Recensie ‘De Wereldverbeteraar’ van Toneelschuur Producties

Parool,recensies — simber op 4 maart 2016 om 10:00 uur
tags: , , ,

Een ‘sprechhund’ is de naam voor een personage dat zelf niet zoveel zegt, maar vooral dient voor andere personages om tegenaan te praten. De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard gebruikte ze veelvuldig in zijn toneelwerk, meestal galspuwende bijnamonologen van mannen vol wereld- en zelfhaat, met een of meer lijdzaam het verbale geweld opvangende familieleden of bedienden.

Het opmerkelijke van Erik Whiens enscenering van De Wereldverbeteraar is dat hij de sprechhund weglaat. Hij maakt van het stuk uit 1978 bijna een performance, waarin acteur Sanne den Hartogh anderhalf uur lang bijna roerloos en nauwelijks verlicht voor een gitzwarte achtergrond staat, een donker pulserende soundtrack op de achtergrond.

Zo wordt Bernhards monoloog een soort taalmuziek, een dialoog tussen Den Hartoghs sonore stem en de subtiel fluctuerende lichten en geluiden die hem ondersteunen. De situatie (een zwartgallige filosoof wacht op een delegatie van de universiteit om hem een eredoctoraat te verlenen) doet er nauwelijks toe; het gaat om de poëzie van de beledigingen en het ongemak, de herhalingen en de ellipsen, de vele verwijzingen naar Hamlet (speciaal leuk voor wie Den Hartogh zes jaar geleden in die rol zag).

Den Hartoghs rol is een buitengewoon mooie krachttoer. Voorover gebogen, met zijn gezicht in het duister brengt hij de woordenstroom uiterst lucide. “Alles bederft m’n maag. Is het niet de keuken, dan is het wel de filosofie.” “Iedere ziekte is een ongeneeslijke ziekte.” Het gitzwarte doek dat achter hem hangt geeft soms de illusie dat je in het oneindige niets kijkt.

Maar als je aan het eind de hele tekst hebt gehoord sta je alsnog met lege handen. Waar komt al deze haat vandaan? En wat willen de makers ermee? In deze voorstelling is de hoofdfiguur een hoofd zonder wereld, of beter: een ondode die een partituur reciteert. Dat die woorden ook nog een betekenis hebben lijkt bijna een afterthought.

De Wereldverbeteraar van Toneelschuur Producties. Gezien 25/2/16. Te zien in Amsterdam (Frascati) 11 t/m 19/3. Meer info op www.toneelschuurproducties.nl

Interview Wynn Heliczer

interviews,Parool — simber op 2 maart 2016 om 00:05 uur
tags: ,

Achttien jaar na zijn dood vond actrice Wynn Heliczer bij stom toeval een geluidsopname van haar vader die gedichten voordroeg. Piero Heliczer (1937-1993) was een avantgardistische underground kunstenaar – dichter, filmmaker, organisator – die in het New York van de jaren zestig rondhing in The Factory van Andy Warhol. Maar voor Wynn was hij een afwezige, onverantwoordelijke vader. Ze maakte een theatervoorstelling over hem, The Missing Beat. “Met zijn dood is mij een slechte vader ontnomen en ik heb er een geweldige vader voor teruggekregen.”

Tien kilo ansichtkaartjes, dat is het voornaamste wat ze nog van hem heeft. In een Amsterdams café vertelt ze: “Dat was voor mij het belangrijkste dat veranderde toen stierf: er kwamen geen kaarten meer. Die kaartjes waren voor mij de belichaming van hem, de bevestiging dat hij wel bestond. Er kwamen er meerdere per week. De meeste waren een soort sms-berichten, maar het was ook vaak heel romantisch. Een kaartje schrijven vereist toch aandacht.”

Piero Heliczer werd geboren in het Rome van Mussolini. Zijn Duits-joodse vader werd tegen het eind van de oorlog vermoord door de Gestapo en zijn moeder vluchtte met Piero naar de VS. Hij studeert aan Harvard en keert eind jaren vijftig terug naar Europa, eerst Parijs, dan Londen, waar hij poëzie schrijft, experimentele films maakt en terecht komt in een groep kunstenaars die later zouden gaan horen bij de Beat Poets rondom Allen Ginsberg en bij The Factory van Andy Warhol. Terug in New York organiseert hij underground kunstavonden, waar onder andere een bandje optreedt dat later beroemd zal worden als de Velvet Underground.

Voor Wynn is dit allemaal oergeschiedenis die zich afspeelt ver voor haar geboorte en die pas gaat leven als ze zijn voordracht hoort op die oude opname. “Ik had zijn stem nooit op deze manier gehoord. In mijn jeugd was het een oudere man die een paar tanden miste en sliste. Ik realiseerde me dat hij bij deze opname zo oud was als ik was toen ik hem hoorde. Er zat een soort intensiteit en urgentie in zijn stem. En ik vroeg me af: wie is die man?”

Wynn heeft een aantal halfbroers en –zussen. “Hij heeft veel vrouwen gehad en wilde met hen een nieuw ras beginnen. In de Tweede Wereldoorlog mocht zijn ras niet bestaan en waarschijnlijk was dit een soort wraak. En het was ook een innemende, magnetische man. Ik snap wel dat mijn moeder in zijn ban was. Zij is supersterk; ze komt uit Kudelstaart, en heeft een mentaliteit van heel hard werken en zorgen.”

Na de toneelschool in Utrecht werkte Wynn vooral als actrice in films en televisieseries en treedt ze op als zangeres. Maar ze wist al snel dat ze met dit verhaal het theater in moest. Drie jaar geleden maakte ze op het Fringe Festival een eerste versie van de voorstelling The Missing Beat, waarin ze het leven van haar vader en haar relatie tot hem op het toneel zet, samen met muzikant Arend Niks. Ze bleef werken om het verhaal verder uit te werken en engageerde Ko van den Bosch als tekstschrijver en Daria Bukvić als regisseur. “Ik had iemand nodig om mijn vaders perspectief goed weer te geven. Ko weet enorm veel van kunstgeschiedenis en heeft zelf ook die mentaliteit van alles voor de kunst. En Daria is een goede vriendin geworden. Zij was tegelijk bezig met haar voorstelling Nobody Home over haar eigen vluchtverhaal en herkende veel in het verhaal van mijn vader.

Uiteindelijk gaat The Missing Beat ook over hoe haar kunstenaarschap zich verhoudt tot het zijne. “Mijn vader leefde echt voor de kunst en verwaarloosde al het andere, ook zijn kinderen. Ik ben een vrouw, ik leef in een andere tijd. Ik voel me heel erg on-ambitieus als ik zeg dat ik ook heel gelukkig zal worden van een kind opvoeden. Ik denk dat ik altijd dingen moet blijven maken, maar niet ten koste van alles. In die zin voel ik me een hybride tussen mijn vader en mijn moeder.”

“Door de voorstelling ben ik me ook heel erg gaan afvragen wat voor soort kunstenaar ik ben. Ik ben zangeres, actrice en door dit toeval per ongeluk maker geworden. Vorige maand organiseerde ik een avond over Piero Heliczer in het Eye, waar een aantal van zijn films werd getoond en de originele screentest die hij voor Andy Warhol heeft gedaan. Ik had die nog nooit gezien en dat was zo gaaf! Hij doet niet veel meer dan met z’n peuken spelen en recht in de camera kijken, maar als hij lacht moet de hele zaal meelachen.”

“Ik zie meer voorstellingen en films die terugblikken op de jaren zestig. Ik hoor tot een generatie die de waarde onderzoekt van wat kunstenaars toen deden. Dat wil ik nu delen.”

The Missing Beat speelt 19 en 20 februari in Bellevue.
www.themissingbeatproject.com

 

Recensie ‘El Camino’ van Bellevue Lunchtheater

Ze hebben Bellevue wel héél erg overhoop gehaald. De vormgeving (van Ruben Wijnstok) van de lunchpauzevoorstelling El Camino valt in ieder geval op: heel de zaal is met grove kwast witgeschilderd en voorzien van een half af systeemplafond. De ladders en plastic lappen maken het beeld van een bouwplaats compleet. Het publiek zit verspreid over de ruimte op bankjes en vensterbanken.

Ook de twee mensen die hier rondscharrelen zijn in renovatie. Zij is een politica (wethouder? minister?) die na een auto-ongeluk ook mentaal in de kreukels ligt en hij is museumdirecteur met een onverwerkt verleden. Ze zijn oude vrienden met een gezamenlijk project: het peperdure, wegens geldgebrek onafgebouwde prestigemuseum waar we ons nu bevinden.

De voorstelling is een lichtvoetig wroeten in het verleden, uitgespeeld in spitsvondige dialogen van ontwikkelde mensen onder elkaar. “Wat zie jij er akelig goed uit. Ik dacht, die heeft ergens in dat museum van ‘m een monsterlijk zelfportret hangen.” Inspiratie lijkt te liggen bij zowel Woody Allen als Eric de Vroedt.

El Camino is een behoorlijk goede tekst van de jonge schrijver Koen Caris, die wordt opgetild door een erg fijn stel acteurs: Jacqueline Blom pittig als tegen beter weten in kordate vrouw en Hajo Bruins op dreef als gladjanus met een piepklein hartje. Nina Spijkers regisseerde de boel op vaart en humor, maar de personages zijn zo goed getroffen dat ook hun melancholieke kant voelbaar wordt.

Al die theatrale souplesse verhult slim dat Caris nogal veel onderwerpen aanstipt voor een voorstelling van drie kwartier. Het gaat over adolescentenvriendschap, de ambiguïteit van herinnering, driehoeksverhoudingen met daarachter nog een politieke laag over de vermenging van openbaar bestuur, bedrijfsleven en kunst.

Vaardig is het allemaal wel, en daardoor is El Camino een geslaagde lunchvoorstelling. En een die nieuwsgierig maakt naar omvangrijker werk van Caris.

El Camino van Bellevue Lunchtheater. Gezien 13/2/16 in Bellevue. Aldaar t/m 5/3. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Recensie ‘De Kersentuin’ van NTGent

“Als die kersentuin verkocht moet worden, verkoop mij er dan maar bij,” roept Ljoebov uiteindelijk in totale frustratie uit. Ljoebov (Elsie de Brauw) is eigenares van een landgoed waar haar familie al generaties woont, maar de schulden zijn te hoog opgelopen en het wordt geveild, inclusief de beroemde kersentuin op het terrein.

Johan Simons keerde vanuit München terug als artistiek leider van de Vlaamse toneelgroep NTGent, en in zijn eerste voorstelling daar presenteert hij zijn nieuwe ensemble en zet hij programmatische lijnen uit. Hij maakt van Tsjechovs meesterwerk een bokkige, politieke voorstelling, een vrij harde breuk met de gevoelige manier waarop het stuk hier vaak wordt opgevoerd.

Al voor het verkocht wordt is het huis ontzield. Het decor (Muriel Gerstner) plaatst de acteurs in een hele ondiepe kijkdoos. Tussen een achterwand van losse schotten en vastgeplakte papieren en de rand hebben de acteurs heel weinig bewegingsruimte.

De Kersentuin is een buitengewoon modern stuk: de personages babbelen, maar niemand luistert naar elkaar; geen zin volgt logisch op de voorafgaande. Simons brengt de situaties steeds terug tot duetten, die consistent wonderschoon zijn. Lopachin is een rijk geworden boer, meesterlijk getroffen door Pierre Bokma. Ljoebov en hij praten over trouwen, hij denkt met haar, maar zij heeft het over haar dochter. Hoe Bokma leegloopt en zich tegelijk groot houdt, hoe De Brauw doet alsof ze niets door heeft; het is een loepzuivere miniatuur.

Nog mooier is de scène tussen Bokma en Benny Claessens die de eeuwige student Trofimov speelt. Claessens was een van de sterren van Simons’ ensemble in München en keert nu met hem terug. Hij is een eigenwijze, weirde, fascinerende acteur; nu eens ingeleefd, dan weer demonstratief, dan weer met veel sarcastisch commentaar spelend. Samen met Bokma ontstaat er een fantastische scène met lummelige bewegingen en nukkige stiltes, waarin de contrasten tussen beiden duidelijk zichtbaar mogen worden.

Want bij Simons gaat het in deze voorstelling om de wereldvisie van de personages. Lopachin is een selfmade man, met geen grotere fantasie dan het het landgoed te kopen waar zijn vader nog slaaf was. Trofimov denkt vrijer, maar abstracter. Het mooie van deze Kersentuin is dat die wereldvisie doorsijpelt in de speelstijl. Bokma is een acteur die zichzelf beperkingen oplegt en daarbinnen steeds weer enorme mogelijkheden vindt. Claessens is vrijer en onnavolgbaarder. Met Bokma’s Lopachin kun je meeleven, Trofimov blijft doelbewust een construct.

Met De Brauw, Bokma en Claessens heeft Simons al drie attracties op het toneel, en de overige rollen zijn ook erg goed. Van dit ensemble, met onder meer nog Alejandra Theus (als knap romantisch wicht), Oscar Van Rompay, Els Dottermans en Lien Wildemeersch gaan we nog heel veel lol beleven.

De Kersentuin van NTGent. Gezien 22/12 in de Stadsschouwburg. Aldaar 23/12, tournee. Meer info op www.ntgent.be

Recensie ‘Rad van Fortuin’ van Bellevue Lunchtheater

Twee rondjes op de ring heeft Wanda er al op zitten in haar gele Mercedes. Nog een zou opvallen. Ze is ontslagen, maar heeft het haar man niet verteld en is ’s morgens gewoon ingestapt, op weg naar niks. De afrit die ze neemt brengt haar in een schimmige karaoke-bar waar Dolly Parton heerst en alleen kraanwater en tequila geschonken wordt.

Vera Ketelaars en Anne Gehring maakten als duo een paar geslaagde, intieme en poëtische voorstellingen op het Amsterdam Fringe Festival. In de nieuwste lunchpauzevoorstelling van Bellevue is Ketelaars nu alleen schrijfster, Gehring staat op de vloer met Sjaan Duinhoven en Albert Klein Kranenburg.

Gehring speelt Wanda met een soort uitgebluste paniek. Het is het soort vrouw dat altijd dacht dat ze haar lot in eigen hand had en een ontslag op basis van een loting verbrijzelt haar wereldbeeld. De karaokebar wordt gerund door Robin, een vrouw met een snor, en toevallig genoeg een jeugdvriendin van Wanda. Aan de bar, waar ze wekenlang dag in dag uit komt vluchten, probeert ze in het reine te komen met haar situatie.

Het decor (Sanne Danz) bestaat uit een deel van een cirkelvormige bar, dat slim rond kan rijden om een veel grotere ruimte te suggereren. De bar is daarmee zelf het rad van fortuin uit de titel. Aan weerszijden van het toneel hangt een beeldscherm voor de karaoke-teksten. Bij binnenkomst mag het publiek Ein Bisschen Frieden meezingen.

De ingrediënten zijn er, maar de voorstelling zelf blijft keurig. Vooral Duinhoven, die mooi speelt en zingt, is domweg niet ordinair genoeg voor de rol van vieze moppen tappende, working class glitterheldin, waardoor de dynamiek tussen haar en Gehring vlak blijft. Ketelaars schrijft vaardige dialogen, maar is soms al te subtiel. Vrijwel ongemerkt praat Wanda niet meer over zichzelf als ‘jij’, maar als ‘ik’. Ook de betuigde liefde voor Dolly Parton komt eerder over als een literair motief dan als een oprechte uiting van warmbloedige camp.

De pronte snor van Duinhoven en de unheimische travestie van Klein Kranenburg (die met een eng plasticine masker, zoals mimers Boogaerdt en Van der Schoot veel gebruiken, een oudere vrouw aan het eind van de bar speelt) geven de voorstelling een raadselachtig, genderbendend randje. Helaas blijft de lesbische romance die even lijkt op te bloeien onuitgewerkt.

Zo is Rad van fortuin een soort stilstaande road movie. Regisseur Lard Adrian weet van de losse elementen een onderhoudend uurtje theater te maken, maar echt rollen gaat het niet.

Rad van Fortuin van Bellevue Lunchtheater. Gezien 6/12/15 in Bellevue, aldaar t/m 27/12. Meer info op www.lunchtheater.nl

Recensie ‘De meester en Margarita’ van Stormvogels

Parool,recensies — simber op 30 november 2015 om 23:35 uur
tags: , , ,

Ambitie is toneelgroep Stormvogels niet te ontzeggen. Ze namen de duistere klassieker De meester en Margarita van Michail Boelgakov als uitgangspunt van hun eerste voorstelling na hun afstuderen aan de Arnhemse toneelschool, een vuistdikke roman over de duivel die Stalinistisch Moskou terroriseert, vermengt met een geschiedenis van Jezus Christus.

Maar poeh, wat hebben deze jonge toneelspelers zich vertild. De setting is een cel in de inrichting waarin de schrijver Boelgakov is opgesloten – ook nog een verhaallijn in het boek – alwaar hij verlangt naar zijn geliefde Margarita, de muren en vloer volschrijft en bezocht wordt door diverse demonen, meestal in de gedaante van halfnaakte vrouwen in netpanties.

Eerste probleem is dat een wereld wordt opgeroepen in het hoofd van een verwarde man. Al het behoorlijk onrustbarende dat Boelgakov in zijn boek te berde brengt (en ook de teksten van Nietzsche, Sloterdijk en nog meer die bewerker Alain Pringels eraan toevoegde) wordt daarmee volstrekt onschadelijk gemaakt.

Daarbovenop zadelt regisseur Julie Van den Berghe de spelers op met een absurdistische speelstijl – beetje David Lynch, beetje performance – die slecht bij ze lijkt te passen. Ik vermoed dat het effect een soort trip moet zijn, maar het is een verzameling rare, soms een beetje genante acts.

Ik betrapte mezelf erop dat ik de spelers, die allemaal wel één of twee momenten laten zien dat ze heus iets in hun mars hebben, een deugdelijk stuk toewenste. Maar dit is de situatie nu in Nederland: weinig geld en korte repetitieperiodes duwen jonge theatermakers maar al te snel in middle-of-the-road-toneel. Des te dapperder dat Stormvogels niet een volgende Tsjechov kiest, des te sneuër dat het dan niet lukt.

De meester en Margarita van Stormvogels. Gezien 17/11/15 in het Compagnietheater. Aldaar 16 t/m 18/2/16. Tournee. www.tgstormvogels.nl

Recensie ‘Glazen speelgoed’ van Toneelgroep Amsterdam

De eerste helft van Glazen speelgoed lijkt een soort sitcom: amusante grappen in een luchtig neurotische gezinssituatie. Moeder is een albedil die haar volwassen zoon Tom zegt hoe hij zijn eten moet kauwen en zijn koffie moet drinken. Personages worden teruggebracht tot één eigenschap.

Tom heeft een geestdodend baantje in een magazijn om het gezin te onderhouden, maar in het geheim is hij dichter, die hoopt te ontsnappen aan de leegheid van zijn bestaan. Zijn zus Laura (Hélène Devos) is een geval apart: ze is mank en stilletjes en het grootste deel van de tijd ligt ze op een kussen of poetst ze haar verzameling glazen speelgoeddieren.

Glazen speelgoed is een gastregie van de jonge Amerikaanse regisseur Sam Gold bij Toneelgroep Amsterdam. Hij maakt van Tennessee Williams’ autobiografische stuk – een onverbiddelijke klassieker in de VS, maar hier al een tijd niet meer gespeeld – een directe, goed uitgevoerde, maar vrij zijige tragikomedie. Vooral dat eerste deel is ergerlijk oppervlakkig.

Onderhoudend is het wel hoor. Chris Nietvelt maakt van de gesmoorde southern belle een geestige act, altijd bezigjes, te veel pratend en vast voor veel mensen zeer herkenbaar. De kwikzilveren stijl van Eelco Smits als Tom is intrigerend. Razendsnel schakelt hij van de geserreerde blik van de verteller naar razende zenuwen en frustratie en dan weer berusting. Aardig allemaal, maar wat staat hier nu precies op het spel?

Er komt schot in de zaak als vriend Jim (een soepele Harm Duco Schut) komt eten. Halverwege de maaltijd valt de stroom uit en de scènes die volgen worden gespeeld bij louter kaarslicht. Het perspectief kantelt daardoor van de ruzieënde moeder en zoon naar de dochter. Met een mooie decortruc zonderen Laura en Jim zich af en zij laat hem haar glazen menagerie zien. Devos speelt erg mooi het door de mannelijke aandacht uit haar schulp kruipende meisje.

Het contrast tussen het gekibbel van het eerste deel en de intimiteit van het tweede is de kracht van de voorstelling. Dat de opbloeiende dromen worden gefnuikt is onafwendbaar maar wel aandoenlijk en aan het eind is het commentaar van moeder niet meer grappig maar pijnlijk. Toch ontbeert Glazen speelgoed zwaarte. Het stuk doet ouderwets aan met de sterke gezagsverhouding tussen ouders en kinderen. De gestileerd nostalgische vormgeving, met draaischijftelefoons, typmachines en liedjes uit de jaren dertig, benadrukt dat nog eens.

Maar dat de gebeurtenissen aan het eind zo heftig zijn dat Tom zich gedwongen ziet te vertrekken is ongeloofwaardig. Het korte moment van geluk dat Laura vindt is voor sommige mensen genoeg, maar niet voor haar. Hetzelfde geldt voor deze voorstelling.

Glazen speelgoed van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 15/11/15 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 22/11 en 5/1 t/m 15/1/16. www.tga.nl

Recensie ‘Queens’ van Dood Paard

Parool,recensies — simber op 14 november 2015 om 23:23 uur
tags: , , , , ,

In zekere zin is Queens al na een kwartier voorbij. De voorstelling begint voor een zilveren doek, waarop ‘The End’ staat. Voor het doek vertelt Janneke Remmers als dienstbode op beheerste, berustende toon over de executie, met de bijl, van haar meesteres Maria Stuart, in opdracht van koningin Elisabeth. Het doek valt en de twee rivaliserende koninginnen komen op: beide in hetzelfde uitzinnige kostuum. Als diva’s die in dezelfde jurk op een feestje komen uiten ze heftig mimend hun schok, woede en gêne.

Die kostuums zijn de lokker van de voorstelling. Modeontwerper Bas Kosters verzon hysterische witte pakken met een enorme paraplukraag. Op pak en kraag staat in bloedrood ‘whore’ en bovendien zitten ze vol rode geborduurde smetten. Stuart heeft om haar nek een fonkelend rode halsband, waaruit nog een paar edelstenen druppelen. Een donkerblauwe en lichtblauwe pruik maken het af. Het effect is van late-Elvis travestieclowns. Elisabeth wordt gespeeld door Joachim Robbrecht, Stuart door Manja Topper.

Rob de Graaf baseerde zich voor Queens op het verhaal van de koninginnentwist tussen Maria Stuart van Schotland en Elisabeth I van Engeland. De eerste katholiek en volgens de overlevering mooi en een mannenverslindster, de laatste protestant en maagd. Schiller schreef Maria Stuart over hun strijd (nu op het repertoire bij Toneelgroep Amsterdam), bij De Graaf bestaat het stuk uit een uitgebreide (en fictieve) ontmoeting tussen de twee.

Maar het kruit is al verschoten. Want hoewel de tekst bol staat van de mooie De Graaf-taal (“Ik ben geen mens/ik ben een koningin”), wordt het contrast tussen de twee personages en het reliëf platgeslagen en overschreeuwd door de bijzonder onsubtiele vormgeving. Alleen de eenvoud van Remmers’ personage beklijft.

Queens van Dood Paard. Gezien 7/11/15 in Frascati. Aldaar t/m 14/11, tournee. Meer info op www.doodpaard.nl

Recensie: ‘De Wilde Eend’ van Maren Bjørseth/Frascati Producties

Tussen de zwart-witte cutouts van bomen lijken de smokings van de twee vrienden bijna camouflagekleding. Net als in haar eerdere voorstellingen zet regisseur Maren Bjørseth twee acteurs met behoorlijk verschillende speelstijlen tegenover elkaar. Thomas Höppener speelt alleen de buitenkant, met nadrukkelijke gestiek; Sander Plukaard is expressiever, alsof hij permanent onder druk staat.

De heldere contrasten geven een associatie met tekenfilms en dat lijkt goed te kloppen bij De wilde eend van Henrik Ibsen. Het is een raar stuk, waarin Gregers (Höppener) na jaren terugkomt bij zijn familie, een groot geheim ontdekt over zijn vriend Hjalmar (Plukaard) en hem aanmoedigt zijn levensleugen onder ogen te zien en te kiezen voor een leven in waarheid. Wat de arme drommel nog doet ook. Het loopt niet goed af.

Bjørseths regie is een beetje verwarrend omdat niet helemaal duidelijk wordt of het haar nu gaat over het verhaal of om iets anders. De afgelopen jaren is er in het Nederlands toneel flink gedold met het werk van Ibsen, met de vrolijke deconstructies van zijn wereld- en mensbeeld in Sarah Moeremans’ Crash Test Ibsen-serie als hoogtepunt. Is Bjørseth net zo kritisch of zoekt ze toch een modern equivalent van die ideeën? Ik kreeg sterk de indruk dat ik een puzzelstukje miste om deze voorstelling te ontsluiten.

Nu staat er een vrij volle voorstelling, met actrice Diewertje Dir die live met requisieten en zendmicrofoons een techno-achtige soundscape componeert, twee grappige bijrollen van Jochum ten Haaf en Mark Kraan als vaders van beide vrienden, een decor met verrassende verlichtingsmogelijkheden en slim gebruik van ballonnen.

Er zitten genoeg goede ideeën in deze Wilde eend (misschien te veel) en met name Plukaard is erg goed. Maar uiteindelijk krijg je je vinger er niet achter.

De Wilde Eend van Maren Bjørseth/Frascati Producties. Gezien 31/10/15 in Frascati. Aldaar t/m 6/11, daarna tournee. www.frascatiproducties.nl

Recensie ‘De gouden draak’ van het Nationale Toneel

Eigenlijk is het decor de ster. Ontwerper Marc Warning maakte een volgestouwde ruimte; een combinatie van een atelier, een winkelmagazijn, een keuken en de zolder van een hamsteraar. Hij gebruikte werkbanken en andere materialen uit het opgeheven decoratelier van het Nationale Toneel en dat geeft De gouden draak en sterke melancholie.

De gouden draak is een mozaïektoneelstuk van de Duitse schrijver Ronald Schimmelpfennig over een kok in een Chinees-Vietnamees-Thais restaurant en een paar bewoners van de huizen erboven en de winkel ernaast. Het is nadrukkelijk theatraal: vijf acteurs spelen de achttien personages, die voornamelijk los geschetst worden – het gaat niet om de details, maar om het losse netwerk van ongelijk wereldburgerschap.

De jonge kok is illegaal en kan dus niet naar de tandarts terwijl hij vergaat van de pijn. De tand eindigt in de soep van een jonge stewardess die is thuisgekomen van eeen vlucht uit Chili. Schimmelpfennigs stuk is echter niet alleen een sociale kritiek, maar ook een mooie illustratie van het menselijk onvermogen om iemand anders te zien als een mens. Elders in het huis gaat een stelletje uit elkaar, proberen een grootvader en kleindochter tevergeefs met elkaar te praten en houdt de winkeleigenaar in een donker hok een oosters meisje als seksslavin.

Regisseur Caspar Vandeputte probeert met een aantal performance-elementen – de acteurs koken, strijken en doen een wasje – een zekere aardse losheid in te brengen, maar de spelers (Anniek Pheifer, Antoinette Jelgersma, Werner Kolf en Pieter van der Sman) blijven meestal erg toneelmatig. Paul R. Kooij heeft op bepaalde momenten een goede, laconieke toon te pakken. De Gouden Draak blijft zo een voorstelling met mooie elementen die te weinig in elkaar grijpen.

De gouden draak van Het Nationale Toneel. Gezien 28/10/15 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 31/10. www.nationaletoneel.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2024 Simber | powered by WordPress with Barecity