Recensie: ‘Ouagadougou’ van Tijdelijke Samenscholing/Frascati Producties

Het begint met een licht absurde opsomming: 81 lampen, 6 buurlanden, 8 muziekinstrumenten, 3 muzikanten, 2 toneelspelers en 1 reis. Dat zijn de ingrediënten van Ouagadougou, de nieuwe voorstelling van Tijdelijke Samenscholing. De twee acteurs, Carole van Ditzhuyzen en Michiel Bakker, en één van de muzikanten, Stan Vreeken, maakten in december een reis naar Burkina Faso, het Westafrikaanse land met de grappig klinkende en tot de verbeelding sprekende hoofdstad.

Tijdelijke Samenscholing –een paar jaar geleden ontstaan als afstudeerproject van toneelspelers van verschillende opleidingen; vandaar de naam– is een collectiefje  dat zich nadrukkelijk in de traditie van Discordia en ’t Barre Land plaatst. Ze vielen op met twee kleine voorstelingen, Pocoloco (over Jan Arends) en met name Interview, waarin ze de manipulatieve kracht van hun ogenschijnlijk nonchalante acteerstijl etaleerden.

De drie gingen op zoek naar de familie van Van Ditzhuyzen. Haar grootvader trok via Senegal naar Parijs en nu is zij op zoek naar haar roots, met niet meer dan een naam en een zwartwitfoto in een van de armste landen van de wereld.

Ze vertellen over hun vaak erg geestige belevenissen; over taxichauffeurs die je meenemen naar hun huis, over hotelkamers zonder airconditioning; over hoe ze allemaal bij verschillende gelegenheden een nieuwe naam hebben gekregen.

In een decor van olievaten en golfplaten praten ze op een manier die volstrekt onnadrukkelijk en zeldzaam on-toneelmatig is. Ze voeren twee gesprekken door elkaar heen, praten vaak net iets te zacht en binnen het verhaal zijn er steeds momenten dat ze elkaar even een ‘echte’ vraag lijken te stellen.

Het werkt omdat Van Ditzhuyzen en Bakker intrigerende spelers zijn. Ze zijn aandoenlijk in hun openhartige naïviteit over Afrika en messcherp in hun analyse van de situatie. Is het wel zo’n goed idee om zo’n zoektocht naar familie te ondernemen met collega’s voor een theatervoorstelling?

Maar wat de voorstelling echt optilt is de muziek van Stan Vreeken, die hij speelt samen met Julian du Perron en Kees Dijkstra, op gitaar, bas, duimpiano en speciaal gemaakte N’Goni. Hij schreef een serie verhalende bluessongs over de grootvader, een nomade die door de woestijn zwerft. Het klinkt alsof Jeff Buckley een vervolg heeft gemaakt op Graceland. Prachtig.

Tijdelijke Samenscholing lijkt met deze voorstelling aan te haken bij de nu zo courante stroming van egodocumentair theater, maar aan het eind blijkt ook hier een dubbele bodem. Ouagadougou gaat dan ook niet echt over Afrika, maar meer over de complicaties van zelfgekozen familie.

Ouagadougou van Tijdelijke Samenscholing/Frascati Producties. Gezien 12/1/13 in Frascati. Aldaar t/m 19/1. Tournee. Meer info op www.tijdelijkesamenscholing.nl

Levend Erfgoed van Discordia

beschouwingen — simber op 2 september 2010 om 10:10 uur
tags: , ,

Voor het seizoen begint even de archieven opruimen en oude stukken online zetten. Dit schreef ik voor Volume, het tijdschrift van Frascati.

Het is al een paar jaar duidelijk: de Discordia-cirkel is rond. Eind jaren tachtig stond het gezelschap op het toppunt van haar faam en werd internationaal gezien als toonaangevende groep toneelkunstenaars. Voorstellingen als Sardou/Wilde/Shaw, Kras of Oom Wanja werden geroemd en gelauwerd en enkele jonge theatergroepen werkten verder op hun uitgangspunten.

Tien jaar later was de ommekeer totaal. Discordia was hardhandig uit Felix Meritis verbannen, raakte haar subsidie kwijt en werd in de pers regelmatig neergezet als reliek van een voorbije tijd. Maar zie, nog eens tien jaar verder is Discordia weer terug. De groep krijgt weer structurele subsidie, er klinken waarderende geluiden over hun voorstellingen en misschien het belangrijkste: de jongste generatie theatermakers kijkt naar hen voor inspiratie.

Kijk bijvoorbeeld naar de Tijdelijke Samenscholing, een jonge groep van afstuderende acteurs van verschillende toneelscholen, die Matthias de Koning vroeg om hun afstudeerproject te begeleiden en nu als los collectief verder werkt. In de voorstelling Archiv (gemaakt door drie leden van de groep: Michiel Bakker, Carole van Ditzhuyzen en Bo Tarenskeen) is de invloed duidelijk te zien: dezelfde prettige, losse speelstijl; ingebouwde ruimte voor een gesprek op de vloer; en een intelligente samenstelling van teksten, deels associatief, deels in dienst van een strakke dramaturgie.

Continue reading “Levend Erfgoed van Discordia” »

Profiel: Theatercollectieven

overig,Parool,PS Kunst — simber op 27 januari 2010 om 13:59 uur
tags: , ,

Dit is een iets verder uitgewerkte versie van het verhaal dat vandaag in PS Kunst staat.

De theatercollectieven zijn terug! Twee jonge groepen, Schwalbe en de Tijdelijke Samenscholing, staan vanaf vandaag tegelijkertijd in de stad. Het is opvallend dat jonge theatermakers zich ineens weer in groepjes organiseren. We waren net gewend aan een nieuwe generatie krachtige, individuele makers (vaak regisseurs) zoals Lotte van den Berg, Jetse Batelaan, Erik Whien, Dries Verhoeven en Boukje Schweigman.

Theatercollectieven hebben in Nederland een lange geschiedenis met in de jaren zeventig het Werkteater als oergroep en inspirator. Hier werd de verantwoordelijkheid voor alle facetten van het theatermaken gedeeld door alle leden van de groep, van het aandragen van materiaal voor de voorstellingen tot het opbouwen van de tent waar gespeeld werd, koken na de repetities en de administratie.

Na het Werkteater gingen ook andere groepen zich collectief organiseren, zoals Proloog, Sater en het Onafhankelijk Toneel. Deze groepen werden politieker; de theatermakers zagen hun groep als afspiegeling van hoe de ideale samenleving eruit moest zien: democratisch, progressief en niet-hiërarchisch. Maar de meeste clichés over theatercollectieven waren óók waar: het waren halve communes met eindeloze vergaderingen en continuë richtingenstrijd en waar iedereen het met iedereen deed.

In de jaren negentig stonden verrassend genoeg een aantal nieuwe collectieven op, waarvan ’t Barre Land en Dood Paard de belangrijkste zijn. Zonder de ideologische scherpslijperij van de eerdere generatie en vooral geïnspireerd op de ideeën over de geëmancipeerde toneelspeler van Maatschappij Discordia verzetten zij zich tegen het idee van de theatervoorstelling als creatie van de schrijver of een regisseur. Het zijn de spelers zélf die gezamenlijk repertoire lezen en kiezen en voorstellingen maken.

Van de twee nieuwe groepen plaatst de Tijdelijke Samenscholing zichzelf het sterkst in deze traditie. “We hebben vorig jaar doelbewust Matthias de Koning van Discordia gevraagd om onze afstudeervoorstelling te begeleiden”, zegt Michiel Bakker: “We voelden ons aangetrokken tot hun manier van werken omdat de acteur op de centrale positie staat. Wat we delen is de behoefte om niet in de machinerie van een groot gezelschap terecht te komen.”

Voor de negen leden van de mimegroep Schwalbe ligt dat genuanceerder: “Wij waren vorig jaar de afstudeerklas van de mimeopleiding en binnen de mime leeft die traditie minder sterk” zegt Floor van Leeuwen, “Maar het is wel opvallend dat mimers nu ineens weer groepen vormen. Dat is heel lang niet gebeurd.” Schwalbe werkt nu aan de tweede voorstelling, met Lotte van den Berg als begeleider en  met een uitputtend idee. De negen spelers fietsen zich een uur lang de blubber op hun hometrainers en drijven zo de lamp aan die hen zichtbaar houdt voor het publiek.

“We zoeken naar een handeling die echt is, die niet gespeeld hoeft te worden”, zegt Hilde Labadie, “We hebben met z’n allen een enorme energie, dat is onze kracht. We zijn niet op zoek naar eigen momentjes of solo’s binnen de voorstelling, we willen een zo groot mogelijke gezamenlijkheid uitstralen.” Anders dan de Tijdelijke Samenscholing kennen de leden van Schwalbe elkaar al door en door: “We waren een hechte klas, we zijn bijna familie geworden”, zegt Labadie, “We zijn nu in ons eerste jaar na school allemaal onze eigen kant op aan het gaan en we ontwikkelen ander vocabulair. Er zijn nu veel meer discussies dan bij de eerste voorstelling. We gebruiken verschillende woorden voor hetzelfde. Dat is moeilijk, maar ook uitdagend omdat je voordat je voelt wat je deelt eerst ook je eigen ideeën onderuit geschopt worden.”

Het kernbegrip bij alle collectieven is ‘gesprek’. De leden van ’t Barre Land, Schwalbe of de Tijdelijke Samenscholing gebruiken het heel vaak. Soms overdrachtelijk, om de samenwerking of de onderlinge verhoudingen aan te duiden, maar vaak ook letterlijk, het met elkaar praten is toch de kern van hun verband. Het is de verdienste van Maatschappij Discordia geweest dat die een manier vonden om dit gesprek voort te zetten op de speelvloer, soms in de woorden van anderen -de toneelschrijver- maar soms ook in hun commentaar op de tekst, op de manier waarop gespeeld wordt, of zelfs hoe een zin gezegd wordt.

In de voorstelling Archiv maakt de Tijdelijke Samenscholing dit proces aanschouwelijk. Het is een collage van teksten (onder andere van Flaubert en Perec) over archieven, bibliotheken en geheugen, die af en toe wordt onderbroken door een geïmproviseerd opgesteld alfabet, moedwillig geklungel met licht en gesprekjes tussen de spelers over elkaars accent. De voorstelling wordt gespeeld door drie leden van het collectief, maar de andere drie verkopen kaartjes en staan achter de bar.

“Er is geen hierarchie, tenzij die zich aandient,” formuleert Carole van Ditzhuyzen de  werkwijze van de Tijdelijke Samenscholing. Ze weerspreekt meteen een paar van de misverstanden die er vaak over theatercollectieven heersen: “We streven niet naar uniformiteit. We zijn nu met zes acteurs van verschillende opleidingen en we willen de verschillen niet gladstrijken.”

Bakker vult aan: “Het doel is niet om het eens te worden. Waar het om gaat is dat je gezamenlijk de voorwaarden formuleert waaronder je wilt werken en dat daarna iedereen  zelf verantwoordelijk is voor het materiaal en het gesprek. Iedereen kiest positie. We zijn ook niet democratisch; we stemmen nergens over. Als iemand per se iets wil doen in de voorstelling, dan komt het erin.”

Ook Schwalbe koos oorspronkelijk voor Lotte van den Berg vanwege het “fijne gesprek” dat de spelers met haar voerden. Maar in hoeverre kun je gezamenlijk een voorstelling maken als er een gerenommeerde regisseur meedoet? Labadie: “Toen we Lotte vroegen om onze afstudeervoorstelling te begeleiden hebben we haar een hele duidelijke opdracht gegeven: we wilden geen verstilde voorstelling, we willen iets met rock ’n roll. Het uitgangspunt is wat wij willen vertellen. Maar als Lotte praat luistert iedereen. Ze brengt dingen tot de kern terug en laat zien dat je de uiterste consequenties moet nemen van je keuzes.”

Van den Berg zelf ziet de tegenstelling niet zo: “Meestal ben ik heel nederig. Ik heb veel ervaring met het maken van voorstellingen op basis van improvisaties; ik ken de processen en weet wanneer het tijd is om een beslissing te nemen. En soms druk ik dingen door, als ik ervan overtuigd ben dat de voorstelling daarom vraagt.

De Tijdelijke Samenscholing heeft meer last met regisseurs. Een van de zes leden is Bo Tarenskeen, afgestudeerd regisseur en winnaar van de Ton Lutz Prijs. Van Ditshuyzen: “We hebben een in Nederland een cultus van regisseurs en een collectief met een regisseur in het midden wordt al snel ‘het gezelschap van Bo Tarenskeen’. Maar het is een groep waarin zes mensen hun eigen driften volgen.” Michiel Bakker, “De eerste voorstelling maakten we met z’n zessen, maar nu werken we steeds in verschillende constellaties. Maar hoe we het precies willen vormgeven ligt nog niet vast. Dat is nog onderwerp van een heel interessant geprek.”

Archiv van de Tijdelijke Samenscholing speelt van 26-28/1 in Frascati WG
Schwalbe speelt Op eigen Kracht
speelt van 27-30/1 in Frascati 2

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity