Voorstuk: ‘George en Eran lossen wereldvrede op’

interviews,Parool — simber op 1 september 2013 om 22:21 uur
tags: , , , ,

Passen een Jood en een Syriër in één broek? In de Paradevoorstelling George en Eran lossen wereldvrede op gaan de Israëlisch-Nederlandse Eran Ben-Michaël en de geboren Syriër George Tobal gaan de uitdaging aan. De bevriende acteurs namen hun conflicterende achtergronden als uitgangspunt. “Als Jood en Arabier kunnen we goed samenwerken, waarom kunnen onze moederlanden dat dan niet?”

Ze zitten midden in een afmattende speelperiode: negen dagen achter elkaar spelen ze hun voorstelling drie keer op een avond; eerst op de Parade in Utrecht, dan op festival Boulevard in Den Bosch. “We zijn dag in dag uit van zes tot elf non-stop aan het praten”, zegt Ben-Michaël, “Eerst ‘parade maken’ om publiek binnen te halen, en dan de voorstelling spelen.” Tobal, gekscherend: “En de hele tijd maar charmant doen, dat gaat tegen onze natuur in.”

De twee acteurs leerden elkaar drie jaar geleden kennen bij de voorstelling Hamlet van De Utrechtse Spelen. “We speelden allemaal dubbelrollen”, vertel Tobal, “Eran en ik waren onder andere het onafscheidelijke duo Rosencrantz en Guildenstern, de beste vrienden van Hamlet. Toen leek het de kostuumontwerpster een aardig idee om ons in één broek te stoppen met drie pijpen.” Ben-Michaël: “En het was een heel fysieke rol: we moesten op tafels klimmen, om elkaar heen rollen en dansen en als een soort siamese tweeling. We hebben heel veel samen gerepeteerd en vlak voor de try-outs werd het afgeschoten. De regisseur vond het toch niet werken.”

Maar de vriendschap die was ontstaan hield stand. En nu maken ze samen bij theatergroep Rast een voorstelling over de problemen in het Midden Oosten. Ben-Michaël: “Het uitgangspunt was: wij konden als Jood en Arabier in één broek prima samenwerken, waarom kunnen onze moederlanden dat niet?” De twee verzamelden persoonlijke verhalen en bekende argumenten en grappen uit discussies tussen Israëliërs en Arabieren en werkten die uit tot een ‘conflictkomedie’.

Belangrijke inspirator was Theaterschooldirecteur André Veldkamp. Tobal: “Hij is mijn toneelvader en heeft ons begeleid bij het schrijven en samenstellen van de voorstelling.” Een paar weken voordat de repetities begonnen overleed Veldkamp, maar zijn geest is nog wel aanwezig in de voorstelling. “André hield van persoonlijke verhalen, die net over de grens van het betamelijke gaan. Een doordacht politiek statement, daar hield hij niet van. En hij kon heel goed met je meedenken, zonder dat hij zíjn stempel zette.”

Ben Michaël: “Hij liet ons veel persoonlijker verhalen vertellen. Ik bleef erg bij het onderwerp – Joden en mijn familie, maar uiteindelijk werd het breder en kwamen er veel meer verhalen in.” Tobal: “We omarmen die clichés. Door ze te gebruiken steek je er de draak mee en maak je mensen bewust van hoe ze naar Joden en Arabieren kijken.”

“De voorstelling is niet alleen maar luchtig”, waarschuwt Tobal, “Hij draait naar een soort heftigheid. We vertellen elkaar de waarheid.” Ben-Michaël: “Ik heb nog nooit zoveel reacties gehad op een voorstelling. Mensen krijgen er zelfs ruzie over; ze hebben het idee dat ze partij moeten kiezen. Het gaat over conflict en oorlog, maar ook gewoon over vriendschap en menselijke relaties.” Tobal: “Het is ook moeilijker dan Hamlet spelen. Hamlet staat verder van je af, dat kun je technisch benaderen. Deze voorstelling is zó persoonlijk.”

En hebben de twee nu de sleutel voor de wereldvrede in handen? Ben Michaël: “We hebben wel honderd oplossingen, maar elke oplossing bracht weer tien bezwaren met zich mee waardoor het niet zou kunnen. De conclusie is dat we het samen moeten doen en dat elk mens evenveel rechten heeft. Ik merkte in Israël dat mensen soms lijken te denken dat het leven van een Israëliër meer waard is dan dat van een Palestijn.” Tobal: “De titel is eigenlijk dubbelzinnig: als je de wereldvrede oplost, dan maak je een probleem.”

George en Eran lossen wereldvrede op van Theatergroep Rast: te zien op De Parade (13 t/m 16 augustus) en het Amsterdam Fringe Festival (6 t/m 9 september). www.rast.nl

Verslagje ITs Festival

Je vraagt je af hoe jonge toneelspelers en theatermakers zich moeten voelen: vier jaar geleden nog hoopvol begonnen, en nu afstuderend in tijden van grote subsidievermindering, met name voor nieuw talent. Het lijkt de meesten niet te deren; ze zijn vol vertrouwen dat ze op de een of andere manier wel aan de kost kunnen komen.

Het ITs Festival, dat een groot aantal voorstellingen van afstuderenden aan de diverse toneelscholen van Nederland presenteert, bezuinigt ook en duurt dit jaar een paar dagen korter dan eerdere edities.  Verstandig misschien in de overdaad aan festivals deze weken, maar dat betekent wel dat je als toeschouwer je er –meer dan in voorgaande jaren– helemaal in moet storten om alles te volgen.

Het heeft ook al ergerlijk en verwarrend bij-effect dat sommige voorstellingen de ene dag wél in de ITs programmering staan en de volgende dag –op dezelfde tijd en in dezelfde zaal– ineens niet meer.

Zoals elk jaar gaat de meeste aandacht uit naar de afstudeervoorstellingen. De Toneelschool Maastricht kiest al een aantal jaar voor modern repertoire en speelt Turista uit 2005 van de Duitse schrijver Marius von Mayenburg. Het stuk verplaatst de eeuwige Europese oorlogen naar een camping “op de vlakte van Waterloo, achter het Teutoburger Wald aan de Marne”.  De kinderen terroriseren elkaar, de ouders proberen zonder succes de vrede te bewaren en iedere scène eindigt met de dood van een van de kindjes, ongeveer zoals Kenny in South Park.

De Maastrichtse afstudeerklas speelt zowel de kinderen als de ouders en nog een paar krankzinnigen die Hans en Grietje opvoeren. Kortom, lekker vet en gruwelijk toneel, maar regisseur Caspar Vandeputte houdt het tempo te laag, waardoor de voorstelling erg gaat dreinen. Bij Maastricht zitten er altijd een paar sterren in de klas en hier zijn dat Sallie Harmsen (die al een Gouden Kalfnominatie op zak heeft) en Reinout Scholten van Aschat (zoon van, die al opviel in De Heineken Ontvoering). Beiden zijn ook al opgepikt door grote toneelgezelschappen (respectievelijk Het Nationale Toneel en Toneelgroep Amsterdam).

In Amsterdam besloot een deel van de afstudeerders hun eigen idealisme onder de loep te nemen en het resultaat is de schetsmatige voorstelling Almost cut my hair, een verzameling liedjes, sketches, en persoonlijke scènes met veel fijne hippiemuziek van met name Crosby, Stills, Nash & Young, aan wie ze ook de titel ontlenen. Het is eigenlijk geen goede voorstelling, te ijdel, te fragmentarisch, vol jonge mensen met passie en kunde maar zonder ervaring.

Maar door één briljante ingreep valt alles op z’n plaats. Eén van de spelers vertelt een kort verhaal over een jeugd in de jaren vijftig. Het is de geschiedenis van André Veltkamp, afscheidnemend directeur van de Theaterschool en regisseur van de voorstelling, en ineens wordt alles gelaagd: idealisme als levensgevoel van adolescenten, “letting your freak flag fly”, de noodzaak om terug te gaan naar de muziek van je ouders om de wereld nu te begrijpen.

Het helpt dat Soumaya Ahouaoui en George Tobal innemende, magnetische spelers zijn en Karlijn Hamer een kleinkunstkanon waar we nog wel van zullen horen. Maar hier wordt de tijdgeest hard op z’n staart getrapt en dat is bijzonder.

Het ITs Festival duurt nog t/m 28/6. Meer info op www.itsfestivalamsterdam.com

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity