Recensie: ‘De Verleiders: de val van een super-man’

“Heijn of niet Heijn? Dat is de vraag.” Victor Löw speelt Ronald Jan Heijn, het spirituele zwarte schaap in de supermarktfamilie, maar Löw is ook de acteur die heel graag Hamlet wil spelen. Die twee lagen –de familie Heijn die in 2003 wordt geconfronteerd met een enorm boekhoudschandaal– en de realiteit van de acht toneelspelers die hierover een voorstelling moeten maken lopen continu door elkaar in De Verleiders: de val van een super-man, meestal aan elkaar geknoopt met een goede grap.

Twee jaar geleden was De Verleiders: de casanova’s van de vastgoedfraude een enorme theaterhit. Die voorstelling, bedacht door het theaterduo George van Houts en Tom de Ket, maakte de fraudezaak rond het Bouwfonds op cabareteske wijze (bijna) inzichtelijk en maakte het publiek op een knappe manier mede-verantwoordelijk. Een vervolg was onvermijdelijk. Dit keer richten de twee hun pijlen op de top van het vaderlandse bedrijfsleven: de ontmaskering van Ahold-directeur Cees van der Hoeven.

Alle hoofdrolspelers verzamelen zich op Pudleston Court, het landhuis van de oude Albert Heijn (Jules Croiset in een elektrische rolstoel waarmee hij consequent over ieders tenen rijdt): Van der Hoeven (een elastische en uiterst geestige Han Römer), zijn eerste en tweede vrouw (Joke Tjalsma en Rosa Reuten), zweefkees Ronald Jan en de geest van diens ontvoerde en vermoordde vader Gerrit Jan Heijn (Walter Crommelin). Het blijspel is compleet met Van Houts als de butler en stagiaire Julia Akkermans als zijn dochter.

In een decor van rollende ordners die interieurwanden blijken te herbergen, probeert Van der Hoeven van Heijn de controle over het bedrijf terug te krijgen terwijl de anderen hem vooral tegenwerken. Mooi is dat naast Albert Heijn ook andere Hollandse iconen hun plek krijgen, van de Hollandse Meesters aan de muren, tot verwijzingen naar Jip & Janneke en Johan Cruijff.

Steeds stappen de acteurs uit hun rol voor weer een extra Ahold-anekdote of meta-grap. Het hele assortiment supermarktmoppen en verwijzingen naar reclameslogans wordt uit het schap gehaald.

Dat is meestal leuk, maar uiteindelijk vermoeiend, omdat de voorstelling geen dwingend verhaal heeft en toch een hoog tempo. Vooral het postmoderne eind, hoewel keurig gespiegeld, is flauw.

De fraudezaak wordt eigenlijk nauwelijks duidelijker, maar wat De Verleiders uitstekend doen is uitleggen dat de mega-bedrijf als Ahold werkt in een kapitalistisch systeem dat van alles een product maakt –ook van jonge actrices, zoals stagiaire Akkermans lucide opmerkt– en z’n gang kan gaan omdat ook het publiek gemak en voordeel belangrijker vindt dan goedbetaalde broodbakkers en cassières.

Je zou er bijna een oproep tot bewuster consumeren achteraan verwachten, maar dat zou al te activistisch zijn voor deze cultureel ondernemers. Het mensbeeld van hun nieuwe voorstelling is minder cynisch dan in De casanova’s van de vastgoedfraude, maar ondanks de vele goede grappen kom je niet heel vrolijk naar buiten.

De Verleiders: de val van een Super-man van Bos Theaterproducties. Gezien: 26/2/14 in Zaandam. Te zien in Amsterdam (DeLaMar) 29/5 t/m 8/6. Meer info op www.de-verleiders.nl

Recensie: ‘De verleiders: de casanova’s van de vastgoedfraude’

Nu zo’n beetje alle Nederlandse romans voor het toneel bewerkt zijn, ontdekken theatermakers een nieuwe bron: non-fictie boeken. Opvallend: twee boeken over witteboordencriminaliteit zijn het eerst aan de beurt. Vorig seizoen De prooi van Het Nationale Toneel over de val van ABN-Amro en nu De verleiders, naar De vastgoedfraude van journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel. Waar De prooi een Shakespeareaans koningsdrama werd, kiest bewerker George van Houts voor een prozaïscher invalshoek: wat zou u doen?

De verleiders zelf zijn vijf mannen in goed gesneden pakken: Pierre Bokma en Victor Löw zijn ieder voor zich al zwaargewicht genoeg om een voorstelling te dragen, samen met Leopold Witte, Tom de Ket en Van Houts is het een flinke testosteronbom op het toneel. Ze spelen personages die gebaseerd zijn op de kleurrijke figuren uit de fraudezaak rond het Bouwfonds, maar ze zijn gecondenseerd, net als hun namen: Nico Vijsma werd Vijs, Jan Van Vlijmen werd Vlijm, enzovoort. De acteurs geven zelf al toe dat ze de feiten gedramatiseerd hebben en sommige dingen zijn verzonnen.

We volgen ze in korte, cabareteske scènes bij het maken van grote vastgoeddeals (met geprojecteerde grafiekjes wordt tevergeefs gepoogd die te verduidelijken – het gaat steeds gaat over hoe geld verdeeld wordt, maar niet over waar het vandaan komt) en later in de rechtszaal waar ze ter verantwoording worden geroepen.

De mannen spelen vet en vaak over the top, maar in dit geval is het volkomen gerechtvaardigd. De details van de zaak zijn absurd en bijna ongeloofwaardig theatraal. Vooral Bokma als de goeroe-achtige adviseur Vijs (“Op welk gebied adviseert u?” “Breed. Heel breed.”) is erg leuk als de macher die met slijmen, intimidatie, citaten uit Macbeth en een overdosis ‘fuck you’ iedere deal in z’n voordeel beslecht.

Wat erg goed is, is de steeds terugkerende link met het hier en nu. De acteurs beginnen als zichzelf, Bokma vertelt over een extreem overbetaalde schnabbel die hij ooit voor het Bouwfonds deed en Van Houts en De Ket hebben een geestig conflict over een verkochte auto, een deal die uitstekend uitlegt wat er nou mis was met de onderhandse handel in vastgoed.

Het publiek wordt ter verantwoording geroepen door middel van het verhaal van Will en Mind, twee kleine vastgoedjongens die stapje voor stapje het spiel van de big boys ingetrokken worden. Steeds stappen ze even uit hun rol. Zou u dit anders doen? Wanneer zijn ze over de schreef gegaan?

Iedereen is schuldig, niemand slaat een meevallertje af, dat is de cynische moraal die de voorstelling uitdraagt. Het wordt er een beetje plomp ingeramd door een paar harde monologen over hebzucht en kapitalisme die de voorstelling platter maken dan nodig is.

De verleiders: de casanova’s van de vastgoedfraude van Bos Theaterproducties. Gezien 4/10/12 in DeLaMar. Aldaar 17/10 t/m 4/11. Tournee t/m 31/1/13. Meer info op www.bostheaterproducties.nl.

Recensie: De Grote Verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel

Na een moeizame periode bij de start van zijn artistiek leiderschap bij Het Zuidelijk Toneel keert Matthijs Rümke terug naar het terrein waar hij zijn naam vestigde: een luchtige combinatie van cabaret en toneel, prikkelend moralistisch, zonder heel erg intellectueel te worden.

De Nederlandse Staat en de Europese Unie klagen het doorsnee gezin  Alleman aan wegens “verwaarlozing van hun democratische burgerplichten”. Rümke en schrijvers George van Houts en Tom de Ket (in het dagelijks leven cabaretduo) willen het hebben over de rol van de burger in de kloof tussen burger en politiek. Pa Alleman heeft altijd de politieke waan van de dag gevolgd, Ma stemt zonder na te denken hetzelfde als haar vader altijd deed, de hyperrationele dochter bestudeert alle programma’s maar kan geen partij vinden die haar volledig overtuigd en de wild bedreadlockte zoon is tegen het systeem: “Alleen maar maskerade voor het grootkapitaal”.

De voorstelling is een vrolijk rechtbankdrama, met aanklagers, advocaten en journaallezer Philip Freriks alternerend met Harmen Siezen als rechter. Getuigen zijn er ook: via een onduidelijk proces dat iets van doen heeft met DNA en quantummechanica worden historische figuren als Thorbecke, Freud en Hitler opgeroepen. De vorm werkt verbazend goed.  Dat komt vooral door de uitstekende spelers. Raymonde de Kuiper en George van Houts slaan zich enthousiast door de verwijzingen naar Verdonk en Agnes Kant heen, en maken de superflauwe woordspelingen (“Ik vind dit maar een kromme rechtszaak”) bijna leuk.

Daartegenover weet José Kuijpers als moeder Alleman haar personage onverwachte emotionele diepte mee te geven. Maar het is Philip Freriks die met zijn goedmoedige gravitas, zijn improvisatievermogen en zijn onweerstaanbare combinatie van ijdelheid en zelfspot het natuurlijke zwaartepunt van de voorstelling vormt. Ook altijd lachen: de deftige journaallezer die ‘Kut!’ zegt.

Toch slaagt de voorstelling niet helemaal. Natuurlijk krijgt het publiek de rol van jury, maar waarom moet er dan zo’n ongeloofwaardige ‘vrijwilliger’ tot juryvoorzitter worden gebombardeerd? Bovendien snak je als publiek naar een moment waarop het rappe tempo en het hoge energieniveau even worden doorbroken.

Aan het eind verlost rechter Freriks ons van onze jurytaak. Het proces wordt morgen herhaald. Met een machtige toespraak ‘Ik geloof in dit volk’ toont hij zijn vertrouwen in burgerschap, verantwoordelijkheid en oog voor het algemeen belang. Het is bijna zin voor zin gejat van Obama. Uiteindelijk blijft het vooral een show, die dezelfde verleidingstactieken inzet die de makers bij politici afkeuren.

De grote verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel. Gezien 18/10/08 in Eindhoven. Tournee t/m 20/12, in Amsterdam (Stadsschouwburg) 3/11. Meer info: verkiezingsshow.hzt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity