Recensie: ‘Helling’ van Maren E. Bjørseth/Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 14 februari 2013 om 10:00 uur
tags: , , , ,

Een wat zonderlinge jongen met poëtische ideeën over de dood en een obsessie voor olifanten, die zich “de buurman van de wereld” noemt en last heeft van over elkaar buitelende herinneringen. Thomas Höppener kijkt open, een beetje onzeker de tribune in. Steeds lijkt hij op het punt te staan om weg te lopen, maar over zijn schouder blijft zijn blik vastgezogen aan het publiek.

Höppener speelt een personage uit een recente Noorse roman, Helling van Carl Frode Tiller. Regisseur Maren Bjørseth, ook Noors, maar opgeleid in Amsterdam, koos het verhaal voor de eerste voorstelling na haar afstuderen. Bjørseth geldt als een talent: met haar afstudeervoorstelling Een Poppenhuis won ze vorig jaar de prestigieuze Ton Lutz Prijs.

Helling is het verhaal van zijn gekte, maar het bijzondere is dat het geheel vanuit zijn perspectief getoond wordt. Niet híj lijkt raar, maar zijn omgeving. Alle mensen om hem heen – ouders, pleegouders, pestende klasgenoten, foute vrienden, zijn vrienden, enzovoort– worden als karikaturen gespeeld door Rick Paul van Mulligen en Keja Kwestro: monsterlijk, wee, mierzoet, grotesk, leip of kwaadaardig.

Bovendien vallen, door zijn vervormde geheugen, tijden, plaatsen en gezelschappen voortdurend door elkaar. Bjørseth regisseert dit als harde cuts, waarbij vaak midden in een scène de personages en sfeer radicaal wijzigen. Een liefdevolle omhelzing wordt een vernederende ruzie, de dronken pa wordt de flemende pleegvader. Van Mulligen en Kwestro werken zich uiterst knap door deze strakke emotionele choreografie.

En langzaam, tergend langzaam wordt duidelijk dat deze eigenaardige jongen toch niet zo lief is als hij lijkt. De witte wand met de grote cilinder van het decor (Marjolijn Brouwer) suggereren een MRI scanner of andere medische omgeving. Voor wie reconstrueert hij dit verhaal eigenlijk?

Met haar strenge, consequente aanpak en haar grote vertrouwen in de acteurs betoont Bjørseth zich een zelfverzekerde, veelbelovende regisseur. Maar Helling ontwikkelt zich te traag om anderhalf uur te boeien. Ze maakt een enge psychologische horrorshow, waaruit je als toeschouwer niet kunt ontsnappen. Maar je raakt niet geraakt, maar murw.

Helling van Maren E. Bjørseth/Frascati Producties. Gezien 6/2/13 in Frascati WG. Aldaar t/m 9/2. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra/Frascati Producties

Parool,recensies — simber op 13 januari 2012 om 01:47 uur
tags: , , , , ,

Een Indiaas spreekwoord luidt: “Alles wat in de wereld bestaat, staat in de Mahabharata; wat er niet in de Mahabharata staat bestaat niet in de wereld.” De acteurs vertellen het terloops, als een weetje tussen vele andere die ze vanavond opdissen, zonder dat ze lijken te beseffen dat ze er later zelf ook in zullen worden opgenomen.

De Mahabharata (klemtoon ligt op ‘bha’) is een enorm en heilig epos in het Sanskriet, ongeveer zo oud als de Ilias. In het westen werd het bekend door de verfilming door theatergoeroe Peter Brook uit 1989. Zowel theatermaker Marjolijn van Heemstra als de Indiase acteur Satchit Puranik zagen die film op negenjarige leeftijd, zij in Amsterdam, hij in Mumbai. Een jaar geleden kwamen ze met elkaar in contact bij het maken van Van Heemstra’s vorige voorstelling, Family ’81.

Beiden werden bevangen door Brook’s interpretatie. Hij maakte van het Indiase epos een universeel verhaal met acteurs uit alle continenten; een Afrikaan kan de vader zijn van een Europeaan, en het kind van een Indiase. Zo maakte hij van het heldendicht een mythe over de universele verbondenheid van alle mensen op aarde.

Van Heemstra en Puranik staan samen op het toneel, zonder opsmuk of doen-alsof en vertellen over hun gezamelijke fascinatie, voor het overgrote deel in het Engels. Bij het herzien van de film bleek de magie eraf – het is goedkoop, saai en vooral het acteren is overdreven plechtig en serieus, blijkt uit een heel kort fragment dat ze tonen – maar is juist het feit dat de film twee totaal verschillende negenjarigen, zo ver van elkaar verwijderd kon raken niet een krachtige steun voor Brook’s universalistische visie?

Ze spelen in vijf minuten gekleed in kostuums uit een Indiase feestwinkel de belangrijkste plot na en ze concentreren zich op de zoektocht in India naar mensen voor wie de film belangrijk is geweest, ondertussen behoedzaam door het mijnenveld van de interculturele dialoog sluipend. Ze hebben het eigenlijk nauwelijks over de inhoud van het werk of de film behalve dat het gaat over waarom mensen die vrede willen toch conflicten hebben en verbinden het met hun eigen ervaringen met geweld en de vraag om een verklaring die dat oproept.

Het decor is allereenvoudigst, een mintgroene bank en boven hen een plafond met talloze lampjes, spaarlampen, heldere peertjes en gloeilampen met een exotisch gedraaide punt. Ook de personages uit hun korte versie zijn allemaal een eigen lampje. De sterrenhemel is dus ook de mensheid.

Het project zelf loopt uit op een conflict tijdens een symposium in het nationalistische stadje Pune, waar een meisje de Mahabharata voor India claimt en niets moet hebben van Van Heemstra’s vredesgezindheid. Ze vertelt het verhaal lelijk, boos en prekerig en even ben je bang dat de voorstelling zo gaat eindigen. Maar de zachtmoedige Puranik toont heel voorzichtig een weg voorbíj de tegenstelling van conflict en eendracht.

De twee eindigen met dezelfde dialoog die in het eerder getoonde videofragment nog zo hoogdravend klonk en nu ineens een bescheiden, bedachtzame ironie krijgt. “Wat is het grootste wonder?” “Dat iedere dag mensen sterven, maar dat wij leven alsof we onsterfelijk zijn.” En dat is, heel even, wonderbaarlijk mooi.

Mahabharata van Marjolijn van Heemstra en Frascati Producties. Gezien in Frascati op 12/1/12. Aldaar t/m 28/1. Tournee. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Interview Julie van den Berghe

interviews,Parool — simber op 15 juni 2011 om 11:57 uur
tags: , ,

In de zaal van Frascati WG in Amsterdam West sleutelt een technicus aan de afstelling van het geluid. Op het rommelige toneel staat een verhoogd podium, dat zo hoog is dat toeschouwers op de eerste rij de voeten van de spelers op ooghoogte hebben. “En als de dochter uit het stuk dan op de rand gaat zitten kijk je recht in d’r kruis”, zegt Julie van den Berghe tevreden. “Dat vind ik prachtig.”

Vorig jaar won de Vlaamse regisseur Julie van den Berghe (Gent, 1981) de Ton Lutz Prijs voor de meest veelbelovende afstuderende regisseur.  Afgelopen seizoen maakte ze voorstellingen in Gent en München, deze week gaat haar voorstelling Het meisje dat teveel van lucifers hield in première bij Productiehuis Frascati.

“De voorstelling is gebaseerd op een boek van de Canadese schrijver Gaetan Soucy”, vertelt Van den Berghe een week voor de première in de keuken van het theater. “Het gaat over een gezin met een dominante vader die zijn twee kinderen opvoedt zonder contact met de buitenwereld en hen leert lezen uit Spinoza en de Bijbel. De zoon kan eigenlijk niet echt praten, en de dochter praat alsof ze heel belezen is. Maar het is de vraag wie van de twee het gekst is.”

“Maar bij het bewerken moet je niet de anekdotiek van het boek vasthouden. Ik begin vanuit de tekst en kijk dan welk deel ik in beelden kan vertellen. Tijdens de repetitie is er nog veel tekst geschrapt en volgorde veranderd. Ik ben altijd heel lang bezig met uitzoeken waar het uiteindelijk precies over gaat. Naar wat je nodig hebt om bij de essentie te komen en die bij het publiek te laten aankomen.”

Is het niet raar om na werken in München en Gent ineens in een klein zaaltje in Amsterdam te staan? “Nee, alle drie die plekken hebben voor mij hun eigen betekenis en andere regels. De Münchner Kammerspiele is natuurlijk fantastisch, maar het is ook een groot, gestructureerd bedrijf, waar ze graag willen dat je dingen vroeg vastlegt, vanwege dat enorme apparaat eromheen. Maar er kan daar zo veel: als je een decorstuk net in een andere soort hout wilt staat het bij wijze van spreken binnen drie minuten klaar. Amsterdam voelt altijd als thuiskomen. Hier, bij Frascati, voel ik me heel vrij. Dit is de plek waar ik met het meeste risico mijn onderzoek kan doen; alle remmen los. Ik zit natuurlijk in een luxepositie, maar het voelt toch alsof het een niet zonder het ander kan bestaan.”

Het meisje dat teveel van lucifers hield is de derde voorstelling van Van den Berghe waarin acteur Steven Van Watermeulen meespeelt, een van de sterren van het ensemble uit Gent. “Steven heeft een droog gevoel voor humor waar ik bijna overdreven van houd. Soms moet ik al lachen als hij ook maar een stap zet. En hij heeft als acteur een combinatie van intelligentie en schaamteloosheid, en hij stelt heel veel vragen. Ik ben geen regisseur die van te voren het hele plan klaar heeft. Ik werk het liefst met acteurs die mee helpen, mee maken, mee zoeken en hij is daar een groot voorbeeld van. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog voorstellingen zal maken zonder hem. En ook als mens heb ik hem graag bij mij.”

Met haar engagementen in België en Duitsland zou je misschien verwachten dat Van den Berghe niet geïnteresseerd is in de cultuurbezuinigingen in Nederland, maar niets is minder waar. “Ik heb er juist zin in om hier te blijven en voorstellingen te maken. Kom maar eens kijken, dan begrijp je wel dat je dat niet zomaar weg kunt gooien. Ik vind dat mijn verantwoordelijkheid. Ik vind theater ook wel de wereld van de fantasie waar dingen kunnen gebeuren waar je van droomt. Maar mijn werk gaat óók over de maatschappij, omdat ik daar zelf deel van ben. Ik ben niet een theatermaker die heel letterlijk met politiek bezig is, maar ik zou wel een pleidooike kunnen houden.”

Het meisje dat te veel van lucifers hield gaat op 17 juni in première in Frascati WG. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Recensie: ‘Rashomon Effect’ van TA2 en Frascati

Bijna alle acteurs uit Rashomon Effect speelden wel eens een rol in politieseries als Baantjer, Russen, Witse of Flikken. Licht vermaak met clichématige personages, een effectieve red herring en eindigend met één heldere oplossing van het gepleegde misdrijf. Maar zo eenvoudig is de werkelijkheid niet. De Japanse regisseur Akira Kurosawa maakte daarover de film Rashomon, over een verkrachting en een moord vanuit het perspectief van drie getuigen, die alledrie een overtuigende maar elkaar wederzijds uitsluitende versie van het verhaal vertellen. De waarheid is ongrijpbaar, de toeschouwer blijft in verwarring achter.

De jonge Vlaamse regisseur Joachim Robbrecht baseerde zijn voorstelling losjes op de film. Dat kan interessant zijn, maar hij maakte de fatale fout om aan het complexe gegeven nog een laag toe te voegen. Robbrecht doet in zijn werk onderzoek naar de Nederlandse identiteit (eerdere voorstellingen gingen over Anne Frank, de ‘V.O.C. mentaliteit’ en het weer) en nu gaat naast ‘de waarheid’ ook Peter R. de Vries onder het fileermes. Robbrecht verplaatste de handeling naar een hotel in het noorden van het land, waar toevallig een misdaadverslaggever na tien jaar televisie zijn autobiografie aan het bijwerken is en die meteen het heft in handen neemt. Vanaf dat moment is het Miss Marple-gehalte al onverdragelijk.

Natuurlijk, Robbrecht kiest doelbewust voor clichés. We zien een geldbeluste hoteleigenaar, een blonde femme fatale, een ideale dader (“Een eenzame jongen aan de rand van het dorp en van de samenleving”) en een methodisch werkende, lidwoorden vermijdende rechercheur die gedurende de voorstelling het uit whiteboards bestaande decor volkalkt. Maar waarom moet een andere vrouw ook nog als over the top Char met geesten praten? En waarom moet haar man daar onaangedaan foto’s van maken?

Al snel ontspoort de voorstelling in absurde, gestileerde scènes. De spelers voetballen met een plastic flesje, schrijven met nepbloed “slet” op het raam, herhalen elkaars gebaartjes en bulderen als een donderpredikant ernstige teksten over “De Waarheid”.

De satire op De Vries is uiteindelijk nog niet eens zo slecht gedaan. Alwin Pulinckx plaatst met flair de holle oneliners (“De slachtoffers… Gevangen in hun morele ontreddering. De dader… Loopt nog vrij rond”) en Florentijn Boddendijk zorgt op het toneel live voor een toepasselijk goedkope synthesizer-soundtrack. Maar de makers lijken hun materiaal dan al lang niet meer serieus te nemen.

Je kunt als bezwaar tegen Peter R. De Vries’ werkwijze aanvoeren dat hij echte mensen plaatst in de simplistische schema’s van de whodunnit. Toneelschrijver Rob de Graaf formuleerde in Met  Joran aan Zee (nu te zien als lunchvoorstelling in Bellevue) voorzichtig een antwoord door Natalee Holloway en Joran van der Sloot een alternatief verhaal te geven (overigens zonder De Vries te noemen). Maar Robbrecht bestrijdt hier simplisme met simplisme. En dat is ergerlijk.

Rashomon Effect van TA2 en Frascati Producties. Gezien 24/1/10 in Frascati. Aldaar t/m 30/1. Meer info op www.tga.nl

Recensie: ‘Als gekken’ van Laura van Dolron

Vijf acteurs op een rij op een stoel in een verder leeg decor. Ze kijken neutraal. Regisseur Laura van Dolron staat aan de zijkant van het toneel. Op haar verzoek kijken de acteurs even blij of verdrietig. Het mooist, vertelt ze, is het moment dat ze er weer ‘uit’ gaan, terug naar zichzelf.

Als gekken is geïnspireerd op de film De Idioten van Van Dolron’s held Lars von Trier, maar het verband is slechts zijdelings. De acteurs –Lizzy Timers, Claire Fleury, Joris Smit, Iwan Walhain en Martijn de Rijk- willen graag gekte spelen, maar Van Dolron is juist geïnteresseerd in niet-acteren. Ze maakte eerder voorstellingen in het zelfbedachte genre stand-up philosophy, waarin ze met consequente redeneringen de leegheid van haar postmoderne relativeringsvermogen te lijf ging.

Inmiddels gaat haar onderzoek meer en meer over theater. Afgelopen herfst stond ze in een voorstelling met iedere avond een andere tegenspeler, zonder van te voren te weten wie. Nu spelen de acteurs in korte vaak geestige scènes met de conventies van acteren (inleven, rebelleren tegen de regisseur, etc), maar hoezeer ze ook doen dat ze zichzelf zijn, het blijft tekst en regie van Van Dolron en dat zie je. Het is ook de bedoeling dat je dat ziet, maar daar zit nu net het probleem.

Omdat alles in de voorstelling expliciet is vallen de gaten in haar redenering op. Ze lijkt te rebelleren tegen ouderwets, ingeleefd acteren en alsof ze Brecht zelf is, staat ze op het toneel tegen het publiek te roepen dat we moeten blijven opletten en ons niet mogen laten gaan. Maar juist in Nederland ontwikkelden groepen als Discordia en het Onafhankelijk Toneel een transparante speelstijl waarin je de acteur door het personages heen mag blijven zien. Van Dolron maakt van die traditie in haar regie dankbaar gebruik, maar lijkt hem in haar redenering juist te vergeten. Opvallend genoeg is één zaal verder Mannetje met de Lange Lul van Dood Paard en Discordia te zien, een schitterend voorbeeld van dit soort acteren, ook al in een onderzoek naar toneelspelen.

Het mooist aan Als gekken is dan ook het begin als Van Dolron de acteurs voor ons beschrijft. Eén van hen kan gebarentaal, bij een ander gaan de voeten trillen als hij gespannen is. Heel precies beschrijft ze wanneer ze verliefd wordt op een van hen, als ze hem ziet spelen. Die bovenmatige liefde voor het acteren en het theater wordt helemaal aan het eind teruggegeven als Fleury tegen het publiek zegt: “Jullie komen niet om te kijken naar ons, wij komen om naar jullie te kijken.”

Als gekken van Laura van Dolron, Frascati Productie. Gezien 9/4/09 in Frascati. Aldaar t/m 11/4 en 3-6/6, tournee.

Recensie: ‘Roll with it’ van Lucas de Man/St. Nieuwe Helden

Parool,recensies — simber op 25 januari 2009 om 22:09 uur
tags: , ,

Een voorstelling met als publiciteitstekst “fuck dit tekstje en kom gewoon” is natuurlijk bij voorbaat al sympathiek. De vorig jaar afgestudeerde regisseur Lucas de Man en zijn Stichting Nieuwe Helden zijn ook niet bang voor de allergrootste thema’s in het theater: eerlijkheid en de ‘echtheid’ van alles wat je doet op het podium. Maar in hun jeugdige overmoed zijn ze wel erg ver doorgeschoten in naïviteit

Roll with it is een performance voor De Man en nog vier acteurs, een kruising tussen therapie, repetitielokaal en De Lama’s. In een volledig omgebouw Gasthuis zit het publiek op verschillende plekken in de ruimte, met in het midden een speelvloer voor de acteurs, die aankondigen dat er niks vast ligt en dat ze allemaal een of meer ‘nummers’ te doen, waarin ze op hun manier zo oprecht mogelijk proberen te zijn.

Een van hen heeft zichzelf de opdracht gegeven om een strakke dans te doen waar hij zelf in kan geloven, een ander gaat het publiek voor in een lach-cursus, een derde richt grimmig een pistooltje op toeschouwers en vraagt: “ja of nee?” en weer een vraag aan een ander keer op keer om hem hard in zijn gezicht te slaan: “Ik wil ècht iets voelen.” Tussendoor doen ze dansante wedstrijdjes armpje drukken, of rolt er uit een hoog opgehangen printer een opdracht voor de vijf, opgegeven door een toeschouwer van gisteravond.

Het grootste probleem lijkt dat er zo weinig kameraadschap te zien is tussen de acteurs: tijdens hun individuele nummers worden ze weinig opgejaagd, tegengesproken of uitgedaagd. De poging tot oprechtheid zit in hun eigen hoofd en wordt niet zichtbaar voor het publiek. De schaarse keren waarop dat wel gebeurd – De Man die de Tsjechische Jan Barta dwingt Nederlands te spreken, de afspraak om op bepaalde momenten alle bijgedachten moeten worden uitgesproken-  zijn meteen spannend. Als ze samen een paar liedjes spelen zijn ze even een (goed) bandje, maar de harde muziek plaatst de jongens weer op afstand.

Maar de openheid van de setting is wel verleidelijk. De toeschouwers zijn vrij genoeg om zich ertegenaan te bemoeien en als sommige onderdelen minder spontaan zijn dan De Man ons wil doen geloven, dan is dat goed gespeeld. Deze voorstelling werd een beetje grimmig omdat één van de acteurs een opdracht weigerde, wat tot een venijnige ruzie leidde. Andere avonden zullen meliger, serieuzer of intiemer zijn.

Maar het blijft onbeholpen, deze oprechtheid zonder theatrale vorm. Voor de makers waarschijnlijk confronterend en waardevol, maar voor het publiek uiteindelijk oninteressant.

Roll with it van Nieuwe Helden en Frascati Producties. Gezien 24/1/09 in Frascati WG (vh. Gasthuis). Aldaar t/m 31/1. Meer info op www.rollwithit.nl

Profielen: M-lab, Frascati, Discordia, Suburbia

overig,Theatermaker — simber op 5 januari 2009 om 11:41 uur
tags: , , ,

In het decembernummer van TM een overzicht van alle nieuwe/vernieuwde instellingen in het nieuwe subsidieplan. Hieronder die van mij over M-lab, Frascati, Discordia en Suburbia.

M-lab

De Basisinfrastructuur kent niet veel geheel nieuwe instellingen, het productiehuis voor muziektheater M-lab is een van twee nieuwkomers. En dat is opvallend, want het initiatief voor deze broedplaats komt van musicalkoning Joop van den Ende. Hij miste in Nederland een plek waar kleinere, experimentele musicals ontwikkeld kunnen worden en besloot in 2006 met zijn Vandenende Foundation startkapitaal te verzorgen voor een nieuw initiatief. M-lab streek neer aan de Ponthaven in Amsterdam Noord en schrijver en regisseur Koen van Dijk (o.a. Cyrano en Joe) werd artistiek leider. En nu is er dus een bescheiden structurele subsidie voor de produktiehuisactiviteiten. De Vandenende Foundation blijft daarnaast tot 2010 garant staan voor de expoitatie.

Maar subsidie voor musicals, is dat nou wel nodig? “In Nederland is musical synoniem met groot decor, veel kostuums en het gaat nérgens over”, stelt Van Dijk: “Dat zijn wij juist níet aan het subsidiëren. Als mensen bij ons komen zeggen ze achteraf: dit is geen musical, dit vond ik leuk! Wij gebruiken dan ook liever de term muziektheater. Wij zijn op zoek naar het publiek dat normaal naar toneel of opera gaat en we laten ze iets zien dat wél spannend en stimulerend is en je aan het denken zet.” Continue reading “Profielen: M-lab, Frascati, Discordia, Suburbia” »

Wunderbaum speelt Magna Plaza in de Villa Arena

overig,Parool — simber op 21 november 2008 om 00:29 uur
tags: , , ,

De titel was er al voordat er locaties werden gezocht en nu speelt theatergroep Wunderbaum de voorstelling Magna Plaza niet in het winkelcentrum achter de Dam, maar in de Villa Arena in Amsterdam Zuidoost. “We vonden Magna Plaza zo’n goede naam, met dezelfde nep-grandeur als ‘La Place’ of ‘Food Court’”, vertelt acteur Walter Bart. “We hebben natuurlijk gekeken in de ‘echte’ Magna Plaza, maar het was te klein! We hebben voor onze voorstelling een paar lange zichtlijnen nodig, en die konden we daar niet maken.”

Tijdens de voorstelling spelen de vijf acteurs van Wunderbaum tussen het winkelende publiek. De toeschouwers van de voorstelling zitten op grote afstand en krijgen door een koptelefoon de dialogen te horen, samen met muziek van componist Remco de Jong. De voorstelling werd gemaakt in Gent en speelde eerder met veel succes in winkelcentra als Alexandrium in Rotterdam en Hoog Catherijne in Utrecht.

“We vonden een groot winkelcentrum een goede plek om de marktwerking van liefde te onderzoeken”, verklaart Bart. “Er wordt tegenwoordig heel economisch over relaties gesproken: je moet ‘investeren’, mensen kopen dingen voor elkaar om iets gedaan te krijgen. Het is een heel technische benadering van gevoelens.”

De spelers vonden in de film Dolls van de Japanse regisseur Takeshi Kitano een aantal sprookjesachtige verhalen: een vrouw wordt krankzinnig omdat haar geliefde met een ander moet trouwen; een popsterretje raakt verminkt, wat een verliefde fan tot een gruweldaad drijft; een man wacht voor eeuwig op een oude liefde. “Het is een over-the-top sprookjesrealiteit die we in het consumentisme van een mall plaatsen, begeleidt door een kitcherige rock-opera van Remco.”

Bart weet nog niet of het publiek in Amsterdam heel anders zal zijn: “Op de andere locaties liepen allerlei sociale klasses door elkaar heen: hangjeugd, gezinnen met kinderen, zwervers. We hopen dat er in de Villa Arena genoeg variatie is. Maar de architectuur is prachtig. Het publiek komt te zitten op een plek van waar je weids uitzicht hebt over acht roltrappen. De directie had er geen moeite mee dat wij hier gaan spelen. We hebben ook geen groot decor of veel licht. Opbouwen doen we in een uurtje. Het is echt hit-and-run theater.”

Het onbewuste publiek reageert vaak verrast. “Mensen zien wel meteen dat er iets aan de hand is. Het is behoorlijk theatraal wat we doen. We gaan op de grond liggen, ik moet mijn medespeelster Wine Dierickx slaan –dat heeft wel eens een probleem opgeleverd met een gekke zwerver-, maar de meeste mensen denken dat het een promotie is, of een filmopname. Ze zien de volgspot aan voor een camera. Het is leuk om te spelen met de code van het theater, maar soms merk je dat je meer met die code bezig bent dan met de inhoud van wat je te vertellen hebt.”

Wunderbaum speelt van het begin af aan veel op locatie. De groep begon onder de naam JongHollandia toen de acteurs –vers van de toneelschool in Maastricht- werden opgepikt door regisseur Johan Simons. Ze verhuisden met hem mee naar België toen Simons directeur werd bij NT Gent. Daarnaast kwamen ze in Nederland onder de hoede van Productiehuis Rotterdam. Ondanks het feit dat een groot deel van de acteurs in Amsterdam woont, kiest Wunderbaum de komende vier jaar voor de Maasstad. “We hebben eigenlijk nooit zo veel in Amsterdam gespeeld, we moeten hier echt nog publiek opbouwen. En op locatie spelen is hier moeilijker dan elders. Mensen zijn niet geïnteresseerd of gaan je zelfs tegenwerken. We zijn dan ook erg blij dat Frascati de komende jaren meer aan locatietheater wil gaan doen.”

Magna Plaza speelt zaterdag en zondag in de Villa Arena. Kaartverkoop via Frascati. Meer info op www.theaterfrascati.nl

Interview Mark Timmer

interviews,Theatermaker — simber op 17 november 2008 om 19:24 uur
tags: , , ,

Sinds begin dit jaar is Mark Timmer artistiek directeur van de fusie-organisatie Gasthuis-Frascati. Werkplaats Gasthuis in Amsterdam West, waar Timmer al sinds 2001 directeur was, en podium en productiehuis Frascati in de Nes groeiden al enige jaren naar elkaar toe. Eind september presenteerde de nieuwe organisatie zich. Een gesprek over lange lijnen, cruciale gesprekken en infiltreren in de stad.

Het eerste gesprek met Mark Timmer is een paar weken vóór Prinsjesdag. Er is nog veel onzekerheid over de financiering, er dreigen structurele problemen voor de productiehuizen in de Basisinfrastructuur en Timmer is een beetje terughoudend om er al te veel over te zeggen. Liever heeft hij het over de plannen voor Frascati en zijn fantastische nieuwe team. Maar voor die tijd moet hij toch het een en ander kwijt: ‘Vanuit de productiehuizen gezien is het afgelopen jaar een tamelijk destructieve exercitie geweest. We hebben lang het idee gehad dat we niet serieus zijn genomen. De gesprekken met subsidiënten zijn zeer vriendelijk, maar eigenlijk is het heel pijnlijk. Ze lijken niet langer je partners, er is geen historisch besef. Je ziet het bij alle overheden. Je zit steeds vaker te praten met de plaatsvervanger van de interim van een adjunct die met zwangerschapsverlof is. De belangrijke beleidsbepalers van diensten en de bepalende ambtenaren met passie en hartstocht, die zeggen ‘dat ga ik voor jou voor mekaar krijgen’ zijn verdwenen. Wellicht is het kunstenveld ook te groot en te onoverzichtelijk geworden, maar ik mis gesprekspartners om lange lijnen mee uit te zetten.’
Continue reading “Interview Mark Timmer” »

Verslagje Breakin’ Walls

Parool,verslagjes — simber op 13 november 2008 om 00:25 uur
tags: , , , ,

Breakin’ Walls moet meer worden dan het jongerenfestival van Theater Frascati. Festivalcoördinator Kiki Rosingh wil van Breakin’ Walls een ‘label’ maken voor alle jongerenvoorstellingen in de Nes, en wil tijdens het festival meer mixen met de reguliere bespelers van Frascati. “Wij zijn het jonge, hippe, stoute broertje van Frascati”, zei Rosingh gisteravond bij de opening van de zesde editie.

Dat voornemen komt het best tot uiting in twee projecten, waar gerenomeerde theatermakers samenwerken met jonge multiculturele jongeren. Zo maakte multimedia-kunstenares Carina Molier een film met studenten van de multiculti theateropleiding ITS DNA. In Zorn volgt een cameraploeg een vluchteling naar het gesprek waarin besloten wordt over zijn asielverzoek. Buiten de hekken van een groot gebouw, naast het hokje met twee bewakers gebruikt ze hortende hand-held camerabewegingen en een dreigende soundscape om het zenuwachtige wachten te tonen.

Molier weet met de hectische vorm en naturel acteren heel terloops de wanhoop van de jonge vluchteling te laten zien. Misschien net iets té terloops. De makers zeggen geïnspireerd te zijn op de weerbarstige filosoof Peter Sloterdijk (en op een scène uit de BNN serie Couscous & Cola), dat is meer pretentie dan dit half uur film kan dragen.

Speelser en veel vrolijker is de voorstelling Orange Guinea Pigs Into The Black Hole van het jonge mimecollectief Orange Guinea Pigs, dat begeleid werd door mime-regisseur Sanne van Rijn. Linar Ogenia en Laurens Oliveiro studeerden vorig jaar af aan de mime-opleiding en presenteren nu een reeks scènes, waarin ze fysieke begaafdheid koppelen aan aanstekelijke humor.

Ze doen een scène waarin ze een golftas vol sportartikelen het juiste instrument zoeken om de ene elastiekbal tegen de andere te schieten, een scène waarin ze zichzelf met een computermuisbesturen op Robot Rock, en een scène waarin ze stilstaand elkaar achterna rennen. Het is allemaal los en associatief, met als terugkerend thema ‘keuzes maken’, maar het wordt toch een eenheid door het vormbewustzijn van Van Rijn, die hiermee lijkt terug te grijpen op de werkplaatsvoorstellingen die ze jaren geleden met Roy Peters maakte bij het Gasthuis. Charmant en veelbelovend.

Overigens is tijdens het festival ook nog Mijn Naam is Rachel Corrie te zien van Laura van Dolron, een oudere, maar mooie voorstelling over een naïef meisje in de Gazastrook.

Breakin’ Walls duurt nog t/m zaterdag. Meer info op www.breakinwalls.nl

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2020 Simber | powered by WordPress with Barecity