Geheime plekken in Berlijn: 5. Das Olympisches Dorf

gehwegschäden,niet-theater — simber op 22 mei 2010 om 23:35 uur
tags:

Olympisches Dorf

Mijn zoektocht naar geheime plekken brengt me inmiddels behoorlijk ver de stad uit. Naar het dorp Elstal, ongeveer 15 kilometer ten westen van Spandau, waar het Olympische Dorp staat dat gebouwd werd voor de Olympische Spelen van 1936. De gebouwen in het ruime dorp staan er schitterend te vervallen, maar ook hier is de opknapmaffia alweer hard aan het werk om het allemaal netjes, informatief en toegankelijk te maken.

Olympisches Dorf

Het dorp is een opvallend heuvelachtig terrein met ongeveer 140 woongebouwen, sommige zien eruit als barakken -bijvoorbeeld het inmiddels opgeknapte ‘Jesse-Owenshaus’, waar de Amerikaanse atleet verbleef- zodat er de onvermijdelijke concentratiekampassociaties zich opdringen. Maar de meeste gebouwen zijn toch betonnen flatjes van vier hoog.

Continue reading “Geheime plekken in Berlijn: 5. Das Olympisches Dorf” »

Geheime plekken in Berlijn: 4. De exclave Steinstücken

gehwegschäden,niet-theater — simber op 21 mei 2010 om 20:10 uur
tags:

Exclave Steinstücken

Het is een dubbele geheime plek: niet alleen moet je hem kennen, maar op de plek zelf is eigenlijk ook niets te zien. Het enige wat rest van de merkwaardige geschiedenis van de Berlijnse exclaves zijn rare vormen op de kaart en een klein monument.

De ‘exclaves’ van West Berlijn zijn kleine stukjes land die tot het grondgebied van de de stad Berlijn horen, maar die geheel omgeven zijn door land van de provincie Brandenburg, ongeveer zoals Baarle Nassau een stukje België in Nederland is. Dat soort curiosa komt vaker voor, maar het leidde tot grote problemen toen de Oost-Duitsers in 1961 een muur om West Berlijn heen bouwden. Acht van dit soort lapjes grond, vaak niet meer dan een weiland, werden van de rest van Berlijn afgesneden.

Exclave Steinstücken

Continue reading “Geheime plekken in Berlijn: 4. De exclave Steinstücken” »

Geheime plekken in Berlijn: 3. Pfaueninsel

gehwegschäden,niet-theater — simber op 20 mei 2010 om 23:31 uur
tags:

Pfaueninsel

Het is een stukje fietsen, maar dan kom je nog eens ergens. Het Pfaueninsel is een eiland in de Wannsee, in het zuidwesten van Berlijn. Een oud jachteiland van de keurvorsten van Brandenburg, waren eerst vooral konijntjes woonden en waar later pauwen werden gehouden. (Pauwen: uitheems en duur, dus houden op een eiland.) Nu worden de dieren niet meer geschoten maar beschermd, maar dat is nog niet het bijzonderste.

Pfaueninsel

Het merkwaardige aan het eiland zijn de follies, rare gebouwtjes in de Engelse stijl van nep-ruïnes. Het zijn er een stuk of tien, verspreid over het hele eiland, met ertussenin paden, stukjes aangelegd park en iets ruigere natuur. Een paar van de gebouwtjes zijn volières of winteropvang voor de vogels, maar er zijn ook een paar bewoonbare kasteeltjes.

Continue reading “Geheime plekken in Berlijn: 3. Pfaueninsel” »

Over de keuze van Het Theaterfestival

meningen,Parool — simber op 20 mei 2010 om 09:48 uur
tags: ,

Afgelopen zaterdag maakte juryvoorzitter Adelheid Roosen de selectie van het Nederlands Theaterfestival bekend: tien voorstellingen die goed, interessant of belangrijk genoeg zijn om in september nog eens onder de aandacht te brengen: een best of van het Nederlands theater.

Toevallig genoeg is tijdens de bekendmaking de ‘grote broer’ van het Theaterfestival aan de gang: het Duitse TheaterTreffen in Berlijn, met de tien beste voorstellingen uit de Duitstalige wereld. Het is interessant om de overeenkomsten te zien tussen beide selecties: zowel in Nederland als in Duitsland koos de jury voor hedendaagse toneelschrijvers, in de beide selecties komt Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek aan bod; Shakespeare, Tsjechov en ander klassiek repertoire ontbreken geheel.

Dat is vooral in Duitsland bijzonder: daar zoeken regisseurs toch vaak een bekend stuk om hun hedendaagse visie aan op te hangen. Nu zijn er vooral nieuwe stukken te zien, en het is kredietcrisis vóór en kredietcrisis na, ongans word je ervan. De voorstellingen zijn over het algemeen mooi gespeeld, zien er prachtig uit en je merkt dat over alles goed is nagedacht, maar het engagement is ook vaak gratuit: keer op keer moet het publiek zich herkennen in verhalen –zoals in Kasimir und Karoline, Riesenbutzbach of  Der Goldene Drache– van eenvoudige mensen uit de onderklasse die lamgeslagen zijn door een crisis (vaak worden de jaren dertig van stal gehaald), waar ze zelf geen schuld aan hebben. Geen wonder dus dat in Duitsland de remedie tegen de Griekse crisis zo impopulair is; het ‘aan ons ligt het niet’-gevoel is er overweldigend.

En als de jury kiest voor iets dat niet met de crisis te maken heeft, zijn het meteen superbanale voorstellingen als Life and Times -een vier uur durende musical over de eerste zes jaar van het leven van een doodgewoon meisje- of Die Stunde da wir nichts voneinander wussten – flauwe mime over niks.

Daarmee vergeleken heeft de Nederlandse jury het bijzonder goed gedaan. Na de rommelige en willekeurige keuze van vorig jaar hebben Roosen en haar medejuryleden een uitstekende selectie gemaakt van de essentiële voorstellingen van het jaar (Branden en Hannah en Martin), de makers en gezelschappen die de krenten in de pap zorgden (zoals Susanne Kennedy en Oostpool), werk waarover genoegzaam gediscussieerd kan worden (Underground, Dit is mijn vader en Elf Minuten) en de altijd welkome obscuria (A l’attente du Livre d’Or en Wandelen op de Champs-Elysées…), waarvan ik tot hun selectie nog nooit had gehoord.

Nu helpt het dat we een opvallend goed theaterseizoen achter de rug hebben. Naast vijf van de tien geselecteerde voorstellingen zag ik ook nog voorstellingen van Wunderbaum, De Warme Winkel en Boukje Schweigman die zeker Theaterfestivalwaardig waren. Het is jammer en opvallend dat Ivo van Hove’s Toneelgroep Amsterdam opnieuw niet tot de selectie is doorgedrongen, het gezelschap is na hoogtepunten als Opening Night, Romeinse Tragedies en Angels in America in een zoekende periode beland.

De kracht van het Nederlandse theater zit van oudsher in haar veelvormigheid en dat blijkt ook weer uit deze selectie. Maar de vergelijking met Duitsland maakt het ook mogelijk om een andere eigenschap te zien: haar directheid. Nederlandse theatermakers kunnen veel meer dan hun Duitse collega’s hun publiek medeplichtig maken en ondervragen, of het nu gaat over de verplichting tot kritisch denken in Hannah en Martin, de strijd om ons geld in Underground, de machtsbeluste, sexuele blik in Over Dieren of antisemitisme en het Jules Croiset-syndroom in Dit is mijn vader.

Dit wil niet zeggen dat al die Duitse voorstellingen slecht zijn; Kleiner mann, was nun? was een ontroerende, diep menselijke voorstelling, die in vier uur iets universeels wist te vertellen over alle crises, overal. Geregisseerd door de Belg Luk Perceval, dat dan weer wel. Maar Branden van het Ro Theater was minstens zo goed. Misschien moeten die Duitsers in september maar eens naar Amsterdam komen.

Rezension: ‘Kleiner Mann – was nun?’ von den Münchner Kammerspielen

deutsch,recensies — simber op 17 mei 2010 om 14:40 uur
tags: , ,

Zuweilen hat man dazu keine Lust: Muss ich wieder vier Stunden Theater ansehen, wieder auf diesen furchtbaren Stühlen des Hauses der Berliner Festspiele sitzen? Allerdings diesmal wird die Ausdauer belohnt.

Kleiner Mann – was nun? ist ein außerhalb Deutschlands kaum bekannter Roman (von Hans Fallada) über die Krise der 30er Jahre. Der ‘kleine Mann’ des Titels ist Johannes Pinneberg, der Angst hat seine einfache Stelle zu verlieren, gerade jetzt wo er für seine schwangere Frau Emma (“Lämmchen” genannt) sorgen muss. Die Geschichte des Paars hangelt sich entlang Anstellung und Arbeitslosigkeit, Hoffnung und Verzweiflung, und führt von der Kleinstadt nach Berlin, und in dieser Inszenierung leider auch entlang überflüssige Figuren und Episoden.

Die Bühne ist ganz leer, bis auf ein Orchestrion: ein großes, mechanisches Musikinstrument, ähnlich einer Drehorgel, aber mit Klavier, Glockenspiel und Triangel. Mathis B. Nitschke schrieb eine neue Partitur für diesen besonderen Apparat, bald die Stimmung eines Jahrmarkts erzeugend, bald eine ganz eigene Magie herbeizaubernd, verstärkt von projizierten Schwarz-weißbildern aus dem Film ‘Berlin, Sinfonie einer Großstadt’.

Die Vorstellung von Regisseur Luk Perceval dauert lange, ist manchmal ein bisschen langweilig, aber in der letzte Stunde kommt dennoch alles zusammen. Durch seine Arbeitslosigkeit ist Pinneberg wie gelähmt, ein armer Slucker, der von der Polizei aus der Friedrichstraße fortgejagt wird. Er gehört nicht länger zu den normalen Menschen. Und zu Hause wartet Lämmchen. Ihrer beider Liebe ist das einzige, was ihnen noch helfen kann.

Die Heimkehr Pinnebergs zu Lämmchen ist so wunderbar gespield, wie man es selten erlebt im Theater. Paul Herwig und Annette Paulmann brauchen nur ein Minimum an Empfindungen um die große Tragödie ihrer Zuneigung in einer gleichgültigen Welt zu zeigen. Großartiges, zu Herzen gehendes Theater.

Rezension: ‘Der gute Mensch von Sezuan’ von der Schaubühne

deutsch,recensies — simber op 17 mei 2010 om 14:37 uur
tags: ,

Was ist denn hier los? Die Regisseurin Frederike Heller inszeniert einen klaren, unterhaltsamen Guten Menschen von Sezuan, in dem sie fragt was es heißt ‘gut’ genannt zu werden, und fast alle deutschen Kritiker setzen die Vorstellung als ‘Veralberung’, ‘Mätzchen’ oder sogar als eine ‘Kasperleshow’ herab.

Am Anfang sieht die Bühne aus, als ob hier ein Konzert statt einer Theatervorstellung stattfinden soll: nur die Instrumente des Postrock Trios ‘Kante’ und einige Stuhle stehen herum. Die Darsteller speilen auf eine weise die ich nur als ‘niederländisch’ umschreiben kann: lässig und locker sprechen sie den Text Brechts, mit ironischer Distanz spielen sie die vielen Doppelrollen des Lehrstücks über die von den Göttern als ‘Guter Mensch’ ausgewählte Prostituierte Shen Te.

Aber die interessante Perspective der Regisseurin zeigt sich in dem Moment, als die drei Götter Sehn Te auswählen und ihr eine große Geldsumme schenken: ein Bühnenportal mit glänzendem Showvorhang senkt sich herab, glitzerndes Silberkonfetti wird gestreut. Als ‘Gute’ ausgesucht zu werden ist offensichtlich nich sehr viel anders als bei Deutschland sucht den Superstar zu gewinnen. Mit diesem Regieeinfall stellt Heller nachvollziehbar Brechts klaren Gegensatz zwischen Gut und Böse in Frage.

Die Kritiker sahen diese Showeffekte nur als oberflächliche Unterhaltung, aber Heller benutzt sie zugleich als Mittel und Zweck. Die drei Stunden sind richtig kurzweilig und geben dabei genugend Stoff zum Nachdenken.

Berliner Tagebuch: Bonuseditie

buitenland,overig — simber op 17 mei 2010 om 00:58 uur
tags: , ,

(Ik had veels te veel voor de TM van juni, daarom hier alvast een voorproefje, exclusief voor het web.)

21 april
Der gute Mensch von Sezuan
van de Schaubühne

Naar een Duitse première. Nou, daar merk je weinig van; het is zo mogelijk nog informeler dan in Nederland. De relatief jonge regisseusse Friederike Heller begint haar Brecht-enscenering als een concert: op het lege podium staan alleen wat stoelen en de instrumenten van het ‘post-rock’ trio Kante. Maar als de goden de prostitué Shen Te hebben uitverkoren tot Goed Mens komt er een showbühne en een glittergordijn uit de kap. ‘Goed’ genoemd worden is net zoiets als Deutschland sucht den Superstar (de lokale variant van Idols) winnen: met daadwerkelijke verdienste heeft het niet zoveel te maken en veel lol heb je er uiteindelijk ook niet van.

Mij beviel het wel, deze kraakheldere uitvoering, die op de juiste punten Brecht’s morele leerstelligheid relativeerde en me deed denken aan de versie die Koos Terpstra ooit maakte. Wat ook helpt is dat Heller een speelstijl inzet die ik niet anders kan omschrijven dan Nederlands: losjes, ironisch en de vele dubbelrollen meer aanduidend dan inlevend.

De critici waren het niet met me eens. Een oppervlakkige show, was het terugkerende commentaar. En daarnaast heeft Heller -foei!- een paar regels tekst geschrapt. Het is van een onbegrijpelijk tekstconservatisme, wat ik eerder in Londen zou verwachten dan in Berlijn.

23 april
Ein Chor irrt sich gewaltig
van de Volksbühne

Pollesch wederom, en wederom vermakelijk en intelligent, maar toch nog een stuk onbegrijpelijker dan de vorige. Een vrouw in een Belle Epoque-jurk (de geweldige actrice Sophie Rois) speelt twee mannelijke personages die meisjes versieren, die op hun beurt worden gespeeld door een koor van negen vrouwen, die alle teksten keurig unisono zeggen. Als in het verhaal (naar een film van Yves Robert) een meisje een van de mannen wil versieren, werpen de negen vrouwen zich op Rois, die bijkans verdrinkt in de ritselende stofjes. Mooi en sterk beeld.

Daarnaast gaat het natuurlijk ook weer over theater, representatie en de macht van de op een podium sprekende mens. De pointe werd echter een beetje bedorven door een grote groep Poolse theaterprofessionals die veel te laat uit de Schaubühne kwam en halverwege de voorstelling hun weg tussen de zitzakken moest zien te vinden. “Probeert de Schaubühne ons zo ook al te saboteren?” bitste Rois à l’improviste, en eigenlijk was dat de leukste grap van de avond.

Overigens is dit een voorstelling die gemaakt is in en voor het Prater, de kleine zaal van de Volksbühne in Prenzlauer Berg, net als de voorstellingen van Gob Squad. Prater is nu echter wegens verbouwing dicht, maar om die voorstellingen nu maar unverfroren in de grote zaal te zetten is ook niet echt een gelukkig idee.

24 april
Kean/Hamletmaschine
van de Volksbühne

Nog maar eens een Castorf proberen, maar dat was geen gelukkige keuze. Een 19e eeuws Frans stuk over een Engelse Shakespeare-acteur, vermengt met Müllers Hamletmachine. De acteur die Hamlet moet spelen moet een soort rockstar avant la lettre zijn, maar het blijft een poseur. De voorstelling komt nergens vandaan en gaat nergens naartoe. In de pauze weggegaan.

28 april
Das Versprechen
van het Maxim Gorki Theater

Maxim Gorki ken ik van vroeger als het saaiste en meest oubollige gezelschap van de stad. Maar er zit een nieuwe artistieke leiding en ik word getipt dat er een bijzondere actrice speelt. Das Versprechen is niet heel bijzonder; een filmscript van Friedrich Dürrenmatt over een detective die ver over de schreef gaat bij het zoeken naar een kindermoordenaar. De sfeer blijft erg Wallander/Frost/vul-uw-favoriete-krimi-in.

Maar die ene actrice zit erin: ze heet Fritzi Haberlandt en in de eerste helft speelt ze een lome dertiger, maar dan transformeert ze in een weergaloze scène tot een dertienjarig meisje. Je ziet het haar doen, je ziet haar verbazing over dat ze het doet, en je ziet haar daar vorm aan geven. Knap. Ook speelt in een paar dubbelrollen Thomas Schmauser mee, die in het ensemble van de Münchner Kammerspiele zit en in Simons’ Drei Farben speelde, ook al zo’n fijne acteur. Maar ja, de voorstelling ben ik alweer vergeten als het licht aangaat…

Wat niet veranderd is, is het verschrikkelijke theater zelf: martelende stoelen, afgrijselijke geluidsinstallatie, te smal en te hoog toneel. Je gunt de acteurs wat beters.

4 mei
Kontrakte des Kaufmanns
van de Schaubühne

Afstuderende regisseur met jonge acteurs doen Jelinek. Veel schreeuwen en gedoe met voorbindpiemels. Niet te veel woorden aan vuilmaken.

5 mei
Die Hamletmaschine
van het Deutsches Theater

Dimiter Gotscheff  is een veel gelauwerde, van oorsprong Bulgaarse regisseur -veel van Heiner Müller- van wie nog nooit iets in Nederland te zien is geweest. Daar komt komend seizoen verandering in en Die Hamletmaschine is een kans om al iets van zijn werk te zien, hij speelt ook zelf mee. Nou ja, meespelen: hij speelt het stuk bijna als solo, twee jonge DT acteurs mogen ook een scènetje doen.

Maar het is wel sterk: ik kende de Hamletmachine vooral als declameermarathon, maar Gotscheff speelt het met zijn indringende stem en eenvoudige dictie als tekst van een oudere Hamlet-acteur, die dus zijn hele leven getwijfeld heeft en tot geen enkele daad is gekomen. Het decor bestaat uit tien grafvormige gaten in de toneelvloer, corresponderend met het aantal doden in Hamlet.

Geheime plekken in Berlijn: 2. Spreepark

gehwegschäden,niet-theater — simber op 11 mei 2010 om 17:36 uur
tags:

Berlijn

Aan de Spree, net onder Treptower Park ligt een verlaten pretpark. Ik was er al eens langs gefietst. Door de hekken kun je een onthoofde dinosaurus en een overwoekerd achtbaantje zien. Vrienden A&P deden de magistrale ontdekking dat er hier ’s zondags rondleidingen gegeven worden. Fotograferen “erlaubt und erwünscht!”
Het park was oorspronkelijk een Oostduits ‘Kulturpark’, maar na de Wende moest het worden omgevormd tot een modern attractiepark. Het kreeg alleen veel te weinig bezoekers, sloot in 2001 en staat sindsdien af te takelen.

Continue reading “Geheime plekken in Berlijn: 2. Spreepark” »

Verslagje opening Theatertreffen

buitenland,Parool,verslagjes — simber op 10 mei 2010 om 00:47 uur
tags: , , ,

Ze zijn er niet. Normaal staan bij de opening van het Theatertreffen in Berlijn altijd minstens een half dozijn dames voor de ingang van het theater met een bordje ‘Suche Karten’. Ze doen een laatste, wanhopige poging om erbij te zijn, maar vanavond ontbreken ze. Ligt het aan de crisis? Of zien ze de openingsvoorstelling niet zitten?

Het Theatertreffen is het belangrijkste theaterfestival van Duitsland. Sinds 1964 wordt jaarlijks een selectie van de tien beste voorstellingen uit de ‘Deutschsprachige Raum’ (Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk) uitgenodigd in Berlijn. Vrijdagavond werd het festival geopend met de voorstelling Kasimir und Karoline van de Nederlandse regisseurs Johan Simons en Paul Koek.

Het festival benadrukt  dit jaar de internationale dimensies van de selectie. Kasimir und Karoline is een coproductie van Schauspiel Köln met NT Gent en de Veenfabriek, maar er staat ook een vrijwel geheel Engelstalige voorstelling, Life and Times episode 1, van de New Yorkse groep Nature Theater of Oklahoma. Ook de Vlaamse regisseur Luk Perceval, die al jaren in Hamburg werkt, is uitgenodigd. De opening werd vrijdagavond verricht door de Franse oud-minister van cultuur Jack Lang.

Die legde meteen de verbinding met het meest in het oog springende onderwerp dat de Duitse kunstwereld bezighoudt: de crisis. Lang wees op de intellectuele en morele oorzaken van de kredietcrisis en riep politici op juist nu niet te bezuinigen op cultuur: “Politici hebben op dit moment een tekort aan ideeën. Het is aan de kunstenaars om utopieën te blijven ontwikkelen.” Waarna hij de daad bij het woord voegde door een ontwerp voor een Frans-Duits staatsburgerschap te lanceren.

Ook de keuze van de festivaljury weerspiegelt het crisisgevoel, met een selectie van uitvoeringen van nieuwe toneelstukken die vrijwel uitsluitend over de kredietcrisis lijken te gaan. Geen enkele Shakespeare, Tsjechov of Schiller dit jaar, maar schrijvers als Elfriede Jelinek, Dennis Kelly en Dea Loher werden uitgenodigd met stukken waarvan de titels alleen al weinig te raden over laten: Contracten van de Koopman, Liefde en geld en Dieven.

En ook in Koek en Simons’ voorstelling van Ödön van Horváth’s moderne klassieker gaat het om de menselijke gevolgen van laagconjunctuur: Kasimir en Karoline speelt tenslotte in 1932 en gaat over een paar dat uit elkaar groeit nadat hij z’n baan verliest. Simons en Koek maakten er een mooi melancholieke voorstelling van ondersteund door synthi-pop van de Veenfabriek. Verlaten mensen aan de achterkant van een kermisterrein, waar de rijke heren alleen komen om te pissen en meisjes te verschalken.

Alleen Simons kon bij de opening aanwezig zijn, maar hij heeft dan ook iets te winnen. Hij verhuist later dit jaar naar München om daar de Münchner Kammerspiele te gaan leiden. Donderdag was hij nog in München om zijn plannen achtereenvolgens aan de gemeenteraad, de pers en het personeel te presenteren, eerder op de vrijdag was hij nog in Amsterdam, waar die avond zijn voorstelling Gif in première gaat (met o.a. Simons’ vrouw Elsie de Brauw), en ‘s avonds in Berlijn willen diverse journalisten en televisiestations graag nog even praten met Herr Regisseur, die ze met een flesje bier in de hand in smeuïg NederDuits welwillend te woord staat.

Kasimir und Karoline is min of meer een remake van de locatievoorstelling die hij vorig jaar maakte met Nederlandse en Vlaamse acteurs op vliegbasis Soesterberg bij Utrecht. Die werd niet bijster enthousiast ontvangen en tijdens een opvoering op het festival in Avignon ontstond een relletje toen een geïrriteerde toeschouwer de voorstelling onderbrak.

Simons: “Die voorstelling was uitbundiger, explosiever. Toen ik hem in Keulen opnieuw kon maken was dat in de zaal, en werd de voorstelling ingetogener.” Het decor is hetzelfde gebleven: een ijzeren stellage, een tijdelijke bouwconstructie waar met enorme glitterletters ‘Enjoy’ staat. “Ik had deze voorstelling moelijker in München kunnen maken, ook als speelt het stuk zich op het Oktoberfest af. Maar het is nu een rijke stad, de Münchner Kammerspiele heeft een welvarend, links-intellectueel publiek. Negentig procent leest de Süddeutsche Zeitung; in Keulen is het publiek armer. En in het Ruhrgebied weten ze wel werkloosheid is.”

Hoewel Simons de verschillen benadrukt, blijft het bizar om te bedenken dat er nu twee versies van zijn voorstelling door Europa reizen: de Duitse nu in Berlijn en later weer in Keulen, de Nederlands/Vlaamse later deze maand in Amsterdam en daarna weer in Frankrijk.

Ook Ivo van Hove en Jan Versweyveld lopen rond door het Haus der Berliner Festspiele. Van Hove regisseert hier bij de Schaubühne De Mensenhater van Molière, met in de hoofdrol Lars Eidinger, die Hamlet speelde in de voorstelling van Thomas Ostermeier die in december met groot succes in Amsterdam te zien was. De voorstelling gaat pas in september in première, maar door de drukke schema’s moet hij nu al afgemaakt worden.

Ongeveer tegelijkertijd gaat in München Simons’ eerste voorstelling in première: Hotel Savoy, naar het boek van Joseph Roth, waarin naast de Duitse acteurs uit het ensemble ook Pierre Bokma en Katja Herbers meedoen.

Zo zijn de regisseurs uit de lage landen grote meneren geworden in de landen waar regisseurs op een voetstuk staan en gegoede dames staan te bedelen om kaartjes. De ‘Suche Karten’ bordjes waren de dag na de première gelukkig weer present.

Geheime plekken in Berlijn: 1. Charité

gehwegschäden,niet-theater — simber op 8 mei 2010 om 19:14 uur
tags:

Charité

Aan groene oases in het centrum van de stad heeft Berlijn geen gebrek, en ook pittoresk vervallen gebouwen kom je er vaak genoeg tegen, maar Charité is echt iets bijzonders. Grofweg tussen het noordeind van de Friedrichsstraße en Hauptbahnhof ligt een enorm ziekenhuiscomplex, dat op de meeste kaarten als een grote grijze vlek staat aangegeven, maar waar je vrijelijk in en uit kunt lopen (of fietsen natuurlijk) en ongestoord kunt dwalen. (Feiten op Wikipedia)

Continue reading “Geheime plekken in Berlijn: 1. Charité” »

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity