling van Theater Bellevue, maar uiteindelijk wordt het beeld van Heyboer niet echt bijgesteld.

Groeten uit Den Ilp werd geschreven en geregisseerd door Don Duyns en Heyboer wordt gespeeld door Dick van den Toorn. Eerder maakten deze twee samen voorstellingen over Benny Hill en Joop den Uyl. In al die voorstellingen wordt het hoofdpersonage teruggebracht tot overzichtelijke proporties: kleine, soms kleinzielige mensen vol tegenstrijdigheden.

Bij Heyboer zit die tegenstelling vooral tussen zijn uitbreid beleden antiburgerlijkheid en zijn uiteindelijk toch vrij Hollands kneuterige goeroeschap. “We hebben niks nodig. Ik heb geen eis aan het leven”, zegt Heyboer “Ik ga even naar de Aldi zo. Wat hebben we nog nodig?”, vraagt een van z’n vrouwen.

Die vrouwen worden allemaal gespeeld door Anneke Sluiters. Duyns comprimeerde ze allemaal in een rol: de vrouw die danst, de vrouw die als een hond aan Heyboers voeten ligt, de vrouw die wegloopt, de vrouw die smeekt om erbij te mogen, de vrouw die alles regelt waar Heyboer te gevoelig voor is. “Wij zijn het mooiste kunstwerk van Anton”, zegt ze, “Mooier dan alles wat hij geschilderd heeft.”

Het decor is een met weinig middelen neergezet schildersatelier, met een tafel met vier verschillende poten, een waterkoker met verfvlekken en heel veel schapevachten. Beiden dragen witte ook steeds bevlekter werkkleding en beschilderen ze hun gezicht met zwart en wit.

Om lust was het Heyboer niet te doen bij die polygame bedoening, zegt hij: “Geen grove seks. Een subtiele aanraking is genoeg.” Punt is wel dat Van den Toorn een door en door ironische acteur is. Alles wat hij zegt wordt misschien niet per se een grap, maar wel op z’n minst twijfelachtig. Tegenover het jonge, oprechte spel van Sluiters wordt het contrast nog groter.

Ook van Heyboers kunst wordt zo een grap gemaakt. Van den Toorn kwast met zwarte verf het ene na het andere blaadje vol en zegt ondertussen: “Het gaat er niet om dat ik het schilderij zie. Het schilderij moet mij zien.” Of: “De handtekening zetten duurt langer dan het schilderij zelf.” Duyns’ zinnen lijken in steen gehouwen, maar bij nadere beschouwing vliegen ze weg.

Op die manier wordt de antiburgerlijkheid van Heyboer effectief teruggebracht tot een pose. Maar grappig genoeg zie je juist dáárdoor de de aantrekkelijkheid ervan. Als Duyns en Van den Toorn hem helemaal serieus hadden genomen was Groeten uit Den Ilp waarschijnlijk onuitstaanbaar geweest. Nu is het vrolijk en licht toneel over de uitvinding van de hedonistische gemaksmens. Oftewel: over hoe antiburgerlijkheid uiteindelijk burgerlijk werd.

Groeten uit Den Ilp van Mugmetdegoudentand en Bellevue Lunchtheater. Gezien 5/12/14 in Bellevue. Aldaar t/m 28/12 Meer info op www.theaterbellevue.nl

(aangepast op 16/12: Duyns en Van den Toorn maakten eerder niet een voorstelling over Tommy Cooper maar over Benny Hill)

Interview: Simon Weeda

interviews,Parool — simber op 3 oktober 2014 om 10:21 uur
tags: , ,

In een lunchpauzevoorstelling het laatste grote taboe behandelen. De Rotterdamse toneelschrijver Simon Weeda (1987) waagt een poging met Ik vertel het graag zo, over pedofilie. “Bij dit thema is alles drama.”

Hoe kwam je erbij om een voorstelling over pedofilie te maken?

“Het is een thema dat me al lang bezig houdt. Pedofielen zijn paria’s, het uitschot van de maatschappij. Daar moet je je als kunstenaar mee bezig houden. Frank Noorland van Theater Bellevue vroeg me om een lunchvoorstelling te schrijven net in de tijd dat Robert M. werd berecht en pedofielenvereniging Martijn werd verboden. Het was en is vrij normaal om over een pedofiel te horen zeggen: als ik de kans krijg maak ik hem dood. Dat vind ik verontrustend, want het zijn wél mensen.”

“Daarnaast denk ik als schrijver heel simpel: dit is verboden liefde. Het summum van menselijk drama. Pedofielen verlangen naar iets, maar het mag niet en het kan niet, en ze willen het zelf ook niet.”

Maak je het dan niet te onschuldig?

“Ik vind het belangrijk om onderscheid te maken tussen pedofilie en pedoseksualiteit. Ik heb het vooral over pedofielen, mensen die verliefd worden op kinderen. Dat is iets dat je overkomt en waar zij niets aan kunnen doen. Pedoseksulaliteit, dus daadwerkelijk seksueel handelen, vind ik niet goed te praten. Maar ja, veel mensen koppelen romantische liefde aan seksuele liefde. Die moeilijke grens is voor pedofielen de ultieme frustratie en dat komt in het stuk ook terug.”

Heb je contact gezocht met pedofielen?

“Ja, ik wist meteen dat ik dit niet als fictie allemaal zelf zou kunnen verzinnen. Aanvankelijk had ik wel een zekere terughoudendheid om het woord ‘pedofilie’ in te typen in Google. Ik kwam via internet in contact met iemand van een praatgroep. Hij praatte er heel filosofisch en afstandelijk over. Maar hij wilde vooral zien wat ik van plan was en of het sensatiebelust zou worden. Ik kon hem duidelijk maken dat ik de nuance wilde zoeken en de menselijke kant laten zien. Hij heeft me toen in contact gebracht met een paar mensen, en uiteindelijk heb ik met vier mensen uitgebreid gesproken.”

En hoe maak je daar dan theater van?

“Het zijn twee met elkaar verweven monologen. En van het begin af aan wist ik: ik wil een vrouw en een jongere man als personages. Ik wilde het clichébeeld van de kinderlokker met baard en regenjas vermijden. Bij de mensen met wie ik in contact ben zaten geen vrouwen, maar wel een jongeman. De personages ontdekken allebei op een ander moment deze gevoelens bij zichzelf. De vrouw ziet die gevoelens als in wezen goed, want het is toch liefde. De jongere is opgegroeid met Marc Dutroux –dat is echt een breekpuntpunt geweest– en ziet die pedofiele gevoelens als inherent kwaad.”

“En allebei betrekken ze dat oordeel over hun gevoelens heel erg op zichzelf en scheppen ze daardoor hun eigen werkelijkheid die in beide gevallen niet klopt. Vandaar de titel ook: Ik vertel het graag zo. Ze houden zichzelf een verhaal voor en verzuipen in hun eigen werkelijkheid.”

Hoe reageerde je omgeving op dit project?

“Het is gebeurd dat mensen aan wie ik het vertelde zeiden dat ze vroeger zelf zijn aangerand. Ik ben me ervan bewust dat het verhaal twee kanten heeft. Het stuk gaat ook over slachtoffers, maar vooral over de –al dan niet– daders. En nogmaals: het gaat niet zozeer over pedoseksuelen, maar over mensen die worstelen met verlangen. En daar eigenlijk niet aan toe willen geven.”

“Ik heb me lang zorgen gemaakt of ik misschien wel dreigbrieven zou krijgen, of dat ik als pedo zou worden weggezet. Maar onlangs kreeg ik een mailtje van een van de geïnterviewden die benieuwd was naar de voorstelling en pas toen realiseerde ik me dat ik tegenover hen een veel grotere verantwoordelijkheid heb dan tegenover het publiek. Ik vertel niet het verhaal van het publiek, maar van een groep mensen die het best moeilijk heeft.”

Wat wil je bereiken met deze voorstelling?

“Ik heb niet echt een boodschap, behalve heel basaal: pedofielen zijn ook mensen. Als we het goed hebbben gedaan lopen mensen straks heel raar weg. Alsof ze een klap voor hun smoel hebben gehad. Bespreekbaarheid vind ik belangrijk. En mijn fascinatie is dat ik me hun frustratie goed kan voorstellen. Maar voor mij is het in de eerste plaats een geweldig dramatisch thema. Alles zit erin: verboden liefde, maatschappelijke normen, familie. Ik ben blij dat ik me als schrijver bezig mág houden met zo’n heftig relevant thema.”

Ik vertel het graag zo is t/m 19/10 te zien in Theater Bellevue (om 12:30 uur) www.theaterbellevue.nl

Recensie: ‘Vijf Seconden’ van Het Zuidelijk Toneel/Magne van den Berg

Het toneel is een zandvlakte. Hij pakt bedaard een cadeautje in, zij leest een boek, terwijl Nirvana zingt over elkaar als vrienden tegemoet treden, of als oude vijanden. Volwassen mensen in vakantiestemming, hun linnen kleren lijken gebleekt in de zon.

Toneelschrijfster Magne van den Berg en actrice en regisseur José Kuijpers werkten al verschillende keren samen, onder andere in Kale bomen ruisen niet en De lange nasleep van een korte mededeling. In opdracht van de laatste schreef de eerste het duet Vijf Seconden, over de affaire tussen een vrouw en een onbeschikbare man (Marcel Faber).

“We hebben maar een uur” is zijn terugkerende bezwering in deze lunchpauzevoorstelling. En er moet heel wat gebeuren in dat uur: Zarzuela eten met witte wijn, herinneringen ophalen, door de stad lopen en van het licht genieten, achteraf de gebeurtenissen navertellen en seks (de vijf seconden uit de titel). Maar ondanks die druk is er weinig spanning.

Van den Berg zoekt in haar teksten geen expliciet drama, maar in korte zinnen met veel herhalingen probeert ze kleinmenselijke tragiek te vangen. In dit geval: het verdriet van een onvervuld koppel, dat al twintig jaar samen is, maar elkaar niet kent, hoe nadrukkelijk hij ook zegt: “Ik ken je nu zó goed.”

In de kleinezaalhit Met mijn vader in bed, eerder dit seizoen, werkte Van den Bergs aanpak goed, maar Vijf seconden blijft te onscherp en te licht om te boeien.

Kuijpers combineert als actrice een elegante zinnelijkheid aan mooi understatement. Maar misschien is dat juist met deze tekst een ongelukkige combinatie.

Vijf Seconden van Het Zuidelijk Toneel/Magne van den Berg. Gezien: 9/5/14 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 1/6. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Recensie: ‘De Sunshine Show’ van Esther Scheldwacht

Parool,recensies — simber op 25 april 2013 om 10:00 uur
tags: ,

“You are the sunshine of my life/That’s why I’ll always be around”, staat er op het Karaoke-scherm. Maar Sunshine heeft niemand die voor haar “around” is, dus zingt ze het zelf maar, met zwaar oosters accent en een opgeplakte glimlach.

Sunshine is een personage dat actrice Esther Scheldwacht creëerde voor een eerdere voorstelling, waarin ze maar één scène had: een Thaise ‘ladyboy’ met een zoon in Holland. Deels op basis van interviews die haar broer Ricci hield met Thaise mannelijke prostitués die zich hebben laten ombouwen tot vrouw, gaf ze haar personage Shanu een eigen voorstelling.

Het is een tragisch verhaal over een kickbokser die na een ongeluk in de sexindustrie van Thailand terecht komt, maar blijft dromen over het kind dat hij verwekte bij een backpackster. Scheldwacht vertelt het in een aandoenlijke mix van slecht Engels en karaoke-nummers, op een bed dat geheel is opgebouwd uit niet verstuurde brieven aan zijn zoon.

Mooi is de tragiek van het personage dat steeds dichter bij zijn zoon in de buurt lijkt te komen –door Google en Hyves weet ze hoe zijn vrienden heten en hoe zijn school eruit ziet–, maar juist door steeds nieuwe geslachtsoperaties verder af komt te staan van de vader die ze voor hem zou willen zijn.

De voorstelling is een tikje larmoyant, maar houdt voor het grootste deel precies de goede afstand. Dat zie je het best in de doelbewuste bewegingen van de thaibokser die Scheldwacht steeds toont en in de emotieloze karaokeversies van There’s a place for us of The greatest love of all. Scheldwacht’s gezicht blijft in de plooi, maar erachter peil je diep en onspreekbaar verdriet.

De Sunshine Show van Esther Scheldwacht. Gezien 17/4 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 5/5. Meer info op www.estherscheldwacht.nl

Recensie: ‘Motregenvariaties’ van Bellevue Lunchtheater

Een slecht gedicht schrijven dat iedereen slecht vindt, dat lukt nog wel. Maar een slecht gedicht dat iedereen goed vindt, dat is lastiger. Schrijver Robert Alberdingk Thijm, bekend van zijn scenario’s voor onder andere De Daltons, Dunya en Desie en A’dam – E.V.A., komt er in zijn eerste toneeltekst wonderwel mee weg, geruggesteund door actrices Olga Zuiderhoek en Ria Eimers, die met een simpele handbeweging elk woord van komisch naar bloedserieus kunnen draaien.

Zuiderhoek en Eimers spelen twee dichteressen, de één was een one-hit-wonder met een bundeltje gedichten in gewone-mensentaal, de ander werd Dichteres des Vaderlands met een monumentaal oeuvre hoogdravende poëemen. “En een minstens zo monumentaal achterwerk”, sneert de eerste.

Ze worden bij elkaar gebracht in een verhaal over rouw, buitenechtelijke affaires, critici, plagiaat en zonen die alles anders gaan doen dan jij bedacht had. De twee muzendochters lijken constant verdwaald in een tijd waarin hun gevoeligheid voor taal er niet meer toe doet en je gewoon moet “gaan met die banaan”.

Zuiderhoek en Eimers weten beiden buitengewoon goed raad met Alberdingk Thijm’s smakelijke dialoogjes, die steeds razendsnel heen en weer schieten van lach naar drama naar verbazing over weer een vólgende onthulling.

Die nieuwe tijd wordt vertegenwoordigd door Jan-Paul Buijs als jonge uitgever en als Eimers’ zoon. Waar Zuiderhoek en Eimers lijzig zijn, is hij energiek; waar de dames fijzinnig zijn is hij bot. Het is een fijn contrast, zeker als Buijs al schoenen gooiend alle emoties eruit mept die de vrouwen de hele tijd tot woorden vermalen.

De voorstelling is in naam geregisseerd door toneelhalfgod Johan Simons, maar die had het eigenlijk veel te druk met zijn eigen gezelschap in München. Hij stuurde zijn zoon, de 22-jarige muzikant Warre Simons en dat lijkt hem lang niet slecht af gegaan. Alberdingk Thijm’s oorspronkelijke, iets te uitleggerige script is in ieder geval flink strak getrokken, en de spelers moeten vaak iets doen dat net niet lijkt te kloppen bij de situatie – is Zuiderhoek nou een bord pasta aan het eten in een jassenwinkel? Dat zorgt steeds voor een prettig soort verwarring, extra geestig door de onverstoorbaarheid van met name Eimers.

Motregenvariaties heeft een onmiskenbaar Engelse theatersfeer: een kundig, talig stuk; tragikomisch met een randje detective; uitstekend, licht onderkoeld gespeeld. Dat is helemaal niet onaangenaam, om maar eens een understatement te gebruiken.

Motregenvariaties van Bellevue Lunchtheater. Gezien 27/3/13 in Bellevue. Meer info op www.lunchtheater.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity