Recensies Festival a/d Werf

Gerucht op het St JanskerkhofMei was traditioneel de laatste maand van het theaterseizoen. Maar omdat veel van de leukste en spannendste ontwikkelingen in het theater zich de laatste jaren afspelen op de zomerfestivals is er voor theaterliefhebbers geen enkele reden om tot september op vakantie te gaan. Gelukkig staan steeds meer voorstellingen op meerdere festivals en het Festival a/d Werf in Utrecht is een uitstekende gelegenheid om potentiële theaterhits van deze zomer te gaan bekijken.

Bovendien heeft Festival a/d Werf een naam hoog te houden op het gebied van grensverleggende theaterexperimenten en ervaringstheater. Een prachtig voorbeeld van dat laatste genre is U bevindt zich hier van Dries Verhoeven. In een gigantische, duistere hal in de Jaarbeurs bouwde deze theatermaker een hotel met een kleine kamertjes waar iedere bezoeker zich in zijn eentje moet onderwerpen aan merkwaardige rituelen met vragenlijsten, zingende kamermeisjes en -jongens, kopjes suiker en poffertjes.

Maar met een fenomenale truc die ik hier niet zal verklappen weet hij een ontroerend statement af te geven over eenzaamheid en contact. Dit is inmiddels de vierde installatie/performance/voorstelling die Verhoeven maakt voor de zomerfestivals, en ze groeien in schaal en complexiteit, maar ook in impact. Deze eigenlijk tot decorontwerper opgeleide maker begint een van de meest oorspronkelijke stemmen in het Nederlandse theater te worden.

Net als Lotte van den Berg overigens, inmiddels algemeen aanvaard de belangrijkste opkomende regisseur van het moment. Voor Festival a/d Werf maakte ze dit jaar de high-concept voorstelling Gerucht, waarbij de toeschouwers in een door Theun Mosk ontworpen, geluidsdichte doos midden in de stad zitten en door een glazen wand mogen uitkijken op een druk plein. Vier performers stappen door een deur het plein op en lossen op tussen de stadsbewoners. Het is een sterke beginselverklaring voor Van den Berg’s even radicale als toegankelijke vorm van theater maken, waarin nieuwe manieren om de werkelijkheid te zien worden gezocht, maar levert vooralsnog te weinig meerwaarde boven een uur zitten op het terras ertegenover. Gelukkig is later deze week haar wonderschone voorstelling Stillen nog op het festival te zien – overigens met een door Dries Verhoeven ontworpen decor van duizenden gele glycerinezeepjes.

Iets traditioneler theater -maar we hebben het over subtiele gradaties- biedt de Rotterdamse performer Lizzy Timmers met haar voorstelling Lizzy vraagt Arend. De Arend in kwestie is de Vlaamse acteur en danser Arend Pinoy uit de school van Alain Platèl. Samen maakten ze een tamelijk fascinerende performance over hoe je dat nou doet, verliefd zijn op toneel. Ze beginnen kinderlijk met een gefantaseerd verhaal waarin ze elkaar voortdurend moeten bijsturen omdat hun verbeelding toch niet helemaal hetzelfde blijkt. Later wordt er hevig en hitsig gezongen, geschreeuwd en gedanst, opgestuwd door de geweldige muziek van toetsenist William Bakker die even makkelijk weeë liefdesliedjes als retestrakke gabber uit zijn apparatuur tevoorschijn haalt.

Teleurstellingen zijn er ook, zoals La Torera van locatietheatergroep Odd Enjinears. Inhoudelijk origineel, een vrouw met strijkwerk (intens gespeeld door de spaanse Amalia Fernandez) zou liever stierenvechtster zijn en wordt vervolgens aangevallen door haar huisraad, terwijl rammelende pannetjes juichen als enthousiaste toeschouwers in de arena. Helaas kiest de groep voor een clichématige vorm; het decor is een huiskamertje met daaromheen in het volle zicht de technici die geluid, muziek en special effects verzorgen. Die effecten zijn soms charmant, maar meestal knullig en, net als de muziek, slordig uitgevoerd.

Festival a/d Werf, Utrecht. Gezien 19 en 20/5/07. Aldaar nog t/m 26/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl

Recensie: ‘Hoek’ van Boukje Schweigman en Theun Mosk.

Parool,recensies — simber op 21 januari 2007 om 22:33 uur
tags: , , , ,

Een nieuwe voorstelling van regisseur/mimer Boukje Schweigman en vormgever Theun Mosk is altijd iets om naar uit te kijken. Samen maakten ze inmiddels vijf veelgeprezen en bekroonde mimevoorstellingen die je bijblijven vanwege hun ongewone intimiteit, hun heldere beelden en hun poëtische kracht. Maar zelfs de meest fantasierijke theatermakers maken wel eens een tegenvallende voorstelling en met Hoek is dat helaas het geval.

Maar vergis u niet: een mindere voorstelling van Schweigman en Mosk is nog altijd zeker het aanzien waard. Alleen al het beginbeeld: uit het donker wordt tergend langzaam een tableau zichtbaar, vier figuren in een kluwen in de diepste hoek van het decor, twee enorme wanden van prachtige, licht roestende metalen platen. De spelers komen tot leven, maken zich los van elkaar en verkennen de ruimte tussen de wanden.

De wanden blijken bewegelijk en de hoek ertussen wordt groter en kleiner. Aan de binnenkant voelen de spelers zich veilig en geborgen, als het decor beweegt en de punt naar de zaal gericht is, staan ze ineens aan de buitenkant en worden ze verdedigend en actief. Wanneer de muur over de volle breedte van het toneel langzaam naar het publiek toe beweegt en de spelers voor zich uit veegt is dat een overweldigend moment.

Als die wand vlak voor het publiek stilstaat richten de spelers zich op en onderzoeken het publiek. Het is een moment van verwondering en naïviteit. Vooral Toon Kuijpers kan knap een verbaasde leegte in zijn blik leggen. Als een intelligent dier kijkt hij de toeschouwers aan.

De makers kiezen voor Hoek een iets traditionelere vorm van theater dan in hun eerdere voorstellingen. In Klep en Ruim werd het publiek rondgereden in een bakje en bij Wervel moest je als bezoeker een rare monnikspij aantrekken. Mosk bouwde vaak met doeken intieme plekken met weinig onderscheid tussen podium en publiek. Als publiek wordt je op die manier uit je normale doen gebracht en bekijk je de voorstelling opener en directer. Het nadeel was dat die voorstellingen altijd maar door heel weinig mensen bezocht konden worden en dat er binnen het groeiende leger Schweigman-fans altijd gevochten moet worden om toegangskaartjes.

Vergeleken daarbij is Hoek is een conventionelere mimevoorstelling voor een groter publiek, die geen buitengewoon avontuurlijke instelling vraagt. Wellicht blijft de voorstelling daarom zo erg op afstand. De ruimte voor associaties en de directheid die Schweigman’s werk zo kenmerken zijn in Hoek nauwelijks aanwezig. De keuzes van Schweigman en Mosk zijn begrijpelijk, maar misschien gaat daarmee hun unieke kwaliteit verloren.

Hoek van Boukje Schweigman en Theun Mosk. Gezien 19/1/07 in Frascati, tournee t/m 9/3. Meer info op www.schweigmanmosk.nl

Over het IJ Festival: ‘Paradiso, stad van de toekomst’, ‘De engel, de straat en het geluk’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:38 uur
tags: , , , , ,

Er wordt een hoop uitgedeeld op het Over het IJ Festival. Van Thijs Bloothoofd krijgt iedere toeschouwer na afloop van zijn grappige mime-performance Rood een stuiterballetje. Floor van Leeuwen geeft haar hele inboedel weg: voor haar voorstelling mag je een geel stickertje met je naam erop op een van de vele voorwerpen uit haar huisraad plakken, na afloop van haar voorstelling Dag, waarin ze langzaam in een glazen kist klimt en zichzelf bedekt met zwarte sneeuw mag je het door jou uitgekozen boek, kandelaartje of fotolijstje meenemen. Er wordt koffie en cake geserveerd.

De twee voorstellingen zijn onderdeel van het Zeecontainerproject van het festival. Vijftien jonge theatermakers, net afgestudeerd of aan het eind van hun studie, krijgen een container en vijftien minuten om een kleine voorstelling te maken. Het project staat nu voor de derde maal op Over het IJ en is er nu al een onlosmakelijk onderdeel van geworden. De beperkingen in tijd en ruimte worden door de makers op inventieve wijze opgelost en dat levert een paar mooie miniatuurtjes op

Ook aan het begin van Paradiso, stad van de toekomst wordt er uitgedeeld. Een van de hippe, overdreven blije acteurs heeft besloten afstand te doen van al zijn bezittingen. Zijn bed, z’n flatscreen televisie en een boekenkast worden weggegeven aan het publiek. De makers hebben een stad gebouwd waarin ieders toekomstvisioenen uitkomen. De acteurs vertellen over hun kinderlijk diepzinnige ideeën voor de toekomst, zoals een telefoon om met het hiernamaals te bellen, een apparaat om de tijd stil te zetten of een winkel waar je je gebroken hart kunt laten repareren.

Paradiso is een ambitieus project van jeugdheatergroep Max, in samenwerking met studenten architectuur en verschillende festivals. De jonge architecten maakten vier huizen waartussen het publiek rondloopt en waarbinnen kleine scènes gespeeld worden. Zoals een woordloze, natte en poëtische scène over twee vrouwen die dromen hoeden in een constructie van 1100 grote waterflessen, of een light therapiesessie waarin de toeschouwers een nadeel leren ombuigen in een voordeel binnenin een opblaasbare tent.

Ondanks de open opstelling en toon is de voorstelling nogal dwingend. Je wordt als bezoeker van plek naar plek gedirigeerd, krijgt tijgerbalsem opgesmeerd, moet je frustraties in een schoteltje projecteren en weggooien en nadenken over je eigen utopische dromen. De opgelegde blijheid en drang tot zelfverbetering horen meer thuis in de softe sector dan in een ideale toekomst.

Hoe je openheid wél kunt bereiken tonen de regisseurs Andreas Bachmair en Anne Rooschüz met de voorstelling De engel, de straat en het geluk die ze maakten met bewoners van de Gentiaanpleinbuurt in Amsterdam Noord. Het publiek zit op een rijdende tribune die door de straten wordt getrokken, langs de acteurs/bewoners die planten verplaatsen, worstjes braden op een barbecue of meezingen met hun iPod. Een jonge vrouw loopt met ons mee en vertelt welke dromen en verhalen ze hebben.

Langzamerhand kom je erachter dat het publiek net zoveel bekijks trekt van buurtbewoners en verbijsterde voorbijgangers als de voorstelling. Aan het eind wordt de tribune midden in de wijk geparkeerd en kunnen de toeschouwers samen met acteurs en de buurtbewoners een biertje drinken. Het is een buitengewoon interessante vorm van community theatre die Over het IJ hier presenteert, waarmee het festival een geslaagde verbinding maakt tussen de bewoners, het industriële erfgoed van de NDSM, en de culturele voorhoede van de stad, die zich begint te nestelen rond de IJ-kantine.

Over het IJ Festival. Paradiso, stad van de toekomst van Theatergroep Max., De engel, de straat en het geluk van Blood for Roses/Andreas Bachmair, Zeecontainerprogramma. Gezien 8/7/06, het Over het IJ Festival duurt nog t/m 16/7. Meer informatie op www.overhetij.nl

Recensies Festival a/d Werf, Utrecht


DSC00416.JPG

Originally uploaded by simber.

Festival a/d Werf in Utrecht is naast een festival voor muziek en beeldende kunst toch vooral een jaarlijkse gelegenheid om de stand van zaken in het Nederlandse marge-theater op te nemen. Het Festival biedt daarbij vooral een blik op de moderne tendens om in het theater het publiek vooral interactieve belevenissen te bieden, in plaats van zomaar een voorstelling.

Het woord belevenis klinkt misschien meer als een ritje in een achtbaan dan als een serieuze kunstuiting, maar een aantal voorstellingen op het festival bewijzen het tegendeel. De twee theatervormgevers Roos van Geffen en Dries Verhoeven maakten ieder een voorstelling, die louter te categoriseren is als ‘ervaringstheater’.

Van Geffen maakte de voorstelling Immens, waarin negen mimers in een eigen papieren kubus ieder één toeschouwer vertroetelen, al luisterend naar verhalen over kimono’s, citroenpitjes en over honden die gelukkiger zijn dan mensen omdat ze iedere dag hetzelfde willen en nooit iets nieuws. Buiten je eigen kubus hoor je de bezigheden in de andere acht en zo slaan de gedachten over cyclisch leven en uniciteit terug op de voorstelling zelf. Immens is een zuivere en diepzinnige ervaring.

Is er in Immens nog één speler per toeschouwer, in Verhoeven’s installatievoorstelling Uw koninkrijk kome -eerder te zien op Boulevard in Den Bosch- zijn er zelfs helemaal geen acteurs meer. Behalve uzelf en één medetoeschouwer, naar wie je in een afgesloten ruimte zit te kijken. Via een glasplaat en een geluidsband wordt de ander op subtiele wijze tot personage gemaakt.

Naast de opvallende overeenkomsten (blote voeten en kopjes thee) zijn de voorstellingen dieper verwant. Het is hyperkleinschalig, direct en romantisch theater en dat heeft, veel meer nog dan reguliere voorstellingen, als voorwaarde dat het publiek een open houding aanneemt en welwillend alle gebeurtenissen ondergaat.

Van een heel ander kaliber is de interactiviteit van Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse. Het toneelstuk van Gerardjan Rijnders uit 1988 over een controversiële Amerikaanse, door een neonazi vermoorde radiodeejay is een radiotalkshow waarin alle bellers antisemieten, verkrachters of gewoon gek zijn. Door het stuk zijn fragmenten uit Shakespeare’s uiterst bloedige tragedie Titus Andronicus vervlochten. Bloedige woorden lijden tot bloedige daden, lijkt het motto.

Voor deze nieuwe opvoering herschreef Rijnders het stuk radicaal. De teksten die twintig jaar geleden nog een hoog Rondom Tien-gehalte hadden, lijken nu rechtstreeks overgenomen van DeStand.nl of politieke weblogs. De première werd gisteravond live uitgezonden door het VPRO radioprogramma De Avonden, zodat luisteraars live konden inbellen. Ook het publiek in de zaal had een paar telefoons tot haar beschikking.

Het herschrijven van Titus, geen Shakespeare is echter geen gelukkige keuze gebleken. Een bombardement aan politiek incorrecte meningen was twintig jaar geleden wellicht nog schokkend, nu zijn er hele televisiezenders en een scala aan websites waar je niet anders meer hoort of leest. Maar vooral de publieksparticipatie -of beter: het gebrek daaraan- was ergerlijk. Er waren welgeteld drie bellers die zich in het gekrakeel van de zeven acteurs durfden te mengen. Eentje om te melden dat ze nog nooit zo’n slecht radioprogramma had gehoord; een tweede met een ingewikkeld verhaal dat werd afgekapt en tenslotte iemand die zich afvroeg of er wel publiek was. Waarop het aanwezige publiek plichtmatige joelde. De beschikbare telefoons bleven ongebruikt op een lege stoel liggen.

Theater Festival a/d Werf, Utrecht, gezien 22/5/06. Aldaar nog t/m 27/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl
Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse, regie Kees Roorda. Te zien in Amsterdam 15 t/m 17 juni. Meer info op www.beltitus.nl

« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity