Recensie: ‘Quartett’ (HF)

Misschien zijn het inderdaad wel de twee beste acteurs van Europa, zoals ze hier en daar staan aangekondigd: Barbara Sukowa, bekend als Fassbinder-actrice, en Jeroen Willems, de Nederlandse steracteur die tegenwoordig veel in Duitsland werkt. Samen spelen ze Quartett van Heiner Müller op het Holland Festival, waar ze aantonen dat buitengewone acteurs nog geen goede voorstelling maken.

Het publiek zit aan weerszijden van een lange catwalk die de Stadsschouwburg doormidden klieft en mat wit licht geeft. Ze zitten aan de uiteinden als aan een eindeloze eettafel en ze paraderen, glijden en kruipen van het ene eind naar het andere. Quartett is een pijnlijk scherpe bewerking van de brievenroman Les liaisons dangereuses van Laclos, waarin een oudere en door de wol geverfde minnaar en minnares twee jongere, onschuldige vrouwen vernietigen, als beestachtig spel. Müller gebruikt het stuk om harde waarheden te zeggen over liefde, seks, sekse, macht en dood.

Maar de Zwitserse regisseuse Barbara Frey weet niet te duidelijk te maken waarom juist dit stuk juist nu gespeeld moet worden. Gaat dit over moderne mensen, met hun zelfzuchtige relaties en hun onwil om het leven serieus te nemen? Niets ervan, hier wordt alle interpretatie opzij gezet om ruimte te maken voor de acteurs.

Wat overblijft is dan ook fenomenaal acteurstheater. De personages zijn steeds uiterst onderkoeld, maar onder hun welsprekende façade smeult het. Deze twee acteurs laten steeds de speelse grimmigheid botsen met daadwerkelijke uitbarstingen van beestachtigheid. Zo koud en hard zie je het in het theater zelden. Maar zowel Sukowa als Willems laten steeds zien dat dit meedogenloze spel in de eerste plaats een keuze is van de personages, pas daarachter zit de tragiek.

Holland Festival: Quartett van Heiner Müller. Gezien 19/6 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m zaterdag. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Molière’ van de Schaubühne (HF)

Parool,recensies — simber op 9 juni 2008 om 00:42 uur
tags: , , , ,

En steeds maar blijft het sneeuwen. De hele voorstelling Molière van de Vlaamse regisseur Luk Perceval, afgelopen weekend in het Holland Festival, valt het uit de kap van de Stadsschouwburg. Die sneeuw doet rare dingen met je waarneming: de vloer lijkt te golven, je ziet geen diepte, je blik heeft geen rustpunt.

Het uitgangspunt van Molière is een simpel idee: wat als de hoofdpersonen uit de satirische komedies van de Franse toneelschrijver één en dezelfde persoon zijn? Perceval toont De Misantroop, Don Juan, Tartuffe en De Vrek als één mens, wellicht Molière zelf. De intriges en de grappen van de afzonderlijke stukken laat hij voor wat ze zijn. Het gaat om de de zoektocht van één man.

Hij begint als idealist, maar raakt al snel teleurgesteld in zijn medemens. Hij vlucht in de hedonistische lust van Don Juan, die al snel verwordt tot cynische geestelijk leider Tartuffe, die zijn burgerlijke volgelingen zover krijgt dat ze hem hun vermogen en hun vrouwen aanbieden in ruil voor verlossing.

In zijn zoektocht naar waarheid en liefde vernietigt hij iedereen om zich heen, en hijzelf eindigt als incontinente baby, nog steeds krijsend om liefde, maar er verder van verwijderd dan ooit. De sneeuw verbeeld de paradoxale oerkracht van liefde en lust. Het is warm en koud, aanraakbaar en afstandelijk, koesterend en moorddadig. De spelers gebruiken het om zich te zuiveren en zich te beschermen, aan het eind verdwijnen ze bijna in de witte laag op het toneel.

Maar er is nog een oerkracht aanwezig: acteur Thomas Thieme die in de hoofdrol schreeuwend, tierend, zalvend, temend, rukkend en rappend de voorstelling bij elkaar houdt. Met niet meer dan een incontinentieluier om zijn dikke lijf en een microfoon om zijn hoofd gebonden, bezingt hij in zijn eindmonoloog op het ritme van een hartslag de beestachtige aantrekkingskracht van de liefde, geheel onbewust van de vrouw (de jonge Poolse actrice Patrycia Ziolkowska) die achter hem staat en hem overeind houdt. “Liebe ist… Liebe ist… Liebe ist…” herhaalt hij eindeloos, zijn egomane idee over liefde meenemend in de dood.

Zo krijgt de theatermaker Molière, die het liefst tragedies wilde schrijven, maar slechts succes had met zijn komedies, toch nog een tragisch monument. Kenners nemen aan dat Molière een groot acteur was en in zijn eigen stukken de hoofdrol speelde. Achter de spot met de burgerij laat Perceval de diepe zelfhaat van Molière zien.

Molière is een tergende voorstelling, groots en monumentaal, streng en rauw. Een aanslag op de zintuigen bovendien, die de toeschouwer murw gebeukt achterlaat. Maar Perceval, die sinds jaren in Duitsland werkt, en volgend jaar artistiek leider wordt van het Thalia Theater in Hamburg, geeft blijk van een bewonderenswaardig gevoel voor de oerkrachten van het theater en durft zijn visie tot in de uiterste consequenties door te voeren.

Daarom is het eigenlijk jammer dat het Holland Festival nu niet de oorspronkelijke vijf uur durende versie van Molière toont, maar de voor het lastige Berlijnse publiek tot drie uur ingekorte versie. De kadans van de sneeuwval, die op den duur tot een trance-achtige staat leidt heeft eigenlijk nog meer tijd nodig.

Holland Festival: Molière van de Schaubühne am Lehniner Platz Berlin. Gezien 7/6 in de Stadsschouwburg.

Recensie: ‘Richard III’ van het Sulayman Al-Bassam Theatre (HF)

Parool,recensies — simber op 9 juni 2008 om 00:40 uur
tags: , , ,

Arabisch is een taal die je in het theater niet hoort, behalve soms als er een terrorist ten tonele wordt gevoerd. Het Holland Festival brengt nu haar (bij mijn weten) eerste Arabisch-talige voorstelling, een actuele bewerking van Shakespeare’s Richard III. Maar hoewel het internationale gezelschap van schrijver en regisseur Sulayman Al-Bassam (geboren in Koeweit, gestudeerd in Schotland) bestaat uit een bonte mengeling van Syrische, Libanese, Koeweitse en Irakese acteurs en muzikanten, is deze voorstelling op en top Brits, geproduceerd door de Royal Shakespeare Company.

Het is een intrigerend idee om de politieke intriges van Richard III te verplaatsen naar een oliestaatje nabij de Perzische Golf: de hofcultuur met strijdende families, het gebrek aan democratie en de positie van vrouwen daar lijken veel meer op Shakespeare’s wereld dan het Europa van nu. Iedereen is schuldig aan Richard’s terreur: de machtsbeluste hofkliek, het cynische Westen, de machteloze vrouwen en het passieve volk.

Al-Bassam vertaalde veel metaforen naar beelden van de woestijn en het verwisselen van het christendom voor de islam blijkt helemaal geen grote ingreep. De voorstelling concentreetr zich op de plot en niet op de personages. De scènes vloeien vlot en filmisch in elkaar over en er is een overdaad aan vormgeving, halfdoorzichtige spiegels, projecties, een soundtrack én live muziek.

Het probleem met dit soort concepttheater is echter dat voor alle verschillen een oplossing gevonden moet worden. Soms zijn die erg mooi: Richard verleidt de vrouw wiens man hij heeft vermoord op een rouwdienst voor vrouwen, waar hij binnenkomt door een boerka te dragen. Maar door van de Franse vijanden op olie beluste Amerikanen te maken, van Richard’s vals bescheiden troonaanvaarding een slaafse talkshow op televisie en teksten toe te voegen die letterlijk verwijzen naar Saddam en de War on Terror, wordt de actualiteit van de voorstelling gewild en leeg.

Holland Festival: Richard III van het Sulayman Al-Bassam Theatre. Gezien 8/6/08 in Bellevue. Aldaar nog vanavond. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘Cani di Bancata’ van Emma Dante (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 21 juni 2007 om 08:26 uur
tags: , ,

Straathonden, maar ook: parasieten, dat is de betekenis van de Cani di Bancata uit de gelijknamige Italiaanse voorstelling die enkele dagen op het Holland Festival te zien is. Schrijver en regisseur Emma Dante wil tegelijkertijd de beestachtigheid en de kinderachtigheid van de Siciliaanse maffia laten zien, en een waarschuwing meegeven voor het gevaar van de Casa Nostra. Het is expliciet politiek theater, dat buiten Italië waarschijnlijk veel van zijn symboliek verliest.

Maar vooral zijn het knappe spelers. Tien beestachtige mannen, eindeloos gehoorzaam aan de baas van de roedel, Mammasantissima, de ultieme heilige vrouw en vlees geworden mafia. In Nederland zouden we ze mimers noemen. Met hun te wijde pakken en slappe vilten dameshoedjes lopen ze parmantig over het podium. Met krachtige fysiek spelen ze vernederende spelletjes, vechten ze onderling en overtroeven ze elkaar in trouwe diensten aan de familie. Maar altijd onder het toeziend ook van Mammasantisima, de godmother in bruidskleed.

De schijnbaar losse choreografie van vechten en kruisen slaan heeft duidelijk elementen van de Commedia dell’Arte. Maar met z’n elven verwijzen ze ook af en toe nog even naar de andere Italiaanse religie: voetbal.

Mammasantissima wordt knap grotesk gespeeld door de actrice Manuela Lo Sicco. Soms schuimbekkend en met vertrokken gezicht, dan weer majesteitelijk flemend houdt ze haar dienaren onder de duim. Ze zit op een hoge houten zetel, terwijl de mannen ruzieën over wie er het dichtst bij haar mag zitten.

Tegen het eind wordt de voorstelling wel erg expliciet. De mannen blijken allemaal vooraanstaande posities te bekleden, een kolonel, een kardinaal, een gedeputeerde. De maffia mag dan inmiddels een bijna folkloristisch imago hebben van drugshandel, afpersing en diefstal, maar eigenlijk is dat maar een masquerade voor haar doordringende invloed tot in de hoogste lagen van de samenleving. Haar werk is verschoven van misdaad naar corruptie.

Mammasantissima geeft haar mannen expliciet opdracht om overheidssubsidies te regelen, de rechterlijke macht te infiltreren, zaken te doen en respectabel te worden, maar nooit de familie te vergeten. De tamelijk doorzichtige thematiek van het verscheurde Italië wordt nog eens versterkt door een kaart van Italië, op z’n kop, met Sicilië bovenaan en alle andere provincies als aparte eilandjes.

De mannen zijn gewillig. Ze kleden zich uit, op een masker na en staan met hun rug naar het publiek te masturberen. Op hun rug staat met zwarte verf “aan Maria vertrouwen wij het lot van Italië”. Het geluid van kletsend mannenvlees gaat naadloos over in het applaus.

Holland Festival: Cani di Bancata van Emma Dante. Gezien 20/6/07 in Bellevue. Aldaar t/m 22/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: Babel door het Wiener Burgtheater (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 11 juni 2007 om 08:41 uur
tags: , , , ,

Bij het scheuren van je kaartje krijgt iedere toeschouwer een donker stukje lichtfilter mee. Als aan het eind vele honderden kilowatts theaterlicht de zaal in schijnen begrijp je waarom.

De voorstelling Babel van het Burgtheater uit Wenen komt vooral voort uit woede. Woede over het wangedrag door Amerikaanse soldaten in de Abu Ghraib gevangenis, woede over het onthoofden van Westerse gijzelaars door Iraakse extremisten. Maar vooral woede over de pornografische uitbuiting van de beelden van die gebeurtenissen en de onmachtige onverschilligheid die ze bij westerse toeschouwers opriepen.

Want bij schrijfster en Nobelprijswinnaar Elfriede Jelinek liggen geweld en seks altijd dicht bij elkaar. Ze schreef een essayistische toneeltekst over dit immuunsysteem. Ze beschrijft de foto’s van soldate Lindy England met gevangen Irakezen, beschrijft verkrachtingen, kannibalisme en Oostenrijkse zelfhaat. Jelinek probeert met taal de gruwelijkheid nieuwe lading te geven, maar haar tekst is ook sarcastisch en muzikaal.

Regisseur Nicolas Stemann laat stukken tekst steeds terugkomen, maar verandert de setting radicaal. Soms spreken vrolijke kikkerachtige handpoppen, soms drie poedelnaakte mannen, soms met bloed besleurde acteurs. Tussendoor zien we een Talibanstrijder die een poppy religieus liefdesliedje zingt, een huisvrouw die het kruisbeeld boven de schouw vervangt door een foto van Bin Laden en een politicus in pak aan het kruis genageld.

De voorstelling is inmiddels ruim twee jaar oud. Het is jammer dat hij niet eerder te zien was, omdat Abu Ghraib in actuele schandaligheid inmiddels alweer is voorbijgestreefd door de CIA vluchten en geheime gevangenissen. De onverschilligheid die Jelinek aanklaagt is natuurlijk niet kleiner geworden, maar het collectieve schuldgevoel erover wel.

Maar in tegenstelling tot de netjes aangeharkte Angelsaksische theatervoorstellingen (zoals Hamlet en A Disappearing Number) die eerder in deze editie van het Holland Festival te zien waren, durft Babel tenminste wel onbegrijpelijk, schaamteloos en lelijk te zijn. Het is theatrale krachtpatserij, met brullende acteurs, harde muziek en een pijnlijke hoeveelheid licht. Maar het is ook spannend, noodzakelijk theater dat gelukkig niet gemaakt wordt om te behagen.

Maar toch, de voorstelling schuurt, maar snijdt niet. Het lichtfiltertje is het brevet van onvermogen. Hoe mooi en symbolisch het ook is om iedereen in de zaal zichzelf te zien beschermen tegen wat er op het toneel te zien is, het gezelschap geeft je al vóór aanvang de ontsnappingsmogelijkheid. De makers willen een fik stoken, maar maken eerst de lucifers nat.

Holland Festival: Babel van Elfriede Jelinek door het Wiener Burgtheater. Gezien 10/6/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar nog 11/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘A Disappearing Number’ van Simon McBurney en Complicite (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 8 juni 2007 om 00:27 uur
tags: , , ,

Wat een merkwaardige voorstelling brengt het Holland Festival dit weekeinde. A Disappearing Number is op technisch vlak vergelijkbaar met Nederlandse voorstellingen de Proust-cyclus van Guy Cassiers of het multimediale werk van Ivo van Hove. Maar inhoudelijk staat de Engelse theatermaker Simon McBurney dichter bij Hollywood met zijn voorkeur voor human interest en holistische levensbeschouwing.

Over wiskunde gaat het, maar toch eigenlijk over mensen die iets met wiskunde hebben. Over een man die valt voor een vrouwelijke wiskundeprofessor, een fysicus die een wiskundige theorie gebruikt om de snarentheorie in de natuurkunde te vatten, maar vooral over de briljante wiskundige Srinivasa Ramanujan. Deze Indiase klerk veroorzaakte vlak voor de Eerste Wereldoorlog een sensatie, omdat hij zonder enige formele opleiding een serie geheel nieuwe theorieën opstelde, die opvielen door hun elegante schoonheid. In 1913 kwam hij naar Engeland, als een van de eerste kenniswerkers uit India. De verhouding met India is een subthema in deze voorstelling met merendeels Brits-Indiase acteurs.

In een technisch gelaagde, vlekkeloze uitgevoering worden de vele verschillende verhalen fragmentarisch verteld in korte, filmische scènes met vloeiende overgangen, meerlagige projecties en een soundtrack van de componist Nitin Sawhney. Er zijn prachtige tableaus van een rouwende moeder of een krantlezende professor, en knappe opkomsten en afgangen door een omklapbaar schoolbord. Het heeft een soms hypnotiserend effect.

Maar vooral valt op hoe zeer het Angelsaksische en het continentaal Europese theater uit elkaar zijn gegroeid. Engelsen theatermakers willen je in het verhaal trekken, je meenemen in de magie en alles eromheen laten verdwijnen. Europeanen willen de constructie tonen en benadrukken het hier en nu van het theater. Dat is zozeer de norm geworden dat je als Nederlandse toeschouwer eigenlijk een beetje moet lachen om de ernst waarmee een acteur een geprojecteerde reling vasthoudt of een niet bestaand flesje water doorgeeft.

In het geestige begin lijkt er nog een soort cross-over mogelijk. McBurney -ook acteur- spreekt het publiek rechtstreeks aan en stelt ons gerust dat het niet alleen maar een wiskundig college zal worden. Maar naarmate de voorstelling vordert wordt het té filmisch en lijkt het een slechte vertaling van wiskunde-films als A Beautiful Mind of Good Will Hunting. Dan lijkt de wiskunde slechts een excuus om dwarrelende cijfers en formules op de vele schermen te projecteren. Toch zou dat de ambitie van de makers miskennen, die de complexe materie van zogenaamde “oneindige reeksen” gebruiken om troost te bieden bij de eindigheid van het leven.

Aan het eind, als alle verhaallijnen bij elkaar komen en alles wat je al had afgeleid nog even extra wordt uitgelegd, wordt de voorstelling larmoyant. De uitgestrooide as van de gestorven personages wordt het zand in een zandloper. Dat is sentimenteel en maakt de voorstelling met terugwerkende kracht tot kitsch.

Holland Festival: A Disappearing Number van Simon McBurney en Complicite. Gezien 7/6/07 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 9/6. Meer info op www.hollandfestival.nl

Recensie: ‘I feel a great desire…’ van Walid Raad (Holland Festival)

Parool,recensies — simber op 3 juni 2007 om 13:01 uur
tags: ,

Walid Raad bespreekt naMet twee tamelijk minimale voorstellingen begint het theateraanbod van het Holland Festival. Vorige week speelde de Engelse actrice Fiona Shaw in een zeer eenvoudige setting een aantal klassieke monologen uit het toneelrepertoire, vrijdag presenteerde de Libanees-Amerikaanse multimediakunstenaar Walid Raad de lezing met Powerpoint presentatie I feel a great desire to meet the masses once again.

Een aantal jaar geleden werd Raad op een klein vliegveld in de VS korte tijd vastgehouden en verhoord vanwege een aantal kunstzinnige foto’s, een stapel administratie en een videoband over een autobom in Beiroet. Raad kon de dienstdoende FBI agent er uiteindelijk van overtuigen dat hij geen kwade bedoelingen had, maar hij raakte gefascineerd door lotgenoten die minder geluk hadden. Mensen als Maher Arar en Ahmed Agiza werden opgepakt, naar gevangenissen in Syrië of Egypte gebracht en daar ondervraagd en gefolterd, vaak vanwege een stupiditeit als een identiteitsverwisseling.

Raad spreekt zacht en het grote scherm naast hem vult zich met een netjes geordend tableau van foto’s, documenten en af en toe een kort filmpje. Hij schetst een gecompliceerd web van bedrijven die vliegtuigjes bezitten die worden ingezet bij wat in Nederland de CIA-transporten werden genoemd, met directeuren zonder werknemersverleden en bedrijfjes die niet groter zijn dan een postbus in de buurt van het Pentagon. Maar pas op: Raad heeft in interviews aangegeven dat hij ervan houdt feit en fictie te vermengen. Misschien is ondanks de journalistieke toon niet alles waar.

Toch lijkt het vooral een standaard modieus anti-Amerikaans praatje te worden, waarbij Raad ook zelf benadrukt dat hij niets nieuws vertelt voor mensen die wel eens de krant lezen. Pas aan het eind waagt hij zich aan een iets dieper gaande analyse. Waarom is het zo makkelijk om aan deze informatie te komen? Gebruiken de Amerikaanse geheime diensten niet opzettelijk de vage staat van halve openbaarheid in hun voordeel? Is het idee dat individuen misstanden kunnen onthullen en op de agenda zetten om zo dingen te veranderen misschien achterhaald?

Of heeft onze apathie te maken met hetzelfde perverse genoegen waarmee Raad zelf in zijn jeugd voor het huis van zijn moeder de bombardementen van de Israëliërs op de andere helft van Beiroet fotografeerde?

Het is een merkwaardige vorm van politiek theater die Raad hier toont, verwarrend en niet geheel overtuigend. Dan is het radicalere engagement van de Nederlandse theatermaakster Laura van Dolron, die met enkele weken geleden Lieg ik soms? een vergelijkbaar onderzoek deed spannender en confronterender.

Holland Festival: I feel a great desire to meet the masses once again; part 1. van Walid Raad. Gezien 1/6/07 in Bellevue. Meer info op www.hollandfestival.nl.

Holland Festival: ‘Amid The Clouds’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:29 uur
tags: , ,

Drie grote, blauw verlicht aquaria en ervóór een dode, schoongemaakte vis, liggend op een krukje. Amid The Clouds is een Iraanse voorstelling over vluchtelingen op weg naar Europa, maar in tegenstelling tot documentairemakers en filmers die dit onderwerp recent aanpakten -bijvoorbeeld Michael Winterbottom met In This World- lijkt het regisseur Amir Reza Koohestani niet te doen om realisme of gruwelijke verhalen over mensensmokkelaars en bureaucratie.

Nee, het gaat Koohestani om het reizen an sich. Een man en een zwangere vrouw ontmoeten elkaar in Kroatië. Ze hebben al hun verwanten achtergelaten en sluiten zich bij elkaar aan voor de oversteek naar Slovenië, de EU in.

Het verhaal wordt voor een groot deel verteld door een voice-over van geluidband in het Farsi. Het toneel is dan donker, het enige licht komt van de Nederlandse boventitels. Als de twee acteurs (Baran Kosari en Hassan Madjooni) spreken zijn het vaak monologen, in kleine verlichte plekken op de speelvloer. Ook als ze met elkaar praten spreken de acteurs zacht en zangerig. Het is fascinerend om te zien hoe weinig deze acteurs doen. Geen groot drama of heftige emoties, maar poëtische teksten, rustig en gelaten verteld.

In de verhalen komen de gruwelijkheden van hun reis wel voorbij, maar terloops en onnadrukkelijk. Belangrijker zijn de mythische verhalen over de wonderbaarlijke zwangerschap van de vrouw en het verleden van de man. Beiden zijn op drift geraakt; de aquaria op het toneel en de vele verwijzingen naar water, rivieren en de zee zijn symbolen voor het onderweg zijn.

Aan het eind komen de twee aan in een vluchtelingenkamp bij Calais waar veel vluchtelingen op weg naar Engeland stranden. Zij wil blijven en haar kind dáár krijgen. Hij wil verder, met een zelfgebouwde boot naar Londen. Of hem dat lukt blijft open, maar het ziet er niet naar uit dat deze man ooit nog een thuis zal vinden.

Het is een fraaie voorstelling, maar niet een die veel empathie voor de personages oproept. Wat overblijft is de mooie klank van de taal, de beheersing van de acteurs en de kracht van hun verhaal.

Theater Holland Festival Amid The Clouds, gezien 23/6/06 in Bellevue. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

Reblog this post [with Zemanta]

Holland Festival: ‘Yotsuya Ghost Story’

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:28 uur
tags: , ,

Horrorverhalen met geesten zijn in Japan al eeuwen populair. Ze zijn terug te vinden in splatter films, manga strips en videogames. Een van de klassiekers in het genre is het kabuki toneelstuk Tokaido Yotsuya Kaidan, dat in 1825 werd geschreven door Tsuruya Nambuko en sindsdien in talloze versies is opgevoerd en verfilmd.

De Zwitserse regisseur Jossi Wieler bewerkte het stuk radicaal voor het Japanse gezelschap Theater X tot de voorstelling Yotsuya Ghost Story, die nu te gast is in het Holland Festival. Wieler plaatst het verhaal -over de samurai Iemon, die om hogerop te komen zijn vrouw vergiftigt, waarna zij als geest terugkeert om bloederig wraak te nemen op hem en zijn familie- in een moderne setting en bespreekt daarmee thema’s als vervreemding en opportunisme in de moderne maatschappij.

Het decor van de in Duitsland werkende Japanse ontwerpster Kazuko Watanabe is een perspectivisch vervormd metrostation, wit, klinisch en onpersoonlijk. Personages verschijnen uit een lift: een keurige zakenman, een hip meisje in een kort rokje en laarsjes met punthakken, een schoonmaker, een hardrockjongen met lang haar en een zwart t-shirt.

Afstandelijk is de beste beschrijving van de voorstelling. Niet alleen als thema en in het decor, maar ook de speelstijl. De acteurs spreken en bewegen langzaam en nadrukkelijk. De gruwelijke moorden worden niet uitgespeeld, in plaats daarvan spreken de acteurs de regie-aanwijzingen uit, inmiddels een gruwelijk cliché van het Duitstalige theater.

Het is allemaal erg bestudeerd en hoewel dat natuurlijk past bij de Kabuki traditie, missen zowel spel als regie de precisie en elegantie die daar juist onderdeel van is. De acteurs lijken ook moeite te hebben om de tragiek van hun personages over te brengen naar een publiek dat niet bekend is met het basismateriaal. Zowel het shockeffect van de hardhandige bewerking als de eventuele humor gaan dan verloren.

Alleen Yoshi Oida, die een schimmige masseur annex pooier speelt, heeft de presence om de hele voorstelling te boeien. Hij speelde eerder dan ook bij theatergoeroe Peter Brook.

Uiteindelijk is Yotsuya Ghost Story vooral een curiosum, een vreemd amalgaam van Kabuki en Duitse dramaturgie. Waarschijnlijk interessant voor Japanners die bekend zijn met het oorspronkelijke stuk, maar niet voor de Nederlandse toeschouwer.

Holland Festival Yotsuya Ghost Story, regie Jossi Wieler. Gezien 21/6/06 in de Stadsschouwburg Amsterdam, aldaar t/m 22/6. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

Holland Festival: ‘Gatz’ van Elevator Repair Service

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:27 uur
tags: , , , ,

Hee, cool! Deze is door de groep in het Engels vertaald op hun website. The fun goes transatlantic.

Waarom een boek bewerken voor het toneel als het niet nodig is? The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald, de ultieme Grote Amerikaanse Roman is prima in zeven uur integraal voor te lezen. De New Yorkse theatergroep Elevator Repair Service -die losse banden heeft met de gerenommeerde Wooster Group– kwam op het idee door de avant-garde komiek Andy Kaufman, die in publieksvijandige buien tijdens optredens wel eens het hele boek wilde voordragen.

Publieksvijandig is echter het laatste wat de voorstelling Gatz geworden is. Toegegeven, zeven uur is lang voor een theatervoorstelling, maar wie de moeite neemt wordt beloond met adembenemend goed theater. Deze toch al bijzonder geslaagde editie van het Holland Festival heeft er een hoogtepunt bij. En na afloop heb je als toeschouwer ook nog eens een literair meesterwerk tot je genomen.

Het decor is een onbestemd kantoor dat duidelijk betere tijden heeft gekend, vol met krakkemikkige stellingkasten en kartonnen archiefdozen. Nick is de bezitter van de enige computer. Als die de geest geeft en Nick dus even niets te doen heeft, valt zijn oog op een beduimeld exemplaar van The Great Gatsby en begint hij hardop te lezen. Het duurt niet lang voordat de gebeurtenissen in het kantoor gaan lijken op die in het boek en zijn collega’s de dialogen van de personages spreken.

De saaiheid van het kantoorleven wordt de pendant van de verveling van de rijke personages in de roaring twenties uit het boek. De affaires van de personages worden de geheime liefdes tussen collega’s; de eindeloze feesten met champagne lijken op de kantoorborrels waar sommigen iets té ongeneerd dronken worden; de vriendschappelijke gesprekken tussen Gatsby en Nick zijn tegelijkertijd ongewenste ontboezemingen van een baas tegenover een werknemer.

Die meerduidigheid wordt ongelooflijk knap gespeeld door de dertien acteurs. Veel van de handelingen en bedoelingen van de personages worden zowel beschreven in de tekst als gespeeld door de acteurs. Dat kan irritant en illustratief worden, maar deze spelers weten met ironie geestig te spelen met de absurditeit van het meedoen met de ene door het boek geobsedeerde collega. Scott Shepherd als Nick is een magistrale verteller die het hypnotische ritme van deze marathonvoorstelling met ogenschijnlijk gemak draagt.

Aan het eind heeft Shepherd niets meer nodig: geen medespelers, geen requisieten, zelfs het boek dat hij de hele voorstelling in zijn hand heeft gehouden heeft hij dichtgeslagen. Hij vertelt de afloop van het verhaal, simpel en helder, en laat het publiek achter met de melancholieke leegte die hoort bij het einde van iets groots.

Want vóór alles is Gatz een voorstelling over de aanstekelijke lol van het lezen. Over de ontdekking van een goed boek dat móet worden uitgelezen, ten koste van werk, eten en slaap. Over de periodes dat lezen de eerste levensbehoefte is, dag en nacht in elkaar overlopen en er geen rust is voor de laatste pagina is omgeslagen.

Holland Festival: Gatz van Elevator Repair Service. Gezien 14 en 15/6/06 in Bellevue, aldaar t/m 17/6. Meer informatie op www.hollandfestival.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2024 Simber | powered by WordPress with Barecity