Uitreiking VSCD Toneelprijzen

Gisteravond werden in de Stadsschouwburg de jaarlijkse toneelprijzen uitgereikt. Jacob Derwig won de Louis d’Or (zijn tweede) voor zijn rol van George in Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Erik Whien en de Toneelschuur, de Theo d’Or voor beste actrice ging naar Abke Haring voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam en Het Toneelhuis.

Het was het moment van de avond: de vorige Theo d’Or winnares Halina Reijn reikte de prijs uit aan Haring. De omhelzing van de twee toneelspeelsters –de ravissante Reijn in designerjurk, de androgyne Haring bijna ascetisch gekleed– was een contrastrijk beeld, maar juist in de combinatie van sterrenglamour en artistieke ernst toonde de theaterwereld haar zelfvertrouwen.

In een vrolijke, vlotte show werden maar liefst tien prijzen uitgereikt, aaneengeregen door presentator Rick Paul van Mulligen die met zijn kenmerkende ironie (“Ik lijk een beetje cynisch, maar dat is niet zo”) de avond de juiste lichte toon meegaf. In een geestige Ramses Shaffy-parodie bezong hij de commercie in het theater op de wijs van Laat me.

Er waren prijzen voor schrijfster Maria Goos en voor toneelschooldocent René Lobo, die dit jaar afscheid nam van de Toneelacademie Maastricht maar wiens mantra’s –“doe het niet goed, maar dóe het!”– voortleven in de hoofden van generaties Nederlandse acteurs.

Er was een (nieuwe) regieprijs voor De Pelikaan van Susanne Kennedy (die vorige week al de Prijs van de Kritiek won) en een mimeprijs voor de onontkoombaar radicale voorstelling Hideous (wo)men van Boogaerdt/VanderSchoot, ook in regie van Kennedy. In het jeugdtheater wonnen actrice Nastaran Razawi Khorasani en de Vlaamse groep Kopergietery.

De acteerprijzen werden aangekondigd door Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van theatergroep De Warme Winkel in hun rol van verlopen personages uit de voorstelling Achterkant die tijdens TF te zien was aan de achterkant van en tegelijk met Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. In een soort semi-geïmproviseerde oudejaarsconference vol inside humor namen ze de sector en de genomineerden venijnig op de hak.

Kirsten Mulder kreeg de Colombina (beste vrouwelijke bijrol) voor haar rol als Honey, ook in Who’s Afraid of Virginia Woolf?. Derwig beloofde haar even later: “Jouw Honey zullen we ons over vijftig jaar nog herinneren”. Martijn Nieuwerf won de Arlecchino (beste mannelijke bijrol) voor zijn rol in Caligula van Thibaud Delpeut. Derwig en Nieuwerf waren overigens collega’s bij theatercollectief ‘t Barre Land, hetgeen maar weer aantoont dat het kleinezaaltheater in Nederland nog steeds de kraamkamer is van het grote toneel. In zijn dankwoord hekelde Derwig dan ook de “historische vergissing” om de subsidie van de productiehuizen stop te zetten.

Directeur Jeffrey Meulman is tevreden over de nieuwe stijl van het prijzengala: “Deze avond werd altijd georganiseerd door het Bureau Promotie Podiumkunsten, maar dat bestaat niet meer. De opzet van het gala is nu soberder, mensen moeten hun kaartje kopen, maar met veel medewerking vanuit de sector is het toch een prachtige avond waar mensen heel veel zin in hebben.”

Meulman kijkt terug op een geslaagd Nederlands Theaterfestival, waarvan het prijzengala de afsluiting markeerde. “Het was een sterke selectie, en daarnaast is er veel inhoudelijk gediscussieerd door iedereen die bij het theater betrokken is, van critici tot toneelschrijvers. Het festival is een platform geworden om uitspraken te doen en om nieuwe ideeën te lanceren. Daar ben ik heel erg blij mee.”

Daarbij ziet Meulman een nieuw elan opkomen in de theatersector. “We hebben een aantal depressieve jaren achter de rug, maar een nieuwe generatie stroomt en neemt nieuw zelfbewustzijn met zich mee.”

Interview Karina Smulders

interviews,Theatermaker — simber op 3 oktober 2013 om 10:00 uur
tags: , , ,

Karina Smulders speelt nu twaalf jaar bij Toneelgroep Amsterdam (TA). Lang was ze de jongste van het ensemble en speelde ze de bijbehorende meisjesrollen. De laatste jaren ontpopt ze zich echter als veelzijdige leading lady met een opmerkelijke gave voor komedie (zo bleek in Zomertrilogie). Voor haar rol in Persona, afgelopen seizoen, werd ze genomineerd voor de Theo d’Or, samen met haar tegenspeelster Marieke Heebink. “Dit is het grootste decor waar ik ooit in heb gestaan en tegelijk heb ik nooit zó klein gespeeld.”

TA had weinig premières dit jaar. Waarom was dat?

We speelden heel veel reprises, omdat we niet wisten wat er zou gebeuren met de subsidies. Dat is leuk, maar zwaarder dan we dachten, omdat we alles door elkaar deden. Aan het eind liep iedereen op z’n tandvlees. Ik heb na tien jaar weer Desdemona gespeeld in Othello, naast Hans Kesting. Dat is niet een reprise zoals we die normaal doen. Het was destijds mijn eerste rol bij TA en ik had nog nooit op een groot toneel gestaan. Tijdens repetities voor de herneming kwam ik erachter dat ik toen de hele voorstelling niet de zaal in keek. Ik was zó geïntimideerd.

Bovendien heeft Ivo van Hove die voorstelling destijds gemaakt op de verhouding tussen Hans en mij, namelijk dat ik toen als de dood was voor Hans Kesting. Ik heb er voor deze reprise met Ivo en Hans over gesproken of ze niet iemand anders moesten vragen voor die rol. Ik had dat heel jammer gevonden, maar ik zou het wel gesnapt hebben. Maar uiteindelijk werkte het wel. Ik ben volwassener, sommige zinnen krijgen een andere lading en de voorstelling wordt gelaagder.

Daarnaast speelde je in een nieuwe voorstelling van Ivo van Hove: Persona/Na de repetitie. Is dat nou één voorstelling, of zijn het er twee?

Na de repetitie is een kleine scène over een regisseur en een actrice, in een realistische kamer, Persona gaat over een actrice die is opgehouden met spreken en haar verpleegster op een eiland. Het zijn twee voorstellingen, maar ze horen heel erg bij elkaar. Misschien is dat is ook een beetje een self-fulfilling prophecy: als je twee dingen naast elkaar zet dan ga je vanzelf allerlei overeenkomsten en verbindingen zien. Maar allebei de voorstellingen gaan over toneel, en over de pijn die toneelspelen kan doen. Persona is meer de binnenwereld, het onderbewuste van Na de repetitie.

Ik kom nu net uit München. Daar zouden we ze allebei spelen bij de Kammerspiele, maar hun zaal is te klein voor ons zwembad. Dan spelen we alleen Na de repetitie, maar dat voelt een beetje alsof je de helft van een grap vertelt. We hebben de twee voorstellingen door elkaar gerepeteerd. Voor mij was dat perfect, omdat ik me snel verveel, haha.

Niet alleen zijn die voorstellingen met elkaar verweven, in Persona zijn jouw rol en die van Marieke Heebink ook complementair. Jullie zijn ook allebei genomineerd.

Het is een heel rare voorstelling. Toen ik het script las, leek het een monoloog. Maar het is absoluut een dialoog, alleen praat één personage niet. En misschien zijn het wel twee aspecten van dezelfde persoon. Elke avond verbaas ik me erover hoe we dat samen doen. Ik weet het ook niet precies, het heeft te maken met respect en concentratie. Eigenlijk heb ik nog nooit zo intens met iemand samen gespeeld als met Marieke. We spelen één rol, maar dan met twee lichamen. Dus ik vind het te gek dat we samen genomineerd zijn.

Ivo zei laatst dat er zit iets in deze voorstelling zit waar we geen grip op hebben; we weten niet goed wat het is. Dit is bijvoorbeeld het grootste decor waar ik ooit in heb gestaan en tegelijk heb ik nooit zó klein gespeeld. Het is bijna filmacteren. En de vormgeving is heel extreem met storm en regen, en wij zelf hebben geen idee hoe dat eruit ziet.

Je had het over de pijn van het toneelspelen waar Persona over gaat. Voel je die zelf ook?

Jazeker, ik kan alleen goed toneelspelen als ik dat helemáál doe: alles voor de kunst. Maar dan moet je heel goed weten waarom je het doet. Anders kun je mensen niet uitnodigen om ernaar te komen kijken, vind ik. En op dit moment weet ik soms niet zo goed waarom. Vanaf m’n vijftiende heb ik alleen maar gespeeld, en altijd het geluk en de geweldige kansen gekregen dat dat kon. Ik ga het volgend jaar ook even wat rustiger aan doen en geen nieuwe voorstellingen maken. En het is ook weer een enorme luxe dat dat bij TA ook kan.

Je bent lang de jongste geweest bij het gezelschap. Ben je blij dat je daar nu vanaf bent?

Ik vroeg wel eens aan Ivo waarom ik nou de hele tijd het meisje moest spelen. En hij zei: zie er ook de waarde van in, want je kunt dat maar één keer doen in je leven. Maar als je het meisje blijft, lijkt het soms alsof je alleen per ongeluk iets goed doet. Als je wilt groeien als acteur moet je verantwoordelijkheid nemen voor wat je kunt; dan is het geen toeval meer, maar gewoon hard werken.

Een aantal gezichtsbepalende spelers heeft het ensemble verlaten, waaronder ook jouw partner Fedja van Huêt. Hoe voelt dat?

Die groep gaat even helemaal schuiven. Je kunt daar met heel veel angst naar kijken, maar dit ensemble heeft zeven hele vette jaren gehad en nu met het vernieuwde ensemble hopelijk weer. Met Fedja heb ik in Na de zondeval gespeeld, kort nadat onze dochter geboren was. We hebben bewezen dat dat kan en dat is goed, want dan hoeven we nooit te denken: hadden we nou maar… Maar het is ook goed dat we dat niet meer doen.

Ik vind trouwens de nominatie van Fedja véél belangrijker dan mijne. Fedja heeft zoveel verschillende mooie dingen gedaan en in Macbeth komen heel veel van die rollen samen. Ik ben er oprecht vrij relaxed over of die ik de prijs ga winnen, maar als hij hem wint ben ik echt blij.

Derwig wint Louis d’Or, De Brauw Theo

nieuws,Parool,verslagjes — simber op 12 september 2011 om 01:19 uur
tags:

Gisteravond werden in de Stadsschouwburg de belangrijkste toneelprijzen van Nederland uitgereikt. Elsie de Brauw won de Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol, haar tweede) voor haar rol in de voorstelling Gif van NT Gent, waarin ze volgens de jury “met minimale middelen een diepe essentie?le ontroering teweeg weet te brengen.” Jacob Derwig kreeg de Louis d’Or voor zijn rol in Kinderen van de zon van Toneelgroep Amsterdam. De jury roemde zijn “onovertroffen timing” en zijn vermogen om “tegen de karikatuur in” te spelen. Beiden toonden zich in hun dankwoord ideale winnaars: blij, trots en bescheiden.

De Avro Toneel Publieksprijs – 25.000 euro voor het maken van een nieuwe productie – werd gewonnen door Doek!, een nieuw toneelstuk van Maria Goos, gespeeld door Loes Luca en Peter Blok. Producent Hans Kik benadrukte in zijn dankwoord dat hij dan wel een vrije (ongesubsidieerde) producent is, maar dat zijn voorstellingen toch slechts kunnen bestaan dankzij de door de overheid ondersteunde infrastructuur van schouwburgen in het land.

Zo waren er meer momenten dat de grote problemen van de theatersector opwelden, zoals in de speech van Colombina-winnares (beste vrouwelijke bijrol) Lies Pauwels, die op onnavolgbare wijze de cultuurbezuinigingen en de herdenking van 9/11 wist te combineren met een lofzang op toneelgroep Dood Paard, waar ze haar prijswinnende rol speelde in de voorstelling Freetown.

En dat terwijl de presentatoren Geert Lageveen en Leopold Witte van Orkater de avond inzetten als een feest voor de theatersector onder elkaar, “zonder woorden als ‘bezuiniging’, ‘elite’, of ‘crisis’” . Maar juist door van het “dáár gaan we het niet over hebben” een running gag te maken, gaven ze de avond de juiste mengeling van ontspannen luim en waardige ernst, daarbij uitstekend geholpen door een voor de gelegenheid samengestelde Orkaterband die met subtiele rock en een strijkje de spanning smaakvol opbouwde.

Een bijzonder moment was de toekenning van de Prosceniumprijs aan theatermaker en toneelspeler Jan Joris Lamers. De jury beschouwt met name “het theaterpedagogisch aspect van zijn werk van onmetelijk belang voor de ontwikkeling van het Nederlandse toneel.” Lamers was er niet bij, hij speelde elders in het land De Kersentuin. De prijs werd namens hem door schrijfster en dichteres Judith Herzberg in ontvangst genomen.

Kader: Alle toneelprijzen tijdens het Nederlands Theaterfestival:

Avro Toneel Publieksprijs: Doek! van Kik Producties
Louis d’Or: Jacob Derwig voor zijn rol in Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam
Theo d’Or: Elsie de Brauw voor haar rol in Gif van NT Gent
Arlecchino: Peter Bolhuis voor zijn rol in Augustus, Oklahoma van De Utrechtse Spelen
Colombina: Lies Pauwels voor haar rol in Freetown van Dood Paard
Prosceniumprijs: Jan Joris Lamers
VSCD Mimeprijs: Hotel Modern voor de voorstelling Vliegboot Moederschip
Gouden Krekel (productie): Adios van Het Houten Huis en Speeltheater Holland
Gouden Krekel (prestatie): Servaes Nelissen voor zijn rol in Lang zal die WEZEN van Toneelschap Beumer & Drost

Eerder uitgereikt:

VSCD Oeuvreprijs: Joop van den Ende
BNG Nieuwe Theatermakers Prijs: Ilay den Boer voor zijn voorstelling Dit is mijn vader
Dioraphte Amsterdam Fringe Award: Kelder van Gehring en Ketelaars

21 toneelprijzen in 2 gala’s

Parool,reportages — simber op 13 september 2010 om 03:35 uur
tags: , , ,

Twee toneelfestijnen stonden gisteren op de agenda, waarop in totaal 21 toneelprijzen werden uitgereikt. De een serieus en deftig, de ander rommelig en feestelijk; een vergelijkend warenonderzoek. Eerste conclusies: het Nederlandse theater wordt overgenomen door Duitse vrouwen. En theater is een simpel spel: het hele seizoen worden mooie voorstellingen gemaakt, en aan het eind wint Het Nationale Toneel de prijzen.

Het Gala van het Nederlands Theater van de VSCD (Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties) in de Stadsschouwburg is een degelijk, strak geregisseerd programma, waarin de Louis en de Theo d’Or worden uitgereikt en daarvóór nog zo’n acht prijzen. Clairy Polak krijgt makkelijk de zaal mee met haar bekentenis dat Buitenhof presenteren voor 400.000 mensen veel makkelijker is dan voor een paar honderd man op het schouwburgpodium staan. Ze begeleidt de avond losjes, maar ook een beetje mat.

De eerste winnaar van de avond is de Duitse regisseur Susanne Kennedy, die de Erik Vos Prijs krijgt als veelbelovend regie-talent. Haar dankwoord is een hilarisch verhaal over het werken aan haar voorstelling The New Electric Ballroom bij Het Nationale Toneel –waar ze vaste regisseur is-, wat gelijk op ging met een repetitieperiode een van de oude meester Erik Vos, die de jonge regisseur tijdens de lunch aanzag voor de cateringjuffrouw. De tweede winnares is de eveneens Duitse Nicole Beutler, die de mimeprijs ontving uit handen van Marien Jongewaard, voor de gelegenheid in de gedaante van clown Marino Marini.

De rest van de prijzen wordt efficiënt afgewerkt, kort onderbroken door een optreden van acteur Jeroen Willems die een lied van Brel zingt en een kort filmpje met beelden van acteurs die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn. De zaal veert weer op bij de acceptatiespeech van Kees Hulst die onderkoeld en vlijmscherp de organisatie, de producenten van de filmversie van Tirza (waarin de rol van Jörgen Hofmeester die Hulst op het toneel speelde zal worden gspeeld door Gijs Scholten van Aschat) en het fenomeen prijzen de mantel uitveegt, maar toch ook oprechte dank uitspreekt.

En zo kabbelt de avond zonder al te grote verrassingen voorbij; zelfs de winnaars van enkele prijzen, zoals Kennedy en acteursgroep Wunderbaum die de Prosceniumprijs, waren van te voren al op de hoogte, de laatste groep had er zelfs een voorstelling in Rotterdam voor gecanceld. De jury kiest bij de heren voor oude cracks Hulst en Stefan de Walle en bij de dames voor het jongere talent van Nanette Edens en Maria Kraakman. Na afloop is de sfeer er gauw af; de winnaars kunnen niet worden gefeliciteerd, Cornald Maas zit beneden in Café Stanislavski te wachten met de televisiecamera’s, de foyers zijn stampvol en de bars onbereikbaar.

En zo haast rond half elf alles wat mooi en jong en veelbelovend is zich met gezwinde spoed naar het Rozentheater. De daar georganiseerde Nacht van de Vergeten Toneelprijzen is dit jaar voor de tweede maal een ludieke aanvulling op het toneelprijzengala, maar wel “met een serieus randje”, aldus initiatiefnemer Caspar Nieuwenhuis. De elf prijzen lopen uiteen van sympathiek (beste zakelijk leider of beste stage), belachelijk (beste acteur boven de 60), volslagen overbodig (beste souffleur; één nominatie, winnaar afwezig) tot uitermate nuttig (beste jonge toneelschrijver).

Het podium voor de uitreiking is een boksring, de winnaars krijgen een boksband en de presentatie is in handen van de prettig melige Oscar Kocken. De overdressed overlopers uit de schouwburg zijn goed te herkennen. Net als in de schouwburg is het ook hier tempo hoog, zijn de videopresentaties erbarmelijk en wordt iedere prijs uitgereikt door een nieuwe, slecht voorbereide prominent, maar omdat pretenties ontbreken en de setting intiem blijft, voelt het Rozentheater zo’n beetje als het fietsenhok bij school waar de cool kids komen roken. Dat schouwburgdirecteur Melle Daamen hier is en niet op z’n eigen feestje zegt al genoeg.

De avond wordt afgesloten met de uitreiking van de Gouden Bouwmeester door journalisten Constant Meijers en Wilfred Takken. Zij riepen een prijs in het leven die daadwerkelijk vergeten is: een prijs voor de beste voorstelling van het seizoen, gekozen door mensen die daadwerkelijk veel gezien hebben. Dat is er eentje die de VSCD zo snel mogelijk zou moeten overnemen.

De Gouden Bouwmeester werd gewonnen door The New Electric Ballroom van Susanne Kennedy, die daarmee de grote winnares van de avond werd. De boksband werd echter opgeëist door acteur Jochem ten Haaf: “Ik heb in die voorstelling avond aan avond anderhalf uur lang op een klein plankje een meter boven de grond moeten staan.” Met Kennedy’s twee prijzen plus de Louis d’Or voor Hulst en de Arlecchino voor Stefan de Walle kan Het Nationale Toneel vier prijzen in de kast zetten. Toneelgroep Amsterdam daarentegen moest het doen met een poedelprijs: de ‘Scheve Schaats’ voor “niet ingeloste verwachtingen” ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Rashomon Effect.

Louis d’Or voor Kees Hulst, Theo d’Or voor Maria Kraakman

nieuws,Parool — simber op 12 september 2010 om 23:59 uur
tags: , , , ,

Tijdens het Gala van het Nederlands Theater werden gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg de belangrijkste toneelprijzen van Nederland uitgereikt. De Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) werd gewonnen door Kees Hulst voor zijn rol van Jörgen Hofmeester in Tirza naar Arnon Grunberg bij het Nationale Toneel. De Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol) ging naar Maria Kraakman, voor de titelrol in Orlando van Oostpool. Bijrolprijzen Arlecchino en Colombina waren voor respectievelijk Stefan de Walle en Nanette Edens.

De Prosceneniumprijs (voor “een wezenlijke bijdrage aan het toneelklimaat”) ging naar de relatief jonge theatergroep Wunderbaum. Jeugdtheaterprijzen waren er voor de voorstelling Woeste Hoogten en voor actrice Eva Zwart. De AVRO Toneel Publieksprijs werd gewonnen door Oog om Oog met o.a. Linda van Dyck en Victor Löw. Een niet aangekondigde uitreiking was die van de Erik Vos Prijs, de belangrijkste aanmoedigingsprijs voor regisseurs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt aan jong talent. De jury koos voor Susanne Kennedy en prees haar “nauwlettende precisie” en de “bijzondere balans tussen abstract denken en luchtige ironie” in haar werk.

Op De Nacht van de Vergeten Toneelprijzen in het Rozentheater vond later op de avond een alternatief prijzengala plaats, met onderscheidingen als De Duurzame Doos (het groenste decorontwerp – voor theatergroep Schwalbe), Oud Goud (beste acteur boven de zestig – Ineke Veenhoven) en De Purperen Payroll (de beste zakelijk leider – Inge Bos). Daar werd ook de Gouden Bouwmeester uitgereikt, de prijs voor de beste voorstelling van het afgelopen seizoen. Ook hier was Susanne Kennedy de winnaar, met haar voorstelling The New Electric Ballroom.

Overzicht Doorgeefprijzen

overig,Theatermaker — simber op 21 april 2010 om 13:06 uur
tags: , , ,

(Voor de TM special over Kitty Courbois, naar aanleiding van haar 50-jarig jubileum en de instelling van de naar haar genoemde doorgeefprijs, maakte ik een overzichtje van alle bestaande doorgeefprijzen in de podiumkunsten. Mensen met (plannen voor) een doorgeefprijs voor jeugdtheater, opera of critici kunnen zich melden.)

Met de instelling van de Courboisparel is de uitpuilende prijzenkast van het Nederlands theater weer een bokaaltje rijker. Maar de parel is een specimen van een zeldzame soort: de doorgeefprijs, waarbij de winnaar of drager zelf mag bepalen wanneer en aan wie hij of zij de prijs overdraagt. Daarvan hebben we er nu zeven, verdeeld over de hele podiumkunsten. Ter gelegenheid van de instelling van de Courboisparel heeft het TIN aangekondigd de doorgeefprijzen uitgebreid te gaan documenteren.

De Courboisparel

voor wie: actrices (theater, tv en film)
Sinds: 2010
Huidige drager: Kitty Courbois (sinds 2010)

De prijs bestaat uit een 19e eeuws Frans kistje met een glazen deksel met daarin een los te dragen broche met parel op een bedje van lapjes stof van kostuums die Courbois ooit gedragen heeft. De prijs wordt aangeboden door Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg samen.

TM doorgeefsuggesties: Karina Smulders, Maria Kraakman, Carice van Houten

Theo Mann Bouwmeesterring

voor wie: actrices
sinds: 1911
Huidige drager: Anne Wil Blankers (sinds 1994)
Vorige dragers: Annet Nieuwenhuijzen (1980-1994); Caro van Eyck (1960-1980); Else Mauhs (1934-1959); Theo Mann-Bouwmeester (1911-1934)

Else Mauhs kon geen keuze maken en stierf zonder de ring te hebben doorgegeven. Ze liet de overdracht van de ring over een per testament benoemde commissie. Die koos in 1960 Caro van Eyck.

TM doorgeefsuggesties: Ariane Schluter, Elsie de Braauw, Halina Reijn

Paul Steenbergenpenning

voor wie: acteurs
sinds: 1982
Huidige drager: Jacob Derwig (sinds 2008)
Vorige dragers: Pierre Bokma (2002-2008); Willem Nijholt (1989-2002); Guido de Moor (1985?-1989); Paul Steenbergen (1982-1985?);

Bij de overdracht van de penning aan Jacob Derwig gaf Pierre Bokma een wel uiterst summiere motivatie: “goede wijn behoeft geen krans”.

TM doorgeefsuggesties: Fedja van Hûet, Steven van Watermeulen, Bram Coopmans

Albert van Dalsumring

voor wie: acteurs
sinds: 1959
Huidige drager: Gijs Scholten van Aschat (sinds 2004)

Vorige dragers: Pierre Bokma (1993-2004); Peter Oosthoek (1977-1993); Ko van Dijk (1972-1977); Paul Steenbergen (1963-1972); Albert van Dalsum (1959-1963)

Pierre Bokma is de enige die tegelijkertijd de ring en de penning in bezit had, namelijk van 2002 tot 2004. Daarmee bevestigde hij de status die Willem Nijholt hem verleende bij de overdracht van de penning in 2002: “Hij is onbetwist de grootste acteur van Nederland”.

TM doorgeefsuggesties: Hans Kesting, Bert Luppes, Mark Rietman

Jirí Kylián ring

voor wie: dansers
sinds: 2006
Huidige drager: Michael Schumacher (sinds 2008)
Vorige dragers: Jirí Kylián (2006-2008)

De prijs bestaat uit een torentje met veertien ringen, één voor iedere letter de naam van de prijs. Iedere drager mag er één houden, maar het torentje wordt wel weer aangevuld met nieuwe ringen zodat hij oneindig kan worden doorgegeven.

TM doorgeefsuggesties: Ann Van den Broek, Marco Goecke, Emio Greco

Luc Boyer Wisselvoorwerp

voor wie: Mimers (iemand die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de mimediscipline en het mimeonderwijs in Nederland)
sinds: 1993
Huidige drager: Irene Schaltegger (sinds 2007)
Vorige dragers: Ineke Austen (2001-2007); Jeanette van Steen (1997-2001); Luc Boyer (1993-1997)

De houder bepaalt niet alleen wie de volgende winnaar wordt, maar ook wat de nieuwe winnaar krijgt. Boyer kreeg een glassculptuur van Borek Sipek, Van Steen een sculptuur van Jan Steen en Austen en Schaltegger sculpturen van Elisabeth Varga.

TM doorgeefsuggesties: Ine te Rietstap, Marien Jongewaard, Karina Holla

Louis Davidsring

voor wie: kleinkunstenaars
sinds: 1948
Huidige drager: Herman van Veen (sinds 1976)
Vorige dragers: Wim Kan (1954-1976); Heintje Davids (1948-1954)

Ingesteld door de gemeente Rotterdam. Davids zelf was in 1939 al overleden, dus de eerste drager werd diens zus Heintje. De huidige ringdrager is degene die het langst aan een doorgeefprijs vasthoudt. His precioussss.

TM doorgeefsuggesties: Hans Teeuwen, Wende Snijders, Paul de Leeuw

Kitty Courbois geëerd met nieuwe toneelprijs

In de Stadsschouwburg kreeg Kitty Courbois gisteravond een nieuwe, naar haar genoemde toneelprijs uitgereikt: de Courbois-parel. Toneelgroep Amsterdam en de Stadsschouwburg eren hiermee de actrice, die dit jaar vijftig jaar aan het toneel is. De Courbois-parel is een ‘doorgeefprijs’ voor actrices: Courbois mag zelf weten wanneer en aan wie ze hem doorgeeft.

De prijs werd uitgereikt door Hedy d’Ancona op een feestelijke avond in de Koninklijke Foyer van de schouwburg in aanwezigheid van een stoet aan vrienden en collega’s, in het bijzonder generatiegenoten als Ellen Vogel, Sigrid Koetse en Annet Nieuwenhuyzen. Naast toespraken van Ivo van Hove (“Bij Toneelgroep Amsterdam blijf je zolang jíj dat wilt”), d’Ancona en directeur Henk Scholten van het Theater Instituut Nederland, waren er optredens van (ex-)TGA-collega’s Hugo Koolschijn en het gelegenheidsduo Hein van der Heijden en Hajo Bruins, die Courbois villein maar ook ontroerend toezongen.

Courbois was zeer verrast door het eerbetoon: “Niemand heeft z’n mond voorbij gepraat en ik heb nog wel zó zitten vissen naar wat er vanavond zou gebeuren.” Ze kreeg de parel opgespeld op haar revers, direct naast het speldje van het Ereteken van Verdienste van de stad Amsterdam dat haar een maand geleden werd toegekend. Ze besloot haar korte dankwoord met een toast op drie dierbare, overleden vrienden: Jacques Commandeur, Joop Admiraal en Ramses Shaffy.

De Courbois-parel bestaat uit glazen kistje met daarin een broche met de parel, op een bedje van lapjes stof van door Courbois gedragen kostuums, uit voorstellingen als Richard III, Klaagliederen en haar huidige voorstelling Zomertrilogie. Andere doorgeefprijzen in het toneel zijn de Albert van Dalsumring en de Paul Steenbergenpenning voor acteurs en de Theo Mann Bouwmeester Ring voor actrices.

Voorspelling VSCD Toneelprijzen

meningen,overig,Parool — simber op 11 september 2009 om 09:58 uur
tags:

Morgenavond worden de jaarlijkse toneelprijzen Louis d’Or en Theo d’Or uitgereikt tijdens een gala in de Stadsschouwburg. Natuurlijk gaan de prijzen over de beste acteerprestaties, maar op de achtergrond spelen altijd andere zaken een rol. Toneelrecensent Simon van den Berg –die zelf drie jaar jurylid was- waagt een voorspelling.

Nee, corrupt is de jury niet; de negen juryleden –schouwburgdirecteuren, programmeurs en critici- kwijten zich integer en vol enthousiasme van hun taak, maar uiteindelijk heeft iedereen lijstjes en stokpaardjes. En daarnaast heeft de prijs zo z’n eigen wetmatigheden.

Zo gebeurt het regelmatig dat acteurs de prijs relatief laat in hun carrière krijgen. Als ze jong zijn vindt de jury ze nog te wild of niet rijp, maar na een paar jaar worden hun rollen toch weer niet zo goed gevonden als hun eerdere werk. Een jury gaat dan als het ware zitten wachten op een beloonbare rol. Hans Kesting, vorig jaar winnaar van de Louis d’Or en Will van Kralingen (Theo d’Or 2007) weten daar alles van. Datzelfde mechanisme werkt dit jaar in het voordeel van Pierre Bokma. In een schitterende, tragische hoofdrol in De Koopman van Venetië liet hij zien hoe goed hij ook alweer is en de Louis d’Or (zijn tweede) is zo goed als gegarandeerd.

Bij de vrouwen werkt het op dezelfde manier. Ariane Schluter en Sacha Bulthuis wonnen de Theo d’Or beiden twee keer, en vooral Schluter heeft de reputatie van eeuwige winnares. Het lijkt daarom logisch dat Lineke Rijxman, een veelgeprezen actrice met tot nu toe slechts een Colombina in de kast, de grote kanshebber is.

Bij de bijrollen is het spannender. Dood Paard, toch lange tijd een marge-groep voor liefhebbers, blijkt ineens salonfähig met twee nominaties voor spelers in Ritter Dene Voss. Ik denk dat de jury nominatie al beloning genoeg vindt en bij de Colombina zal de strijd dan ook gaan tussen oudgediende Sylvia Poorta (die in 1996 al de Theo d’Or won) en relatieve nieuwkomer Wine Dierickx. De Colombina wordt wel vaker gebruikt als veredelde aanmoedigingsprijs (Fania Sorel in 2007, Carice van Houten in 2003) dus ik zet mijn geld op Dierickx.

Bij de Arlecchino tenslotte wordt het echt spannend. Ik gok op Martijn Nieuwerf van ’t Barre Land, ook al zo’n beeldbepalende groep die al lang door de jury wordt genegeerd. En de altijd onvoorspelbare Toneel Publieksprijs, waarvoor Op hoop van zegen tip – of misschien toch Kamp Holland van Orkater.

En dan is er nog de Prosceniumprijs voor mensen of groepen die “een wezenlijke bijdrage” hebben geleverd aan het Nederlands toneel. Dat is natuurlijk een vage omschrijving en het hangt er maar net vanaf hoe de jury die dit jaar interpreteert. De prijs zou kunnen gaan naar een groep met lange, constante staat van dienst (Mugmetdegoudentand bijvoorbeeld), een theatermaker op de toppen van zijn kunnen (Johan Simons wellicht) of een vakman die zijn of haar werk achter de schermen doet (zoals lichtontwerper Uri Rapaport). Daar valt verder niet over te speculeren, de prijs kent geen nominaties.

Die onduidelijkheid rond de Prosceniumprijs doet voelen dat het theater een prijs te kort komt: een prestigieuze (jury-)prijs voor de beste voorstelling van het seizoen. Over dit gemis wordt al jaren vergaderd, maar dit jaar gooien twee theaterjournalisten (Constant Meijers van theatertijdschrift TM en Wilfred Takken van NRC Handelsblad) een welkome steen in de vijver. Zij gaan morgen de eerste Gouden Bouwmeester uitreiken. En dat doen ze niet op het gala, maar op een alternatief feest in het Rozentheater, waar nog veel meer ‘vergeten toneelprijzen’ zoals de Vergulde  Kniertje (beste actrice in de kleine zaal) en de Gipsen Gymschoen (voor de beste theaterprogrammeur, met een knipoog naar het schoeisel van Stadsschouwburgdirecteur Melle Daamen) worden uitgereikt.

De organisatoren van de Gouden Bouwmeester hebben geen nominaties bekend gemaakt, maar ik denk dat Tien Geboden van NT Gent een goede kans maakt.We zullen zien of regisseur Johan Simons de gang van de Stadsschouwburg naar het Rozentheater zal gaan maken.

Sidebar: De Genomineerden:

Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol):

  • Lineke Rijxman voor Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand
  • Sacha Bulthuis voor Ben ik al geboren van De Appel
  • Ariane Schluter voor Medea van Het Nationale Toneel

Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol):

  • Arjan Ederveen voor Tocht van het Ro Theater
  • Pierre Bokma voor De Koopman van Venetië van De Theatercompagnie
  • Bert Luppes voor De Geit of: Wie is Sylvia van het Onafhankelijk Toneel

Colombina (beste vrouwelijke bijrol):

  • Sylvia Poorta voor Het laatste vuur van het Ro Theater
  • Manja Topper voor Ritter Dene Voss van Dood Paard
  • Wine Dierickx voor Tien Geboden van NT Gent en Wunderbaum

Arlecchino (beste mannelijke bijrol):

  • Jeroen Spitzenberger voor Romeo en Julia van Het Nationale Toneel
  • Oscar van Rompay voor Tien Geboden van NT Gent en Wunderbaum
  • Benny Claessens voor Ritter Dene Voss van Dood Paard
  • Martijn Nieuwerf voor De laatste dagen der mensheid van ‘t Barre Land

Gala van het Nederlands Theater: zondag 13 september 20 uur in de Stadsschouwburg, op uitnodiging
Bal! De avond van de vergeten toneelprijzen: zondag 13 september vanaf 20 uur in het Rozentheater, toegang 10 euro. Meer info op www.rozentheater.nl

Hervorm de toneelprijzen!

meningen,Parool — simber op 15 september 2008 om 08:53 uur
tags:

Gisteravond werden in de Stadschouwburg de Louis d’Or en andere toneelprijzen uitgereikt. Parool-toneelrecensent Simon van den Berg zat drie jaar lang in de jury en neemt nu afscheid. Maar niet zonder zijn de prijzen achter te laten met enkele suggesties voor de toekomst.

Verwacht van mij geen omzien in wrok. De juryleden voor de toneelprijzen (die worden uitgereikt door de VSCD, de vereniging van schouwburgdirecteuren) doen hun werk integer, gedisciplineerd en met onuitputtelijk enthousiasme. Dat heb ik de afgelopen drie jaar uitgebreid kunnen controleren. Waar echter wel wat aan moet veranderen, is aan de prijzen die ze uitreiken.

Zo bestaan er nog steeds twee prijzen voor bijrollen: de Colombina voor vrouwen en de Arlecchino voor mannen. Maar in Nederland hebben we eigenlijk geen duidelijk onderscheid tussen sterren en karakteracteurs. Het onderscheid tussen hoofd- en bijrol werd binnen de jury soms fel bediscussieerd.

Mijn voorstel is dan ook om de Colombina en Arlecchino gewoon af te schaffen. Een goede rol is een goede rol en een uitzonderlijke rol komt in aanmerking voor een Theo of Louis d’Or. Deze opruiming geeft ruimte voor twee prijzen die nu te node gemist worden. Allereerst moet er een ensemble-prijs in het leven worden roepen, zodat de jury voorstellingen waarin de hele cast excelleert kan belonen.

Hoe zeer Chris Nietvelt haar Theo d’Or voor Romeinse Tragedies ook verdient, het was een moeilijke beslissing om één van de acteurs in deze voorstelling eruit te lichten. Vorig seizoen keken we met veel bewondering naar de drie spelers van de voorstelling Narziss en Goldmund, maar vonden we geen mogelijkheid om die groepsprestatie te belonen.

Daarnaast wil ik pleiten voor een ‘ontwikkelingsprijs’: een onderscheiding voor de acteur of actrice die het afgelopen jaar het meest heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de toneelspeelkunst. Acteren is een tijdgebonden iets, en wat nu mooi of natuurlijk is, is over veertig jaar belachelijk ouderwets en geaffecteerd. Zo zou je Gillis Biesheuvel kunnen belonen voor zijn hallucinante bijna-monoloog Bazel, Margijn Bosch voor haar aftastende spel in Lt. Gustl-Mej. Else, of de bijna abstract acterende Joep van der Geest. Spelers die al het andere theater ineens ouderwets maken.

Maar het grootste probleem is en blijft de Prosceniumprijs. De VSCD omschrijft hem als “voor de persoon, instantie of groep, die een wezenlijke bijdrage geleverd heeft aan het toneel.” Dat is vaag -dat is ook te zien aan de lijst met winnaars- en binnen de jury keer op keer een struikelblok.

Want is het nu een prijs om verschillende disciplines achter de schermen in het zonnetje te zetten? Dat zou je kunnen denken door winnaars als muzikant Harry de Wit, dramaturg Tom Blokdijk of het Bellevue Lunchtheater. Dat is niet onaardig, maar maakt een prijs ook willekeurig (“welke discipline is dit jaar aan de beurt?”). Andere jaren had de jury een andere opvatting en werd de prijs gegeven aan makers van de beste voorstelling van het seizoen, of aan regisseurs met een bijzondere staat van dienst. Dat gezwabber devalueert de in potentie belangrijkste theaterprijs van Nederland

De Prosceniumprijs zou moeten zijn voor theatermakers op de toppen van hun kunnen, die in het voorbije seizoen een proeve van hun bijzondere vermogens hebben getoond. Mensen als Ivo van Hove of Jan Versweyveld bijvoorbeeld, toneelschrijver Rob de Graaf, of –iets langer geleden- de makers van de Proust Cyclus bij het Ro Theater of ZT Hollandia. Zo bouwt de VSCD aan een lijst met ijkpunten voor het theater, die naast de publieksprijswinnaars kan staan als jurykeuze.

Daarnaast moet er dan nog een prijs komen voor de beste vormgeving (decor, licht, kostuums), maar dat is weer een heel ander verhaal.

Verslag TF-1

nieuws,Parool,verslagjes — simber op 11 september 2007 om 10:17 uur
tags: , , , ,

Met het Gala van het Nederlands Theater, waarin de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen plaatsvond, werd gisteren het festival TF-1 afgesloten. Het reprisefestival waarmee het theaterseizoen wordt geopend vond dit jaar voor de tweede maal plaats.

Belangrijkste en meest succesvolle onderdeel waren reprises van de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. De door een jury onder leiding van Mieke van der Weij gekozen voorstellingen gaven een aardige doorsnee van het Nederlands toneel in 2007. Daarbij viel vooral op hoe zeer het gesubsidieerde toneel zijn relevantie zoekt in expliciet engagement. In Mefisto For Ever legt het Antwerpse Toneelhuis paralellen tussen de opkomst van het Vlaamse Belang in zijn stad en het Nazibewind, Mightysociety 4 gaat over globalisering, en Mug Inn van Mugmetdegoudentand onderzoekt het maatschappelijke onbehagen in Nederland.

Het contrast met de twee genomineerden voor de Toneel Publieksprijs die ook op het festival te zien waren kon haast niet groter zijn. Dat zijn vrije producties waarin van televisie bekende acteurs (Huub Stapel, Olga Zuiderhoek) spelen in boekbewerkingen zoals Kentering van een Huwelijk en repertoirestukken als Wie is er bang voor Virginia Woolf? Goed gemaakt toneel, dat zeker, maar ook nogal braaf amusement en een beetje saai.

Er zijn vele omschrijvingen mogelijk voor het fringe festival TF-2, maar saai is daar niet een van. Het door de TF-1 organisatie zelf opgezette tegenfestival is eerder verwarrend, overdadig, chaotisch en onoverzichtelijk. Doordat het festival een open inschrijving heeft zonder selectie, zaten tussen de 280 voorstellingen nogal wat tweederangs cabaretiers, enthousiaste dilletanten en aardige voorstellingen die toevallig in de stad waren. Het blijft onduidelijk voor wie dit festival nou bedoeld is.

De huidige opzet lokt vooral theatermakers die meer talent hebben voor het uitbaten van hun voorstellingen dan voor het maken ervan. Maar de pareltjes van TF-2 worden toch vooral gepresenteerd door groepen die al enige reputatie hebben verworven zoals de vijf meiden van Norfolk in hun geestige saunapersoneel performance Uptijd of Opium voor het Volk met hun quarterlife crisis tragedie Overwinteren.

Aan de andere kant van het spectrum staat de Fringe Rouge, een programmaonderdeel met crossover tussen theater en porno, geïnspireerd door het (inmiddels herroepen) rechtsbesluit dat peepshows voor de belasting ook theater zijn. Het belooft veel ondeugends, maar blijft vooral braaf, met een matige moderne dansproductie in Casa Rosso en een performance van een man met bokkepoten, puntoren en een panfluit achter een raam op de Wallen, die tenminste nog veel verwarring zaait onder de langslopende dronken Engelsen.

Opvallend is dat binnen het enorme aanbod van TF-2 nog een flink aantal verzamelprogramma’s zitten, zoals Club Slip & Grip, Licht in Augustus, Woof! en Sugar Mash-up. Op dit soort avonden trekken verschillende acts voorbij terwijl de bar open blijft. Soms heeft het de sfeer van een Berlijns jaren-dertig Varieté (Club Slip & Grip met naast goochelaars en dansers een paaldans-act en een naaktmodel), soms herinnert het meer aan de bonte avond van school (Woof!, met veel singer-songwriters met absurde teksten).

Enerzijds kun je dat bekijken als de ultieme cynische poging van theaters om met gesubsidieerd loungen een jonger publiek binnen te krijgen, maar misschien is het ook wel de enige manier om de grillige creativiteit van de jongste generatie kunstenaars te vangen.

Festivalleider Jeffrey Meulman heeft aangegeven dat hij TF-2 zo snel mogelijk wil afstoten naar een zelfstandige organisatie om alle energie te richten op het ontwikkelen van TF-1 tot een groot publieksfestival. Dat is een verstandige keuze, want de twee programma’s lopen nu al bijna onoverbrugbaar uit elkaar. Het hele TF-1 moet nog groeien, maar weet met beperkte middelen toch al een heel behoorlijke seizoensopening neer te zetten.

Hierbij horend:

Virginia Woolf wint Toneel Publieksprijs

In de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn gisteravond de belangrijkste toneelprijzen uitgereikt. De vrije produktie Wie is er bang voor Virginia Woolf?, met Porgy Fransen en Olga Zuiderhoek als George en Martha, won de Toneel Publieksprijs. Opvallend genoeg werd deze voorstelling geregisseerd door theatervernieuwer Gerardjan Rijnders, die tijdens en na zijn artistiek leiderschap van Toneelgroep Amsterdam regelmatig het verwijt kreeg dat hij het publiek de zaal uit joeg.
De Louis d’Or voor beste acteur ging naar Dirk Roofthooft voor zijn hoofdrol in Mefisto For Ever van het Toneelhuis uit Antwerpen en beste actrice werd Will van Kralingen voor haar koninginnerol in Maria Stuart van het Nationale Toneel.

Tot beste bijrolspelers werden gekroond Hein van der Heijden voor zijn rol in Mightysociety4 en Fania Sorel voor haar rol in Onschuld van het Ro Theater. De VSCD Mimeprijs werd gewonnen door René van ’t Hof die speelde in Vallende Ster van het Onafhankelijk Toneel. De Prosceniumprijs, voor prestaties achter het podium, werd tenslotte uitgereikt aan toneelschrijver Rob de Graaf. Zijn werk heeft “een eigen poëtische taal en een eigenzinnige dramaturgie”, aldus de jury.

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity