Recensie: ‘De Prooi’ van Het Nationale Toneel

Een kort tableau: Mark Rietman als bankdirecteur Rijkman Groenink met een ree in z’n armen. Hij laat het voorop het toneel vallen, waar het opgezette dier gedurende de hele voorstelling zal blijven liggen. Als prooi van Groenink de vervente jager, die ook ooit eens z’n eigen arm er bijna afschoot.

De toneelbewerking door Het Nationale Toneel van Jeroen Smits bestseller De Prooi, over de teloorgang van ABN-Amro, bedient zich vrij consequent van dit soort eenduidige symboliek. Het is een zeer onderhoudende, snelle voorstelling geworden, uitstekend te volgen voor wie het boek niet gelezen heeft of wie überhaupt niks van economie weet. De Prooi gaat namelijk niet over bankieren, maar over macht.

In de bewerking van Sophie Kassies leggen drie jonge bankjochies (onder wie een opvallend lepe Michel Sluysmans) steeds gretig aan het publiek de context uit en de overige rollen worden kraakhelder aangezet: Hajo Bruins is de aardsintrigant Wilco Jiskoot, Pieter van der Sman is de ogenschijnlijke schlemiel Reinhard van Tets, Jaap Spijkers is de man van de oude stempel en het familiegevoel, Betty Schuurman is de enige vrouw aan de top die nooit in de Raad van Bestuur zal komen.

Maar het alfamannetje is in alles Mark Rietman, langer, slimmer, sneller en uitgekookter dan iedereen en met een wereld- en mensbeeld uit een roman van Ayn Rand: “De wereld is wat hij is: hard. Daarin ligt alles besloten: de pijn, de hoop en de schoonheid.” Aan het eind is vooral dat mensbeeld de oorzaak dat hij het aflegt tegen Jiskoot die alles als een spel blijft zien.

Maar in het machtsthema zit ook meteen het probleem met de voorstelling. Macht is vertrouwd terrein voor een theatermaker als regisseur Johan Doesburg en De Prooi is non-fictie geperst in het bekende dramatisch schema van opkomst en ondergang, dat u kent van Julius Caesar tot The Social Network. (Vooral Shakespeare’s Richard III lijkt het model geweest te zijn voor Groenink – zelfs de lamme arm komt overeen.) De voorstelling is in die zin geruststellend: zo is het altijd gegaan, hoogmoed komt voor de val, dezelfde karaktereigenschappen die zorgen voor je succes, zorgen ook voor je ondergang, etc.

Het decor is een witte wand bekleed met bont die kan kiepen, zodat het een steile helling wordt. Helemaal om z’n as wentelt hij, zodat de andere kant zichtbaar wordt, een vloer met tafels. Maar omdat die tafels de hele tijd schuin staan, moeten de acteurs in strakke krijtstreeppakken steeds in rare poses en onnatuurlijke grijphoudingen hangen. De apenrots op efficiënte wijze verbeeld.

Jammer is alleen dat de acteurs (ongetwijfeld met de ARBO-wet in het achterhoofd) zich de hele tijd moeten vastgespen, met haken en koordjes die aan hun strakke pakken vastzitten. Dat verhullen ze niet, ze halen er leuke grappen meer uit. Maar omdat het zo in het oog loopt blijf je je afvragen het betekent. Het werkt tenslotte ook als metafoor: niet alleen letterlijke zekering, maar ook figuurlijke.

En het is niet de veiligheid van de bankiers: die jongleren weliswaar met andermans geld, en dus met een vangnet, maar omdat het ze eigenlijk niet om geld te doen is kunnen ze wel degelijk écht verliezen – zoals Groenink uiteindelijk ook doet. Het gaat dus over de veiligheid van de kunstenaars, die liever dicht bij huis blijven dan wezenlijke vragen stellen. Zoals bijvoorbeeld: waarom laten we (overheid, toezichthouders en niet te vergeten klanten) onze bedrijven op deze feodale manier leiden, terwijl we het landsbestuur sinds Shakespeare hebben gerationaliseerd?

De Prooi van Het Nationale Toneel. Gezien 10/3/12 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 23-24/4. Tournee t/m 9/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Midzomernachtsdroom’ door Het Nationale Toneel

BNR Nieuwsradio draait Can’t buy me love van de Beatles, nadat de presentatrice de vijandige overname heeft aangekondigd van het bedrijf Amazona door Theseus, en dat in een moeite door de CEO’s van beide bedrijven ook nog gaan trouwen. Terwijl de muziek schalt, maken talloze bedienden en technici het toneel klaar voor het burgerlijke huwelijksfeest van de in powersuits geklede Theseus (Stefan de Walle) en zijn verovering, de Amazonekoningin Hippolyta (Ariane Schluter).

De voorstelling Midzomernachtsdroom begint bijna als parodie op het maatschappelijk geëngageerde theater dat nu in Nederland zo gangbaar is. Maar regisseur Theu Boermans maakt van zijn debuut bij Het Nationale Toneel een feestelijke, erg geestige avond die uiteindelijk een pleidooi is voor de fantasie op het toneel.

Midzomernachtsdroom is tenslotte Shakespeare’s meest uitbundige komedie, maar ook zijn meest dwaze. Aan de vooravond van de bruiloft verdwalen allerlei types in een sprookjesbos, dat beheerst wordt door elfenkoning Oberon (dubbelrol van De Walle), die met wat tovenarij de liefde, lust en verlangens van de mensen in zijn woud overhoop gooit.

De overgang van de mensen- naar de elfenwereld is een weergaloos effect: de tafels storten in, de enorme partytent zeigt neer en er valt een enorme stroom gruis uit de lucht, tot het hele podium eruit ziet als een open plek in het bos. De ceremoniemeester (Antoinette Jelgersma) transformeert tot Oberon’s knullige helper Puck.

Haar belangrijkste slachtoffer is Bok (Pierre Bokma), een van de theatertechnici die in het woud een amateurtoneelstukje aan het oefenen is om uit te voeren voor het verse bruidspaar. Bokma maakt er met plat Haags accent een verrukkelijk komisch type van, een bombast met een klein hartje, die betoverd wordt tot een angstig balkend ezeltje.

Helemaal aan het eind, als alle betoveringen verbroken zijn, en er inmiddels niet één maar drie huwelijken te vieren zijn, krijgen we als toetje ook nog dat toneelstukje te zien over de voor elkaar stervende geliefden Pyramus en Thisbe, waarin Bokma tussen twee grappen door met drie zinnen tekst en een deerniswekkende blik nog even echt weet te ontroeren. Alleen zijn rol is al de gang naar de schouwburg waard.

De hartstocht van de mens is wispelturig en het is maar goed dat we het huwelijk hebben om haar te temmen, lijkt Boermans te willen zeggen. Midzomernachtsdroom is een niet in de laatste plaats een wedstrijd voor het thuispubliek: Boermans moet de harten van het toch altijd wat conservatieve Haagse publiek weten te veroveren. Dat is hem, gezien de zeer lovende reacties op de première, ruimschoots gelukt. Maar je kunt de voorstelling ook zien als uitdaging aan zijn belangrijkste concurrent: Ivo van Hove’s Toneelgroep Amsterdam. Tegenover diens realistische engagement plaatst hij ongebreidelde verbeeldingskracht. Het Nederlandse theater wordt daar zeker niet minder interessant van.

Midzomernachtsdroom door Het Nationale Toneel. Gezien 11/11/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 19-21/12. Tournee t/m 1/2/12. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Gekluisterd’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 20 oktober 2011 om 01:18 uur
tags: , , , ,

Als de witte wand voor het decor naar voren kiept verwacht je een enorme klap, maar net voor hij beneden is komt hij rustig en gecontroleerd neer. Alleen een koude windvlaag raast langs de hoofden van de toeschouwers. Een mooi inzoom-effect zuigt ons meteen in de smerig witte doos erachter, waar Maxie en Kate wonen. Of beter: ze zitten er opgesloten.

Gekluisterd (Bedbound) is een rauw maar erg talig stuk van de Ierse toneelschrijver Enda Walsh. Twee jaar geleden maakte regisseur Susanne Kennedy bij Het Nationale Toneel van zijn New Electric Ballroom een ijzingwekkend horrortableau, nu maakt Johan Doesburg bij hetzelfde gezelschap een voorstelling die volledig drijft op de acteurs.

Iedere ochtend gaat Maxie in zijn enige pak naar zijn werk in het magazijn van een meubelzaak. Het pak is nog klam van het wassen de avond ervoor. Als Mark Rietman het vertelt zie je het joch meteen voor je. Rietman draagt een veel te groot pak met een vistnetshirt eronder. Iemand die netjes wil doen, maar eigenlijk een beest is. Tijdens de lunchpauze maakt Maxie aantekeningen in zijn boekjes ‘vijanden’ en ‘verkopers’.

Als hij zijn verhalen vertelt, speelt Kate (Sophie van Winden) alle overige personages. Zij is dubbel opgesloten: niet alleen in de witte box, maar ook nog in het smoezelige bed in het midden. Ze heeft een bochel en een trekkend been van de polio. Zijn het vader en dochter? Al snel ontsporen de verhalen. Maxie blijkt nogal moorddadig en psychotisch aangelegd en Kate is geobsedeerd door stront en drek. Hoogtepunt is een door Rietman bloedstollend vertelde moordaanslag met terpentine en een sigaar.

“Wat ben ik als ik niet de woorden ben? Dan ben ik lege ruimte”, zegt Kate, en daar raakt ze de kern. Het zijn twee mensen die al pratend en verhalend zichzelf construeren. Nu eens lijzig, dan weer hyperactief, altijd vermoeid en waakzaam. Wat ze vertellen is heftig en soms gruwelijk, maar ook meteen op afstand door de virtuoze taal en beheersing in spel.

Daar wringt de voorstelling ook een beetje. Je luistert graag naar deze twee acteurs, maar waar ze het over hebben blijft ver weg. Net als aan het begin voel je de klap aankomen, maar wordt die uiteindelijk bedwongen.

Gekluisterd van Het Nationale Toneel. gezien: 19/10/11 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 29/10. Meer info op www.nationaletoneel.nl

TA vs NT in 11/12

columns — simber op 9 juni 2011 om 23:28 uur
tags: , ,

(Wegens ruimtegebrek niet meer in de TM gekomen…)

Begin april brachten zowel Toneelgroep Amsterdam (TA) als het Nationale Toneel (NT) met enig tamtam hun programma voor het volgende seizoen 2011/12 naar buiten. Met het aantreden van Theu Boermans als artistiek leider mag het NT eindelijk ook artistiek meedoen als zwaargewicht. Hoogste tijd voor een tweekamp op de vuist. Wie weet de verwachtingen het hoogst op te kloppen? Een knokpartij in 7 rondes.

1. Aantal premières
TA is het duidelijkst in het persbericht: het gezelschap presenteert zeven nieuwe voorstellingen. Eén daarvan is een TA-2 productie. Bij het NT tellen we zes nieuwe titels, plus een nog onbekende zevende, een nieuwe voorstelling van Susanne Kennedy. De onvoorspelbare Laura van Dolron tilt het NT over de top: zij komt volgend seizoen ‘meerdere malen’ terug met op dit moment nog geheel onbekende performances. TA stribbelt nog tegen met negen reprises, maar het mag niet baten. Deze ronde gaat naar NT.

NT 1 – TA 0

2. Repertoirekeus

TA kiest voor groot en veilig met twee Molières, een Shakespeare een bewerking van een boek met voldoende snob-appeal (Disgrace van Coetzee) en een filmbewerking (Husbands van Cassavetes). De jonge regisseurs kiezen voor Amerikaanse schrijvers: Arthur Miller en Tenessee Williams. In Den Haag doen ze ook een Shakespeare en ook een bekend boek, maar dan – hoe origineel – non-fictie. Daarnaast nog een romanbewerking (De begeerte heeft ons aangeraakt naar Bert Natter) en verder onbekende stukken van Fassbinder, Enda Walsh en Dea Loher. Erg mwoah allemaal. TA wint nipt.

NT 1 – TA 1

3. Internationale gastregisseurs

TA weet meer en meer internationale topregisseurs aan te trekken. Volgend seizoen komen Luk Perceval en de in Nederland nog onbekende Dimiter Gotscheff (in Duitsland gerenommeerd vanwege zijn samenwerking met Heiner Müller). Als klap op de vuurpijl komt Johan Simons Macbeth maken. Het NT heeft daar maar weinig tegenover te stellen. Ene Franz Wittenbrink komt de voorstelling Koninginnenacht regisseren. “Wittenbrinks voorstellingen kenmerken zich doordat ze geheel gezongen worden.” Klinkt als een onbekende, goedkopere Marthaler. TA wint, met overmacht.

NT 1 – TA 2

4. Grotezaaldebuut

Beide gezelschappen hebben een jonge regisseur in de gelederen die na een talentontwikkelingstraject dit seizoen de grote zaal in mag. In Amsterdam gaat Eric de Vroedt Na de zondeval regisseren, het stuk waarin Arthur Miller terugkijkt op zijn huwelijk met Marilyn Monroe. Susanne Kennedy doet een stuk van Fassbinder met Els Dottermans en Betty Schuurman. Het is een felle strijd, maar het NT wint: De Vroedt heeft al stiekem in de grote zaal gestaan toen de reprise van Glengarry Glen Ross ineens in de Rabozaal was, en Kennedy lijkt van alle jonge theatermakers in Nederland het meest thuis in de grote bak.

NT 2 – TA 2

5. Grootschalige Shakespeare

Theu Boermans opent het seizoen met Midzomernachtsdroom, met o.a. Pierre Bokma, Ariane Schluter, Stefan de Walle en Matteo ‘Soldaat van Oranje’ van der Grijn. Dat wordt vast heel goed, maar het kan echt niet op tegen de seizoensafsluiter van TA: Macbeth, waarin regisseur Johan Simons wordt herenigd met Fedja van Huêt in de titelrol. Fedja speelde zijn mooiste rollen bij Simons (De Bitterzoet, Bacchanten) en met Chris Nietvelt als de Lady lijkt dit de absolute klapper van het seizoen te gaan worden. TA wint.

NT 2 – TA 3

6. Maatschappelijk engagement

De Vrek van Molière over geld en hebzucht laten gaan, daar slaan we niet stijl van achterover. Ivo van Hove zal van de komedie ongetwijfeld weer een actuele voorstelling weten te maken, zoals eerder Het temmen van de feeks of Der Menschenfeind in Berlijn. Maar in Den Haag gaat Johan Doesburg iets interessants doen: een bewerking van De Prooi, het boek van Jeroen Smit over de ondergang van ABN-Amro. Bovendien onthult dit een heel scala aan nog niet gebruikt materiaal voor voorstellingen. Verwacht de komende jaren dus theaterbewerkingen van Wij zijn ons brein, Het geheim van de Telegraaf en Congo (oh nee die was er al, Missie!).

NT 3 – TA 3

7. Acteursrollen

Hier komt het NT in de problemen, want met een mooi bezette Midzomernachtsdroom en Mark Rietman als Rijkman Groenink ga je het niet redden tegen TA. Hans Kesting speelt De Vrek, Fedja van Huêt Macbeth en Karina Smulders speelt in zowel het op Marilyn gebaseerde personage in Na de zondeval als de door Liz Taylor beroemd gemaakte rol in Kat op een heet zinken dak. Zo goed als KO voor TA.

NT 3 – TA 4

Theu-bonus

Maar in het zicht van de nederlaag zet Theu Boermans zijn joker in: aan het begin van het seizoen presenteert hij zich aan het Haagse publiek met een flink aantal reprises, waaronder de legendarische voorstelling De Presidentes van De Trust, met de originele cast (Blok, Van Eyle, Jongeling) en de Hamlet die hij vorig seizoen maakte in Graz. Is het genoeg? Nee…

NT 3½ – TA 4

Maar geen nood, volgend jaar revanche.

Recensie: ‘Het verjaardagsfeest’ van Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 24 mei 2011 om 12:43 uur
tags: , , , ,

“Je bent jarig. En ik had het nog wel geheim willen houden.” Bij Harold Pinter is zo’n zinnetje geen verontschuldiging, maar een bevel. Susanne Kennedy regisseert Pinters vroegste toneelstuk als grotesk kinderachtig kamertheater, maar weet deze keer te weinig diepte te geven aan de strakke vorm.

Susanne Kennedy is een van de meest interessante jonge theatermakers van de afgelopen jaren, met een volkomen eigen stijl. In september won ze nog de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent, ze maakte een goed ontvangen voorstelling in München en haar vorige regie bij Het Nationale Toneel, Emilia Galotti, werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival als een van de tien beste voorstellingen van het seizoen.

Zoals altijd plaatst Kennedy, met haar vaste vormgever Lena Müller, haar acteurs een in gesloten ruimte, dit keer dit keer een kleine, spaarzaam ingerichte huiskamer in een Engels pension, voor het publiek afgesloten door een spierwit rolluik. Het pension heeft slechts één gast, Stanley, en wordt bestiert door Meg (Ariane Schluter) die een broek heeft van dezelfde witte stof als de bank. Schluter, toch vooral bekend van meer naturalistische rollen, mag losgaan op deze absurd formele acteerstijl.

Alle acteurs hebben de motoriek van poppen en spreken Pinters afgemeten zinnetjes kinderlijk en vragend uit, alsof ze doelbewust het psychologische geweld van de Engelse Nobelprijswinnaar verhullen. Kennedy’s voorstellingen kenmerken zich door het aankijken van het publiek, maar dit keer is het niet brutaal en uitdagend, maar eerder verschrikt en betrapt. Het geweld is wel degelijk aanwezig. Maar de passieve agressie waarmee Meg haar man behandelt en de achter naïeve keurigheid verborgen bruutheid waarmee twee raadselachtige nieuwe pensiongasten het op Stanley voorzien hebben zijn niet bedreigend, maar worden potsierlijk.

Dat heeft te maken met het geluidsbeeld: om de afstand nog verder te vergroten wordt alle geluid versterkt, of door effecten vervangen, zodat ademen, cornflakes eten en klappen onnatuurlijk hard en schel klinken. Het versterkt het idee dat je van buitenaf door een raam naar binnen gluurt. Het rolluik lijkt er dan ook niet voor bedoeld om indringers buiten te houden, maar eerder om ontsnappen onmogelijk te maken. Na The New Electric Ballroom en Emilia Galotti maakt Kennedy opnieuw voorstelling als een akelig poppenhuis, maar minder dan de vorige kruipt deze onder je huid. Misschien is het de verhouding tussen humor en geweld, maar misschien is Pinter ook wel niet pervers genoeg.

Het verjaardagsfeest van Het Nationale Toneel. Gezien 19/5/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati): 27/5 t/m 4/6. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Sartre zegt sorry’ van Laura van Dolron, Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 21 april 2011 om 14:36 uur
tags: , , ,

Waarom hebben sombere uitspraken van lelijke mannen toch altijd zoveel succes? Laura van Dolron ergert zich er wild aan. In Sartre zegt sorry roept ze de existentialistische (en zoals bekend afstotelijke) filosoof ter verantwoording voor het leed dat hij de wereld heeft aangedaan. Want volgens dertiger Van Dolron is het allemaal zijn schuld: de twijfel van haar generatie, het morele relativisme, het onvermogen om tot handelen te komen.

Zelf staat ze als aanklager op het podium, met de welwillende Steve Aernouts als Sartre, als het ware uit de dood herrezen om onze zonden op zich te nemen. Geestig en spits attaqueert Van Dolron de arme Sartre, en Aernouts mag pas wat zeggen als hij het echt meent. Stand-up philosophy noemt Van Dolron dit zelf uitgevonden genre. Ze maakt dit soort voorstellingen nu al een aantal jaar, een persoonlijke zoektocht naar een uitweg uit het cynisme, en ze beheerst de vorm inmiddels virtuoos. De tobberige Van Dolron schuurt prettig met Aernouts’ zachtmoedigheid.

Mooi is het als ze Sartre’s stelling dat schoonheid niet bestaat pareert met een ellenlange opsomming van alledaagse pracht. Extreem herkenbaar is haar beschrijving van dertigersvriendschappen als het uitwisselen van monologen in steriele koffieplekken. Verwarrend is het als ze praat over haar vriendje dat ze na een negen jaar durende anti-romantische relatie ten huwelijk vraagt. Is het authentiek of spel? Van Dolron is altijd meer agitator dan actrice geweest, en haar pogingen tot oprechtheid voelen vaak nogal instrumenteel.

De voorstellingen van Laura van Dolron zijn als afleveringen van een tijdschrift: het format en de toon liggen vast, de onderwerpen verschillen, maar hebben een beperkte bandbreedte. Na er meerdere gezien te hebben begint er iets een beetje dwars te zitten.

Pas aan het eind, als Sartre het woord neemt, wordt het duidelijk: Sartre heeft het allemaal niet zo bedoeld, ook hij was in de greep van angst een een verlammende liefde voor Simone de Beauvoir. “Ben je ooit zo bang om iets te verliezen dat je het niet wilt bezitten?” Sartre is juist altijd op zoek geweest naar tegenspraak, zegt hij. Maar daar zit ‘m nou net de kneep: dat zijn niet de woorden van Sartre, maar die van Van Dolron, uitgesproken door een acteur. En daardoor slaan ze ook weer op Van Dolron zelf terug. Haar voorstellingen blijven discussies met zichzelf en inmiddels is wat meer invloed van buiten, een beetje échte tegenspraak nodig.

Sartre zegt sorry van Laura van Dolron. Gezien 19/4/10 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati): 26/4 t/m 14/5. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Interview Theu Boermans

Het Compagnietheater bruist van de activiteit. Beneden in de hal wordt een filmpje opgenomen met Monique van de Ven, terwijl in de keuken van het restaurant de avond wordt voorbereid. Boven, in de zaal, repeteert Theu Boermans met zijn acteurs aan de voorstelling De Eenzame Weg, die over een week in reprise gaat. Ze werken aan de scène waarin het personage van actrice Katja Herbers zelfmoord pleegt door in een enorme bak schuim te rollen. Ze moet onzichtbaar ontsnappen, een truc die eenvoudig lijkt, maar als je er even over nadenkt doodeng is.

‘Er zit nu ook een filmproductiebedrijf, een paar jonge ontwerpers en het kantoor van Het Theaterfestival’, vertelt Boermans even later in zijn eigen kamer, met uitzicht over de Kloverniersburgwal. Er staan nog flink wat verhuisdozen. ‘Het gezelschap De Theatercompagnie is opgeheven en de kantoren die we hadden voor dramaturgie, publiciteit en techniek zijn nu verhuurd. Maar er stonden nogal wat spullen die nu maar even hier blijven.’

Een paar jaar geleden leek het afgelopen met Theu Boermans. Zijn gezelschap De Theatercompagnie kreeg geen subsidie meer, zijn inzet om naast Toneelgroep Amsterdam een tweede stadsgezelschap te vormen had tot niets geleid. De groep werd opgeheven en al het personeel ontslagen. Maar Boermans hield één troef in handen: Het Compagnietheater.

Continue reading “Interview Theu Boermans” »

Recensie: ‘Faust’ van Het Nationale Toneel

Wie besluit Faust op de te voeren haalt zich een probleem op de hals. Want hoewel het tweedelige stuk een rijkdom aan ideeën en filosofie kent die slechts vergelijkbaar is met Hamlet, is Goethe veel minder dan Shakespeare geïnteresseerd in het componeren van een dramatisch spannend verhaal. Onspeelbaar leesdrama wordt het daarom regelmatig genoemd, en met name het tweede deel wordt niet vaak opgevoerd.

Regisseur Johan Doesburg en Het Nationale Toneel hebben het nu dan aangedurft en spelen Faust I & II als marathon van zes uur of op twee opeenvolgende  avonden. Maar ondanks dat het gezelschap groots uitpakt, leiden de bijzondere zaalopstelling, het enorme aantal kostuums en pruiken, de kordaat gemoderniseerde vertaling en bewerking van Janine Brogt en de grote hoeveelheid stijlen en thema’s niet tot een onmisbare theaterbelevenis.

Faust (betrouwbaar, maar niet opzienbarend gespeeld door Jaap Spijkers) is een oude kamergeleerde die aan het eind van zijn leven het gevoel heeft dat hij zijn tijd verspild heeft met het zoeken naar kennis, maar het leven aan zich voorbij heeft laten gaan. De duivel Mefisto biedt hem het bekende contract: een leven lang almacht in ruil voor zijn zieleheil, bezegeld met een drupje bloed. Wat Faust niet weet is dat hij de inzet is van een weddenschap tussen Mefisto en God (een gezette oudere heer in een wit trainingspak), die stelt dat in alle verleidingen de mens toch een gevoel van goed en kwaad zal behouden.

Zo begint Fausts zoektocht naar bevrediging, een reis langs genot, liefde, rijkdom en macht, begeleid door de trommels, bellen en piano-soundscape van Harry de Wit. Maar bij alles wat Faust wil – de liefde winnen van de mooie Gretchen, in de gunst komen bij de keizer, nieuw land winnen uit zee – stribbelt Mefisto tegen. Steeds wordt Faust uitgelokt om zelf morele grenzen over te gaan, moorden te plegen uit passie of om de heerschappij en uiteindelijk laat hij zelfs twee mensen doden omdat hun huis zijn uitzicht bederft.

In de vier delen zit het publiek steeds ergens anders in het theater; een deel op de balkons, een deel op losse stoelen in de door een catwalk doormidden gedeelde zaal en een deel op een stellage van steigers op het toneel. Vlot beweegt de voorstelling van de ene scène naar de andere, maar met name in het tweede deel worden mooie scènes afgewisseld met vette kitsch en wijdlopige uitwijdingen over Walpurgisnacht en krijgt Mefisto een moeilijk te interpreteren eigen verhaal in de Grieke onderwereld.

Stefan de Walle speelt Mefisto adequaat, maar ook weer te weinig bijzonder. Hij is een mooie charmeur, met geestig schlemielige overdrijvingen in spel, maar hij is te weinig gemeen en intens om echt angstaanjagend te zijn. Aan de andere kant: helemaal op het eind – als hij zich Fausts ziel toch laat ontglippen – voel je oprechte sympathy for the devil.

De engelen die Fausts ziel toch nog weten te redden doen dat met het argument: ‘Wie tot het eind zoekt en streeft kunnen wij bevrijden.’ Zo is deze Faust te lezen als een oproep om verder te zoeken naar een betere vorm van samenleving dan de huidige, die aan het begin door Fausts onvrede samen met de rest van de Verlichting beëindigd wordt verklaard. Mocht dat de subversieve boodschap zijn van de voorstelling dan had die wel wat sterker mogen klinken, maar toch blijkt ook in een matige uitvoering als deze het stuk prikkelend genoeg.

Tenslotte is het moeilijk te begrijpen dat de tot in detail doordachte en zorgvuldig vormgegeven voorstellingen van Susanne Kennedy van hetzelfde gezelschap zijn dat zo’n slodderige productie aflevert: slechtzittende kostuums, acteurs die onhandig met bewegende decors moeten hannesen, goedkoop uitziende video-effecten. Het lijkt wel alsof Het Nationale Toneel deze mega-productie even tussendoor heeft willen doen. Jammer, er had meer in gezeten.

Faust I & II van Het Nationale Toneel. Gezien 19/2/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 24/2/ t/m 6/3. Meer info op www.faustoptoneel.nl

Recensie: ‘Emilia Galotti’ van Het Nationale Toneel

Ze ligt onder plastic, als een lijk. Maar ze is niet dood. Zodra het dek wordt opgetild heeft ze haar ogen wijd open en ze kijkt de zaal in. Keurend, ter verantwoording roepend. Het is Emilia Galotti, tragische heldin uit het gelijknamige burgelijk drama van Lessing uit 1772, een met name in Duitsland onverminderd populaire klassieker.

Regisseur Susanne Kennedy maakte naam met radicale en ongemakkelijke voorstellingen als The New Electric Ballroom en Over Dieren. Haar voorstellingen gaan over macht en geweld en hebben een kille, nare sfeer, maar zijn indringend, vol details en met superieure hand geregisseerd en vormgegeven. In september won ze de Erik Vos Prijs, de belangrijkste aanmoedigingsprijs voor jonge regisseurs.

Zoals in haar eerdere voorstellingen vertelt Kennedy ook in Emilia Galotti geen verhaal, ze brengt het stuk terug tot één situatie, een koortsdroom. De acteurs, geschminckt als versleten poppen zitten opgesloten in het decor dat het midden houdt tussen een gestileerde salon en een horrorkelder. De elementen van Lessing’s verhaal zijn aanwezig: het kuise burgermeisje Emilia komt op de dag dat ze zal trouwen de prins tegen, die als een blok voor haar valt en met list, bedrog en moord probeert haar te verleiden. Moet ze meegaan of haar eer en onschuld beschermen?

Kenmerk van bijna al Kennedy’s voorstellingen is de blik van de acteurs. Allemaal kijken ze vrijwel continu het publiek in, brutaal en uitdagend. Hoe wreed ze ook met elkaar omgaan, het publiek is getuige en dus medeschuldig. Als de prins eerst met één, dan met drie vingers Emilia’s mond penetreert maken ze beide van ons voyeurs, als een eerdere maitresse van de prins zich kleineert biedt ze zich ook aan ons aan. Maar bij alle beelden blijven de acteurs spreken op onaangedane en laconieke toon.

Die acteurs zijn overigens stuk voor stuk uitstekend, speciaal Tamar van den Dop als de afgewezen minnares, Xander van Vledder als ijzingwekkende kamerheer en Khaldoun Elmecky volmaakt beheerst als machteloze en willoze vader. Maar Çigdem Teke is het middelpunt, een actrice die in deze afstandelijke speelstijl de kolkende wellust, angst en pijn van Emilia in haar hele lichaam weet te suggereren.

Aan het eind is Emilia vermoord, maar nog niet dood. Naakt en rode verf lekkend loopt Teke over het toneel, nog steeds met die spottende, beschuldigende blik de zaal in. Door haar even oorspronkelijke als consistente oeuvre verandert Kennedy met die blik heel langzaam maar zeker de onze.

Emilia Galotti van Het Nationale Toneel. Gezien 4/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati), 14-18/12. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Kritiek ‘Over Dieren’ van Susanne Kennedy, Het Nationale Toneel

kritieken — simber op 20 oktober 2010 om 18:00 uur
tags: , , , , ,

Geschreven voor digitale festivaldagkrant DeDodo, tijdens TF in september.

“Kontneuken tegen meerprijs.” “Doen die ook pijpen zonder condoom?” “Die heeft een keer aan mijn lul gezogen en toen was ze de hele nacht misselijk. ’s Ochtends heeft ze in mijn bed gekotst.” Continu doen ze suggestieve dansjes en continu kijken ze de zaal in, met een vastgebeitelde glimlach die ergens tussen geamuseerd en geniepig in zit. De zes spelers van Over Dieren zijn uitdagend en meedogenloos. Susanne Kennedy’s regie van het stuk van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek is ongekend naargeestig en komt aan als een stomp in je maag.

Jelinek’s schreef een tekst over hoeren en hun klanten, gedeeltelijk gebaseerd op afluistertapes van een Oostenrijks escortbureau, waarin de mannen over vrouwen praten alsof het dieren zijn, of preciezer: zoals boeren over hun vee. Kennedy legt in haar regie grote nadruk op de blik van de toeschouwer. “De vrouw wordt bekeken en is altijd een object, de man kijkt en is het subject. Kijken is niet onschuldig”, zei ze in een interview. De drie mannen, in foute lichtblauwe showpakken, praten over de vrouwen; de vrouwen, in jurkjes waarop weinig subtiel de nadruk op hun tepels en kruis wordt gelegd, praten hen gedienstig na. Ze kijken uitdagend naar ons, en maken ons medeplichtig aan de vernederende situatie.

Maar nog vernederender is de situatie van de oudere vrouw, gespeeld door Antoinette Jelgersma. Ze doet mee met het spel van kijken en bekeken worden, maar de mannen hebben geen interesse in haar. Ze heeft een afgeschreven vrouwenlichaam en is daarmee tot niets gereduceerd. Ze is “een voorwerp dat zich voor het gebruik verstopt door er naar te verlangen.” Af en toe valt ze in iets als excorsisme; de tientallen televisies in het decor gaan storen, en met grove stemvervorming raaskalt ze een soort porno-gebed.

Aangenaam toneel is het niet, maar confronterend en indringend wel. En het roept de vraag op of Kennedy helemaal meegaat in Jelinek’s pessimisme over de mogelijkheid om aan de mannelijke blik te ontsnappen.

Gelukkig is TF met zorg samengesteld en krijgt een voorstelling als Over Dieren reliëf door de weerspiegeling met andere voorstellingen op het festival. Bijvoorbeeld met Underground, een andere Jelinek-tekst, die door Johan Simons met minder brille, maar met wat meer relativering werd geregisseerd. Of met Hannah & Martin, waarin afgelopen weekend de filosofie van Heidegger, waar Jelinek fervent uit put, door Lineke Rijxman-als-Hannah Arendt min of meer bij het grofvuil werd gezet.

Maar de meest in het oogspringende vergelijking is natuurlijk die met Elf Minuten van regisseur Ola Mafalaani, dat minder abstract maar even expliciet over prostitutie gaat. Mafaalani ziet prostitutie eenvoudigweg als seks zonder liefde en in de lange laatste scène van Elf Minuten leert de zelfverkozen hoer Anna samen met haar geliefde aftastend en schutterig wat seksuele liefde betekent: een romantisch einde. Jelinek schrijft echter: “Houden van is een bepaalde manier van aangewezen zijn op.”

Kennedy’s slot is raadselachtiger. Jelgersma, inmiddels in bruidsjurk, draait het spel om. De mannen zijn er nu voor háár bevrediging, de grijns op hun gezicht blijft onveranderd. De hoeren sterven schuimbekkend. Een ontzaglijk lelijke cover van Life is life speelt. Op de televisieschermen, waar tot dan toe alleen vlezige en besnorde mannengezichten te zien waren, zien we ineens Jelgersma’s gezicht, zonder de rare pruik, vrolijk lachend. Een overwinning voor ongeremde, vrouwelijke seksualiteit? Ik hoop het. In de wereld van duistere hopeloosheid die ze eerder zo overtuigend heeft geschetst, is een uitweg gewenst.

« Vorige paginaVolgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2020 Simber | powered by WordPress with Barecity