Recensie ‘The Future of Sex’ van Wunderbaum en Arnon Grunberg

Parool,recensies — simber op 20 juni 2016 om 11:39 uur
tags: , ,

De gladde, ronde capsule staat op bolvormige pootjes. Van buiten is hij zwart, door een rond raampje kijk je naar de helwitte binnenkant. Daar zit Arnon Grunberg. Actrice Maartje Remmers stelt hem vragen: “Ben je er klaar voor?” “Ben jij te vertrouwen?” “Wat heb je liever: een grote pik of een smal kutje?”

The Future of Sex is een theatertekst van Arnon Grunberg, op basis van improvisaties van acteursgroep Wunderbaum. Johan Simons regisseert. De toekomst van seks volgens Grunberg & Co is – niet geheel onverwacht – niet bijster hoopvol. In de zoektocht naar ultiem genot delft intimiteit het onderspit.

De acteurs spelen scènes waarin steeds één idee wordt uitgewerkt. De scènes zijn bijna een soort columns – to the point en vaak heel geestig. Marleen Scholten speelt een vrouw met een seksrobot, Remmers en Matijs Jansen spelen een stel dat al jaren geen seks meer heeft, Walter Bart speelt een bankier die graag als baby verzorgd wordt – inclusief poep eten – en daarna moet meedoen aan een klanttevredenheidsonderzoek. De beelden zijn van een gecontroleerde perversie, neigend naar performance art.

Vanuit zijn capsule kijkt Grunberg toe. Soms buigt hij zich uit het raam om het schouwspel beter te kunnen zien. Het vraag-antwoord-spel waarmee de voorstelling begint komt nog twee keer terug – met steeds geïmproviseerde, afstandelijke, niet-sociaal-wenselijke antwoorden van de schrijver – en af en toe komt een van de personages hem om raad vragen. Je zou de capsule kunnen zien als een tijdmachine, waarmee Grunberg het toekomstige seksuele landschap bezoekt.

Intrigerend is de scène waarin Matijs Jansen een pedoseksueel speelt met een robot in de vorm van een 11-jarige jongen. Een dergelijk idee is al vaker geopperd, maar de onbevangenheid waarmee Jansen speelt, en de manier waarop de jongen (Mayu Ayala Koeman) herhaalt dat alles “juridisch afgedekt” is, maakt het morele dilemma pijnlijk duidelijk.

Een andere scène gaat over virtuele seks tussen partners in verschillende werelddelen, maar de techniek die dat mogelijk maakt, kun je ook gebruiken voor seks met een jongere versie van je partner. Of met een digitale versie van jezelf. “Ik weet toch zelf het beste wat ik lekker vind?” zegt een van de personages, en dat lijkt me de kern van het probleem. Ook hier is de vorm sterk: de spelers praten niet met elkaar, maar tegen willekeurige punten iets hoger in de ruimte; het geeft ze iets wezenloos, maar ook zoekends.

Uiteindelijk gaat de voorstelling opvallend weinig over lust, maar vooral over de cerebrale gesprekken eromheen: over afspraken, vertrouwen en ethiek. En hoewel intimiteit bij toekomstseks geen rol lijkt te spelen is de zorg van de vier Wunderbaum-spelers voor de meespelende schrijver juist erg liefdevol. Het zijn dit soort tegenstellingen die de voorstelling intrigerend maken.

Aan het eind komt de tijdscapsule weer terug, met passagiers: vier “sletten van de toekomst” – wezens die de ketenen van de intimiteit hebben afgeworpen. “Ik denk dat de seks van de toekomst lijkt op de seks van het verleden,” antwoord Grunberg op een van de vragen van Remmers. Na deze dystopische voorstelling hoop je dat dat waar is.

Holland Festival: The Future of Sex van Wunderbaum en Arnon Grunberg. Gezien 18/6/16 in Muziekgebouw aan het IJ. Meer info op www.hollandfestival.nl

Beschouwing: ‘The New Forest’ van Wunderbaum

beschouwingen,Parool — simber op 6 juni 2016 om 11:17 uur
tags: , ,

Vier jaar werkte theatergroep Wunderbaum aan hun project The New Forest, waarin ze als kunstenaars een nieuwe samenleving wilden opbouwen. In het Holland Festival zijn een aantal van de daaruit voortgekomen voorstellingen te zien, plus de afsluitende film Stop Acting Now. Maar heeft het collectief het wel overleefd?

‘Wat heb ik te bieden aan de werkelijkheid?’, vraagt actrice Marleen Scholten zich vertwijfeld af. Het is tegen het einde van de film Stop Acting Now en de vijf toneelspelers van acteursgroep Wunderbaum merken dat ze zich in hun laatste project verslikt hebben.

Wunderbaum is een theatergroep die bestaat sinds 2001, toen de leden samen afstudeerden aan de toneelschool Maastricht. Johan Simons nam ze onder zijn hoede en maakte met hen prachtige, zwaarmoedige voorstellingen als Platform (naar Houellebecq) en Tien Geboden (naar Kieslowski).

In hun eigen werk pakten ze even serieuze thema’s lichtvoetiger aan. Ze maakten voorstellingen over Engelse lads in Oekraïne (Beer Tourist), over populisme (Venlo), armoede in Rotterdam Zuid (Natives) en kunst in de openbare ruimte (Looking for Paul). De voorstellingen speelden altijd met fictie en werkelijkheid, maar probeerden het wel altijd expliciet te hebben over de werkelijkheid buiten de deur.

In 2013 kondigde de groep een grootschalig nieuw project aan: The New Forest. Niet een nieuwe voorstelling , maar een geheel nieuwe samenleving was het doel. Een utopie, waarin alle facetten van de maatschappij opnieuw zouden worden uitgevonden. Het project verwarde volgers van de groep en critici (ook mij). Was het nou een plek waar ze daadwerkelijk gingen wonen? Of was het een heel uitgebreid fictief spel? Of was het iets waar de makers zelf in moesten geloven om een nieuwe vorm van kunst uit te vinden?

Feit was dat uit de The New Forest wel voorstellingen voortkwamen, zoals het erg geslaagde De komst van Xia, dat speciaal voor het Holland Festival wordt hernomen. In een speciaal door ZUS Architecten ontworpen tribune filosoferen de acteurs over de ideale samenleving. Maar hoe zou je moeten beginnen met een nieuwe maatschappij. Het antwoord dat de groep geeft is: met cultuur en rituelen. Op spectaculaire wijze wordt het Chinese meisje Xia binnengehaald als leider van de nieuwe samenleving.

Maar het interessantste deel van het project is uiteindelijk de film Stop Acting Now geworden, die Wunderbaum maakte in samenwerking met regisseur Mijke de Jong. De film laat zien hoe de groep de uiteindelijke consequentie trekt van het idealisme waarmee ze hun voorstellingen maken: ze gaan stoppen met acteren en ingrijpen in de werkelijkheid.

Wine Dierickx blijft grotendeels buiten beeld: zij kreeg in het jaar waarin de film gemaakt werd een kind, en ziet dat als haar bijdrage aan een betere wereld. De andere vier hebben ieder een eigen project: de melancholieke Marleen Scholten begint een ‘tranenbar’, een café voor weltschmerz; de cholerische Maartje Remmers gaat een arm gezin helpen bij de schuldhulpsanering; de sanguine Walter Bart start een serie theatraal activistische performances (verkleed als bankier geld uitdelen en dergelijke); en de flegmatieke Matijs Jansen ontwikkelt een app voor stadstuinieren.

De film volgt de ups en downs van de verschillende projecten, die al snel net iets te absurd worden – de documentaire volgt uiteindelijk het vaste stramien van veel Wunderbaum-voorstellingen: als acteurs beginnen met een geloofwaardige situatie en van daaruit steeds verder improviseren. De vorm van een mockumentary geeft de makers echter de mogelijkheid om de projecten verder uit te spinnen dan op het toneel mogelijk zou zijn. We zien Scholten doodongelukkig als een combinatie van psychiater en barvrouw rondlopen in haar veel te succesvolle bar en Remmers in de rechtszaal nadat ze een gemeenteambtenaar heeft geslagen.

Maar ondanks de speels fictieve vorm is de film eigenlijk heel openhartig. Het gaat over kunstenaars die heel oprecht zijn in een zoektocht naar manieren om de wereld te verbeteren en die er gaandeweg achter komen dat juist kunst maken hún manier is. De bezuinigingen van vijf jaar geleden hebben bijna alle kunstenaars uit het lood geslagen, juist omdat in het debat het nut van kunstenaars voor de samenleving geheel werd ontkend: kunst zou los staan van de rest van de samenleving en alleen maar luxe zijn.

In de speelse vorm en de serieuze inhoud toont Wunderbaum in Stop Acting Now, zoals in haar beste theatervoorstellingen dat zij de werkelijkheid iets essentieels te bieden heeft: verbeelding.

Stop Acting Now is nog te zien op 26/6 in Eye
De komst van Xia is te zien van 22 t/m 25/6 op locatie Kop Java-eiland
www.hollandfestival.nl

De ironische utopie

beschouwingen,Theatermaker — simber op 27 mei 2013 om 10:32 uur
tags: , , ,

En ineens steekt het utopisme opnieuw de kop op. Theatermakers kweken als een soort kolchoz zelf groente (Dood Paard en De Warme Winkel), bouwen nieuwe steden (Maas), luisteren naar utopische speeches (Laura van Dolron) of stichten een totaal nieuwe samenleving (Wunderbaum). Waar komt deze drang naar een betere wereld op de podia ineens vandaan? En hoe verhoudt dit nieuwe utopisme zicht tot de diepgewortelde ironie die de huidige generatie theatermakers kenmerkt?

De sla wil maar niet opkomen. Meer dan een paar iele sprietjes steken er niet uit de donkerbruine aarde. “Het is ook eigenlijk te warm voor sla. Sla houdt van kou: 8 á 9 graden.” Hier spreekt geen tuinder op zijn akkerweide, maar toneelspeler Kuno Bakker van Dood Paard. Samen met collega Manja Topper en Jeroen De Man en Vincent Rietveld van De Warme Winkel loopt hij rond in de voormalige mediatheek van het TIN, op de eerste verdieping van een oude bank aan de Sarphatistraat.

De balie is vol met aarde gestort, in de neergelegde boekenkasten groeien nu voorzichtig aardappelen en bonen en in de plastic displays waar een paar maanden geleden TM nog uitgestald stond ontkiemen nu doperwtenplantjes. Naast de lichtkoepel midden op de verdieping branden snelweggele groeilampen.

De plantenbakken zullen uiteindelijk het decor vormen voor de voorstelling die de twee groepen hier gaan spelen. Met thema’s als duurzaamheid, ecologie, urban farming en de instortende markt voor kantoorpanden lijken Dood Paard en De Warme Winkel de vinger stevig aan de pols van de tijd te hebben. Maar er is meer aan de hand. De voorstelling heet per slot van rekening Paradijs.

Op het woord ‘utopie’ reageren de makers van Dood Paard en De Warme Winkel nogal afhoudend: “Utopisch denken is te weinig concreet, vind ik”, zegt Bakker, “Er hangt een alomvattend toekomstbeeld aan vast.” De Man: “Maar in de start van het project zit wel een heel idealistische, utopische drive: het idee dat we de hele straat hier zouden kunnen voorzien van groente.” “Utopisch betekent ook onmogelijk”, vult Topper aan, “en dit lukt wél, al is het op een kleine schaal.”

Ondanks de bescheidenheid van de makers denk ik dat er toch een niet mis te verstane utopisch aspect aan dit project zit. Achter de naïeve ideeën over de mogelijkheden van stadstuinieren en de retoriek over alternatieve economische modellen is dit ook een samenleving in het klein.

Continue reading “De ironische utopie” »

Recensie: ‘Detroit dealers’ van Wunderbaum

Daar sta je dan, tussen de Volvo’s. Automobielbedrijf Van Vloten in Noord is een opvallende locatie voor het Holland Festival, en de dealer heeft goed uitgepakt, met kaas, olijven, uitstekende wijn een speciale festivalaanbieding: 1500 euro korting, een diner bij De Goudfazant en twee kaarten voor een toneelvoorstelling als je nu een nieuwe auto koopt.

De voorstelling die hier staat heet Detroit Dealers, van de Rotterdamse theatergroep Wunderbaum. Het is een persoonlijke, documentaire-achtige voorstelling over de fascinatie van acteur Walter Bart met auto’s. Uitgangspunt is het verhaal van zijn grootvader, Opel-dealer, die in de jaren ‘60 op zakenreis naar Detroit ging en daar een affaire had met een zwarte soulzangeres, waaruit weer kinderen en kleinkinderen geboren werden, die Bart in Amerika is gaan opzoeken. Of misschien is het wel niet helemaal zo gegaan, in een vorige voorstelling werkte Wunderbaum met een vergelijkbare mystificatie.

De voorstelling begint met een hilarisch filmpje (van Gerbrand Burger) waarin Bart en mede-Wunderbaumer Maartje Remmers met de grootste SUV die ze maar konden huren door Detroit karren op zoek naar Rosemarie Wilson, Barts Amerikaanse nicht. Daarna is het een losse, overvolle verzameling scènes over familie, cultuurverschillen, auto’s, sex, de opkomst en ondergang van General Motors en Detroit, hiphop, fietsen, milieuvervuiling en nog zo wat, gespeeld, gezongen en gerapt door Bart, Remmers en Wilson.

Het leuke aan Wilson is haar totale gebrek aan ironie; volkomen oprecht kan ze vertellen over haar liefde voor Detroit en grote auto’s en haar wil om verbinding te maken met het publiek. Dat contrasteert prachtig met de ironische afstand die altijd in het spel van Wunderbaum ingebakken zit. Die wonderlijk gelukte tegenstelling is het hart van de voorstelling, uitmondend in een geweldige rapbattle tussen de hakkelende, geëxalteerde Bart en de sexy en geestige flow van Wilson, ondersteund door de coole electronische muziek van Bo Koek, Jens Bouttery en Andrew Claes.

Daardoor neem je voor lief dat het onderwerp vrij warrig blijft en dat tegelijk de rijkdom van de associaties ook niet echt overslaat op de toeschouwer. Dat zie je vooral bij de drie onderbrekingen, waarin Remmers drie aspecten van de auto verbeeldt – de auto als sekssymbool, vervuiler en electrische toekomstdroom. Remmers doet daar op een erg geestige manier verheven, maar de teksten zijn te zwak. Hier wreekt zich dat de voorstelling eerder in het Engels is gespeeld (in Pittsburgh, eerder dit jaar), want dan klinken in alle platitudes een eindeloze hoeveelheid songteksten en filmquotes mee, een effect dat in het Nederlands verdwijnt.

In de laatste scène waarin Bart en Wilson samen de verleiding van de grootvader naspelen –tegelijk gefilmd als film noir– is dan weer erg mooi. Aantrekkingskracht, daar gaat deze voorstelling eigenlijk over, en dat heeft Wunderbaum in ruime mate.

Holland Festival: Detroit dealers van Wunderbaum. Gezien 15/6/12 in Automobielbedrijf Van Vloten, Amsterdam Noord. Aldaar t/m 21/6. Meer info op www.wunderbaum.nl

Recensie: ‘Flow my tears’ van de Veenfabriek en Wunderbaum

John Dowland, beroemd luitist en componist, tijdgenoot van Shakespeare en… Indiaan? De Leidse muziektheatergroep de Veenfabriek van Paul Koek weeft in zijn nieuwe voorstelling Flow my tears op onnavolgbare wijze renaissance-muziek, electronica, Jeroen Willems, poëzie en verentooien door elkaar,  maar de structuur is uiteindelijk te los.

Jeroen Willems en Marleen Scholten (van Wunderbaum) treden op als zangers van een bandje dat de frêle liederen van Dowland speelt, maar tegelijk hun fascinatie voor Ojibwe Indianen de vrije loop laat. “Het is onze taak om de indiaan in John Dowland te bevrijden. Het is onze taak om de indiaan in zijn muziek voelbaar te maken.” Ze worden begeleid door een combo van blokfluit, contrabas, synthesizer en clavecimbel. Het podium staat vol muziekinstrumenten en heeft een bordkartonnen achterwand die gedurende de voorstelling een paar keer omvalt en door twee technici weer overeind wordt gezet.

De voorstelling is als een concert dat steeds wordt afgewisseld met verhalen, bespiegelingen en conflictjes, vooral met clavecinist Frans de Ruiter. Van Willems wisten we al dat hij kon zingen door zijn succesvolle voorstellingen over Jacques Brel en Scholten zong al eerder prachtig in de voorstelling Songs at the end of the World. Maar samen klinkt het in het begin wat onwennig. Vooral als ze beiden in de hoge registers zingen knarst er wat. Dan zijn het even acteurs die vooral spélen dat ze goed kunnen zingen.

Maar gaandeweg krijgt de sierlijkheid van Dowlands minstreel-achtige, melancholieke liederen vol tranen de ruimte. De half-klassieke, half-moderne uitvoering helpt. Walter van Hauwe bespeelt een schijnbaar zelfgemaakt, hoekig gevaarte, een electronische blokfluit die vloeiende klanken produceert zonder begin en eind, die wonderlijk mooi passen bij het afgemeten geluid van de clavecimbel.

En tussendoor vertelt Scholten buitenissige verhalen over haar krijger, loopt Willems rond met een speelgoed-pijl-en-boog met een grote roze zuignap en draagt hij een spits en lucide gedicht voor van Annelies Verbeke óver Dowland. De combinatie van mooi zingen en absurde humor doet als vanzelf denken aan de voorstellingen van de Zwiterse regisseur Christoph Marthaler.

Maar het gebrek aan samenhang gaat toch irriteren. Waarom hangt die Nederlandse vlag boven het toneel? Waartoe vloeien al die tranen uit de titel? Er wordt gehint naar een overkoepelend verhaal over gemeenschap, ergens bij willen horen, en het zoeken van schoonheid en geborgenheid in contrasten. Maar dat thema blijft te abstract. Zoals altijd wil Koek dat de muziek vervult wat het theater niet kan, maar dat is hier te veel gevraagd, zelfs voor Dowland.

Flow my tears van de Veenfabriek en Wunderbaum. Gezien 8/2/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog vandaag. Tournee t/m 27/4. Meer info op www.veenfabriek.nl

Recensie: ‘Onze Paus’ van Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 27 oktober 2011 om 01:07 uur
tags: , , , ,

“Het triviale niveau van uw sociale en morele observaties is niets meer dan teleurstellend.” Met deze woorden wees de Poolse theaterdirecteur Krystyna Meissner het in haar opdracht geschreven stuk Onze Paus van Arnon Grunberg af voor opvoering. De Nederlandse theatergroep Wunderbaum speelt het nu alsnog en maakt er een zotte nachtmerrie van. Maar heeft Meissner niet toch een beetje gelijk?

De Vlaamse neerlandicus Van Rompuy vindt een baantje aan de factulteit Nederlands van de universiteit in Wrocklaw, een beetje tot zijn verrassing na het snotterige sollicitatiegesprek en ook behoorlijk tegen zijn zin want Polen blijkt een soort Wallonië, maar dan erger. Op de eerste dag krijgt hij een fietsongeluk en raakt z’n voortanden kwijt, terwijl zijn meegereisde vriendin nogal overstuur raakt van de vlekken in de matras in hun door de universiteit ter beschikking gestelde woning. En dat is nog maar het begin van zijn teloorgang.

Van Rompuy wordt gespeeld de Vlaamse acteur Oskar van Rompay, die er een weergaloze rol van verbijsterde lijdzaamheid van maakt. Hij zit machteloos in een tandartsstoel, verplaatst zich in een door de universiteit ter beschikking gestelde rolstoel – hoewel hij die niet nodig heeft – komt steeds meer onder het bloed te zitten en heeft voor iedereen die tegen hem spreekt eigenlijk maar één antwoord: “No Polski”.

Ook de rest van het acteursensemble heeft er zichtbaar lol in om er bij het steeds absurder ontsporende toneelstuk nog een schepje bovenop te doen, met een luid orerende professor (Walter Bart op z’n grappigst), naakte mannen met een blinddoek, een vrouw in lingerie met een bomgordel (“kunst is een excuus voor pornografie”, zegt een van de personages, en een hitsige Maartje Remmers doet een geweldige act als tandartsassistente die met geweld dreigt als ze geen nieuwslezeres mag worden) een kind en een paus.

Maar al die vrolijke theatraliteit is verspild aan het nogal magere stuk van Grunberg, dat vooral lijkt te bestaan uit lange monologen met te weinig Grunbergsiaanse aforismes en dat tegen het eind z’n toch al geringe samenhang helemaal verliest. Opvallend omdat het stuk De Hollanders, dat hij dit jaar voor de Amsterdamse toneelschool schreef zo scherp was.

Wunderbaum, dat anders nooit bestaande stukken speelt, zegt juist aangetrokken te zijn door de rare, onaffe structuur. Maar misschien hebben ze zich juist wel te dienstbaar opgesteld. Nu is het met name een voorstelling voor de grootste fans van de schrijver.

Onze Paus van Arnon Grunberg door Wunderbaum. Gezien 26/10/11 in Frascati. Aldaar t/m 1/11. Meer info op www.wunderbaum.nl

Voorstuk Wunderbaum in de SSBA

interviews,Parool — simber op 23 mei 2011 om 10:00 uur
tags: , , ,

Wunderbaum in de Stadsschouwburg

Het gaat goed met toneelgroep Wunderbaum. Eerder dit seizoen won het acteurscollectief de Prosceniumprijs, vorige week werd bekend dat de voorstelling Natives II was geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen. Deze week staat de groep met een minifestival in de Stadsschouwburg. Van 24 tot 26 mei zijn er drie verschillende voorstellingen te zien. “We willen het publiek een antwoord geven, niet ze volstoppen met ellende en dan heel triest achterlaten.”

Het zijn drie heel verschillende voorstellingen die Wunderbaum laat zien. “Melle Daamen (directeur van de Stadsschouwburg) heeft ons symbolisch de sleutel gegeven”, vertelt actrice Marleen Scholten in een Amsterdams café. “Drie dagen mogen we doen wat we willen, en we wilden het liefst gewoon ons meest recente werk laten zien; voorstellingen die nog niet of te kort in Amsterdam te zien zijn geweest.”

Als eerste is de grote-zaalvoorstelling Songs at the end of the world te zien, die Wunderbaum maakte met het theaterbandje Touki Delphine. “Songs… is meer een concert dan een voorstelling”, zegt Scholten. “We werden geïnspireerd door de documentaire Encounters at the end of the world van Werner Herzog, over wetenschappers op Antarctica. Dat vonden we een mooie metafoor: de Zuidpool als plek om je terug te trekken, het leven dat je óók gehad had kunnen hebben.”

“We staan met z’n achten op het toneel en hebben allemaal een lied. We hebben ‘alternatieve biografie’ geschreven voor onszelf: een verhaal dat begint in onze eigen, ‘echte’ jeugd, maar dat halverwege een andere wending neemt, en waarin we eindelijk op Antarctica terecht komen. Die verhalen vertellen we in pop- en rockliedjes, veel samenzang en in monologen en dialogen eromheen. We hebben zelf ook songteksten geschreven en wanneer we in Amsterdam spelen komt de cd uit.”

Oorspronkelijk had Wunderbaum het idee om met Touki Delphine iets te maken rond het boek Wij van Elvis Peeters, over losgeslagen jongeren in een Belgisch dorp, maar de muzikanten waren daarop tegen: “Wij hebben in onze voorstellingen vaak de neiging om de donkere kant van de mens en de wereld te laten zien. Maar dit keer wilden we dat niet. We willen het publiek een antwoord geven en niet volstoppen met ellende. Als we samen zingen is dat een antwoord op deze wereld.”

Een heel andere voorstelling is Looking for Paul, die Wunderbaum afgelopen november maakte in Los Angeles. Scholten: “We kregen een beurs om drie weken daar te kunnen werken en een voorstelling te presenteren. In een oudere voorstelling, Venlo, hadden we het al eens gehad over populisme en kunst in de openbare ruimte en in LA konden we dat verder onderzoeken aan de hand van de discussie over Kabouter Buttplug, dat grote beeld van Paul McCarthy in Rotterdam. McCarthy woont in LA en een van ons, Maartje Remmers, speelt een winkelier die de hele dag op dat obscene beeld moet uitkijken en die naar Amerika was gekomen om hem ter verantwoording te roepen.”

Lachend: “In LA werkte dat heel goed, niemand kent ons en mensen geloofden Maartje helemaal. Ja, Paul McCarthy zelf is ook komen kijken, met vrouw en dochter. Hij was een beetje verlegen dat er een hele voorstelling alleen over hem was gemaakt. Hij vertelde nog dat hij, toen hij hoorde dat Rotterdam Kabouter Buttplug op een openbaar plein wilden zetten, een minder aanstootgevend werk had aangeboden, maar dat hij als antwoord kreeg: ‘Nee nee, dit is Nederland, wij houden van provocerende kunst.’”

Tijdens hun verblijf in LA deden de acteurs ook een rondgang langs theatermakers om te kijken hoe zij hun geld verdienen. “Dat is best shockerend. Het budget van hele staat Californië voor kunst en cultuur is even groot als de subsidie voor Wunderbaum. Door de overheid worden kunstenaars totaal in de steek gelaten, maar tegelijkertijd zie je dat ze deels worden opgevangen door het publiek. De noodzaak om te maken is zo groot dat er toch wel theater is. Dus op dat gebied maak ik me niet zoveel zorgen over de bezuinigingen in Nederland. Maar goed, al die kunstenaars daar hebben zeven baantjes en maken theater midden in de nacht. Dat is alleen maar klote.”

“Voor ons heeft het ook wel nieuwe ideeën opgeleverd. We zijn soms erg gefocust op het vinden van nieuwe coproducenten, maar misschien moeten we veel meer op zoek naar samenwerking met andere soorten instellingen, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid of politiek, of in andere disciplines. Nu in de Stadsschouwburg hebben we ook een aantal debatten en nagesprekken. We willen verder denken dan theater.”

Wunderbaum Minifestival in de Stadsschouwburg Amsterdam
24/5 Songs at the end of the world met achteraf concert door Alamo Race Track
25/5 Looking for Paul, na afloop interviews door Bas Heijne
26/6 Rail Gourmet, nagesprek met schrijfster Annelies Verbeke
meer info op www.wunderbaum.nl

 

Verslag/recensie De Internationale Keuze

Parool,recensies,verslagjes — simber op 13 september 2010 om 01:24 uur
tags: , , ,

Voor de tiende keer is in Rotterdam in september een toonaangevend programma van internationaal theater te zien. Niet in de schouwburg dit keer, want die wordt verbouwd. Dus moet je als bezoeker op ontdekkingstocht naar de speellocaties, diep Rotterdam in.

Voor een festival dat ‘De Internationale Keuze’ heet, zijn er dit jaar overigens wel flink wat Nederlandse voorstellingen te zien. Zoals de nieuwste van De Warme Winkel, Poëten en Bandieten, over de jong gestorven Russische dichter Boris Ryzhy, of Answer me van Dood Paard, al is dat een Engelstalige Nederlands/Deens/Estse co-produktie met  Portugese gastacteurs.

Of Natives van theatergroep Wunderbaum, dat voor de voorstelling de beschikking kreeg over een hele flat in Pendrecht, ‘op Zuid’, die na afloop van de speelperiode wordt gesloopt. Het acteursgezelschap, dat afgelopen zondag nog de Prosceniumprijs won, maakt met Natives hun meest beeldende voorstelling tot nu toe, echter niet hun beste. In de schitterend opengewerkte en belichte sloopflat zien we scènes als uit een postapocalyptische wereld. De woningen zijn gestript en liggen vol afval. Een pasgeboren baby wordt gewassen met goor water uit een toiletspoelbak, een vrouw jaagt en vangt een kat, die ze vilt in haar badkamer.

Een ramp heeft deze plek onbewoonbaar gemaakt, maar toch gaan de bewoners, gehuld in hippe uitgaanskleren, niet weg. Ze wassen zich in modder, drinken besmet water, zoeken even toenadering tot elkaar, maar houden eigenlijk liever afstand. De moeder van het pasgeboren kind verstikt en begraaft het. Is dit de visie van de groep op het wonen in een probleemwijk? Of zijn de makers meer geïnteresseerd in hun eigen angsten voor het uiteenvallen van de bestaande orde? Het is moeilijk om er je vinger achter te krijgen. Twee huizen van het decor vandaan knipt af en toe licht aan en uit. Daar wonen blijkbaar nog mensen. Dit is een plek die toch enig statement afdwingt, maar Wunderbaum blijft te veel steken in esthetiek.

Dat is ook een beetje het geval bij de installatievoorstelling K, a society waarbij je wordt rondgeleid door het Haka gebouw, een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen in Rotterdam West. Regisseur Kris Verdonck weet echter met videoprojecties en museale installaties schitterende beelden te creëren die lang blijven hangen. Een bak vol met rondrollende knuffelhondjes, een hypnotiserende video waarin de camera als in een vertraagde bungy jump langs een glazen gebouw naar beneden zakt of een video van een zakenman in een bak water, ook weer op water geprojecteerd.

De komende weken staan nog meer bijzondere, vaak multidiscipinaire voorstellingen op het programma. Opvallend is zeker de absurde musical Life and Times, episode 1, van de New Yorkse groep Nature Theatre of Oklahoma, met liedteksten gebaseerd op telefoongesprekken met een jonge vrouw, inclusief alle ‘ehhhm’s en ‘youknow’s. Het eind van het festival op 2 oktober is tevens de heropening van de vernieuwde schouwburg, die –net als in Amsterdam- een ‘stadsfoyer’ krijgt die de hele dag open is.

De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg is nog t/m 3 oktober. Meer info op: www.deinternationalekeuze.nl.

Recensie: ‘Rail Gourmet’ van Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 28 maart 2010 om 23:18 uur
tags: , ,

Een jonge vrouw verzamelt spreekwoorden over geluk. ‘Waar liefde is, is geluk’ is haar favoriet, uit Polen. Het Griekse ‘Wie gelukkig wil zijn, moet thuisblijven’ waardeert ze minder. Haar werk is al net zo Europees als haar verzameling: op het station van Brussel pakt ze voor het bedrijf Rail Gourmet maaltijden in voor passagiers van de hogesnelheidstrein, samen met collega’s als Madeleine, Luc, Achmed en Anya.

Rail Gourmet is de nieuwe voorstelling van theatergroep Wunderbaum, een groep acteurs die nu eens op lokatie, dan weer in de schouwburgzaal speelt. De tekst is van de Vlaamse romanschrijfster Annelies Verbeke, die een even lichtvoetig als indringend drieluik schreef over de zoektocht naar geluk tussen de spoorrails.

Gabrielle, de Rail Gourmetvrouw, wordt feilloos gespeeld door Wine Dierickx. Ze zet een beetje onhandig een drumstel in elkaar, terwijl ze vertelt over de brieven die ze aan haar collega’s schrijft, waarin ze ze aanspreekt op hun gedrag, zichzelf verontschuldigd en nog meer spreekwoorden over geluk debiteert. De brieven worden nooit verstuurd. Iemand die zoveel over geluk weet, kan niet anders dan diep ongelukkig zijn. Tot ze Robert tegenkomt. Met wat hulp van een muzikant (Jens Bouttery, een hetzelfde haar en mini-jurkje als Dierickx) wordt ze van de schuchtere actrice een loeiende zangeres met een David Lee Roth-achtige gil.

Robert (Walter Bart), voor wie Gabrielle zo blind valt, blijkt een sukkelige schrijver die in het tweede deel telefonisch ruzie maakt met zijn vrouw Rebecca (Maartje Remmers), een kille Europarlementariër in de trein op weg van Straatsburg naar huis. In het derde deel is de vrouw ineens naast de machinist (Matijs Jansen) terecht gekomen, waar zomaar ineens iets moois lijkt op te bloeien.

“We moeten van ons overleven uitgaan, zoals we ervan uitgaan dat de zon morgen weer op komt”, zegt Gabrielle met de combinatie van pathos en pragmatisme die de huidige generatie twintigers kenmerkt. Met haar moeilijke vragen over geluk als langdurige afwezigheid van pech of juist als overrompelend gevoel van binnenuit geeft ze uiting aan hun wanhoop in McJobs en voorlopige relaties. Robert en zijn vrouw zijn verder in hun carrière en relatie, maar het heeft hen niets opgeleverd.

Met Rail Gourmet doen Wunderbaum en Verbeke iets wat heel erg bijzonder is in het theater: ze creëren vokomen vanzelfsprekende, hedendaagse personages. Hun taal is herkenbaar, hun angsten zijn herkenbaar en we begrijpen zowel hun cynisme als hun romantiek. Het is een levensgevoel dat doet denken aan dat in de boeken van Douglas Coupland.

De voorstelling eindigt met een softcore seksfilmpje van Rebecca en de machinist. Het is een vreemd, sensueel contrast met de stadse uitzicht dat Wunderbaum als achterdoek kiest op de locaties. Een vlucht in de fantasie als enig mogelijke uitweg. Verbeke en Wunderbaum weten het virtuoos en overtuigend te brengen.

Rail Gourmet van Wunderbaum. Gezien 18/2/10 in Rotterdam. In Amsterdam (in het Werktheater, kaartverkoop via Frascati) 30/3 t/m 3/4. Meer info op www.wunderbaum.nl

Recensie: ‘Tien geboden, deel 2’ van NT Gent en Wunderbaum

Parool,recensies — simber op 16 februari 2009 om 21:02 uur
tags: , , ,

“Maar wat komt er dan in de plaats van God?” “Eenzaamheid.” Tien een beetje gedateerde televisiefilms van de Krzysztof Kieslowski, waarin de Poolse filmregisseur de Tien Geboden in een moderne setting plaatst en zonder de kerk of de filosofie erbij te betrekken morele keuzes voorlegt aan eenvoudige mensen in een flatgebouw in Warschau. Regisseur Johan Simons brengt ze nu op het toneel vorig seizoen de eerste vijf, nu de volgende.

Het zijn twee aparte voorstellingen, maar Simons’ groep NT Gent speelt ze ook als marathon van zes uur. De lange tussentijd tussen de twee delen is jammer voor degenen die deel één al vorig seizoen zagen. Tien Geboden is één, groots theaterwerk en de marathon lijkt me het niet te missen theaterevenement van het seizoen.

Er zit een huiveringwekkend soort eenvoud in dit tweede deel. De opeenvolging van verhalen is scherper, lijnen uit het eerste deel worden duidelijker, de overgangen van deel naar deel zijn vloeiend. We zien het verhaal van een jongen die met een telescoop een vrouw begluurt en haar voor het eerst aanspreekt, of van een meisje dat haar kind terug wil dat ze te jong kreeg en dat door haar moeder wordt opgevoed of van twee broers die een kostbare postzegelverzameling erven van hun vader, en rucksichtlos op zoek gaan naar die ene zegel die de collectie compleet maakt.

De toon blijft ingehouden, de acteurs vertellen meer dan ze spelen, maar meer dan in deel één wordt er stilistisch veel uit de kast gehaald. In vrijwel hetzelfde decor van rijen tweedehands meubels onder koel tl-licht spelen de acteurs kindertheater met maskers, een college over ethiek en groteske komedie. De acteurs, deels van NT Gent, deels van Simons’ protegé-groep Wunderbaum, zijn dienstbaar, maar weten de schaarse dramatische momenten fel te kleuren. De symboliek is klein: het ontrafelen van vertrouwde verbanden wordt getoond als het uithalen van een breiwerk of het leeghalen van een teddybeer.

Waren bij deel één nog enige reserves mogelijk, deel twee is een overrompelende theatergebeurtenis. Na een aantal voorstellingen gebaseerd op boeken van de Franse schrijver Michel Houellebecq die harder en tragischer waren, maakt Simons nu dit troostrijke, compassievolle tweeluik. Een oproep tot gemeenschapszin en daarmee tot theater zelf: komt dat zien!

Tien geboden, deel 2 van NT Gent en Wunderbaum. Gezien 13/2/09 in Rotterdam. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 13/3, marathon (deel 1&2) 14/3. Meer info op www.ntgent.be

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity