Top 50 van de jaren nul

niet-theater — simber op 20 november 2009 om 12:08 uur
tags: ,

And now for something completely different. Ik ben een van de medewerkers aan de website Top 50 van de jaren nul. Tot en met 31 december publiceren we dagelijks een nieuw blog over een voorwerp, persoon of trend uit het voorbije decennium. Opdat we de jaren nul definitief achter ons kunnen laten.

Volg ons en reageer op: www.top50vandejarennul.nl

Recensie: ‘De binnenkomst; of je gaat tenslotte weer naar huis’, Bellevue Lunch

Een man, een vrouw en ongemak. Blijkbaar hadden de twee een relatie. Ze zijn nu uit elkaar. Zij komt op bezoek om te kijken hoe hij woont. Maar een gesprek wordt het niet. Meer een herhaling van zetten. Met veel herhalingen.

De binnenkomst… is een nieuwe tekst van Magne van den Berg, geschreven voor de acteurs René Geerlings en Esther Snelder. Met extreem weinig woorden weet ze twee mensen in een extreem pijnlijke situatie te schetsen, waarin ze niet verder komen dan keer op keer te zeggen: “Mooi uitzicht” en: “Kopje thee?”

De twee spelers, eigenlijk mimers, maken het ongemak lichamelijk. Bij elkaar in de buurt zijn ze steeds onnatuurlijk naar elkaar toe en van elkaar af gebogen, later zit en ligt zij oncomfortabel op de vloer, en neemt hij steeds nieuwe standbeeld-achtige poses aan. In hun zuinigheid met woorden komt de gêne van de personages –zij in bordeaux rood, hij in donkergroen- geheel tot uiting in hun fysiek.

Het theatrale minimalisme wordt doorgezet in het stemmig grijze decor met een goed in de weg geplaatste pilaar in de Palonizaal van Bellevue. De ramen zijn niet verduisterd en het daglicht legt alle details genadeloos bloot. Op de achtergrond klinkt soms een requiem, dan weer lichte latin en soms vogelgeluidjes. Zo wordt het eenvoudige uitgangspunt van de voorstelling steeds verder verhevigd en verheven. Regisseur Sanne van Rijn maakt er een scherp en stijlvast geheel van.

Gaandeweg deze sterke lunchpauzevoorstelling komt er toch wat beweging in de conversatie. “Ik ben blij dat je er bent.” “Ik kwam voor jou.” “Ík ben veranderd. In positieve zin.” Dan wordt ook meteen duidelijk dat deze mensen nooit samen zijn geweest met elkaar. En dan zit er voor haar maar één ding op. Hij zegt: “Goed dan. Ga dan maar.” Maar ze is al weg.

De binnenkomst; of je gaat tenslotte weer naar huis, Bellevue Lunchvoorstelling. Gezien 17/11, aldaar nog t/m 29/11. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Recensie: ‘De Kersentuin’ van Het Nationale Toneel

Ze rinkelen onder haar rokken, de sleutels van het landgoed. Warja, de verwelkende jonge vrouw die voor haar lichtzinnige stiefmoeder Ljoebowa het landhuis met de beroemde kersentuin bestiert, draagt ze aan een grote ring, tekenend voor zowel haar taak maar ongewild ook voor haar moeizame liefde voor de bevriende koopman Lopachin.

Het is een mooie vondst van regisseur Erik Vos, ooit oprichter van De Appel. Tachtig jaar is hij inmiddels en dat hij een zo grote Tsjechov-regie op zich heeft genomen is een evenement op zich. Zoals te verwachten biedt Vos degelijk teksttoneel. Dit is het soort voorstelling waarin een personage dat zegt ‘Ik heb een rood vest aan en gele schoenen’ ook daadwerkelijk een rood vest en gele schoenen draagt. Wie daardoor niet wordt afgeschrikt ziet mooi acterwerk in een ambachtelijke repertoirevoorstelling, die echter weinig ontroert.

Vos neemt bij deze regie zijn persoonlijke ervaring mee: twee jaar geleden moest hij zijn huis op het platteland van Frankrijk verkopen en voelde hij zelf de pijn en de breuk van het definitief afsluiten van het verleden. Want daar gaat deze Kersentuin over. Als Ljoebowa na jaren terugkeert uit Parijs zijn de schulden torenhoog opgelopen, het landgoed zal op een veiling worden verkocht. Lopachin weet een oplossing: bouw zomerhuisjes voor de opkomende stedelijke burgerij. Maar daarvoor zal de kersentuin gesloopt moeten worden en dat is onbespreekbaar.

In een zandkleurig decor met veel gedrapeerde doeken en stoffen huisjes die soms in de kap verdwijnen wordt vooral de lichtheid van Tsjechov’s stuk benadrukt. Bijpersonages hebben een pop in de vorm van hondje, doen goocheltrucs, struikelen steeds of vallen plotseling in slaap. Tegen die achtergrond van vaudeville en clownerie moet de tragiek komen van Hubert Fermin als Ljoebowa’s broer (die een mooie scène heeft met een ouwe kast) en Stefan de Walle’ krachtige rol van Lopachin, maar vooral van Betty Schuurman’s Ljoebowa die tegelijkertijd belachelijk en meelijwekkend is.

Maar de twee uiteinden van kluchtige humor en ontroering die Vos zocht versterken elkaar in deze voorstelling niet. Geen van beide wordt echt dóórgezet en dat maakt De Kersentuin merkwaardig vlak en onbevredigend. Ieder moment van verstilling en contemplatie wordt weer doorbroken door grootschalige mis-en-scène of een nieuwe grap.

Slechts één personage wordt echt aandoenlijk en dat is Warja, door Anniek Pheifer erg mooi gespeeld op de rand van wanhoop en berusting. Als de kersentuin op de veiling blijkt te zijn gekocht door Lopachin smijt ze de sleutelring voor zijn voeten, minachtend én bevrijd. Later staan ze nog één keer tegenover elkaar, een laatste poging om er toch nog een huwelijksaanzoek uit te persen. Maar het is, zoals altijd bij Tsjechov, te laat.

De Kersentuin van Het Nationale Toneel. Gezien 14/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 26-30/12/09. Meer info op www.nationaletoneel.nl

De Aangever: interview met Willem de Wolf

interviews,Theatermaker — simber op 14 november 2009 om 19:24 uur
tags:

Tijdens het jaarlijkse toneelprijzengala afgelopen september was hij de meest bedankte man van de avond, geprezen door zowel Louis d’Or-winnaar Bert Luppes als Theo d’Or-winnares Lineke Rijxman. Eerder op de avond won zijn oude maat Ton Kas de Mimeprijs. Zo’n rol –aanwezig, maar net buiten het voetlicht- lijkt kenmerkend voor theatermaker Willem de Wolf. “Ik heb sterk de behoefte aan iemand die de knopen doorhakt

Het afgelopen seizoen speelde Willem de Wolf in drie van meest geprezen voorstellingen die te zien waren. Als aanstichter van We hebben een/het boek (niet) gelezen, een voorstelling in ontwikkeling van de informele acteursgroep van De Wolf met Peter van den Eede, Damiaan Deschrijver, Matthias de Koning, Gillis Biesheuvel en Sara de Roo. Als acteur bij het Onafhankelijk Toneel waar hij meespeelde in De Geit of Wie is Sylvia?, met Luppes als medespeler. Tenslotte samen met Lineke Rijxman als spelende maker van Hannah en Martin van Mugmetdegoudentand. En dan is hij ook nog de schrijver van Bazel, dat in de uitvoering van Dood Paard in kunstgaleries door het land speelde.

Je lijkt ineens overal aanwezig, na een periode relatieve stilte. Wat is er gebeurd na het intrekken van de subsidie voor Kas & De Wolf in 2005?

“Dat negatieve advies van de Raad voor Cultuur heeft er stevig ingehakt. Niet alleen krijg je geen geld meer, maar in een klap wordt ook de continue ontwikkeling van je thematiek je ontnomen. Hoe leuk prijzen en commissies en jury’s ook zijn, er is maar één beoordeling die er echt toe doet en dat is je vierjarige subsidieaanvraag. Kas & De Wolf heeft uiteindelijk één periode in het Kunstenplan gezeten. In die vier jaar waren we drie keer genomineerd voor de mimeprijs, en na afloop werden we er meteen uitgegooid.”

Continue reading “De Aangever: interview met Willem de Wolf” »

De Nieuwe Toneelbibliotheek

Ze zijn groen, klein, en wie ze in handen heeft, krijgt een welhaast onweerstaanbare drang om ze te bezitten. Maar de nieuwe serie tekstboekjes van De Nieuwe Toneelbibliotheek zijn niet alleen hebbedingetjes, de drie initiatiefnemers hopen op iets groters: een herwaardering van het Nederlandstalige toneelrepertoire. Boekje voor boekje.

Dramatis Personae: De redactie van De Nieuwe Toneelbibliotheek:

  • Alexandra Koch: Regisseur; oprichter van Hotel Dramatik
  • Ditte Pelgrom: Schrijfster en Dramaturge, verbonden aan het Platform Theaterauteurs
  • Sandra Tromp Meesters: Schrijfster en Dramaturge, verbonden aan het Platform Theaterauteurs

I. Eindeloze voorgeschiedenis

Hoe langer je met de drie redacteuren praat, hoe verder terug in de tijd je raakt. De boekjes die er nu liggen komen voort uit de uitgaves van het Platform Theaterauteurs en uit de digitale bibliotheek van de website Hotel Dramatik. Die twee organisaties werden weer opgezet als ondersteuning van de hausse aan toneelschrijvers in het begin van de nieuwe eeuw, die weer deels voortkwam uit de oprichting van opleidingen voor toneelschrijvers. En via Gerardjan Rijnders en Rob de Graaf kom je uit bij Aktie Tomaat die de positie van de toneeltekst in Nederland sterk veranderde: de literaire toneelschrijver verdween en de schrijvende regisseur kwam op.

Maar laten we het begin zetten in 2002. Toen werd het Platform Theaterauteurs opgericht op initiatief van actrice en schrijfster Marian Boyer. Mede-oprichter Tromp Meesters vertelt: “We wilden een initiatief zijn voor loslopende schrijvers, degenen die niet aan een gezelschap gebonden zijn. Die hebben niet een regisseur als vaste gesprekspartner, maar ze willen wel een artistiek gesprek over hun werk. We wilden mensen uit hun zolderkamers halen, kruisbestuiving mogelijk maken, samen teksten lezen.” “Een gesprek tussen schrijvers onderling is sowieso van belang”, vult Pelgrom aan: “Een regisseur moet op een gegeven moment een voorstelling presenteren, wij wilden langer aan een tekst schaven vanuit een literair belang.”

Continue reading “De Nieuwe Toneelbibliotheek” »

Reportage/interview Dood Paard

Voor toneelgezelschap Dood Paard is een nieuwe fase aangebroken. Mede-oprichter Oscar van Woensel kickte af van zijn verslaving en verliet eerder dit jaar de groep. Tegelijkertijd lijkt de waardering voor Dood Paard als toonaangevend gezelschap in het avant-garde circuit breder te worden en wint de groep inmiddels acteerprijzen. Deze week gaat hun nieuwe voorstelling Reigen ad lib in première, naar het stuk van Arthur Schnitzler over tien seksuele ontmoetingen. “Het is ook wel geruststellend dat er nog steeds mensen zijn die schrikken van ons toneel.”

Rond een enorme tafel in een ruime kamer in een grachtenpand zitten vijf acteurs geconcentreerd te werken. Ze lopen de vertaling door van Reigen, dat over een paar weken in première gaat. Twee acteurs lezen hardop een pagina dialoog, daarna roept iedereen op- en aanmerkingen. Manja Topper, Gillis Biesheuvel en Kuno Bakker –die vandaag de laptop heeft en alle wijzigingen direct verwerkt- vormen nu samen Dood Paard. De twee anderen zijn Vincent Rietveld van theatergroep De Warme Winkel en Thirsa van Til, net afgestudeerd van de toneelschool. Maar bij het maken van de voorstelling is er geen hiërarchie.

Drie weken zitten ze al zo met z’n vijven rond de tafel. Eerst zin voor zin vertalend, discussiërend over de betekenis van moeilijke passages, later meer en meer inzoomend op de details; ritme, taalgebruik van de personages, dubbele betekenissen. “Is ‘griezelig’ een meisjeswoord?” “‘Voor iemand gáán’ vind ik té hedendaags, en het is lelijk.” “Dit riekt naar taalkunst.” “Wat staat er in het Duits?” Onder de stapels teksten, boeken, eerdere versies van het script, losse papieren vol aantekeningen en een paar laptops ligt oorspronkelijke tekst van Arthur Schnitzler, die soms het verlossende woord biedt, en soms alleen maar nieuwe vragen oproept. Gedisciplineerd wordt zo de hele tekst doorgeploegd, maar de sfeer is ontspannen.

Continue reading “Reportage/interview Dood Paard” »

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity