Recensie: ‘Spuiten en Slikken in het theater’ van Rick Engelkes Producties en BNN.

Het televisieprogramma Spuiten en Slikken van BNN bestaat inmiddels al bijna zes jaar. Het leuke van dan programma is het prettige gebrek aan moralisme: de makers delen met hun publiek een grote nieuwsgierigheid naar seks en drugs. Ze bieden context en voorlichting en schuwen noch de heftigheid die drugs nu eenmaal zo aantrekkelijk maken, noch de gêne die bij experimenteren hoort. Maar het belangrijkste probleem is natuurlijk dat, net zoals bij porno of kookprogramma’s, datgene waar het nou net om draait niet over te dragen is.

Een theatervoorstelling lijkt dan ook niet de meest logische spin-off, maar Rick Engelkes, die eerder samen met muziekzender MTV meerdere jongerenvoorstellingen produceerde (waarvan minstens één zeer geslaagd), volhardt in zijn sympathieke poging om theaterhappenings voor jongeren te maken. Jonge theatermaker Sanne Vogel regisseerde de vlotte maar wisselvallige voorstelling, een losse verzameling scènes rondom zes personages met ieder hun favoriete ‘gif’.

Het begin is geestig: iedereen uit het publiek krijgt een pilletje, dat we allemaal tegelijk moeten innemen. Vervolgens veel energiek gespring op bonkende beats. Op het toneel staat een rond podiumpje, dat al snel bedolven wordt onder een enorme berg plastic tuinmeubilair, waar een reusachtig wit pluizig konijn boven hangt. Serin Utlu speelt een meisje dat paddo’s gebruikt om bij de sprookjeswereld uit haar jeugd terecht te komen, Jim Deddes snuift coke omdat hij normaal een beetje onzeker is en Geza Weisz slikt GHB omdat hij daar zo lekker geil van wordt.

Zo trippen we langs een allegaartje aan acts. De spelers kwartetten een verzameling vunzige standjes en fantasieën bij elkaar (een sextet, haha), Weisz en Egbert-Jan Weeber bespreken de regels voor een triootje, Tygo Gernandt maakt een act met alleen het woord ‘kut’, en ze spelen samen als een soort schoolbandje het nummer ‘Als je dan wilt vingeren, doe het dan goed’. De scènes zijn geschreven door allerlei verschillende schrijvers, onder wie Hanna Bervoets, James Worthy en Sanne Vogel zelf en wisselen erg in kwaliteit en sluiten niet zo goed op elkaar aan.

Erg goed zijn de hilarische coketrip van Deddes en de bitterzoete anti-verleidingsscène van de laatst overgebleven mensen op het feestje. Ook leuk: Geza Weisz die een partij tosti’s de zaal in slingert. Opvallend is overigens de totale afwezigheid van de twee door jongeren meest gebruikte drugs: weed en alcohol.

Tegen het eind gaat het wel knagen. Wat willen Vogel en Engelkes nu eigenlijk laten zien en vertellen? Toneeltrippen en toneelseks zien er niet uit, daar moet je een vorm voor vinden. Daarin is deze voorstelling te braaf gebleven; het is –een paar momenten daargelaten– niet plat, sexy, absurd en gewaagd genoeg. Bij Hair had je nog de boodschap dat je met seks en drugs de wereld kon verbeteren, maar daar is de huidige generatie toch echt  te hedonistisch voor. Het moralisme is op toneel net zo afwezig als op televisie, maar voor de nieuwsgierigheid hebben de theatermakers geen equivalent gevonden.

Spuiten en Slikken in het theater van Rick Engelkes Producties en BNN. Gezien 19/12/11 in De La Mar. Tournee t/m 20/3/12. Meer info op www.rep.nu/spuitenenslikken

Verslagje: Lezing van ‘Simon’ door Toneelgroep Amsterdam

“Het woord oorlog is nog niet gevallen of we zitten al weer in de pijnlijkheden.” Beter is het toneelstuk Simon niet samen te vatten. Het stuk van Judith Herzberg, het laatste deel uit een trilogie de begon met Leedvermaak en Rijgdraad, werd nooit in Nederland opgevoerd, maar gisteravond organiseerde Toneelgroep Amsterdam een lezing.

Het is een informele setting in de grote zaal van de Stadsschouwburg. Het decor van de voorstelling Kreten en Gefluister, dat vanaf vanavond speelt, is half opgebouwd. De veertien acteurs van Toneelgroep Amsterdam, aangevuld met o.a. Tamar van den Dop en Felix Burleson,  dragen tshirts met de naam van hun personage met familierelaties en dat is handig ook, want wie zonder de twee eerdere stukken gezien te hebben zo in Simon valt, kon nog wel eens het spoor bijster raken in alle tweede en derde huwelijken en overleden personages die nog gewoon over het toneel wandelen.

De trilogie gaat over een Joodse familie en het zwijgen en verdriet van de tweede generatie na de Holocaust. Toen Leedvermaak in 1982 werd opgevoerd door Baal in regie van Leonard Frank was het een sensatie. Niet eerder was doorgeven van het trauma van Auschwitz aan de kinderen van de directe slachtoffers zo treffend verbeeld. Bij het Theater van het Oosten regisseerde hij in 1995 Rijgdraad, met grotendeels dezelfde cast. Niet een ‘vervolg op’, maar een ‘gevolg van’ noemde Frank het toen. Tegelijk maakte Frans Weisz ook filmversies van de stukken.

Herzberg schreef in 2002 nog een derde deel, Simon, in opdracht van het stadstheater van Düsseldorf, waarin de nieuwe generatie, de kleinkinderen van de kampslachtoffers heftig om zich heen slaan, maar nog steeds  “graag in het gezelschap zijn van mensen die hetzelfe hebben meegemaakt als ik, om het er dan samen niet over te hebben.”  Het stuk werd in 2002 openbaar gelezen door Maatschappij Discordia, maar tot een opvoering in Nederland kwam het niet. Wel in Duitsland, waar afgelopen voorjaar een enscenering van de hele trilogie in première ging in Berlijn.

De tekstlezing van Toneelgroep Amsterdam is sober en ongedwongen. Gemaakte fouten worden direct gecorrigeerd door een stukje eerder opnieuw te beginnen en halverwege grijpt regisseur Lucas De Man in om de tweede helft kalmer en verstilder te maken. Maar ondanks de mooie, open sfeer het blijft problematisch dat Herzbergs teksten een zekere precisie vereisen die slecht samengaat met de korte voorbereidingstijd van een dergelijke lezing. Gesprekken tussen haar personages kabbelen en ontsporen onverwachts en lichtvaardig spelen maakt het al snel oppervlakkige personages.

Judith Herberg zelf toonde zich in een nagesprek zeer tevreden over deze vorm: “Ik hou zelf heel erg van dit soort onaffe toestanden. Ik wil niet dat je gaat denken dat het geen probeersel meer is.” Ze is niet van plan nog een vierde deel te schrijven. “Het moet niet doorgaan tot in de vierde generatie. Uiteindelijk moet het leven doorgaan, de zwaarte moet ophouden.”

Aan het begin van de avond sprak Herzberg kort over de vorige week gestorven actrice Els Ingeborg Smits, die zowel in Leedvermaak als in Rijgdraad meespeelde, “een voorbeeldig iemand die overal een feestje van maakte”. De avond werd zo een in memoriam voor haar.

Ten Slotte: Els Ingeborg Smits (1944-2011)

In Memoriam,Parool — simber op 7 december 2011 om 10:00 uur
tags: ,

Al op de toneelschool liet ze klassieke tragedies als Elektra liever over aan actrices als Ank van der Moer of Kitty Courbois. De maandagavond overleden actrice Els Ingeborg Smits speelde harde rollen in nieuwe stukken, die juist door haar gedrevenheid grimmig grappig werden. Generatiegenoten uit de Amsterdamse toneelschooltijd, onder wie Trudy de Jong, Olga Zuiderhoek en Cas Enklaar, werden levenslange vrienden en geestverwanten in een zoektocht naar nieuw toneelrepertoire in de vlakke-vloerzalen.

Smits, een geboren Amsterdamse, was dochter van een antiquair en belde als tiener aan bij bekende acteurs als Mary Dresselhuys en Ina van Faassen voor een handtekening. Na de Toneelschool debuteerde ze in 1969 in het cabaret van Wim Sonneveld en in 1973 was ze betrokken bij de oprichting van een nieuwe toneelgroep: Baal. Bij dat gezelschap, dat voornamelijk nieuw toneelrepertoire opvoerde, speelde ze in befaamde voorstellingen als Leedvermaak van Judith Herzberg en Bekende gezichten, gemengde gevoelens van Botho Strauß.

In de jaren tachtig werd ze samen met Trudy de Jong en Han Kerckhoffs een van de gezichtsbepalende actrices van theatergroep Art & Pro, waar regisseur Frans Strijards driftig en vitaal anti-psychologisch acteren propageerde en Smits precies de juiste mix van explosiviteit, schokkerige motoriek, humor en lelijkheid tentoon kon spreiden. “In het alledaagse leven ben ik nogal ijdel. Ik draag graag mooie kleren. Op het toneel kan me dat niet schelen. Dan ontleen ik er juist vreugde aan om een dikke aardappel te zijn.”

Voor haar rol in Hitchcock’s Driesprong, een eigen stuk van Strijards won ze in 1988 een Colombina, de prijs voor de beste vrouwelijk bijrol. En zo werd Smits een exponent van een typisch Nederlands fenomeen: een grote actrice zonder klassieke grote rollen. Ze speelde Strauß, Thomas Bernhard en Peter Handke, maar nooit Shakespeare. In een interview daarover zij ze: “Het nadeel van de toneelvernieuwingen die wij voorstonden, was het gebrek aan repertoire. Wij speelden nauwelijks de grote klassieke stukken. Ik heb nooit in een Tsjechov gestaan, terwijl bij Baal geweldige actrices werkten die zo Drie Zusters konden spelen.”

Smits was als actrice een perfectioniste en een doorzetter. Iets kan pas goed zijn als het moeite kost, vond ze, en ze was dan ook een groot liefhebber van dans. “Dat is het hoogste, daarvan kan ik in extase raken.”

In een interview zei ze: “Humor wordt onderschat. Mensen denken dat het vanzelf gaat. Er wordt niet hard genoeg gewerkt.” Toch maakt ze samen met oude vriend Cas Enklaar, die bij het Werkteater juist uit de losse pols heeft leren spelen, een mooie serie voorstellingen over het hoogbejaarde acteurspaar Bas en Elze, een voortzetting van hun gezamelijke act ter gelegenheid van het honderjarig bestaan van de Toneelschool.

In 1996 vertrekt ze samen met haar echtgenoot, componist Elmer Schönberger, naar Gent. Als enige Nederlandse speelt ze mee in de megavoorstelling Ten Oorlog, waaraan regisseur Luk Perceval bijna twee jaar repeteert. De laatste jaren viel ze vooral op in twee voorstellingen in Eric de Vroedt’s Mightysociety-serie. Bij hem speelde ze strenge vrouwen met scherpe oneliners en een vernietigende blik, die ineens met een klein gebaar toch mededogen opwekten. Tegelijkertijd speelde ze in televisieseries, zoals de makelaarsserie Verborgen gebreken.

Uiteindelijk speelde ze deze zomer alsnog een Tsjechov, de kleine rol van Maria in Oom Wanja van Theatergroep Suburbia, een zomerse locatievoorstelling. Het zou haar laatste rol blijken. Ze repeteerde nog voor koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje, maar ze was uiteindelijk te ziek om die rol nog te spelen.

Recensie: ‘In Ongenade’ van Toneelgroep Amsterdam

Wat een hoop figuranten, denk je even als je de zaal binnen komt. Maar nee, het zijn poppen. Een toneel vol met zwarte etalagepoppen met goedkope kleren aan. Er zitten veel kinderen tussen, achterop staat een auto die helemaal vol staat met wassen beelden. En helemaal vooraan zit op een stoel Gijs Scholten van Aschat.

In zijn roman In Ongenade schetst de Zuidafrikaanse schrijver J.M. Coetzee op genadeloze wijze de schuivende machtsverhoudingen in zijn land. De toneelversie die bewerker Josse de Paauw en regisseur Luk Perceval maakten voor Toneelgroep Amsterdam is tegelijkertijd universeler en persoonlijker dan het boek. Een statige, sombere, maar ook een tikje eentonige voorstelling, gedragen door de lucide hoofdrol van Scholten van Aschat.

Het verhaal draait om de teloorgang van professor David Lurie, die in de problemen komt na een relatie met een studente aan de hogeschool in Kaapstad. Hij zoekt zijn toevlucht bij zijn dochter Lucy, die een boerderij heeft op het platteland, waar continu geweld dreigt. De voorafschaduwde uitbarsting komt als twee zwarte jongens de boerderij binnendringen en Lucy verkrachten.

David is geen aangename man, pompeus, zelfgenoegzaam en kritisch. Scholten van Aschat toont enerzijds Davids zelfinzicht, maar tegelijk laat hij hem opgaan in zijn grote liefde, de poëzie van Byron en de wens om over hem een kameropera te schrijven. Futiel plukkend aan een ukelele tussen al die zwarte figuren maakt hij prachtig duidelijk hoe zinloos en ijdel dat verlangen is.

In Ongenade is een voorstelling in een kalm, bijna plechtig tempo. De Pauw laat de literaire taal zijn vormelijke karakter houden. Meer dan het boek maakt Percevals voorstelling duidelijk tegen welke overmacht de beschaving die David pretendeert te vertegenwoordigen het moet opnemen. Ook de tegenstelling tussen de zwarte en witte acteurs wordt niet verhuld; Djamila Landbrug en Sergio Hasselbaink kunnen zich steeds verschuilen tussen de poppen, Chris Nietveld (in een mooie geestig-treurige bijrol) en Celia Nufaar steken er steeds tegen af.

Als Lucy (Janni Goslinga die prettig aards contrasteert met de soms wat klinische toon) zwanger blijkt en niet van plan is om het kind te aborteren ziet ze zich genoodzaakt zich uit te leveren aan de genade van haar zwarte voormalige klusjesman, nu haar buurman (Felix Burleson, tegelijk charmant en dreigend). Hier wordt de kloof tussen vader en dochter pijnlijk duidelijk. Hij leeft nog in een wereld waar begrippen als rechtvaardigheid, schuld en vergelding waarde hebben, zij ziet in dat dergelijke romantische abstracties niets betekenen in het huidige Zuid Afrika.

Vergeleken met Percevals recente voorstellingen in Duitsland (zoals Hamlet of Kleiner Mann, was nun?) is In Ongenade lelijker en iets minder uitdagend. De hooggespannen verwachtingen voor zijn gastregie bij TGA weet hij niet helemaal waar te maken. Wat blijft is het diepe gevoel van zwaarmoedigheid dat uit deze voorstelling spreekt, door Scholten van Aschat zo helder getoond.

In Ongenade van Toneelgroep Amsterdam. Gezien 4/12/11 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 10/12 en in jan en feb 2012. Meer info op www.toneelgroepamsterdam.nl

Voorstuk: #BAM

interviews,Parool — simber op 4 december 2011 om 14:20 uur
tags: , , , ,

Hun naam komt van New Kids, en hun achtergrond ligt in de kunsten. De drie jonge initiatiefnemers van #BAM bedachten een theatrale variëté-avond die in minder dan een week in elkaar wordt gezet met als doel de tongen los te maken. “Wat is er met het theater gebeurt dat het niet meer actueel kan zijn?”

Schrijver Tjeerd Posthuma, theatermaker Albert van Andel en literatuurwetenschapper Hannah Ester verzamelen zich op donderdagochtend in het café van De Balie. Ze verzonnen #BAM als een manier om in zo kort mogelijke tijd een actueel theaterprogramma te maken. Vanavond pas is het eerste brainstormdiner voor de twee voorstellingen van aanstaande dinsdag. “We willen het maakproces zo kort mogelijk maken”, vertelt Posthuma. “Dan kunnen mensen makkelijker meedoen en blijft het heet van de naald.”

Over het doel van de avond zijn de drie niet bescheiden: “Bij De Wereld Draait Door of Pauw & Witteman wordt het gesprek van de dag gevoerd, maar morgen is iedereen vergeten waar het over ging”, zegt Van Andel, “en in het theater worden bijna altijd de eeuwige thema’s behandeld. We missen een plek waar je kunt reflecteren op wat er nu speelt. Vandaar de ondertitel ‘Wat de fok is happening?’ Die vraag kunnen we nu eigenlijk niet beantwoorden, omdat we geen plek hebben om er discussie over te voeren.”

Tijdens de brainstorm bespreken de drie, samen met vijftien schrijvers en regisseurs (onder wie Simon Weeda en Hanna Bervoets), de belangrijkste gebeurtenissen van de afgelopen maand. “Dat kan van alles zijn”, zegt Ester. “Er is gedoe bij Ajax, stadswachten dragen nieuwe uniforms en misschien is er ook wel een nieuwe trend in de clubscene. We proberen daar één thema uit te destilleren. Vervolgens verzinnen we scènes en in de dag erna vullen de schrijvers die in met dialogen.” Dan rest er nog één dag voor repetities me de pool van acteurs samengesteld, onder wie Wouter van Oord en Laura Mentink, en één dag om inkopen te doen voor het decor.

“Het grappige is dat dit een manier van werken is die je heel erg krijgt aangeleerd op de theateropleidingen”, zegt Van Andel. “Op de toneelschool in Maastricht deden we soms presentaties ‘instant regie’, waarbij je in twintig minuten de tekst van één A4 moest regisseren. Uit die energie proberen we nu weer te putten. Je hebt dan het publiek inhoudelijk al mee, want die begrijpen dat je in die tijd geen meesterwerk kunt maken. ”

“We willen een pact sluiten met het publiek: het is niet af, het decor is niet glad geschuurd, het gaat om de inhoud.” Posthuma vult aan: “Maar we willen wel ‘echt’ theater maken: het wordt geen geinige improvisatie-avond. Het is satirisch, maar we verwijzen ook naar de theatercanon. We hebben geen presentator, de scènes moeten in elkaar overvloeien.” “En we hebben een band!”, roept Van Andel enthousiast, “En aan het eind doen we een aftiteling, waarin we vertellen welke acteurs binnenkort waar in het theater te zien zijn.”

“We willen namelijk ook theater laten zien als een plek waar je het ergens over kunt hebben.” zegt Ester, “En we nodigen specifiek mensen uit om te komen, van wie we denken dat ze over een paar jaar stijliconen of opinion leaders zijn.” “Het helpt dat die mensen zich al verzamelen op feestjes”, zegt Posthuma, “We willen een voorstelling maken die je even anders laat denken en je iets geeft om na afloop over te praten, maar als je met een date bent moet je wel binnen een half uur kunnen gaan zoenen.”

Van Andel, serieuzer: “We moeten het onszelf kwalijk nemen dat een rechtenstudent kan afstuderen zonder de Oresteia gezien te hebben en dat de actieve leden van politieke jongerenorganisaties nog nooit van Eric de Vroedt gehoord hebben, terwijl die toch theater maakt dat hen enorm zou aanspreken. #BAM moet een soort laagdrempelige ingang voor het theater zijn.”

Deze editie van #BAM, die dinsdagavond twee keer achter elkaar wordt gespeeld, is een pilot. “We hopen dit volgend seizoen maandelijks te organiseren”, zegt Ester. Eerder kan niet, ook al willen de makers dat graag: “We zijn afhankelijk van fondsen die eisen dat een project niet binnen vier maanden na de aanvraag start”, zegt Ester. “Dat is niet meer van deze tijd, je moet met zoiets als #BAM sneller kunnen beginnen”. Posthuma: “Ik was bezig met het vinden van sponsors en dat is een compleet andere wereld; als het maar niet binnen twee weken begint vinden ze het al lang best.”

#BAM, 6 december om 19:00 en 21:30 uur
Meer info op www.hekjebam.nl

Recensie: ‘LIstEn & See (LIES)’ van Oostpool en Ward/Ward

“Arnhem till I die” staat er op ronde, rode stickers overal in de Stadsschouwburg. Toneelgroep Oostpool is er een week neergestreken om haar veelzijdigheid te tonen aan het Amsterdamse publiek: lezingen, films en feesten, repertoire in een moderne jas (De Misantroop van Molière in regie van Erik Whien) en experimenteel beeldend theater. In die laatste categorie valt de première van de voorstelling LIstEn & See (LIES) die regisseur Marcus Azzini maakte met de Vlaamse choreografe Ann Van den Broek.

Een echte versmelting van toneel en dans stond beide makers voor ogen en daarin zijn ze zeker geslaagd; dansers praten en toneelspelers (en een paar mimers) dansen en geen moment ziet dat er raar of onnatuurlijk uit. De vorm borduurt sterk door op de eerdere beeldende voorstellingen van Azzini (zoals Er moet licht zijn en Een kleine zeemeermin), en wint aan kracht door de strakke vormentaal van Van den Broek. Alleen inhoudelijk is het zeer mager.

Vier spelers van Oostpool en vijf dansers en danseressen van Ward/Ward staan al voor aanvang als bevroren op het toneel, in nonchalant modieus zwart gekleed. Zodra het zaallicht dooft rennen ze  kriskras over het toneel, meestal alleen, maar steeds met botsingen en korte, heftige momenten van contact: zoenen, droogneuken, elkaar in de houdgreep nemen, of doen alsof de een de ander vermoord, met bewegingen als uit een videogame. Ze staan in het koude licht dat uit tl-buizen aan een vierkant plafond (ontwerp Theun Mosk) op hen schijnt.

Dan valt plotseling het plafond naar beneden. De spelers lijken het nu omhoog te houden, de kleinste met de armen uitgerekt, de grootste torst het gewicht op zijn schouders, het hoofd gebogen. Maar steeds blijven ze bewegen; ze tillen het helverlichte plafond hoger en laten het zakken, het helt een kant op als de lange jongens eronder naar één kant bewegen. En steeds onttrekt één van hen zich aan het ondersteunen om over zichzelf te praten.

En dat is nou jammer. Want die teksten (van Hannah van Wieringen), in krakkemikkig engels, zijn vrij banale puberclichés van onbegrepen individuën die zich door niets willen laten binden. Help toch liever mee die plaat omhoog te houden, wil je ze toeroepen. Of je de vermorzelende dreiging van het plafond nu ziet als de voortdenderende crisis of de onvermijdelijke dood, tegenover zo’n sterk beeld moet je even dwingende taal zetten óf zwijgen.

Wat er overblijft is vampiertoneel: de spelers zijn sexy maar eenzaam; de voorstelling is mooi, maar bloedeloos.

Oostpool is een van de weinige regionale theatergroepen die zo enthousiast blijft experimenteren en zoveel mogelijk vanuit een artistieke impuls blijft opereren, waar anderen kiezen voor toegankelijke formats en doelbewuste versimpeling. Dat is bijzonder te prijzen, zeker nu onvoorspelbare resultaten in de kunst niet meer zo gewenst lijken.

LIstEn & See (LIES) van Oostpool en Ward/Ward. Gezien 1/12 in de Stadsschouwburg. Meer info op www.oostpool.nl. Toneelgroep Oostpool in Stadsschouwburg Amsterdam duurt nog tot 4 december.

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity