Selectie Theaterfestival

Theatergroep De Warme Winkel en theatermakers uit Vlaanderen, dat zijn de smaakmakers van het toneel in Nederland. Dat beeld wordt bevestigd als je naar de selectie van het Nederlands Theaterfestival kijkt. De jury, onder leiding van de ooit acterende schrijver Arthur Japin, maakte afgelopen zaterdag de tien voorstellingen bekend die zij de beste van het afgelopen seizoen acht en die in september tijdens het festival nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein.

De Warme Winkel is met twee voorstellingen uitgekozen: Alma (een beeldende performance over Alma Mahler) en Viva la naturisteraçion, een voorstelling over naturisme, waarin de vijf spelers voornamelijk naakt op het podium staan, een coproductie met De Utrechtse Spelen. Vooral de selectie van Alma is opvallend: de voorstelling werd drie jaar geleden gemaakt op Oerol, en was afgelopen herfst slechts twee in Nederland keer te zien. Je zou de uitverkiezing kunnen zien als beloning voor het groeiende aantal reprises in Nederland, waarbij succesvolle voorstellingen, later worden hernomen zodat meer publiek de kans krijgt ze te zien.

Daarnaast telt de selectie drie voorstellingen uit Vlaanderen: Bedrog van Stan, Disisit van Benjamin Verdonck en Bloed & Rozen van Het Toneelhuis en regisseur Guy Cassiers, een nieuw toneelstuk van Tom Lanoye over Jeanne d’Arc en Gilles de Rais. Cassiers beleeft na zijn befaamde Proust-cyclus een nieuwe artistieke piek: zijn marathonvoorstelling naar het boek De man zonder eigenschappen van Musil staat binnenkort op het Holland Festival en had in deze Theaterfestivalselectie zeker niet misstaan.

Naast Bedrog van Pinter is er nog meer modern repertoire te zien in september: het Ro Theater werd uitgekozen met Millers De dood van een handelsreiziger en de jonge regisseur Paul Knieriem werd geselecteerd met Bernhards Am Ziel, een productie van de Toneelschuur met Marlies Heuer in de hoofdrol.

Amsterdams succes is er voor de vrije producent Hummelinck Stuurman, die geselecteerd werd met Oom Wanja waarin onder anderen Pierre Bokma en Hein van der Heijden meespelen, in regie van Gerardjan Rijnders en Husbands van Toneelgroep Amsterdam. Die laatste keuze is opvallend, want pers en publiek leken dit seizoen andere voorstellingen van TA, zoals In ongenade of Na de zondeval hoger te waarderen dan Ivo van Hoves bewerking van de film van John Cassavates.

De laatste uitgekozen voorstelling is Bimbo van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot, een fascinerend akelige verbeelding van de ‘pornificatie’ van de samenleving. Theater als het krassen van nagels op het schoolbord en dus bij uitstek geschikt voor het Theaterfestival dat naast mooie voorstellingen tonen toch ook discussie wil oproepen.

De selectie overziend rijst het beeld van een evenwichtige, degelijke keuze. De jury koos geen kleine, obscure voorstellingen, en vergat geen grote hits – of het moest De prooi zijn van Het Nationale Toneel, de voorstelling over de val van ABM Amro die dit seizoen het meeste media-aandacht wist te genereren. Bezoekers die in september voorstellingen gaan ‘inhalen’ zullen weinig te klagen hebben over het niveau en de diversiteit van het Nederlandse theater.

Daar staat tegenover dat je zonder moeite een aantal voorstellingen kan noemen die ook in de keuze zouden passen, zoals Mahabharata van Marjolein van Heemstra of Krenz van Willem de Wolf. Het reflecteert een theaterseizoen waarin de kwaliteit zeer hoog was, maar échte uitschieters (te) schaars.

Daar moet bij gezegd worden dat die uitschieters, zeker in de grote zaal, opvallend vaak Vlaamse voorstellingen zijn. Naast de eerder genoemde Musil-cyclus van Cassiers hoorden wat mij betreft ook het onvoorstelbaar weirde Robo-a-Gogo van Wayn Traub en het megalomane 300 el x 50 el x 30 el van FC Bergman tot de hoogtepunten van het seizoen. Helaas zijn die voorstellingen maar één of twee keer in Nederland te zien. Onder druk van bezuinigingen en publiekseisen schuiven Nederlandse gezelschappen langzaam naar het midden, terwijl in België de zucht naar avontuur nog groter is.

Dezelfde jury die deze selectie maakte, beslist ook over de acteursprijzen Theo en Louis d’Or. De nominaties daarvoor worden binnenkort bekend gemaakt.

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 30 augustus t/m 9 september. Meer info op ww.tf.nl

Recensie: ‘Kleine Eyolf’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 28 mei 2012 om 21:49 uur
tags: , , , ,

Een man rijdt op een hobbelpaard. Hij ziet er kinderlijk uit, maar is te groot voor dit soort spelletjes en hij gaat er ook veel te lang mee door om het nog spel te laten zijn. In haar nieuwe voorstelling deconstrueert regisseur Suzanne Kennedy Ibsens Kleine Eyolf tot een lange serie compacte beelden, staties bijna, waarbij verlossing onwaarschijnlijk is.

De jongen op het hobbelpaard is kleine Eyolf, de zoon van Alfred en Rita, die niet helemaal goed is sinds hij als kind van tafel viel terwijl zijn ouders lagen te vrijen. Dat incident leidde tot verwijdering in het huwelijk: Alfred trok zich terug om een boek te schrijven over De menselijke verantwoordelijkheid, Rita is bijna katatonisch in haar schuldgevoel en de wens om Alfred voor zichzelf te hebben.

Lars von Trier nam een deel van het verhaal als uitgangspunt voor zijn filosofische horrorfilm Antichrist en Kennedy liet zich weer door Von Trier is inspireren, en ook nog door The Shining – ook een vader met een boek dat niet afkomt. Het rattenvrouwtje dat bij Ibsen Eyolf meelokt, uiteindelijk de dood in, is bij Kennedy en een enge tweeling geworden.

Ze vertelt het verhaal fragmentarisch, in superkorte scènes die telkens maar twee of drie zinnen tekst hebben, met veel herhalingen en ellipsen, gescheiden door tussentitels van citaten uit Nietzsches Also sprach Zarathustra.

Punt is dat ondanks de messcherpe dramaturgische inzichten van Kennedy de voorstelling het theoretische maar niet wil ontstijgen. In eerdere voorstellingen keken de spelers het publiek constant aan; een brutaal en vervreemdend effect. Daardoor bleven haar voorstellingen, ondanks de gesloten vorm, opzichtig theatraal. Nu zitten de acteurs gevangen achter een doorzichtig scherm. Dat geeft ook een raar afstandelijk beeld, en de voorstelling wordt er onmiskenbaar filmisch van. Hier wordt de voorstelling té gestileerd.

Marlies Heuer als Rita is wel erg goed: een lelijk, onbeweeglijk stuk lijdzaamheid. Ook de andere spelers dragen de stugge vorm met passend aplomb.

Helemaal aan het eind suggereert Ibsen een vorm van verlossing voor Alfred en Rita. Kennedy kiest voor een oplossing vol pathos, met een groot kruis met tl-verlichting. Maar ook hier geldt: het klopt wel, maar het werkt niet.

Kleine Eyolf van Het Nationale Toneel. Gezien 16/5/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Compagnietheater): 31/5 t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Interview Maatschappij Discordia

Maatschappij Discordia bestaat dit jaar dertig jaar. Nou ja, ongeveer. De voorgeschiedenis van het toonaangevende gezelschap is al net zo gelaagd en meerduidig als haar voorstellingen. Een gesprek met de oudste leden van een collectief dat zich continu ontwikkelt, maar niet verandert. “De vraag naar de methode van Discordia is onzinnig. Er is absoluut geen methode.”

“We zullen vertellen wat er is gebeurd”, belooft Matthias de Koning, “Voor zover we dat nog weten. En we hebben altijd veel gefalsifieerd.” We spreken elkaar in het atelier annex pakhuis van de groep op de Driekoningenstraat in Amsterdam, waar de groep werkt aan haar nieuwe voorstelling Stanislavski 2. Lachend citeert Jan Joris Lamers alvast een zin uit het nog te schrijven interview: “Hoewel zij alledrie hetzelfde zeiden, bedoelden ze alledrie iets anders.”

De wortels van Discordia liggen (onder andere) bij het Onafhankelijk Toneel, dat sinds 1973 in Rotterdam gevestigd is. Stijl uit 1980 is de voorstelling die ze als hun eerste beschouwen, al dateert de naam Discordia van een jaar later. Pas in 1984 gingen ze naar de notaris om de vereniging op te richten. “Daarvóór had het geen zin, want we hadden geen subsidie.”

Lamers: “Rond 1980 kwamen we met het Onafhankelijk Toneel tot een soort crux. We bestonden al tien jaar en er waren veel plannen en te weinig geld. Er moest iets gebeuren. We bedachten een enorm plan, dat noemden we 1908, omdat dat jaartal een keerpunt was in de moderne kunst, met het eerste abstracte schilderij van Ljoebov Popova. We vroegen daarvoor twee keer zoveel subsidie aan, maar de Toneelraad in Rotterdam wilde er niet aan. Die moest het Ro Theater redden, dat in een paar jaar drie artistiek leiders had versleten die steeds tekorten opbouwden.”

Continue reading “Interview Maatschappij Discordia” »

Recensie: ‘Alleen voor jullie’ van Het Nationale Toneel, Laura van Dolron

Parool,recensies — simber op 25 mei 2012 om 01:52 uur
tags: , ,

Terwijl Laura van Dolron al ruim een week in Frascati haar eigen festival viert, trekt haar nieuwste voorstelling Alleen voor jullie zonder haar door het land. Daarin speelt Van Dolron zelf namelijk niet, maar Ariane Schluter, gevierd actrice bij Het Nationale Toneel, waar Van Dolron sinds enkele jaren haar voorstellingen maakt.

Alleen voor jullie is een interessante clash tussen de repertoire-actrice Schluter en Van Dolron die altijd een verhevigde Laura op het toneel zet. Meestal werkt het: samen vonden ze het personage Louise, een vrouw van 46 die van koffie verkeerd en moeilijke mannen houdt; een soort Laura maar dan wat ouder of een soort Ariane, maar dan flink wat neurotischer.

Het is een monoloog in Van Dolron’s stijl: een terloopse toespraak tot het publiek, waarin ze moeiteloos van de Twin Towers naar haar sexleven redeneert en van Facebook naar zelfmoord. Moeilijke mannen komen er in overvloed voorbij: van Holden Caulfield, de hoofpersoon uit Catcher in the Rye, tot Bob Dylan, Herman Hesse en Satie, Mozart en Brahms, van wie Schluter korte stukken op de piano speelt.

Soms leidt de clash iets te veel tot een compromis. Er zitten mooie ideeën in over personages en acteurs. In navolging van Caulfield spreekt Louise haar wantrouwen uit over acteurs die sukkels moeten uitbeelden terwijl ze een heel fijn leven voor zichzelf hebben georganiseerd in een mooi licht huis met een parketvloer. Dat gaat lijkt me ook over Schluter en Louise zelf, maar die interessante laag – in Van Dolron’s spel altijd aanwezig – wordt nauwelijks uitgewerkt.

Nee, Schluter staat altijd als personage op het toneel en het is grappig om te zien hoe dicht ze Laura’s maniertjes nadert: ze praat lager, grinnikt op dezelfde manier, en weet op identieke wijze haar zinnen te laten weglopen, om op het eind toch nog een grap te maken.

Maar wat erg mooi is, is dat Schluter het personage Louise veel zachter weet te maken dan Van Dolron zou doen. Daardoor zie je ineens waar het Van Dolron ookalweer om te doen was: het zichtbaar maken van onzekerheid, twijfel en uiteindelijk van onzichtbaarheid. In haar veldtocht tegen haar en ons cynisme zet ze de tederste middelen in.

Alleen voor jullie van Het Nationale Toneel. gezien 24/5/12 in Leiden. Te zien in Amsterdam (Frascati): 29/5 t/m 2/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Voorstuk: Donkere Kamer van Dries Verhoeven, Müchner Kammerspiele

Parool,reportages — simber op 25 mei 2012 om 01:50 uur
tags: , ,

Hoewel het licht nog aan is schuifelen de mensen voorzichtig naar hun plaats. Zo veel licht geven de rode lampen ook weer niet, en de toeschouwers van Donkere kamer zitten niet op een rij, maar ieder op een eigen stoel rondom een open speelplek. Als het licht helemaal uitgaat zie je letterlijk geen hand voor ogen.

Theater met blinden is niet uniek. Een paar jaar geleden liet regisseur Lotte van den Berg Antwerpse blinden het schilderij Het vlot van de Medusa uitbeelden, en recenter maakte het Noord Nederlands Toneel Teiresias, over de blinden ziener uit de Griekse tragedies, in een stikdonkere theaterzaal.

Aanvankelijk lijkt Dries Verhoeven, de maker van Donkere kamer, iets vergelijkbaars te doen. Een blinde vrouw loopt door de stad en vertelt over zichzelf en over haar omgeving. Ze loopt achter een kar met daarin camera’s die 360 graden rondom filmen, de beelden worden geprojecteerd op de vier zijden van de zaal. De vrouw lijkt wel een ziener; ondanks dat ze hen niet kan zien lijkt ze de kleur van auto’s en de gedachten van mensen op straat te kunnen lezen.

Maar zoals altijd gaat het er bij Verhoeven eigenlijk om hoe wij als publiek kijken. Over hoe wij onze ideeën en wensen op anderen (in dit geval blinden, in zijn vorige voorstelling Life streaming jongeren in Sri Lanka) projecteren. In het vervolg van de voorstelling zien we vijf blinden die ons aankijken (via de camera), die muziek maken, zingen en dansen en die openhartig praten, vooral over liefde en intimiteit. Want ook iemand die niet kan zien wil wel gezien worden.

Dat thema kwam bij interviews en castings pas naar boven, vertelt Verhoeven aan de telefoon. “Ik maakte de voorstelling in München, waar het theater van de Münchner Kammerspiele aan de duurste winkelstraat van de stad ligt. Die visueel geëtaleerde rijkdom was voor mij fascinerend en ik dacht dat voor een blinde een etalage niet meer is dan een stuk glas. Maar dat bleek veel ambiguër; blinden blijken enorm bezig met hun uiterlijk. Al heel snel werd het thema intimiteit en contact leggen. Daarover ontstonden heel snel goede gesprekken”

“We vroegen in voorbereidende gesprekken bijvoorbeeld of ze het fijner vonden om in het donker te vrijen, zodat de verhoudingen gelijkwaardiger zijn. Maar dat was absoluut niet zo. ‘Ik vind het fijn om te horen hoe ik eruit zie’, zei iemand. Eén vrouw vertelde meteen in ons eerste gesprek over een keer toen ze in een doorschijnende kamerjas in de gang van haar appartement liep en hoorde hoe een man bij de lift stil bleef staan en haar bekeek. Ik dacht toen ze het vertelde dat die man haar iets aan had gedaan, maar het ging er juist om hoe vrouwelijk en sexy ze zich toen voelde. Ik zag haar alleen maar als kwetsbaar, terwijl ze juist heel krachtig is. Dat verhaal zit nu als scène in de voorstelling.”

“Ik hoop dat het lukt om het publiek bewust te maken van z’n eigen manier van kijken. Maar als je die doorbreekt wordt je  uiteindelijk wel geconfronteerd met een beperking en een pijn die echt is.” Dat speelt ook bij de voorstelling zelf: “Net als bij Life Streaming kan ik de voorstelling niet echt met de spelers delen. Het is voor hen een abstractie waarin ze functioneren, dat is ook pijnlijk.”

De voorstelling is tijdens pinksteren te zien in de Stadsschouwburg, officieel nog als onderdeel van het programma Brandhaarden, waarmee de Münchner Kammerspiele en haar artistiek leider Johan Simons zich in maart uitgebreid presenteerden. Voor de Nederlandse versie, die al te zien was op Festival a/d Werf in Utrecht heeft Verhoeven de voorstelling flink aangepast: “We hebben hier vijf spelers in plaats van zes,  waarvan twee Nederlanders. We hebben overwogen om het met boventiteling te doen, maar dat werkt niet. Ik zoek het effect dat je iemand aankijkt die niet terugkijkt, dat kan niet als je dan ook nog je hoofd moet draaien om de tekst te lezen.”

Verhoeven maakt inmiddels voorstellingen in heel Europa, maar voor het najaar heeft hij een project op een speciale plek: zijn eigen buurt. “Ik woon nu een paar jaar in Bos & Lommer en in september ga ik daar de voorstelling Niemandsland maken, waarin je met een gids door de Kolenkitbuurt loopt. Ik heb die voorstelling al eerder gemaakt in Utrecht, Berlijn en Valencia, maar nu maak ik hem voor mijn buren.”

Donkere kamer van Dries Verhoeven/Münchner Kammerspiele. 27 en 28/5, Stadsschouwburg. Meer info op www.ssba.nl

Gevolgen Raadsadvies voor theater in Amsterdam

cultuurbeleid,nieuws,Parool — simber op 21 mei 2012 om 15:10 uur
tags: ,

(Voor het Parool van morgen; andere specialisten schrijven over de andere disciplines.)

Op het eerste gezicht lijkt het advies van de Raad voor Cultuur voor het Amsterdamse theater relatief mild: de meeste instellingen krijgen een goed rapport en mogen rekenen op het bedrag dat ze hebben aangevraagd. Maar dat beeld is vertekend. Toneelgroep Amsterdam, het Holland Festival en Het Nationale Ballet hadden vantevoren te horen gekregen hoeveel ze maximaal zouden kunnen krijgen en pasten hun plannen daarop aan. Alledrie vroegen ze een half miljoen minder aan dan ze nu krijgen, De Nederlandse Opera zelfs anderhalf miljoen minder. Jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij krijgt danwel een half miljoen euro, maar dat is een miljoen minder dan het gezelschap nu ontvangt.

Een andere bezuiniging die je niet in het Raadsadvies terugleest is die op de productiehuizen. Die zijn door het ministerie met een pennestreek geschrapt. Juist daarvan is een groot aantal gevestigd in Amsterdam, zoals Frascati, het Veem, Dansmakers en MC. Die konden überhaupt geen aanvraag meer doen. Terecht constateert de Raad dat de ontwikkeling van jonge kunstenaars, de taak van de productiehuizen, in het gedrang komt. Een speciaal geval is jeugdmuziekgroep Oorkaan. Die werd door de rigide regels van het ministerie in het vakje ‘jeugdtheater’ gedwongen en wordt nu afgewezen. Ook het negatieve advies voor het Theaterinstituut voedt het beeld dat een ogenschijnlijk mild advies een stevige culturele verarming in de stad niet voorkomt.

Recensie: ‘Hoer’ van Nieuw West

Parool,recensies — simber op 20 mei 2012 om 14:49 uur
tags: , , , ,

Ze staan bij de ingang van Frascati 2 alsof ze bezoekers zijn die nog even een praatje maken voordat ze een plekje in de zaal zoeken. Maar dit zijn Cas Enklaar en Vincent Rietveld en ze zijn de spelers van vanavond. Ze lopen het toneel op, kleden zich uit en trekken het zachtste en witste ondergoed aan dat je je maar kunt voorstellen.

Hoer heet de nieuwste voorstelling van Nieuw West en de groep pakt het onderwerp prostitutie onkarakteristiek rechtdoorzee aan – al worden de hoeren door mannen gespeeld, dat dan weer wel. Het is een merkwaardige voorstelling, twee lange scènes tussen Enklaar en Rietveld, onderbroken door een heftig intermezzo van Marien Jongewaard als archetypische hoerenloper.

Het probleem met prostitutie is dat je er niets over kunt vertellen of beweren dat niet automatisch een cliché is. Eerst spelen Rietveld en Enklaar twee meisjes die bezweken zijn voor de verleidingen van een loverboy, later is Rietveld een harde, cynische vrouw die alle romantische verwachtingen over de ontmoeting tussen hoer en klant onderuitschopt en is Enklaar een oudere prostituee die ooit om ideologische redenen begonnen is, maar inmiddels murw gebeukt is, al heeft ze nog de uitstraling van een heilige.

Ze presenteren zich zelf als godinnen van zelfopoffering, maar eigenlijk zijn ze afgemat en gevoelloos. De prostitutie wordt getoond als geïnstitutionaliseerde zelfdestructie. “Als ik een ziekte had, ging ik niet naar een dokter/als ik idealen had zou ik ze verloochenen.” Vaste Nieuw West-schrijver Rob de Graaf heeft weer een flink aantal fraaie en rake zinnen geschreven, maar een coherente tekst levert het niet op.

Blijft over hoe Rietveld en Enklaar de hoeren spelen. De jongere met een kanten slipje óver een jongensonderbroek met een bos haar uit de gulp en een beha dragend als een schoudertas, de oudere als toonbeeld van aangeslagen waardigheid met een lange zwarte krullenpruik en een mooi bruin leren jasje.

Aan het eind is er een erg mooie scène: de twee spelers spreken een meisje uit het publiek allerliefst en oprecht aan: “Mag ik met je mee? Zullen we samen weggaan?” Toneelspelen is ook hoererij, maar zo oneindig veel charmanter.

Hoer van Nieuw West. Gezien 18/5/12 in Frascati. Aldaar t/m 26/5, volgend seizoen tournee. Meer info op www.nieuwwest.com

Recensie: ‘Wijksafari’ van Zina en Adelheid Roosen

Wijksafari, het klinkt een beetje neerbuigend. Alsof de scooterjeugd, de hoofddoekjes en het winkelpersoneel van Tanger in Amsterdam Slotermeer wilde diersoorten zijn. Gelukkig is er van minzaamheid geen sprake in het nieuwe project van Adelheid Roosen. Wijksafari is een locatietheatervoorstelling, een stadswandeling en een vier uur durende gastvrije ontmoeting met de bewoners ineen.

Roosen heeft inmiddels een vertrouwd procedé voor haar community projecten: geestverwante kunstenaars laten zich enkele maanden adopteren door buurtbewoners en werken in die tijd ieder aan een gezamenlijke voorstelling of presentatie. Zo deed ze dat eerder onder andere in Groningen (Zina neemt de wijk) en Tuinpark Buikslotermeer (Moes). Kleine groepjes toeschouwers lopen routes langs de verschillende huizen, met nog meer optredens onderweg.

Bij de Wijksafari wordt de de dag vantevoren gebeld met instructies. Je krijgt een adres waar je moet melden. In mijn geval het smetteloze huis van de Marokkaanse Malika, die Myriam adopteerde en die over haar jeugd bij haar oma vertelt. Vanaf daar begint de rondgang door Slotervaart, met name het deel rond de Burgemeester de Vlugtlaan en Plein ’40-’45. De voorstelling is in de eerste plaats een organisatorisch huzarenstukje, met acht groepen die elkaar aflossen in schema’s die op de minuut nauwkeurig in elkaar schuiven.

Je verplaatst je wandelend, in een bus, en zelfs een stuk achterop een scooter en steeds hoor je nieuwe buurtverhalen; over het peukje van Koninging Juliana, de speeltoestellen van Aldo van Eyck, de Grijze Wolven (Turkse maffia) in de stad, het hotel aan Plein ’40-’45 dat altijd vol zit met Japanners en natuurlijk over planoloog Cornelis van Eesteren die in de jaren dertig de hele wijk op de tekentafel ontwierp.

Het is een beetje frustrerend dat je steeds het idee hebt dat je ook nog dingen mist, je zou wel alle verhalen willen horen, maar tegelijk krijg je zo een gevoel van nieuwsgierigheid naar iedereen die je op straat ziet lopen. Ook is het duidelijk dat niemand een totaaloverzicht heeft, zelfs de makers en organisatoren niet; zo is het leven in de grote stad.

Het is jammer dat de kleine voorstellingen in de huiskamers een beetje te particulier blijven. Malika en Maryam hebben gemeenschappelijk dat ze in hun jeugd (een deel van) hun familie moesten verlaten, in een ander huis gaat het om twee mensen die beide een dierbare hebben verloren. Ik werd juist nieuwsgierig naar hoe Van Eesterens stedebouwkundige visioen van licht, lucht en ruimte heeft uitgepakt voor haar huidige bewoners.

Maar de veelheid aan onverwachte ontdekkingen – een katholiek kappelletje in een gemeenschappelijke tuin in de Akbarstraat, een vrouw in boerka in een witte SUV die in een Frans chanson uitbarst en een ballet van scooters zullen zelfs voor kenners van de buurt verrassend zijn – en het heerlijke eten waar je voortdurend mee wordt volgestopt maken de Wijksafari uiteindelijk een fijne en memorabele ervaring.

Wijksafari van Zina en Adelheid Roosen. Gezien 3/5/12 in Slotermeer. Aldaar t/m 9 juni. Kaartverkoop via Podium Mozaïek. Meer info op www.podiummozaiek.nl

Voorstuk Kabel

Over iets meer dan een maand begint het EK voetbal in Polen en de Oekraïne, met de daarbij horende voetbalkoorts en daarop volgend de historisch gezien vrij grote kans op massale ontgoocheling. Toch zal de kater dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet zo groot zijn als in 1996, het jaar van de Kabel. Theatermaker Jörgen Tjon A Fong maakte met zijn groep Urban Myth een voorstelling over de culturele spanningen in het Oranje van Kluivert, Davids en Bogarde. “De Kabel heeft het voetbal een opdonder gegeven.”

Het is een bonte verzameling mensen op het toneel van het Bijlmerparktheater: een zangeres, een journaliste, een gitarist, een rapper en twee acteurs in voetbaltenue. In de laatste try-out voor de première aanstaande zondag vertellen ze het verhaal van het EK van 1996 in Engeland, waarin het Nederlands Elftal na de tweede wedstrijd ontplofte toen Edgar Davids tegen een buitenlandse journalist zei dat de trainer (Guus Hiddink) z’n hoofd uit de reet van bepaalde spelers moest halen. Hij werd weggestuurd, de sfeer was verziekt, Oranje verloor de twee volgende wedstrijden en was uitgeschakeld.

De voorstelling is opgebouwd rond twee heftige monologen van Kenneth Herdigein als Winston Bogarde en Raymi Sambo als Patrick Kluivert. Samen met Davids, Seedorf en Reiziger vormden die een vriendengroep van zwarte jongens binnen Ajax: De Kabel. Herdigein is fascinerend als de even grootheidswaanzinnige als kleinzielige Bogarde, die zijn levensverhaal vertelt, waarin terechte woede over echte achterstelling, paranoïa, trots en slachtofferdenken om voorrang strijden. Die man alleen al is eigenlijk een opera waard. Sambo speelt Kluivert die terugkijkt op zijn begintijd en het dodelijke auto-ongeluk dat hij veroorzaakte, een blijvende schandvlek op zijn imago als golden boy.

Tussendoor zien we kleedkamerscènes die spelen tijdens de rust van Nederland-Zwitserland, waarin de collectieve woede tot een uitbarsting kwam, zingt Lucretia van der Vloot een mooi lied en vertelt ze het verhaal van de moeder van Seedorf en geeft Blaxtar met een associatieve rap zijn interpretatie van de emoties van de verder zwijgende Davids. Journaliste Noraly Beyer tenslotte, die de gebeurtenissen van toen als journaalpresentatrice volgde, geeft tussendoor de nodige context over de blije jaren ’90 toen iedereen nog van elkaar hield en multiculturalisme nog een ideaal was.

Het is precies dat laatste wat regisseur Jörgen Tjon a Fong inspireerde tot het maken van de voorstelling. “We leven nu in een tijd dat etnische groepen enorm tegenover elkaar staan,” zegt hij na afloop van de try-out. “Ik kreeg daardoor een soort nostalgie naar de warme jaren negentig, maar toen ik me daarin ging verdiepen kwam ik dit verhaal weer tegen. Zo harmonieus was het toen toch ook niet.”

Bang dat een dergelijk incident zich dit jaar kan herhalen is hij niet: “De Kabel heeft het voetbal een opdonder gegeven. Hiddink heeft ingezien dat er iets moest veranderen, en Davids is uiteindelijk ook teruggekeerd bij Oranje. Nu zie je dat het elftal op een veel vanzelfsprekender manier gemengd is, met spelers met Turkse of Marokkaanse achtergrond, die ook weer een voorbeeldfunctie hebben.”

Zo’n voorbeeldfunctie had Kluivert destijds voor Sambo: “In ’96 zat ik op de toneelschool. Ik was geen voetbalfan, maar Patrick was mijn held. Net als Kenneth Herdigein overigens. Dat was toen een van de zeer weinige zwarte acteurs die je op televisie zag, daar klampte ik me aan vast. Toen Kluivert iemand dood reed was dat heel erg, maar tegelijk had ik met hem te doen. Ik was ook jong en soms onvoorzichtig en ik had heel sterk het gevoel dat het mij ook had kunnen gebeuren. Als ik hem nu speel laat ik al zijn woede naar binnen slaan. Ik wil laten zien dat het eigenlijk nog een jongetje is.”

“Ik was in die tijd een van de weinige zwarte leerlingen op de toneelschool. Mensen vroegen me of ik misschien speciaal les wilde. Ik was zo beledigd. Wat Winston Bogarde zegt in de voorstelling is waar: je moet echt twee keer zo hard werken om hetzelfde te bereiken.”

En zo gaat de voorstelling niet alleen over voetbal, maar ook over theater. Sambo: “Voor voetballers is de situatie sindsdien beter geworden, en voor acteurs ietsje beter. We hebben nog steeds maar één toneelgroep die net zo gemengd is als het Oranje elftal van toen.” Tjon a Fong: “De Kluivert of de Davids van het toneel zijn er nog niet.”

Kabel van Urban Myth is eenmalig te zien in de Stadsschouwburg op 29/4/12. Meer info op www.urbanmyth.nl

Vier internationale theatermakers

(Voor de programmakrant van de Stadsschouwburg van januari)

Ze werken alle vier veel in het buitenland, vooral in Duitsland. Choreografen en dansers Anouk van Dijk en Nanine Linning, regisseur Johan Simons en toneelspeler Jeroen Willems zijn de voorhoede van een cohort Nederlandse podiumkunstenaars dat furore maakt over de grens. “Het heeft iets romantisch, dat werken in het buitenland, maar je moet oppassen voor ontheemdheid.”

[Kader met foto’s
Nanine Linning
is gezelschapsleider dans van het Theater Osnabrück, waar ze als Chefchoreografin enkele grotezaalvoorstellingen per jaar maakt. Volgend seizoen verhuist ze naar Heidelberg, waar ze een van de artistiek leiders wordt van het stadstheater.
Te zien in de SSBA: Requiem van Theater Osnabrück op 21/5/12

Anouk van Dijk werkt met haar groep Anoukvandijk DC regelmatig samen met de Duitse toneelschrijver Falk Richter, met wie ze op dit moment werkt aan de voorstelling Rausch in Düsseldorf. Volgend jaar vertrekt ze naar Australië, waar ze artistiek leider wordt van het dansgezelschap Chunky Move in Melbourne.
Te zien in de SSBA: Protect Me van Schaubühne Berlin op 23/3/12

Johan Simons leidde Theatergroep Hollandia, ZT Hollandia en NT Gent en is sinds 2010 artistiek leider van de Münchner Kammerspiele in Duitsland.
Te zien in de SSBA: tijdens Brandhaarden presenteert de Münchner Kammerspiele een week lang haar werk, met o.a. Ludwig II van Ivo van Hove en Winterreise van Johan Simons. 15-20/2/12

Jeroen Willems is freelance toneelspeler. Hij werkt regelmatig met Johan Simons in München, in Basel en bij de Veenfabriek in Leiden.
Te zien in de SSBA: Willems speelt de titelrol in Ludwig II (16 en 17/2/12) en speelt in Flow My Tears van de Veenfabriek (8 en 9/2/2012)
]

In hoeverre heeft de stad waar je iets maakt invloed op je werk?

Van Dijk: “Oh, de plek waar je werkt heeft heel veel invloed. In dans werk je vaak met een internationaal gezelschap dat niet vast verbonden is aan het gezelschap. Er ontstaat snel een hechte band, omdat niemand een sociale omgeving heeft. Dus dan ga je met al die mensen in die vreemde stad samen voorstellingen zien, uit eten, naar de film.”

Continue reading “Vier internationale theatermakers” »

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity