Recensie: ‘Antonioni Project’ van Toneelgroep Amsterdam (Holland Festival)

Drie filmbewerkingen maakte Ivo van Hove dit seizoen bij Toneelgroep Amsterdam, en geen van drieën overtuigden ze volledig. Na Kreten en gefluister (naar Ingmar Bergman) en Rocco en zijn broers (naar Visconti) brengt Van Hove met vrijwel zijn gehele ensemble nu onder de onaantrekkelijke titel Antonioni Project een multimediale voorstelling waarin het technische vuurwerk niet wordt geëvenaard door emotionele of intellectuele impact.

Dramaturg Bart Van den Eynde bewerkte drie films van Michelangelo Antonioni uit de vroege jaren ’60 –L’Avventura, La Notte en L’Eclisse– tot één verhaal over verschillende stellen. Halina Reijn en Jacob Derwig spelen twee jonge geliefden die twijfelen over commitment, Hans Kesting en Marieke Heebink zijn een ouder echtpaar in diepe crisis. Ze bewegen zich in in kringen van fotografen, schrijvers en beurhandelaars. Merkwaardigste koppel is dat van Fedja van Huêt en Karina Smulders, die een heftige verhouding beginnen na dat zijn vriendin plotseling verdwijnt bij het zwemmen bij een vaartocht met vrienden.

In het eerste deel van de voorstelling wordt intensief gebruik gemaakt van chroma key techniek, waarin de acteurs spelen in een geheel blauw decor, dat door de computer wordt vervangen door gefilmde achtergrondbeelden. Het is een merkwaardige gewaarwording om de acteurs ineens te zien binnenlopen in de filmbeelden van glazen luchtbruggen in een anonieme Amerikaanse stad die op een gigantisch scherm worden geprojecteerd.

Dat is natuurlijk verbazingwekkend knap –hoewel: het weerbericht op televisie wordt al een paar decennia zo gemaakt-, maar anders dan bij eerdere filmische elementen in de voorstellingen van Van Hove blijft de betekenis onhelder. Zijn dit mensen die hun eigen werkelijkheid vormgeven, of is hun hele bestaan virtueel? En omdat de filmtechniek zo realistisch is ga je je ineens ook ergeren aan de zichtbare zendmicrofoons, terwijl de personages volgens het scherm toch op een boot zitten. Kortom: de verhouding tussen de acteurs op het blauwe toneel en de filmbeelden zit scheef.

Het tweede deel is duidelijker. Alle personages komen samen op feest, ze flirten, gaan met elkaar naar bed, voeren zakelijke en intellectuele gesprekken. Achterin speelt jazzbandje The Trumpack Stan Getz-achtige liedjes. De filmbeelden komen hier van van één camera aan een lange kraan, die om de personages heen cirkelt, door muren beweegt, om hoekjes kijkt en steeds zorgt voor nieuwe, spannende gezichtspunten die verrassend theatraal zijn.

Tenslotte zakt het scherm naar beneden en wordt de gehele toneelopening één enorm projectiescherm. Eerst televisiebeelden van diverse aanslagen en rampen –zo grofkorrelig op deze schaal dat ze bijna abstract worden- dan krijgen alle stellen, close-up gefilmd een eigen eindscène, waarin allen besluiten toch bij elkaar te blijven.

Dan wordt ook duidelijk wat nu het echte probleem is van Antonioni Project: ondanks alle visuele en technische krachtpatserij worden de conflicten en beweegredenen van de personages voornamelijk geuit in taal, het beeld gaat alleen om het beschouwen. Daarnaast past het van ennui doortrokken werk van Antonioni gewoon niet zo goed bij de emotionele onstuimigheid van Van Hove. Eén scène doorbreekt beide bezwaren: Derwig die, enorm uitvergroot in beeld, Reijn voor het scherm aflikt; via het medium wisselen ze liefkozingen uit, lichamelijk kunnen ze het niet.

Ivo van Hove heeft na een schitterende serie voorstellingen nu een wat minder seizoen achter de rug –waarbij aangemerkt moet worden dat bij TA ook in een minder seizoen nog interessanter theater wordt gemaakt dan bij de meeste andere grote gezelschappen- , maar hij lijkt doelbewust te experimenteren: in Kreten en gefluister met performance art, in Rocco en zijn broers met rauw realisme en in Antonioni Project met state-of-the-art techniek.

Holland Festival: Antonioni Project van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 14/6/09 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/6. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Recensie: ‘Brokeback Mountain’ door De Wetten van Kepler

Bij De Wetten van Kepler zullen ze met gemengde gevoelens terugkijken op de afgelopen anderhalf jaar. Net nadat regisseur Jos van Kan een prachtig kort verhaal over twee verliefde cowboys van Annie Proulx had ontdekt dat hij graag op het toneel wilde zetten, bleek Ang Lee er in Hollywood een film van hebben gemaakt die na het winnen van de Gouden Leeuw in Venetië een zegetocht langs filmfestivals en prijzengala;s begon. Bovendien werd Brokeback Mountain een popcultureel fenomeen, wat onder andere tot uiting kwam in de talloze parodieën die op YouTube verschenen, waarin op de filmmuziek van Gustavo Santaolalla de homoseksuele subtext van Back to the Future en Top Gun werd uitgeplozen.

Wat moet je dan nog als toneelgezelschap? Meesurfen op de bekendheid van de titel, of juist vasthouden aan je eigen visie? De Wetten van Kepler kiest voor een beetje van beide: “Wereldtoneelpremiëre” meldt het persbericht trots, maar tegelijkertijd doet Van Kan veel moeite om uit te leggen dat de voorstelling een bewerking is van Proulx’ verhaal en niet van de film. Dat blijkt vooral uit het vertellende karakter van deze sobere voorstelling. De twee acteurs Willem Schouten en Sieger Sloot vertellen het verhaal en schieten waar nodig in de rollen van schaapherders Ennis en Jack die op een eenzame berg in Wyoming in de jaren zestig hun even onstuimige als onmogelijke liefde beleven.

Omdat de acteurs zowel de bespiegelende binnenkant als de ruige buitenkant van hun personages tonen blijft de voorstelling meer beschouwend dan meespelend. Schouten en Sloot houden de vaart en spanning van het verhaal knap vast en weten stoere cowboy-poses doelmatig in te zetten, maar hebben te weinig chemie om de ruige romantiek geloofwaardig te maken.

Problematischer is de muziek. Wiebe Gotink componeerde countryliedjes voor accordeon, voor de teksten worden Engelse zinnen uit het verhaal geplukt. Het zware accent van de zingende acteurs versterkt de nogal onbeholpen indruk. Beter geslaagd zijn de filmbeelden die gelukkig niet de weidse landschappen proberen te herscheppen, maar juist inzoomen op de details, een ansichtkaart in de wind, schapen en spijkerbloezen en de vrouw van Ennis (een stille cameo van actrice Wendell Jaspers) die al snel alles door heeft.

Uiteindelijk wordt de voorstelling, ondanks de paar mindere elementen, op de been gehouden door de kracht van Proulx’ verhaal en de sobere stijl. Maar toch: als de film niet bestond zou dit een betere voorstelling zijn.

Brokeback Mountain door De Wetten van Kepler. Gezien 9/2 in Den Bosch. In Amsterdam (Frascati) 16 t/m 19/2, tournee t/m 31/3. Meer info op www.wettenvankepler.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre

In de voorstellingen van regisseuse Ola Mafaalani zwerven opvallend vaak engelen over het toneel. Figuren die buiten de verwikkelingen staan en alleen maar observeren en soms troost kunnen bieden aan de andere personages. In haar nieuwe voorstelling, Hemel boven Berlijn, hebben de engelen de hoofdrol, met half geslaagd resultaat.

De voorstelling is een bewerking van de film Der Himmel über Berlin van de Duitse regisseur Wim Wenders uit 1987. Die film was een contemplatieve sfeertekening over eenzaamheid en verlangen, Mafaalani laat de meeste verwijzingen naar Berlijn en de muur weg en benadrukt dat het verhaal toch vooral een modern sprookje is. De voorstelling is een samenwerking tussen Toneelgroep Amsterdam en de American Repertory Theatre uit Boston.

De engelen Damiel (gespeeld door Fedja van Huêt) en Cassiel (de Amerikaanse acteur Bernard White) dwalen al eeuwenlang over de wereld. Ze horen wat mensen denken, maar kunnen niet in hun levens ingrijpen, hoogstens kunnen ze mensen even een klein gevoel van hoop geven. Als Damiel verliefd wordt op de circusacrobate Marion, besluit hij om zijn eeuwige bestaan op te geven en een sterfelijk mens te worden.

Het decor is een bewust lullige opstelling van plastic tuinstoeltjes rondom een snackbar in het verder lege toneelhuis. Uit de hoogte stromen mooi uitgelicht dunne stralen zand, die in de loop van de voorstelling bergjes vormen op het toneel. De eeuwigheid als regenbui uit een omgekeerde zandloper.

Van Huêt maakt een prachtige act van Damiel’s menswording: enthousiast leert hij de kleuren onderscheiden, de smaak van koffie proeven en pijn voelen omdat de koffie te heet is. Deze ontdekking van het leven en de ontmoeting met Marion, en haar realisatie dat dit de vervulling is van oud verlangen, zijn ontroerend en maken de banaal klinkende waarheid dat het leven met aandacht voor details geleefd moet worden even voelbaar. Een pleidooi voor slow food voor de ziel.

Maar de boodschap wordt ingebed tussen een hoop onsubtiele losse flodders. Noraly Beyer leest het nieuws van de dag voor, Fred Goessens houdt een woedende tirade over onverschilligheid, Hadwych Minis zingt een lied in het Spaans, speelt viool én heel cool basgitaar, de Amerikaanse acteur Stephen Payne is een heel geestige gevallen engel en trapeze-artieste Mam Smith als Marion doet een spectaculair acrobatisch nummer hoog boven het podium.

Soms is het raak en komen alle elementen samen in een keelsnoerend mooi beeld, zoals wanneer Cassiel een zelfmoordenaar niet van zijn daad kan afhouden. Maar vaker is het onrustig toneel dat zijn eigen boodschap ondergraaft.

Hemel boven Berlijn van Toneelgroep Amsterdam en het American Repertory Theatre. Regie: Ola Mafaalani. Gezien, 8/10/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 20/10, tournee t/m 9/11. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Recensie: Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent

In dit toch wat karige toneelseizoen blijken Toneelgroep Amsterdam en NT Gent keer op keer te zorgen voor interessante en geslaagde voorstellingen. De verwachtingen voor een coproductie van deze twee gezelschappen waren dan ook hooggespannen en Opening Night maakt die alleszins waar.

Opening Night is gebaseerd op de gelijknamige film van John Cassavetes uit 1977. Daarin speelde Gena Rowlands de ouder wordende actrice Myrtle die in een toneelstuk een ouder wordende vrouw moet spelen en in de laatste dagen voor de première hopeloos met zichzelf in de knoop raakt. Directe aanleiding voor haar crisis is de dood van een jong meisje die haar na een try-out als geobsedeerde fan aanklampt en een ogenblik later wordt aangereden door een auto.

Regisseur Ivo van Hove en zijn vaste ontwerper Jan Versweyveld plaatsen het theater centraal in deze voorstelling, door letterlijk een toneel op het toneel te zetten, met kleedkamers en technici links en een extra tribune voor vijftig man publiek rechts op het podium. Zo kijkt de grote zaal naar een dwarsdoorsnede van een kleine zaal. De grote groep acteurs speelt het stuk-in-het-stuk voor het publiek op het podium en hun privé-besognes voor de grote zaal. Deze twee toneelvloeren worden aangevuld met live beelden van rondlopende cameramensen. Hun kadrering geeft extra reliëf aan de moeizame relaties tussen de personages.

Het resultaat is in de eerste plaats een fantastisch ensemblestuk, waarin van Hove met name de jongere acteurs van zijn TGA troupe de kans geeft te schitteren. De beheersing die Jacob Derwig en Fedja van Huêt aan de dag leggen bij het spelen van twee tempramentvolle mannen is buitengewoon spannend en Hadewych Minis kan moeiteloos schakelen van kinderlijke lolita naar gevaarlijke demon. Maar ook een oudgediende als Chris Nietvelt speelt de schrijfster van het toneelstuk-in-het-stuk op fenomenale wijze. Onder haar lachwekkende excentriciteit suggereert zij peilloos diep drama en daarmee wekt ze medelijden.

Maar zij staan allen in de schaduw van Elsie de Brauw die hier de rol van haar leven speelt. Het gevecht dat Myrtle moet leveren -tegen het ouder worden, tegen de geest van de overleden fan, tegen de verwachtingen die de regisseur en haar medespelers van haar hebben- wordt door De Brauw overrompelend intens geacteerd.

De strakke regie van Van Hove, ondersteund door melancholieke liedjes van Neil Young, geeft de voorstelling samenhang en vaart, maar laat ook vragen open. Waarom bijvoorbeeld zijn alle acteurs tien jaar jonger dan hun rol gecast? Ook het einde, met een gelouterde Myrtle, is misschien erg zoet, maar wat geeft het, na zo’n fijne avond toneel.

Toneel Opening Night van Toneelgroep Amsterdam en NT Gent. Gezien 7/4/06 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 12/4. Tournee t/m 27/5

Recensie: Toen ’t licht verdween van Toneelschuur Produkties

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 15:39 uur
tags: , , ,

Diva’s zijn er in soorten en maten. Annie Bos was een beetje plomp en mollig, met een rond gezicht, warrige krullen en expressieve ogen. Naar huidige Hollywood-maatstaven geen beauty, maar Annie was een superster uit de begindagen van de film, in de jaren tien van de vorige eeuw. En Amsterdamse die in maar liefst 49 zwijgende films speelde die succes hadden in België, Duitsland en Oostenrijk. In de jaren twintig is het plotseling gedaan met haar carrière. Ze trouwt met een notaris en wordt langzaam vergeten.

Drie cinefielen (Bart Oomen, Stefan Ram en Céline Linssen) maakten over Bos de liefdevolle voorstelling Toen ’t Licht Verdween, waarin Willeke van Ammelrooy de oudere actrice speelt kort voor haar dood in 1975. Ze speelt met autoriteit, vooral als ze een lesje camera-acteren geeft met de meespelende cameravrouw. Film-acteren is een technische bezigheid, vindt Bos: “Je staat je aan te stellen voor een of ander mechanisch apparaat. Film is als een pashokje zonder spiegel.”

Techniek speelt een grote rol in de voorstelling: de technici die de filmbeelden en muziek regelen zitten nadrukkelijk vóór op het podium. Beelden uit Bos’ films worden geprojecteerd en vermengd met live beelden van Van Ammelrooy. Dat is vaak rommelig en soms heel lelijk. Ook het decor, dat met een aantal jaren zeventig attributen waarschijnlijk een tijdsbeeld moet aangeven, leidt alleen maar af van de hoofdzaak: de filmfragmenten en de anekdotes die erbij horen. Op de momenten dat die de ruimte krijgen gaat de voorstelling vliegen. Zoals wanneer Bos vertelt over haar vaste scherm-partner Adelqui Migliar: “Ik was getrouwd met hem, ik verleidde hem of ik verliet hem; dat waren zo’n beetje de mogelijkheden.”

Overigens moeten we bij haar films niet al te hoogstaande verwachtingen hebben: meer Johan Nijenhuis dan Mark de Cloe zeg maar. Pas helemaal aan het eind als Bos vertelt over haar tijdgenoten, zoals de Italiaanse filmster Francesca Bertini, snap je ineens de kwaliteit van Bos. Op beelden van Bertini blijkt die een archetypische stomme-filmactrice: met rollende ogen en gebalde vuisten slingert ze de emoties de camera in. Bos toont juist een mooi en onschuldig naturel.

Al met al is het een voorstelling waar het nodige op aan te merken is, maar die toch de moeite waard is door de oprechte bewondering van de makers voor het onderwerp en door de overtuigingskracht van Van Ammelrooy. En voor wie deze kennismaking naar meer smaakt: het Filmmuseum organiseert tussen 26/1 en 8/2 een programma met films van Annie Bos.

Toen ’t licht verdween van Toneelschuur Produkties. Gezien 11/1 in de Toneelschuur. Tournee t/m 4/2. 31/1 en 1/2 in Theater Bellevue. Meer info op www.toentlichtverdween.nl

Recensie: Herfstsonate door Hummelinck Stuurman

Eigenlijk is het vreemd dat het mis gaat in Herfstsonate. De film van Ingmar Bergman biedt prachtig materiaal voor een mooie moeder- en dochterrol. Linda van Dyck en Camilla Siegertsz zijn twee goede actrices en de regie is in handen van grote-zaal-belofte Anny van Hoof. Toch wordt het een bloedeloze theateravond met af en toe tenenkrommende momenten.

Charlotte (Van Dyck) is concertpianiste, een mondaine vrouw met een groot talent. Eva (Siegertsz) is haar volwassen dochter die na jaren haar moeder uitnodigt bij haar thuis. Ze is een verzenuwd kindvrouwtje dat smacht naar aandacht van haar moeder maar tegelijkertijd geen liefde kan aannemen. Het cadeau dat haar moeder voor haar meeneemt laat ze onuitgepakt. Van de regie moet Siegertsz ook nog het toneel heen en weer rennen en onverwacht van stemming wisselen. Het lijkt wel de casusbeschrijving van een borderlinepatiënt. Hoogtepunt is de onbeheerste uitval tegen haar moeder waarin alle opgekropte woede van jaren er in één woedende tirade worden uitgeschreeuwt. Het is een technisch knappe scene, maar zó ongericht dat het afstandelijk en ongeloofwaardig wordt.

Dan is er ook nog andere dochter, die geestelijk gehandicapt is. Medi Broekman speelt haar niet onverdienstelijk maar volledig overbodig naturalistisch, compleet met vertrokken mond, spastische armbewegingen en gekreun. Door deze naturalistische aanpak wordt het hele conflict tussen moeder en dochters geen psychologisch drama, maar de beschrijving van een ziektebeeld.

Moeder Charlotte komt sympathieker over. Ze weet dat ze in de opvoeding steken heeft laten vallen door haar carrière vóór te laten gaan, maar ze heeft veerkracht en relativeringsvermogen. Maar ook Van Dyck ontkomt vaak niet aan de oubolligheid van de regie, zoals wanneer ze tijdens het spelen van Chopin met haar rug naar de zaal uitgebreid met haar schouders de emoties in de muziek gaat zitten acteren.

Nog los van de uitvoering stelt vooral de moraal van het verhaal me voor vraagtekens. Wil Van Hoof nu werkelijk zeggen dat werkende moeders maar beter achter het aanrecht kunnen blijven om hun tere kroost niet te veel te beschadigen? Aan het eind vertrekt Charlotte. Ze moet een concert geven in Monte Carlo. Eva verwijt haar dat ze wegloopt voor haar problemen. Maar ik kan haar alleen maar groot gelijk geven. Hier is geen moeder nodig, maar professionele hulp.

Herfstsonate van Ingmar Bergman door Hummelinck Stuurman. Gezien 3/12 te Leiden. Herhalingen o.a. 2-3/1/06 in Amsterdam, meer speeldata op www.hummelinckstuurman.nl.

Reblog this post [with Zemanta]
« Vorige pagina
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity