Recensie: ‘Macbeth’ van De Toneelmakerij en ICKamsterdam

Iedereen heeft een rok aan, de jongens onderscheiden zich met hun flinke baarden. De voorstelling Macbeth begint met een heldere plaatsbepaling: op de achtergrond licht de Schotse vlag op (blauw met een schuin kruis) en de kleding verwijst naar kilts (zij het zonder ruitjes). Maar de strakke stijl kan een gebrek aan urgentie niet verhullen.

Macbeth is een samenwerking tussen jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij (onder leiding van Liesbeth Coltof) en dansgroep ICKamsterdam (van Emio Greco) met op het toneel zes dansers en vier toneelspelers. Nu is dit complexe en bloederige stuk van Shakespeare brengen voor jongeren (15+) sowieso al een waagstuk, maar om daarbij ook nog toneel en dans te combineren blijkt een brug te ver.

Als Macbeth terugkeert van een succesvolle oorlog komt hij een paar geesten tegen die hem een glorieuze toekomst voorspellen: hij zal koning van Schotland worden. Macbeth en zijn vriend Banquo worden gespeeld door acteurs, de geesten zijn dansers. Dat is op zich een mooi idee: de toneelspelers verbeelden de wereld van rede en het banale, de dans is de wereld van het bovennatuurlijke en het ongrijpbare. Maar dans is niet genoeg: de geesten krijgen een voice over door de andere acteurs.

Zo zie je continu dat de dans illustratie is bij het verhaal dat het toneelspel vertelt over de soldaat Macbeth die door een glimmertje hoop en geholpen door zijn machtswellustige vrouw zich naar de troon moord en daar langzaam paranoïde wordt. Van cross-over of samengaan is eigenlijk geen sprake. En dat is zonde, want de dansers zijn daar echt te goed voor. In onmogelijke pirouettes zijgen ze neer als Macbeth over het slagveld vertelt. Streng koddig herhalen Helena Volkov en Dereck Cayla als de twee geesten elkaars geïsoleerde bewegingen.

Ook de toneelspelers doen hun best. Majd Mardo als Macbeth is passief en moeilijk peilbaar en juist daarom aantrekkelijk; mooi is de combinatie met tegelijk nuchtere en charismatische Daniël van Klaveren als zijn vriend Banquo. Tine Cartuyvels speelt Lady Macbeth gepast over the top.

Door die disbalans tussen toneel en dans krijgt de voorstelling is loodzwaars, nog benadrukt door de stalen meubels waarmee de spelers moeten zeulen. Er is geen enkele humor of losheid. Dat zorgt er ook voor dat deze Macbeth volstrekt in zichzelf gekeerd blijft. Nergens wordt een verbinding gemaakt met het hier en nu of met hedendaagse jongemannen die zich door orakels hun ambitie laten aanwakkeren. Dan helpen de paar verwijzingen naar Beyonce in de choreografie ook niet. Er vloeit bloed, maar ook weer zo gestileerd dat je er weinig bij voelt.

Eén kort moment wordt de voorstelling aards: Roel Adam als Macbeths tegenstander Macduff moet plotseling vluchten en hoort, zelf eenmaal in veiligheid, de verwijtende stem van de zoon die hij achter heeft moet laten. Maar meteen daarna wordt diens gruwelijke lot vertelt én gedanst en zijn we weer in de emotieloze abstractie

Een paar jaar geleden lukte het Coltof wél: de Shakespeare-bewerking De Storm was een triomf. Je vraagt je af of een veel ingrijpender verbouwde versie van het Macbeth wel had kunnen werken. Maar misschien was dit project wel één concept te veel.

Macbeth van De Toneelmakerij en ICKamsterdam. Gezien 9/10/15 in Bellevue. Nog te zien in Amsterdam (Krakeling) 26-28/10, Tournee. www.toneelmakerij.nl

Recensie: ‘Het begin van alles’ van de Toneelmakerij

Met steekwagentjes en palletkarren rijden twee mannen een grote hoeveelheid kisten het toneel op. ‘Gedierte’ staat er op een, ‘Nieuwe Rozenstraat’ op een ander, ‘Geheim’ op een derde. De verhuizers blijken een filosofische inslag te hebben.

Het begin van alles is de vierde voorstelling waarin regisseur Liesbeth Coltof samenwerkt met Rieks Swarte als decorontwerper. Samen bedachten ze een vrolijke potpourri aan scheppingsverhalen, die begint als de verhuizers het eerste gebod van hun vak overtreden en één van de kisten openen. Het is de kist waar ‘Het begin van alles op staat’, maar die is leeg. Alles begint met niets.

In de andere kisten zitten de prachtig speelse decorknutsels van Swarte: een kussen met vier stokken wordt een hert en een paar lappen vilt een olifant. Complicerende factor is het meisje (Laurien Riha) dat in een van de kisten zit.

Samen met vaste Toneelmakerij-acteurs Tjebbo Gerritsma en Roel Adam treffen ze met z’n drieën de nieuwsgierig-naïeve toon van hen die alles voor het eerst ontdekken, in terloops poëtische zinnen van schrijver Tjeerd Bischoff. Ze spelen met de dieren en geven ze namen, blazen elkaar leven in, jagen monsters achterna en knutselen mensen van hout en klei.

De voorstelling is bedoeld voor kleuters vanaf 5 jaar, zo’n beetje de leeftijd waarop kinderen de echt grote vragen gaan stellen over leven en dood. Ik kreeg de indruk dat Het begin van alles veel vraagt van de kinderen, maar de belangrijkste les lijkt me aan te komen: je kunt alles maken van niets, in ieder geval in het theater.

Het begin van alles van de Toneelmakerij. Gezien 28/2/15 in de Krakeling. Aldaar 21-22/3, tournee. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Recensie: Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij

Een korte draai met je pink en daarna je twee open handen van je af bewegen. Dat is de Javastraat in gebarentaal. Een kok van het door doven bestierde eetlokaal LT in de Javastraat laat zijn toehoorders de gebaren net zo vaak nadoen tot we het foutloos kunnen. Daarna zijn we klaar voor de rest van de expeditie.

Het is een populaire nieuwe vorm van community theatre: kunstenaars dompelen zich een paar maanden onder in een buurtgemeenschap en presenteren hun bevindingen vervolgens aan het publiek. Adelheid Roosen maakte furore met haar Wijksafari’s. Helemaal nieuw is het ook niet. Theatermaker Liesbeth Colthof maakte vijftien jaar geleden al de voorstelling Thuis in een paar sloopflats in de Bijlmer.

Met haar jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij streek Colthof dit voorjaar neer in de Indische Buurt, waar ze contact zocht met de winkeliers en ondernemers in de Javastraat. Schrijvers Wieke ten Cate, Martien Langman en Don Duyns tekenden levensverhalen op en maakten de voorstelling Expeditie Javastraat, een kruising tussen een excursie en een speurtocht.

De Javastraat is hot. Na een artikel in Vrij Nederland over de sores in de multiculturele winkelstraat in Oost, is de straat ,ook voor kunstenaars, dit voorjaar het symbool van de grotestadsproblematiek van verschillende bevolkingsgroepen in hun eigen leefwerelden. Op de dag van de première van Expeditie Javastraat is op verschillende adressen ook het project Museumstraat aan de gang.

Voorzien van een koptelefoon, rugzakje en felgekleurd hesje lopen we als publiek in twee groepen van een man of vijftien door de straat. De een gaat naar binnen bij de Elthetokerk, de ander bij een Turks koffiehuis. Bij de ene winkel horen we een verhaal via de iPod, bij de andere vertelt de eigenaar zijn of haar eigen geschiedenis, en tussendoor krijgen we een fotografieopdracht: wat is het mooiste vuilnis of de felste kleur die je kunt vinden?

We eindigen in de meubel- en lampenwinkel van Erik Vos, waar de uiterst charmante verkoper onverwachts bezoek krijgt van een strenge toezichthouder die alles, van de lampen aan de muur tot het gebit van de eigenaar, aan controle onderwerpt. Een vermakelijke toneelscène, misschien iets te lang, want je zou wel weer de straat op willen voor nog meer ontdekkingen. Dit fragment wordt steeds op een andere plek gespeeld, bijvoorbeeld in een naaiatelier of bij een schoenmaker.

Het is altijd de vraag bij dit soort gemeenschapsprojecten of je als argeloze toeschouwer nu echt dichterbij de buurtbewoners komt. Voel ik me nou meer verbonden met de vrouw van de baklava-bakker die op mijn koptelefoon vertelt over de verschillende heerlijkheden die ze aan het publiek laat proeven, of wordt ze juist een soort decorstuk in haar eigen winkel? En beklijft de relatie tussen straatondernemers en kunstenaars als die laatsten weer vertrokken zijn naar een volgend project?

Het ideale publiek voor Expeditie Javastraat lijkt me dan ook de jeugd uit de eigen buurt. Die kan in deze voorstelling echt de straat en haar bewoners ontdekken en op een nieuwe manier het bekende leren zien.

Expeditie Javastraat van de Toneelmakerij. Gezien 24/5/14 op locatie in de Javastraat. Aldaar t/m 14/6. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Recensie: ‘Mehmet de veroveraar’ van De Toneelmakerij

“Vertel mij de geschiedenis van de ander en ik weet wie ik ben.” Het verbinden van verhalen van ver weg en dichtbij is het doorlopende thema in het werk van (jeugd)theatermaker Ad de Bont, van Mirad, een jongen uit Bosnië tot Anne en Zef. In Mehmet de Veroveraar, zijn afscheidsvoorstelling van zijn eigen gezelschap De Toneelmakerij (vier jaar geleden ontstaan uit een fusie van Huis aan de Amstel en Wederzijds), wordt dat motto bekroond met een mooie, grootse theaterproductie voor kinderen vanaf 10 jaar.

De Bont schreef een stuk over Mehmet II, in Turkije nog steeds een grote held, in het westen eerder bekend als wrede veldheer die in 1453 Constantinopel veroverde en er een islamitische stad van maakte. De Bont toont hem vooral als zeer jong –hij was 12 toen hij sultan werd– en geeft hem een westerse vriend en tegenpool, de onwettelijke kardinaalszoon Christiano.

Het grootschalige stuk over vaders en zonen, wij en zij, strijd en verzoening wordt door regisseur Liesbeth Colthof gebracht als grootschalige locatieproductie, een jeugdmarathonvoorstelling (drie keer een uur) in een grote hal, die steeds nieuwe locaties blijkt te herbergen, met een groot aantal acteurs, een woestijn, een paard, perzische tapijten totaan het plafond en (erg lekker) turks eten in de pauzes.

Grootste troeven van de voorstelling zijn het vaardig en helder vertelde verhaal, dat vele jaren en locaties bestrijkt (en waarin de historische werkelijkheid niet meer dan een aanleiding is) en het knappe spel van de meeste spelers; naast Sadettin Kirmiziyüz als Mehmet en Roel Adam (als zijn vader, sultan Murat, die moeite heeft om het met zoveel bloed en lijden opgebouwde Ottomaanse rijk over te dragen) vallen Daniël van Klaveren en met name Debbie Korper op – die laatste speelde vaker nuchtere, wijze vrouwen, maar nog niet vaak zo mooi. Meral Polat blijkt, prachtig zingend, opnieuw een weergaloze performer, een Turks-Nederlandse ster in de dop.

Feilen heeft de voorstelling ook: de tekst is poëtisch en een beetje ouderwets en gedragen. Dat is mooi, maar maakt de voorstelling erg talig, vooral omdat echt theatraal spektakel uitblijft; er mist een soort crescendo dat zo’n megaproject toch nodig heeft.

Maar wat de voorstelling uiteindelijk ontroerend maakt is het besef dat in het schrijven van de ‘geschiedenis van de ander’ De Bont toch ook over zichzelf heeft geschreven: hij draagt een belangrijk ‘koninkrijk’ van het jeugdtheater over, juist op het moment dat het bedreigd wordt en er strijd moet worden geleverd. Het ziet er nu naar uit dat De Toneelmakerij in de toekomst zulke grootschalige voorstellingen niet meer kan maken. En dat zou echt zonde zijn.

Mehmet de veroveraar van De Toneelmakerij. Gezien 9/6/12 in Alkmaar. Aldaar t/m 7/7. Busvervoer vanaf De Krakeling. Meer info op www.toneelmakerij.nl

Recensie: ‘Quarantaine’ van Huis aan de Amstel en Filimon Film

Parool,recensies — simber op 1 november 2006 om 01:27 uur
tags: , , ,

Bejaarde Russische mannen en vrouwen in hun bejaarde interieurs. Ze vertellen over het beleg van Leningrad door de Duitsers in de winter van ’41/’42. Over de voedselbonnen voor een beetje grutten, de honger, de bevroren lijken op straat, de nauwelijks eetbare gelei van houtlijm en water, over de koeken van stukjes deeg en koffiedik. Ze lijken onbewogen en rustig, maar af en toe schieten ze even vol.

Vier acteurs kijken op het toneel naar de beelden. Soms is er geen ondertiteling en vertalen zij de verhalen in het Nederlands. Tussendoor kibbelen ze over hun eigen situatie. Ook zij zijn opgesloten op een vierkante speelvloer met wat eenvoudig meubilair en met het publiek aan alle kanten. Ook het publiek zit niet op rijen stoelen, maar in afgeschermde hokjes.

In Quarantaine combineert theatermaker Liesbeth Coltof een documentaire film van Jessica en Frank Gorter over de overlevenden van de blokkade van Leningrad met een toneelstuk van schrijver Don Duyns, dat hij weer baseerde op de roman De Pest van Albert Camus. Het is bij zo’n interdisciplinaire aanpak altijd maar weer de vraag of de verschillende elementen elkaar niet in de weg gaan zitten en of de regisseur er een geheel van heeft weten te smeden.

In dit geval is het gedeeltelijk gelukt. De jonge personages op het toneel contrasteren mooi met de genadeloos echte mensen in de film. De jongeren hebben nog hoge verwachtingen van en oneindig veel vragen voor het leven, de ouderen hebben slechts pijnlijke herinneringen. Daartegenover staat dat de onderlinge conflictjes op het toneel te lang duren en een beetje onbenullig aandoen tegenover de vertelde gruwelen in de film.

Aan het eind van de voorstelling zien de toneelpersonages ook wel in dat hun beslommeringen in het niet vallen bij de ervaringen in de filmportretten. Zij zullen het, in hun eigen afzondering, samen moeten zien te rooien.

Het is te prijzen dat Coltof en Duyns in een voorstelling die toch op jongeren is gericht geen moeite doen om de zware kost te verlichten. In het Rozentheater is dan weer wel een kleine expositie ingericht met gezellige filmpjes en installaties “waar je zelf kunt ervaren wat het is om in Quarantaine te zitten”, zoals een barjuffrouw enthousiast aankondigt.

Theater Quarantaine van Huis aan de Amstel en Filimon Film. Gezien 31/10/06 in het Rozentheater, aldaar t/m 18/11. Meer info op www.alleeninamsterdam.nl

‘Ziek’ van Huis aan de Amstel

Parool,recensies — simber op 28 augustus 2006 om 18:01 uur
tags: , , , , ,

Het is een nobel streven van Huis aan de Amstel om de scheiding tussen jeugd- en volwassen theater wat minder streng te maken. Artistiek leider Liesbeth Coltof wil voorstellingen maken “die over de generaties heen reiken”. De voorstelling De hongerende weg was een paar jaar geleden een zeer geslaagde poging. De huidige voorstelling Ziek is helaas een minder goed voorbeeld.

Ziek is een bewerking van De ingebeelde zieke van Molière, de klassieke hypochonder-komedie uit 1672. De zieke uit de titel is Argan die zich door zijn bedienden en zijn dokter intensief laat verzorgen voor zijn telkens groeiende rij kwalen. Om te kunnen bezuinigen op de doktersrekeningen lijkt het hem wel een goed idee om zijn dochter uit te huwelijken aan een jonge, onsympathieke arts.

De voorstelling presenteert Argan als een man die verslaafd is aan aandacht. Dat is een aardig uitgangspunt: alsof de medische wetenschap uit de zeventiende eeuw vergelijkbaar is met de psychologie anno nu. Maar het is jammer dat de tekst verder niet gemoderniseerd is. De spottende grappen over doktoren die elkaar napraten in onbegrijpelijk potjeslatijn hebben nu geen satirische impact meer.

Maar ook zonder satire is Ziek in de eerste plaats een komedie, en daarin laat de uitvoering te wensen over. Het decor -een moderne, protserige badkamer, met drie toiletten die elk op een aparte onsmakelijke wijze worden bevuild- biedt ruimte voor een paar goede grappen, maar de acteurs zijn wisselvallig. Roel Adam als Argan is te onsympathiek en niet kinderlijk genoeg om grappig te zijn, en zowel Anette Maas als Argans dochter en Dewi Reijs als zijn tweede vrouw lijden aan een typische kwaal van jeugdtheater-acteurs: als ze overdreven verliefd, verdrietig of temerig mogen spelen zijn ze erg leuk, maar als een scene subtieler acteren vraagt gaat het mis.

Hierdoor wordt een beetje moeizame voorstelling. De lach wordt gesmoord door trage timing en gebrek aan ritme. Een paar acteurs hebben die timing echter wèl: in de eerste plaats Ria Marks(*) die heerlijk kan kijven als de gisse bediende van de familie, maar toch vooral Tjebbo Gerritsma die in verschillende rollen de show mag stelen. Of hij nu een sentimenteel lied zingt of als dokter zijn patiënt uitkaffert, de hardste lach is voor hem.

Ziek van Huis aan de Amstel. Naar De ingebeelde zieke van Molière, bewerking en regie Liesbeth Coltof. Gezien 2/3 in Bellevue. Te zien in Amsterdam t/m 18/3, tournee t/m 30/4.

*) In de oorspronkelijke recensie stond Ria Eimers, maar dat was dus een oerstomme fout

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity