Recensie: ‘Fraulein Else’ van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 31 januari 2010 om 18:20 uur
tags: , , ,

Alsof er niets aan de hand is presenteert De Theatercompagnie een nieuwe voorstelling in het Compagnietheater. Terwijl de subsidie is opgehouden en de groep van Theu Boermans in een langdurige rechtszaak is verwikkeld, heeft het gezelschap een listig plan bedacht dat draait om de verkoop van het ooit door de gemeente geschonken pand, wat een beetje geld oplevert om voorstellingen te maken; kleinschalig weliswaar – Fraulein Else is een solo van Katja Herbers. Op de première afgelopen vrijdag de financiële ellende even ver weg en ging het over de voorstelling. Jammer alleen dat die nogal tegenviel.

Fraulein Else is een novelle van Arthur Schnitzler (van wie Boermans de afgelopen jaren al twee stukken regisseerde) uit 1924, een monologue intérieur van een jong meisje op vakantie in een kuuroord. Ze houdt zich bezig met tennis, prakkizeren over wat ze aanmoet en aanmerkingen maken op haar medegasten, totdat ze bericht krijgt van thuis. Haar vader heeft een forse lening nodig en Else moet die lospeuteren bij een oudere heer die ook in het kuuroord verblijft. Inderdaad blijkt deze Dorsday bereid te betalen, op voorwaarde hij Else mag ‘zien’. Naakt welteverstaan.

Met opmerkelijk psychologisch inzicht schetst Schnitzler de wispelturige en tegenstrijdige gedachten en gevoelens van een jong volwassen meisje; nu eens sensueel, dan weer koket, soms ijdel, af en toe aandoenlijk, maar meestal nog een kind dat door de rest van de wereld al wordt gezien als seksueel wezen. Ze is zich bewust van het effect dat ze heeft, maar nog niet te in staat om te manipuleren. “Een slet wil ik best zijn, maar geen hoer!”

Herbers begint sterk, razensnel schakelend tussen hups en kinderlijk enerzijds en wulps en temend anderzijds. Halverwege de enorme, hagelwitte trap in het decor ziet ze er ineens heel frêle uit; op haar hakken weet ze de overdreven grote treden ternauwernood te bedwingen. Maar gedurende de avond verdwijnt de spanning en de trefzekerheid en moet de actrice zelfs af en toe een beroep doen op de souffleur.

Dan vraag je je ineens ook af wat Boermans’ bedoeling is geweest met deze tekst. Theatergroep ’t Barre Land maakte een paar jaar geleden een bewerking, waarbij ze mejuffrouw Else tegenover luitenant Gustl, een ander Schnitzler-personage, zetten. Margijn Bosch zette toen een Else neer die eindeloos dubbelzinnig was in een voorstelling waarin manipulatie, waarneming en werkelijkheid ondoordringbaar door elkaar liepen. Boermans’ versie is rechtlijniger, meer het verhaal van een moreel dilemma of een case study.

En dan dringt zich ook nog een andere, actuele associatie op: Herbers die naakt en kwetsbaar als Else het perverse publiek moet behagen om haar ‘toneelvader’ Boermans te helpen bij diens geldproblemen te helpen. Dat is een onbehaaglijke gedachte om mee naar huis te gaan.

Fraulein Else van De Theatercompagnie. Gezien 29/1/10 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 13/2. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Profiel: Theatercollectieven

overig,Parool,PS Kunst — simber op 27 januari 2010 om 13:59 uur
tags: , ,

Dit is een iets verder uitgewerkte versie van het verhaal dat vandaag in PS Kunst staat.

De theatercollectieven zijn terug! Twee jonge groepen, Schwalbe en de Tijdelijke Samenscholing, staan vanaf vandaag tegelijkertijd in de stad. Het is opvallend dat jonge theatermakers zich ineens weer in groepjes organiseren. We waren net gewend aan een nieuwe generatie krachtige, individuele makers (vaak regisseurs) zoals Lotte van den Berg, Jetse Batelaan, Erik Whien, Dries Verhoeven en Boukje Schweigman.

Theatercollectieven hebben in Nederland een lange geschiedenis met in de jaren zeventig het Werkteater als oergroep en inspirator. Hier werd de verantwoordelijkheid voor alle facetten van het theatermaken gedeeld door alle leden van de groep, van het aandragen van materiaal voor de voorstellingen tot het opbouwen van de tent waar gespeeld werd, koken na de repetities en de administratie.

Na het Werkteater gingen ook andere groepen zich collectief organiseren, zoals Proloog, Sater en het Onafhankelijk Toneel. Deze groepen werden politieker; de theatermakers zagen hun groep als afspiegeling van hoe de ideale samenleving eruit moest zien: democratisch, progressief en niet-hiërarchisch. Maar de meeste clichés over theatercollectieven waren óók waar: het waren halve communes met eindeloze vergaderingen en continuë richtingenstrijd en waar iedereen het met iedereen deed.

In de jaren negentig stonden verrassend genoeg een aantal nieuwe collectieven op, waarvan ’t Barre Land en Dood Paard de belangrijkste zijn. Zonder de ideologische scherpslijperij van de eerdere generatie en vooral geïnspireerd op de ideeën over de geëmancipeerde toneelspeler van Maatschappij Discordia verzetten zij zich tegen het idee van de theatervoorstelling als creatie van de schrijver of een regisseur. Het zijn de spelers zélf die gezamenlijk repertoire lezen en kiezen en voorstellingen maken.

Van de twee nieuwe groepen plaatst de Tijdelijke Samenscholing zichzelf het sterkst in deze traditie. “We hebben vorig jaar doelbewust Matthias de Koning van Discordia gevraagd om onze afstudeervoorstelling te begeleiden”, zegt Michiel Bakker: “We voelden ons aangetrokken tot hun manier van werken omdat de acteur op de centrale positie staat. Wat we delen is de behoefte om niet in de machinerie van een groot gezelschap terecht te komen.”

Voor de negen leden van de mimegroep Schwalbe ligt dat genuanceerder: “Wij waren vorig jaar de afstudeerklas van de mimeopleiding en binnen de mime leeft die traditie minder sterk” zegt Floor van Leeuwen, “Maar het is wel opvallend dat mimers nu ineens weer groepen vormen. Dat is heel lang niet gebeurd.” Schwalbe werkt nu aan de tweede voorstelling, met Lotte van den Berg als begeleider en  met een uitputtend idee. De negen spelers fietsen zich een uur lang de blubber op hun hometrainers en drijven zo de lamp aan die hen zichtbaar houdt voor het publiek.

“We zoeken naar een handeling die echt is, die niet gespeeld hoeft te worden”, zegt Hilde Labadie, “We hebben met z’n allen een enorme energie, dat is onze kracht. We zijn niet op zoek naar eigen momentjes of solo’s binnen de voorstelling, we willen een zo groot mogelijke gezamenlijkheid uitstralen.” Anders dan de Tijdelijke Samenscholing kennen de leden van Schwalbe elkaar al door en door: “We waren een hechte klas, we zijn bijna familie geworden”, zegt Labadie, “We zijn nu in ons eerste jaar na school allemaal onze eigen kant op aan het gaan en we ontwikkelen ander vocabulair. Er zijn nu veel meer discussies dan bij de eerste voorstelling. We gebruiken verschillende woorden voor hetzelfde. Dat is moeilijk, maar ook uitdagend omdat je voordat je voelt wat je deelt eerst ook je eigen ideeën onderuit geschopt worden.”

Het kernbegrip bij alle collectieven is ‘gesprek’. De leden van ’t Barre Land, Schwalbe of de Tijdelijke Samenscholing gebruiken het heel vaak. Soms overdrachtelijk, om de samenwerking of de onderlinge verhoudingen aan te duiden, maar vaak ook letterlijk, het met elkaar praten is toch de kern van hun verband. Het is de verdienste van Maatschappij Discordia geweest dat die een manier vonden om dit gesprek voort te zetten op de speelvloer, soms in de woorden van anderen -de toneelschrijver- maar soms ook in hun commentaar op de tekst, op de manier waarop gespeeld wordt, of zelfs hoe een zin gezegd wordt.

In de voorstelling Archiv maakt de Tijdelijke Samenscholing dit proces aanschouwelijk. Het is een collage van teksten (onder andere van Flaubert en Perec) over archieven, bibliotheken en geheugen, die af en toe wordt onderbroken door een geïmproviseerd opgesteld alfabet, moedwillig geklungel met licht en gesprekjes tussen de spelers over elkaars accent. De voorstelling wordt gespeeld door drie leden van het collectief, maar de andere drie verkopen kaartjes en staan achter de bar.

“Er is geen hierarchie, tenzij die zich aandient,” formuleert Carole van Ditzhuyzen de  werkwijze van de Tijdelijke Samenscholing. Ze weerspreekt meteen een paar van de misverstanden die er vaak over theatercollectieven heersen: “We streven niet naar uniformiteit. We zijn nu met zes acteurs van verschillende opleidingen en we willen de verschillen niet gladstrijken.”

Bakker vult aan: “Het doel is niet om het eens te worden. Waar het om gaat is dat je gezamenlijk de voorwaarden formuleert waaronder je wilt werken en dat daarna iedereen  zelf verantwoordelijk is voor het materiaal en het gesprek. Iedereen kiest positie. We zijn ook niet democratisch; we stemmen nergens over. Als iemand per se iets wil doen in de voorstelling, dan komt het erin.”

Ook Schwalbe koos oorspronkelijk voor Lotte van den Berg vanwege het “fijne gesprek” dat de spelers met haar voerden. Maar in hoeverre kun je gezamenlijk een voorstelling maken als er een gerenommeerde regisseur meedoet? Labadie: “Toen we Lotte vroegen om onze afstudeervoorstelling te begeleiden hebben we haar een hele duidelijke opdracht gegeven: we wilden geen verstilde voorstelling, we willen iets met rock ’n roll. Het uitgangspunt is wat wij willen vertellen. Maar als Lotte praat luistert iedereen. Ze brengt dingen tot de kern terug en laat zien dat je de uiterste consequenties moet nemen van je keuzes.”

Van den Berg zelf ziet de tegenstelling niet zo: “Meestal ben ik heel nederig. Ik heb veel ervaring met het maken van voorstellingen op basis van improvisaties; ik ken de processen en weet wanneer het tijd is om een beslissing te nemen. En soms druk ik dingen door, als ik ervan overtuigd ben dat de voorstelling daarom vraagt.

De Tijdelijke Samenscholing heeft meer last met regisseurs. Een van de zes leden is Bo Tarenskeen, afgestudeerd regisseur en winnaar van de Ton Lutz Prijs. Van Ditshuyzen: “We hebben een in Nederland een cultus van regisseurs en een collectief met een regisseur in het midden wordt al snel ‘het gezelschap van Bo Tarenskeen’. Maar het is een groep waarin zes mensen hun eigen driften volgen.” Michiel Bakker, “De eerste voorstelling maakten we met z’n zessen, maar nu werken we steeds in verschillende constellaties. Maar hoe we het precies willen vormgeven ligt nog niet vast. Dat is nog onderwerp van een heel interessant geprek.”

Archiv van de Tijdelijke Samenscholing speelt van 26-28/1 in Frascati WG
Schwalbe speelt Op eigen Kracht
speelt van 27-30/1 in Frascati 2

Recensie: ‘Rashomon Effect’ van TA2 en Frascati

Bijna alle acteurs uit Rashomon Effect speelden wel eens een rol in politieseries als Baantjer, Russen, Witse of Flikken. Licht vermaak met clichématige personages, een effectieve red herring en eindigend met één heldere oplossing van het gepleegde misdrijf. Maar zo eenvoudig is de werkelijkheid niet. De Japanse regisseur Akira Kurosawa maakte daarover de film Rashomon, over een verkrachting en een moord vanuit het perspectief van drie getuigen, die alledrie een overtuigende maar elkaar wederzijds uitsluitende versie van het verhaal vertellen. De waarheid is ongrijpbaar, de toeschouwer blijft in verwarring achter.

De jonge Vlaamse regisseur Joachim Robbrecht baseerde zijn voorstelling losjes op de film. Dat kan interessant zijn, maar hij maakte de fatale fout om aan het complexe gegeven nog een laag toe te voegen. Robbrecht doet in zijn werk onderzoek naar de Nederlandse identiteit (eerdere voorstellingen gingen over Anne Frank, de ‘V.O.C. mentaliteit’ en het weer) en nu gaat naast ‘de waarheid’ ook Peter R. de Vries onder het fileermes. Robbrecht verplaatste de handeling naar een hotel in het noorden van het land, waar toevallig een misdaadverslaggever na tien jaar televisie zijn autobiografie aan het bijwerken is en die meteen het heft in handen neemt. Vanaf dat moment is het Miss Marple-gehalte al onverdragelijk.

Natuurlijk, Robbrecht kiest doelbewust voor clichés. We zien een geldbeluste hoteleigenaar, een blonde femme fatale, een ideale dader (“Een eenzame jongen aan de rand van het dorp en van de samenleving”) en een methodisch werkende, lidwoorden vermijdende rechercheur die gedurende de voorstelling het uit whiteboards bestaande decor volkalkt. Maar waarom moet een andere vrouw ook nog als over the top Char met geesten praten? En waarom moet haar man daar onaangedaan foto’s van maken?

Al snel ontspoort de voorstelling in absurde, gestileerde scènes. De spelers voetballen met een plastic flesje, schrijven met nepbloed “slet” op het raam, herhalen elkaars gebaartjes en bulderen als een donderpredikant ernstige teksten over “De Waarheid”.

De satire op De Vries is uiteindelijk nog niet eens zo slecht gedaan. Alwin Pulinckx plaatst met flair de holle oneliners (“De slachtoffers… Gevangen in hun morele ontreddering. De dader… Loopt nog vrij rond”) en Florentijn Boddendijk zorgt op het toneel live voor een toepasselijk goedkope synthesizer-soundtrack. Maar de makers lijken hun materiaal dan al lang niet meer serieus te nemen.

Je kunt als bezwaar tegen Peter R. De Vries’ werkwijze aanvoeren dat hij echte mensen plaatst in de simplistische schema’s van de whodunnit. Toneelschrijver Rob de Graaf formuleerde in Met  Joran aan Zee (nu te zien als lunchvoorstelling in Bellevue) voorzichtig een antwoord door Natalee Holloway en Joran van der Sloot een alternatief verhaal te geven (overigens zonder De Vries te noemen). Maar Robbrecht bestrijdt hier simplisme met simplisme. En dat is ergerlijk.

Rashomon Effect van TA2 en Frascati Producties. Gezien 24/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 30/1. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘Met Joran aan zee’ van Nieuw West en Bellevue.

“Fictief” staat er met grote zwarte letters van gaffertape op de linkermuur. Dat u maar niet gaat denken dat hier het werkelijke verhaal van Joran van der Sloot en Natalee Holloway wordt verteld. Toneelschrijver Rob de Graaf lijkt in niets op Peter R. de Vries en zijn stuk Met Joran aan zee is geen whodunnit, maar een verdorven versie van Roodkapje. Een interessante invalshoek, maar deze lunchpauzevoorstelling is nogal statisch geworden.

Met Joran aan zee is gebaseerd op de geruchtmakende zaak van de op Aruba verdwenen Amerikaanse tiener Natalee Holloway en de door De Vries ‘ontmaskerde’ Joran van der Sloot. In de voorstelling speelt ook Natalee’s moeder Beth een rol.

Alledrie spreken ze om de beurt korte monologen in hun microfoon. Ze hebben geen gesprekken, kijken elkaar nauwelijks aan. Joran (Wouter Zweers) is een door Nietzsche geobsedeerde jongeman, met een blote bast onder een colbertje die oreert over kracht en krachtelozen, ook nog live geprojecteerd op het scherm achterop het toneel.

Natalee (Sanne Vogel), met goedkope goudkleurige glimmers op haar tasje, schoenen en diep uitgeneden jurkje, is het onschuldige meisje dat zich van haar moeder wil bevrijden. “Mij is in al die jaren van m’n leven nog nooit iets overkomen. Nu wel.” Al snel wordt duidelijk dat ze vanuit de dood terugkijkt op de gebeurtenissen op het eiland en in de zee. De zee als symbool van al haar nog niet opgedane ervaringen; seks, drugs en misschien zelfs de dood. “De zee is moeder van alles, zij is alleen maar de moeder van mij.”

Gaandeweg begin je te vermoeden dat Joran en Natalee wellicht onuitgesproken een pact hebben gesloten; of beter gezegd: dat ze elkaar vonden in hun diepste verlangens. Door haar te verdrinken wordt hij bovenmenselijk en ontsnapt zij definitief aan haar moeder. Maar de moeder zelf (Marjon Brandsma) weet zelfs na haar dood haar dochter nog te claimen. “Leed is minder ondragelijk als je het met zoveel mogelijk mensen deelt. Tranen hebben een functie als ze in zoveel mogelijk huiskamers te zien zijn.”

Zo weet De Graaf het uit den treure vertelde verhaal een interessante nieuwe draai te geven, maar de vorm die regisseur Marien Jongewaard koos is erg vlak. We zien drie levende doden –Natalee verdronken; de moeder aan haar geketend en Joran voor eeuwig gevangen in de schurkenrol- die beheerst hun positie verklaren. Dat is een logische reactie op de ronkende mediaretoriek waarmee de zaak tot nu toe behandeld werd, maar als theater heeft het te weinig dynamiek.

Met Joran aan zee van Nieuw West en Bellevue. Gezien: 17/1/10 in Bellevue. Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie: ‘The New Electric Ballroom’ van Het Nationale Toneel

“Naar binnen. Naar binnen. Naar binnen. Naar binnen.” Eindeloos herhalen ze de drie zusters de woorden, terwijl ze één van hen een te klein Marilyn Monroe-jurkje en witte laarsjes met naaldhakken helpen aantrekken, om het af te maken wordt er nog wat lippenstift in de buurt van de mond gesmeerd. Hier wordt niet iemand opgedoft, hier wordt aas aan de haak gedaan.

De jonge regisseuse Susanne Kennedy –vast verbonden aan Het Nationale Toneel-  viel de afgelopen jaren op met vormbewuste uitvoeringen van nieuw toneelrepertoire en een eigenzinnige bewerking van Hedda Gabler. Nu ensceneert ze The New Electric Ballroom, een recente komedie van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh.

Dat stuk heeft op zich een plot: twee oudere zussen in een godvergeten vissersdorp spelen avond aan avond een fatale gebeurtenis uit hun jeugd na, toen ze beiden buiten de danszaal verwachtten ontmaagd te worden door de Elvis-achtige rocker Roller Royce, die er vandoor ging met een derde. De jongste zus luistert en regisseert, een jonge visser valt op gezette tijden binnen. Kennedy brengt het radicaal terug tot één situatie met de nadruk op de bijna Beckett-achtige taal (zorgvuldig vertaald door Karst Woudstra) in een venijnige voorstelling over vrouwelijke seksualiteit.

De acteurs zitten opgesloten in het decor, de ongastvrije kamer van de zussen, hoog boven het toneel van Frascati. Het is een vissenkom, met vooraan een televisie met een beeld uit The Wizard of Oz en een kapotte glitterbol. Overal is water. Het druipt van de zeegroene muren, dezelfde kleur als de Judy Garland-jurkjes van de drie zussen. Aan een van de muren hangt een plastic baars die ‘Don’t worry, be happy’ zingt, ernaast staat de jonge visser (Jochum ten Haaf) die een uur lang op een plankje net boven de lambrizering stokstijf stil staat.

De drie zussen, Nettie Blanken (erg goed, bijna demonisch), Juul Vrijdag en Çigdem Teke wisselen filosofietjes (‘Mensen zijn praters’), verhalen over cake bakken en de geschiedenis met Roller Royce uit. De tekst gaat over vissers en conserven, kleine hondjes, droge koekjes en hoe onwaardig het is dat kinderen ‘via de waterwerken’ geboren moeten worden. De seksuele connotaties druipen ervanaf, maar worden nergens expliciet gemaakt. Dit zijn drie vrouwen die elkaar kapot maken omdat ze zich afhankelijk gemaakt hebben van die ene mogelijkheid tot “love” van een man, lang geleden.

Kennedy voegt aan de harde tekst naargeestige beelden toe: Teke zwiepend met een klein plastic poppetje aan een touw, knipperend met haar nepwimpers, prut van Mariakaakjes uitspuwend of eindeloos ‘There’s no place like home’ mimend. De voorstelling voelt ook helemaal áf, van het monumentale decor van Katrin Bombe dat zich tot in de kelder van Frascati lijkt uit te strekken tot het ruisende en zoemende geluidsontwerp van Richard Janssen.

Het Nationale Toneel verdient lof voor het aannemen van een zo tegendraadse regisseur in het vaak nogal keurige gezelschap. Nu wordt het de vraag wie het lef heeft om haar te ontketenen in de grote zaal.

The New Electric Ballroom van Het Nationale Toneel. Gezien 12/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 16/1 Meer info op www.nationaletoneel.nl

Mugmetdegoudentand viert 25-jarig bestaan

nieuws,Parool — simber op 13 januari 2010 om 03:43 uur
tags: , ,

Theatergroep Mugmetdegoudentand bestaat in 2010 vijfentwintig jaar en opende in haar repetitieruimte op het WG-plein in Amsterdam Oud West het jubileumjaar. Het gezelschap van Marcel Musters en Joan Nederlof presenteerde niet alleen de plannen van ‘de Mug’ voor de komende maanden maar ook een iPhone-applicatie – een primeur voor een Nederlands theatergezelschap.

In de applicatie iMug kan je als gebruiker kiezen uit monden van vaste Mug-medewerkers als Hanneke Groenteman, Maria Goos  en Michiel van Erp die op magische en hilarische wijze ‘meepraten’ met wat jij zelf zegt, zodat je –in de woorden van Musters- “eindelijk kan praten met de mond van een ander”. Daarnaast biedt de applicatie actuele informatie en archiefbeelden van de groep.

De andere activiteiten die werden aangekondigd zijn een tentoonstelling in het FOAM van het fotografenduo Inez Van Lamsweerde & Vinoodh Matadin, die sinds jaar en dag de personageportretten en publiciteitsbeelden van de Mug maken, een glossy tijdschrift en de ‘multimediale, interactieve installatie’ Mugbooth, een soort pasfotohokje waar bezoekers reacties kunnen geven. Tenslotte zal Joan Nederlof in september de Staat van het Theater uitspreken, de openingstoespraak van het Nederlands Theaterfestival.

En natuurlijk worden er voorstellingen gemaakt. Op 29 april gaat de voorstelling Verlichting-light in première, volgens regisseur Lineke Rijxman een zoektocht naar de periode van de Verlichting in Nederland en de invloed daarvan op het hedendaagse debat.

De app is te downloaden in de iTunes Store

Vier ‘best practices’ gemeentelijke cultuurpolitiek

cultuurbeleid,overig — simber op 13 januari 2010 om 03:12 uur
tags: ,

In opdracht van de Nieuwsbrief van Kunsten ’92 schreef ik over vier gemeentelijke cultuurprojecten, naar aanleiding van de aankomende gemeenteraadsverkiezingen. De Nieuwsbrief is hier te downloaden.

1. Elf Kernen Opera

Vijf jaar geleden werden De Lier, Monster, Naaldwijk, Wateringen en ‘s-Gravenzande samengevoegd tot de gemeente Westland. Eén gemeente met zo’n 100.000 inwoners onder de rook van Den Haag, bestaande uit elf dorpen, met ieder een eigen identiteit. Het eerste lustrum van de fusiegemeente was aanleiding voor een groots project: iedere maand een nieuwe operaproductie in één van de elf kernen, met als afsluiting de presentatie van een nieuwe musical over het Westland als geheel.

Het idee voor deze Elf Kernen Opera kwam van stichting Dario Fo, een in Poeldijk gevestigd bureau van ‘ondernemers in de kunst’ met veel ervaring met community art. Artistiek leider en regisseur Wilma Sekrève werkte eerder aan een vergelijkbaar –zij het kleinschaliger- project in Midden Delfsland en is gespecialiseerd in grote operaprojecten waarin amateurs en professionals samenwerken.

Continue reading “Vier ‘best practices’ gemeentelijke cultuurpolitiek” »

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity