Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2014 om 09:46 uur
tags: , , ,

Marjolijn van Heemstra speelt in haar laatste paar voorstellingen steeds drammerige wereldverbeteraars. Het zijn aspecten van haarzelf, die ze aandikt om ruimte te geven aan een ander perspectief: dat van de vrolijk praktische idealist Garry Davis in de gelijknamige voorstelling of de alledaagsheid van Wil Schuurman (weduwe Hans Janmaat) in Hollandse Luchten: Jeremia, vorig seizoen.

Ook in Als ik de liefde niet heb begint ze beschuldigend – iets te hard en met overdreven gebaren. Ze werd benaderd door de Rotterdamse priester Remy Jacobs met de vraag of ze samen een voorstelling konden maken over misbruik in de katholieke kerk. Jacobs was daar in zijn jeugd slachtoffer van, maar koos uiteindelijk toch het priesterambt. In de kerk wordt openheid over dit onderwerp echter niet op prijs gesteld.

Dat wakkert de activist in Van Heemstra aan: ze gaan tegels lichten! Ze gaan deze voorstelling spelen voor de paus! Maar zo simpel is het natuurlijk niet. Want het gaat in het katholieke geloofniet om rechtvaardigheid en straf, maar om vergeving en genade.

In het decor –stenen, zand en een enorme hoeveelheid wijnglazen gevuld met water– zag ik echter vooral een kil universum, wachtend op een teken van Zijn Goddelijke aanwezigheid. Maar nee, het wordt geen wijn.

Uiteindelijk gaat de voorstelling, subtiel gegoten in de structuur van een mis, vooral over hoe je volgens het geloof omgaat met ellende en pijn. Je moet ‘de lange, donkere nacht van de ziel’ opzoeken en doorstaan. Pas aan de andere kant daarvan is misschien verlossing. Dat lijkt –niet zo verbazingwekkend eigenlijk– sprekend op hoe theater werkt: je leeft mee met personages die de bodem raken en dat mede-lijden leidt tot catharsis.

Dat komt bij elkaar in de onopgesmukte scènes waarin Jacobs gedetailleerd zijn verhaal doet. Intelligent, indrukwekkend theater.

Als ik de liefde niet heb van Marjolijn van Heemstra, Ro Theater. Gezien 11/10/14 in De Meervaart. Nog te zien in Frascati: 21 t/m 25/10. Meer info: www.rotheater.nl

Recensie: ‘Radio Muezzin’ van Rimini Protokoll (HF)

Parool,recensies — simber op 16 juni 2010 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Het gezang van tienduizenden muezzin die tot het gebed oproepen is een onlosmakelijk onderdeel van de soundtrack van Caïro. Maar de Egyptische ministerie van Religieuze Zaken wil een einde maken aan deze luidruchtige chaos en de vijfmaal daagse aankondiging voortaan via de radio uitzenden. Alleen de dertig beste muezzin houden hun baan, maar zingen voortaan in een studio.

De Duitse documentairetheatergroep Rimini Protokoll van regisseur Stefan Kaegi gebruikt dit uitgangspunt voor de voorstelling Radio Muezzin, waarin drie (oorspronkelijk vier) muezzins op het toneel hun verhaal doen. Op de vloer ligt rood tapijt en terwijl ze op plastic tuinstoelen gezeten vertellen over hun uitstervende beroep, zien we op de achtergrond videobeelden van hun huis en hun moskee.

De drie zijn van eenvoudige komaf; een is blind, de tweede electricien en de derde werkte lang in het leger. De afgehaakte vierde was een ander slag: hij won wedstrijden koranreciteren en is een van de dertig uitverkorenen die op de radio mogen. Hij vertrok na spanningen binnen de groep, maar is nog wel te zien op de video. Zijn afwezigheid wordt een natuurlijk onderdeel van de voorstelling.

Die lijkt namelijk vooral te gaan over de invloed van techniek op eeuwenoude rituelen. Deze muezzin hebben bijvoorbeeld nooit zelf op de minaret van hun moskee gestaan, maar doen hun oproep via microfoon en luidspreker. De electricien knutselt met groen tl-licht en ventilatoren. Een technicus demonstreert een eenvoudige radiozender, maar laat ook een kitscherig toestel – Made in China – zien waarop de actuele gebedstijden voor iedere plaats van de wereld weergegeven kunnen worden, ook te downloaden als app op je mobiele telefoon.

De voorstelling oordeelt niet over deze vriendelijke, vrome mannen, die soms ernstig, dan weer uitgelaten en soms onverbloemd geeuwend de eenvoudige regelmaat van hun dagen –de oproep zingen, reparaties doen, koranles geven, het tapijt stofzuigen, familie bezoeken- uiteenzetten, en dan weer een vers zingen.

De voorstelling mag binnen het Holland Festival mooi samengaan met het openingsconcert van Amal Maher, maar eigenlijk is het een vreemde eend in de bijt binnen het verder uit tamelijk traditionele hoge kunst bestaande festival. En mensen met islam- of algemene religie-allergie hebben bij Radio Muezzin weinig te zoeken. Maar dat kan niet wegnemen dat dit de mooiste, puurste voorstelling van het festival is.

Holland Festival: Radio Muezzin van Rimini Protokoll. Gezien 15/6/10 in Bellevue. Aldaar t/m 17/6. Meer info op www.hollandfestival.nl.

Recensie: ‘Hiob’ van de Münchner Kammerspiele (Holland Festival)

In één seizoen presenteert Johan Simons een voorstelling die Tien Geboden heet en een die Hiob heet, Duits voor de bijbelse Job. De Nederlandse regisseur die nu artistiek leider is bij NT Gent in België en die volgend jaar naar München verhuist heeft blijkbaar iets uit te zoeken met het Oude Testament.

In aanloop naar zijn directeurschap in München regisseert Simons al enkele voorstellingen bij het Duitse gezelschap. Hiob is daarvan de meest recente, en was dit weekend te zien in het Holland Festival. Het gaat Simons echter niet om theologische kwesties: hij snijdt religie aan om verder te denken over identiteit en cultuur en gebruikt hiervoor de roman van de Oostenrijks/Duitse schrijver Joseph Roth uit 1930.

De arme Joodse leraar Mendel Singer woont met zijn gezin in een Russisch dorp. Hij verliest zijn ene zoon aan het leger, zijn andere vlucht naar Amerika, en zijn geile dochter aan een regiment kozakken. Met zijn vrouw blijft hij over met zijn epileptische en gehandicapte zoon Menuchim, die volgens een profetie van een wonderrabbi ooit zal genezen. De zoon in Amerika blijkt echter succes te hebben en hij laat zijn familie overkomen en laat hen delen in zijn rijkdom. Maar opnieuw verliest Mendel iedereen: Menuchin moest al achterblijven omdat hij als zwakzinnige niet mag immigreren, de zoon sneuvelt in de oorlog, Mendel’s vrouw sterft van verdriet en de dochter wordt krankzinnig. Maar misschien nog wel belangrijker: Mendel is zijn vaderland kwijt en kan niet aarden in de nieuwe wereld.

Hoever Mendel ook reist, zijn wereld blijft klein. Het decor bestaat uit een carrousel van kitsch, bordkarton en verschoten dekbedhoezen. Tussen de lampjes bovenin staan de woorden ‘Birth’, ‘Love’ en ‘Death’. Net als bij Simons’ operaregie Die Entführung aus dem Serail kiest ontwerper Bert Neumann voor één theatraal object in een verder leeg toneelhuis. Op de achtergrond klinkt een geluidsmontage –weer- en stadsgeluiden- en muziek –Russische volksmuziek en moderne componisten- van Paul Koek.

Zoals de carrousel wel beweegt maar niet verplaatst, zo blijft Mendel vasthouden aan zijn identiteit -“Ik ben een vrome jood, met een zwarte hoed en bleke wangen” zegt hij een aantal keer, als een bezwering-  terwijl om hem heen alles in beweging is. De Amerikaanse zoon verandert zijn naam van Schemarjah in Sam, de dochter trouwt met een niet jood, en iedereen krijgt steeds mooiere kleren terwijl hij in z’n flodderige pak met dikke muts blijft rondlopen. Hij is ook niet geschikt om te reizen, hij loopt de hele voorstelling op sokken.

Juist vanwege de stilstand van Mendel wordt het de voorstelling van de vrouwen. Hildegard Schmahl als Mendel’s vrouw is een schitterende actrice die de dodelijke lijdzaamheid van haar personage bij iedere kans weet te doorbreken met nieuwe hoop. Wiebke Puls als de de dochter toont een mooie lijn van bronstig veulen naar zakenvrouw naar gekte. André Jung als Mendel is het onveranderlijke achterdoek waarvóór de andere personages zich bewegen.

Helemaal aan het eind, op het dieptepunt van zijn ellende, verloochent Mendel net als Job zijn geloof. Maar hij gaat verder dan Job: hij verbrandt zijn gebedsriemen en gebedenboek en vult zijn dagen met klusjes voor zijn buren in plaats van met bidden. En hij wordt beloond met een wonder. Want hoe religieus Simons’ thematiek de afgelopen jaren ook is, de wereld de wereld gaat vóór.

Holland Festival: Hiob van de Münchner Kammerspiele. Regie: Johan Simons. Gezien: 21/6/09 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir’ van Christoph Schlingensief (Holland Festival)

Christoph Schlingensief, de bad boy van het Duitstalige theater, heeft kanker. Een ongeneeslijke vorm  van longkanker, terwijl hij nog nooit gerookt heeft. Schlingensief, geboren in 1960, werd de afgelopen decennia berucht vanwege zijn provocatieve manifestaties. In Wenen maakte hij –toen Jörg Haider net aan de macht was- onder de titel Bitte liebt Österreich een Big Brother-installatie met asielzoekers die door het publiek het land uit mochten worden gestemd. In Zürich regisseerde hij een Hamlet met neonazi’s. In zijn werk neemt hij steeds de slogans waarin de samenleving spreekt over haar problemen zo letterlijk mogelijk; of het nu ‘Ausländer Raus!’ is of “Wie zijn wonden toont zal genezen worden.”

Dat laatste, ontleend aan Joseph Beuys,  is het motto voor zijn voorstelling Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir, die komende week in het Holland Festival te zien is. In een groteske mengeling van  een katholieke eredienst, fluxus-performances, reality televisie en zijn eigen theatrale happenings ensceneert hij een hoogmis, of liever een ‘prerequiem’ voor zijn eigen in rap tempo naderende dood.

Het publiek zit op kerkbanken in een ruimte die min of meer is gemodelleerd naar de kerk uit zijn geboortestad Oberhausen, waar hij als kind misdienaar was. Rondom zijn tekeningen opgehangen -rudimentaire schtesen van een menselijk lichaam met een grote piemel en een vogelkop,  de longen roodgekleurd-, slogans en beeldschermen waar zwartwit filmpjes op geprojecteerd worden.

De voorstelling bestaat uit liturgische muziek, soms heel mooi en ijl, dan weer parodiërend met extra galm, soms gospel, dan weer wegstervende metronomen. Tegelijkertijd trekt een parade van absurditeiten voorbij. Een verstandelijk gehandicapte vrouw als priester, kinderen met bloemen in hun haar, een schitterend uitgedost Afrikaans koor. Plechtig komen ze aangelopen, ze zingen een lied en dan gaan ze weer achteruit hollend door het middenpad de zaal uit. Filmpjes tonen het ontbinden van dode haas (wederom Joseph Beuys), vleermuizen, zich delende kankercellen en een brandend hoofd.

Maar hoe barok deze uitstalling van universee sterfelijkheid ook is, het blijft duidelijk dat het gaat om een rituele bezwering van Schlingensief’s persoonlijke lijden. Daarvoor zijn er de oude super-8 filmpjes van hemzelf als kleine jongen, gemaakt door zijn vader. En audiotapes die beginnen met een rationele evaluatie van de laatste medische uitslagen, maar die steeds eindigen in tranen, waarin even de onvoorstelbare eenzaamheid van de dood doorklinkt.

Geleidelijk wordt de dienst een begrafenis. Het altaar in deze kerk kan draaien en is ook een bed van de stervende. Tenslotte verschijnt Schlingensief zelf ten tonele en houdt de preek: een eenvoudige oproep tot luisteren en troosten van hen die behoeftig zijn. “De angst voor het verdwijnen is universeel. Het is een angst waarop je kunt vertrouwen. Je kunt hem uiten hem daarmee beheersen.” Dan geeft hij, als priester in deze dienst, de alternatieve communie: “Eet brood, want dan blijf je leven. Drink je eigen bloed, dan blijf je autonoom.”

Zo laveert Schlingensief steeds tussen exhibitionisme en kritisch intellectualisme en tussen troost  en een zorgvuldige processie om het larmoyante heen. En juist daardoor blijft het effect van deze uitbundige en eclectisch religieuze vorm beperkt. De verbanden die hij legt –tussen de combinatie van het irrationele en de levenslust van fluxus en de bijna dierlijke behoefte aan aandacht voor zijn lijden- zijn vooral verstandelijk en weerhouden het publiek ervan mee te voelen en zijn of haar eigen pijn vrij te laten. “Wie zijn wonden verbergt wordt niet genezen”, vervolgt het citaat van Joseph Beuys. Wellicht geldt het omgekeerde wel sterker.

Holland Festival: Eine Kirche der Angst vor dem Fremden in mir van Christoph Schlingensief. Gezien 3/5/09 in Berlijn. Te zien in Amsterdam (Westergasfabriek) 5 t/m 8/6. Meer info op www.hollandfestival.nl en www.schlingensief.com

Recensie: ‘Het Meer’ van Marjolijn van Heemstra

Parool,recensies — simber op 19 mei 2009 om 23:14 uur
tags: , , ,

Iedere week zit ze daar met haar opa. Op precies dezelfde plek midden in het kleine kerkje aan de rand van de stad. Ze te wachten op een wonder. In 1945 heeft een vrouw op diezelfde plek 17 keer Maria gezien. Maar aan hen verschijnt ze niet. Theatermaker Marjolijn van Heemstra, een jonge vrouw met schitterogen in een eenvoudig t-shirt, vertelt het eenvoudig en gedetailleerd. Zijn ze steeds te vroeg of te laat? Of zitten ze op de verkeerde plek?

Van Heemstra’s voorstelling Het Meer gaat over het meer dat er tussen hemel en aarde zou zijn. Ze vertelt een persoonlijk verhaal, met soms historische uitweidingen, en dan weer mooie en volgbare denkconstructies. De vorm lijkt een beetje op die van Laura van Dolron, die met haar standup philosophy voorstellingen ook meer college lijkt te geven dan theater te maken. Maar waar Van Dolron zich concentreert op ethiek en moraal, houdt Van Heemstra zich meer bezig met mystieke vragen.

Ze vertelt over hoe ze vanaf haar jeugd werd grootgebracht met het idee dat er naast de werkelijkheid nog een ‘overtreffende trap van de werkelijkheid’ zou moeten zijn. Door de uitstapjes met haar opa, maar ook door de boeken over Narnia, Dorothy in Oz of Alice in Wonderland. Ze is steeds op zoek naar deuren of manieren om vergeten herinneringen naar boven te halen, ze verdwaalt in een redenering over de betekenis van het ‘tussen’ en legt uit dat we een woestijn in ons hoofd hebben. Zonder moeite switcht ze van Katholieke Mariaverering naar spiritueel ietsisme en harde wetenschap net zoals Newton (alchemist) en Edison (spiritist) dat ooit deden.

De vormgeving (van Keez Duyves van Pips:lab) is doordacht: een deur doet dienst als tafel, achter tientallen deurbellen zitten geluidsfragmenten of andere effecten verborgen. Een opengeklapt kattenluikje (uitvinding van Newton, beweert ze) doet dienst als videobeamer. Daarnaast heeft ze een televisie met een filmpje van haar opa: met een groot wiel kan ze het filmpje vooruit en achteruit spoelen. En bijna aan het eind: een echt wonder, mede mogelijk gemaakt door de magische kracht van het theater

Het maakt niet zoveel uit of Van Heemstra alles wat ze zegt zelf geloofd. Ze weet er een aanstekelijk, vaak heel geestig verhaal van te breien, met vaak puntige oneliners. En dat maakt Het Meer een aangenaam en zelfs troostrijk uurtje theater in de middag.

Het Meer van Marjolijn van Heemstra. Gezien 19/5/09 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 31/5. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘Pax Islamica V: Hadj’ van Sabri Saad El Hamus en DNA

Een Arabische vader met drie zoons: een Marrokkaan, een Nederlander en een met neukteugels. Bij Pax Islamica wordt vrijzinnig omgesprongen met ethniciteit. Hadj is het laatste deel van een serie voorstellingen van theatermaker Sabri Saad El Hamus gebaseerd op de vijf zuilen van de islam. De pelgrimstocht naar Mekka komt hier slechts aan bod als afleidingsmanoeuvre.

Het verhaal is zeer losjes gebaseerd op de Gebroeders Karamazov van Dostojevski, waarbij de Russische namen zijn gehandhaafd, maar de situatie is verplaatst naar de Amsterdamse wallen. Daar heeft de Arabische weduwnaar Fjodor in de loop der jaren een bloeiend sexbedrijf opgebouwd. Met zijn drie zoons heeft hij mot: de een werkt voor hem en doet er nog een drugshandeltje bij, de ander is imam geworden, de derde studeerde aan Harvard, werd advocaat en is nu teruggekomen om de erfenis van zijn overleden moeder op te eisen.

Het lijkt intrigerend, de combinatie van islam, rosse buurt en Russische tragiek, maar het gaat nergens werken. Schrijfster Lisa de Rooy bouwde een enorme plot – pa wil vluchten met een van zijn hoertjes en al het geld, maar zegt tegen zijn zonen dat hij naar Mekka gaat; plotseling staat nog een vierde zoon voor de deur; de vrouw van de oudste zoon is zwanger – en de tijd die het kost om al die uit te werken gaat ten koste van eventuele bespiegelingen over eenzaamheid en geluk, die er nu een beetje bijhangen.

Erger is dat de personages te plat blijven waardoor de situatie nergens echt dramatisch wordt. Yahya Gaier als de religieuze zoon heeft een geestige mimiek, maar blijft tegen het eind steken in overdrijving. Delilah van Eyck moet de  eerste helft eindeloos op een ronddraai-plateau staan voordat haar rol zich mag beginnen te ontwikkelen Zelfs Sabri Saad El Hamus, gezeten op een met gewichten vastgezette troon, bovenop een tafel,  kan te weinig sympathie oproepen.

Het is vooral zo jammer dat de liefdevolle, melancholieke toon van de eerdere delen van Pax Islamica geheel verdwenen is. Dit zijn zelfzuchtige personages die vooral fysiek, vaak hardhandig met elkaar communiceren. Het personage van Saad El Hamus, dat in de eerste vier delen viriel maar ook poëtisch en gevoelig was, is hier ineens een oppervlakkige patser. En dat is een onwaardige afsluiting van een eerder buitengewoon mooie serie.

Pax Islamica V: Hadj van Sabri Saad El Hamus en DNA. Gezien 10/3/09 in Frascati. Aldaar t/m 14/3. Tournee t/m 12/5. Meer info op www.denieuwamsterdam.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 2’ van NT Gent en Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 16 februari 2009 om 21:02 uur
tags: , , ,

“Maar wat komt er dan in de plaats van God?” “Eenzaamheid.” Tien een beetje gedateerde televisiefilms van de Krzysztof Kieslowski, waarin de Poolse filmregisseur de Tien Geboden in een moderne setting plaatst en zonder de kerk of de filosofie erbij te betrekken morele keuzes voorlegt aan eenvoudige mensen in een flatgebouw in Warschau. Regisseur Johan Simons brengt ze nu op het toneel vorig seizoen de eerste vijf, nu de volgende.

Het zijn twee aparte voorstellingen, maar Simons’ groep NT Gent speelt ze ook als marathon van zes uur. De lange tussentijd tussen de twee delen is jammer voor degenen die deel één al vorig seizoen zagen. Tien Geboden is één, groots theaterwerk en de marathon lijkt me het niet te missen theaterevenement van het seizoen.

Er zit een huiveringwekkend soort eenvoud in dit tweede deel. De opeenvolging van verhalen is scherper, lijnen uit het eerste deel worden duidelijker, de overgangen van deel naar deel zijn vloeiend. We zien het verhaal van een jongen die met een telescoop een vrouw begluurt en haar voor het eerst aanspreekt, of van een meisje dat haar kind terug wil dat ze te jong kreeg en dat door haar moeder wordt opgevoed of van twee broers die een kostbare postzegelverzameling erven van hun vader, en rucksichtlos op zoek gaan naar die ene zegel die de collectie compleet maakt.

De toon blijft ingehouden, de acteurs vertellen meer dan ze spelen, maar meer dan in deel één wordt er stilistisch veel uit de kast gehaald. In vrijwel hetzelfde decor van rijen tweedehands meubels onder koel tl-licht spelen de acteurs kindertheater met maskers, een college over ethiek en groteske komedie. De acteurs, deels van NT Gent, deels van Simons’ protegé-groep Wunderbaum, zijn dienstbaar, maar weten de schaarse dramatische momenten fel te kleuren. De symboliek is klein: het ontrafelen van vertrouwde verbanden wordt getoond als het uithalen van een breiwerk of het leeghalen van een teddybeer.

Waren bij deel één nog enige reserves mogelijk, deel twee is een overrompelende theatergebeurtenis. Na een aantal voorstellingen gebaseerd op boeken van de Franse schrijver Michel Houellebecq die harder en tragischer waren, maakt Simons nu dit troostrijke, compassievolle tweeluik. Een oproep tot gemeenschapszin en daarmee tot theater zelf: komt dat zien!

Tien geboden, deel 2 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 13/2/09 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 13/3, marathon (deel 1&2) 14/3. Meer info op www.ntgent.be

Recensie: ‘Tien geboden, deel 1’ van NT Gent

Parool,recensies — simber op 18 september 2007 om 00:22 uur
tags: , , , ,

“De wet dient de menselijke natuur niet te volgen, maar haar te verbeteren.” Een advocaat gebruikt het als ultiem argument tegen de doodstraf voor zijn cliënt, die een even gruwelijke als zinloze roofmoord pleegde. Het mag niet baten. Johan Simons baseerde zijn nieuwe voorstelling op de televisieserie Dekaloog van de Poolse filmmaker Krysztof Kieslowski die de oudtestamentische Tien Geboden vertaalde naar tien verhalen over moderne morele dilemma’s van een groep bewoners van een flatgebouw in een buitenwijk van Warschau. NT Gent zet deze verhalen in twee delen op het podium, de eerste vijf geboden dit seizoen, de andere vijf het volgende.

In een sobere, vertellende acteerstijl spelen de veelal jonge acteurs “de meeste zijn lid van het bij NT Gent aangesloten collectief Wunderbaum- de vijf verhalen over kleine mensen die voor grote keuzes staan. Op kerstavond moet een man kiezen of hij bij zijn vrouw blijft of met een vroegere minnares meegaat. Een vrouw overweegt abortus van een buitenechtelijk kind, maar alleen als haar doodzieke man blijft leven.

Aan het eind van ieder segment veegt een van de acteurs het betreffende gebod -op de achterwand van het enorme toneel neergekalkt- uit. Anderen pakken een paar nieuwe stoelen uit de keurige rijen meubels en een nieuw verhaal begint. Waar Kieslovski de eenzaamheid van zijn personages koppelde aan de eenzaamheid van de televisiekijker, roept Simons in het theater, toch een plaats van samenkomst, een bijna liturgische sfeer op.

Vaak is het in de eerste delen lastig om de abstractie van de geboden (Geen andere god aanbidden, God’s naam niet ijdel gebruiken) terug te vinden en blijft de voorstelling op ingehouden wijze larmoyant. Toch zijn er steeds kleine ontmoetingen, momenten van begrip tussen personages. Pas na de pauze (Eert uw vader en uw moeder en Gij zult niet doden) krijgt de voorstelling spanning en gewicht. Vooral het laatste verhaal, de door Els Dottermans prachtig klinisch beschreven roofmoord en de voltrekking van de doodstraf op de dader is indringend.

In een samenleving die schijnt gebaseerd te zijn op Joods-Christelijke waarden is het bijzonder nuttig om deze waarden eens aan een praktisch onderzoek te onderwerpen. Het basismateriaal van deze voorstelling is echter licht gedateerd. Door de moraal in het kleine te zoeken en doelbewust de kerk erbuiten te houden houdt Tien Geboden iets vrijblijvends. Gelukkig gaat later dit seizoen Simons’ hoogtepunt Platform in reprise. Beide voorstellingen hebben de vinger op de tijdgeest, maar Platform is indrukwekkender.

Tien Geboden, deel 1 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 14/9/07 in Rotterdam. Tournee vanaf maart 2008, te zien in Amsterdam op 31/3 en 1/4/08 en Meer info op www.ntgent.be

Recensie: ‘Adam & Eva, zo zijn wij geschapen’ van Ton Heijligers

Parool,recensies — simber op 16 november 2006 om 07:48 uur
tags: , , ,

Religie is in het theater over het algemeen een non-issue, maar in de voorstelling Adam & Eva, zo zijn wij geschapen, gemaakt onder de hoede van mime-werkplaats Hetveem Theater, doet theatermaker Ton Heijligers expliciet onderzoek naar zijn relatie met geloof in het algemeen en de katholieke kerk in het bijzonder.

Aan het begin stelt de regisseur zich voor en leidt de voorstelling in met een verhaal over een theorie van de componist Richard Wagner dat mensen emoties uiten met klinkers. Het verstand zit hem in de medeklinkers. Die lijn wordt doorgetrokken als daarna het scheppingsverhaal wordt verteld in intrigerende staties van mensen in boerka’s die verschijnen, op de grond gaan liggen en weer verdwijnen.

Eén vrouw maakt zich los. Via kinderlijk gehuil en apenkreten komt ze langzaam tot een heldere toon, een opera-achtig zingen. Ze gaat in gesprek met de boerka’s die alleen in medeklinkers spreken.

De boerka’s in deze context zijn een mooie vondst. In het huidige maatschappelijke debat krijgt het alles bedekkende kledingstuk vaak een politieke lading, maar hier wordt de religieuze functie ineens duidelijk: een boerka maakt alle dragers gelijk, het is een anti-identiteit. Eén actrice is toch herkenbaar: zij zit in een burka in een rolstoel.

Heijligers werkt graag met niet geschoolde acteurs. In deze voorstelling spelen een Finse operazangeres en een jonge musicalstudent. De vrouw in de rolstoel is zangeres van Brabantse levensliederen en Adam wordt neergezet door een Braziliaanse acteur. Die laatste legt geheel naakt het verschil uit tussen katholieken en protestanten in Brazilië, en duikt liever met de andere jongen onder de dekens dan met de in een huidkleurig pakje gestoken Eva.

Heijligers relatie met God en Zijn kerk lijkt ambigu. Als de enorme verscheidenheid van de mensheid God’s werk is, waarom zijn sommige variaties, zoals homoseksualiteit dan verboden? Die verwarrende willekeur is het sterkste punt van de voorstelling. “Waarom ben jij niet naakt?” vraagt de vrouw in de rolstoel aan Eva. “Dat heeft de regisseur me nooit gevraagd”, antwoordt ze. “Ik begrijp de keuzes van de regisseur niet”, concludeert de vrouw in de rolstoel.

De voorstelling is niet helemaal in balans: de losse scènes zijn iets té associatief met elkaar verbonden en sommige delen zijn moeilijk in het thema te plaatsen. Maar Heijligers’ sterke, theatrale beelden weten voortdurend te prikkelen. En bovendien weet je na afloop hoe je een banaan eet met een lap stof voor je mond.

Dat deze voorstelling wordt geproduceerd door een mime-werkplaats kan overigens een beetje misleidend zijn: in Adam & Eva wordt volop gesproken en ook gezongen. Het lijkt er steeds meer op dat mime het toevluchtsoord wordt voor de echte avant-garde in het theater.

Adam & Eva, zo zijn wij geschapen van Ton Heijligers. Gezien, 15/11/06 in Hetveem Theater, aldaar t/m 19/11, tournee in 2007. Meer info op www.hetveemtheater.nl

Holland Festival: ‘Mozart & Salieri’ van Anatoli Vassiliev

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:23 uur
tags: , , , ,

Mozart-SalieriDe Russische regisseur Anatoli Vassiliev is vooral heel goed in opkomsten. Als de voorstelling begint beent de boomlange acteur Grigory Glady zó autoritair van achterop het toneel van de Stadsschouwburg naar voren dat het publiek er meteen stil van wordt. Zijn manier van spreken is al net zo imposant: dit is niet zozeer acteren alswel bewonderenswaardig declameren, met rollende medeklinkers lange pauzes voor effect.

Glady speelt Salieri, de jaloerse oudere collega van Wolfgang Amadeus Mozart. Het verhaal over de afgunst van de middelmatige getalenteerde componist voor de lichtvoetige, moeiteloze inspiratie van het genie Mozart kreeg grote bekendheid door de film Amadeus van Milos Forman uit 1984, maar het was de Russische schrijver Alexander Poesjkin die in 1832 als eerste het onderwerp behandelde in een kort toneelstuk. De Russische voorstelling Mozart & Salieri die nu te zien is in het Holland Festival is een bewerking van dit stuk.

Van levendige dialogen moet de voorstelling het niet hebben. Salieri en Mozart (gespeeld door Igor Yatsko) bulderen net zo hard en articulerend tegen elkaar als tegen het publiek en dat komt potsierlijk over. Gelukkig wordt er al snel een strijkorkestje besteld, dat -weer een geweldige opkomst- via de zaal het toneel op komt druppelen. Het is een bonte verzameling zigeuners en hippies, die naast hun instrumenten ook nog schilderijen, antieke klapstoeltjes en een kanarie in een kooitje met zich meesleept.

In de tweede helft van de voorstelling, als Salieri zo haatdragend is geworden dat hij heeft besloten om Mozart te vergiftigen, krijgt de muziek geheel de overhand. Vladimir Martynov componeerde een nieuw Requiem voor de voorstelling. Een koor verschijnt -weer een mooie entrée- sommigen gekleed als iconen uit de Oosters-orthodoxe kerk, met halo’s van groen plastic, anderen in zwarte monnikspijen. Ze zingen hemels, terwijl ze devote rondedansjes doen en worden begeleid door het aardse strijkje.

Voor de Nederlandse toeschouwer kan deze parade van religieuze figuren verwarring oproepen: in het land van Wim T. Schippers en Gerard Reve is dit soort reli-kitch altijd om te lachen, maar Vassiliev lijkt wel degelijk serieuze, mystieke bedoelingen te hebben.

Mozart & Salieri is vooral interessant als voorbeeld van wat je in het Nederlands theater niet ziet: de gestileerde spreekstijl, het serieus behandelen van religieus geladen onderwerpen en de enorme production value van de decors en kostuums. Daar staat tegenover dat de voorstelling nogal ontoegankelijk is. De duur -tweeëneenhalf uur zonder pauze- helpt daarbij zeker niet.

Holland Festival: Mozart & Salieri van Anatoli Vassiliev. Gezien 11/6/06 in de Stadsschouwburg Amsterdam, aldaar t/m 13/6. Russisch gesproken, met Nederlandse boventiteling. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity