Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2014 om 09:46 uur
tags: , , ,

Marjolijn van Heemstra speelt in haar laatste paar voorstellingen steeds drammerige wereldverbeteraars. Het zijn aspecten van haarzelf, die ze aandikt om ruimte te geven aan een ander perspectief: dat van de vrolijk praktische idealist Garry Davis in de gelijknamige voorstelling of de alledaagsheid van Wil Schuurman (weduwe Hans Janmaat) in Hollandse Luchten: Jeremia, vorig seizoen.

Ook in Als ik de liefde niet heb begint ze beschuldigend – iets te hard en met overdreven gebaren. Ze werd benaderd door de Rotterdamse priester Remy Jacobs met de vraag of ze samen een voorstelling konden maken over misbruik in de katholieke kerk. Jacobs was daar in zijn jeugd slachtoffer van, maar koos uiteindelijk toch het priesterambt. In de kerk wordt openheid over dit onderwerp echter niet op prijs gesteld.

Dat wakkert de activist in Van Heemstra aan: ze gaan tegels lichten! Ze gaan deze voorstelling spelen voor de paus! Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Want het gaat in het katholieke geloofniet om rechtvaardigheid en straf, maar om vergeving en genade.

In het decor –stenen, zand en een enorme hoeveelheid wijnglazen gevuld met water– zag ik echter vooral een kil universum, wachtend op een teken van Zijn Goddelijke aanwezigheid. Maar nee, het wordt geen wijn.

Uiteindelijk gaat de voorstelling, subtiel gegoten in de structuur van een mis, vooral over hoe je volgens het geloof omgaat met ellende en pijn. Je moet ‘de lange, donkere nacht van de ziel’ opzoeken en doorstaan. Pas aan de andere kant daarvan is misschien verlossing. Dat lijkt –niet zo verbazingwekkend eigenlijk– sprekend op hoe theater werkt: je leeft mee met personages die de bodem raken en dat mede-lijden leidt tot catharsis.

Dat komt bij elkaar in de onopgesmukte scènes waarin Jacobs gedetailleerd zijn verhaal doet. Intelligent, indrukwekkend theater.

Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater. Gezien 11/10/14 in De Meervaart. Nog te zien in Frascati: 21 t/m 25/10. Meer info: www.rotheater.nl

Recensie: ‘Hollandse Luchten 1: Jeremia’ van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 17 februari 2014 om 09:00 uur
tags: , ,

“Meestal waren we niet boos, maar gewoon thuis.” Theatermakers Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra –prototype ‘linkse gutmenschen’– vertellen over hun bezoek aan Wil Schuurman, secretaresse en later echtenote van Hans Janmaat, in de jaren ’80 en ’90 als kamerlid van de Centrum Democraten die met zijn afkeer van de multiculturele samenleving een van de meest gehate mensen in Nederland was.

Is hij niet de wegbereider van de populisten en de reaguurders van vandaag? Waarom konden zijn uitspraken ‘Vol is vol’ toen volstrekt niet door de beugel en klinken ze nu zo tam. Hadden we naar hem moeten luisteren? Met deze vragen gingen de twee makers –allebei begaafd in een losse stand-up achtige stijl– op zoek naar anti-fascisten, allochtonen en CD’ers uit die tijd.

In een vlotte, slimme voorstelling behandelen ze een enorme veelheid aan thema’s: de radicalisering van moslims, aangespoelde walvissen, fantasy games en de Neverending Story, Anne Frank en de Mars der Beschaving. Steeds is er de tegenstelling: Kirmiziyüz die het gesprek aangaat en zijn woede ziet verdampen als hij zijn tegenstanders leert kennen, en Van Heemstra die wanhopig op zoek is naar morele zekerheden.

Maar de uiteindelijke conclusie is niet bijster optimistisch: in Nederland eindigen politieke en ethische conflicten ófwel in doodsverwensingen en echt geweld –de reaguurders en de antifascisten die het hotel waar de Centrum Democraten vergaderden in de fik staken– ófwel in de zachte sentimentaliteit van de persoonlijke verhouding –Kirmiziyüz die ontdekt dat zijn Twitter-nemesis Gekke Toon een doodgewone vrouw is die van schildpadden houdt.

Misschien biedt de kunst uitkomst als plek om conflicten serieus aan te gaan, zonder dat ze per se moeten worden opgelost? Wil Schuurman zat bij de première in ieder geval op de eerste rij.

Hollandse Luchten 1: Jeremia van Sadettin Kirmiziyüz en Marjolijn van Heemstra, Frascati Producties. Gezien 7/2/14 in Frascati. Aldaar t/m 15/2. Tournee. Meer info op jeremia.troubleman.nl

Interviews schrijvende spelers/spelende schrijvers

(Voor de Toneelschrijversspecial van Theatermaker, februari 2014)

Niet alle toneelschrijvers zitten te zweten in hun werkkamer, hopend dat de regisseur en de acteurs hun werk recht zullen doen. De meeste toneelstukken worden in Nederland namelijk geschreven door makers die de teksten later zélf gaan spelen. Hoe verhouden bij hen het schrijven en het spelen zich tot elkaar? En wat gebeurt er als één van de personages jij zelf bent? “Ik ben eigenlijk al aan het spelen als ik aan het schrijven ben.”

Hoewel ze naam maakten als speler of theatermaker begint ook voor Marjolijn van Heemstra, Sadettin Kirmiziyüz en Naomi Velissariou iedere voorstelling achter de schrijftafel. Van Heemstra schrijft al haar teksten zelf; Kirmiziyüz schrijft soms zelf, maar gaf Joeri Vos opdracht om een deel van de tekst te maken voor What’s happening brother en schreef Somedaymyprincewill.com samen met regisseur Caspar Vandeputte; Velissariou stond vorig seizoen als actrice in stukken van Martin Crimp (bij Marijke de Kerf) en Edward Albee (bij Dood Paard), werkt voor haar eigen voorstellingen vaak samen met Rik van den Bos, maar schreef voor haar eigen voorstelling A Tragedy (simplified) voor het eerst zelf de tekst.

Ondanks hun alles-zelf-doen-mentaliteit geldt voor alledrie dat er een duidelijke cesuur is tussen het schrijven en de vloer op gaan. Kirmiziyüz: “Schrijven is voor mij een organisch onderdeel van repeteren, maar als je eenmaal de vloer op stapt, dan ligt de structuur vast. Natuurlijk verander ik nog wel wat – bij Somedaymyprincewill.com zelfs na de première nog – maar dat zijn kleinere dingen. Ik geloof erg in serendipiteit: dingen vinden waarnaar je niet op zoek was. Sommige scènes die ik schrijf zijn een soort steno: op de vloer gebeurt er weer iets nieuws mee. Het is een dynamisch proces.”

Voor Van Heemstra zijn haar teksten bindender. “Ik wacht lang met de vloer op gaan, omdat ik aan het puzzelen ben met de structuur van het verhaal. Ik ben het meeste bezig met opbouw en gelaagdheid, ik vind het mooi als de thema’s op alle niveaus resoneren. Als ik het in de voorstelling vertel klinkt het eenvoudig, maar als je het leest zie je dat er veel verbanden zijn tussen de verschillende elementen. Ik ben oorspronkelijk geen actrice; voorstellingen maken was mijn opleiding. Het zelfvertrouwen om dat te doen komt vanuit de tekst.”

Velissariou is juist wel een actrice, maar ook afgestudeerd theaterwetenschapper. In haar eigen voorstellingen probeert ze die twee uitersten te verenigen. “Ik ben gefascineerd door het idee om theatertheorie op de vloer te brengen. In de voorstelling Kwartet: een powerballad,die ik maakte met Urland, speelde ik een soort getroebleerde dramaturge die een extreem theoretisch verhaal over Heiner Müller afsteekt. Ik schreef een heel droge tekst, een onspeelbare constructie. Dat vind ik heel leuk om aan te pakken. In A Tragedy (simplified) werkte ik dat idee verder uit, aan de hand van de Ars Poetica van Aristoteles.”

Alledrie benadrukken ze dat ze min of meer hardop aan het schrijven zijn, alsof ze proeven hoe ze die zinnen straks uit zullen spreken. “Ik zit vaak te lachen achter de laptop”, zegt Kirmiziyüz. “Ik ben eigenlijk al aan het spelen als ik aan het schrijven ben. Het moeten zinnen zijn die ik zou kunnen zeggen.” Van Heemstra – naast actrice ook dichteres, columniste en sinds vorig jaar romanschrijfster – schrijft veel en snel: “Ik schrijf soms wel een versie per dag en die lees ik dan voor aan mensen. Ik heb heel fijn contact met Liet Lenshoek (dramaturge van het Ro Theater), zonder dat ze iets zegt weet ik al hoe het beter moet. En inderdaad vooral hardop lezen, dan hoor je of het klopt of niet. Maar dat doe ik bij columns ook.”

“Ik moet het allemaal opschrijven: ‘ik ga nu even die spelen’; ‘ik ga nu even opkomen’. Ik vind het zelf fijn om meegenomen te worden. Ik heb te veel theater gezien dat ik niet begreep omdat ik de codes niet kende. Ik schrijf zoals ik het zelf graag zou zien.”

Meer dan de andere twee is Velissariou tijdens het schrijven bezig om het zichzelf lastig te maken op het toneel. “Zo’n tekst is absoluut een opdracht aan mezelf als actrice. De tekst van A Tragedy (simplified) bestaat uit vijf delen en ik wilde mezelf dwingen om met ieder deel een andere kant op te gaan. Eén deel schreef ik zonder bijvoegelijke naamwoorden; daarmee krijgt de tekst iets objectiefs, en als je dan heel veel commentaar in je spel legt werkt dat vervreemdend. Een ander deel schreef ik metrisch, zodat ik het later op muziek kon zetten.”

“Ik vertrouw erop dat mijn teksten, hoe droog ook, niet theoretisch zullen aanvoelen als ik ze speel. Ik denk dat ik het kan maken om vrij theoretische constructies te bouwen, die niet theoretisch aanvoelen. En dat is een soort uitdaging die niemand anders mij zal vragen. Een regisseur die op dat conceptuele niveau nadenkt lost dat op in vorm, en zal je nooit vragen om dat in spel te doen. Ik vind het spannend om mezelf dat soort dingen te vragen, maar ook lastig hoor. Want ik wil het mezelf dan wel moeilijk maken, maar als je het moet spelen denk je ook: wat een klotetekst.”

Alledrie schrijven ze niet alleen voor zichzelf, maar ook over zichzelf. Kirmiziyüz en Velissariou maakten voorstellingen over hun komaf, en Van Heemstra zet haar eigen levensvragen en belevenissen centraal. Hoe maak je van jezelf een personage? Kirmiziyüz: “Het is een kwestie van uitvergroten. Bij de voorstellingen over mijn familieleden vormde ik mezelf naar het negatief van het hoofdpersonage. Ik overdrijf hen, maar ik overdrijf mezelf nog veel meer. Mijn vader is traditioneel, dus in die voorstelling werd ik atheïstisch en een beetje ondeugend; mijn broer is de doener, dan ben ik de denker; mijn moeder is hier vreemd en in Turkije thuis, bij mij is het andersom. Je moet een zekere meedogenloosheid hebben om je familie zo in te zetten, maar ik ben het meest meedogenloos voor mezelf.”

Van Heemstra: “Ik maak mezelf iets extremer in mijn voorstellingen, ik zet vooral de conflicten flink aan. Maar het zijn wel degelijk míjn vragen die ik gebruik. Juist dat het geen fictie is geeft de voorstellingen spanning. Ik kan me ook moeilijk voorstellen dat iemand anders die teksten zou spelen. Ik laat ze ook niet uitgeven of insturen voor prijzen of zo.”

Velissariou: “Het is altijd ik, en dat vergroot ik uit of ik dik het in of ik abstraheer het. A Tragedy (simplified) gaat over een vrouw die probeert een theatrale vorm te vinden om eigenlijk iets heel simpels te vertellen. Ik kom nu aan het eind van de voorstelling uit bij een soort authentieke vorm waarin ik iets vertel over mijn zus. Ik heb dat in het repetitielokaal op camera verteld, toen teruggeluisterd (heel genant) en uitgetypt. Maar het blijft natuurlijk een simulacrum: als je zo’n tekst uit je hoofd leert en in het theater zegt is dat alles behalve oprecht en authentiek.”

Recensie: Garry Davis van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 24 mei 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

Waarom kan Marjolijn van Heemstra zo makkelijk reizen naar haar vriendin Souad in Libanon, en is het vrijwel onmogelijk voor Souad om fort Europa binnen te komen? Simpel, zegt Souad: jouw leven is meer waard dan het mijne. Van Heemstra –dichteres, journalist en theatermaker– vindt dat een onverdragelijke gedachte en zoekt een manier om zich tegen die ongelijkheid te verzetten.

Garry Davis is de derde voorstelling die Van Heemstra maakt over het thema ‘verbondenheid’; sober, documentair verteltheater, waarin ze bijna essayistisch persoonlijke belevenissen en grote thema’s samenvoegt. De Garry Davis uit de titel is een Amerikaanse musicalster en vredesactivist die het wereldburgerschap uitdraagt en de wereld rondreist met zijn zelf bedachte wereldpaspoort. Van Heemstra gaat bij de inmiddels 91-jarige idealist op bezoek.

Ze vertelt erover, en over de avonturen met haar eigen wereldpaspoort, in een glinsterend gouden kostuum, in een volgspot voor een rood theatergordijn; schuchter bij zoveel show die niet bij haar past. Maar dat is de les van Davis: de marechaussee op Schiphol die haar niet doorlaat is alleen maar een betere acteur met een mooier kostuum. Nationale identiteit is slechts theater, als je het daar niet mee eens bent, moet je beter theater maken.

Wat het zo’n goede voorstelling maakt is de frictie tussen Van Heemstra’s verbeten, ingetogen moralisme en het exuberante, praktische en niet van ironie gespeende idealisme van Davis, dat ze zich moeizaam probeert eigen te maken.

Ze eindigt met een musicalnummer dat tegelijk zoet, hoopvol, theatraal, naïef en ontroerend is. Ondanks dat ze haar doel niet direct weet te verwezenlijken, heeft ze een mogelijkheid voor verzet gevonden. Nu is het een kwestie van oefenen.

Garry Davis van Marjolijn van Heemstra en het Ro Theater. Gezien 16/5 in Frascati. Aldaar t/m 23/5. Meer info op www.rotheater.nl

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra/Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 13 januari 2012 om 01:47 uur
tags: , , , , ,

Een Indiaas spreekwoord luidt: “Alles wat in de wereld bestaat, staat in de Mahabharata; wat er niet in de Mahabharata staat bestaat niet in de wereld.” De acteurs vertellen het terloops, als een weetje tussen vele andere die ze vanavond opdissen, zonder dat ze lijken te beseffen dat ze er later zelf ook in zullen worden opgenomen.

De Mahabharata (klemtoon ligt op ‘bha’) is een enorm en heilig epos in het Sanskriet, ongeveer zo oud als de Ilias. In het westen werd het bekend door de verfilming door theatergoeroe Peter Brook uit 1989. Zowel theatermaker Marjolijn van Heemstra als de Indiase acteur Satchit Puranik zagen die film op negenjarige leeftijd, zij in Amsterdam, hij in Mumbai. Een jaar geleden kwamen ze met elkaar in contact bij het maken van Van Heemstra’s vorige voorstelling, Family ’81.

Beiden werden bevangen door Brook’s interpretatie. Hij maakte van het Indiase epos een universeel verhaal met acteurs uit alle continenten; een Afrikaan kan de vader zijn van een Europeaan, en het kind van een Indiase. Zo maakte hij van het heldendicht een mythe over de universele verbondenheid van alle mensen op aarde.

Van Heemstra en Puranik staan samen op het toneel, zonder opsmuk of doen-alsof en vertellen over hun gezamelijke fascinatie, voor het overgrote deel in het Engels. Bij het herzien van de film bleek de magie eraf – het is goedkoop, saai en vooral het acteren is overdreven plechtig en serieus, blijkt uit een heel kort fragment dat ze tonen – maar is juist het feit dat de film twee totaal verschillende negenjarigen, zo ver van elkaar verwijderd kon raken niet een krachtige steun voor Brook’s universalistische visie?

Ze spelen in vijf minuten gekleed in kostuums uit een Indiase feestwinkel de belangrijkste plot na en ze concentreren zich op de zoektocht in India naar mensen voor wie de film belangrijk is geweest, ondertussen behoedzaam door het mijnenveld van de interculturele dialoog sluipend. Ze hebben het eigenlijk nauwelijks over de inhoud van het werk of de film behalve dat het gaat over waarom mensen die vrede willen toch conflicten hebben en verbinden het met hun eigen ervaringen met geweld en de vraag om een verklaring die dat oproept.

Het decor is allereenvoudigst, een mintgroene bank en boven hen een plafond met talloze lampjes, spaarlampen, heldere peertjes en gloeilampen met een exotisch gedraaide punt. Ook de personages uit hun korte versie zijn allemaal een eigen lampje. De sterrenhemel is dus ook de mensheid.

Het project zelf loopt uit op een conflict tijdens een symposium in het nationalistische stadje Pune, waar een meisje de Mahabharata voor India claimt en niets moet hebben van Van Heemstra’s vredesgezindheid. Ze vertelt het verhaal lelijk, boos en prekerig en even ben je bang dat de voorstelling zo gaat eindigen. Maar de zachtmoedige Puranik toont heel voorzichtig een weg voorbíj de tegenstelling van conflict en eendracht.

De twee eindigen met dezelfde dialoog die in het eerder getoonde videofragment nog zo hoogdravend klonk en nu ineens een bescheiden, bedachtzame ironie krijgt. “Wat is het grootste wonder?” “Dat iedere dag mensen sterven, maar dat wij leven alsof we onsterfelijk zijn.” En dat is, heel even, wonderbaarlijk mooi.

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra en Frascati Producties. Gezien in Frascati op 12/1/12. Aldaar t/m 28/1. Tournee. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Facebooktheater

Parool,PS Kunst — simber op 2 september 2011 om 00:21 uur
tags: , , , ,

Het theaterseizoen begint met terugkijken. Morgen start Het Nederlands Theaterfestival, waar tot 11 september de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein. Een jury van experts koos de tien belangrijkste voorstellingen, en daarnaast zijn een aantal genomineerden voor de Toneelpublieksprijs te zien. Nu leek het afgelopen seizoen voornamelijk te bestaan uit luidruchtige woede over de aangekondigde bezuinigingen, maar tussendoor werd ook nog heel goed theater gemaakt.

De selectie die de jury daaruit maakte geeft dit jaar een vrij onevenwichtige indruk. Gelukkig ontbreken de twee essentiële voorstellingen van het seizoen niet: Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Ivo van Hove, de publiekshit voor Toneelgroep Amsterdam. Maar verder is het vooral middle-of-the-road-toneel als De Kus van Hummelinck Stuurman of Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam. En waar is Richard III van Orkater, de fenomenaal succesvolle mash-up van Shakespeare en Tom Waits, waar Gijs Scholten van Aschat zo’n memorabele slechterik neerzette? Het is maar goed dat die voorstelling nog wel in het festival te zien als één van de publieksfavorieten van vorig jaar.

Eén zinnetje uit het jurycommentaar viel op: “In de kleine zaal kreeg de trend van egodocumentair theater definitief voet aan de grond.” Dat is te zeggen. Het wemelde dit jaar van de solovoorstellingen waarin makers van in de twintig of dertig zelf op het toneel stonden en op ongedwongen wijze het publiek zijn of haar verhaal vertelden.

Nasrdin Dchar vertelde in Oumi hoe een toneelrol in De Familie Avenier van Maria Goos hem ongewild in een identiteitscrisis stortte; Marjolijn van Heemstra vertelde in Family ’81 hoe ze in India, Zuid Afrika en Frankrijk op bezoek ging bij drie mensen met dezelfde geboortedatum als zijzelf; Sadettin Kirmiziyüz vertelde in De vader, de zoon en het heilige feest hoe hij met zijn vader op Hadj ging naar Mekka; Ilay den Boer vertelde in Zoek het lekker zelf uit hoe zijn opa voor de oorlog in Israël terecht kwam; Sanne Vogel vertelde in Document over het borstkankergen dat in haar familie woedt; Joris Smit vertelde over de psychiatrische inrichting Dennendal, samen met zijn eigen vader die daar in de jaren ’70 werkte; en Laura van Dolron vertelde in Sartre zegt sorry over haar moeizame verhouding met het doorgeslagen individualisme waar ze de Franse filosoof de schuld van geeft.

Kortom, het was een heuse trend. Je zou het ‘Facebook-theater’ kunnen noemen, omdat de makers dezelfde bestudeerde openhartigheid hanteren als gebruikers van het sociale netwerk. Ze geven veel van zichzelf bloot, soms inclusief vakantie- of jeugdfoto’s, en hun ouders en opvoeding komen expliciet aan de orde. Vorig jaar speelde Ilay den Boer al een voorstelling samen met zijn vader, dit jaar werden de ouders van Joris Smit, Jetse Batelaan en van de hele Duitse groep She She Pop het toneel op gesleept.

Het onderscheid met cabaret is soms moeilijk te maken; de voorstellingen zijn grappig en geëngageerd en de persoonlijkheid van de maker staat centraal. Niet voor niets noemt Van Dolron haar voorstellingen ‘stand-up filosofie’. De jury koos alleen háár voorstelling uit voor het festival en liet zo veel moois liggen. Die in het oog springende omissie wordt door festivaldirecteur Jeffrey Meulman gelukkig hersteld: onder de noemer ‘Director’s choice’ vroeg hij de voorstellingen Family ’81 en Oumi toe aan het programma.

En dat zijn beide aanraders. In Family ’81 gaat dichteres en theatermaakster Marjolijn van Heemstra op zoek naar mensen met dezelfde geboortedatum als zij, vanuit het idee dat mensen meer kinderen van hun tijd zijn dan van hun ouders. Met een Zuidafrikaanse, een Indiër en een Libanese zoekt ze gemeenschappelijke beelden uit hun jeugd in de jaren negentig. Voor elk van hen leek het einde van de Koude Oorlog en de Libanese burgeroorlog, het vrijlaten van Nelson Mandela en het openen van de markt in India het begin van een nieuw, optimistisch tijdperk, maar bij iedereen volgde een omslag. Van Heemstra staat alleen op het toneel, maar boven haar worden de andere drie geprojecteerd, alsof ze aan het skypen zijn. Maar ze zeggen niks; ze kijken toe en roken af en toe een sigaret, terwijl Van Heemstra vertelt over Clinton, MC Hammer en het gekloonde schaap Dolly.

In Oumi vertelt toneelspeler Nasrdin Dchar over de rol die hij speelde in De Geschiedenis van de Familie Avenier van Het Toneel Speelt. In de voorstelling speelt hij een Marokkaanse immigrant die in het familiebedrijf komt werken; voor Dchar is het alsof hij het levensverhaal van zijn eigen vader speelt. Maar als er een jaar later een vervolgvoorstelling komt, blijkt zijn personage ineens een dief die er met de kas vandoor gaat. Dchar voelt het als verraad aan zijn familie en stapt uit de voorstelling. Maar na gesprekken met Maria Goos, de schrijfster van Avenier, en een bezoek aan het geboortedorp van zijn ouders realiseert hij zich dat het misschien belangrijker is dat hij er wél staat: als Marokkaanse acteur op het podium van de Stadsschouwburg, tussen de Nederlandse sterren.

Zo bezien zijn de ‘Facebook-voorstellingen’ niet zomaar egodocumenten. Expliciete persoonlijke ontboezemingen zijn altijd al onderdeel geweest van theater en performance kunst en zijn eens in de zoveel tijd in de mode. Ik herinner me de leden van Mugmetdegoudentand die op het podium onbeschaamd hun generatie-X-problemen uitventten; Michael Matthews die zijn stervende, door aids geteisterde lichaam toonde; het feministische theater van Carla Mulder en de jongerenvoorstellingen van Ine te Rietstap.

Het verschil zit hem erin dat jongeren niet zo boos zijn als hun voorgangers: die voelden zich door de maatschappij belemmerd om zich te ontplooien omdat ze te ziek waren of vrouw, of van de verkeerde generatie. Ze hielden zich vast aan de onderdelen van hun identiteit die onveranderlijk waren, die ze enerzijds als gebrek en anderzijds als bron van trots ervaarden.

Dat is voor twintigers en dertigers van nu een moeilijk te doorgronden standpunt: zij zijn opgegroeid met het idee dat identiteit iets flexibels is; een paar meerkeuzevragen in een beroepentest of de in te vullen vakjes op je profielpagina van Facebook of Hyves. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en dat is precies waar al die Facebook-voorstellingen over gaan.

Het mooist zie je dat in een voorstelling die niet te zien is op het festival, maar die er zeker niet had misstaan: De vader, de zoon en het heilige feest van de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Hij omschrijft zichzelf als een “geassimileerde agnostische migrantenzoon”, maar uit een combinatie van zucht naar avontuur, religieuze nieuwsgierigheid en behoefte aan bonding met zijn vader maakt hij de islamitische heilige pelgrimstocht naar Mekka.

Wat zo bijzonder is aan deze voorstelling is dat Kirmiziyüz zijn Hadj niet beschrijft als een onvervreemdbaar deel van zijn cultuur en van zichzelf, maar juist als een zoektocht naar zelfontplooiing. Zo balanceert hij de hele tijd tussen afstandelijk en een beetje ironisch observeren en het moeizaam maar oprecht beschrijven van de spirituele ervaring die de reis voor hem toch ook is. In die zin lijken de reizen van Van Heemstra, Dchar en Kirmiziyüz op elkaar; moderne jonge mensen op zoek naar zichzelf en vormende ervaringen.

Er is nog een ander belangrijk onderscheid met de egodocumenten van een generatie eerder. Waar kunstenaars destijds op zoek waren naar ongemakkelijke werkelijkheid en confrontatie op het podium, zijn de huidige twintigers en dertigers gastvrij en ontwapenend –om niet te zeggen poeslief. Ze zijn meer geïnteresseerd in authenticiteit dan in feitelijkheid. Niet alles wat ze op het toneel vertellen is waar, ze zijn zich hyperbewust van de manipulatieve kracht van het theater en zetten die doelmatig in voor hun verhaal.

Daarin is Facebook-theater helemaal van nu. Het zijn voorstellingen waarin live, voor je neus identiteit wordt geconstrueerd. Als toeschouwer mag je je eraan spiegelen, erin meegaan of gewoon je duim omhoog doen en het liken.

Op vrijdag 2 september vind onder de titel Kunst van Ikke een debat plaats over egodocumentair theater. Aanvang 17:00 uur in de Stadsschouwburg
Family ’81: 3 t/m 5 september, 12:30 uur in Bellevue
Oumi: 6 t/m 11 september, 12:30 uur in Bellevue

Het Nederlands Theaterfestival is de jaarlijkse reprise van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Niet te missen zijn de voorstellingen Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Naast de voorstellingen is er een uitgebreid randprogramma, met oa. op 3 september een bijzondere terugblik op de legendarische hondenvoorstelling Going to the Dogs van Wim T. Schippers en op 4 september De Nacht van de Regie, waarin vijf vooraanstaande regisseurs ieder een scène uit Richard III te lijf gaan. Tegelijkertijd vindt op de meest vreemde plekken in de stad het Amsterdam Fringe Festival plaats. Op 11 september wordt het festival afgesloten met de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen.
Meer info op www.tf.nl

 

Interview Marjolijn van Heemstra

interviews,Parool — simber op 24 februari 2011 om 12:42 uur
tags: ,

Mijn ‘zelfde-tijdgezin’, noemt ze het. Theatermaker Marjolijn van Heemstra zocht drie mensen op met dezelfde geboortedatum als zijzelf: 10 februari 1981. Ntando komt uit Zuid Afrika, Satchit uit India en Souad uit Libanon. Zou ze met hen meer overeenkomsten hebben dan met haar echte familie? Dat is de vraag die ze opwerpt in haar nieuwe voorstelling Family ’81.

‘Ik kwam een citaat tegen van Marc Bloch, een historicus,’ zegt ze een dag voor de eerste try out boven een grote cappuccino. ‘Die zegt “Mensen zijn meer kinderen van hun tijd dan kinderen van hun ouders”. Ik heb het idee dat dat klopt. Als generatie wordt je enorm beïnvloed door de tijd. Hoe je in de wereld staat wordt toch bepaald door belangrijke gebeurtenissen in je jeugd. In mijn geval was dat de val van de Berlijnse Muur in 1989.’

Via vrienden en bekenden vond ze haar ‘tijdgenoten’. Bij ieder van hen ging ze op bezoek. Ze bracht een week met ieder door om samen te wonen, te eten en te feesten. ‘Bij hen allemaal hadden die jaren 1989 en 1990 een speciale betekenis: in Libanon eindigde de burgeroorlog, in Zuid Afrika werd Mandela vrij gelaten en de apartheid afgeschaft en India opende haar markt voor buitenlandse investeerders. Voor ons allemaal zijn de jaren negentig, de jaren waarin we volwassen werden, heel hoopvol geweest, maar bij ons allemaal is er een omslag geweest. Bij elk van hen heb ik geprobeerd om hun persoonlijke thema te achterhalen.’

De voorstelling zelf wordt, net als haar eerdere werk, een vertellende monoloog over het project zelf, aangevuld met video’s in de beeldtaal van Skype. ‘Het wordt vrij sober. Een witte ruimte, met vier projectievlakken. Ik heb iedereen twee uur lang stil zittend gefilmd en voor ons allevier een monoloog in de ik-vorm geschreven, die ik zelf speel. Maar omdat ze op de video ook eten, drinken en lachen ontstaat er vanzelf toch een vorm van interactie.’

Van Heemstra is naast theatermaker ook journalist en dichteres. In haar zoektocht naar persoonlijke verhalen blijkt Van Heemstra’s journalistieke achtergrond; ze schrijft regelmatig artikelen voor verschillende kranten en bladen. ‘In de journalistiek probeer ik heel dichtbij komen. Ik stel altijd heel veel vragen, maar ik ben er inmiddels achter gekomen dat dat ook heel intimiderend kan zijn. Daar was ik me niet zo van bewust, totdat iemand het een keer bij mij deed. Interviews gaan ook over controle krijgen. De een vraagt en de ander geeft informatie, maar wie heeft de macht?’

‘Met Ntando uit Zuid Afrika is dat een beetje mis gegaan. We kregen een moeilijke discussie over zwart en wit. Ik kon ook niet bij haar thuis in Durban wonen. Ik zat daar als enige in een hostel, midden in die stad. Het regende non-stop, zelf op pad gaan werd sterk afgeraden omdat het zo gevaarlijk is en ik vond de enorme Aids problematiek daar erg confronterend. . Ik wilde te veel dat zíj het leuk zou vinden, en merkte dat ik aggressief vriendelijk ging doen.’ Grinnikend: ‘Ik was erg ongelukkig daar.’

Voor ieder van de vier leden van het ‘tijdgezin’ brachten de jaren negentig toch niet wat ze ervan verwacht en gehoopt hadden. ‘De voorstelling gaat uiteindelijk over die omslag. Nee, niet van idealisme naar cynisme. Het is meer dat je je idealen meer persoonlijker maakt. Satchit  formuleerde het mooi: “Vroeger ging het over de wereld in mij, nu over mijzelf in de wereld”. Dus in die zin gaat de voorstelling ook over dertig worden. Ik schuif een generatie op, en kan mezelf nu ook vergelijken met mensen die jonger zijn en voor wie 9/11 het referentiepunt is. Dat de Muur viel betekende dat er iets open ging, en 9/11 ging over vernietiging: jongere mensen hebben denk ik nooit een geloof in maakbaarheid gekend. Ik ben benieuwd hoe die tegen de wereld aankijken als zíj dertig worden.’

Een ander kenmerk van Van Heemstra’s generatie is hun internationale oriëntatie: Souad woont inmiddels in Marseille, Ntando volgt een opleiding in Amsterdam en samen met Satchit uit Mumbai wil Van Heemstra een voorstelling over de Mahabharata maken, het heilige boek van de hindoes. ‘Het botsen met andere culturen kan pijnlijk zijn, maar ik wil het blijven doen. Ook vanwege het politieke klimaat in Nederland, waar heel veel mensen zich terugtrekken en de grenzen dicht willen doen. Ik denk dat het belangrijk is. Dat je jezelf pas echt leert kennen in de confrontatie met anderen, vreemden.’

Ook een laatste cliché over haar generatie gaat op: Van Heemstra kan moeilijk kiezen. Na een goed ontvangen poëziebundel en deze voorstelling werkt ze verder aan haar eerste roman. ‘Soms twijfel ik wel over werken in het theater. Het is zoveel gedoe, met zoveel tijdsdruk. Ik heb nog nooit zo lang aan één voorstelling gewerkt. Dat maakt het veel beter. Nu durf ik voor het eerst te zeggen: dit is klaar, dit is zoals ik het wilde. Ik ga me niet indekken.’

Family ’81 gaat op 25/2 in première in Frascati en is daar nog te zien op 26/2 en 24-26/3. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Recensie: ‘Tegen de Tijd’ van Frascati Producties

Wie had dat ooit gedacht: bejaarden zijn hip. Eerst maakte Eric de VroedtMightysociety7 over de levensavond van de babyboomers, toen volgden Lucas de Man en Oscar Kocken met hun Bejaarden en begeerte over… nu ja, de titel zegt het al en nu staat de voorstelling Tegen de tijd van Marjolijn van Heemstra en Hannah van Wieringen als lunchpauzevoorstelling in Bellevue. Allemaal twintigers en dertigers op zoek naar de belevingswereld van hun grootouders.

Tegen de tijd is ongedwongen verteltheater over een zwaar onderwerp: ouderdom, sterfelijkheid en herinneringen, oftewel “de verhouding tussen mens en tijd”. Van Wieringen (toneelschrijfster) en Van Heemstra (‘performer’ en dichteres) zochten 91 bejaarden op in een verzorgingstehuis, nadat ze zelf op een minimale manier werden geconfronteerd met hun eigen lichamelijke aftakeling: de hoge toon van de ‘mosquito’ in hun straat –een apparaat dat hangjongeren wegjaagt met onaangenaam geluid dat alleen jonge mensen kunnen horen- was verdwenen. Ze waren te oud geworden.

Van Heemstra is de losse prater, die ontspannen vertelt over de totstandkoming van het project, de gesprekken met zorgmanagers en de soms moeizame communicatie en misverstanden met de bejaarden die hun onderwerp moeten worden. Daarnaast legt ze de methode en theorie van de Zwitsers-Amerikaanse psychiater Elisabeth Kübler-Ross uit, die onderzoek deed naar terminaal zieke patiënten en de vijf stadia van rouwverwerking beschreef. Op de achtergrond zien we een projectie van groep bejaarden in een zaaltje in een bejaardenhuis, een soort ‘tegenpubliek’.

Van Wieringen, zittend aan tafel, leest de de aantekeningen voor die ze maakte over haar bezoek aan mevrouw A. Die ene oude vrouw, die backgammon speelt en niets anders zegt dan af en toe ‘ja’, intrigeert de jonge vrouwen het meest en zet hun zoektocht naar het verschil tussen ‘kalendertijd’ en ‘ervaren tijd’ op scherp. Dan staan de bejaarden op de video op en zingen een Schubertlied.

De voorstelling is een beetje statisch en niet zo theatraal, en dat is in zoverre een bezwaar dat je achterblijft met het gevoel dat er nog veel meer te vertellen, te verbeelden of te bezingen is over die 91 geïnterviewden in hun verzorgingstehuis. Maar daar staat tegenover dat beide makers (en regisseur Sanne van Rijn) de sfeer bewonderenswaardig open weten te houden. Als ze je na afloop een borreltje hebben aangeboden blijven ze op toneel nog even napraten met het (veelal wat oudere) Bellevue-publiek, dat hun eigen verhaal komt doen.

Tegen de Tijd, Bellevue Lunchvoorstelling. Gezien 3/6/10 in Bellevue. Aldaar t/m 13/6. meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Het Meer’ van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 19 mei 2009 om 23:14 uur
tags: , , ,

Iedere week zit ze daar met haar opa. Op precies dezelfde plek midden in het kleine kerkje aan de rand van de stad. Ze te wachten op een wonder. In 1945 heeft een vrouw op diezelfde plek 17 keer Maria gezien. Maar aan hen verschijnt ze niet. Theatermaker Marjolijn van Heemstra, een jonge vrouw met schitterogen in een eenvoudig t-shirt, vertelt het eenvoudig en gedetailleerd. Zijn ze steeds te vroeg of te laat? Of zitten ze op de verkeerde plek?

Van Heemstra’s voorstelling Het Meer gaat over het meer dat er tussen hemel en aarde zou zijn. Ze vertelt een persoonlijk verhaal, met soms historische uitweidingen, en dan weer mooie en volgbare denkconstructies. De vorm lijkt een beetje op die van Laura van Dolron, die met haar standup philosophy voorstellingen ook meer college lijkt te geven dan theater te maken. Maar waar Van Dolron zich concentreert op ethiek en moraal, houdt Van Heemstra zich meer bezig met mystieke vragen.

Ze vertelt over hoe ze vanaf haar jeugd werd grootgebracht met het idee dat er naast de werkelijkheid nog een ‘overtreffende trap van de werkelijkheid’ zou moeten zijn. Door de uitstapjes met haar opa, maar ook door de boeken over Narnia, Dorothy in Oz of Alice in Wonderland. Ze is steeds op zoek naar deuren of manieren om vergeten herinneringen naar boven te halen, ze verdwaalt in een redenering over de betekenis van het ‘tussen’ en legt uit dat we een woestijn in ons hoofd hebben. Zonder moeite switcht ze van Katholieke Mariaverering naar spiritueel ietsisme en harde wetenschap net zoals Newton (alchemist) en Edison (spiritist) dat ooit deden.

De vormgeving (van Keez Duyves van Pips:lab) is doordacht: een deur doet dienst als tafel, achter tientallen deurbellen zitten geluidsfragmenten of andere effecten verborgen. Een opengeklapt kattenluikje (uitvinding van Newton, beweert ze) doet dienst als videobeamer. Daarnaast heeft ze een televisie met een filmpje van haar opa: met een groot wiel kan ze het filmpje vooruit en achteruit spoelen. En bijna aan het eind: een echt wonder, mede mogelijk gemaakt door de magische kracht van het theater

Het maakt niet zoveel uit of Van Heemstra alles wat ze zegt zelf geloofd. Ze weet er een aanstekelijk, vaak heel geestig verhaal van te breien, met vaak puntige oneliners. En dat maakt Het Meer een aangenaam en zelfs troostrijk uurtje theater in de middag.

Het Meer van Marjolijn van Heemstra. Gezien 19/5/09 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 31/5. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati

Drie jonge schrijvers schrijven ieder een stuk en drie jonge regisseurs maken er een geënsceneerde lezing van. Het concept van Gastschrijvers is redelijk overzichtelijk. Dit jaar, bij de vijfde editie, koos het theaterwerkplaats Gasthuis ervoor om schrijvers van vorig jaar -Marjolijn van Heemstra, Hannah van Wieringen en Jibbe Willems- nogmaals te benaderen. Ze werden nu niet alleen aan regisseurs gekoppeld, maar werden ieder ook ondersteund door een groot theatergezelschap.

Dat is een hoop verpakking voor toch wat weinig inhoud. Deze week kan het publiek in het Gasthuis de drie kleine voorstellingen achter elkaar zien en hoewel de stukken helemaal niet onaardig zijn, lijkt uitvoering door een van de nieuwe stadsgezelschappen nog ver weg.

De twee vrouwen schreven teksten over maakbaarheid van het leven. Van Heemstra laat in Blauwe Maan drie personages praten over de landing op de maan en het vooruitgangsdenken in hun eigen leven. Haar droge, poëtische zinnetjes zorgen echter voor te weinig onderscheid tussen de personages. Lege plek van Van Wieringen begint sterk, met twee jonge vrouwen die samen expliciet een verhaal gaan construeren, maar al snel lopen zowel de personages als de schrijfster vast, hoewel de onverwachte bijrol van een huilende veerman goed gevonden is.

Willems is de meest opvallende auteur. Niet alleen is zijn tekst Taxi de meest theatrale van de drie, hij wordt ook al stevig opgepikt door het talenthongerige theaterveld. Deze week worden wel drie van zijn teksten gespeeld in Amsterdam, naast Taxi ook nog Apocalypso door Het Syndicaat in het Rozentheater en een slimme, opgesekste bewerking van Antigone in eigen regie in Frascati.

Voor Gastschrijvers maakte hij een tekst over een troubadour, een meisje en een taxi-chauffeur, met veel tijdsprongen en geïnspireerd door film-noir. Het zicht op zijn tekst wordt echter enigszins belemmerd door de radicale keuzes van regisseur Joachim Robbrecht, die alle tekst laat uitspreken op de geluidsband en zijn acteurs in een noir decor met strijklicht, rook en videoprojecties van verlaten snelwegen en glamoureuze films een repeterende choreografie laat uitvoeren van binnenkomen, slaan en sterven.

Het is eigenzinnig, uit de heup geschoten toneel, maar als showcase voor een nieuw stuk streeft het zijn doel voorbij. En het roept ook vragen op over de missie van Gastschrijvers. Want hoe sympathiek het ook lijkt om schrijvers zonder opdracht of thema aan het werk te zetten, in de Nederlandse theaterpraktijk blijkt keer op keer dat juist wanneer schrijvers, regisseurs en acteurs samenwerken bij het ontwikkelen van nieuwe teksten er iets bijzonders ontstaat.

Gastschrijvers #5 van Gasthuis Frascati. Gezien 23/4/08 in het Gasthuis. Aldaar t/m 27/4. Meer info op www.theatergasthuis.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity