Recensie: ‘Phobiarama’ van Dries Verhoeven (HF)

Parool,recensies — simber op 19 juni 2017 om 14:09 uur
tags: , ,

Een beetje zenuwachtig staan we met twintig mensen in rijen van twee te wachten tot we naar binnen in de enorme en enorm zwarte tent op het Mercatorplein, waar de nieuwste installatievoorstelling van Dries Verhoeven speelt. Ooit maakte Verhoeven poezelig ervaringstheater, waarin zachte stemmen je poëtische woordjes influisterden en geruststellende handen je instopten in bed. Nu hangt de stad vol met enge clowns met grote geweren en heet zijn nieuwste voorstelling Phobiarama.

Phobiarama is een spookhuis, waarin je met z’n tweeën in een karretje wordt rondgereden door een kale, unheimische ruimte. Televisies flikkeren en spuien op onaangenaam volume toespraken en commentaren, soms herkenbaar (Wilders over islamisering, Trump over hoe slecht het gaat in Amerika), dan weer hintend naar terreur of klimaat. En dan staat er ineens een beer naast je karretje.

Hoe bevattelijk je bent voor wat volgt zal van bezoeker tot bezoeker sterk verschillen, maar ik vond het opvallend te merken hoe zeer mijn eigen schrikgedrag is vastgelegd: de neiging tot ineenduiken als iemand naar je toe beweegt, of de drang om niet weg te kijken van een intimiderende blik.

In een spookhuis is angst vermaak. Met uiteindelijk vrij simpele middelen laat Dries Verhoeven je reflecteren op een onaangename waarheid: ook ‘echte’ angsten – terrorisme, klimaatverandering, maatschappelijke ontwrichting – bevredigen een behoefte. Ergens is het griezelen om het nieuws, de apocalyptische commentaren van politici en op internet lékker.

Maar, en daar zit het mooie venijn van deze installatie, die angstkermis is niet onschuldig: het tekent onze blik op de werkelijkheid. Er doen tien grote, vervaarlijk uitziende mannen mee. Sommigen zijn zwart, sommigen Noordafrikaans, één is uitbundig getatoeëerd. In deze tent zijn het geen engerds, ze spelen engerds in een kunstproject. Maar kun je ze buiten de tent, in het wereld-angsttheater nog net zo onschuldig bekijken?

Holland Festival: Phobiarama van Dries Verhoeven. Gezien 13/6/17 op het Mercatorplein. Aldaar t/m 20/6. Meer info op hollandfestival.nl

Verslag Over Het IJ

Voor Over Het IJ hoef je het IJ helemaal niet meer over. Traditiegetrouw staat het locatietheaterfestival begin juli weer op het NDSM terrein in Amsterdam Noord, maar tegelijk zijn er ook een hoop interessante voorstellingen op en rond het Centraal Station. Zoals de interactieve iPod-performance Like me van Judith Hofland of Dantons dood van Joost van Hezik. Bij allebei deze voorstellingen moet je als toeschouwer aan het eind een persoonlijke keuze maken.

Like me is een soort speurtocht op het station met een smartphone in je hand en een koptelefoon op je hoofd. Via het beeldscherm en de stem van Hofland krijg je instructies waarheen je moet lopen, en op welk bankje je moet gaan zitten. Maar Like me gaat niet over wandelen, maar over sociale netwerken zoals Facebook. Op bepaalde punten in de wandeling moet je persoonlijke gegevens invullen, en je krijgt af en toe meldingen op je scherm van andere deelnemers.

Knap is de verwevenheid van de voorstelling met bestaande sociale netwerken. Als je een foto moet kiezen om jezelf aan je volgers te presenteren kun je kiezen uit drie plaatjes van jezelf die rechtstreeks uit Google komen. Verwarrend is het inbreken van een hacker in je wandeling, die zich voordoet als je beste vriend. En op een mooie manier ongemakkelijk is het als je ineens naast iemand anders zit met eenzelfde iPod en koptelefoon die zichzelf net zo een beeld zit te vormen van jou als jij van haar.

Like me is een ingenieus spel; theater zonder toneelspelers waarbij je een geheime verbinding maakt met een onbekende. Hofland wil iets zeggen over onze relaties met virtuele vrienden. Gesprekken met haar vrienden vallen stil omdat iedereen alles al van elkaar weet door Facebook en Twitter, vertelt ze over de koptelefoon. Maar juist dat gevoel weet de voorstelling niet te vangen, want Like me gaat juist over het leren kennen van vreemden. Die tegenstrijdigheid haalt de angel uit de keuze tussen vriendschap online of in het echt die je aan het eind moet maken.

Ook bij Dantons dood moet je kiezen. Timen Jan Veenstra maakte een stevige bewerking van Büchners klassieker over factiestrijd binnen de Franse revolutie, waarin hij ook de schrijver zelf ten tonele voert. Morele scherpslijper Robespierre (een uitstekende Sadettin Kirmiziyüz) die een soort permanente revolutie predikt staat tegenover de fatalistische hedonist Danton (Justus van Dillen) die zich afvraagt waar de terreur en de moorden ookalweer om begonnen waren.

Regisseur Joost van Hezik maakt er een energieke maar ook vrij warrige voorstelling van. In een betonnen ruimte ergens onder de perrons roepen verfspatters en spandoeken met leuzen de sfeer van een geheime vergadering op, terwijl boven je de treinen en de omroepberichten klinken– de bedrijvige regelmaat van de burgermaatschappij. Mooi is de scène waarin de moord op koningin Marie-Antoinette met veel rode verf een kruising wordt van een executie, een verleiding en performance art.

Aan het eind moet je beslissen: is de menselijke natuur niet veranderen en blijf je zitten voor de sterfscène van Danton, of ga je mee naar buiten met Robespierre om de revolutie voort te zetten? De vertrekkers marcheren onder begeleiding van de Marseillaise het station in en kunnen alvast beginnen aan hun eigen dodenlijsten. Maar net als bij Like me is de keuze tussen genieten en bloedvergieten vals en dat is jammer.

Op een steenworp afstand van CS, in het vrij luxueuze hotel Double Tree is de installatie Fare Thee Well van Dries Verhoeven te zien. Op een terras op de tiende verdieping kijk je met een telescoop naar teksten op een lichtkrant op het Botel in de NDSM haven, drie kilometer verderop. Het zijn vaarwelgroeten aan vervlogen of vervliegende ideeën – van het wittefietsenplan tot tonijnsteaks, van spontane gesprekken met voorbijgangers tot platenzaak Fame. Je hebt geen keuze: je moet blijven kijken naar deze hypnotische boodschappen van de overkant van het IJ, een melancholiek requiem voor een voorbije  tijd.

Over Het IJ duurt nog t/m 14 juli. Meer info op www.overhetij.nl

Voorstuk: Donkere Kamer van Dries Verhoeven, Müchner Kammerspiele

Parool,reportages — simber op 25 mei 2012 om 01:50 uur
tags: , ,

Hoewel het licht nog aan is schuifelen de mensen voorzichtig naar hun plaats. Zo veel licht geven de rode lampen ook weer niet, en de toeschouwers van Donkere kamer zitten niet op een rij, maar ieder op een eigen stoel rondom een open speelplek. Als het licht helemaal uitgaat zie je letterlijk geen hand voor ogen.

Theater met blinden is niet uniek. Een paar jaar geleden liet regisseur Lotte van den Berg Antwerpse blinden het schilderij Het vlot van de Medusa uitbeelden, en recenter maakte het Noord Nederlands Toneel Teiresias, over de blinden ziener uit de Griekse tragedies, in een stikdonkere theaterzaal.

Aanvankelijk lijkt Dries Verhoeven, de maker van Donkere kamer, iets vergelijkbaars te doen. Een blinde vrouw loopt door de stad en vertelt over zichzelf en over haar omgeving. Ze loopt achter een kar met daarin camera’s die 360 graden rondom filmen, de beelden worden geprojecteerd op de vier zijden van de zaal. De vrouw lijkt wel een ziener; ondanks dat ze hen niet kan zien lijkt ze de kleur van auto’s en de gedachten van mensen op straat te kunnen lezen.

Maar zoals altijd gaat het er bij Verhoeven eigenlijk om hoe wij als publiek kijken. Over hoe wij onze ideeën en wensen op anderen (in dit geval blinden, in zijn vorige voorstelling Life streaming jongeren in Sri Lanka) projecteren. In het vervolg van de voorstelling zien we vijf blinden die ons aankijken (via de camera), die muziek maken, zingen en dansen en die openhartig praten, vooral over liefde en intimiteit. Want ook iemand die niet kan zien wil wel gezien worden.

Dat thema kwam bij interviews en castings pas naar boven, vertelt Verhoeven aan de telefoon. “Ik maakte de voorstelling in München, waar het theater van de Münchner Kammerspiele aan de duurste winkelstraat van de stad ligt. Die visueel geëtaleerde rijkdom was voor mij fascinerend en ik dacht dat voor een blinde een etalage niet meer is dan een stuk glas. Maar dat bleek veel ambiguër; blinden blijken enorm bezig met hun uiterlijk. Al heel snel werd het thema intimiteit en contact leggen. Daarover ontstonden heel snel goede gesprekken”

“We vroegen in voorbereidende gesprekken bijvoorbeeld of ze het fijner vonden om in het donker te vrijen, zodat de verhoudingen gelijkwaardiger zijn. Maar dat was absoluut niet zo. ‘Ik vind het fijn om te horen hoe ik eruit zie’, zei iemand. Eén vrouw vertelde meteen in ons eerste gesprek over een keer toen ze in een doorschijnende kamerjas in de gang van haar appartement liep en hoorde hoe een man bij de lift stil bleef staan en haar bekeek. Ik dacht toen ze het vertelde dat die man haar iets aan had gedaan, maar het ging er juist om hoe vrouwelijk en sexy ze zich toen voelde. Ik zag haar alleen maar als kwetsbaar, terwijl ze juist heel krachtig is. Dat verhaal zit nu als scène in de voorstelling.”

“Ik hoop dat het lukt om het publiek bewust te maken van z’n eigen manier van kijken. Maar als je die doorbreekt wordt je  uiteindelijk wel geconfronteerd met een beperking en een pijn die echt is.” Dat speelt ook bij de voorstelling zelf: “Net als bij Life Streaming kan ik de voorstelling niet echt met de spelers delen. Het is voor hen een abstractie waarin ze functioneren, dat is ook pijnlijk.”

De voorstelling is tijdens pinksteren te zien in de Stadsschouwburg, officieel nog als onderdeel van het programma Brandhaarden, waarmee de Münchner Kammerspiele en haar artistiek leider Johan Simons zich in maart uitgebreid presenteerden. Voor de Nederlandse versie, die al te zien was op Festival a/d Werf in Utrecht heeft Verhoeven de voorstelling flink aangepast: “We hebben hier vijf spelers in plaats van zes,  waarvan twee Nederlanders. We hebben overwogen om het met boventiteling te doen, maar dat werkt niet. Ik zoek het effect dat je iemand aankijkt die niet terugkijkt, dat kan niet als je dan ook nog je hoofd moet draaien om de tekst te lezen.”

Verhoeven maakt inmiddels voorstellingen in heel Europa, maar voor het najaar heeft hij een project op een speciale plek: zijn eigen buurt. “Ik woon nu een paar jaar in Bos & Lommer en in september ga ik daar de voorstelling Niemandsland maken, waarin je met een gids door de Kolenkitbuurt loopt. Ik heb die voorstelling al eerder gemaakt in Utrecht, Berlijn en Valencia, maar nu maak ik hem voor mijn buren.”

Donkere kamer van Dries Verhoeven/Münchner Kammerspiele. 27 en 28/5, Stadsschouwburg. Meer info op www.ssba.nl

Recensie: ‘Lege handen’ van Dries Verhoeven

Parool,recensies — simber op 8 december 2010 om 00:55 uur
tags: ,

De vloer ligt bezaait met lege eierschalen. Kinderen dansen op een technobeat, bejaarden zingen met broze stemmen. Sommige kinderen zijn verveeld, de ouderen lopen met een stok, één zit in een rolstoel, een ander is blind. Ze dragen allemaal hetzelfde schooluniform, maar bij elkaar horen doen ze niet.

Dries Verhoeven is een van de meest originele theatermakers van Nederland. Hij is een exponent van wat we ‘ervaringstheater’ zijn gaan noemen: in zijn voorstellingen werd je als publiek rondgereden met een busje, nam je je intrek in een hotelkamer, chatte je met een vreemde uit een ver land, of maakte je een wandeling door de stad achter een vreemde aan.

Lege Handen is Verhoevens eerste voorstelling in een ‘gewone’ theaterzaal, maar zijn conceptuele aanpak blijft. Hij brengt vijf kinderen onder de tien en vijf ouderen bij elkaar op het podium en laat ze zwijgen. Aan het plafond hangen tien lichtkranten waarop teksten verschijnen die voor de spelers spreken.

‘Ik zal niet tegenvallen’, belooft een ernstig kijkend kind. ‘Je kunt me vertellen wie ik was’, suggereert een sjieke oude dame. Niet altijd horen de teksten zo duidelijk bij een persoon. ‘Je kunt me binnen houden’ of ‘ik begin steeds opnieuw in hetzelfde boek’; horen die bij een rusteloos kind of bij een demente bejaarde?

De senioren zijn oud-muzikanten, zoals Elisabeth Cooymans en Chaim Levano. Ze zijn breekbaar als ze lopen, maar nog veel breekbaarder als ze zingen. De kinderen zijn minder fragiel; keer op keer vallen ze op de grond, steeds een paar eierschalen verbrijzelend.

Verhoeven heeft op het podium mensen bij elkaar gebracht die buiten het volwassen leven staan en normaalgesproken te jong of te oud gevonden worden voor het theater. Het publiek wordt expliciet aangesproken als de generatie ertussenin, die verlangens op hen projecteert, voor hen zorgen moet maar vaak te druk is met de eigen sores. ‘Ik haal de focus uit je leven.’

Af en toe is het mooi en meditatief, maar bij dit soort voorstellingen is een strakke, buitengewoon geconcentreerde uitvoering een vereiste. Lege handen is te vaak rommelig en stuurloos. Dan wordt het kijken-naar-gebrekkige-mensen, en dat is larmoyant.

Dries Verhoeven is een maker met een methode: werelden bouwen om gevoelens van compassie en mededogen te laten ontluiken. In de theaterzaal is dat hem vooralsnog niet gelukt.

Lege handen van Dries Verhoeven. Gezien 3/12/10 in Utrecht. Te zien in Amsterdam (Frascati) 10 en 11/12. Tournee t/m 26/2/11. Meer info op www.driesverhoeven.com

Interview Dries Verhoeven

interviews — simber op 1 februari 2010 om 13:27 uur
tags: , ,

Voor het engelstalige, internationale magazine Dutch Mountains van de SICA dat afgelopen week verscheen.

Een nieuwe generatie theatermakers uit Nederland verovert stilletjes aan Europa. Ze zijn vroeg in de dertig, ontwikkelden hun handtekening in het circuit van zomerfestivals en oriënteren zich internationaal, liever dan zich te richten op het veroveren van posities in het artistieke establishment.

Terwijl Ivo van Hove en Johan Simons zich opwerkten naar de eredivisie van Europese sterregisseurs ontwikkelden theatermakers als Jetse Batelaan, Lotte van den Berg, Boukje Schweigman en Dries Verhoeven een heel nieuw theatergenre, voortbordurend op het werk van Mickery en de Dogtroep uit de jaren ’70 en ‘80: ervaringstheater of beeldend locatietheater. Ze zochten naar manieren om hun publiek directer aan te spreken en kwamen uit bij een vorm die bijna geen theater meer is. De toeschouwer wordt hoofdpersoon, het kijken wordt onderwerp. Van hen lijkt Verhoeven de meest eigenzinnige. Zijn voorstellingen –als je ze nog zo kunt noemen- bewegen zich richting installatie en performance, maar weten vooral een buitengewone intimiteit te creëren. Zijn werk is inmiddels op festivals door heel Europa te zien en onlangs won hij op de Salzburger Festspiele de Young Directors Award.

Continue reading “Interview Dries Verhoeven” »

TF jury maakt selectie bekend

De jury van theaterfestival TF heeft vandaag haar keuze van elf hoogtepunten uit het afgelopen theaterseizoen bekend gemaakt. De eigenzinnige selectie bevat veel zogenaamd ervaringstheater, waaronder vier locatievoorstellingen. Als alle voorstellingen tijdens het festival hernomen kunnen worden, zal het publiek in september kunnen worden rondgeleid door een V&D warenhuis, in bed worden toegestopt door acteurs, mee moeten doen met een actie tegen verstoringen van jeugdvoorstellingen, aan de bar zitten eten en zelfs een auto winnen.

Ook zijn de makers van de geselecteerde voorstellingen opvallend jong: Laura van Dolron, Dries Verhoeven, Jetse Batelaan (regisseur van Het geheven vingertje) en de makers van Wunderbaum, Abattoir Fermé en De Veenfabriek zijn allen rond de dertig. Met deze selectie maakt de jury onder voorzitterschap van komiek Raoul Heertje een scherpe breuk met eerdere jaren toen publiekssuccessen als De Familie Avenier en Opening Night de boventoon voerden.

Dit jaar is het alom bejubelde Romeinse Tragedies van Toneelgroep Amsterdam de enige voorstelling van een groot Nederlands gezelschap dat de selectie heeft gehaald. De keuze bevat vier Vlaamse voorstellingen, sommige van gezelschappen waar zelfs toegewijde theaterliefhebbers nog nooit van gehoord zullen hebben.

De jury is dit jaar gegroeid van vijf naar zeven leden en ook inhoudelijk versterkt, en heeft nu naast Heertje een hoogleraar Theaterwetenschap, een schouwburgdirecteur, twee critici, een programmeur en een theatermaker in de gelederen. TF vindt dit jaar plaats van 4 t/m 14 september en toont naast de juryselectie ook enkele voorstellingen die zijn genomineerd voor de Toneel Publieksprijs.

De TF-selectie van het seizoen 2007/2008

Romeinse tragedies – Toneelgroep Amsterdam
Kamp Jezus – Wunderbaum
Missie – Koninklijke Vlaamse Schouwburg
Rococo – Hotel Modern
Laatste nachtmerrie – Laura van Dolron
Tourniquet – Abattoir Fermé
Het geheven vingertje – Theatergroep MAX.
Haar leven haar doden – De Veenfabriek
Mijnheer Porselein – Studio Orka
U bevindt zich hier – Dries Verhoeven
www.win-een-auto.com – Bad van Marie

Recensies Festival a/d Werf

Gerucht op het St JanskerkhofMei was traditioneel de laatste maand van het theaterseizoen. Maar omdat veel van de leukste en spannendste ontwikkelingen in het theater zich de laatste jaren afspelen op de zomerfestivals is er voor theaterliefhebbers geen enkele reden om tot september op vakantie te gaan. Gelukkig staan steeds meer voorstellingen op meerdere festivals en het Festival a/d Werf in Utrecht is een uitstekende gelegenheid om potentiële theaterhits van deze zomer te gaan bekijken.

Bovendien heeft Festival a/d Werf een naam hoog te houden op het gebied van grensverleggende theaterexperimenten en ervaringstheater. Een prachtig voorbeeld van dat laatste genre is U bevindt zich hier van Dries Verhoeven. In een gigantische, duistere hal in de Jaarbeurs bouwde deze theatermaker een hotel met een kleine kamertjes waar iedere bezoeker zich in zijn eentje moet onderwerpen aan merkwaardige rituelen met vragenlijsten, zingende kamermeisjes en -jongens, kopjes suiker en poffertjes.

Maar met een fenomenale truc die ik hier niet zal verklappen weet hij een ontroerend statement af te geven over eenzaamheid en contact. Dit is inmiddels de vierde installatie/performance/voorstelling die Verhoeven maakt voor de zomerfestivals, en ze groeien in schaal en complexiteit, maar ook in impact. Deze eigenlijk tot decorontwerper opgeleide maker begint een van de meest oorspronkelijke stemmen in het Nederlandse theater te worden.

Net als Lotte van den Berg overigens, inmiddels algemeen aanvaard de belangrijkste opkomende regisseur van het moment. Voor Festival a/d Werf maakte ze dit jaar de high-concept voorstelling Gerucht, waarbij de toeschouwers in een door Theun Mosk ontworpen, geluidsdichte doos midden in de stad zitten en door een glazen wand mogen uitkijken op een druk plein. Vier performers stappen door een deur het plein op en lossen op tussen de stadsbewoners. Het is een sterke beginselverklaring voor Van den Berg’s even radicale als toegankelijke vorm van theater maken, waarin nieuwe manieren om de werkelijkheid te zien worden gezocht, maar levert vooralsnog te weinig meerwaarde boven een uur zitten op het terras ertegenover. Gelukkig is later deze week haar wonderschone voorstelling Stillen nog op het festival te zien – overigens met een door Dries Verhoeven ontworpen decor van duizenden gele glycerinezeepjes.

Iets traditioneler theater -maar we hebben het over subtiele gradaties- biedt de Rotterdamse performer Lizzy Timmers met haar voorstelling Lizzy vraagt Arend. De Arend in kwestie is de Vlaamse acteur en danser Arend Pinoy uit de school van Alain Platèl. Samen maakten ze een tamelijk fascinerende performance over hoe je dat nou doet, verliefd zijn op toneel. Ze beginnen kinderlijk met een gefantaseerd verhaal waarin ze elkaar voortdurend moeten bijsturen omdat hun verbeelding toch niet helemaal hetzelfde blijkt. Later wordt er hevig en hitsig gezongen, geschreeuwd en gedanst, opgestuwd door de geweldige muziek van toetsenist William Bakker die even makkelijk weeë liefdesliedjes als retestrakke gabber uit zijn apparatuur tevoorschijn haalt.

Teleurstellingen zijn er ook, zoals La Torera van locatietheatergroep Odd Enjinears. Inhoudelijk origineel, een vrouw met strijkwerk (intens gespeeld door de spaanse Amalia Fernandez) zou liever stierenvechtster zijn en wordt vervolgens aangevallen door haar huisraad, terwijl rammelende pannetjes juichen als enthousiaste toeschouwers in de arena. Helaas kiest de groep voor een clichématige vorm; het decor is een huiskamertje met daaromheen in het volle zicht de technici die geluid, muziek en special effects verzorgen. Die effecten zijn soms charmant, maar meestal knullig en, net als de muziek, slordig uitgevoerd.

Festival a/d Werf, Utrecht. Gezien 19 en 20/5/07. Aldaar nog t/m 26/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl

Recensies Festival a/d Werf, Utrecht


DSC00416.JPG

Originally uploaded by simber.

Festival a/d Werf in Utrecht is naast een festival voor muziek en beeldende kunst toch vooral een jaarlijkse gelegenheid om de stand van zaken in het Nederlandse marge-theater op te nemen. Het Festival biedt daarbij vooral een blik op de moderne tendens om in het theater het publiek vooral interactieve belevenissen te bieden, in plaats van zomaar een voorstelling.

Het woord belevenis klinkt misschien meer als een ritje in een achtbaan dan als een serieuze kunstuiting, maar een aantal voorstellingen op het festival bewijzen het tegendeel. De twee theatervormgevers Roos van Geffen en Dries Verhoeven maakten ieder een voorstelling, die louter te categoriseren is als ‘ervaringstheater’.

Van Geffen maakte de voorstelling Immens, waarin negen mimers in een eigen papieren kubus ieder één toeschouwer vertroetelen, al luisterend naar verhalen over kimono’s, citroenpitjes en over honden die gelukkiger zijn dan mensen omdat ze iedere dag hetzelfde willen en nooit iets nieuws. Buiten je eigen kubus hoor je de bezigheden in de andere acht en zo slaan de gedachten over cyclisch leven en uniciteit terug op de voorstelling zelf. Immens is een zuivere en diepzinnige ervaring.

Is er in Immens nog één speler per toeschouwer, in Verhoeven’s installatievoorstelling Uw koninkrijk kome -eerder te zien op Boulevard in Den Bosch- zijn er zelfs helemaal geen acteurs meer. Behalve uzelf en één medetoeschouwer, naar wie je in een afgesloten ruimte zit te kijken. Via een glasplaat en een geluidsband wordt de ander op subtiele wijze tot personage gemaakt.

Naast de opvallende overeenkomsten (blote voeten en kopjes thee) zijn de voorstellingen dieper verwant. Het is hyperkleinschalig, direct en romantisch theater en dat heeft, veel meer nog dan reguliere voorstellingen, als voorwaarde dat het publiek een open houding aanneemt en welwillend alle gebeurtenissen ondergaat.

Van een heel ander kaliber is de interactiviteit van Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse. Het toneelstuk van Gerardjan Rijnders uit 1988 over een controversiële Amerikaanse, door een neonazi vermoorde radiodeejay is een radiotalkshow waarin alle bellers antisemieten, verkrachters of gewoon gek zijn. Door het stuk zijn fragmenten uit Shakespeare’s uiterst bloedige tragedie Titus Andronicus vervlochten. Bloedige woorden lijden tot bloedige daden, lijkt het motto.

Voor deze nieuwe opvoering herschreef Rijnders het stuk radicaal. De teksten die twintig jaar geleden nog een hoog Rondom Tien-gehalte hadden, lijken nu rechtstreeks overgenomen van DeStand.nl of politieke weblogs. De première werd gisteravond live uitgezonden door het VPRO radioprogramma De Avonden, zodat luisteraars live konden inbellen. Ook het publiek in de zaal had een paar telefoons tot haar beschikking.

Het herschrijven van Titus, geen Shakespeare is echter geen gelukkige keuze gebleken. Een bombardement aan politiek incorrecte meningen was twintig jaar geleden wellicht nog schokkend, nu zijn er hele televisiezenders en een scala aan websites waar je niet anders meer hoort of leest. Maar vooral de publieksparticipatie -of beter: het gebrek daaraan- was ergerlijk. Er waren welgeteld drie bellers die zich in het gekrakeel van de zeven acteurs durfden te mengen. Eentje om te melden dat ze nog nooit zo’n slecht radioprogramma had gehoord; een tweede met een ingewikkeld verhaal dat werd afgekapt en tenslotte iemand die zich afvroeg of er wel publiek was. Waarop het aanwezige publiek plichtmatige joelde. De beschikbare telefoons bleven ongebruikt op een lege stoel liggen.

Theater Festival a/d Werf, Utrecht, gezien 22/5/06. Aldaar nog t/m 27/5. Meer info op www.festivalaandewerf.nl
Titus, geen Shakespeare van The Glasshouse, regie Kees Roorda. Te zien in Amsterdam 15 t/m 17 juni. Meer info op www.beltitus.nl

Recensie: ‘Crave’ van Sarah Kane door Teatro

Parool,recensies — simber op 22 augustus 2006 om 15:43 uur
tags: , , , , ,

Theatermaker Marcus Azzini heeft een voorkeur voor pessimistische schrijvers. Hij regisseerde werk van notoire zwartkijkers als Camus en Pasolini. Nu maakt hij Crave van Sarah Kane. Neerslachtigheid is hem echter zeker niet te verwijten. Eerder hoort hij -met Lotte van den Berg, Jetse Batelaan en Boukje Schweigman- bij een generatie kunstenaars die je kan aanduiden met de term Nieuwe Naïeven. Jonge makers die een afkeer hebben van cynisme en in het volle besef van de hardheid van de wereld op zoek zijn naar oprechte liefde en zuiverheid.

In Crave doet Azzini dit op indringende wijze. Vier acteurs staan in een klinische, opengewerkte zeecontainer, belicht door tl-buizen. Ze richten zich direct tot het publiek. Er is geen plot, nauwelijks herkenbare personages. De acteurs, op blote voeten en met net te weinig kleren aan, zijn kwetsbaar en erg dichtbij.

Ze praten in flarden tekst, soms even dialoog, dan weer one-liners en losse woorden. Het gaat over overspel, bindingsangst, pedofilie, maar vooral over de hunkering naar liefde. Sanne den Hartogh trekt eerst laag over laag kleren aan, wel drie broeken, een dozijn truien, een sjaal en een muts. Pas als hij ingepakt is als een Michelin-mannetje kan hij zich uiten. Hij houdt een hartverscheurende monoloog, een roep om genegenheid, om iemand om koffie mee te drinken, om iemand wiens geur vertrouwd is. Maar ook in deze schreeuw zit al angst voor pijn en teleurstelling.

Auteur Sarah Kane pleegde in 1999 op 28-jarige leeftijd zelfmoord. De vijf stukken dat ze naliet worden nog regelmatig gespeeld, maar hebben al iets gedateerds. De wereld is groter geworden na 11 september 2001 en in een wereld die het druk heeft met de botsing der beschavingen is een blik zo diep in een schrijversziel opvallend naar binnen gekeerd.

Kane’s zelfmoord plaatst een onuitwisbaar stempel op dit stuk. De personages praten over de dood als optie en over het licht waar ze naartoe willen. Bij de schrijfster hebben de angst en de wanhoop het gewonnen van de liefde. Regisseur Azzini en zijn acteurs doen een dappere poging om de pijn ten goede te keren, maar falen. De zwartgalligheid van het stuk laat zich niet temmen door naïviteit.

Aan het eind van de voorstelling staan de acteurs vooraan de container, hun tenen net over de rand. Ze staan klaar om te springen. Springen ze het leven in? Je hoopt het, maar je weet: ze gaan het flatgebouw af.

Theater Crave van Sarah Kane door Teatro, regie: Marcus Azzini, spel: Astrid van Eck, Sanne den Hartogh, Kirsten Mulder en Stefan Rokebrand, scenografie: Dries Verhoeven. Gezien 21/1 in de Brakke Grond. Aldaar t/m 28/1, tournee t/m 17/3. Meer info op www.teatro-online.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity