Seizoensoverzicht 2009/2010

Artistiek zelfonderzoek is uit, maatschappelijke betrokkenheid is in. Toneel ging het afgelopen seizoen over nu en verklankte de stemmen van internationale auteurs van vandaag. Dertigers staan niet langer als jong en aanstormend aan de kant, maar eisen hun plek op en met succes. Jammer dat de relevantie van kunst juist nu zo zwaar wordt betwist door burger en politiek.

Het is niet specifiek voor afgelopen seizoen, maar wel een onmiskenbare ontwikkeling van de afgelopen jaren: expliciet geëngageerd theater is ín. Alweer vijf jaar geleden riep theatermaker Eric de Vroedt op tot ‘nieuw geëngageerd toneel’ en werd Ivo van Hove door Johan Simons berispt omdat je volgens hem in een tijd van geweld en terrorisme geen huwelijkskomedie van Ayckbourn kon spelen.

Dat hebben ze geweten. Anno 2010 trok de hele wereld op het schouwtoneel voorbij. Van burgeroorlog (Branden) tot duurzaamheid (Schwalbe speelt op eigen kracht) en van misdaadverslaggever Peter R. de Vries (Rashomon Effect) tot meisjesmoordverdachte Joran van der Sloot (Met Joran aan zee). Het theater was als een iets artistieker en soms meer intellectuele versie van de babbelprogramma’s op televisie waar het dagelijks nieuws voorbijtrekt en van commentaar wordt voorzien. Familiedrama’s in de huiskamer kom je op het toneel eigenlijk bijna niet meer tegen.

Continue reading “Seizoensoverzicht 2009/2010” »

Recensie ‘Mensenkinderen’

Parool,recensies — simber op 26 september 2010 om 21:02 uur
tags: , , , , ,

Een veel gelezen en hooggewaardeerde schrijver overlijdt. In zijn nalatenschap vindt men een ongepubliceerd toneelstuk. Dat wordt gepubliceerd in een literair tijdschrift, maar moet het daarna ook nog gespeeld worden? Dat ligt eraan hoe goed het is, zou je denken.

J.J. Voskuil’s stuk Mensenkinderen –waarschijnlijk begin jaren tachtig geschreven- gaat over een Amsterdams grachtengordelechtbaar, Karel en Klaartje, dat niets anders doet dan ruziën. Drie scènes tonen drie opeenvolgende avonden, de tweede avond komen vrienden op bezoek. Het kinderloze paar dat op voet van oorlog met elkaar leeft, de vele drank en de buitenstaanders die de boel op scherp zetten; het lijkt allemaal erg op Who’s afraid of Virginia Woolf. En, het moet gezegd, het is een zeer matige imitatie.

In de romans van Voskuil gebeurt al het drama tussen de regels, maar voor het toneel blijkt dat niet genoeg. De echtelieden in Mensenkinderen ruzieën om het ruzieën; ze dreigen niet met weggaan dus er staat niets op het spel en ze gaan niet tot het bot. Maar tegelijk is er ook geen contrast tussen ruzie en iets eventueel anders, iets van genegenheid of een gemeenschappelijke afkeer van de bezoekers. Daarbij ontwikkelt de echtelijke onmin zich in de vijf kwartier die het stuk duurt niet. Klaartje blijft alles wat haar man zegt zo negatief mogelijk interpreteren; Karel geeft af en toe wat toe, maar maakt het daarmee alleen erger. Zo wordt het een kabbelend keuvelstuk. De komedie is soms goed getroffen, met een paar geslaagde grappen, maar even vaak zijn die oubollig en gedateerd.

Aan de acteurs de zware taak om er het beste van te maken en dat lukt ze wonderwel. Kees Hulst, met een verse Louis d’Or op zak, is de karakteristieke sul Karel, die toch op z’n tijd venijnige ripostes raak weet te plaatsen. Waar de tekst er mogelijkheid toe biedt (te weinig) weet hij fenomenaal snel zijn wanhoop even te laten doorschemeren. Els Ingeborg Smits speelt zijn onredelijke, zeurende kenau van een vrouw Klaartje als een terriër met haar tanden in z’n kuiten. De immer betrouwbare Cas Enklaar (met stemproblemen, leek het) is de oude vriend die Karels bewondering al lang niet meer verdient en Marian Mudder speelt zwierig in ’t knalrood zijn op seks beluste, té hard lachende vrouw die tegen ieders wil bij de vriendschap is inbegrepen.

Ze trekken er hard aan, maar nergens stijgt het stuk op. Als Karel aan het eind requisieten verzameld om zich op te hangen is dat alleen een flauwe grap zonder enige tragiek.

Het was misschien beter geweest om het stuk ongespeeld te laten. Maar ja, in de jacht op de de moeizaam te vangen theaterbezoeker is de belangstelling voor Nederlandse literatuur op het toneel een schaarse constante. De vele Voskuilfans zullen hun weg naar deze voorstelling wel weten te vinden.

Mensenkinderen van J.J. Voskuil. Gezien 25/9/2010 in Haarlem. Te zien in Amsterdam (Bellevue) 22 t/m 26/12. Meer info op www.mensenkinderentheater.nl

Verslag: ‘Candide’ in Bochum

Bij het eindapplaus komen de cultuurverschillen het scherpst in beeld: de Nederlandse acteurs stuiven uitgelaten het toneel op, hun Duitse collega’s trekken hen weer in het gelid van de strenge en langdurige choreografie die applaus halen in Duitsland nu eenmaal is. Oh, en Duitse critici klappen überhaupt niet.

De première in Bochum afgelopen donderdag van Candide oder der Optimismus van de Nederlandse regisseur en componist Paul Koek is een bijzondere, in een maand die bol staat van theateruitwisseling tussen de lage landen en Duitsland. Vorige week gingen Luk Perceval’s Hamlet in Hamburg en Ivo van Hove’s Menschenfeind in Berlijn in première, over drie weken volgt Theu Boermans’ Hamlet in Graz.

Koek en zijn Leidse gezelschap De Veenfabriek gaan drie jaar samenwerken met Schauspiel Bochum, waarbij ook Nederlandse acteurs en muzikanten worden meegenomen. Het Bochumse theaterhuis start het nieuwe seizoen met maar liefst vijf premières in één weekend om een nieuw begin te markeren: een nieuwe artistieke staf afkomstig uit Essen (waar vorig jaar in Ubu werd samengewerkt met Toneelgroep Amsterdam) heeft de Bochumse schouwburg overgenomen en omdat Bochum ook meedoet met het Culturele Hoofdstadprogramma van Essen en het Ruhrgebied moet nu voor het oog van de wereld (of in ieder geval Duitsland) een artistiek hoogstaand statement worden gepresenteerd.

Candide, naar de filosofische en satirische avonturenroman waarin Voltaire vraagtekens zet bij het optimisme als levensbeschouwing, lijkt een toepasselijk nuchtere keuze bij de aanvang van zo’n grote onderneming. De jongeman Candide, geschoold door een leraar in de geest van Leibnitz (“Dit is de beste van alle mogelijke werelden”), reist door de wereld, maakt rampen en onrecht mee, hoort verhalen van helpers en medereizigers en keert zich uiteindelijk van zijn meester af, maar vindt wel zijn jeugdliefde Kunigunde terug.

Koek gebruikt, zoals hij vaker doet, het toneel als plek om verschillende (muziek)stijlen, ideeën en visies tegenover elkaar te zetten, en uiteindelijk te verzoenen. Een electronisch bandje clasht met klassieke strijkers, de naïeve, jonge Candide (Joep van der Geest) staat naast zijn wijzere, oudere zelf (Jürgen Hartman), elegante couture  wordt ingepakt in afstotelijke blootmaakpakken, de degelijk expressieve speelstijl van de Duitse acteurs staat soms haaks op de exuberante anarchie die de Nederlanders (naast Van der Geest ook Reinout Bussemaker) meebrengen.

De roman Candide is een wirwar van stijlen en Koek zet dit door in de enscenering. Op het lege toneel staat een grote houten doos (decor: Theun Mosk), een coulissendecor, waarin met houten schotten op verschillende dieptes een heuvellandschap of een golvende zee wordt gesuggereerd. Op doorzichtige doeken voor en achter worden kinderlijk getekende animaties geprojecteerd.

De voorstelling duurt ruim drie uur, en regelmatig wordt de handeling onderbroken door langdurige monologen van personages die laconiek over hun gruwelijke lot vertellen. Maar uiteindelijk lijken de oude en de jonge Candide verzoend, de twee muziekstijlen vloeien harmonisch in elkaar over en ook Candide en Kunigunde worden romantisch herenigd.

En daar zit uiteindelijk datgene wat het Nederlandse theater Duitsland te bieden heeft: ongedwongen speelsheid en een flinke dosis romantiek.

Reportage: Ivo van Hove’s ‘Menschenfeind’ in Berlijn

buitenland,Parool,reportages — simber op 22 september 2010 om 00:53 uur
tags: , , , , ,

“Ik beschouw het als heilige grond”, zegt Ivo van Hove bijna verontschuldigend, kort na de première van zijn voorstelling Der Menschenfeind. Hij doelt op de Schaubühne in Berlijn, het befaamde theater van Peter Stein, waar hij nu zijn eerste voorstelling regisseert. Ter gelegenheid van de première is er een flinke Nederlanders meegereisd naar Berlijn, met onder anderen Toneelgroep Amsterdam-medewerkers, journalisten, schouwburgdirecteuren, Hans Kemna, Halina Reijn en Roeland Fernhout.

Der Menschenfeind (de Misanthroop van Molière) is een remake van een voorstelling die Van Hove in 2007 maakte bij de New York Theater Workshop. Hij plaatste het stuk –over de mensenhater Alceste die een hekel heeft aan de huichelarij en compromissen in zijn kennissenkring, maar verliefd is op de kokette Célimène- radicaal in het heden. En zo gaat het ineens over het fladderende liefdesleven van hedendaagse twintigers, vergroeid met hun smartphone, maar wel met een rijmende vertaling.

Zoals vaker bij Van Hove en zijn vaste ontwerper Jan Versweyveld speelt techniek een grote rol. Het moderne designappartement waar de voorstelling zich afspeelt is kaal, maar heeft een enorm beeldscherm als middelpunt, als er een feestje is zit op een gegeven moment iedereen te bellen, en waarschijnlijk maakt in deze voorstelling de iPad zijn theaterdebuut: een belastende brief is een dartele home movie geworden. Aan weerszijden van het toneel staan achter eenzijdig doorzichtige wanden cameramannen, zodat het hele stuk zich ook nog kan afspelen in een Reality Soap.

Maar  de klinische setting krijgt tegenkleur door het woeste spel van de acteurs. Lars Eidinger, inmiddels ook hier bekend door de Hamlet van de Schaubühne die hij vorig jaar in Amsterdam liet zien, speelt Alceste als een natuurramp die door de vriendenkring raast. Hij veegt letterlijk zijn reet af met de feesthapjes, vernielt de kleedkamer, en loopt de halve voorstelling bedekt met mayonaise, meloen, slagroomtaart en worstjes rond. Daartegenover staat de vlinderende Judith Rosmair als Célimène, sexy en flirtend met alle mannen, maar principieel ongebonden.

Tegen elkaar kijvend (op rijm) lopen ze, gevolgd door een cameraman, het theater uit, de Kurfürstendamm op, als ze terugkomen neemt Eidinger nog een paar vuilniszakken mee die hij over het toneel uitstort.

“Lars is echt een rockstar, soms een ongeleid projectiel, maar echt een fantastische acteur”, zegt Van Hove na afloop. “Hij is zelfs al een keer door de glasplaat heengelopen. Het hele middendeel van de voorstelling is totaal anders dan in New York, omdat Eidinger zo’n woeste Alceste werd.” Maar de voorstelling kent ook verstilling, zoals in een mooie scène waarin een oudere intrigante Célimène chanteert met laster. Zij wordt gespeeld door Corrina Kirchhoff. Van Hove: “Zij heeft hier nog met Peter Stein gewerkt, en in deze scène wilde ik met haar en Rosmair de oude en de nieuwe Schaubühne bij elkaar brengen.”

De critici zagen het niet helemaal zo. “Een triomf van de oude Schaubühne over de nieuwe”, schrijft Die Welt juist over die scène. De nogal norse recensies vinden de voorstelling te veel vorm en te weinig inhoud hebben. “Aan Molières 350 jaar oude verzen heeft Van Hove duidelijk minder werk besteed dan aan de technische effecten”, schrijft de Berliner Zeitung. Wel is er waardering voor de spelers. “Judith Rosmairs Célimène is het meest erotische wat het theater op dit moment te bieden heeft”, schrijft recensiewebsite Nachtkritik.

Het is goed te merken dat repertoire spelen hier een andere lading heeft. Toeschouwers en critici hebben hun eigen opvattingen over een toneelstuk en dat Van Hove Molière naar zijn eigen thematiek voegt – de mogelijkheid van liefde in een cynische wereld – wordt niet altijd gewaardeerd, als het al gezien wordt.

Het zal de Schaubühne weinig deren. De voorstellingen zijn deze week al uitverkocht, er is in Berlijn grote behoefte aan dit soort klassiek toneelrepertoire, en voor eigenzinnige regieopvattingen is het Duitse publiek niet bang. En Van Hove? Die vloog direct al weer naar New York, voor de première dinsdag van zijn volgende voorstelling bij de New York Theater Workshop: The Little Foxes.

Interview Gillis Biesheuvel

interviews,Theatermaker — simber op 21 september 2010 om 15:29 uur
tags: , ,

Met zijn tanige lijf, verzorgde sik en gouden oorbel ziet Gillis Biesheuvel (1972) er niet uit als de doorsnee toneelspeler. Dat is hij dan ook niet. Op het toneel heeft hij iets manisch, oncontroleerbaars. Maar in de van seks doortrokken voorstelling Reigen van zijn groep Dood Paard is hij, jonglerend met sigaren en sabels, daarnaast ook onweerstaanbaar grappig. Een Arlecchino nominatie was zijn deel. “Ik zoek de opstand tegen de keurigheid.”

Half juli. Bij de meeste toneelgezelschappen is het kantoor al afgesloten en het antwoordapparaat ingeschakeld, maar niet bij Dood Paard. Begin juni ging hun nieuwe voorstelling Answer Me in première op het Alkantara festival in Lissabon en de spelers maken zich op voor een zomerse tournee langs Estland en Denemarken voordat de voorstelling in september in Nederland te zien is op het festival De Internationale Keuze in Rotterdam.

Aan een grote tafel in het atelier van Dood Paard aan de Herengracht in Amsterdam vertelt Biesheuvel over het zomerproject: “Het Alkantra festival wordt geleidt door een Belg, Thomas Walgrave, die eerder ontwerper was bij Stan. Ik had al eens op het festival gestaan met een voorstelling met Stan, waarin we samenwerkten met een aantal Portugese acteurs. Het was de bedoeling om die specifiek Nederlands/Vlaamse acteerstijl in Portugal te introduceren.”

Continue reading “Interview Gillis Biesheuvel” »

Recensie: ‘Hamlet’ van Thalia Theater, Luk Perceval

buitenland,Parool,recensies — simber op 20 september 2010 om 10:43 uur
tags: , , , ,

“Sein”, zegt de ene Hamlet. “Oder nicht sein”, antwoordt de andere. En na een lange stilte de eerste weer: “Das ist die Frage?” Het is de kern van de Hamlet van de Vlaamse regisseur Luk Perceval, die nu al een aantal jaar in Hamburg werkt. Hij verdubbelt de hoofdpersoon en onderstreept daarmee de innerlijke strijd tussen gevoel en verstand. De tekst werd stevig bewerkt en tot twee uur ingekort door Günter Senkel de Turks-Duitse schrijver Feridun Zaimoglu. De voorstelling ging afgelopen zaterdag in première in het Thalia Theater, en is over twee weken al in Amsterdam te zien.

Het begin is meteen al van een onaardse schoonheid. De achterwand bestaat uit een eindeloze hoeveelheid opgehangen donkere, lange jassen, over de hele hoogte van het toneel, en bijna de hele breedte. De acteurs gehuld in hetzelfde soort jassen komen op door de kledingrekken heen, zodat de hele wand meegolft. Eerst een jongetje met een brief, dan een vrouw in een rolstoel, dan alle spelers in een schitterend tableau.

Linksachter zit Hamlet, een man in een enorme zwarte trui, met een kartonnen kroon op zijn hoofd en nog eentje op zijn schoot. En dan ineens in de tweede scène komt onder de kroon een hoofd omhoog, dat begint te spreken. Het lijkt alsof Hamlet een moeder is die een kind baart (en wiegt en bijna wurgt), maar tegelijkertijd wordt Hamlet zo ook opgedeeld in een hoofd en een hart. In de loop van de voorstelling komen de twee acteurs (Josef Ostendorf en Jörg Pohl) steeds verder los van elkaar te staan. De een kan alleen langzaam en gekunsteld bewegen en praten als een computer, de ander wordt steeds schreeuwender, expressiever en bloter; maar tot daden komen ze geen van beide.

In het zijlicht blijft de voorstelling donker en dreigend. Hamlet’s moeder Gertrude is wulps en vlezig in een te klein balletpakje, zijn vriend Laërtes loopt op stelten en diens vader Polonius is een vrouw in een rolstoel. Tijdens de belangrijkste scènes staat een hele groep kinderen toe te kijken, half verscholen tussen de jassen. Een opgezet rendier ligt voor op het toneel. Vrijwel de hele tijd speelt muzikant Jens Thomas piano, en zingt hij met hoge uithalen als Anthony and the Johnsons of Jeff Buckley. Maar ondanks deze overdaad voelt de voorstelling door de extreme stilering sober en uitgebeend aan.

“Hamlet is de Mona Lisa van het toneel”, zei regisseur Marcus Azzini, die zelf werkt aan zijn eigen versie bij Toneelgroep Oostpool. Dat klopt wel, maar het zijn de versies zoals deze van Perceval die laten zien hoe fris de taal ervan is en hoe vol onontdekte ideeën het stuk zit. En misschien is dat ook wel het onderwerp. De Hamlet van het hoofd heeft wel wat weg van het enige bekende Shakespeare-portret. Staat de vrijgemaakte hart-Hamlet misschien ook voor de vrijheid die iedere regisseur of toneelspeler moet nemen om de tekst tot leven te brengen? Deze versie is complexer en wellicht minder toegankelijk dan die van Thomas Ostermeier die vorig jaar in de Stadsschouwburg te zien was, maar heeft een visuele kracht die hem een onontkoombare theatergebeurtenis maakt.

Hamlet van Thalia Theater. Regie: Luk Perceval. Gezien 18/9 in Hamburg. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg): 8 en 9/10. Meer info op www.ssba.nl

21 toneelprijzen in 2 gala’s

Parool,reportages — simber op 13 september 2010 om 03:35 uur
tags: , , ,

Twee toneelfestijnen stonden gisteren op de agenda, waarop in totaal 21 toneelprijzen werden uitgereikt. De een serieus en deftig, de ander rommelig en feestelijk; een vergelijkend warenonderzoek. Eerste conclusies: het Nederlandse theater wordt overgenomen door Duitse vrouwen. En theater is een simpel spel: het hele seizoen worden mooie voorstellingen gemaakt, en aan het eind wint Het Nationale Toneel de prijzen.

Het Gala van het Nederlands Theater van de VSCD (Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties) in de Stadsschouwburg is een degelijk, strak geregisseerd programma, waarin de Louis en de Theo d’Or worden uitgereikt en daarvóór nog zo’n acht prijzen. Clairy Polak krijgt makkelijk de zaal mee met haar bekentenis dat Buitenhof presenteren voor 400.000 mensen veel makkelijker is dan voor een paar honderd man op het schouwburgpodium staan. Ze begeleidt de avond losjes, maar ook een beetje mat.

De eerste winnaar van de avond is de Duitse regisseur Susanne Kennedy, die de Erik Vos Prijs krijgt als veelbelovend regie-talent. Haar dankwoord is een hilarisch verhaal over het werken aan haar voorstelling The New Electric Ballroom bij Het Nationale Toneel –waar ze vaste regisseur is-, wat gelijk op ging met een repetitieperiode een van de oude meester Erik Vos, die de jonge regisseur tijdens de lunch aanzag voor de cateringjuffrouw. De tweede winnares is de eveneens Duitse Nicole Beutler, die de mimeprijs ontving uit handen van Marien Jongewaard, voor de gelegenheid in de gedaante van clown Marino Marini.

De rest van de prijzen wordt efficiënt afgewerkt, kort onderbroken door een optreden van acteur Jeroen Willems die een lied van Brel zingt en een kort filmpje met beelden van acteurs die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn. De zaal veert weer op bij de acceptatiespeech van Kees Hulst die onderkoeld en vlijmscherp de organisatie, de producenten van de filmversie van Tirza (waarin de rol van Jörgen Hofmeester die Hulst op het toneel speelde zal worden gspeeld door Gijs Scholten van Aschat) en het fenomeen prijzen de mantel uitveegt, maar toch ook oprechte dank uitspreekt.

En zo kabbelt de avond zonder al te grote verrassingen voorbij; zelfs de winnaars van enkele prijzen, zoals Kennedy en acteursgroep Wunderbaum die de Prosceniumprijs, waren van te voren al op de hoogte, de laatste groep had er zelfs een voorstelling in Rotterdam voor gecanceld. De jury kiest bij de heren voor oude cracks Hulst en Stefan de Walle en bij de dames voor het jongere talent van Nanette Edens en Maria Kraakman. Na afloop is de sfeer er gauw af; de winnaars kunnen niet worden gefeliciteerd, Cornald Maas zit beneden in Café Stanislavski te wachten met de televisiecamera’s, de foyers zijn stampvol en de bars onbereikbaar.

En zo haast rond half elf alles wat mooi en jong en veelbelovend is zich met gezwinde spoed naar het Rozentheater. De daar georganiseerde Nacht van de Vergeten Toneelprijzen is dit jaar voor de tweede maal een ludieke aanvulling op het toneelprijzengala, maar wel “met een serieus randje”, aldus initiatiefnemer Caspar Nieuwenhuis. De elf prijzen lopen uiteen van sympathiek (beste zakelijk leider of beste stage), belachelijk (beste acteur boven de 60), volslagen overbodig (beste souffleur; één nominatie, winnaar afwezig) tot uitermate nuttig (beste jonge toneelschrijver).

Het podium voor de uitreiking is een boksring, de winnaars krijgen een boksband en de presentatie is in handen van de prettig melige Oscar Kocken. De overdressed overlopers uit de schouwburg zijn goed te herkennen. Net als in de schouwburg is het ook hier tempo hoog, zijn de videopresentaties erbarmelijk en wordt iedere prijs uitgereikt door een nieuwe, slecht voorbereide prominent, maar omdat pretenties ontbreken en de setting intiem blijft, voelt het Rozentheater zo’n beetje als het fietsenhok bij school waar de cool kids komen roken. Dat schouwburgdirecteur Melle Daamen hier is en niet op z’n eigen feestje zegt al genoeg.

De avond wordt afgesloten met de uitreiking van de Gouden Bouwmeester door journalisten Constant Meijers en Wilfred Takken. Zij riepen een prijs in het leven die daadwerkelijk vergeten is: een prijs voor de beste voorstelling van het seizoen, gekozen door mensen die daadwerkelijk veel gezien hebben. Dat is er eentje die de VSCD zo snel mogelijk zou moeten overnemen.

De Gouden Bouwmeester werd gewonnen door The New Electric Ballroom van Susanne Kennedy, die daarmee de grote winnares van de avond werd. De boksband werd echter opgeëist door acteur Jochem ten Haaf: “Ik heb in die voorstelling avond aan avond anderhalf uur lang op een klein plankje een meter boven de grond moeten staan.” Met Kennedy’s twee prijzen plus de Louis d’Or voor Hulst en de Arlecchino voor Stefan de Walle kan Het Nationale Toneel vier prijzen in de kast zetten. Toneelgroep Amsterdam daarentegen moest het doen met een poedelprijs: de ‘Scheve Schaats’ voor “niet ingeloste verwachtingen” ging naar Joachim Robbrecht voor zijn voorstelling Rashomon Effect.

Verslag/recensie De Internationale Keuze

Parool,recensies,verslagjes — simber op 13 september 2010 om 01:24 uur
tags: , , ,

Voor de tiende keer is in Rotterdam in september een toonaangevend programma van internationaal theater te zien. Niet in de schouwburg dit keer, want die wordt verbouwd. Dus moet je als bezoeker op ontdekkingstocht naar de speellocaties, diep Rotterdam in.

Voor een festival dat ‘De Internationale Keuze’ heet, zijn er dit jaar overigens wel flink wat Nederlandse voorstellingen te zien. Zoals de nieuwste van De Warme Winkel, Poëten en Bandieten, over de jong gestorven Russische dichter Boris Ryzhy, of Answer me van Dood Paard, al is dat een Engelstalige Nederlands/Deens/Estse co-produktie met  Portugese gastacteurs.

Of Natives van theatergroep Wunderbaum, dat voor de voorstelling de beschikking kreeg over een hele flat in Pendrecht, ‘op Zuid’, die na afloop van de speelperiode wordt gesloopt. Het acteursgezelschap, dat afgelopen zondag nog de Prosceniumprijs won, maakt met Natives hun meest beeldende voorstelling tot nu toe, echter niet hun beste. In de schitterend opengewerkte en belichte sloopflat zien we scènes als uit een postapocalyptische wereld. De woningen zijn gestript en liggen vol afval. Een pasgeboren baby wordt gewassen met goor water uit een toiletspoelbak, een vrouw jaagt en vangt een kat, die ze vilt in haar badkamer.

Een ramp heeft deze plek onbewoonbaar gemaakt, maar toch gaan de bewoners, gehuld in hippe uitgaanskleren, niet weg. Ze wassen zich in modder, drinken besmet water, zoeken even toenadering tot elkaar, maar houden eigenlijk liever afstand. De moeder van het pasgeboren kind verstikt en begraaft het. Is dit de visie van de groep op het wonen in een probleemwijk? Of zijn de makers meer geïnteresseerd in hun eigen angsten voor het uiteenvallen van de bestaande orde? Het is moeilijk om er je vinger achter te krijgen. Twee huizen van het decor vandaan knipt af en toe licht aan en uit. Daar wonen blijkbaar nog mensen. Dit is een plek die toch enig statement afdwingt, maar Wunderbaum blijft te veel steken in esthetiek.

Dat is ook een beetje het geval bij de installatievoorstelling K, a society waarbij je wordt rondgeleid door het Haka gebouw, een schoolvoorbeeld van het Nieuwe Bouwen in Rotterdam West. Regisseur Kris Verdonck weet echter met videoprojecties en museale installaties schitterende beelden te creëren die lang blijven hangen. Een bak vol met rondrollende knuffelhondjes, een hypnotiserende video waarin de camera als in een vertraagde bungy jump langs een glazen gebouw naar beneden zakt of een video van een zakenman in een bak water, ook weer op water geprojecteerd.

De komende weken staan nog meer bijzondere, vaak multidiscipinaire voorstellingen op het programma. Opvallend is zeker de absurde musical Life and Times, episode 1, van de New Yorkse groep Nature Theatre of Oklahoma, met liedteksten gebaseerd op telefoongesprekken met een jonge vrouw, inclusief alle ‘ehhhm’s en ‘youknow’s. Het eind van het festival op 2 oktober is tevens de heropening van de vernieuwde schouwburg, die –net als in Amsterdam- een ‘stadsfoyer’ krijgt die de hele dag open is.

De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg is nog t/m 3 oktober. Meer info op: www.deinternationalekeuze.nl.

Louis d’Or voor Kees Hulst, Theo d’Or voor Maria Kraakman

nieuws,Parool — simber op 12 september 2010 om 23:59 uur
tags: , , , ,

Tijdens het Gala van het Nederlands Theater werden gisteravond in de Amsterdamse Stadsschouwburg de belangrijkste toneelprijzen van Nederland uitgereikt. De Louis d’Or (beste mannelijke hoofdrol) werd gewonnen door Kees Hulst voor zijn rol van Jörgen Hofmeester in Tirza naar Arnon Grunberg bij het Nationale Toneel. De Theo d’Or (beste vrouwelijke hoofdrol) ging naar Maria Kraakman, voor de titelrol in Orlando van Oostpool. Bijrolprijzen Arlecchino en Colombina waren voor respectievelijk Stefan de Walle en Nanette Edens.

De Prosceneniumprijs (voor “een wezenlijke bijdrage aan het toneelklimaat”) ging naar de relatief jonge theatergroep Wunderbaum. Jeugdtheaterprijzen waren er voor de voorstelling Woeste Hoogten en voor actrice Eva Zwart. De AVRO Toneel Publieksprijs werd gewonnen door Oog om Oog met o.a. Linda van Dyck en Victor Löw. Een niet aangekondigde uitreiking was die van de Erik Vos Prijs, de belangrijkste aanmoedigingsprijs voor regisseurs, die tweejaarlijks wordt uitgereikt aan jong talent. De jury koos voor Susanne Kennedy en prees haar “nauwlettende precisie” en de “bijzondere balans tussen abstract denken en luchtige ironie” in haar werk.

Op De Nacht van de Vergeten Toneelprijzen in het Rozentheater vond later op de avond een alternatief prijzengala plaats, met onderscheidingen als De Duurzame Doos (het groenste decorontwerp – voor theatergroep Schwalbe), Oud Goud (beste acteur boven de zestig – Ineke Veenhoven) en De Purperen Payroll (de beste zakelijk leider – Inge Bos). Daar werd ook de Gouden Bouwmeester uitgereikt, de prijs voor de beste voorstelling van het afgelopen seizoen. Ook hier was Susanne Kennedy de winnaar, met haar voorstelling The New Electric Ballroom.

Variabele toegangsprijzen, Richard III uitverkocht

nieuws,Parool — simber op 10 september 2010 om 10:00 uur
tags: , , , ,

Deze week werd bekend dat alle achttien voorstellingen van Richard III in de Amsterdamse Stadsschouwburg zijn uitverkocht. Voor het eerst werd bij de verkoop een systeem van variabele toegangsprijzen uitgeprobeerd. Schouwburgdirecteur Melle Daamen is enthousiast. “Het kan in principe met alle voorstellingen.”

Het bijzondere project van muziektheatergroep Orkater, met muziek van Tom Waits en Gijs Scholten van Aschat als Shakespeare’s grootste schurk, is vanaf 22 september uitsluitend in de Stadsschouwburg te zien. “Zo’n langere serie leek me geschikt om het experiment mee aan te gaan”, zegt Daamen aan de telefoon. “Het is een enorm succes, maar vergeet niet dat het buitengewoon risicovol was. Als het was mislukt waren zo wel wij als Orkater flink de mist ingegaan.”

Daamen deed het idee op bij de reisbranche: bij Easyjet betaal je meer voor je vliegticket naarmate je korter vantevoren koopt. In het theater werkt het net zo. De eerste tickets werden voor 32,50 (eerste rang) verkocht. Toen voor een bepaalde datum een vooraf vastgelegd percentage was verkocht werden alle kaarten duurder. Dit systeem van ‘treden’ werd herhaald totdat de laatste kaartjes voor 40 euro werden verkocht.

Daamen: “Dat verschil tussen eerste een laatste prijs is met 7,50 heel klein, zeker in vergelijking met de reisbranche. Wij willen geen misbruik maken van ons monopolie. We hadden de laatste kaarten ook voor tachtig euro kunnen verkopen, maar ik vind dat niet kloppen; het is toch ook een gesubsidieerde voorstelling. Ons doel was niet alleen om meer inkomsten te genereren, maar vooral ook een snellere voorverkoop.”

En zeker voor Amsterdam is het heel bijzonder om een lange reeks zo lang van te voren uit te verkopen, verzekert Daamen: “Amsterdammers wachten meestal af tot ze in de krant lezen of of van iemand horen dat het goed is.”

Daamen denkt niet dat deze verkoopmethode alleen toe te passen is op langere series van één voorstelling. “In principe kan het met alle voorstellingen. Ik wil er dan ook graag mee doorgaan. In de seizoensbrochure staat nu dat de prijzen per 1 september gelden en dat ze kúnnen veranderen.”

Een kleine relativering is wel op z’n plaats. “In mei zat Gijs Scholten van Aschat bij De Wereld Draait Door te vertellen over de voorstelling, over Tom Waits, en over de toegangsprijzen. Meteen de dag erna begonnen de telefoons te rinkelen. We kunnen dus moeilijk zeggen of dat aan Gijs zijn geestdriftige verhaal lag, of aan het feit dat vroege bestellers goedkoper uit waren. We zijn heel blij met het resultaat, maar als wetenschappelijk experiment blijft het dubieus.”

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity