Recensie: ‘Obsession’ van Toneelgroep Amsterdam en The Barbican

Een affaire die sexy en veelbelovend begint, maar die een fatale afslag neemt en niet goed afloopt. Dat is het verhaal van de voorstelling Obsession, die regisseur Ivo van Hove maakte als coproductie tussen Toneelgroep Amsterdam het het Londense Barbican theater. Maar het geldt ook voor de voorstelling zelf.

Bijzonder is het wel: Halina Reijn, Gijs Scholten van Aschat en Robert de Hoog in vlekkeloos Engels spelend tegenover Jude Law. Law speelt zwerver Gino die iets te eten komt bietsen in het restaurantje van Joseph (Scholten van Aschat als een fijne rotzak) en als een blok valt voor diens vrouw Hanna (Reijn). Jan Peter Gerrits bewerkte de film Ossessione van Visconti, die op zijn beurt het boek The Postman Always Rings Twice van James M. Cain als basis had.

De verleidingsscène is mooi werk; Law kalm en met militair postuur tegenover een speelse, ervaren femme fatale, zoals Reijn er al meer speelde. Maar zoals altijd bij Van Hove is de liefde onmogelijk: hij wil met haar vertrekken, zij wil niet weg. Het contrast tussen de twee wordt in de vormgeving (Jan Versweyveld) met grof penseel geschetst: Gino speelt mondharmonica, en op het toneel staat een machinale accordeon die vervormde klanken uitbraakt; Gino rent op een lopende band – een knipoog naar films – en de tirannieke Joseph heeft een auto, gesymboliseert door een grote, vieze, ronkende en schuddende motor.

Met een flinke dosis goede wil zou je er een metafoor in kunnen zien voor de kloof tussen kosmopolieten en neo-nationalisten die Europa nu splijt.

De twee zien maar één uitweg: Joseph moet dood. Na een smerig autoongeluk, waarbij de machine olie over de spelers uitspuugt, volgt de mooiste scène van de voorstelling: Van Asschat boent de vlekken van zijn eigen fatale ongeluk weg, terwijl Reijn en Law in bad zichzelf schoon wassen voor het happy end.

Daarna glijdt de voorstelling weg, want ineens is Hanna veranderd van vamp in nood naar zeurende huisvrouw. Dan begint ook op te vallen dat Reijn al het zware werk moet doen in dit duet: tegengas geven aan het moeiteloze, jongensachtige charisma van Law plus de mensbeeldtechnisch onaantrekkelijke positie van de huismus vertegenwoordigen.

En dan gaan al die elementen in het decor onbedoeld tegen de voorstelling werken: de motor die brommend in de lucht hangt maar nergens naartoe gaat; Law die heftig rennend op de loopband op dezelfde plek blijft; De Hoog – in een geestige bijrol als Jack Kerouac-achtige avonturier – die een muntje opgooit om te beslissen welke kant hij op gaat, maar beide kanten niet aanwijst en erna ook blijft staan: het is een voorstelling die veel moeite doet om intens te zijn, maar uiteindelijk vrij dof is.

Leuk is het wel om het verschil tussen Nederlandse en Engelse acteurs te observeren. Zo zie ik Chukwudi Iwuji of Aysha Kala (die kleinere rollen spelen), laat staan Law, nog niet zo gauw de vloer boenen of hard en vrij lelijk opera zingen. Die performance-achtige inzet compenseren de Britten dan weer met fijnzinnigheid in tekstbehandeling en spel. De twee tradities hebben elkaar dus wel degelijk iets te bieden. Het is te hopen voor Van Hove en Toneelgroep Amsterdam dat het geen gedoemde liefde is.

Obsession van Toneelgroep Amsterdam en The Barbican. Gezien 25/4/2017 in Londen. Te zien in Amsterdam tijdens het Holland Festival. Meer info op www.tga.nl

Recensie ‘Liliom’ van TA2, Julie Van den Berghe

Een vrouw in een diep uitgesneden wit pak met een sigarettepijpje. Zo ziet een magistraat van het Hemelse gerecht eruit volgens regisseur Julie Van den Berghe. De edelachtbare (Chris Nietvelt, strak met af en toe plotseling een demonische grom tussen haar woorden) moet zich buigen over het geval Liliom, een klootzakje dat zichzelf na een mislukte overval min of meer per ongeluk heeft geëlectrocuteerd.

Het is een merkwaardig stuk, dit Liliom van de Hongaarse schrijver Ferenc Molnár (zeer populair in het begin van twintigste eeuw, maar in ieder geval zijn toneelwerk is in Nederland in de vergetelheid geraakt). Met zijn deemoedige blik op het liefdesleven van armelui en de setting rond de kermis lijkt het wel wat op Kasimir en Karoline van Von Horváth. Maar Ferenc’s personages zijn schetsmatiger, als grof geschilderde decorstukken in een carrousel. En dan is er nog dat rare bovennatuurlijke intermezzo dat leidt tot een 16-jarig verblijf in het vagevuur.

Liliom gaat over een schelm die zijn baantje en bijbehorend lichte leventje als propper voor een draaimolen op de kermis vaarwel zegt uit liefde voor een dienstertje (Hélène Devos). Maar de aanpassing aan het burgerlijke leven gaat niet makkelijk, want ze hebben geen werk en hij is nu eenmaal een etter. Hij mishandelt haar en rolt de criminaliteit in, met fatale gevolgen.

Van den Berghe – die zelf Hongaarse roots heeft – weet de keuze voor dit obscurium niet overtuigend te brengen. Ze benadrukt de ruwheid van het stuk met een donker, abstract rondrollend decor, groteske bijfiguren (de maskerachtige grijns van Robert de Hoog is knap volgehouden) en een soundscape die van alle geluiden een echo maakt. Middelpunt is Eelco Smits in de titelrol, zeer energiek, maar eerder een lieve deugniet dan echt gevaarlijk.

De voorstelling zwerft tussen ruig en elegant, tussen conceptueel en inspelend op herkenbare emoties. Het wordt maar niet duidelijk of Van den Berghe deze figuren nou opvat als te erbarmen mensen of als met houtskool getekende aanzetten. Een voorstelling in het vagevuur, kortom.

Liliom van TA2 (Toneelgroep Amsterdam en Frascati Producties), regie Julie Van den Berghe. Gezien 2/4/16 in Frascati. Aldaar t/m 16/4. Meer info op www.tga.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity