Vier internationale theatermakers

(Voor de programmakrant van de Stadsschouwburg van januari)

Ze werken alle vier veel in het buitenland, vooral in Duitsland. Choreografen en dansers Anouk van Dijk en Nanine Linning, regisseur Johan Simons en toneelspeler Jeroen Willems zijn de voorhoede van een cohort Nederlandse podiumkunstenaars dat furore maakt over de grens. “Het heeft iets romantisch, dat werken in het buitenland, maar je moet oppassen voor ontheemdheid.”

[Kader met foto’s
Nanine Linning
is gezelschapsleider dans van het Theater Osnabrück, waar ze als Chefchoreografin enkele grotezaalvoorstellingen per jaar maakt. Volgend seizoen verhuist ze naar Heidelberg, waar ze een van de artistiek leiders wordt van het stadstheater.
Te zien in de SSBA: Requiem van Theater Osnabrück op 21/5/12

Anouk van Dijk werkt met haar groep Anoukvandijk DC regelmatig samen met de Duitse toneelschrijver Falk Richter, met wie ze op dit moment werkt aan de voorstelling Rausch in Düsseldorf. Volgend jaar vertrekt ze naar Australië, waar ze artistiek leider wordt van het dansgezelschap Chunky Move in Melbourne.
Te zien in de SSBA: Protect Me van Schaubühne Berlin op 23/3/12

Johan Simons leidde Theatergroep Hollandia, ZT Hollandia en NT Gent en is sinds 2010 artistiek leider van de Münchner Kammerspiele in Duitsland.
Te zien in de SSBA: tijdens Brandhaarden presenteert de Münchner Kammerspiele een week lang haar werk, met o.a. Ludwig II van Ivo van Hove en Winterreise van Johan Simons. 15-20/2/12

Jeroen Willems is freelance toneelspeler. Hij werkt regelmatig met Johan Simons in München, in Basel en bij de Veenfabriek in Leiden.
Te zien in de SSBA: Willems speelt de titelrol in Ludwig II (16 en 17/2/12) en speelt in Flow My Tears van de Veenfabriek (8 en 9/2/2012)
]

In hoeverre heeft de stad waar je iets maakt invloed op je werk?

Van Dijk: “Oh, de plek waar je werkt heeft heel veel invloed. In dans werk je vaak met een internationaal gezelschap dat niet vast verbonden is aan het gezelschap. Er ontstaat snel een hechte band, omdat niemand een sociale omgeving heeft. Dus dan ga je met al die mensen in die vreemde stad samen voorstellingen zien, uit eten, naar de film.”

Continue reading “Vier internationale theatermakers” »

Brandhaarden: Münchner Kammerspiele in Amsterdam

Donderdag aanstaande begint een van de grootste projecten in de Stadsschouwburg van de afgelopen jaren: het volledige Duitse gezelschap Münchner Kammerspiele strijkt bijna een week lang neer in Amsterdam. Het gezelschap, sinds 2010 onder leiding van de Nederlandse regisseur Johan Simons, speelde al eerder hier (o.a. Hotel Savoy en Drei Farben), maar nu wordt de manier van werken van het Duitse stadstheatersysteem in Amsterdam uitgeprobeerd. En dan komt meteen de vraag op: moeten we zoiets hier ook willen?

De voordelen zijn duidelijk. Het betekent twee nieuwe voorstellingen per dag en een uitgebreid randprogramma met liedjes, lezingen, talkshows en een Biergarten. In het weekend is er programma van half tien ’s ochtends tot één uur ’s nachts. Je zou kunnen zeggen: alle dagen festival.

De grote voorstellingen die de Kammerspiele hier brengt hebben allemaal een Nederlands of Vlaams tintje: Johan Simons nam een aantal acteurs mee van zijn laatste gezelschap NT Gent, en nodigt Nederlandse regisseurs uit om nieuw werk te komen maken.

Van Simons zelf zijn twee voorstellingen te zien. Winterreise is een nieuwe, persoonlijke tekst van Elfriede Jelinek over ouders en kinderen, waaraan Simons zelf zijn eigen levensgeschiedenis verbindt: we zien beelden van de Watersnoodramp uit 1953 en Katja Herbers speelt een aandoenlijk klompendansend jochie met een hazenlip als ode aan Simons’ vader.

Begin volgende week speelt Gesäubert/Gier/4.48 Psychose, een recente voorstelling waarin Simons iets doet dat veel regisseurs willen, maar slechts weinigen voor elkaar hebben gekregen: het spelen van een serie teksten van de Engelse toneelschrijfster Sarah Kane op één avond. De manier waarop Simons lichtheid in het gewelddadige, rauwe en nihilistische werk van Kane heeft gekregen oogste veel lof en de voorstelling werd uitgekozen voor het aankomende Theatertreffen in Berlijn als een van de tien beste van het afgelopen jaar.

Een publiekstrekker is de toneelbewerking van Visconti’s film Ludwig II, door Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam, met Jeroen Willems in de titelrol. Het was een pikant project, want Ludwig is een icoon in Beieren. De gevreesde (of eigenlijk stiekem gewenste) rel bleef echter uit en de voorstelling bleek een mooi drama over kunst en macht, met Willems als prachtig ongrijpbare sprookjesprins.

Minder bekend, maar zeker de moeite waard is het vrolijk maffe, maar intens melancholieke Ruf der Wildnis van de Letse regisseur Alvis Hermanis, een theatervoorstelling voor vijf acteurs en vijf honden. Hermanis en zijn acteurs baseerden zich op de roman Call of the wild van Jack London, over een sledehond die in de wilde natuur van Alaska de wolf in zichzelf terugvindt en verbonden dat met verhalen van hondenbezitters die langzaam veranderen in hun eigen huisdier. In de mime-achtige voorstelling spelen de Vlaamse acteurs Benny Claessens en Kristof van Boven fysieke prachtrollen.

In het randprogramma vallen twee voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog op. In Leben und Schicksal leest actrice Hildegard Schmahl in het Goethe Instituut een hoofdstuk uit Vasili Grossmans ontzagwekkende, en tot kort geleden onontdekte oorlogsroman Leven en Lot, met muziek van Reinbert de Leeuw en Vera Beths. Daarnaast zijn twee ‘afleveringen’ te zien van het feuilleton Hotel Europa, gebaseerd op Geert Mak’s In Europa. Geen lezingen in de traditionele zin, maar avonden met boeken, muziek, improvisaties en wijn.

Tenslotte is er nog een kindervoorstelling van het gezelschap te zien (De kleine Janneman) en vertellen twee van de met Simons naar München meegereisde acteurs, Benny Claessens en Çigdem Teke over hun ervaringen in optredens onder de naam Kollektiv, Kollektiv.

Kortom, er wordt een ongekende theatrale rijkdom en pracht tentoon gespreid. En vrijwel het voltallige ensemble van de Kammerspiele is aanwezig. Maar moet Amsterdam een vergelijkbaar instituut willen?

De vraag is niet wat het kost, maar wat je ervoor zou moeten inleveren. Je kunt Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg samenvoegen en de subsidie verdubbelen, dan zit je ongeveer aan het budget van de Münchner Kammerspiele, maar voor dat geld raak je in Amsterdam een enorme hoeveelheid theater kwijt: Orkater, Het Toneel Speelt, Frascati, Dood Paard, Mugmetdegoudentand, Bellevue, MC en Discordia bijvoorbeeld, om nog maar te zwijgen van al het jeugdtheater en de wijkvoorzieningen.

In de meeste Duitse steden wordt met afgunst gekeken naar het enorm uitgebreide podiumkunstaanbod in Amsterdam, en (in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt) ook naar de publieke belangstelling. Wie wel eens in München naar het theater gaat, kan zien waarom: het publiek bestaat louter uit gegoede burgerij en een paar studenten. In Nederland is het zowel het aanbod als het publiek oneindig veel diverser.

Kortom, het zal bijzonder aangenaam zijn om een week lang te smullen van het allerbeste dat een Duits stadsgezelschap ons te bieden heeft. Maar laat het ons niet al te zeer jaloers maken.

Brandhaarden, de Münchner Kammerspiele in de Stadsschouwburg: 15 t/m 20 maart. Meer info op www.ssba.nl

Next Nature

niet-theater,Parool,PS Kunst — simber op 3 november 2011 om 19:19 uur
tags: , ,

Over een paar jaar kunnen biologen in Maastricht vlees maken in hun laboratorium, zonder dat er een dier aan te pas komt. Is dat nog natuur? En tegelijk praten we over het financiële systeem alsof het een oncontroleerbaar natuurverschijnsel is, terwijl het toch door mensen is gemaakt. De grens tussen tussen technologie en natuur is aan het vervagen, en we hebben een nieuwe manier van kijken nodig, stelt wetenschapper, kunstenaar en ontwerper Koert van Mensvoort. Die nieuwe blik noemt hij Next Nature. “Dit is een van de belangrijkste verhalen van deze tijd.”

In het kantoor van Next Nature, een verdieping in het voormalige gemeentearchief aan de Amstel, vult een medewerker zorgvuldig een zakje met levensechte pillen en niet ze vast aan een flyer met uitleg. De flyer is voor de Next Nature Power Show, een evenement aanstaande zaterdag in de Stadsschouwburg waar Next Nature wordt uitgelegd aan een groot publiek en waar het nieuwste boek wordt gepresenteerd. De pillen dragen namen als Infobesitas Laxeermiddel (“Helpt u om overbodige informatie uit te scheiden”) en Primitivist (“Onmiddelijke de-domesticatie”).

“Next Nature is een filosofisch concept, een nieuwe manier van kijken naar de relatie tussen mens, natuur en technologie”, vertelt Koert van Mensvoort (1974) in zijn werkruimte. “Traditioneel zien we natuur en technologie als tegenovergesteld: alles wat geboren wordt is natuur, en wat gemaakt wordt door mensen is techniek. Maar tegenwoordig lijken ze meer en meer samen te smelten, en naar mijn idee ook van plaats te wisselen. Zeker in de voedingsindustrie worden ‘geboren’ dingen steeds verder gemanipuleerd, denk aan vierkante meloenen en kale vleeskippen. Tegelijk worden culturele of technologische verschijnselen zoals de financiële markten, het verkeer of internet juist onbeheersbaar. We gaan ze ervaren als natuur.”

“Die verschuiving raakt aan de fundamenten van ons bestaan. We moeten af van het idee dat natuur iets statisch is; iets waar we ooit vandaan zijn gekomen, maar dat we verloren hebben, en dat we nu alleen nog maar kunnen verpesten. We moeten gaan inzien dat ons hele idee over natuur afhankelijk is van tijd en context. De natuur verandert als het ware met ons mee. Toen de mens tienduizend jaar geleden gewassen ging planten en dieren ging domesticeren was dat een enorme technologische ingreep in de natuur. Nu zien we landbouw zelf weer bijna als natuur.”

Continue reading “Next Nature” »

Voorstuk Wunderbaum in de SSBA

interviews,Parool — simber op 23 mei 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wunderbaum in de Stadsschouwburg

Het gaat goed met toneelgroep Wunderbaum. Eerder dit seizoen won het acteurscollectief de Prosceniumprijs, vorige week werd bekend dat de voorstelling Natives II was geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen. Deze week staat de groep met een minifestival in de Stadsschouwburg. Van 24 tot 26 mei zijn er drie verschillende voorstellingen te zien. “We willen het publiek een antwoord geven, niet ze volstoppen met ellende en dan heel triest achterlaten.”

Het zijn drie heel verschillende voorstellingen die Wunderbaum laat zien. “Melle Daamen (directeur van de Stadsschouwburg) heeft ons symbolisch de sleutel gegeven”, vertelt actrice Marleen Scholten in een Amsterdams café. “Drie dagen mogen we doen wat we willen, en we wilden het liefst gewoon ons meest recente werk laten zien; voorstellingen die nog niet of te kort in Amsterdam te zien zijn geweest.”

Als eerste is de grote-zaalvoorstelling Songs at the end of the world te zien, die Wunderbaum maakte met het theaterbandje Touki Delphine. “Songs… is meer een concert dan een voorstelling”, zegt Scholten. “We werden geïnspireerd door de documentaire Encounters at the end of the world van Werner Herzog, over wetenschappers op Antarctica. Dat vonden we een mooie metafoor: de Zuidpool als plek om je terug te trekken, het leven dat je óók gehad had kunnen hebben.”

“We staan met z’n achten op het toneel en hebben allemaal een lied. We hebben ‘alternatieve biografie’ geschreven voor onszelf: een verhaal dat begint in onze eigen, ‘echte’ jeugd, maar dat halverwege een andere wending neemt, en waarin we eindelijk op Antarctica terecht komen. Die verhalen vertellen we in pop- en rockliedjes, veel samenzang en in monologen en dialogen eromheen. We hebben zelf ook songteksten geschreven en wanneer we in Amsterdam spelen komt de cd uit.”

Oorspronkelijk had Wunderbaum het idee om met Touki Delphine iets te maken rond het boek Wij van Elvis Peeters, over losgeslagen jongeren in een Belgisch dorp, maar de muzikanten waren daarop tegen: “Wij hebben in onze voorstellingen vaak de neiging om de donkere kant van de mens en de wereld te laten zien. Maar dit keer wilden we dat niet. We willen het publiek een antwoord geven en niet volstoppen met ellende. Als we samen zingen is dat een antwoord op deze wereld.”

Een heel andere voorstelling is Looking for Paul, die Wunderbaum afgelopen november maakte in Los Angeles. Scholten: “We kregen een beurs om drie weken daar te kunnen werken en een voorstelling te presenteren. In een oudere voorstelling, Venlo, hadden we het al eens gehad over populisme en kunst in de openbare ruimte en in LA konden we dat verder onderzoeken aan de hand van de discussie over Kabouter Buttplug, dat grote beeld van Paul McCarthy in Rotterdam. McCarthy woont in LA en een van ons, Maartje Remmers, speelt een winkelier die de hele dag op dat obscene beeld moet uitkijken en die naar Amerika was gekomen om hem ter verantwoording te roepen.”

Lachend: “In LA werkte dat heel goed, niemand kent ons en mensen geloofden Maartje helemaal. Ja, Paul McCarthy zelf is ook komen kijken, met vrouw en dochter. Hij was een beetje verlegen dat er een hele voorstelling alleen over hem was gemaakt. Hij vertelde nog dat hij, toen hij hoorde dat Rotterdam Kabouter Buttplug op een openbaar plein wilden zetten, een minder aanstootgevend werk had aangeboden, maar dat hij als antwoord kreeg: ‘Nee nee, dit is Nederland, wij houden van provocerende kunst.’”

Tijdens hun verblijf in LA deden de acteurs ook een rondgang langs theatermakers om te kijken hoe zij hun geld verdienen. “Dat is best shockerend. Het budget van hele staat Californië voor kunst en cultuur is even groot als de subsidie voor Wunderbaum. Door de overheid worden kunstenaars totaal in de steek gelaten, maar tegelijkertijd zie je dat ze deels worden opgevangen door het publiek. De noodzaak om te maken is zo groot dat er toch wel theater is. Dus op dat gebied maak ik me niet zoveel zorgen over de bezuinigingen in Nederland. Maar goed, al die kunstenaars daar hebben zeven baantjes en maken theater midden in de nacht. Dat is alleen maar klote.”

“Voor ons heeft het ook wel nieuwe ideeën opgeleverd. We zijn soms erg gefocust op het vinden van nieuwe coproducenten, maar misschien moeten we veel meer op zoek naar samenwerking met andere soorten instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of politiek, of in andere disciplines. Nu in de Stadsschouwburg hebben we ook een aantal debatten en nagesprekken. We willen verder denken dan theater.”

Wunderbaum Minifestival in de Stadsschouwburg Amsterdam
24/5 Songs at the end of the world met achteraf concert door Alamo Race Track
25/5 Looking for Paul, na afloop interviews door Bas Heijne
26/6 Rail Gourmet, nagesprek met schrijfster Annelies Verbeke
meer info op www.wunderbaum.nl

 

Toneelgroep Amsterdam, Seizoen 2011/12

interviews,nieuws,Parool — simber op 5 april 2011 om 15:02 uur
tags: , ,

Zeven premières brengt Toneelgroep Amsterdam (TGA) volgend seizoen. Terwijl hij net begonnen is met repeteren aan de grootschalige seizoensafsluiter De Russen! (een Tsjechov-bewerking van Tom Lanoye die tijdens het Holland Festival in première gaat) licht regisseur en directeur Ivo van Hove uitgebreid de plannen toe.

“Hoe ga je om met je de pijn die je elkaar hebt aangedaan, dát is de vraag waar bijna alle voorstellingen zich mee bezighouden”, vertelt Van Hove in zijn kantoor achterin de Stadsschouwburg. “Of als je het maatschappelijk ziet: hoe leer je afscheid nemen van het oude en iets nieuws aangaan.” Het eerste dat opvalt is dat TGA twee stukken van de zeventiende-eeuwse Franse komedieschrijver Molière gaat spelen. Van Hove zal zelf De Vrek regisseren en voor Tartuffe is de Bulgaars-Duitse regisseur Dimiter Gotscheff aangezocht.

“Molière is dringend aan herontdekking toe”, vindt Van Hove. “Hij schreef natuurlijk komedies, maar in mijn visie zijn het ook sociale drama’s. Het zijn allemaal stukken die op een heel grimmige manier ethische problemen naar voren brengen. Hij zet twee keuzes tegenover elkaar en je moet je als publiek daartegenover verhouden. Als je het nu leest lijkt het bijna eigentijds. De Vrek is een man wiens leven beheerst wordt door de gedachte aan geld. Daarmee vergiftigt hij zijn familie, en zijn kinderen worden nog erger dan hij zelf. Zo wordt het ook een koningsdrama.” De titelrol zal gespeeld worden door Hans Kesting die met deze rol zijn 25-jarig toneeljubileum viert.

Continue reading “Toneelgroep Amsterdam, Seizoen 2011/12” »

Zwarte dozen, witte dozen, boek over theaterarchitectuur

overig,Parool,PS Kunst — simber op 13 oktober 2010 om 16:00 uur
tags: , , ,

Musea met etalages, theaters met transparante repetitielokalen en cultuurgebouwen waarbij de scheiding tussen binnen en buiten zoveel mogelijk wordt opgeheven en waar mensen graag de hele dag zitten. Dat is de droom van Johan Idema en Roel van Herpt, twee cultuuradviseurs die een boek schreven vol met ideeën voor vernieuwende architectuur voor kunst. Met één van hen lopen we langs goede en slechte voorbeelden in Amsterdam. ‘We hebben kunst weggestopt in ondoordringbare dozen.’

‘Theater wordt altijd gespeeld in een zwarte doos en beeldende kunst hangt aan hagelwitte muren,’ zegt Johan Idema op het terras van Stanislavski in de Stadsschouwburg, een van de voorbeelden uit zijn boek. ‘Roel en ik hebben vanuit ons werk bij Lagroup ervaring met ontwerptrajecten voor nieuwe gebouwen. Dan merk je dat directeuren vooral bezig zijn met de zaal, ze hebben geen visie op de rest van het gebouw. Maar mensen vinden de Bijenkorf, het Westerpark of restaurants prettige plekken om te verblijven. Ik zou willen  dat theaters of musea ook zulke plekken worden.’

Het boekje Beyond the black box and the white cube is het resultaat van een uitgebreide zoektocht naar inspirerende gebouwen. Idema bezocht veel van de beschreven gebouwen zelf, maar sommige illustraties zijn van schetsen van niet uitgevoerde ontwerpen. ‘Ik vond dat dat in dit geval kon: we willen ideeën laten zien, mensen inspireren. Ik heb het boek gepresenteerd aan schouwburgdirecteuren; die mensen kennen dit soort ideeën niet.’

Continue reading “Zwarte dozen, witte dozen, boek over theaterarchitectuur” »

21 toneelprijzen in 2 gala’s

Parool,reportages — simber op 13 september 2010 om 03:35 uur
tags: , , ,

Twee toneelfestijnen stonden gisteren op de agenda, waarop in totaal 21 toneelprijzen werden uitgereikt. De een serieus en deftig, de ander rommelig en feestelijk; een vergelijkend warenonderzoek. Eerste conclusies: het Nederlandse theater wordt overgenomen door Duitse vrouwen. En theater is een simpel spel: het hele seizoen worden mooie voorstellingen gemaakt, en aan het eind wint Het Nationale Toneel de prijzen.

Het Gala van het Nederlands Theater van de VSCD (Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties) in de Stadsschouwburg is een degelijk, strak geregisseerd programma, waarin de Louis en de Theo d’Or worden uitgereikt en daarvóór nog zo’n acht prijzen. Clairy Polak krijgt makkelijk de zaal mee met haar bekentenis dat Buitenhof presenteren voor 400.000 mensen veel makkelijker is dan voor een paar honderd man op het schouwburgpodium staan. Ze begeleidt de avond losjes, maar ook een beetje mat.

De eerste winnaar van de avond is de Duitse regisseur Susanne Kennedy, die de Erik Vos Prijs krijgt als veelbelovend regie-talent. Haar dankwoord is een hilarisch verhaal over het werken aan haar voorstelling The New Electric Ballroom bij Het Nationale Toneel –waar ze vaste regisseur is-, wat gelijk op ging met een repetitieperiode een van de oude meester Erik Vos, die de jonge regisseur tijdens de lunch aanzag voor de cateringjuffrouw. De tweede winnares is de eveneens Duitse Nicole Beutler, die de mimeprijs ontving uit handen van Marien Jongewaard, voor de gelegenheid in de gedaante van clown Marino Marini.

De rest van de prijzen wordt efficiënt afgewerkt, kort onderbroken door een optreden van acteur Jeroen Willems die een lied van Brel zingt en een kort filmpje met beelden van acteurs die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn. De zaal veert weer op bij de acceptatiespeech van Kees Hulst die onderkoeld en vlijmscherp de organisatie, de producenten van de filmversie van Tirza (waarin de rol van Jörgen Hofmeester die Hulst op het toneel speelde zal worden gspeeld door Gijs Scholten van Aschat) en het fenomeen prijzen de mantel uitveegt, maar toch ook oprechte dank uitspreekt.

En zo kabbelt de avond zonder al te grote verrassingen voorbij; zelfs de winnaars van enkele prijzen, zoals Kennedy en acteursgroep Wunderbaum die de Prosceniumprijs, waren van te voren al op de hoogte, de laatste groep had er zelfs een voorstelling in Rotterdam voor gecanceld. De jury kiest bij de heren voor oude cracks Hulst en Stefan de Walle en bij de dames voor het jongere talent van Nanette Edens en Maria Kraakman. Na afloop is de sfeer er gauw af; de winnaars kunnen niet worden gefeliciteerd, Cornald Maas zit beneden in Café Stanislavski te wachten met de televisiecamera’s, de foyers zijn stampvol en de bars onbereikbaar.

En zo haast rond half elf alles wat mooi en jong en veelbelovend is zich met gezwinde spoed naar het Rozentheater. De daar georganiseerde Nacht van de Vergeten Toneelprijzen is dit jaar voor de tweede maal een ludieke aanvulling op het toneelprijzengala, maar wel “met een serieus randje”, aldus initiatiefnemer Caspar Nieuwenhuis. De elf prijzen lopen uiteen van sympathiek (beste zakelijk leider of beste stage), belachelijk (beste acteur boven de 60), volslagen overbodig (beste souffleur; één nominatie, winnaar afwezig) tot uitermate nuttig (beste jonge toneelschrijver).

Het podium voor de uitreiking is een boksring, de winnaars krijgen een boksband en de presentatie is in handen van de prettig melige Oscar Kocken. De overdressed overlopers uit de schouwburg zijn goed te herkennen. Net als in de schouwburg is het ook hier tempo hoog, zijn de videopresentaties erbarmelijk en wordt iedere prijs uitgereikt door een nieuwe, slecht voorbereide prominent, maar omdat pretenties ontbreken en de setting intiem blijft, voelt het Rozentheater zo’n beetje als het fietsenhok bij school waar de cool kids komen roken. Dat schouwburgdirecteur Melle Daamen hier is en niet op z’n eigen feestje zegt al genoeg.

De avond wordt afgesloten met de uitreiking van de Gouden Bouwmeester door journalisten Constant Meijers en Wilfred Takken. Zij riepen een prijs in het leven die daadwerkelijk vergeten is: een prijs voor de beste voorstelling van het seizoen, gekozen door mensen die daadwerkelijk veel gezien hebben. Dat is er eentje die de VSCD zo snel mogelijk zou moeten overnemen.

De Gouden Bouwmeester werd gewonnen door The New Electric Ballroom van Susanne Kennedy, die daarmee de grote winnares van de avond werd. De boksband werd echter opgeëist door acteur Jochem ten Haaf: “Ik heb in die voorstelling avond aan avond anderhalf uur lang op een klein plankje een meter boven de grond moeten staan.” Met Kennedy’s twee prijzen plus de Louis d’Or voor Hulst en de Arlecchino voor Stefan de Walle kan Het Nationale Toneel vier prijzen in de kast zetten. Toneelgroep Amsterdam daarentegen moest het doen met een poedelprijs: de ‘Scheve Schaats’ voor “niet ingeloste verwachtingen” ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Rashomon Effect.

Variabele toegangsprijzen, Richard III uitverkocht

nieuws,Parool — simber op 10 september 2010 om 10:00 uur
tags: , , , ,

Deze week werd bekend dat alle achttien voorstellingen van Richard III in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn uitverkocht. Voor het eerst werd bij de verkoop een systeem van variabele toegangsprijzen uitgeprobeerd. Schouwburgdirecteur Melle Daamen is enthousiast. “Het kan in principe met alle voorstellingen.”

Het bijzondere project van muziektheatergroep Orkater, met muziek van Tom Waits en Gijs Scholten van Aschat als Shakespeare’s grootste schurk, is vanaf 22 september uitsluitend in de Stadsschouwburg te zien. “Zo’n langere serie leek me geschikt om het experiment mee aan te gaan”, zegt Daamen aan de telefoon. “Het is een enorm succes, maar vergeet niet dat het buitengewoon risicovol was. Als het was mislukt waren zo wel wij als Orkater flink de mist ingegaan.”

Daamen deed het idee op bij de reisbranche: bij Easyjet betaal je meer voor je vliegticket naarmate je korter vantevoren koopt. In het theater werkt het net zo. De eerste tickets werden voor 32,50 (eerste rang) verkocht. Toen voor een bepaalde datum een vooraf vastgelegd percentage was verkocht werden alle kaarten duurder. Dit systeem van ‘treden’ werd herhaald totdat de laatste kaartjes voor 40 euro werden verkocht.

Daamen: “Dat verschil tussen eerste een laatste prijs is met 7,50 heel klein, zeker in vergelijking met de reisbranche. Wij willen geen misbruik maken van ons monopolie. We hadden de laatste kaarten ook voor tachtig euro kunnen verkopen, maar ik vind dat niet kloppen; het is toch ook een gesubsidieerde voorstelling. Ons doel was niet alleen om meer inkomsten te genereren, maar vooral ook een snellere voorverkoop.”

En zeker voor Amsterdam is het heel bijzonder om een lange reeks zo lang van te voren uit te verkopen, verzekert Daamen: “Amsterdammers wachten meestal af tot ze in de krant lezen of of van iemand horen dat het goed is.”

Daamen denkt niet dat deze verkoopmethode alleen toe te passen is op langere series van één voorstelling. “In principe kan het met alle voorstellingen. Ik wil er dan ook graag mee doorgaan. In de seizoensbrochure staat nu dat de prijzen per 1 september gelden en dat ze kúnnen veranderen.”

Een kleine relativering is wel op z’n plaats. “In mei zat Gijs Scholten van Aschat bij De Wereld Draait Door te vertellen over de voorstelling, over Tom Waits, en over de toegangsprijzen. Meteen de dag erna begonnen de telefoons te rinkelen. We kunnen dus moeilijk zeggen of dat aan Gijs zijn geestdriftige verhaal lag, of aan het feit dat vroege bestellers goedkoper uit waren. We zijn heel blij met het resultaat, maar als wetenschappelijk experiment blijft het dubieus.”

Kitty Courbois geëerd met nieuwe toneelprijs

In de Stadsschouwburg kreeg Kitty Courbois gisteravond een nieuwe, naar haar genoemde toneelprijs uitgereikt: de Courbois-parel. Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg eren hiermee de actrice, die dit jaar vijftig jaar aan het toneel is. De Courbois-parel is een ‘doorgeefprijs’ voor actrices: Courbois mag zelf weten wanneer en aan wie ze hem doorgeeft.

De prijs werd uitgereikt door Hedy d’Ancona op een feestelijke avond in de Koninklijke Foyer van de schouwburg in aanwezigheid van een stoet aan vrienden en collega’s, in het bijzonder generatiegenoten als Ellen Vogel, Sigrid Koetse en Annet Nieuwenhuyzen. Naast toespraken van Ivo van Hove (“Bij Toneelgroep Amsterdam blijf je zolang jíj dat wilt”), d’Ancona en directeur Henk Scholten van het Theater Instituut Nederland, waren er optredens van (ex-)TGA-collega’s Hugo Koolschijn en het gelegenheidsduo Hein van der Heijden en Hajo Bruins, die Courbois villein maar ook ontroerend toezongen.

Courbois was zeer verrast door het eerbetoon: “Niemand heeft z’n mond voorbij gepraat en ik heb nog wel zó zitten vissen naar wat er vanavond zou gebeuren.” Ze kreeg de parel opgespeld op haar revers, direct naast het speldje van het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam dat haar een maand geleden werd toegekend. Ze besloot haar korte dankwoord met een toast op drie dierbare, overleden vrienden: Jacques Commandeur, Joop Admiraal en Ramses Shaffy.

De Courbois-parel bestaat uit glazen kistje met daarin een broche met de parel, op een bedje van lapjes stof van door Courbois gedragen kostuums, uit voorstellingen als Richard III, Klaagliederen en haar huidige voorstelling Zomertrilogie. Andere doorgeefprijzen in het toneel zijn de Albert van Dalsumring en de Paul Steenbergenpenning voor acteurs en de Theo Mann Bouwmeester Ring voor actrices.

Boekrecensie: Werklicht II; alle avonturen van Toneelknecht Kees

Dertien jaar schreef Niko Bovenberg in het techneutenblad Zichtlijnen zijn columns over Toneelknecht Kees, een nurkse technicus bij “het belangrijkste toneelgezelschap van het land”. Stukjes vol gemopper over kantoorpikkies die het niet uitmaakt of ze voor een reclamebureau, een krokettenfabriek of een toneelgezelschap werken en waarin alle problemen uiteindelijk moeten worden opgelost door de technici.

Waarom die columns toch zo genietbaar zijn is de enorme liefde voor toneel die eruit spreekt. En dan  gaat het Bovenberg –inspeciënt bij Toneelgroep Amsterdam- niet de concepten en ambities van de ‘artistiekleider’. Hij bekijkt de wereld “een kwart slag gedraaid”, vanaf het zijtoneel, waar hij dag in dag uit decors opbouwt en afbreekt, zodat de acteurs in een provincieplaats kunnen spelen. “Het is elke avond nieuw ijs”, legt Kees uit aan zijn fysiotherapeute, want lichamelijk ongemak hoort erbij.

In 2002 verscheen al de bundel Werklicht, maar in Werklicht II zijn nu alle columns verzameld. Dit betekent enige overlap, en er zit nogal wat herhaling in de stukjes over avond aan avond de voorstelling bouwen, draaien, afbreken en dan midden in de nacht met blikes bier in het busje naar huis, ondertussen kankerend op de planning. Maar de nieuwe avonturen zijn toch zeer de moeite waard, vooral omdat het personage Kees wat meer reliëf krijgt, door een zwangere vriendin, een periode ‘openbare nuchterschap’ en een stukke rug.

En Kees is weliswaar een personage, maar de omgeving waarin Kees werkt is behoorlijk herkenbaar en door zijn ogen krijgen we een onthullend inkijkje in de wereld van de artistieke opvolging, de krankzinnige decorontwerper (Kees’ minachting voor het woord ‘scenograaf’ is een geestige running gag) en de hippe schouwburgdirecteur rond het Leidseplein.

Het leukste van het boek is het technische jargon, dat Bovenberg taalvaardig en zonder al te veel uitleg inzet, als couleur locale van de coulissen. En ook als je niet precies weet wat friezen knopen, een vak inhangen of een voetje geven betekent zijn de dialogen in dit slang bijzonder vermakelijk, en je steekt er nog eens wat van op, zoals dat je nooit in doorgang moet bellen en dat links en rechts op het toneel altijd vanuit de zaal gezien is. En: “een toneelgezelschap is een kruising tussen een timmerfabriek en een transportbedrijf waar ook acteurs en regisseurs werken.”

Ook mooi zijn de bijrollen van het piepjonge actricetje, de dramaturg en de studente theaterwetenschap achter de bar van het stamcafé, die allemaal hun eigen obsessie hebben met één stuk. Voor de oudere acteur is het King Lear, voor het piepjonge actricetje is het de Drie Zusters en voor Kees zelf is het Dood van een Handelsreiziger: “Elke avond woordelijk dezelfde ruzies aanhoren die hij en z’n vader voerden.”

En in de loop van de tijd ontwikkelt Kees’ vak zich verder. De trekken worden elektrisch, de decors worden technischer en zelfs Kees kan niet ontkennen dat het de laatste jaren goed gaat met ‘het beangrijkste gezelschap van het land.’ Maar uiteindelijk komt het toch altijd neer op té veel sjouwen in te korte tijd, met steeds minder vakbekwame mensen. Het toneel is natuurlijk vergeetkunst, en Kees met zijn olifantengeheugen beseft dat als geen ander. Melancholie is zijn enige beloning.

Over geheugen gesproken: Werklicht II is natuurlijk ook voer voor de repertoirediscussie; zijn de decors die Kees een jaar na de voorstelling verbrandt, de requisieten die hij gebruikt om het huis van een vriendin in te richten en de vaardigheden in zijn kop en handen niet óók onderdeel van de traditie van het toneel? Kortom: Toneelknecht Kees is verplichte kost voor zakelijkleiders overal in het land.

Gelezen: Werklicht II; alle avonturen van Toneelknecht Kees van Niko Bovenberg
Uitgave van de Vereniging voor Podiumtechnologie

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity