Recensie: ‘Hoogwater voorheen Laagwater’ van Wim T. Schippers, De Veenfabriek, Female Economy

Het begin is misschien niet helemaal wat je bij Wim T. Schippers verwacht. Goed, er wordt een lied gezongen in een niet bestaande taal, en Schippers zelf werkt zich tamelijk onverdienstelijk door een pianosonate. Maar wat ziet iedereen er chic uit. En wat staan alle instrumenten keurig esthetisch achter elkaar. Maar gelukkig, daar komt een zeekapitein in uniform op een Segway het toneel over gereden. We zijn weer thuis.

Op papier is het een veelbelovende combinatie: het speelse absurdisme van Wim T. Schippers en het kunstzinnige muziektheater van Paul Koek en zijn Veenbriek. Maar de verwachtingen worden niet helemaal ingelost. De dunne lijn tussen superieur melig en gewoon flauw wordt iets te vaak overschreden.

In Hoogwater voorheen Laagwater speelt Schippers zelf ook mee, maar meteen in de eerste scène valt hij bijkans dood neer als hij –in keurig rokkostuum gehesen– struikelt op weg naar de vleugel. Waarna Meral Polat een prachtig rouwlied zingt en de uit de dood herrezen kunstenaar zich alsnog door Mozart worstelt.

Na dit muzikale begin komen we op vertrouwder terrein, met dialoogjes vol misverstanden, letterlijke betekenissen en woordspelingen, onder anderen tussen een dokter, twee ambulancemedewerkers, de muzikanten en Compère (spreekstalmeester) Joep van der Geest, die en passant het publiek aanraadt om vooral de telefoons aan te laten, te hoesten of de zaal te verlaten. “Op uw plaats zittend weerstaan van dringende behoeften, hevige verlangens, of opspelende driften is niet alleen voor uzelf belastend!”

Later volgen nog scènes in een met veel zorg door de naakte acteurs opgebouwd stukje bos –waarbij Schippers het publiek het vogelgekwetter laat verzorgen– , scènes in een theatercafé, een optreden van een lokaal amateurkoor en een weerzien met Henrik van Woerdekom, een personage uit Schippers’ succesvoorstelling Wuivend Graan.

Die voorstelling was overigens, zoals het meeste theaterwerk van Schippers, ook een soort parodie op het burgelijke toneel uit zijn jeugd in de jaren ’50. Hoogwater voorheen Laagwater lijkt in veel opzichten juist op modern toneel en gek genoeg krijgt zijn vrolijke anarchie daarmee iets pretentieus; het is alsof de uitstekende muzikanten en acteurs het materiaal iets te serieus nemen, en daar is het niet bij gebaat. Alleen Titus Muizelaar als Van Woerdekom weet de precieze nuance van ironie te vatten (en Schippers zelf natuurlijk ook).

Wat de voorstelling toch nog uittilt boven fan-service is de muziek, een groot aantal feilloos uitgevoerde, boven ieder genre verheven nieuwe composities van Jacques Plafond. Bovendien gaat na het applaus de voorstelling nog vrolijk door in de foyer, toiletten en andere ruimtes van het theater, met koorgezang, monologen en popliedjes, geflankeerd door bloemkolen en blikken doperwten die in alle hoekjes verborgen liggen.

Als gevolg van entropie zal alles wat ooit geordend is uiteindelijk vervallen tot chaos, legt een van de personages uit. Wim T. Schippers neemt daar in deze voorstelling weer op fraaie wijze een voorschot op.

Hoogwater voorheen Laagwater van Wim T. Schippers, De Veenfabriek, Female Economy. Gezien 7/1/15 in De Toneelschuur. Te zien in Amsterdam (Bellevue): 19 t/m 26/2. Meer info op www.veenfabriek.nl

Recensie ‘#Moes’ van Zina, Veenfabriek

Tussen de A10 en Waterland ligt een stukje paradijs. Net buiten de stad hebben zo’n 350 mensen een huisje en een lapje grond in het Tuinpark Buikslotermeer. Sommigen bouwden er protserig paleisje, anderen hebben slechts een bescheiden keet, en bij weer anderen is het huisje eeuwig in aanbouw. Aan de ene kant ruist de ring, aan de andere kant kijk je op een heldere avond als deze bijna tot aan Monnickendam.

Adelheid Roosen en Paul Koek (De Veenfabriek) brengen nu in dit park de locatievoorstelling Moes, die niet alleen plaatsvindt in de huisjes van de tuinparkbewoners, maar ook voor een deel hun leven als uitgangspunt neemt. Sommige bewoners nemen ook deel; echt community theater dus.

Moes bestaat uit een groot aantal korte, kleine voorstellingen. Bij aankomst wordt je ingedeeld in een groep van een man of twaalf, met wie je een route loopt die je langs vier van de in totaal meer dan tien tafrelen brengt, ieder op een eigen terreintje. Over het terrein wandelend kom je de hele tijd de andere groepen tegen, die worden toegesproken door acteur Titus Muizelaar in een rood speelpakje of die in gesprek zijn met theatermaker Merel de Groot. Je mist meer dan je meemaakt.

Het leuke daarvan is dat je je voortdurend afvraagt wat er wel en niet bijhoort. Die dansende vrouw met het zilveren haar en zwierige glittermouwen natuurlijk wel, net als het meisje met engelenvleugels op haar oren die een lied zingt begeleid door een tuba. Maar die man die wel erg obsessief het zand van zijn veranda aan het vegen is? Of dat ene tuintje dat eerst nog vol afval ligt, maar een half uur later schoon opgeruimd is?

De voorstellingen in mijn route waren een matig stukje Eindspel waarbij de twee spelers zich gelukkig halverwege ontpopten tot een stel met aangrenzende percelen, verschillende opvattingen over tuinieren en een relatie die net zo ontspoord is als de personages van Beckett; het dagboek van een mol – de enige gemeenschappelijke vijand van alle volkstuinbewoners; en een weergaloze solo van Roosen, die een dementerende vrouw speelt die langzaam de grip op haar huisje en op de taal verliest. Roosen is tegenwoordig vooral actief als regisseur en organisator – om het maar oneerbiedig te noemen – maar wat is het een belevenis om haar op de vierkante meter een personage uit te zien beitelen.

Tussendoor krijgen we een zalige minimaaltijd van vergeten groente (ijskruid, oesterblad en soep van raapsteeltjes) uit de tuin van bewoners Ineke en Remco, en helemaal aan het eind komt iedereen samen in de gemeenschapsruimte waar we dansen op robuuste klanken van het Dansorkest 7-2-7, bestaande uit tuinbewoners uit Leiden, waar de voorstelling eerder speelde, waar acteurs Lizzy Timmers en John van Oostrum liedjes zingen.

En zo wordt de tuin een microkosmos vol verhalen, van eenzamen en zonderlingen, bezig met natuurtuinieren, zwarte aarde en appelboompjes, met onderling gekibbel en achterdocht, maar die toch ook ergens een gevoel van gemeenschap zoeken.

#Moes van Zina, De Veenfabriek en Female Economy. Gezien 6/7 in Tuinpark Buikslotermeer. Aldaar t/m 10/7. Meer info op www.ffnaarmoes.nl

Recensie: ‘Wuivend Graan’ van Wim T. Schippers

Parool,recensies — simber op 14 oktober 2007 om 23:09 uur
tags: , , ,

Wim T. Schippers’ belangrijkste bijdrage aan het Nederlandse theater blijft natuurlijk Going to the Dogs uit 1986, een toneelstuk dat hij liet “spelen” door zes Duitse herdershonden. De voorstellingen die daarna volgden (o.a. Relapsus en Zonder Titel) blonken vooral uit in superieure ongein en onbegrijpelijke flauwiteiten. Maar zijn nieuwste, Wuivend Graan, is opvallend leuk.

Het publiek is aanwezig bij een lezing door de grote geleerde Henrik van Woerdekom (droogkomisch gespeeld door Titus Muizelaar), auteur van veel gelezen werken als “Kan God ons verdommen?” en “Zo goed en zo kwaad als het gaat”. Schippers speelt met de theatrale conventie van de vierde wand. Eigenlijk speelt het publiek van de voorstelling de rol van het publiek aan de lezing. Dat is niet bijster origineel, maar de ijzeren consequentie waarmee de vertoning wordt volgehouden is geestig.

Van Woerdekom moet een lezing houden over de evolutionaire wortels van de ethiek, maar laat zich graag afleiden door zijsporen als de Perzische astronoom Ulug Bek of de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen. Maar evengoed weet hij -zij het in sneltreinvaart- de nodige hoogst serieuze onderwerpen uit de ethische filosofie te behandelen en religie krijgt daarbij nog even een paar flinke vegen uit de pan.

Maar het drukke associatievermogen van de geleerde is niet de enige verstorende factor. Ook de Powerpoint presentatie rebelleert regelmatig. Bovendien zijn de vele vrouwen in zijn leven toevalligerwijs allemaal in de zaal aanwezig en maken vanuit het publiek driftig interrupties. Van Woerdekom’s moeder (Nelly Frijda) zit al snel gezellig bij haar zoon op het podium en geeft af en toe ongepast commentaar, maar weet na iedere uitwijding ook weer precies waar we ookalweer gebleven waren.

Kees Hulst als de even ijdele als kleinburgerlijke organisator steelt echter de show. Hij ziet eruit en gedraagt zich als een kruising van Dominee Gremdaat en John Cleese en probeert op briljant wijdlopige wijze de orde te bewaren.

De anarchistische ingrepen zijn het grappigst, maar de setting maakt dat je de theoretische stukken ook niet helemaal serieus neemt en dat is jammer. Want juist in de combinatie zit de filosofie van Wim T. Schippers die in vrijwel al zijn werk van Ronflonflon tot de Wetenschapsquiz tot uiting komt.: de wetten en de regels van het universum zijn niet gesteld voor de menselijke maat. Op de menselijke schaal heerst slechts chaos en absurdisme. Of korter en beter gezegd: Pollens, wat een heisa is het hier!

Wuivend Graan van Wim T. Schippers door Hummelinck Stuurman. Gezien 13/10 in Leiden. In Amsterdam (Bellevue) 25 t/m 30/12 tournee t/m 20/1/08. Meer info op www.hummelinckstuurman.nl

Recensie: ‘Neerlantis’ van Theatergroep Com.Plot

Parool,recensies — simber op 18 februari 2007 om 14:51 uur
tags: , , ,

Com.Plot is een van de jonge theatergroepen die consequent probeert de actualiteit haar voorstellingen in te slepen. Nu heeft de groep van de actrices Rosa Knaup en Naná de Graaff een echte primeur. Neerlantis is waarschijnlijk de eerste Nederlandse voorstelling over klimaatverandering. Of er veel meer volgen is nog maar de vraag. Klimaatverandering blijkt een onderwerp dat moeilijk theatraal te verbeelden is, en schrijver Paul Pouveur is er duidelijk niet uitgekomen.

De anders zo poëtische Belgische toneelauteur komt met een mager verhaaltje over twee vriendinnen die elkaar niet kunnen uitstaan op een regenachtige klif in Schotland. Ze hebben zinloze gesprekken (zo noemen ze het tenminste zelf) en maken ruzie omdat de een de eigenaresse van de door de ander met zorg op melancholisch gehalte uitgezochte Bed and Breakfast heeft uitgescholden, omdat haar hondje er niet in mag. Een hondje overigens dat Lucien heet, net zoals haar verloofde, die ze weer van haar vriendin heeft afgepakt.

Vooraf is er nog een sketch van twee eencellige wezens, miljoenen jaren terug in de evolutie, erna volgt nog een scène van twee vrouwen op een door een tsunami overspoeld strand. Het decor is iets concreter: een vloer die overloopt in achterwand is een grafiek met steil oplopende lijnen van gemiddelde temperaturen of zeespiegels. De nullijn ligt ongeveer op borsthoogte voor de speelsters. Samen met de voice-over die in krantenstijl vertelt over de opwarmende aarde en een omslag in de zeestromen rondom Europa vormt het de achtergrond voor de stompzinnigheid van de twee personages. Kortzichtigheid in het zicht van een ramp zou een thema kunnen zijn, maar het is allemaal te vaag en te ver weg.

Op zich kan een zo abstracte benadering van een maatschappelijk onderwerp heel goed werken, maar in dit stuk wil de gekozen vorm maar niet boeien. Bovendien is rondom de voorstelling een randprogramma samengesteld, met een tentoonstelling gemaakt door het KNMI, documentaires van Frans Bromet en Jos de Putter en debatten over hoe kunstenaars zich moeten verhouden tot de klimaatverandering. Zo’n informatieve verankering vraagt om een voorstelling waarin iets zinnigs wordt bijgedragen aan de discussie.

Het is jammer dat dat niet is gelukt, want Knaup en De Graaff zijn intelligente actrices die in eerdere voorstellingen juist in staat bleken om prikkelende visies op maatschappelijke onderwerpen weer te geven. Maar noch zij noch gastregisseur Titus Muizelaar weten zich raad met dit armoedige stuk.

Neerlantis (No dogs allowed) van Theatergroep Com.Plot. Gezien 16/2/07 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 19 t/m 21/4. Meer info op www.tgcomplot.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity