Facebooktheater

Parool,PS Kunst — simber op 2 september 2011 om 00:21 uur
tags: , , , ,

Het theaterseizoen begint met terugkijken. Morgen start Het Nederlands Theaterfestival, waar tot 11 september de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein. Een jury van experts koos de tien belangrijkste voorstellingen, en daarnaast zijn een aantal genomineerden voor de Toneelpublieksprijs te zien. Nu leek het afgelopen seizoen voornamelijk te bestaan uit luidruchtige woede over de aangekondigde bezuinigingen, maar tussendoor werd ook nog heel goed theater gemaakt.

De selectie die de jury daaruit maakte geeft dit jaar een vrij onevenwichtige indruk. Gelukkig ontbreken de twee essentiële voorstellingen van het seizoen niet: Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Ivo van Hove, de publiekshit voor Toneelgroep Amsterdam. Maar verder is het vooral middle-of-the-road-toneel als De Kus van Hummelinck Stuurman of Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam. En waar is Richard III van Orkater, de fenomenaal succesvolle mash-up van Shakespeare en Tom Waits, waar Gijs Scholten van Aschat zo’n memorabele slechterik neerzette? Het is maar goed dat die voorstelling nog wel in het festival te zien als één van de publieksfavorieten van vorig jaar.

Eén zinnetje uit het jurycommentaar viel op: “In de kleine zaal kreeg de trend van egodocumentair theater definitief voet aan de grond.” Dat is te zeggen. Het wemelde dit jaar van de solovoorstellingen waarin makers van in de twintig of dertig zelf op het toneel stonden en op ongedwongen wijze het publiek zijn of haar verhaal vertelden.

Nasrdin Dchar vertelde in Oumi hoe een toneelrol in De Familie Avenier van Maria Goos hem ongewild in een identiteitscrisis stortte; Marjolijn van Heemstra vertelde in Family ’81 hoe ze in India, Zuid Afrika en Frankrijk op bezoek ging bij drie mensen met dezelfde geboortedatum als zijzelf; Sadettin Kirmiziyüz vertelde in De vader, de zoon en het heilige feest hoe hij met zijn vader op Hadj ging naar Mekka; Ilay den Boer vertelde in Zoek het lekker zelf uit hoe zijn opa voor de oorlog in Israël terecht kwam; Sanne Vogel vertelde in Document over het borstkankergen dat in haar familie woedt; Joris Smit vertelde over de psychiatrische inrichting Dennendal, samen met zijn eigen vader die daar in de jaren ’70 werkte; en Laura van Dolron vertelde in Sartre zegt sorry over haar moeizame verhouding met het doorgeslagen individualisme waar ze de Franse filosoof de schuld van geeft.

Kortom, het was een heuse trend. Je zou het ‘Facebook-theater’ kunnen noemen, omdat de makers dezelfde bestudeerde openhartigheid hanteren als gebruikers van het sociale netwerk. Ze geven veel van zichzelf bloot, soms inclusief vakantie- of jeugdfoto’s, en hun ouders en opvoeding komen expliciet aan de orde. Vorig jaar speelde Ilay den Boer al een voorstelling samen met zijn vader, dit jaar werden de ouders van Joris Smit, Jetse Batelaan en van de hele Duitse groep She She Pop het toneel op gesleept.

Het onderscheid met cabaret is soms moeilijk te maken; de voorstellingen zijn grappig en geëngageerd en de persoonlijkheid van de maker staat centraal. Niet voor niets noemt Van Dolron haar voorstellingen ‘stand-up filosofie’. De jury koos alleen háár voorstelling uit voor het festival en liet zo veel moois liggen. Die in het oog springende omissie wordt door festivaldirecteur Jeffrey Meulman gelukkig hersteld: onder de noemer ‘Director’s choice’ vroeg hij de voorstellingen Family ’81 en Oumi toe aan het programma.

En dat zijn beide aanraders. In Family ’81 gaat dichteres en theatermaakster Marjolijn van Heemstra op zoek naar mensen met dezelfde geboortedatum als zij, vanuit het idee dat mensen meer kinderen van hun tijd zijn dan van hun ouders. Met een Zuidafrikaanse, een Indiër en een Libanese zoekt ze gemeenschappelijke beelden uit hun jeugd in de jaren negentig. Voor elk van hen leek het einde van de Koude Oorlog en de Libanese burgeroorlog, het vrijlaten van Nelson Mandela en het openen van de markt in India het begin van een nieuw, optimistisch tijdperk, maar bij iedereen volgde een omslag. Van Heemstra staat alleen op het toneel, maar boven haar worden de andere drie geprojecteerd, alsof ze aan het skypen zijn. Maar ze zeggen niks; ze kijken toe en roken af en toe een sigaret, terwijl Van Heemstra vertelt over Clinton, MC Hammer en het gekloonde schaap Dolly.

In Oumi vertelt toneelspeler Nasrdin Dchar over de rol die hij speelde in De Geschiedenis van de Familie Avenier van Het Toneel Speelt. In de voorstelling speelt hij een Marokkaanse immigrant die in het familiebedrijf komt werken; voor Dchar is het alsof hij het levensverhaal van zijn eigen vader speelt. Maar als er een jaar later een vervolgvoorstelling komt, blijkt zijn personage ineens een dief die er met de kas vandoor gaat. Dchar voelt het als verraad aan zijn familie en stapt uit de voorstelling. Maar na gesprekken met Maria Goos, de schrijfster van Avenier, en een bezoek aan het geboortedorp van zijn ouders realiseert hij zich dat het misschien belangrijker is dat hij er wél staat: als Marokkaanse acteur op het podium van de Stadsschouwburg, tussen de Nederlandse sterren.

Zo bezien zijn de ‘Facebook-voorstellingen’ niet zomaar egodocumenten. Expliciete persoonlijke ontboezemingen zijn altijd al onderdeel geweest van theater en performance kunst en zijn eens in de zoveel tijd in de mode. Ik herinner me de leden van Mugmetdegoudentand die op het podium onbeschaamd hun generatie-X-problemen uitventten; Michael Matthews die zijn stervende, door aids geteisterde lichaam toonde; het feministische theater van Carla Mulder en de jongerenvoorstellingen van Ine te Rietstap.

Het verschil zit hem erin dat jongeren niet zo boos zijn als hun voorgangers: die voelden zich door de maatschappij belemmerd om zich te ontplooien omdat ze te ziek waren of vrouw, of van de verkeerde generatie. Ze hielden zich vast aan de onderdelen van hun identiteit die onveranderlijk waren, die ze enerzijds als gebrek en anderzijds als bron van trots ervaarden.

Dat is voor twintigers en dertigers van nu een moeilijk te doorgronden standpunt: zij zijn opgegroeid met het idee dat identiteit iets flexibels is; een paar meerkeuzevragen in een beroepentest of de in te vullen vakjes op je profielpagina van Facebook of Hyves. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en dat is precies waar al die Facebook-voorstellingen over gaan.

Het mooist zie je dat in een voorstelling die niet te zien is op het festival, maar die er zeker niet had misstaan: De vader, de zoon en het heilige feest van de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Hij omschrijft zichzelf als een “geassimileerde agnostische migrantenzoon”, maar uit een combinatie van zucht naar avontuur, religieuze nieuwsgierigheid en behoefte aan bonding met zijn vader maakt hij de islamitische heilige pelgrimstocht naar Mekka.

Wat zo bijzonder is aan deze voorstelling is dat Kirmiziyüz zijn Hadj niet beschrijft als een onvervreemdbaar deel van zijn cultuur en van zichzelf, maar juist als een zoektocht naar zelfontplooiing. Zo balanceert hij de hele tijd tussen afstandelijk en een beetje ironisch observeren en het moeizaam maar oprecht beschrijven van de spirituele ervaring die de reis voor hem toch ook is. In die zin lijken de reizen van Van Heemstra, Dchar en Kirmiziyüz op elkaar; moderne jonge mensen op zoek naar zichzelf en vormende ervaringen.

Er is nog een ander belangrijk onderscheid met de egodocumenten van een generatie eerder. Waar kunstenaars destijds op zoek waren naar ongemakkelijke werkelijkheid en confrontatie op het podium, zijn de huidige twintigers en dertigers gastvrij en ontwapenend –om niet te zeggen poeslief. Ze zijn meer geïnteresseerd in authenticiteit dan in feitelijkheid. Niet alles wat ze op het toneel vertellen is waar, ze zijn zich hyperbewust van de manipulatieve kracht van het theater en zetten die doelmatig in voor hun verhaal.

Daarin is Facebook-theater helemaal van nu. Het zijn voorstellingen waarin live, voor je neus identiteit wordt geconstrueerd. Als toeschouwer mag je je eraan spiegelen, erin meegaan of gewoon je duim omhoog doen en het liken.

Op vrijdag 2 september vind onder de titel Kunst van Ikke een debat plaats over egodocumentair theater. Aanvang 17:00 uur in de Stadsschouwburg
Family ’81: 3 t/m 5 september, 12:30 uur in Bellevue
Oumi: 6 t/m 11 september, 12:30 uur in Bellevue

Het Nederlands Theaterfestival is de jaarlijkse reprise van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Niet te missen zijn de voorstellingen Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Naast de voorstellingen is er een uitgebreid randprogramma, met oa. op 3 september een bijzondere terugblik op de legendarische hondenvoorstelling Going to the Dogs van Wim T. Schippers en op 4 september De Nacht van de Regie, waarin vijf vooraanstaande regisseurs ieder een scène uit Richard III te lijf gaan. Tegelijkertijd vindt op de meest vreemde plekken in de stad het Amsterdam Fringe Festival plaats. Op 11 september wordt het festival afgesloten met de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen.
Meer info op www.tf.nl

 

Recensies TF Selectie

overig — simber op 15 mei 2011 om 20:34 uur
tags:

Gisteren werd de selectie bekend van het Nederlands Theaterfestival, de keuze van de jury voor de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen.
Van de tien geselecteerde voorstellingen heb ik er over zes een recensie geschreven:

Kritiek ‘Over Dieren’ van Susanne Kennedy, Het Nationale Toneel

kritieken — simber op 20 oktober 2010 om 18:00 uur
tags: , , , , ,

Geschreven voor digitale festivaldagkrant DeDodo, tijdens TF in september.

“Kontneuken tegen meerprijs.” “Doen die ook pijpen zonder condoom?” “Die heeft een keer aan mijn lul gezogen en toen was ze de hele nacht misselijk. ’s Ochtends heeft ze in mijn bed gekotst.” Continu doen ze suggestieve dansjes en continu kijken ze de zaal in, met een vastgebeitelde glimlach die ergens tussen geamuseerd en geniepig in zit. De zes spelers van Over Dieren zijn uitdagend en meedogenloos. Susanne Kennedy’s regie van het stuk van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek is ongekend naargeestig en komt aan als een stomp in je maag.

Jelinek’s schreef een tekst over hoeren en hun klanten, gedeeltelijk gebaseerd op afluistertapes van een Oostenrijks escortbureau, waarin de mannen over vrouwen praten alsof het dieren zijn, of preciezer: zoals boeren over hun vee. Kennedy legt in haar regie grote nadruk op de blik van de toeschouwer. “De vrouw wordt bekeken en is altijd een object, de man kijkt en is het subject. Kijken is niet onschuldig”, zei ze in een interview. De drie mannen, in foute lichtblauwe showpakken, praten over de vrouwen; de vrouwen, in jurkjes waarop weinig subtiel de nadruk op hun tepels en kruis wordt gelegd, praten hen gedienstig na. Ze kijken uitdagend naar ons, en maken ons medeplichtig aan de vernederende situatie.

Maar nog vernederender is de situatie van de oudere vrouw, gespeeld door Antoinette Jelgersma. Ze doet mee met het spel van kijken en bekeken worden, maar de mannen hebben geen interesse in haar. Ze heeft een afgeschreven vrouwenlichaam en is daarmee tot niets gereduceerd. Ze is “een voorwerp dat zich voor het gebruik verstopt door er naar te verlangen.” Af en toe valt ze in iets als excorsisme; de tientallen televisies in het decor gaan storen, en met grove stemvervorming raaskalt ze een soort porno-gebed.

Aangenaam toneel is het niet, maar confronterend en indringend wel. En het roept de vraag op of Kennedy helemaal meegaat in Jelinek’s pessimisme over de mogelijkheid om aan de mannelijke blik te ontsnappen.

Gelukkig is TF met zorg samengesteld en krijgt een voorstelling als Over Dieren reliëf door de weerspiegeling met andere voorstellingen op het festival. Bijvoorbeeld met Underground, een andere Jelinek-tekst, die door Johan Simons met minder brille, maar met wat meer relativering werd geregisseerd. Of met Hannah & Martin, waarin afgelopen weekend de filosofie van Heidegger, waar Jelinek fervent uit put, door Lineke Rijxman-als-Hannah Arendt min of meer bij het grofvuil werd gezet.

Maar de meest in het oogspringende vergelijking is natuurlijk die met Elf Minuten van regisseur Ola Mafalaani, dat minder abstract maar even expliciet over prostitutie gaat. Mafaalani ziet prostitutie eenvoudigweg als seks zonder liefde en in de lange laatste scène van Elf Minuten leert de zelfverkozen hoer Anna samen met haar geliefde aftastend en schutterig wat seksuele liefde betekent: een romantisch einde. Jelinek schrijft echter: “Houden van is een bepaalde manier van aangewezen zijn op.”

Kennedy’s slot is raadselachtiger. Jelgersma, inmiddels in bruidsjurk, draait het spel om. De mannen zijn er nu voor háár bevrediging, de grijns op hun gezicht blijft onveranderd. De hoeren sterven schuimbekkend. Een ontzaglijk lelijke cover van Life is life speelt. Op de televisieschermen, waar tot dan toe alleen vlezige en besnorde mannengezichten te zien waren, zien we ineens Jelgersma’s gezicht, zonder de rare pruik, vrolijk lachend. Een overwinning voor ongeremde, vrouwelijke seksualiteit? Ik hoop het. In de wereld van duistere hopeloosheid die ze eerder zo overtuigend heeft geschetst, is een uitweg gewenst.

Twee stukken voor DeDodo: Over Dieren en Woeste Hoogten

overig — simber op 9 september 2010 om 11:57 uur
tags: ,

Festivaldagkrant DeDodo.nl volgt de festivals. Voor hen schreef ik twee stukken over TF:

En nog eentje over De Internationale Keuze:

Tzt publiceer ik die ook hier, voorlopig alleen daar.

TF: interview Bright Richards

interviews,Parool — simber op 2 september 2010 om 10:21 uur
tags: , , ,

Acteur Bright Richards ontvluchtte in 1993 zijn door burgeroorlog geteisterde vaderland Liberia. De komende week speelt hij twee voorstellingen in Amsterdam: het meesterlijke Branden van het Ro Theater – volgende week te zien op het Nederlands Theaterfestival –  en zijn eigen voorstelling As I left my father’s house, die hij speelt in kerken en moskeeën. Beide voorstellingen zijn verbonden met zijn eigen geweldadige ervaringen. “Ik ken geweld heel goed.”

De Poldermoskee, een oud kantoorgebouw in Amsterdam West vlakbij station Lelylaan, lijkt een saai kantoorgebouw, met een wirwar van tl-verlichte gangen langs gesloten deuren. Maar bovenin  bevindt zich ineens een vrij ruime, onregelmatig gevormde gebedsruimte, met dik tapijt op de vloer. In de richting van Mekka kijken de gelovigen door het raam op de metro.

Het is druk in de gangen; het is de vroege vrijdagavond, midden in de ramadan. Hier heeft As I left my father’s house een van haar eerste try-outs. Drie monologen over vluchten voor geweld, gespeeld door acteurs met verschillende achtergronden. Vanavond ziet het publiek – de helft jonge vrouwen die later samen de met een iftar maaltijd de vasten zullen verbreken, de andere helft ouder, wit kunstpubliek – een versie van de voorstelling zonder de bijbehorende muziek. In de moskee mogen geen muziekinstrumenten bespeeld worden. Een imam zingt echter wel een paar koranverzen.

Ondanks de beperkingen, ook het decor past maar half in de ruimte, is het een indrukwekkende voorstelling. Drie verhalen over mannen die uit hun gewone bestaan worden geslingerd als een oorlog uitbreekt. Een man die een onafzienbare hoeveelheid doodskisten moet maken in ruil voor zijn leven, een andere man die om genade moet smeken bij een vriend die ineens zijn machinegeweer op hem richt. Maar ook over de lange nasleep: een jongen die erachter komt dat hij geadopteerd is: zijn echte ouders hebben hem afgestaan voordat ze werden afgevoerd naar een vernietigingskamp.

Richards werkt al jaren aan de voorstelling: “Het viel me op dat veel van de verhalen over Jezus, Abraham en Mohammed ook over vluchten gaan. Ik gebruik fragmenten uit de Bijbel, de Koran en de Tenach om verhalen van vluchtelingen aan te vullen. Ik zocht contact met religieus leiders om hen te laten controleren of het klopte.” Deze interreligieuze dialoog is de eigenlijke inzet van Richards’ werk: “Dat wordt nu vaak door bobo’s gedaan, ik wil het naar de gebedshuizen brengen, naar de mensen zelf. Theater is daarvoor een schitterend medium, maar migranten komen niet in de schouwburgen komen. Ze organiseren zich rond religie. We willen het laagdrempelig maken.”

Richards’ indrukwekkende présence als acteur viel al eerder op in de veelgeroemde voorstelling Branden. Het stuk van Wajdi Mouawad gaat ook over burgeroorlog is losjes gebaseerd op diens ervaringen als jongen in Libanon. Richards speelt een doodenge soldaat, met een fototoestel  op de loop van zijn Kalashnikov, zodat hij het sterven kan vastleggen. “Die rol is makkelijk om te spelen. Ik kom pas aan het eind op, ik sta de hele tijd te kijken. Maar die  voorstelling heeft een mooie soberheid, en is een eenvoudige vertelling.”

“Ik heb dat personage gebaseerd op een rebellenleider in Liberia die ik één of twee keer gezien heb.” Ook in As I left my father’s house komt hij terug: “Een van de personages vertelt in de voorstelling over een rebellenleider, die de president heeft vermoord. Hij zegt: ‘God staat achter mij, want anders had Hij me dit niet laten doen.’ Dat is dezelfde.” Zo zijn meer verhalen uit de voorstelling zijn eigen ervaring; over de vriend met het machinegeweer en over de dood van zijn zusje. “Ik ken geweld heel goed.”

Indirect redde het spelen zijn leven: “Ik had een rol in een Liberiaanse televisieshow, in de tijd dat vrijwel alle televisie uit Amerika kwam. Dus mensen dachten totaal niet over mij na als acteur, ze zagen mij als het personage. Ze vroegen: ‘Hey Johnny, Heb jij ook honger?’ Bij checkpoints lieten ze me ook altijd doorlopen. Zo lopen mythe en werkelijkheid altijd door elkaar in Afrika.”

www.asileftmyfathershouse.nl

Sidebar: Nederlands Theaterfestival

Vanavond opent het Nederlands Theaterfestival met de ‘Staat van het Theater’, een rede door Joan Nederlof van Mugmetdegoudentand en de voorstelling 11 Minuten van het Noord Nederlands Toneel. Tot en met 12 september zijn tien voorstellingen te zien, geselecteerd als beste van het seizoen door een jury onder leiding van Adelheid Roosen. Daarnaast masterclasses, prijsuitreikingen en het Amsterdam Fringe Festival.

www.tf.nl

Over de keuze van Het Theaterfestival

meningen,Parool — simber op 20 mei 2010 om 09:48 uur
tags: ,

Afgelopen zaterdag maakte juryvoorzitter Adelheid Roosen de selectie van het Nederlands Theaterfestival bekend: tien voorstellingen die goed, interessant of belangrijk genoeg zijn om in september nog eens onder de aandacht te brengen: een best of van het Nederlands theater.

Toevallig genoeg is tijdens de bekendmaking de ‘grote broer’ van het Theaterfestival aan de gang: het Duitse TheaterTreffen in Berlijn, met de tien beste voorstellingen uit de Duitstalige wereld. Het is interessant om de overeenkomsten te zien tussen beide selecties: zowel in Nederland als in Duitsland koos de jury voor hedendaagse toneelschrijvers, in de beide selecties komt Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek aan bod; Shakespeare, Tsjechov en ander klassiek repertoire ontbreken geheel.

Dat is vooral in Duitsland bijzonder: daar zoeken regisseurs toch vaak een bekend stuk om hun hedendaagse visie aan op te hangen. Nu zijn er vooral nieuwe stukken te zien, en het is kredietcrisis vóór en kredietcrisis na, ongans word je ervan. De voorstellingen zijn over het algemeen mooi gespeeld, zien er prachtig uit en je merkt dat over alles goed is nagedacht, maar het engagement is ook vaak gratuit: keer op keer moet het publiek zich herkennen in verhalen –zoals in Kasimir und Karoline, Riesenbutzbach of  Der Goldene Drache– van eenvoudige mensen uit de onderklasse die lamgeslagen zijn door een crisis (vaak worden de jaren dertig van stal gehaald), waar ze zelf geen schuld aan hebben. Geen wonder dus dat in Duitsland de remedie tegen de Griekse crisis zo impopulair is; het ‘aan ons ligt het niet’-gevoel is er overweldigend.

En als de jury kiest voor iets dat niet met de crisis te maken heeft, zijn het meteen superbanale voorstellingen als Life and Times -een vier uur durende musical over de eerste zes jaar van het leven van een doodgewoon meisje- of Die Stunde da wir nichts voneinander wussten – flauwe mime over niks.

Daarmee vergeleken heeft de Nederlandse jury het bijzonder goed gedaan. Na de rommelige en willekeurige keuze van vorig jaar hebben Roosen en haar medejuryleden een uitstekende selectie gemaakt van de essentiële voorstellingen van het jaar (Branden en Hannah en Martin), de makers en gezelschappen die de krenten in de pap zorgden (zoals Susanne Kennedy en Oostpool), werk waarover genoegzaam gediscussieerd kan worden (Underground, Dit is mijn vader en Elf Minuten) en de altijd welkome obscuria (A l’attente du Livre d’Or en Wandelen op de Champs-Elysées…), waarvan ik tot hun selectie nog nooit had gehoord.

Nu helpt het dat we een opvallend goed theaterseizoen achter de rug hebben. Naast vijf van de tien geselecteerde voorstellingen zag ik ook nog voorstellingen van Wunderbaum, De Warme Winkel en Boukje Schweigman die zeker Theaterfestivalwaardig waren. Het is jammer en opvallend dat Ivo van Hove’s Toneelgroep Amsterdam opnieuw niet tot de selectie is doorgedrongen, het gezelschap is na hoogtepunten als Opening Night, Romeinse Tragedies en Angels in America in een zoekende periode beland.

De kracht van het Nederlandse theater zit van oudsher in haar veelvormigheid en dat blijkt ook weer uit deze selectie. Maar de vergelijking met Duitsland maakt het ook mogelijk om een andere eigenschap te zien: haar directheid. Nederlandse theatermakers kunnen veel meer dan hun Duitse collega’s hun publiek medeplichtig maken en ondervragen, of het nu gaat over de verplichting tot kritisch denken in Hannah en Martin, de strijd om ons geld in Underground, de machtsbeluste, sexuele blik in Over Dieren of antisemitisme en het Jules Croiset-syndroom in Dit is mijn vader.

Dit wil niet zeggen dat al die Duitse voorstellingen slecht zijn; Kleiner mann, was nun? was een ontroerende, diep menselijke voorstelling, die in vier uur iets universeels wist te vertellen over alle crises, overal. Geregisseerd door de Belg Luk Perceval, dat dan weer wel. Maar Branden van het Ro Theater was minstens zo goed. Misschien moeten die Duitsers in september maar eens naar Amsterdam komen.

Recensie: ‘Degrotemond’ van Skagen (TF)

Parool,recensies — simber op 9 september 2009 om 22:06 uur
tags: , , , , ,

Het is een cliché dat politiek eigenlijk theater is, maar de Vlaamse groep Skagen weet er een mooie draai aan te geven. Valentijn Dhaenens, acteur bij het Antwerpse collectief, maakte een collage van beroemde redevoeringen en voert ze op als monoloog, alleen achter vijf sets microfoons. Zowel het Nederlandse als het Vlaamse Theaterfestival selecteerde de voorstelling, in Amsterdam is hij op locatie te zien in de laboratiumzaal van de UvA.

Dhaenens koos korte fragmenten en we schieten in de tijd heen en weer tussen Pericles en Louis Farrakhan; van de Grootinquisiteur uit de Gebroeders Karamazov tot George Bush sr. én jr. Je mag grinniken bij een satirische imitatie van koning Boudewijn die niet de Belgische abortuswet wil tekenen, je ongemak weglachen bij de voorzitter van het Vlaams Belang die in Washington zijn standpunten uiteenzet, bedachtzaam nadenken over Goebbels’ oproep tot “de totale oorlog” en meevoelen met het hoopvolle, maar wraakzuchtige enthousiasme van Lumumba bij de onafhankelijkheid van Congo.

Steeds verplaatst hij van de ene bundel microfoons naar de andere, steeds kiest hij een andere stijl, een virtuoze acteur met oog en oor voor retorisch effect. Tussendoor klinken intermezzo’s van zang, getrommel en tekstflarden die Dhaenens live maakt en die via ingenieuze sampling tot muziek en achtergrondgeluid worden gemixt. Het versterkt de eenzaamheid van de redenaar –gevangen op het podium voor het publiek- en zijn steeds grotere afhankelijkheid van techniek.

De lijkrede van Pericles is het sleutelmoment. Hij roemt de eer van de voor het vaderland gevallen helden. Keer op keer gaat het in de door Dhaenens’ gekozen fragmenten erom individuen onderdeel te maken van een groter, meestal nationaal verband, of het nu Tommy is, wiens vader op 9/11 omkwam, de Duitse vrouwen die van Goebbels niet meer uit eten of naar de kapper mogen, de soldaten van generaal Patton die de strijd in worden gestuurd  of de zwarte Amerikanen die zich volgens Louis Farrakhan moeten verenigen tot een “Zwart Amerika”.

In België is dat soort nation building natuurlijk gevoelige materie en het is jammer dat Dhaenens zijn scepsis ten opzichte van mooie woorden voor twijfelachtige zaken iets te veel laat door laat schemeren. Hij zorgt namelijk op andere plekken al voor een contrapunt: een paar speeches van individuen die zich juist niet willen onderwerpen: de Italiaanse immigrant Nicola Sacco die in Amerika onterecht ter dood werd veroordeeld; Koning Boudewijn die zijn zijn geloof in God volgt; Socrates die zich verdedigd tegen beschuldigingen tegen hem. Daar zit voor de toeschouwer de ruimte om zelf te kiezen tussen wantrouwen of geestdrift.

Degrotemond van Skagen. Gezien 31/8 in Brussel. Te zien in Amsterdam (Nederlands Theaterfestival) 11 t/m 18/9 . Meer info op www.tf.nl en www.skagen.be

Recensie: ‘De Geit ­of Wie is Sylvia?’ van het Onafhankelijk Toneel (TF)

Parool,recensies — simber op 7 september 2009 om 11:20 uur
tags: , , , , ,

Een man, een vrouw, een zoon, een vriend en een geit. Architect Martin, gespeeld door Bert Luppes, is vijftig, heeft een droomopdracht gekregen voor een ‘stad van de toekomst’, wint de Pritzkerprijs en zijn relatie met zijn vrouw Stevie is ook nog steeds fantastisch. Zijn succes en welvaart liggen er dik bovenop, maar het is noodzakelijk om de schok des te heftiger te maken: Martin gaat vreemd met een geit.

De Geit ­of Wie is Sylvia? uit 2002 is een laat stuk van Edward Albee, voornamelijk bekend van Wie is er bang voor Virginia Woolf? (gisteren nog verkozen tot het op-één-na-beste toneelstuk aller tijden) waarin hij opnieuw de relaties tussen weldenkende mensen fileert. De voorstelling van het OT uit Rotterdam werd geselecteerd als seizoenshoogtepunt voor het Nederlands Theaterfestival. Maar ondanks mooie acteerprestaties lijkt het alsof het gezelschap de kern gemist heeft.

In drie scènes schroeft Albee het ongemak steeds strakker aan. Eerst de bekentenis aan Martin’s vriend, de hypocriete Ross –een mooi villeine rol van Willem de Wolf- dan de vlammende confrontatie tussen Martin en Stevie en ten slotte een gesprek tussen vader en zoon, die kort te voren uit de kast is gekomen.

Vooral die tweede scène is erg goed; want hoe kun je überhaupt met je partner praten over seks met en verliefdheid op een dier? In het zicht van die afgrond houden Martin en Stevie zich vast aan sarcasme en taalspelletjes. “Naar bed gaan? Naar het hooi zul je bedoelen!”, zegt Stevie, een iets te eendimensionale rol van Ria Eimers.

Het is jammer dat het OT koos voor een gestileerd decor –een abstract huisje en een diagonale rij tafels met servies dat door Eimers met beredeneerde woede kapot wordt gegooid. Een taboe dat zo onvoorstelbaar is heeft een realistischer bedding nodig.

Luppes’ Martin wankelt tussen wanhoop en gelukzaligheid. Het is een knappe acteerprestatie, genomineerd voor een Louis d’Or, maar op een vreemde manier leidt dat af van waar het werkelijk om gaat. De makers lijken de verliefdheid van een man op een geit geloofwaardig te willen maken. Maar die geit is natuurlijk een truc van Albee om het over iets anders te hebben: De Geit gaat niet over bestialiteit, maar over liefde, met de irrationaliteit die daarbij hoort en de onschuld die Martin zoekt.

Op de eerste uitvoering van de reprise liep het nog niet helemaal vlekkeloos, wellicht staat op het Theaterfestival een scherpere, pijnlijker voorstelling, die meer is dan zedenkomedie met een absurde premisse.

De Geit ­of Wie is Sylvia? van het Onafhankelijk Toneel. Gezien 27/8/09 in Rotterdam. Te zien in Amsterdam (Nederlands Theaterfestival) 8 en 9/9. Meer info op www.tf.nl

Interview Ilay den Boer

interviews,Parool — simber op 3 september 2009 om 09:14 uur
tags: , ,

Met zijn eerste eigen voorstelling Eet Smakelijk werd hij meteen geselecteerd voor het Vlaamse Theaterfestival. De jonge theatermaker Ilay den Boer (Jeruzalem, 1986) is er nog een beetje beduusd van. En dan is Eet Smakelijk ook nog eens een een hyperpersoonlijk project, politiek geladen en met een bijzondere setting: een voorstelling aan een eettafel. Eet Smakelijk is vanaf morgen als speciale Vlaamse keuze ook op het Nederlands Theaterfestival te zien. “Ik gebruik mijn familie als middel om het over de situatie in Israël te hebben.”

Met twintig mensen zit je aan tafel. Den Boer stelt zich persoonlijk aan iedereen voor. Hij neemt ons mee naar de feestmaaltijd na zijn eigen Bar Mitswa in Jeruzalem. Toeschouwers krijgen de rollen van ooms, grootmoeders en andere familie. Den Boer vertelt over zijn moeder, haar beslissing om na de geboorte van haar zoon naar Nederland te vertrekken en zijn eigen beslissing om zijn Bar Mitswa –de rituele overgang van jongen naar man- in Jeruzalem te vieren, zijn moeizame verhouding met zijn geboorteland en het politieke mijnenveld waar je in belandt als je het over de problemen in het Midden Oosten wilt hebben.

“Het is fijn om te merken dat alle aandacht die bij zo’n festival hoort gaat over de thematiek en niet over mijn prestaties”, zegt Den Boer op een bankje in zonnig Brussel, waar Eet Smakelijk deze week te zien is. “Ik probeer in de voorstelling een bepaalde onmacht uit te drukken van een jong mens die een identiteit moet ontwikkelen. Oordelen is makkelijk. Ik wil laten zien hoe complex het is.”

En met succes. De voorstelling, begonnen als werkplaatsproduktie bij het Huis van Bourgondië in Maastricht, werd opgepikt, eerst als randprogramma bij Mightysociety6, toen door verschillende festivals, daarna de selectie voor het Vlaamse Theaterfestival en inmiddels liggen er uitnodigingen om de voorstelling te spelen in Duitsland. “Dat is natuurlijk enorm eervol. Toen ik werd geselecteerd was ik erg in de war. Ik dacht eerst dat ik tussen Johan Simons en Ivo van Hove zou staan, want dat associeerde ik met Het Theaterfestival. Toen ik de rest van de selectie zag begreep ik het beter. De Vlaamse jury heeft een specifiek inhoudelijk verhaal willen vertellen. De Nederlandse jury keek meer naar vakmatigheid.”

Zijn moeder was betrokken bij het project, hoewel zij ook het onderwerp is. “Het is minder pijnlijk dan het misschien lijkt. Ik gebruik mijn familie als vorm, als middel om het over iets anders te hebben. Ze worden personages die niet zo veel meer te maken hebben met de echte mensen. Niet alles wat ik vertel is waar. Maar ik wil een denkproces op gang krijgen. Hoe het is om een persoon te zijn binnen die ingewikkelde politieke situatie.”

“Iedere avond is anders: mijn  verhaal is hetzelfde, maar op een gegeven moment ga ik in gesprek met het publiek. Dat is een cruciaal moment, want het publiek zorgt voor de sfeer van de avond. Het kan extreme wendingen krijgen –een vader kreeg een keer tijdens de voorstelling ontzettende ruzie met zijn dochter over de thematiek- maar meestal gaat het heel makkelijk; door het samen eten, doordat ik mensen vraag om een aantal handelingen te doen, wijn in te schenken of een brief voor te lezen, ontstaat een open sfeer.”

Alsof het al niet bijzonder genoeg is om met je eerste voorstelling zoveel lof te oogsten, is Den Boer eigenlijk autodidact: “Ik heb twee jaar de opleiding Theaterdocent gedaan, maar dat was het niet voor mij. Ik heb lang in Frascati en De Brakke Grond gewerkt, en achter de bar in de Blincker. Daar zag ik wel vier of vijf voorstellingen per week. Discordia en ’t Barre Land leerden me veel over toneelspelen ookal begreep ik de eerste keren heel weinig van. Mightysociety2 van Eric de Vroedt was een eyeopener op het gebied van engagement: dat je wat je in de krant leest zo direct op het toneel kunt zetten.”

“Tegelijkertijd werkte ik met Lucas de Man en zijn stichting Nieuwe Helden. Wij willen allebei fictie in de realiteit injecteren en op die manier ontregelen en mensen aan het denken zetten. Zo kwam ik op dit plan, om iets te maken met mijn achtergrond, mijn familie en identiteit. In het begin was het heel ongericht. Toen kwam ik op het idee om er een reeks van te maken: zes voorstellingen over mijn familie met als titel Het Beloofde Feest: Eet Smakelijk over mijn moeder, op Festival Over het IJ maakte ik afgelopen zomer Janken en Schieten over mijn oma, mijn opa, vader, broertje en ik zelf komen de komende twee seizoenen aan de beurt.”

“Maar ik heb ook een lijstje met droomstukken die ik graag zou regisseren; Ghetto van Joshua Sobol of Ajax van Sophokles. Op een gegeven moment zal ik wel stoppen met ego-documenten.”

Te zien 4 t/m 6/9 in de Brakke Grond. Meer info op www.tf.nl en www.huisvanbourgondie.nl

Clairy Polak maakt TF Selectie bekend

nieuws,Parool — simber op 20 mei 2009 om 12:14 uur
tags: , ,

In Amsterdam heeft juryvoorzitter Clairy Polak de selectie van beste theatervoorstellingen van het seizoen bekend gemaakt. De jury van het Nederlands Theater Festival (TF) selecteerde elf voorstellingen die zij tot de hoogtepunten van het seizoen rekent en die in september in Amsterdam zullen worden hernomen. De jury koos een diverse lijst met onder andere een komisch maatschappelijk rechtbankdrama (De Grote Verkiezingsshow), een monoloog voor de grote zaal (Brandhout) en twee country-musicals (Heelhuids en halsoverkop en The Broken Circle Breakdown).

In tegenstelling tot vorig jaar, toen veel locatie- en zogenaamde ervaringstheatervoorstellingen werden verkozen, heeft de jury –naast Polak bestaande uit drie dramaturgen een journalist een werkplaatsdirecteur en producent Gislebert Thierens- zich dit jaar keurig aan de opdracht gehouden: vijf voorstellingen in de grote zaal werden uitverkoren en vijf in de kleine zaal. Vooruit, er zit toch nog één locatieproject bij: de toesprakencompilatie De Grote Mond van het Vlaamse gezelschap Skagen.

Binnen deze diverse keuze is weinig lijn te ontdekken, vindt ook Polak: “Voorstellingen zijn om verschillende redenen geselecteerd, maar ze zijn allemaal de moeite waard om vaker getoond te worden. Het was ook niet onze taak om samenhang aan te brengen. Het was onze taak om een mooi festival samen te stellen met hoogtepunten uit het theaterseizoen. We kozen voorstellingen die ons bij de kladden hebben gegrepen en die onder onze huid zijn gekropen. Soms gebeurt dat door de zeggingskracht en soms door het vakmanschap van de makers.”

Er zitten wel meerdere multidisciplinaire voorstellingen in de selectie.

“Ja dat klopt wel, vooral Heelhuids en halsoverkop is een voorstelling waarin zo ongeveer alle genres aan bod komen, van musical tot deurenkomedie en moderne dans. En Carmen is een samensmelting van theater en opera voor kinderen. Achteraf gezien is dat wellicht een thema, maar zo hebben we het niet bedoeld.
Ik vind die genreoverstijgende voorstellingen wel extra boeiend. Het zet je op het verkeerde been. Je bent naar iets aan het kijken dat je bekend voorkomt, maar ineens blijkt het iets anders te zijn, dat is spannend. Maar De Geit is bijvoorbeeld weer puur toneel, een stuk over een onwaarschijnlijk gegeven: een vrouw die erachter komt dat haar man een affaire heeft met een geit, maar het wordt zeer geloofwaardig gemaakt. En het is een voorstelling die heel laat knap zien hoe wij met onze taboes omgaan.”

Wat is u opgevallen aan het theater dat u zag dit afgelopen seizoen?

“In het algemeen viel me enorm op dat er ontzettend goed gespeeld werd. Ik had nog het ouderwetse idee dat je voor goed acteren in Londen moet zijn., maar dat blijkt absoluut niet waar. Een actrice als Sacha Bulthuis speelt je helemaal van de sokken.
Verder lijken theatermakers dit seizoen graag terug te grijpen op thema’s uit film of literatuur. Zoals Tien Geboden, naar de films van Krzysztof Kie?lowski. Een prachtige voorstelling over de worsteling van mensen met het leven, daarbij niet geholpen door God. Kleine en grote dilemma’s, grote emoties en verstilde momenten, humor en tragiek.”

Wat was uw rol in de jury?

“Ik heb niet zoveel gezien als een aantal van mijn collega juryleden, ik kreeg een soort selectie. De jury als geheel heeft ongeveer driehonderd voorstellingen gezien. Tijdens de laatste vergadering moesten er soms wat knopen doorgehakt worden en daarnaast heb ik het juryrapport geschreven. De keuze was soms moeilijk: over de helft van de voorstellingen werden we redelijk gemakkelijk eens, over de andere helft was veel discussie. Natuurlijk zijn er een aantal persoonlijke favorieten gesneuveld, maar dat geldt voor iedereen.
We hebben wel geworsteld met de dwingende eis dat we vijf grote zaal-voorstellingen en vijf kleine zaal-voorstellingen moesten kiezen. Er wordt veel in de kleine zaal gemaakt en minder in de grote zaal, dus het was vooral in de kleine zaal een kwestie van kill your darlings.”

Hoe heeft u het werken bij NOVA kunnen combineren met het juryvoorzitterschap?

“Dat kon eigenlijk niet, ik had er eigenlijk ook nauwelijks tijd voor, maar ik heb het toch gedaan. Ik presenteer NOVA drie of vier avonden per week, dat betekent dat ik hooguit zo’n twee keer per week naar het theater kon. Maar ik vond het verrukkelijk om te doen. Ik ging de laatste jaren, mede door NOVA, veel minder naar het theater, dus was het heerlijk om weer zoveel te zien. Oude tijden herleefden, mag ik wel zeggen, het leek wel de tijd toen ik nog redacteur was van de Uitkrant.”

De Juryselectie voor het Nederlands Theater Festival

De Geit of Wie is Sylvia? van het  Onafhankelijk Toneel
Tien Geboden van NT Gent en Wunderbaum
Carmen van Nationale Toneel en Stella Den Haag
Brandhout. Een irritatie van tg Stan
De grote verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel
De grote mond van Skagen
Ben ik al geboren? van Toneelgroep De Appel
Heelhuids & Halsoverkop, een countrymusical van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni
Amateurs van Nieuw West
MightySociety 6 van MightySociety
The Broken Circle Breakdown van Cie Cecilia

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 3 t/m 13 september 2009. Meer info op www.tf.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2018 Simber | powered by WordPress with Barecity