Recensie: ‘De dood van Theo van Gogh’ van Eddy Terstall en De Balie

Ter gelegenheid van de heropening van de verbouwde grote zaal van de Balie vroeg het debatcentrum aan filmmaker Eddy Terstall om een toneelstuk te schrijven. Dat lijkt een goede combinatie van kunst en politiek, maar De dood van Theo van Gogh valt als voorstelling én als startpunt van discussie nogal tegen.

Het voornaamste bezwaar is dat Terstall het zichzelf wel erg makkelijk heeft gemaakt. Zijn toneelstuk gaat over het maken van een toneelstuk: Ayaan Hirsi Ali (gespeeld door Lucretia van der Vloot) is door de Balie gevraagd om een toneelstuk te schrijven en ze vraagt de naïef linkse actrice Femke Lakerveld (Femke Lakerveld) om naakt aan het kruis te hangen, terwijl ze af en toe hinderlijk gestoord wordt door een half-fictieve non (Sanne Vogel). Het zal niet gaan over de islam, maar het is een “aanklacht tegen de positie van de vrouw wereldwijd.”

Wat Terstall wel kan is dialogen schrijven en in de eerste helft van de voorstelling is het gekibbel van de drie vrouwen over het imago van Ayaan, het verschil (of niet) tussen christendom en islam en de moeite die alle wereldreligies met vrouwen hebben. De drie vrouwen praten allemaal op die moderne, nasaal ironische toon die irriteert, maar goed past bij de relativerende toon van de voorstelling. De non doet een lapdance, Ayaan zingt een lied en de actrice wil vooral weten of ze genoeg tijd heeft om nog wat kilootjes eraf te werken voordat ze naakt op toneel moet.

Het draait erop uit dat Ayaan eigenlijk een christelijke versie wil maken van Submission: een naakte vrouw aan het kruis reciteert vrouwonvriendelijke teksten uit de bijbel. Al hangend aan het kruis raakt Lakerveld nog even in gesprek met God (de stem van Theo van Gogh, gesampled uit zijn interviews). Het probleem is dat je de pointe – een christelijke Submission is gevaarloos – al lang hebt bedacht. De uitvoering is dus een dubbele anticlimax, het potsierlijke einde (een agent van het OM legt de voorstelling stil wegens godslastering) ten spijt.

De gemakzucht van Terstall legt een zware last bij de actrices die zich bij de eerste voorstelling weinig tekstzeker en niet geholpen door falende zendmicrofoons door de veertig minuten heen werkten. Dat zal zeker nog verbeteren. Maar waar Hirsi Ali en Van Gogh pijnlijke punten zochten en dan dóórdrukten, geeft Terstall niet meer dan een speldeprik.

De dood van Theo van Gogh van Eddy Terstall en De Balie. Gezien in de Balie 2/9. Aldaar nog t/m 4/9. Tournee in 2012. Meer info op www.balie.nl

Joop van den Ende wint Oeuvreprijs

nieuws,Parool — simber op 2 september 2011 om 00:26 uur
tags: , , , ,

Tijdens de opening van het Nederlands Theaterfestival heeft Joop van den Ende gisteravond in de Stadsschouwburg de VSCD Oeuvreprijs uitgereikt gekregen. De prijs van de verenigde schouwburgdirecteuren wordt hem specifiek toegekend voor zijn verdiensten als musicalproducent en vanwege “de compromisloze kwaliteit die hij aan zijn producties meegaf”. De verraste Van den Ende sprak in zijn dankwoord over zijn liefde voor het toneel die in de Stadsschouwburg was gegroeid en zegt de prijs te willen delen met zijn vrouw Janine.

Vóór de uitreiking had Van den Ende de Staat van het Theater uitgesproken, de jaarlijkse openingstoespraak van het festival. Hij hekelde daarin de houding ten opzichte van cultuur van het huidige kabinet: “Het dedain waarmee men de cultuur behandelt is erger dan de bezuinigingen.” Tegelijk riep hij de kunsten op om nu op te houden met zeuren en aan de slag te gaan. “Wij kunnen vanuit de kunst een antwoord bieden op mensen die totaal niet creatief zijn.”

Van den Ende besloot met een concrete oproep voor een betere kunstlobby in Den Haag. “Alle belangenorganisaties in de kunst moeten daarvoor geld opzij zetten, zodat we een volwaardige gesprekspartner worden. Er wordt nu in Den Haag een Geefwet in elkaar gezet. Alle maatschappelijke sectoren worden daarbij gehoord, behalve de kunsten.”

Zo’n lobbyorganisatie zou een gezaghebbende aanvoerder moeten hebben, zoals Erica Terpstra dat lange tijd was  voor de sport. Is Van den Ende zelf geïnteresseerd in die rol? “Nee, ik heb het geduld niet voor de politiek”, zegt hij achteraf, “Maar ik zou dat graag helpen opbouwen en ik heb ook wel ideeën wie dat zou moeten doen.”

De aloude scheiding tussen gesubsidieerde en commerciële cultuur leek deze middag verdwenen. Van den Ende presenteerde zich nadrukkelijk als onderdeel van de in de zaal verzamelde theatersector en zijn speech leek nog het meest op een peptalk om de gedemoraliseerde kunsten wat zelfvertrouwen te geven. De aanwezigen beloonden hem met gul applaus, al werd het geen staande ovatie.

Naast Van den Ende sprak ook Clairy Polak, als voorzitter van de jury die de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen selecteerde. Zij merkte op dat kunst door de regeringsmaatregelen hoe dan ook elitairder wordt en dat kunstenaars moeten kiezen of ze zich op een groot publiek of op een doelgroep richten, waarbij ze haar voorkeur niet onder stoelen of banken stak: “Het mag wel wat minder veilig. We leven tenslotte in gevaarlijke tijden.”

Facebooktheater

Parool,PS Kunst — simber op 2 september 2011 om 00:21 uur
tags: , , , ,

Het theaterseizoen begint met terugkijken. Morgen start Het Nederlands Theaterfestival, waar tot 11 september de hoogtepunten van het afgelopen theaterseizoen nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein. Een jury van experts koos de tien belangrijkste voorstellingen, en daarnaast zijn een aantal genomineerden voor de Toneelpublieksprijs te zien. Nu leek het afgelopen seizoen voornamelijk te bestaan uit luidruchtige woede over de aangekondigde bezuinigingen, maar tussendoor werd ook nog heel goed theater gemaakt.

De selectie die de jury daaruit maakte geeft dit jaar een vrij onevenwichtige indruk. Gelukkig ontbreken de twee essentiële voorstellingen van het seizoen niet: Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Ivo van Hove, de publiekshit voor Toneelgroep Amsterdam. Maar verder is het vooral middle-of-the-road-toneel als De Kus van Hummelinck Stuurman of Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam. En waar is Richard III van Orkater, de fenomenaal succesvolle mash-up van Shakespeare en Tom Waits, waar Gijs Scholten van Aschat zo’n memorabele slechterik neerzette? Het is maar goed dat die voorstelling nog wel in het festival te zien als één van de publieksfavorieten van vorig jaar.

Eén zinnetje uit het jurycommentaar viel op: “In de kleine zaal kreeg de trend van egodocumentair theater definitief voet aan de grond.” Dat is te zeggen. Het wemelde dit jaar van de solovoorstellingen waarin makers van in de twintig of dertig zelf op het toneel stonden en op ongedwongen wijze het publiek zijn of haar verhaal vertelden.

Nasrdin Dchar vertelde in Oumi hoe een toneelrol in De Familie Avenier van Maria Goos hem ongewild in een identiteitscrisis stortte; Marjolijn van Heemstra vertelde in Family ’81 hoe ze in India, Zuid Afrika en Frankrijk op bezoek ging bij drie mensen met dezelfde geboortedatum als zijzelf; Sadettin Kirmiziyüz vertelde in De vader, de zoon en het heilige feest hoe hij met zijn vader op Hadj ging naar Mekka; Ilay den Boer vertelde in Zoek het lekker zelf uit hoe zijn opa voor de oorlog in Israël terecht kwam; Sanne Vogel vertelde in Document over het borstkankergen dat in haar familie woedt; Joris Smit vertelde over de psychiatrische inrichting Dennendal, samen met zijn eigen vader die daar in de jaren ’70 werkte; en Laura van Dolron vertelde in Sartre zegt sorry over haar moeizame verhouding met het doorgeslagen individualisme waar ze de Franse filosoof de schuld van geeft.

Kortom, het was een heuse trend. Je zou het ‘Facebook-theater’ kunnen noemen, omdat de makers dezelfde bestudeerde openhartigheid hanteren als gebruikers van het sociale netwerk. Ze geven veel van zichzelf bloot, soms inclusief vakantie- of jeugdfoto’s, en hun ouders en opvoeding komen expliciet aan de orde. Vorig jaar speelde Ilay den Boer al een voorstelling samen met zijn vader, dit jaar werden de ouders van Joris Smit, Jetse Batelaan en van de hele Duitse groep She She Pop het toneel op gesleept.

Het onderscheid met cabaret is soms moeilijk te maken; de voorstellingen zijn grappig en geëngageerd en de persoonlijkheid van de maker staat centraal. Niet voor niets noemt Van Dolron haar voorstellingen ‘stand-up filosofie’. De jury koos alleen háár voorstelling uit voor het festival en liet zo veel moois liggen. Die in het oog springende omissie wordt door festivaldirecteur Jeffrey Meulman gelukkig hersteld: onder de noemer ‘Director’s choice’ vroeg hij de voorstellingen Family ’81 en Oumi toe aan het programma.

En dat zijn beide aanraders. In Family ’81 gaat dichteres en theatermaakster Marjolijn van Heemstra op zoek naar mensen met dezelfde geboortedatum als zij, vanuit het idee dat mensen meer kinderen van hun tijd zijn dan van hun ouders. Met een Zuidafrikaanse, een Indiër en een Libanese zoekt ze gemeenschappelijke beelden uit hun jeugd in de jaren negentig. Voor elk van hen leek het einde van de Koude Oorlog en de Libanese burgeroorlog, het vrijlaten van Nelson Mandela en het openen van de markt in India het begin van een nieuw, optimistisch tijdperk, maar bij iedereen volgde een omslag. Van Heemstra staat alleen op het toneel, maar boven haar worden de andere drie geprojecteerd, alsof ze aan het skypen zijn. Maar ze zeggen niks; ze kijken toe en roken af en toe een sigaret, terwijl Van Heemstra vertelt over Clinton, MC Hammer en het gekloonde schaap Dolly.

In Oumi vertelt toneelspeler Nasrdin Dchar over de rol die hij speelde in De Geschiedenis van de Familie Avenier van Het Toneel Speelt. In de voorstelling speelt hij een Marokkaanse immigrant die in het familiebedrijf komt werken; voor Dchar is het alsof hij het levensverhaal van zijn eigen vader speelt. Maar als er een jaar later een vervolgvoorstelling komt, blijkt zijn personage ineens een dief die er met de kas vandoor gaat. Dchar voelt het als verraad aan zijn familie en stapt uit de voorstelling. Maar na gesprekken met Maria Goos, de schrijfster van Avenier, en een bezoek aan het geboortedorp van zijn ouders realiseert hij zich dat het misschien belangrijker is dat hij er wél staat: als Marokkaanse acteur op het podium van de Stadsschouwburg, tussen de Nederlandse sterren.

Zo bezien zijn de ‘Facebook-voorstellingen’ niet zomaar egodocumenten. Expliciete persoonlijke ontboezemingen zijn altijd al onderdeel geweest van theater en performance kunst en zijn eens in de zoveel tijd in de mode. Ik herinner me de leden van Mugmetdegoudentand die op het podium onbeschaamd hun generatie-X-problemen uitventten; Michael Matthews die zijn stervende, door aids geteisterde lichaam toonde; het feministische theater van Carla Mulder en de jongerenvoorstellingen van Ine te Rietstap.

Het verschil zit hem erin dat jongeren niet zo boos zijn als hun voorgangers: die voelden zich door de maatschappij belemmerd om zich te ontplooien omdat ze te ziek waren of vrouw, of van de verkeerde generatie. Ze hielden zich vast aan de onderdelen van hun identiteit die onveranderlijk waren, die ze enerzijds als gebrek en anderzijds als bron van trots ervaarden.

Dat is voor twintigers en dertigers van nu een moeilijk te doorgronden standpunt: zij zijn opgegroeid met het idee dat identiteit iets flexibels is; een paar meerkeuzevragen in een beroepentest of de in te vullen vakjes op je profielpagina van Facebook of Hyves. Maar zo gemakkelijk is het natuurlijk niet, en dat is precies waar al die Facebook-voorstellingen over gaan.

Het mooist zie je dat in een voorstelling die niet te zien is op het festival, maar die er zeker niet had misstaan: De vader, de zoon en het heilige feest van de Turks-Nederlandse theatermaker Sadettin Kirmiziyüz. Hij omschrijft zichzelf als een “geassimileerde agnostische migrantenzoon”, maar uit een combinatie van zucht naar avontuur, religieuze nieuwsgierigheid en behoefte aan bonding met zijn vader maakt hij de islamitische heilige pelgrimstocht naar Mekka.

Wat zo bijzonder is aan deze voorstelling is dat Kirmiziyüz zijn Hadj niet beschrijft als een onvervreemdbaar deel van zijn cultuur en van zichzelf, maar juist als een zoektocht naar zelfontplooiing. Zo balanceert hij de hele tijd tussen afstandelijk en een beetje ironisch observeren en het moeizaam maar oprecht beschrijven van de spirituele ervaring die de reis voor hem toch ook is. In die zin lijken de reizen van Van Heemstra, Dchar en Kirmiziyüz op elkaar; moderne jonge mensen op zoek naar zichzelf en vormende ervaringen.

Er is nog een ander belangrijk onderscheid met de egodocumenten van een generatie eerder. Waar kunstenaars destijds op zoek waren naar ongemakkelijke werkelijkheid en confrontatie op het podium, zijn de huidige twintigers en dertigers gastvrij en ontwapenend –om niet te zeggen poeslief. Ze zijn meer geïnteresseerd in authenticiteit dan in feitelijkheid. Niet alles wat ze op het toneel vertellen is waar, ze zijn zich hyperbewust van de manipulatieve kracht van het theater en zetten die doelmatig in voor hun verhaal.

Daarin is Facebook-theater helemaal van nu. Het zijn voorstellingen waarin live, voor je neus identiteit wordt geconstrueerd. Als toeschouwer mag je je eraan spiegelen, erin meegaan of gewoon je duim omhoog doen en het liken.

Op vrijdag 2 september vind onder de titel Kunst van Ikke een debat plaats over egodocumentair theater. Aanvang 17:00 uur in de Stadsschouwburg
Family ’81: 3 t/m 5 september, 12:30 uur in Bellevue
Oumi: 6 t/m 11 september, 12:30 uur in Bellevue

Het Nederlands Theaterfestival is de jaarlijkse reprise van de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Niet te missen zijn de voorstellingen Mightysociety8 van Eric de Vroedt en Kinderen van de Zon van Toneelgroep Amsterdam. Naast de voorstellingen is er een uitgebreid randprogramma, met oa. op 3 september een bijzondere terugblik op de legendarische hondenvoorstelling Going to the Dogs van Wim T. Schippers en op 4 september De Nacht van de Regie, waarin vijf vooraanstaande regisseurs ieder een scène uit Richard III te lijf gaan. Tegelijkertijd vindt op de meest vreemde plekken in de stad het Amsterdam Fringe Festival plaats. Op 11 september wordt het festival afgesloten met de uitreiking van de belangrijkste toneelprijzen.
Meer info op www.tf.nl

 

Evaluatie Basisinfrastructuur

Theatermaker — simber op 2 september 2011 om 00:13 uur
tags: ,

(Dit artikel werd geschreven in opdracht van het TIN voor de Veldanalyse van het VTI. Het boek met die Vlaamse versie is te downloaden. Hieronder staat de bewerking (korter, minder voor Vlamingen noodzakelijke uitleg) die ik maakte voor de TM van april.)

De Basisinfrastructuur; ten halve gekeerd of ten dele gedwaald

Op 1 januari 2009 ging in Nederland een nieuw subsidiestelsel van start. Aan de introductie van de Basis Infra Structuur, kortweg BIS, ging zo’n zes jaar onderzoek, bestuurlijk passen en meten, analyse en discussie vooraf. In het tweede jaar van het nieuwe stelsel besloot een nieuwe regering zonder evaluatie of onderbouwing dat het niet voldeed. Maar omdat een nieuwe, zij het kleinere BIS in het vooruitzicht is gesteld, is het nuttig het huidige stelsel te evalueren en te bezien welke conclusies en aanbevelingen voor het volgende stelsel kunnen worden getrokken.

Cultuurbeleid in Nederland verloopt grotendeels in een continuüm, maar laten we de noodzakelijke voorgeschiedenis aanvangen met de invoering van de Cultuurnota (toen nog Kunstenplan geheten) in 1988. Dat behelsde dat alle kunstinstellingen eens in de vier jaar op hun kwaliteit zouden worden beoordeeld door één adviesorgaan: de Raad voor de Kunst (later Raad voor Cultuur). Dat raadsadvies zou op die manier leiden tot één nota voor de gehele cultuursector. Dat was een enorme verbetering ten opzichte van de bestaande praktijk, waarin per discipline nota’s werden geschreven en een groot aantal adviescommissies werd geraadpleegd. De Tweede Kamer zou op basis van die nieuwe Cultuurnota de discussie kunnen voeren over de hoofdlijnen van het beleid en de kunstenaars zouden vervolgens vier jaar ongestoord aan het werk kunnen.

Maar al snel begonnen juist bij die zogenoemde integrale visie de problemen. De Raad voor Cultuur moest zich niet alleen uitspreken over de kwaliteit van de aanvragende instellingen, maar ook over hun functioneren in de samenleving en over financieringsvraagstukken. Een groot deel van de beleidsontwikkeling op het gebied van cultuur vond niet meer plaats op het ministerie van OCW, maar in de statige villa van de Raad aan de Schimmelpennincklaan in Den Haag. De Raad speelde een grote rol in de steeds verder opgetuigde cultuurnotaprocedure, waar vooradviezen, sectoranalyses, een uitgangspuntennota en convenantbesprekingen aan werden toegevoegd. Critici spraken over een ‘ontzielde procedure’, met de Raad als ‘buitenministerie’ of ‘lobbyorganisatie voor de kunsten’.

Maar niet alleen de procedure dijde uit, ook het aantal instellingen groeide enorm. Vanaf 1992 verdubbelde het aantal vierjarig gesubsidieerde instellingen tot 433 in de Cultuurnota 2005-2008. Niet alleen kwamen er veel meer theatergroepen en muziekensembles bij, ook alle archieven, fondsen en kunstopleidingen werden de Cultuurnota in getrokken. Tegelijkertijd groeide het budget, maar door het principe van de verdelende rechtvaardigheid kregen slechts weinig aanvragers echt voldoende geld.

Continue reading “Evaluatie Basisinfrastructuur” »

Koers Kunst – nieuwe ideeën in de kunst

overig — simber op 1 september 2011 om 23:49 uur
tags:

Wat achterstallige stukken. Dit was voor het tijdschrift 609 van het Mediafonds.

Onder het motto dat elke crisis kansen biedt gaan een cultuurexpert en een journalist de komende maanden op zoek naar nieuwe ideeën voor het cultuurbeleid in Nederland onder de titel Koers Kunst. Simon van den Berg (de journalist) over de noodzaak van vernieuwende denkbeelden.

De cultuursector in Nederland lijkt roerloos in beweging. In afwachting van de forse bezuinigingen die de overheid heeft aangekondigd wordt zowel in de kunsten als de media even uitgebreid als onzichtbaar overlegd en onderhandeld over de toekomst. In Hilversum praten publieke omroepen in onwaarschijnlijke combinaties over fusies, in de kunsten hebben de belangrijkste vertegenwoordigingsorganen zich verenigd in de Tafel van Zes en de Raad voor Cultuur nodigde drie buitenstaanders uit om hun visie te geven op het culturele landschap. En dit is nog maar het topje van de ijsberg.

Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het hier gaat om edele vorm van belangenbehartiging. Iedereen maakt zich zorgen over het gebrek aan legitimatie voor het subsidiëren van kunst en media, maar onder druk van de daadkrachtige snoei-agenda van staatssecretaris Halbe Zijlstra wordt de verdediging van waarden als snel de verdediging van instanties en belangen.

Het lijkt de sector, kortom, te ontberen aan werkelijk nieuwe ideeën. En eigenlijk is dat vreemd, omdat de afgelopen decennia een zee van nieuwe kansen is ontstaan op het gebied van democratisering, technologie en digitale cultuur. De rol van de kunst in de maatschappij verandert, en daarmee de functies en verwachtingen die we van kunst hebben.

De vraag is dus hoe we kunstenaars in staat stellen de taken die we als samenleving aan de kunst stellen zo goed mogelijk uit te voeren. Voor een deel zijn dat verdelingsvraagstukken, maar er komen andere, fundamentelere vragen aan de orde.

Is er bijvoorbeeld een conflict tussen peer-review en de mate waarin instellingen door hun publiek gedragen worden? Welke rol spelen plekken als musea en theaters nog in een tijdperk van digitale distributie? Waarom is de afgelopen veertig jaar het kunstbezoek in Nederland niet meegestegen met het opleidingsniveau? Staat intellectueel eigendomsrecht in de weg van een daadwerkelijk vernieuwende sample-cultuur? Waarom is het veld van fondsen en sectorinstituten nog steeds verdeeld in disciplines terwijl veel kunstenaars niet meer in dat soort hokjes te plaatsen zijn?

Met ‘Koers Kunst – de beste ideeën voor een cultureler Nederland’ gaan we, samen met experts en betrokken buitenstaanders, op zoek naar twintig concrete ideeën, die een denkrichting vertegenwoordigen, een knelpunt aanpakken of een kans grijpen. Niet defensief, over geld of belangen, maar een open zoektocht, die discussie losmaakt, zodat een nationale brainstorm ontstaat.

Op de website Koerskunst.nl presenteren we de komende maanden de resultaten van onze queeste. Misschien zullen sommige ideeën megalomaan, moeilijk uitvoerbaar of controversieel zijn, maar in ieder geval zijn ze prikkelend, creatief en zo concreet en toepasbaar mogelijk. Een panel van drie experts beoordeeld ieder idee en ook de meningen van bezoekers zijn welkom. Zo wordt de website uiteindelijke een groeiend manifest voor een andere manier van denken over de kunsten. Wellicht zal het cultuurbeleid volgen.

www.koerskunst.nl

Interview Cees de Graaff

interviews — simber op 1 september 2011 om 23:33 uur
tags: ,

Wat achterstallige stukken. Een interview voor de programmakrant van De Brakke Grond.

Cees de Graaff is van beroep directeur. Hij werkte onder meer bij Dansgroep Krisztina de Châtel, Kunst en Cultuur Noord Holland en Arti & Amicitiae. Vanuit behoefte aan een breder perspectief  kwam hij terecht bij de Jeugdcircussen van Ethiopië en sindsdien is internationalisering  zijn stokpaardje. Inmiddels is hij directeur van de SICA. ‘Ik ben ervan overtuigd dat cultuur meer is dan een hangplek voor de rijken.’

De Graaff is een bevlogen man, en daarbij een die zich de beleidstaal volkomen eigen heeft gemaakt. In zijn kantoor, ver achterin Felix Meritis, heeft hij het over ‘techniek’, ‘gereedschap’ of ‘instrumenten’, metaforen die moeten suggereren dat het internationaal cultuurbeleid veel concreter is als gemiddeld gedacht wordt. ‘De kennis van de SICA is niet alleen maar inhoudelijk’, zegt hij, ‘We investeren liever in relaties dan in bakstenen.’

Hij werkt nu een jaar bij de SICA. ‘Mijn eerste taak is hier samenhang brengen in onze doelstelling en taken. De SICA was toch een beetje een stapeling van projecten. We hebben een aantal basistaken, zoals het ondersteunen van de Nederlandse ambassades op cultureel gebied of de vraagbaakfunctie voor Nederlandse culturele instellingen die iets in het buitenland willen, maar daarnaast kiezen we zelf een aantal zwaartepunten. Zoals onze projecten in culturele hotspots als Rusland, Brazilië, Turkije en China.’

‘We zoeken steeds naar de combinatie van wat cultureel interessant en strategisch interessant is. Met die vier landen hebben we in de eerste plaats strategische motieven: Nederland wil betere betrekkingen met die landen en wij kijken welke culturele mogelijkheden er zijn om een  beter begrip bevorderen: waar gebeuren artistiek interessante dingen waar we bij moeten zijn?’

Continue reading “Interview Cees de Graaff” »

Dubbelinterview: Ivo van Hove en Thibaud Delpeut

interviews — simber op 1 september 2011 om 23:28 uur
tags: , , ,

Wat achterstallige stukken. Dit is geschreven voor de eerste editie van de nieuwe schouwburgkrant die voor de zomer verscheen.

Vier jaar geleden startte Toneelgroep Amsterdam-directeur Ivo van Hove met TA-2. In samenwerking met de Toneelschuur in Haarlem konden jonge regisseurs voorstellingen maken met spelers en technische ondersteuning van het gezelschap, als voorbereiding voor het werken in de grote zaal. Na vier jaar is regisseur Thibaud Delpeut klaar met het talentontwikkelingstraject, maar hij blijft betrokken bij TA: dit najaar is hij dramaturg bij Husbands, het seizoen daarop maakt hij zijn eerste grotezaalvoorstelling. Tijd voor een gesprek tussen de meester (die net begonnen is met de repetities van De Russen!) en de gezel (die werkt aan de voorstelling 4.48 Psychosis voor op de zomerfestivals). In het kantoor van Van Hove, hoog achterin de Stadsschouwburg, spreken de twee mannen half tegen, half óver elkaar.

Zijn jullie inderdaad te kenschetsen als meester en gezel?

Van Hove: “Dan is hij de meester en ik de gezel.”

“Ik heb het nooit zo gevoeld, omdat we al heel snel inhoudelijk met elkaar spraken, gelijk vanaf het begin was er wederzijds respect. Ik heb hem af en toe wel behoed voor een fout, maar dat heb jij mij ook.”

Delpeut: “Tijdens onze eerste gesprekken zat ik nog op school en ik wilde van alles. Ik was met verschillende groepen in gesprek en ik was echt totaal in onderhandeling, alsof ik een bank aan het overnemen was. Ik respecteerde Ivo als regisseur en wilde graag in de grote zaal werken. Maar Ivo is niet alleen regisseur, maar ook directeur en dat fascineerde me. Hoe combineer je dat? Hoeveel directeur zit er in de regisseur en andersom? En vervolgens kwam ik erachter dat hij vaker dan je wil messcherp tussen die twee kan schakelen.”

Continue reading “Dubbelinterview: Ivo van Hove en Thibaud Delpeut” »

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2021 Simber | powered by WordPress with Barecity