Presentatie: Sterrenstof 2016

overig — simber op 8 september 2016 om 11:37 uur
tags:

Gisteren hield ik in de Stadsschouwburg tijdens het debat Kritiek op Kritiek een presentatie over sterren bij theaterrecensies. Het is een update van de presentatie die ik twee jaar geleden hield in De Balie. Op basis van data van Theaterkrant heb ik onderzocht hoe de verdeling van de sterren is per krant en in hoeverre kranten en recensenten afwijken van het gemiddelde.

Opmerkelijkheden:

  • Het aantal theaterrecensies groeit. Hoera!
  • De overgrote meerderheid (rond de 80%) van de recensies heeft 3 of 4 sterren. Dat aandeel stijgt.
  • De oordelen in recensies groeien naar elkaar toe. Recensenten zijn het vaker eens.
  • De Volkskrant is de strengste krant, de Telegraaf de mildste, en dat ligt niet aan selection bias.

Download/bekijk de presentatie in PDF (4 MB)

 

 

Fien de la Mar

overig,Parool — simber op 8 maart 2016 om 10:00 uur
tags: , ,

Rondom het Leidseplein liggen een paar kleine monumentjes voor de vroegere grote sterren van het toneel. Een kade genoemd naar Johanna Ziezenis-Wattier – een groot tragediènne die het stadsschouwburgpubliek rond 1800 in vervoering bracht; een plantsoen voor Maria Kleine-Gartman – de grootste actrice van de negentiende eeuw; een café met de voornaam van Cox Habbema – de actrice die in de jaren tachtig een spraakmakende schouwburgdirecteur werd; en een fontein die Hans Snoek eert – godmother van het jeugdtheater in Nederland.

En dan is er nog het DeLaMar Theater. In 1947 gebouwd door Piet Grossouw en officieel genoemd naar diens schoonvader Nap de la Mar, maar vooral bedoeld als thuishaven voor zijn vrouw Fien. Fien de la Mar was een van de grootste theatersterren van voor de oorlog. Ze speelde toneel en in films, ze zong cabaretliedjes, revuenummers en operette en ze danste. Ze was sensueel en zwoel en zowel critici als fans roemden haar bijzondere podiumpersoonlijkheid. Wie een moden equivalent zou zoeken: een soort kruising tussen Halina Reijn en Wende Snijders. Maar ze was ook een diva met een onberekenbaar humeur, die naarmate ze ouder werd nukkiger en ongelukkiger werd.

Deze week krijgt De la Mar nog een gedenkteken: de film Ik wil gelukkig zijn van Annette Apon gaat in première, een combinatie van archiefbeelden uit haar films en commentaar en een voorzichtige reenactment van Johanna ter Steege.

Fien, geboren in 1898, groeide op in een amusementsfamilie in Rotterdam, die begon toen haar grootvader uit Portugal naar Antwerpen emigreerde. Haar vader Nap was in Rotterdam een vrije ondernemer, die operettes, varieté en toneelkomedies maakte, maar die ook banden had met het serieuzere Hofstandtooneel, dat onder meer in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag speelde. Vader en dochter speelden daar ooit samen Pygmalion van G.B. Shaw.

De La Mar heeft echter de pech dat ze optrad in een tijd dat het met het Nederlandse toneel tamelijk beroerd gesteld was. In de jaren twintig en dertig ondervond het theater stevige concurrentie bioscoop en radio, de crisis hakte erin en het publiek liep weg. En het publiek dat wel kwam “wil lachen, hard lachen, hardop proesten. Het zal zich op den duur doodlachen, voorshands lacht het al wat ernst en goede wil is in de kunst dood”, schreef een criticus.

Het was in het cabaret dat Fien de la Mar haar eigen toon vind. Met haar donkere stem blijkt ze een geboren chansonière en oogst groot succes met een liedjesprogramma waarin ze bekende cabaretières als Lola Cornero, Else Grassau en Margie Morris imiteert. Het succes kon ze voortzetten toen vanaf de jaren dertig de geluidsfilm in Nederland werd geïntroduceerd.

Zoals Annie Bos de diva was van de vroege stille Nederlandse film, zo werd Fien de onbetwiste ster van Hollandsch Hollywood, zoals de Cinetone filmstudio’s in Duivendrecht werden genoemd in een van haar liedjes. Ze heeft een on-Nederlandse allure, en in haar styling zie je onmiskenbaar de invloed van Marlene Dietrich. De films die daar worden gemaakt zijn overigens geen cinematografische meesterwerken, maar vehikels voor sterren als Johan Kaart, Louis Davids, Sylvian Poons en Johan Heesters.

Fien is dan al Amsterdams geworden. Ze woont aan de Beethovenstraat met haar man, de architect en aannemer Piet Grossouw – ondanks Fiens vele affaires een zeer liefdevol huwelijk – en ze speelt een aantal klassiek geworden Jordanese typetjes: Toffe Jans in De Jantjes (1934) en de titelrol in Bleeke Bet (1934), waarin ze onder andere O, fijne Westertoren, en ook Ik wil gelukkig zijn, dat min of meer haar lijflied zou worden.

Na de oorlog, juist met de opening van haar eigen theater in 1947 begint de neergang. Ze is het stralende middelpunt van de voorstellingen, waarin verder ook onder anderen Willy van Hemert, Guus Hermus en Ko van Dijk meespelen, maar van financiën en beheer heeft ze geen kaas gegeten. Haar naam alleen blijkt ook niet meer voldoende om de zaal vol te krijgen – wellicht was het cabaretrepertoire ook te niemendallerig en onschuldig voor de nieuwe tijd. Wie wel veel succes heeft is Wim Sonneveld, die om de hoek het Leidsepleintheater bestiert. “Ik begrijp er niets van!”, bijt Fien hem eens toe. “Die drollehoek, die pishoek bij jou is elke avond uitverkocht en in mijn bonbonnière komt geen hond!”

In 1952 neemt Sonneveld de bonbonière van haar over, bouwt er een balkon in en noemt het het Nieuwe De La Mar. Dat beschouwt De la Mar als groot verraad en ze trekt zich terug van het toneel.

Als in 1957 haar man Piet overlijdt, zakt ze weg in een diepe depressie, die zich uit in alcoholisme en beruchte telefonades waarin ze miskende monologen afsteekt tegen wie maar durft op te nemen. Ze maakt nog een korte comeback begin jaren zestig, maar staat vooral bekend als onhandelbaar en wantrouwig. In april 1965 pleegt ze zelfmoord door uit het raam van haar huis te springen.

In veel opzichten is Fien de la Mar de laatste echte theatervedette van Nederland. Al haar opvolgers worden bekend via de televisie. Maar het theater, in 2010 grootschalig verbouwd en uitgebreid door Joop en Janine van den Ende, staat er nog en is nu niet langer naar haar vader genoemd, maar offcieel naar haar.

Nederlands Theaterfestival 2015

overig,Parool,PS Kunst — simber op 31 augustus 2015 om 22:50 uur
tags: ,

Een engel in de modder, een biljartspel met skippyballen, de vrouw van Armin van Buuren die ruziet met dirigent Mariss Jansons, drie jongens die hun eigen moeder spelen, een bloederige losse hand die over de vloer kruipt. Het Nederlands Theaterfestival, dat donderdag 3 september begint, laat ook dit jaar een dwarsdoorsnee zien van wat het toneel in Nederland te bieden heeft. Maar waar moet de vernieuwing in de grote zaal vandaan komen?

Jaarlijks kiest een jury van programmeurs, journalisten en schouwburgdirecteuren de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Vroeger was er nog wel eens een relletje over onterecht uitgekozen of uitgesloten voorstellingen, maar de laatste jaren is het na de bekendmaking in mei nogal stil. Is er zoveel consensus over wat de beste theatervoorstellingen zijn, of heeft na de kunstbezuinigingen niemand zin in ruzie? Of is er iets anders aan de hand?

De theaterwereld zelf was in ieder geval bezig met andere dingen. Daar was de belangrijkste ontwikkeling van het afgelopen seizoen niet te zien op de podia, maar in de burelen erachter. Bij zes grote gezelschappen gingen nieuwe artistiek leiders aan de slag of werden ze aangekondigd. Bijna allemaal zijn het eind-dertigers/begin-veertigers die al jaren bekend staan als ‘jonge maker’, zoals Thibaud Delpeut (Theater Utrecht), Eric de Vroedt (Nationale Toneel) en Julie Van Den Berghe (Noord Nederlands Toneel). De terugkeer van Johan Simons (68) fungeert als een soort contragewicht: per 2016 leidt hij Theater Rotterdam (een fusie-organisatie van Het Ro Theater, de schouwburg en acteursgroep Wunderbaum).

Wie de Theaterfestival-lijst van dit jaar langsloopt ziet een aantal markante trends. De eerste is de totale dominantie van Toneelgroep Amsterdam (TA) in de grote zaal. The Fountainhead van regisseur Ivo van Hove, naar het controversiële boek van Ayn Rand, was een spannende, intellectueel gedurfde voorstelling over individualisme en onafhankelijkheid. Medea was (al te) melodramatische modernisering van de Griekse mythe door het Australische regietalent Simon Stone. En ook de live gemaakte film Gavrilo Princip van De Warme Winkel, een fragmentarisch portret van de man die het startschot gaf van de Eerste Wereldoorlog, werd gemaakt onder de organisatorische vleugels van het Amsterdamse gezelschap.

Er is op dit moment domweg geen ander gesubsidieerd toneelgezelschap dat artistiek of productioneel (of financieel) kan tippen aan TA onder Van Hove. Het dichtst in de buurt komt het Nationale Toneel in Den Haag. Daar maakte regisseur Johan Doesburg zijn afscheidsvoorstelling: Genesis, een luchtige, menselijke marathonvoorstelling rond de verhalen in het eerste bijbelboek.

De laatste grotezaalvoorstelling die de jury goed genoeg vond komt uit onverwachte hoek: de vrije productie De Verleiders: Door de bank genomen, waarin George van Houts met Pierre Bokma en Victor Löw satirisch en cabaretesk de financiële wereld te grazen nemen.

De andere tendens is dat het interessantste toneel in Nederland nog steeds gemaakt wordt in de kleine zaal, maar dat de traditionele groepen uit het vlakkevloerencircuit – van Carver en Discordia tot ’t Barre Land en Dood Paard en van Orkater tot productiehuizen als de Toneelschuur – langzaam worden gewurgd door te krappe budgetten. Zij laten een gat achter waar de grote gezelschappen in schuiven.

Toneelgroep Oostpool bijvoorbeeld, waar regisseur Marcus Azzini het veelgeprezen Angels in America doelbewust in de kleine zaal maakte. “Intiem en dicht op de huid”, volgens de marketing. Maar zou de uitstekende acteursgroep (onder anderen Jacob Derwig en Maria Kraakman naast de minder bekende maar zeker zo goede Vincent van der Valk, Kirsten Mulder en Rick Paul van Mulligen) niet net zo hebben kunnen schitteren op de grote podia? Waar wellicht nog meer publiek was afgekomen op het aansprekende Aids-drama van Tony Kushner?

Ook in de kleinezaalselectie komen we Toneelgroep Amsterdam weer tegen. De jonge regisseur Maren Bjørseth maakte van Hugo Claus’ broeierige incestdrama Een bruid in de morgen een stijlvolle voorstelling vol contrasten. Bjørseth werkt in het talentenprogramma TA2 van TA productiehuis Frascati, waar nieuwe makers kunnen werken met de toneelspelers en het productieapparaat van het grote huis, zonder meteen in de schouwburg te staan. Een logische samenwerking, al is het contrast tussen de mogelijkheden van de TA2-regisseurs en hun collega’s die voorstellingen maken bij Frascati wel erg groot aan het worden.

Sommige van de oorspronkelijke kleinezaalgroepen weten zich wel degelijk te vernieuwen. Zoals Mugmetdegoudentand, die met Lineke Rijxman een regisseur in huis heeft die van complexe onderwerpen aangenaam schurend toneel weet te maken zonder al te veel pasklare antwoorden. In Kunsthart maakt schrijver Nathan Vecht de verhouding tussen kunst en politiek persoonlijk door persiflages van premier Rutte, Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes en de vrouw van dj Armin van Buuren op het toneel te zetten. Deze krant had er vijf sterren voor over.

Ook regisseur Jakop Ahlbom ontwikkelt zich van mime-maker tot meester van een moderne vorm van variète, zoals blijkt uit Horror, een geestdriftig ontvangen theatrale ode aan klassieke horrorfilms, vol acrobatiek, dans en gruwelijke special effects.

De echte verrassing van dit jaar was echter Nobody Home van de oorspronkelijk uit Bosnië afkomstige, jonge theatermaker Daria Bukvić. In de jaren ’90 vluchtte haar familie voor de beginnende burgeroorlog in Joegoslavië. Haar jeugd bracht ze deels door in een asielzoekerscentrum in Limburg. Op de Toneelschool in Maastricht ontmoette ze Vanja Rukavina, Majd Mardo en Saman Amini die een vergelijkbare vluchtverhalen uit Bosnië, Syrië en Iran.

Met z’n vieren maakten ze een voorstelling over hun levens. Over vluchten en alles achterlaten, over hoopdodende asielprocedures, maar vooral over hun ouders die een verpletterende beslissing hebben moeten nemen en die hun vertrouwde leven opofferen voor het welzijn en het geluk van hun kinderen. Nobody Home geeft niet alleen een gezicht aan mensen die we in het journaal alleen maar als menigte zien, maar laat ook zien hoe zwaar de last is op de schouders van deze kinderen.

Die zware last van het verleden ligt nu ook op de schouders van een nieuwe generatie toneelleiders. Het is te hopen dat zij de vernieuwingsdrift van de kleine zaal mee kunnen nemen naar de grote huizen.

Nederlands Theaterfestival, 3 t/m 13 september, www.tf.nl

Tips

Nobody Home van Daria Bukvić
Misschien niet de beste voorstelling van afgelopen seizoen, maar wel de meest opzienbarende. Een rappe stoet verkleedpartijen, sketches, emotionele songs, ingebed in drie autobiografische verhalen over Nederland als tweede thuis. Drie geweldige spelers, die je ook doen beseffen hoe wit het reguliere theater in Nederland eigenlijk is.
3 september in de Stadsschouwburg en 8 september in het Compagnietheater

Voorjaarsoffer van Maas TD (13+)
Acht vrouwen dansen, schreeuwen, verleiden en flemen in een voorstelling vol duistere en opwindende rituelen. Regisseur Moniek Merx bewerkte de Sacre du Printemps voor de Snapchatgeneratie.
10 en 11 september, de Krakeling

Micha Wertheim voor zichzelf
Al een aantal jaar maakt Micha Wertheim voorstellingen die niet zozeer een serie grappen zijn, als wel een reflectie op wat cabaret is. Voor zichzelf werd zeer enthousiast ontvangen en werd genomineerd voor de Poelifinario, de prijs voor de beste cabaretvoorstelling van het seizoen. Wertheim weigerde de nominatie en op de avond dat de prijs wordt uitgereikt treedt hij op in het kader van het Theaterfestival. Maar waarschijnlijk wint hij toch.
7 september in de Stadsschouwburg

Gala van het Nederlandse Theater
Wie de Nederlandse theaterelite wil zien feesten kan op de laatste zondag van het festival komen kijken naar de uitreiking van de de belangrijkste toneelprijzen, waaronder de Theo d’Or en de Louis d’Or. Als er gerechtigheid bestaat in de wereld wint Halina Reijn haar tweede Theo d’Or voor haar magistrale rol in Maria Stuart van Toneelgroep Amsterdam.
13 september, Stadsschouwburg

Amsterdam Fringe Festival
Het officiële Theaterfestival heeft een vrolijk, extravert en anarchistisch zusje in het Amsterdam Fringe Festival. Tien dagen gaan jonge theatermakers los op de meest rare plekken in de stad. Er zijn maar liefst tachtig voorstellingen om uit te kiezen en de prijzen zijn laag. Dé gelegenheid om eens risico te nemen.
3 t/m 13 september, www.amsterdamfringefestival.nl

Presentatie: Sterren bij theaterrecensies

overig — simber op 6 september 2014 om 20:04 uur
tags:

Vanmiddag hield ik in De Balie bij het debat Sterrenstof een presentatie over sterren bij theaterrecensies. Op basis van data van Theaterkrant heb ik onderzocht hoe de verdeling van de sterren is per discipline, per krant en per recensent.

Opmerkelijkheden:

  • 80% van alle recensies heeft 3 of 4 sterren
  • Meer dan de helft van de recensenten mijdt de 1-sterrecensie
  • Opera wordt verreweg het meest positief besproken
  • De Volkskrant is de strengste krant

Download/bekijk de presentatie in PDF (1,5 MB)

5 Routes voor De Parade

overig,Parool — simber op 13 augustus 2014 om 13:10 uur
tags: ,

Voor Wereldverbeteraars
Het wereldleed houdt nooit op, ook niet op het festivalterrein van de De Parade. Gelukkig zijn er idealistische theatermakers die vanuit hun tentje werken aan het beter maken van de wereld. Doe met ze mee!

* George en Eran lossen Wereldvrede op! Deel II
Vorig jaar speelden de bevriende acteurs Eran Ben-Michaël (Nederlands-Israëlisch) en George Tobal (met Syrische roots) hun conflictkomedie, waarin ze samen de problemen in het Midden Oosten aanpakken. Als zij vrienden kunnen zijn, dan kunnen hun vaderlanden toch vrede sluiten? Vorig haar is het niet gelukt, daarom dit jaar nog een poging.

* Speak
Sanja Mitrovic en Matthieu Sys spelen speeches van bekende figuren uit de afgelopen eeuw. U mag kiezen: wie vindt u beter? Door wie laat u zich overtuigen? Pas achteraf hoort u welke woorden van wie waren. Vindt u Hitler misschien toch geloofwaardiger dan Churchill? Heeft Thatcher meer overredingskracht dan Obama? Bent u misschien toch beïnvloedbaarder dan u dacht?

* Dominee Gremdaat
Als het wereldleed zwaar op uw schouders drukt en u behoefte heeft aan een shot optimisme, dan staat Dominee Gremdaat gelukkig voor u klaar. Met zijn opbeurende preek Dominee Gremdaat weet van wanten wijst hij u de weg naar een evenwichtig en ruimdenkend leven!

 

* Eettip: John Altman’s Rainbow popcorn
John Altman maakt niet alleen bijzondere popcorn (bio en genvrij), maar zijn mobiele popcornfabriek wordt bemand door mensen van de Regenbooggroep, die ex-daklozen helpt te reïntegreren in de maatschappij. Drink er een glaasje kraanwater (met of zonder koolzuur) bij uit een flesje van Join the Pipe (te koop naast de toiletten), dat waterprojecten opzet in ontwikkelingslanden.

 

Voor Oost-Azië-freaks
U kent de vier keukens van China, weet wat een Otaku is en kent de wisselkoers van de roepia. In de zomer vermijdt u de tropische stormen, maar op de Parade komt u nog even uw kennis bijspijkeren.

 

* Once upon a time in the east
Oddah en Saïdja zijn buurkinderen, maar in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië komen ze lijnrecht tegenover elkaar te staan. Het Volksoperahuis maakt een vrolijke en spannende eastern, met wajangpoppenspel, krontjongmuziek en Javaanse dans.

 

* Bokko
Een explosieve dansperformance geïnspireerd op Gangnam Style en andere Aziatische pop- en danshits. Karel van Laere en Vanja Rukavina smeden manga, reclame en beeldcultuur samen in een slimme, razendsnelle mix.

 

 

* Happy Garden
Tinus en José willen na een levensveranderende reis naar China zelf een restaurant openen. Dorpscafé ‘het Wapen van Schijnveld’ wordt chinees restaurant ‘Happy Garden’. Pijnlijke humor van Servaes Nelissen, Kim van Zeben en de Frima Rieks Swarte.

 

Eettip: Super buikspek met gember en pepers van Sticky Fingers of de sui kau van Hotmamahot

 

Voor Parade-puristen
U komt al eeuwen op de Parade –u vergist zich zelfs wel eens en noemt het nog de Boulevard of Broken Dreams– en ziet de drukte en de vele vernieuwingen met lede ogen aan. Vroeger was het natuurlijk leuker, maar met een paar klassieke ingrediënten komt u de avond wel door. Maar waarom komt Ellen ten Damme dit jaar nou niet naar Amsterdam?

 

* De Levende Jukebox
Helen en Yvonne (Mariëlle Tromp en Marianne van der Staaij) maken al bijna twintig jaar de Parade onveilig met hun enorm gevarieerde repertoire op afroep. Cash betalen.

 

* Ashton Brothers
De vier mimisch begaafde acrobaten reisden inmiddels de hele wereld over met hun spektakelshows vol halsbrekende toeren en een flinke portie muziek, maar het begon ooit hier op De Parade. Met hun show Un, Dos, Tres, Cerveza! zijn ze weer even terug in de tent.

 

* De Sportmonologen
Zelfs een purist zal moeten erkennen dat sommige nieuwigheden heel erg geslaagd zijn. Zoals De Sportmonologen op De Parade, waarin bekende sporthelden –in Amsterdam onder anderen Pieter van den Hoogeband, Mark Tuitert en judoka Edith Bosch– in een kwartier vertellen over de hoogte- en dieptepunten van hun carrière. Vrolijk, ontspannen en inspirerend.

 

* Eettip: De tapas, visstoof en merguezworstjes van kunstenaar/kookgek Andre Amaro zijn net zo classic Parade als de Fontijnbar en de Zweef.

 

Voor Rosédrinkers
Het duurde een paar jaar voordat u erachter kwam dat er in die tentjes op De Parade ook nog allemaal theater te zien is. Dat maakte het feest voor u alleen maar extra leuk. U heeft genoeg aan een zonnetje, een voorstelling met harde grappen en een flesje rosé om er een feestje van te maken. En haal dan dat zonnetje en die voorstelling maar weer weg.

 

* Buurman & Buurman XL
Buurman & Buurman voor kinderen? Vergeet het maar! Deze goede buren gaan door met klussen tot het pijn doet en vertellen elkaar ondertussen ook nog even echt de waarheid. Slapstick en fysieke humor voor grote mensen. A je to!

 

* Hendrick-Jan de Stuntman
Paradeklassieker, deze stuntmannen met veel huis-tuin-en-keuken-apparatuur en explosieve stunts. Dit jaar gaat het over gezinschaos met een nieuwe baby.

 

* Silent disco
De Zweef is met een slok op al snel te riskant, maar de Stille Disco is leuk totdat je op de grond ligt.

 

Eettip: Eten? Eerst nog een flesje rosé.

 

Voor Paradehaters
We begrijpen u wel. Het is makkelijk om een hekel te hebben aan De Parade: die platte semi-culturele kermis vol bezopen nep-bohemièns. Maar met een paar simpele regels kan zelfs de grootste hater toch nog een magische avond hebben. 1) Beperk uw bezoek; eens in de twee á drie jaar is genoeg om u eraan te herinneren dat die reizende camping toch wel iets heel bijzonders is. 2) Kom vroeg (vijf uur-ish) en vertrek op tijd (na tienen is het te druk en te dronken). 3) Ga niet in Amsterdam – oh, te laat… 4) Ga naar de volgende voorstellingen:

 

* Ludwig
Steef de Jong maakt met zijn gezelschap Groots en Meeslepend op De Parade een mini-operette over de eenzame sprookjeskoning Ludwig van Beieren. De koning leefde voor de kunst en werd langzaam krankzinnig. Mooie liedjes, kinderlijk inventieve decors, een innemende artiest en nog leerzaam ook; Ludwig is De Parade op z’n best.

 

* Beschuit met Muisjes
Een Nederlandse komedie uit de oude doos, Beschuit met Muisjes van Herman Heijermans, gespeeld door ouwe rotten in het toneelvak – onder anderen Bram van der Vlugt, Nettie Blanken en Frits Lambrechts. Vaderlands ambacht.

 

* Barbaren
Johan Fretz schreef voor Toneelgroep Oostpool een venijnige komedie over pislinke hardwerkende Nederlanders in Almere Muziekwijk. Een half uurtje verfrissend gekanker in een oogverblindend zuurstokdecor.

 

* Offending the audience
Peter Handke schreef met Publieksbeschimping een uitzonderlijk toneelstuk dat gaat over het publiek, hun verwachtingen, met acteurs die weigeren een toneelstuk op te voeren. Dansgroep Club Guy & Roni maakt er een multidisciplinaire happening van.

 

Eettip: Het diner dat het minst op festivalvoer lijkt vind je bij visrestaurant Zijpe Stijl, en dan met name de halve Oosterscheldekreeft van de grill. Ook de gefrituurde courgettebloemen van Haute Friture zijn niet te versmaden.

 

 

 

Nu op De Vuurlinie: Camera’s zonder beeld; de vormgegeven wereld in het theater

overig — simber op 15 mei 2014 om 10:00 uur
tags: , , ,

Dit seizoen neem ik deel aan het project De Vuurlinie van het Domein voor Kunstkritiek en De Gids. Ik schreef daarvoor onderstaand essay, over camera’s, beeldschermen, self-design en Hideous (wo)men en daarnaast nog een apart artikel over de voorstelling The Stages of Staging van Alexandra Bachzetsis, die aan dezelfde thematiek raakt. The Stages of Staging is nog te zien op festival Spring in Utrecht. Na de voorstelling op 23 mei is er een debat met Bachzetsis, de makers van Hideous (wo)men en twee makers van reality televisie: Ellen Schutten en Maarten Eysink Smeets.

Langzaam beweegt de videocamera van rechts naar links. Hij ligt op een barretje in een van de drie kamers van het decor. Het hele decor staat op een draaischijf die traag, krakend en eindeloos z’n rondjes maakt. De camera is op het publiek gericht, zodat hij in de loop van de wenteling iedereen in z’n blikveld krijgt. Er is geen acteur te zien, maar toch voel ik me bekeken.

Het is eigenlijk maar een raar, beetje ouderwets model. Wie gebruikt er eigenlijk nog zo’n videocamera? Je hebt je smartphone toch? Nergens is het beeld te zien dat de camera opneemt. Wie bekijkt dit? Neemt de camera überhaupt op?

De neiging om je altijd bekeken te voelen door de camera’s van je eigen reality soap en je gedrag daarop aan te passen is een van de gevolgen van wat de Duitse filosoof en kunstcriticus Boris Groys ‘self design’ noemt. “Vandaag de dag is iedereen onderworpen aan esthetische waardebepaling”, schrijft hij in het essay Self design and aesthetic responsibility (2008). “Iedereen moet de verantwoordelijkheid nemen voor zijn of haar optreden in de wereld.” Self design is Groys’ term voor het vormgeven van dit optreden in de wereld. “Het uiteindelijke probleem van design is niet hoe ik de wereld buiten mij vormgeef, maar hoe ik mezelf vormgeef – of liever, hoe ik omga met de manier waarop de wereld mij vormgeeft.”

Maar met design is iets vreemds aan de hand. Voor wie het ziet is design niet iets om dingen zichtbaar te maken, maar om dingen te verhullen. Groys beschouwt esthetisering als een kritiek op het geësthetiseerde object: blijkbaar heeft dat object iets extra’s nodig om er beter uit te zien dan het in werkelijkheid is. “Design laat een object er beter uitzien, maar het laadt de verdenking op zich dat het object er des te afstotelijker uit zou zien als het vormgegeven oppervlak verwijderd zou worden.”

Als theaterrecensent voelde ik een schokje van herkenning bij het lezen van Groys’ essay. Juist de afgelopen maanden zag ik een paar voorstellingen die ik goed vond, maar die me voor problemen stelden als ik mijn waardering moest uitleggen of verdedigen. Voorstellingen die tergden, ongemakkelijk of soms ronduit weerzinwekkend waren, maar die me toch buitengewoon intrigeerden en die een hedendaags levensgevoel leken uit te dragen.

Theater en design hebben veel met elkaar te maken. Van oudsher geeft het theater vorm aan de wereld door middel van een rollenspel. Sinds Brecht en Piscator kan theater ook anti-illusoir zijn, maar dat maakt het niet minder design: een acteur kan immers laten zien dat hij speelt, maar hij kan nooit laten zien dat hij niet speelt.

De spiedende videocamera zag ik in Hideous (wo)men van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot en regisseur Susanne Kennedy. Een onbarmhartige voorstelling op de grens van performance en mime, waarin vijf groteske poppen zich bewegen door een ronddraaiend horrorkabinet. De spelers dragen pruiken en dunne plastic maskers die hen onherkenbaar maken, hun stemmen komen van de geluidsband. Alles aan hun omgeving is kunstmatig: de plant is plastic, net als de nep-houten lambrizering in de ene ruimte en de tegels in een andere. Een televisie toont beelden van Japanse tekenfilms.

Er gebeurt weinig, tergend weinig. Het decor draait voortdurend rond, maar de beweging benadrukt dat we nergens naartoe gaan. Een plot heeft Hideous (wo)men niet. Via de geluidsband klinken synopses van soapscènes, over personages met namen als Angel, Brook en Rocco. Ze voeren geplaybackte gesprekjes. Door hun aankleding worden de personages stripfiguren die door verschillende spelers uitgebeeld kunnen worden. Uit hun verschillende posturen kun je opmaken dat Angel niet steeds door dezelfde actrice wordt gespeeld. En in de loop van de voorstelling staan er soms ineens twee identieke personages in één kamer.

Hoe kunstmatig ze ook zijn, de figuren in de voorstelling zijn min of meer herkenbaar. Ze lijken overdreven versies van personages uit reality series en real life soaps als Keeping up with the Kardashians. Je zou Hideous (wo)men dan ook kunnen zien als een kritiek op moderne massamedia en –cultuur. Het commentaar zit hem in de ‘opstand van het lichaam’ die de voorstelling langzaam maar zeker zichtbaar maakt. Want achter de alles bedekkende kleding en maskers zitten wel degelijk lijven die kotsen, plassen en menstrueren. De voorstelling eindigt met vijf identieke vrouwen, die onsmakelijk bloederige troep uit hun kruis peuteren. Een langdurige, weerzinwekkende orgie van lichaamssappen, ook al zijn zelfs die opzichtig nep.

De critici waren opmerkelijk verdeeld over Hideous (wo)men. Hein Janssen van de Volkskrant noemde het “afstotend, slaapverwekkend, origineel en vooral ondoorgrondelijk”, zo ondoorgrondelijk dat hij er geen sterren aan toe wilde kennen. “Ik vond de voorstelling vooral erg saai, de gedurfdheid vooral would-be en de betekenis vooral mager als een leeggekotste anorexiapatiënt”, schreef Loek Zonneveld in de Groene Amsterdammer, terwijl Herien Wensink het in NRC had over een “indrukwekkende totaalervaring” en “verheugend vormonderzoek” en Hanny Alkema in Trouw schreef: “Griezelig én fascinerend én compromisloos.”

Met haar commentaar op televisie is deze voorstelling mooi in te passen in een theatertraditie die poogt om, in de woorden van Groys, de afstotelijke werkelijkheid achter de esthetische façade te laten zien. Sinds het mogelijk is om in het theater videobeelden te projecteren die live op het podium gemaakt worden, hebben regisseurs en acteurs de verhouding –of liever: het schisma– tussen levende aanwezigheid en gereproduceerd beeld uitgebreid en diepgaand onderzocht. Eerst vooral als manier om in het theater net als in de film close-ups te kunnen maken – de ontredderde keizer Caligula van Ivo van Hove (1996) die gevolgd werd door een cameraploeg of de acteurs in de Proust-cyclus van Guy Cassiers (vanaf 2003), wier gezichten zo groot werden geprojecteerd dat het abstracties werden.

Onder invloed van de beeldenstroom van de massamedia gingen theatermakers de projecties in hun voorstellingen steeds meer enten op nieuwsprogramma’s, reality tv en home video. De projectie was steeds het geësthetiseerde, vormgegeven beeld, maar tegelijkertijd kon je op het toneel zien hoe die beelden gemaakt werden, en dus de smerige werkelijkheid achter het design.

Het was Ivo van Hove die dit schisma tussen theater en beeld volledig uitbuitte in de voorstelling Romeinse Tragedies (2007) van Toneelgroep Amsterdam. In een zes uur durende multimediale marathon van de Shakespeare-stukken Titus Andronicus, Julius Caesar en Antonius & Cleopatra is het publiek volledig onderdeel van het verhaal over de opeenvolgende machthebbers in Rome, hun manipulaties, hun strijd en hun driften. Terwijl de acteurs samenzweren, speeches houden, moorden en minnen lopen de toeschouwers rond op het podium, dat is vormgegeven als een anonieme ruimte op een vliegveld of in een congrescentrum. Ze eten een broodje, gebruiken de klaar staande computers, en duiken regelmatig op in de achtergrond van de eindeloze stroom televisiebeelden die live gemaakt wordt en getoond op talloze schermen door heel de schouwburg, tot op de wc aan toe. De voorstelling toont mediacratie als microkosmos.

Nergens werd dat beter zichtbaar dan in de beroemde redes bij het lichaam van de vermoorde Julius Caesar, het middelpunt van de voorstelling. Het is een klassieke scène uit de toneelliteratuur: Brutus, de aanvoerder van de samenzwering tegen de dictator, verdedigt zich en laat daarna grootmoedig Caesars vriend Marcus Antonius aan het woord, die op zijn beurt zonder Brutus expliciet een verrader te noemen (“Brutus is an honourable man”) de menigte tegen de samenzweerders weet op te zetten en een burgeroorlog ontketent. Brutus heeft de logos, maar die verliest het van Antonius’ pathos.

Bij Van Hove wordt Shakespeares retorica aangevuld door het beeld. Brutus (gespeeld door Jacob Derwig) is een man die het protocol volgt en zijn speech is een zorgvuldig opgestelde persconferentie; een registratie van een live gebeurtenis. Maar als Marcus Antonius (Hans Kesting) het woord neemt gebeurt er iets anders. Hij eist de aandacht van de camera, hij dwingt de camera hém te volgen en hij wordt een personage dat op het scherm authentieker is dan in het echt. Hij creëert een media-event.

Op dat moment in de voorstelling keek ik niet naar het scherm, maar naar Kesting. Wat er op het scherm gebeurde kende ik wel. Dat leek op Reagan, Berlusconi, Clinton of Fortuyn. Maar wat er op het toneel gebeurde was intrigerender. Ik mocht zien hóe hij het deed. Kesting, gevangen in fel licht, fleemde en brulde, gebaarde naar de camera hem te volgen naar het lijk van Caesar, eindigde ruggelings op de grond, gutsend van het zweet met de cameraman over zich heen gebogen. Wat in de schokkerige beelden niet te zien was, was de distantie, de controle van de acteur over het moment, het plezier in de ironie. Op de speelvloer kon ik het zien, op de schermen bleef het onzichtbaar.

In de talloze voorstellingen die live video gebruikten, zag ik vaak hetzelfde mechanisme. Het geprojecteerde beeld toont wat mensen graag van zichzelf willen laten zien: hun hooggestemde idealen, hun redelijkheid, hun zachte edelmoedigheid. Het beeld is de façade. Het theater toont dan hoe de beelden gemaakt worden en laat zo zien welke werkelijkheid er achter de façade ligt: de laaghartige motieven, de primaire emoties, de kille berekening. De voorstellingen tonen zo de werking van design. Tegelijkertijd ontstond er een interessante verdubbeling van het design-proces: terwijl de theatervoorstelling de werkelijkheid esthetiseerde, esthetiseerde het geprojecteerde beeld het theater.

Maar Hideous (wo)men gaat een stap verder. Om die stap te begrijpen herinner ik me de eerdere voorstelling Bimbo (2011) van dezelfde makers. Het publiek zat aan drie zijden om de speelvloer heen, en dan met de rug ernaartoe. Je kijkt als toeschouwer naar een batterij televisieschermen voor je, waarop een morsige videoclip wordt vertoond, begeleid door een eindeloze loop van het ranzige hitje My neck, my back van Khia. Achter je, op de speelvloer, wordt de video live gemaakt. Er is één vast camerastandpunt en de spelers bewegen steeds het kader in en uit, iedere keer in jurkjes die bloter en sletteriger worden, met attributen die steeds weirder worden en in plasticine maskers met pijpmondjes of grove mannenkoppen.

Het effect is opmerkelijk. Voor je neus zie je steeds verwarrender, unheimliche beelden van mensen die lege poppen worden, maar als je je even omdraait zie je vijf jonge vrouwen zich net buiten beeld met zichtbaar plezier in het zweet werken om het volgende horrortafereel klaar te zetten.

Bimbo zou je kunnen zien als een deconstructie van de beelden die bijdragen aan wat Myrthe Hilkens de ‘pornificatie van de samenleving’ heeft genoemd. De vrouwenbeelden, gesampled uit reclames en videoclips, contrasteren hevig met de aanraakbare en toch tamelijk alledaagse vrouwen die ze maken. In die zin keert het de gebruikelijke verdeling van video en theater om. De televisieschermen tonen niet langer hoe de spelers zichzelf vormgeven, maar hoe ze worden vormgegeven door de wereld.

Dat heeft een raar bij-effect: het theater toont niet langer Groys’ achterliggende, afstotelijke werkelijkheid bij de geësthetiseerde beelden op de schermen; nee, de levende spelers zijn eerder een geruststelling: de werkelijkheid achter de ongemakkelijke beelden lijkt nog hanteerbaar.

Maar werkt dat zo, bij toeschouwers voor wie televisie vanzelfsprekend een design-machine is? Naast me zit een jong meisje verkrampt naar het scherm te staren. Ze durft zich niet om te draaien. Ik denk dat ze bang is om te zien hoe het gemaakt wordt; als de beelden al zo eng zijn, hoe erg moet de werkelijkheid erachter wel niet zijn?

Hideous (wo)men neemt de uiterste consequentie van de in Bimbo ingezette denkrichting. Om te beginnen halen de makers het element van de live video eruit. De camera’s die in de voorstelling gebruikt worden zijn niet meer dan requisieten. Angel filmt haar leven, maakt met haar telefoon selfies van haar eigen braaksel en doet denkbeeldige screentests. De beelden uit haar camera krijgt het publiek nooit te zien. Maar de eenzame camera die op het publiek gericht is, vrij vroeg in de voorstelling, legt de nadruk op de conventie: waar een camera is wordt gekeken. Als publiek zit je even zelf te kijk. Een opmerkelijk gebaar in een voorstelling waarin verder nauwelijks wordt erkend dat er überhaupt publiek ís.

Die camera’s zonder beeld voltooien het proces van self-design op het toneel. De figuren zijn volledig geësthetiseerd, ze weten zich continu bekeken, ze zijn “onderworpen aan esthetische waardebepaling”, zoals Groys het formuleert. Maar, lijken de makers te willen zeggen, dat gaat niet zonder zelfverloochening. Achter het design aan de oppervlakte van de getoonde personages zit de afstotelijke werkelijkheid van het lichaam. Dat is het resultaat van self-design: we gaan onszelf zien als een constructie die we onder controle hebben, en daarom hebben we het zo moeilijk met ons lichaam, dat zijn eigen wetten en behoeftes volgt. In de loop van de voorstelling breekt het lijf steeds door het opgepoetste oppervlak heen, met de smerige abortusscène op het eind als demasqué.

De speelse verdubbeling van het design (van werkelijkheid naar theater en van theater naar beeld) in Romeinse Tragedies lijkt in Hideous (wo)men hardhandig platgeslagen. De voorstelling zélf laat namelijk geen enkel barstje in haar pantser komen. Als toeschouwer krijg je geen moment lucht; nergens gaan de maskers af en na afloop komen de spelers geen applaus halen. Uit deze wereld is geen ontsnappen mogelijk. Het is een façade zonder iets erachter.

Op het eerste gezicht toont Hideous (wo)men daarmee een bijzonder pessimistisch mensbeeld. We zijn gevangen geraakt in een wereld van schijn en oppervlakte. Zelfs het lichaam is niet langer bron van mogelijke authenticiteit, maar uitsluitend een walgelijke en onbeheersbare machine die we het liefst ontkennen. Zo pessimistisch is het, dat ik naar een uitweg snak. Ergens achter deze geësthetiseerde figuren moeten zich toch mensen bevinden?

Natuurlijk zijn die er. Ik zie namelijk, net als in Romeinse Tragedies of Bimbo, in de eerste plaats het theater, met acteurs die hun lichaam en geest volledig inzetten om mij iets te vertellen. Soms moet je daarvoor niet naar het scherm kijken, soms moet je je omdraaien, bijna altijd moet je je verbeelding gebruiken. Maar het unieke van theater is dat het kunstwerk altijd voor je ogen wordt gemáákt, zelfs als ik niet zie door wie.

De gesuggereerde film, van de camera’s zonder beeld, vestigt namelijk de aandacht op nog andere gesuggereerde, maar niet zichtbare gebeurtenissen: de complementaire ‘voorstelling’ achter de schermen, waarin ik in mijn verbeelding de vijf spelers zich in hoog tempo zie verkleden, maskers verwisselen, zakjes smeersel om hun kruis binden en zich zie klaarmaken voor de volgende serie stramme poses in het zichtbare deel van de voorstelling.

Hideous (wo)men is een voorstelling die je als toeschouwer voortdurend vraagt: wat kom je hier doen? Wat wil je eigenlijk zien in het theater? Mijn antwoord is dat ik altijd op zoek ben naar scherven van authenticiteit die fonkelen achter de vormgegeven oppervlakte. Die werkelijkheid is niet afstotelijk, maar juist in zijn onvolmaaktheid hoopgevend. Hideous (wo)men probeert uit alle macht haar oppervlakte intact te laten en die hoop te smoren. Maar in mijn behoefte aan echte mensen denk ik aan de acteurs achter het decor. Ik verbeeld me dat ze nooit iets leukers hebben gedaan dan deze voorstelling spelen. Dat is mijn ontsnapping uit de woestijn van het design.

Volksbühne naar Stadsschouwburg

overig,Parool — simber op 12 januari 2014 om 11:00 uur
tags: , , , , ,

De Volksbühne uit het voormalige Oost Berlijn is nog steeds een van de belangrijkste toneelhuizen van Duitsland. Eind februari/begin maart neemt de groep een week lang de Amsterdamse Stadsschouwburg over. Gistermiddag werd het programma van het festival Brandhaarden gepresenteerd aan donateurs en vaste bezoekers van de schouwburg, in aanwezigheid van de intendant van de Volksbühne, Frank Castorf.

Door de hele schouwburg staan kleine, oranje poppetjes: een wiel op poten. Het is sinds jaar en dag het logo van de de Volksbühne en vandaag kom je ze overal tegen: langs de trappen, op het toneel en zelfs in de toiletten. De gasten van de middag zijn welkom op het podium van de schouwburg, waar lange biertafels staan uitgestald en er wordt Berliner Pilsner en Glühwein geserveerd.

Het festival Brandhaarden kent in 2014 zijn derde editie. Ieder jaar zet de Stadsschouwburg één theatermaker of gezelschap centraal en toont in korte tijd meerdere voorstellingen, met een uitgebreid randprogramma. De eerdere edities werden georganiseerd rond het werk van de Münchner Kammerspiele (onder leiding van Johan Simons) en de Letse regisseur Alvis Hermanis en bewezen dat de belangstelling voor state-of-the-art theater uit Europa zeer groot is in Amsterdam.

Schouwburgdirecteur Melle Daamen opende de middag met een toost op de samenwerking met Berlijn. Voor Daamen was bij zijn aantreden de Volksbühne een van de inspiratiebronnen hoe de schouwburg moest worden: “De Volksbühne is een plek in de stad waar altijd reuring is. Behalve de voorstellingen zijn er ook debatten, concerten en twee heel goede bars.”

Tijdens de ‘overzichtstentoonstelling’ zijn vier voorstellingen van verschillende Volksbühne-regisseurs te zien. Van intendant Frank Castorf wordt Der Spieler getoond, gebaseerd op het verhaal van Dostojevski over gokken, vermengd met diens politieke fabel De Krokodil. En van de in Nederland zeer populaire Zwitserse regisseur Christoph Marthaler is de voorstelling Glaube Liebe Hoffnung te zien, met prachtige muziek en een monumentaal decor van zijn vaste ontwerper Anna Viebrock. Onbekender in Nederland, maar even bijzonder zijn de voorstellingen Murmel Murmel van Herbert Fritsch en Glanz und Elend der Kurtisanen van René Pollesch.

Castorf zelf toont zich zeer ingenomen met het hartelijke onthaal in Amsterdam. De notoir nurkse gezelschapsleider laat zich ontspannen interviewen en heeft na afloop nog ruim de tijd voor de pers. “Nederland was het eerste land buiten de DDR waar mijn werk waardering vond. De Nederlandse regisseur Léon van der Sanden bracht begin jaren tachtig mijn voorstellingen onder de aandacht van het Holland Festival. Die wilden het graag naar Nederland halen, maar dat mocht niet van de machthebbers. Ik mocht veel van mijn voorstellingen überhaupt niet spelen, en ze waren bovendien bang dat het grootste deel van de acteurs niet meer terug zou komen.”

De Volksbühne is een buitengewoon politiek theatergezelschap, met schurende opvattingen die vaak tot discussie leiden. “Ik probeer de leugens van deze tijd te ontmaskeren”, zegt Castorf daarover. “Theater heeft niet meer zoveel mogelijkheden om dat te doen. Je bent als regisseur als het kind uit De nieuwe kleren van de keizer, dat continu roept: ‘de keizer is naakt!’”

Die uitdagende boodschap zit ook al verwerkt in het beroemde logo. “Het lopende wiel is een rune die reizigers waarschuwde voor rondtrekkende roverbendes”, vertelt Castorf. Lachend: “Ik wil met de Volksbühne hetzelfde uitdragen: hier is gevaar! Blijf uit de buurt!”

Het geëngageerde theater van Eric de Vroedt

buitenland,overig — simber op 27 november 2013 om 10:00 uur
tags: , ,

[Maart 2014 maakt Eric de Vroedt zijn eerste voorstelling bij het Schauspielhaus Bochum. Ik schreef een introducerend artikel voor hun seizoensbrochure. Hier auf Deutsch in ISSUU.]

Met zijn project MightySociety veroverde hij in acht jaar en op zijn eigen voorwaarden het Nederlandse theater. Schrijver en regisseur Eric de Vroedt (Rotterdam, 1972) maakte tien theatervoorstellingen –“nieuw geëngageerd theater over brandende, actuele kwesties”- en gaf daarmee het Nederlandse toneel een flinke schop onder z’n kont. Maar ondanks zijn ferme uitspraken en zijn contraire opvattingen over het Nederlandse theater is hij eerdere een traditionalist dan een vernieuwer.

Politiek theater stond in Nederland lange tijd in een kwade reuk. Er was een collectieve herinnering aan plat, pamflettistisch theater in de jaren ’70. Groepen als Sater of Proloog maakten vormingstheater voor een publiek dat het bij voorbaat met de makers eens was. Na afloop van de voorstellingen zong iedereen intens tevreden de Internationale.

Als reactie werd het Hollandse theater in de jaren tachtig en negentig abstracter, meer gericht op vorm en beleving en werd expliciet engagement of reflectie op recente gebeurtenissen een taboe. Het is waarschijnlijk te veel eer om Eric de Vroedt verantwoordelijk te stellen voor de radicale ommekeer van het theater vanaf de jaren nul, maar inmiddels zijn, zeker bij jongere makers, voorstellingen die expliciet maatschappelijke thema’s behandelen eerder regel dan uitzondering.

De Vroedt studeerde aan de toneelschool in Arnhem en richtte na zijn afstuderen toneelgezelschap Monk op. Bij dit collectief begon hij te schrijven en te regisseren. In 2004 startte hij met MightySociety. Bij voorbaat stond het concept vast: tien genummerde voorstellingen, elk over een relevant maatschappelijk vraagstuk. De eerste voorstelling –MightySociety1, over politieke spin-doctors– had nog geen grote impact, maar in interviews, brieven en artikelen roerde De Vroedt zich dusdanig dat hij wel moest opvallen.

Zijn theatervorm noch zijn positionering in het debat kunnen los worden gezien van de roerige jaren in Nederland na 2002, toen twee politieke moorden (in 2002 op de populistische politicus Pim Fortuyn en in 2004 op filmmaker en columnist Theo van Gogh) het land diep schokten. De Vroedt was een van de jonge kunstenaars die het de gevestigde orde in de kunst zeer kwalijk nam dat zij zich niet bezon op de onstane onrust.

“Bij het gros van de theatermakers lijkt helaas een bewustzijn van de huidige tijdgeest te ontbreken”, schreef hij in 2005. “Al vóór 11 september leefden we in een wereld waarin het overbekende rijtje (neoliberalisme, globalisering, terrorisme, neoconservatisme, hyperindividualisme, ongebreideld consumentisme, mediahypes, Islam) de toon zetten. (…) En waar komen de grote gezelschappen mee? Gedoe over huwelijkstrouw.”

MightySociety was expliciet bedoeld als antwoord op deze malaise en De Vroedt schrok er niet voor terug om zichzelf samen met een groep gelijkgestemde collega’s (onder wie Marijke Schermer en acteursgroep Wunderbaum) uit te roepen tot een heuse stroming van Nieuw Geëngageerd Theater.

In de jaren erna rees De Vroedts ster snel. Niet alleen vanwege zijn geestdriftige stellingnames, maar natuurlijk vooral door de kwaliteit van zijn voorstellingen. Mightysociety2 ging over een nihilistische kunstenaar die terrorist wordt, en was een beklemmende monoloog van acteur Bram Coopmans op een krappe hotelkamer voor vijftien man publiek. Mightysociety4 ging over globalisering en bracht knap de verliezers en winnaars van de wereldomspannende economische ontwikkelingen bij elkaar in een huiskamer.

Het knappe van De Vroedt is dat hij steeds zijn enorm brede thema’s terug wist te brengen tot menselijke proporties. Zijn stukken zijn plotgedreven en hij weet van personen die in de avondjournaals slechts clichés blijven –machtsbeluste politici, outsourcende ondernemers, hitserige columnisten, soldaten op vredesmissie, roem zoekende jongeren, idealistische kunstenaars– levendige, genuanceerde personages te maken op wie de grote maatschappelijke ontwikkelingen onvermijdelijk hun weerslag hebben.

Halverwege de serie werd hij uitgenodigd om bij Toneelgroep Amsterdam aan de slag te gaan als jonge regisseur. Hij maakte er de voorstellingen Streetcar name Desire van Tenessee Williams, Glengarry Glen Ross (David Mamet) en Na de zondeval (Arthur Miller). Deze Angelsaksisch georiënteerde repertoirekeuze past bij het gezelschap, maar De Vroedt lijkt zich ook uit zichzelf thuis te voelen bij de Amerikaanse toneeltraditie.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de speelstijl in zijn voorstellingen: zonder te vervallen in method acting stuurt hij zijn spelers naar een emotionele, ingeleefde stijl, waarbij de vierde wand intact blijft. Dit is ver verwijderd van de traditionele, meer ironische acteerstijl die vrijwel alle Nederlandse theatergroepen in de kleine zaal hanteren. In een interview maakte hij de eenvoudige beweegreden voor deze stijlkeuze duidelijk: “Ik vind dat de acteurs zo véél beter spelen.” Hij staat daarin niet alleen: spelers uit De Vroedts voorstellingen worden met regelmaat genomineerd voor belangrijke acteursprijzen.

Ook in zijn schrijfmethode sluit De Vroedt zich aan bij de Amerikaanse traditie. In navolging van Edward Albee maakt hij uitgebreide biografieën van de personages voordat hij aan het schrijven van het daadwerkelijke stuk begint. Dat is des te opvallender omdat zijn stukken bij uitstek postmoderne collages zijn: MightySociety6, over de Nederlandse bijdrage aan de oorlog in Afghanistan, is een samenraapsel van elementen uit Apocalypse Now, Antigone en Antonius en Cleopatra, actueel gemaakt door verwijzingen naar Abu Ghraib, de val van Srebrenica (waar Nederlandse VN-soldaten zo’n noodlottige rol speelden – een nationaal trauma) en de Nederlandse politieke debatten over deelname aan de Afghaanse opbouwmissie.

Ook in beeld komt die doelbewuste vermenging terug: hij recreëerde de iconische foto van een gevange in Abu Ghraib met een zak over zijn hoofd, maar hij voegt het meest banale stuk Hollandse winkelstraat toe: een plastic zak van supermarktketen Albert Heijn.

Daar ergens ligt de essentie van het werk van Eric de Vroedt: doelbewust gebruik maken van de postmoderne beeldenstorm, maar dan zonder de illusie-doorbrekende elementen die in het continentaal Europese theater tot cliché geworden zijn.

De serie MightySociety is nu afgesloten. Het is interessant om te zien dat De Vroedt zich in de latere delen meer persoonlijk heeft geëngageerd: in zijn stukken doken steeds vaker sociaal bewogen kunstenaars op die grote twijfels hebben bij het nut en de noodzaak van al die betrokken kunst. Ondanks zijn zelfbenoemde moralisme is hij ten diepste een twijfelaar, een kunstenaar voor wie de moraal hooguit tijdelijk een houvast biedt.

De komende jaren wil De Vroedt zich als regisseur ontwikkelen. Voorlopig geen nieuwe stukken meer, maar een verkenning van het wereldrepertoire. Zijn eerste regies bij Toneelgroep Amsterdam waren op te vatten als voortzetting van de MightySociety-reeks: Streetcar named desire werd rucksichtlos geactualiseerd naar de multiculturele samenleving in Nederland en Glengarry Glen Ross ging ineens over de huidige vastgoedcrisis.

Met Na de zondeval (2012) sloeg hij een nieuwe richting in, met een voorstelling die spiritueler en lyrischer was dan zijn eerdere werk. Welke richting De Vroedt op gaat met zijn nieuwe interesse in repertoiretoneel blijft nog even de vraag. Maar dat hij zijn engagement ondubbelzinnig zal blijven etaleren in zijn werk is evident.

Artistieke samenwerkingen

overig — simber op 28 september 2013 om 10:00 uur
tags: , , , ,

[Voor het Frascati Magazine van alweer een  jaar geleden.]

Hoe passen negen theatergroepen in drie voorstellingen? In de eerste drie weken van het nieuwe seizoen staan er drie brede coproducties op het programma van Frascati: Beroemden van Stan, De Koe, Discordia en Dood Paard, Cadavre Exquis van Kassys, Tim Crouch, Nature Theatre of Oklahoma en Nicole Beutler en Antigone van (opnieuw) Beutler en Ulrike Quade. Het zijn verschillende soorten samenwerkingen: sommige makers kennen elkaar al lang, anderen hebben elkaar nauwelijks ontmoet, sommigen streven naar een aansluiting van onderlinge stijlen, anderen maken het verschil juist tot thema. “Het duurt lang om je eigen patronen te omzeilen. Nieuwe mensen kunnen je eerder een hak zetten.”

Ze noemen zichzelf de Polycoproductie, en heel informeel hebben ze het nog wel eens over ‘de jongens’. De verzameling van de acteurs Peter Vandeneede, Willem de Wolf (De Koe), Matthias de Koning (Discordia), Damiaan de Schrijver, Sara de Roo (Stan) en Gillis Biesheuvel (Dood Paard) kun je het best kenschetsen als de supergroep van het Vlaams/Nederlandse theater. In verschillende samenstellingen maakten ze de afgelopen jaren voorstellingen, het meest recent Onomatopee (2006) en We hebben een/het boek (niet) gelezen (2008), soms briljante, altijd hilarische verzamelingen scènes, clashende acteerstijlen en intellectuele hoogdraverij.

Dit jaar maken ze Beroemden, naar aanleiding van een toneelstuk van Thomas Bernhard, dat de zes spelers inmiddels alweer verworpen hebben. “Bernhard schreef het voor de Salzburger Festspiele”, vertelt Gillis Biesheuvel daags voor hij naar Antwerpen afreist om de voorstelling te gaan afmaken. “Het is een stuk over operazangers, dirigenten en dergelijke. Ze zijn allemaal net niet de top, maar aan tafel zitten ze alleen maar op te scheppen en de anderen af te kraken Het zit vol rancune, en daardoor schiet het in z’n eigen voet. We hebben het naast ons neergelegd, maar we gebruiken thema’s uit het stuk om materiaal te verzamelen. Ieder voor zich zoekt of schrijft scènes over corruptie, de leugen, plagiaat en politiek. Ik vond een transcriptie van een debat uit de Bundestag over minister Zu Gutenberg die zijn dissertatie zou hebben geplagieerd. Dat is geweldig materiaal.”

De samenwerking tussen de vier gezelschappen is organisch ontstaan. “Matthias de Koning en Willem de Wolf ken ik al heel lang. Toen ik voor het eerst een voorstelling van Kas & De Wolf zag was dat voor mij een doorbraak. Zo kan het óók. Uiteindelijk was het Willem met wie ik in gesprek raakte en ging samenwerken. Dat is toch vooral een kwestie van verenigbare karakters.”

Continue reading “Artistieke samenwerkingen” »

Theatertocht: Fringe

overig,Parool — simber op 13 september 2013 om 14:02 uur
tags: , ,

Screen Shot 2013-09-13 at 14.47.50

[Deze feature had een mooie infographic in de PS, hierboven mijn kladversie.]

Het Fringe festival bast weer los. Begonnen als het vrolijke, rommelige en onbesuisde broertje van het bedaagde en officiële Nederlands Theaterfestival, is het Amsterdam Fringe Festival een eigenzinnig buitenbeentje in het hoofdstedelijke festivallandschap. Het festival kent in principe een open inschrijving, dus je vind er een enorm aantal absurd diverse voorstellingen, performances en andere happenings, meestal op onverwachte locaties in de stad. Uit het forse programma kiest Het Parool de beste, spannendste en meest ongebruikelijke evenementen.

Bewezen kwaliteit:

Eindelijk! Kirgizië van Gehring & Ketelaars
De twee makers gingen in 2010 naar het volstrekt onbekende land Kirgizië, dat net wereldnieuws werd omdat het volk de corrupte president verjoeg. Ze spraken met een roltrap-alcoholiste en haar puberende zoon, twee verliefden en een jonge vrouw die huilt om haar land. Prachtig vertellend theater, waarmee ze in 2010 de publieksprijs van het festival wonnen.
Waar: Bellevue.

Florence Foster Jenkins van Mtg De Koude Kermis
Een vrouw die niet kan zingen, maar met grootse ambities en bijzonder veel geld. Ze wordt ondanks haar gebrek aan talent operadiva en treedt op in de grootste zalen van de VS. Paméla Menzo en Anne van Dorp maakten een geestige en absurde voorstelling over iemand die bijzonder graag bijzonder wil zijn. Won vorig jaar de prijs voor de beste voorstelling op de Fringe.
Waar: Compagnietheater

The Three Little Pigs van The Pink Couch
Animal Farm meets Reservoir Dogs belooft deze Zuidafrikaanse voorstelling, die vorig jaar de beste bleek van het Fringe Festival in Grahamstown, Zuid Afrika. Gebaseerd op het sprookje en op de andere betekenis van ‘pig’: politieagent.
Waar: De Brakke Grond

Wit Konijn Rood Konijn van Nassim Soleimanpour
Een huiveringwekkend stuk over het hedendaagse Iran met een wel heel bijzondere vorm: iedere avond leest een nieuwe acteur het stuk voor het eerst voor. Hij of zij haalt de tekst uit een verzegelde envelop en speelt het stuk ‘koud’. Vorig jaar al een bijzondere serie voorstellingen in Bellevue, nu op de Fringe met o.a. Vincent van den Berg, Lineke Rijxman en Mohammed Azaay.
Waar: Tolhuistuin

Daddy Day van Bert Hana
Theatermaker Bert Hana reisde inmiddels de wereld rond met zijn diavoorstelling Pappadag over een uitje met zijn dochter. In 2009 vond de jury het de beste voorstelling van de Fringe, nu staat Hana met de Engelstalige versie op het festival.
Waar: Betty Asfalt Complex

Muziek:

Daedalus / Cobain van Zwerm
Muziektheater over hoogvliegers die diep vallen. Met eigen composities en muziek van Rachmaninov en Nirvana.
waar: Melkwegtheater

Mick Jagger is my nightmare van Marius Mensink
Een dansperformance waarin theatraal performer Mensink ‘moves like Jagger’.
Waar: Club Up

Politiek:

George en Eran lossen wereldvrede op van Theater Rast
De Nederlandse Syriër George Tobal en de Israëlische Hollander Eran Ben-Michaël werden ondanks hun tegengestelde achtergronden. Nu maken ze een voorstelling waarin ze het publiek met grappen, clichés en persoonlijke verhalen langzaam de pijnlijke dilemma’s van het Midden Oosten binnentrekken
waar: Ostadetheater

Mauerkopf van Marte Boneschansker & Vincent Brons
Twee vrienden gingen naar het voormalige Oost Duitsland om onderzoek te doen naar de Stasi die haar eigen bevolking bespionneerde, en leerden meer over elkaar dan ze ooit wilden weten.
waar: Mediamatic, Van Gendthallen

Persoonlijk:

The Missing Beat ~ The Quest van Wynn Heliczer
Actrice en singer/songwriter Wynn Heliczer ging op zoek naar het wonderlijke verhaal van haar vader, de Joods-Italiaanse kindster, filmmaker, dichter en vrije vogel Piero Heliczer. Ze volgt met documentair materiaal en met eigen muziek zijn spoor naar Parijs, New York en Rome.
Waar: Bellevue

Engelstalig/language no problem:

The Rebel Sperm van Jackie Brutsche
Een Zwitserse voorstelling (in het Engels) over een spermacel die ervan droomt om astronaut te worden. Een driedimensionaal rock ’n roll stripboek. Klinkt buitenissig.
Waar: Club Up

The BIRDMANN van The Birdmann
Komisch varieté uit Australië
Waar: Bellevue

Opvallende locatie:

4 Fighting Nordin van Boumadian Jaghi
Boumadian Jaghi maakte een voorstelling over de Amsterdamse bokser ‘Fighting’ Nordin Ben Salah, die in 2004 werd vermoord. Locatie is de boksschool aan de Weesperzijde van Bert Kops, een oude vriend van Ben Salah. Schone sokken aan, want in de sportschool moeten je schoenen uit.
Waar: Boksschool Bert Kops

Sameplace van Team Tony
In een seksclub, pardon ‘erotisch café’ ontmoeten we een man die zwanger wil worden en een vrouw met een Zuidamerikaanse Gigolo. Twee monologen worden samen een tragikomisch sprookje.
Waar: Sameplace, Nassaukade 120

Bezoek van Roos Pollmann
Schrijfster Roos Pollman maakte een persoonlijke monoloog en nodigt het publiek uit bij haar thuis in de Kinkerbuurt. Een voorstelling voor tien toeschouwers in een benedenwoning.
Waar: Nicolaas Beetsstraat

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity