Nederlands Theaterfestival 2015

overig,Parool,PS Kunst — simber op 31 augustus 2015 om 22:50 uur
tags: ,

Een engel in de modder, een biljartspel met skippyballen, de vrouw van Armin van Buuren die ruziet met dirigent Mariss Jansons, drie jongens die hun eigen moeder spelen, een bloederige losse hand die over de vloer kruipt. Het Nederlands Theaterfestival, dat donderdag 3 september begint, laat ook dit jaar een dwarsdoorsnee zien van wat het toneel in Nederland te bieden heeft. Maar waar moet de vernieuwing in de grote zaal vandaan komen?

Jaarlijks kiest een jury van programmeurs, journalisten en schouwburgdirecteuren de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Vroeger was er nog wel eens een relletje over onterecht uitgekozen of uitgesloten voorstellingen, maar de laatste jaren is het na de bekendmaking in mei nogal stil. Is er zoveel consensus over wat de beste theatervoorstellingen zijn, of heeft na de kunstbezuinigingen niemand zin in ruzie? Of is er iets anders aan de hand?

De theaterwereld zelf was in ieder geval bezig met andere dingen. Daar was de belangrijkste ontwikkeling van het afgelopen seizoen niet te zien op de podia, maar in de burelen erachter. Bij zes grote gezelschappen gingen nieuwe artistiek leiders aan de slag of werden ze aangekondigd. Bijna allemaal zijn het eind-dertigers/begin-veertigers die al jaren bekend staan als ‘jonge maker’, zoals Thibaud Delpeut (Theater Utrecht), Eric de Vroedt (Nationale Toneel) en Julie Van Den Berghe (Noord Nederlands Toneel). De terugkeer van Johan Simons (68) fungeert als een soort contragewicht: per 2016 leidt hij Theater Rotterdam (een fusie-organisatie van Het Ro Theater, de schouwburg en acteursgroep Wunderbaum).

Wie de Theaterfestival-lijst van dit jaar langsloopt ziet een aantal markante trends. De eerste is de totale dominantie van Toneelgroep Amsterdam (TA) in de grote zaal. The Fountainhead van regisseur Ivo van Hove, naar het controversiële boek van Ayn Rand, was een spannende, intellectueel gedurfde voorstelling over individualisme en onafhankelijkheid. Medea was (al te) melodramatische modernisering van de Griekse mythe door het Australische regietalent Simon Stone. En ook de live gemaakte film Gavrilo Princip van De Warme Winkel, een fragmentarisch portret van de man die het startschot gaf van de Eerste Wereldoorlog, werd gemaakt onder de organisatorische vleugels van het Amsterdamse gezelschap.

Er is op dit moment domweg geen ander gesubsidieerd toneelgezelschap dat artistiek of productioneel (of financieel) kan tippen aan TA onder Van Hove. Het dichtst in de buurt komt het Nationale Toneel in Den Haag. Daar maakte regisseur Johan Doesburg zijn afscheidsvoorstelling: Genesis, een luchtige, menselijke marathonvoorstelling rond de verhalen in het eerste bijbelboek.

De laatste grotezaalvoorstelling die de jury goed genoeg vond komt uit onverwachte hoek: de vrije productie De Verleiders: Door de bank genomen, waarin George van Houts met Pierre Bokma en Victor Löw satirisch en cabaretesk de financiële wereld te grazen nemen.

De andere tendens is dat het interessantste toneel in Nederland nog steeds gemaakt wordt in de kleine zaal, maar dat de traditionele groepen uit het vlakkevloerencircuit – van Carver en Discordia tot ’t Barre Land en Dood Paard en van Orkater tot productiehuizen als de Toneelschuur – langzaam worden gewurgd door te krappe budgetten. Zij laten een gat achter waar de grote gezelschappen in schuiven.

Toneelgroep Oostpool bijvoorbeeld, waar regisseur Marcus Azzini het veelgeprezen Angels in America doelbewust in de kleine zaal maakte. “Intiem en dicht op de huid”, volgens de marketing. Maar zou de uitstekende acteursgroep (onder anderen Jacob Derwig en Maria Kraakman naast de minder bekende maar zeker zo goede Vincent van der Valk, Kirsten Mulder en Rick Paul van Mulligen) niet net zo hebben kunnen schitteren op de grote podia? Waar wellicht nog meer publiek was afgekomen op het aansprekende Aids-drama van Tony Kushner?

Ook in de kleinezaalselectie komen we Toneelgroep Amsterdam weer tegen. De jonge regisseur Maren Bjørseth maakte van Hugo Claus’ broeierige incestdrama Een bruid in de morgen een stijlvolle voorstelling vol contrasten. Bjørseth werkt in het talentenprogramma TA2 van TA productiehuis Frascati, waar nieuwe makers kunnen werken met de toneelspelers en het productieapparaat van het grote huis, zonder meteen in de schouwburg te staan. Een logische samenwerking, al is het contrast tussen de mogelijkheden van de TA2-regisseurs en hun collega’s die voorstellingen maken bij Frascati wel erg groot aan het worden.

Sommige van de oorspronkelijke kleinezaalgroepen weten zich wel degelijk te vernieuwen. Zoals Mugmetdegoudentand, die met Lineke Rijxman een regisseur in huis heeft die van complexe onderwerpen aangenaam schurend toneel weet te maken zonder al te veel pasklare antwoorden. In Kunsthart maakt schrijver Nathan Vecht de verhouding tussen kunst en politiek persoonlijk door persiflages van premier Rutte, Rijksmuseumdirecteur Wim Pijbes en de vrouw van dj Armin van Buuren op het toneel te zetten. Deze krant had er vijf sterren voor over.

Ook regisseur Jakop Ahlbom ontwikkelt zich van mime-maker tot meester van een moderne vorm van variète, zoals blijkt uit Horror, een geestdriftig ontvangen theatrale ode aan klassieke horrorfilms, vol acrobatiek, dans en gruwelijke special effects.

De echte verrassing van dit jaar was echter Nobody Home van de oorspronkelijk uit Bosnië afkomstige, jonge theatermaker Daria Bukvić. In de jaren ’90 vluchtte haar familie voor de beginnende burgeroorlog in Joegoslavië. Haar jeugd bracht ze deels door in een asielzoekerscentrum in Limburg. Op de Toneelschool in Maastricht ontmoette ze Vanja Rukavina, Majd Mardo en Saman Amini die een vergelijkbare vluchtverhalen uit Bosnië, Syrië en Iran.

Met z’n vieren maakten ze een voorstelling over hun levens. Over vluchten en alles achterlaten, over hoopdodende asielprocedures, maar vooral over hun ouders die een verpletterende beslissing hebben moeten nemen en die hun vertrouwde leven opofferen voor het welzijn en het geluk van hun kinderen. Nobody Home geeft niet alleen een gezicht aan mensen die we in het journaal alleen maar als menigte zien, maar laat ook zien hoe zwaar de last is op de schouders van deze kinderen.

Die zware last van het verleden ligt nu ook op de schouders van een nieuwe generatie toneelleiders. Het is te hopen dat zij de vernieuwingsdrift van de kleine zaal mee kunnen nemen naar de grote huizen.

Nederlands Theaterfestival, 3 t/m 13 september, www.tf.nl

Tips

Nobody Home van Daria Bukvić
Misschien niet de beste voorstelling van afgelopen seizoen, maar wel de meest opzienbarende. Een rappe stoet verkleedpartijen, sketches, emotionele songs, ingebed in drie autobiografische verhalen over Nederland als tweede thuis. Drie geweldige spelers, die je ook doen beseffen hoe wit het reguliere theater in Nederland eigenlijk is.
3 september in de Stadsschouwburg en 8 september in het Compagnietheater

Voorjaarsoffer van Maas TD (13+)
Acht vrouwen dansen, schreeuwen, verleiden en flemen in een voorstelling vol duistere en opwindende rituelen. Regisseur Moniek Merx bewerkte de Sacre du Printemps voor de Snapchatgeneratie.
10 en 11 september, de Krakeling

Micha Wertheim voor zichzelf
Al een aantal jaar maakt Micha Wertheim voorstellingen die niet zozeer een serie grappen zijn, als wel een reflectie op wat cabaret is. Voor zichzelf werd zeer enthousiast ontvangen en werd genomineerd voor de Poelifinario, de prijs voor de beste cabaretvoorstelling van het seizoen. Wertheim weigerde de nominatie en op de avond dat de prijs wordt uitgereikt treedt hij op in het kader van het Theaterfestival. Maar waarschijnlijk wint hij toch.
7 september in de Stadsschouwburg

Gala van het Nederlandse Theater
Wie de Nederlandse theaterelite wil zien feesten kan op de laatste zondag van het festival komen kijken naar de uitreiking van de de belangrijkste toneelprijzen, waaronder de Theo d’Or en de Louis d’Or. Als er gerechtigheid bestaat in de wereld wint Halina Reijn haar tweede Theo d’Or voor haar magistrale rol in Maria Stuart van Toneelgroep Amsterdam.
13 september, Stadsschouwburg

Amsterdam Fringe Festival
Het officiële Theaterfestival heeft een vrolijk, extravert en anarchistisch zusje in het Amsterdam Fringe Festival. Tien dagen gaan jonge theatermakers los op de meest rare plekken in de stad. Er zijn maar liefst tachtig voorstellingen om uit te kiezen en de prijzen zijn laag. Dé gelegenheid om eens risico te nemen.
3 t/m 13 september, www.amsterdamfringefestival.nl

Nieuwe lucht en nieuwe grond – TF 2014

Theater van de dag, theater van de nacht. Soms heb je even nieuwe woorden nodig om je denken op weg te helpen. De Staat van het Theater, uitgesproken door Thomas Oberender bij de opening van het Nederlands Theaterfestival (TF), had ze in overvloed. Die opening zette de toon voor een opzienbarend festival, niet eens zo zeer door de voorstellingen (die waren over het algemeen erg goed, maar in feite ook alweer oud nieuws), maar door het levendige debat eromheen, waarin nieuwe stemmen naar voren kwamen, onbeschaamd utopisch werd gedacht en een nieuw zelfvertrouwen van de theatersector onmiskenbaar was.

Theater van de dag en theater van de nacht zijn misschien termen voor een een tegenstelling die al eeuwen in het theater aanwezig is; vroeger noemden we het Aristoteliaans en Brechtiaans, of grote zaal en vlakke vloer, of basisinfrastructuur en fondsgesubsidieerd. Maar met name Oberenders metafoor van het kasteel van Dracula voor het repertoiretoneel blijft hangen. Antigone, Hamlet, Hedda Gabler als vampieren, “de gewaardeerde doden die niet kunnen sterven. Hun levens, die literatuur geworden zijn, kunnen ons leren hoe te leven en daarom voeden we hen met ons bloed, onze geest en onze tijd.”

Ik begreep ineens veel beter wat Susanne Kennedy doet in haar voorstellingen. In het meeste moderne repertoiretoneel zetten de vampieren hun zonnebrillen op, ze smeren wat rouge op hun wangen en ze verbergen hun tanden. Bij Kennedy tonen ze juist hun monsterlijkheid, het bloed druipt – soms letterlijk – van hun gezichten.

Maar Oberender sprak niet alleen in metaforen. Zijn belangrijkste uitspraak was kraakhelder: “Theaters hebben geen publieksprobleem. En theater is niet een kunstvorm in crisis. Het theater heeft een financieel probleem.” Het was Tobias Kokkelmans (dramaturg van Wunderbaum) die dit voorzetje knalhard inschoot met zijn lezing tijdens het debat Kunstbeleid over de grens.

Het theaterbezoek stijgt al decennia, liet Kokkelmans overtuigend zien. Die groei wordt echter aan het zicht onttrokken door het nog veel harder stijgende aantal nieuw gebouwde theaterzalen. Door die ‘stoelenwoeker’ zijn de zalen dus gemiddeld leger. En dat schijnbaar afnemende draagvak wordt, volgens Kokkelmans, politiek ingezet om de democratische traditie van het Nederlandse theater (zeer veel kleinere toneelgroepen, autonome acteurs, vrije organisatievormen, productiehuizen zonder artistieke kleur) af te breken en in plaats daarvan in een proces van ‘aristocratisering’ meer geld en macht te concentreren bij minder instituten.

Het was een memorabele middag, met name door Kokkelmans bijna niet te bedwingen woede over deze betreurde ontwikkeling. Ook als je het niet in alles met hem eens bent, valt niet te ontkennen dat hier een nieuw verworven assertiviteit bijna tastbaar werd.

En je zag het vaker tijdens het festival. Jong theatervolk dat zich niet wenst neer te leggen bij de status quo en vrijmoedig nadenkt over het theaterveld. Of het nu gaat om het afschaffen van sterren bij recensies, om een bloeiende toneelschrijverscultuur of het compleet herbouwen van de subsidiestructuren, theatermakers laten luid en duidelijk horen wat zíj willen. Toevalligerwijze was tijdens het festival het Tweedekamerdebat over de cultuurbegroting, waar D66 en SP middels een motie ruimte schiepen voor nieuwe input van het veld over talentontwikkeling, hetgeen in de luwe uren van TF leidde tot koortsachtige besprekingen en een in hoog tempo opgesteld alternatief plan voor talentontwikkeling dat door een enorm deel van de sector wordt ondersteund.

Kortom, TF leefde en zorgde tien dagen lang vrijwel elke dag voor nieuwe plannen, ideeën en opinies en stelde op die manier de agenda voor het komende seizoen. Dat is voor een groot deel te danken aan het uitstekend samengestelde randprogramma Nieuwe Grond van Anoek Nuyens waarbinnen de meeste van de bovengenoemde discussies plaatsvonden. Maar ook bij de dag van de programmering en de Staat van de Theatertekst was duidelijk een nieuwe toon te bespeuren. “Het draagvlak neemt toe!” “We hebben de sleutel zelf in handen; (…) laten we niet bang zijn voor de 2 sterren, voor de techniek of lege stoelen.” “Er is nu, op dit moment, een kans om een nieuwe, bestendige, kwalitatieve toneelschrijfcultuur te creëren.”

“We hebben na de bezuinigingen een aantal depressieve jaren achter de rug, maar een nieuwe generatie stroomt in en neemt nieuw zelfbewustzijn met zich mee”, zei festivaldirecteur Jeffrey Meulman na afloop van het Gala van het Theater. Ik denk dat dat klopt. Als reactie op het negatieve discours rondom de kunsten heeft het theaterveld een paar jaar lang geworsteld met de fundamenteelste vragen: waartoe dient de kunst? Waarom moet het gesubsidieerd worden? Wat is onze relatie met de samenleving en met de overheid?

In een paar dagen werd kraakhelder dat die vragen an sich negatief en defensief zijn en dat de sector weer zelf het heft in handen moet nemen. Theatermakers zijn het meer dan zat om altijd vanuit verdediging over theater te moeten spreken. Dat er nu nieuwe, eigen woorden worden gevonden geeft enorm veel lucht. Het voelt daarmee alsof er een nog ouder hoofdstuk wordt afgesloten, namelijk het verhaal over de bestelcrisis die in 2006 werd uitgeroepen door VNT-directeur Jan Post.

De vraag is nu hoe deze nieuwe energie het komende seizoen kan worden omgezet in handelen, of op z’n minst in nieuwe gesprekken. Een eerste aanzet werd al gegeven in het programma Radio Futura dat Nieuwe Grond en Frascati organiseerden, en dat tijdens TF al begon, maar nog een aantal weken erna door liep (en waar ik zelf zijdelings bij betrokken was). In een radiostudio in Frascati 4 (dat vooral door Café de Richel –dat gerund wordt door de Theatertroep– pijlsnel het hyperactieve nieuwe jeugdhonk van het Amsterdamse theaterleven is geworden) vinden inhoudelijke gesprekken plaats over macht, kritiek en politiek in een decor dat bestaat uit een groot aantal wijze citaten van filosofen en kunstenaars over de verhouding tussen kunst en samenleving.

Er staat het komende seizoen een hoop op het spel. Komend jaar worden de piketpaaltjes geslagen waarbinnen het volgende kunstenplan zich afspeelt. Wil de minister de Basisinfrastructuur voor theater verder verkleinen? Krijgen jonge makers enige autonomie in hun eigen ontwikkeling? Komen de twee circuits van het Nederlandse theater nog scherper tegenover elkaar te staan? Welke rol gaat Johan Simons spelen bij zijn eventuele terugkeer in Nederland en wat gaat zijn imposante aanwezigheid veroorzaken? Wat voor gevolgen heeft het toenemende belang van de gemeenten in het cultuurbeleid?

Het is hoog tijd dat het theaterveld zichzelf over deze kwesties gaat uitspreken. Maar belangrijker nog is een visie voorbij de politieke horizon van vier jaar. “Een plan over waar het theater over tien jaar ongeveer staat”, zoals George Lawson het formuleerde op Radio Futura. Het Theaterfestival toonde daartoe een hoopvol nieuw elan. Beginnend met Thomas Oberender: “Theater is de oudste kunstvorm ter wereld. Vanaf het begin streeft het ernaar om een leugen te creëren die ons de waarheid vertelt. Dit maakt ons experts op het gebied van verandering.”

Uitreiking VSCD Toneelprijzen

Gisteravond werden in de Stadsschouwburg de jaarlijkse toneelprijzen uitgereikt. Jacob Derwig won de Louis d’Or (zijn tweede) voor zijn rol van George in Who’s Afraid of Virginia Woolf? van Erik Whien en de Toneelschuur, de Theo d’Or voor beste actrice ging naar Abke Haring voor haar vertolking van Hamlet in Hamlet vs Hamlet van Toneelgroep Amsterdam en Het Toneelhuis.

Het was het moment van de avond: de vorige Theo d’Or winnares Halina Reijn reikte de prijs uit aan Haring. De omhelzing van de twee toneelspeelsters –de ravissante Reijn in designerjurk, de androgyne Haring bijna ascetisch gekleed– was een contrastrijk beeld, maar juist in de combinatie van sterrenglamour en artistieke ernst toonde de theaterwereld haar zelfvertrouwen.

In een vrolijke, vlotte show werden maar liefst tien prijzen uitgereikt, aaneengeregen door presentator Rick Paul van Mulligen die met zijn kenmerkende ironie (“Ik lijk een beetje cynisch, maar dat is niet zo”) de avond de juiste lichte toon meegaf. In een geestige Ramses Shaffy-parodie bezong hij de commercie in het theater op de wijs van Laat me.

Er waren prijzen voor schrijfster Maria Goos en voor toneelschooldocent René Lobo, die dit jaar afscheid nam van de Toneelacademie Maastricht maar wiens mantra’s –“doe het niet goed, maar dóe het!”– voortleven in de hoofden van generaties Nederlandse acteurs.

Er was een (nieuwe) regieprijs voor De Pelikaan van Susanne Kennedy (die vorige week al de Prijs van de Kritiek won) en een mimeprijs voor de onontkoombaar radicale voorstelling Hideous (wo)men van Boogaerdt/VanderSchoot, ook in regie van Kennedy. In het jeugdtheater wonnen actrice Nastaran Razawi Khorasani en de Vlaamse groep Kopergietery.

De acteerprijzen werden aangekondigd door Ward Weemhoff en Vincent Rietveld van theatergroep De Warme Winkel in hun rol van verlopen personages uit de voorstelling Achterkant die tijdens TF te zien was aan de achterkant van en tegelijk met Lange dagreis naar de nacht van Toneelgroep Amsterdam. In een soort semi-geïmproviseerde oudejaarsconference vol inside humor namen ze de sector en de genomineerden venijnig op de hak.

Kirsten Mulder kreeg de Colombina (beste vrouwelijke bijrol) voor haar rol als Honey, ook in Who’s Afraid of Virginia Woolf?. Derwig beloofde haar even later: “Jouw Honey zullen we ons over vijftig jaar nog herinneren”. Martijn Nieuwerf won de Arlecchino (beste mannelijke bijrol) voor zijn rol in Caligula van Thibaud Delpeut. Derwig en Nieuwerf waren overigens collega’s bij theatercollectief ‘t Barre Land, hetgeen maar weer aantoont dat het kleinezaaltheater in Nederland nog steeds de kraamkamer is van het grote toneel. In zijn dankwoord hekelde Derwig dan ook de “historische vergissing” om de subsidie van de productiehuizen stop te zetten.

Directeur Jeffrey Meulman is tevreden over de nieuwe stijl van het prijzengala: “Deze avond werd altijd georganiseerd door het Bureau Promotie Podiumkunsten, maar dat bestaat niet meer. De opzet van het gala is nu soberder, mensen moeten hun kaartje kopen, maar met veel medewerking vanuit de sector is het toch een prachtige avond waar mensen heel veel zin in hebben.”

Meulman kijkt terug op een geslaagd Nederlands Theaterfestival, waarvan het prijzengala de afsluiting markeerde. “Het was een sterke selectie, en daarnaast is er veel inhoudelijk gediscussieerd door iedereen die bij het theater betrokken is, van critici tot toneelschrijvers. Het festival is een platform geworden om uitspraken te doen en om nieuwe ideeën te lanceren. Daar ben ik heel erg blij mee.”

Daarbij ziet Meulman een nieuw elan opkomen in de theatersector. “We hebben een aantal depressieve jaren achter de rug, maar een nieuwe generatie stroomt en neemt nieuw zelfbewustzijn met zich mee.”

Jonge Toneelschrijvers willen zichtbaarder worden

nieuws,Parool — simber op 16 september 2014 om 10:10 uur
tags: , , , ,

Een vijfde van alle theatervoorstellingen in de afgelopen seizoenen is gemaakt op basis van een nieuwe theatertekst. Bijna een kwart bestaat uit nieuwe vertalingen of bewerkingen. Toch blijft de toneelschrijver in Nederland relatief onzichtbaar. Dat zijn de belangrijkste conclusies van De Staat van de Theatertekst, die vanavond wordt gepresenteerd in het kader van het Nederlands Theaterfestival.

De Staat van de Theatertekst –een toespraak naar voorbeeld van de traditionele seizoensopening Staat van het Theater– wordt in de Stadsschouwburg uitgesproken door Timen Jan Veenstra en Malou de Roy van Zuydewijn van De Tekstsmederij, een bureau dat de belangen behartigt van (jonge) toneelschrijvers.

Voor hun Staat analyseerden Veenstra en De Roy van Zuydewijn de positie van toneelschrijvers in Nederland. Voor het eerst maakten ze daarbij onderscheid tussen ‘autonome toneelschrijvers’ (die niet zelf op het toneel staan of regisseren) en de in Nederland vaak voorkomende combinaties schrijver/regisseur (denk aan Eric de Vroedt of Gerardjan Rijnders) en schrijver/acteur (zoals Marjolijn van Heemstra of Laura van Dolron).

In hun brede onderzoek keken ze naar de carrières van diverse toneelschrijvers, het aandeel nieuwe, vertaalde en bewerkte teksten op de podia en vroegen ze het publiek naar hun motivatie om bepaalde toneelvoorstellingen te bezoeken.

Een opvallende uitkomst is dat het aantal plekken in het theaterveld die erop gericht zijn schrijvers te helpen in hun ontwikkeling sterk is teruggelopen, terwijl het aantal schrijvers dat van specifieke opleidingen voor dramaschrijven af komt sterk is toegenomen. “De trajecten voor talentonwikkeling in het theater zijn voornamelijk gericht op theatermakers en regisseurs”, zegt Veenstra, “Er ligt ruimte om ook nieuw schrijftalent te ontwikkelen.”

Ook blijkt dat een groot deel van de opdrachten die door toneelgroepen aan schrijvers wordt gegeven, door een harde kern van veelschrijvers wordt uitgevoerd, onder wie Rob de Graaf, Don Duyns, Jibbe Willems en Rik van den Bos. De praktijk van meer dan de helft van de toneelschrijvers bestaat voornamelijk uit het schrijven in opdracht.

Ook deden Veenstra en De Roy van Zuydewijn onderzoek naar de aandacht in theaterrecensies naar spel, tekst en regie. Daaruit blijkt dat in recensies schrijvers slechts de helft van de aandacht (gemeten in aantal woorden) krijgen van regisseurs. Deze onzichtbaarheid verhindert volgens de sprekers de doorstroming van nieuw toneelschrijftalent en het ontstaan van een “nieuwe, bestendige, kwalitatieve toneelschrijfcultuur. Een traditie die sterker is dan afzonderlijke kunstenplannen, en breder dan enkele voorvechters.”

De Staat van de Nederlandse Theatertekst wordt vanavond om 19:00 uur uitgesproken in de Stadsschouwburg

 

 

Interview: Anneke Jansen

interviews,Parool — simber op 13 september 2014 om 13:16 uur
tags: , ,

Vandaag barst voor de negende keer het Amsterdam Fringe Festival los, het overdadigste en onvoorspelbaarste theaterfestival van Nederland. Elf dagen lang staan tachtig voorstellingen uit binnen- en buitenland op onverwachte plekken in de stad. In het gezellig chaotische kantoor aan het Leidseplein probeert artistiek directeur Anneke Jansen uit te leggen wat er nu typisch Fringe is aan Fringe-theater. “Je gaat ook voor je lol naar het theater.”

Wat houdt de directeur bezig een week voor aanvang?

De drukste periode is al geweest: dat is het samenstellen van het blokkenschema van het festival. Dat is heel complex, maar echt iets voor een excelfreak als ik. Nu zijn het tienduizend losse eindjes, zoals het inroosteren van zo’n honderd vrijwilligers en allerlei onverwachte problemen. Gisteren kreeg ik een appje uit de VS dat een groep de samoeraizwaarden uit hun decor niet mee het vliegtuig op kreeg. Daarvoor moeten we nu hier op zoek naar een alternatief.

Het Fringe Festival is ooit ontstaan als onderdeel van het Nederlands Theater Festival (TF) dat tegelijkertijd speelt. Hoe is de verbinding nu?

We zijn nog steeds onderdeel van dezelfde organisatie, maar waar zij een juryselectie hebben, hebben wij een open inschrijving. Bij ons weet je nooit wat er komt bovendrijven. TF selecteert jaarlijks één voorstelling om aan hun publiek te presenteren, dit jaar Fort G van Gehring & Ketelaars. Verder is er nauwelijks overlap in publiek. Onze doelgroep bestaat niet per se uit theatergangers. Het zijn eerder Amsterdammers die het leuk vinden om voorstellingen te zien op bijzondere plekken. Dit jaar bijvoorbeeld in The Grand, op het Veronica schip of in de Casa Rosso. De Fringe is echt een stadsfestival en dit jaar maken we het nog lokaler met hubs in verschillende wijken waar mensen kaartjes kunnen kopen en sneak previews kunnen zien.

Zie je thema’s of trends opduiken in de programmering?

Er zitten redelijk wat cross gender en feministische onderwerpen in de voorstellingen van dit jaar. Er lijkt ook een nieuw soort bravoure bij jonge kunstenaars. Ze komen toch nergens meer aan de bak, dus dan kunnen ze maar beter maken wat ze écht willen. Er is een soort angst weg om op je bek te gaan. In de jaren nul leek iedereen in een soort politieke kramp te schieten. Die is nu weg. Theatermakers durven nu te zeggen dat ze het ook niet weten. Ik ben er zelf ook veel over aan het nadenken, maar ik zie in ieder geval een enorme behoefte om weer contact te maken met elkaar.

Het publiek dat naar de Fringe komt, wil per se iets zien dat nieuw of anders is. Makers kunnen ook niet verwachten dat als de voorstelling af is ze kunnen wachten tot de zaal vol is. Je moet rondlopen en mensen naar binnen kletsen. Het is onderdeel van je vak en dat hebben Fringe artiesten helemaal door. Ze zijn ook altijd bezig met de context: hoe komt het publiek binnen? Is het gastvrij? Het is ook een soort lef om je ervan bewust te zijn dat je publiek ook voor je lol naar het theater gaat. Ze zijn benaderbaar, en daardoor hun werk misschien ook. Ik kan er m’n moeder, de sigarenboer, m’n beste vrienden die nooit naar theater gaan en de meest azijnpisserige high-art liefhebber naartoe sturen.

Het Fringe Festival heeft veel contacten met collegafestivals in het buitenland. Hoe is dat zo gekomen?

Toen we begonnen hadden we alleen buitenlandse voorbeelden, Niemand in Nederland wist wat een Fringe was, cultureel ondernemerschap was nog een soort scheldwoord. We zijn toen gaan praten met Fringe festivals in Praag en Brighton en al snel gingen we voorstellingen uitwisselen. Het rare was dat dat helemaal niet zo veel gebeurde binnen dat Fringe-circuit. Daaruit is de World Fringe Alliance ontstaan, een internationale samenwerking van negen festivals. Het is heel bijzonder dat ook Edinburgh meedoet; dat is het allergrootste Fringe festival ter wereld en die doen in het algemeen nergens aan mee.

Met het festival in Grahamstown in Zuid Afrika is echt een bijzondere band ontstaan. Nederlandse voorstellingen daar worden heel enthousiast ontvangen, het is daar een soort theatraal equivalent van Dutch Design. Een maker als Bert Hana is daar bijna een soort cultheld. En het is ook relatief makkelijk uitwisselen, niet alleen omdat je Afrikaans gewoon kunt verstaan, maar ook omdat zij net als wij via TF groepen een springplank kunnen bieden naar een groter publiek.

Amsterdam Fringe Festival: 4 t/m 14/9, www.amsterdamfringefestival.nl

Opening TF

Gisteravond werd in de Stadsschouwburg het jaarlijkse Nederlands Theaterfestival geopend. Juryvoorzitter Arthur Japin kondigde een nieuw stipendium voor toneelschrijvers aan. De traditionele openingsspeech ‘De staat van het theater’ werd uitgesproken door Minister Jet Bussemaker van Cultuur. Ook Mark Rutte was present, zij het als personage van toneelschrijver Nathan Vecht en acteur Guy Clemens.

Vecht voert de minister-president op in het korte toneelstuk Een eerlijk mens, waarin Rutte een denkbeeldige speech houdt tot de kunstwereld, naar aanleiding van de toespraak die Ramsey Nasr hield tijdens de Mars der Beschaving, het kunstenaarsprotest tegen de bezuinigingen in 2011.

Rutte, door Clemens zonder fysieke gelijkenis maar met montuurloze bril en blauwe das goed neergezet, blijkt een closet-kunstliefhebber. Zijn assistent en speechschrijver (gespeeld door Sieger Sloot) weet precies hoeveel zetels verlies een foto met het Concertgebouworkest of een bezoekje aan de opera kost, maar stiekem gaat Rutte vaak ’s avonds met zijn geheime pasje naar het Mauritshuis om naar de meesterwerken te kijken, speciaal Het Puttertje van Carel Fabritius.

Rutte’s toespraak is een geestige en villeine ontleding van Nederlandse kunst, het land dat geen verbeelding voortbrengt, maar uitsluitend nut en handel. “Dit land kent geen noodzaak zonder nut”, zegt hij, verwijzend naar Nasr’s gedicht over de ‘nutteloze noodzaak’ van de kunst. Maar de kunst krijgt zelf ook nog een veeg uit de pan, omdat ze zich stilhield over Irak of asielprocedures, maar over beschaving begon toen de subsidies verlaagd dreigden te worden. “Dit land houdt niet van u, ontdoe u van uw ketenen en vertrek”, is zijn conclusie.

Minister Bussemaker kon het stuk wel waarderen en beloofde een uitvoering voor de ministerraad voor te stellen. “Mijn collega’s kunnen wel tegen een stootje.”

De minister hield een opvallend inhoudelijke toespraak over de verhouding tussen kunst en politiek. De vraag of kunst van waarde is voor de democratie beantwoordde zij met een volmondig ja. Ook zij toonde zich een eerlijk mens: meer middelen voor de kunsten zitten er de komende periode niet in. Wel gaat ze bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) een denktank opzetten om bij te dragen aan het publieke debat over kunst. Ook vroeg ze om ambassadeurs voor de kunsten: “Waar is de André Kuipers of de Robbert Dijkgraaf voor het theater?”

Juryvoorzitter Arthur Japin, verantwoordelijk voor het samenstellen van het programma van de tien beste theatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, gebruikte zijn tijd om een nieuw fonds te introduceren: het TheaterTekstTalent Stipendium. Beginnende toneelschrijvers kunnen een bedrag aanvragen voor een nieuw te schrijven toneelstuk en er is ook geld beschikbaar om de nieuwe tekst opgevoerd te krijgen. Initiatiefnemer Joachim Fleury nam het idee over van het Engelse ‘Adopt a playwright’, in Nederland is schrijfster Maria Goos een van de juryleden. Het Prins Bernhard Cultuurfonds beheert het nieuwe stipendium.

TF Tips:

Viva la naturisteraçion van De Warme Winkel: vitale en beeldende voorstelling over naturisme, rauw en vol overgave gespeeld door de merentijds naakte cast. State of the art theater. (11-15 september in het Openluchttheater in het Amsterdamse Bos)

Topacteurs en goede vrienden Gijs Scholten van Aschat en Pierre Bokma spelen scènes van Shakespeare. Aan de hand van hun favoriete dialogen uit Richard III, Romeo en Julia en Hamlet laten ze zien hoe het ook kan. Eenmalige theatervoorstelling, en u krijgt er gratis een jaarabonnement bij op het nieuwe theatertijdschrift Scènes. (8 september, 16:00 uur in de Stadsschouwburg)

Somedaymyprincewill.com van Sadettin Kirmiziyüz: in de kleinezaalhit van het afgelopen seizoen vertelt Kirmiziyüz het verhaal van zijn zus over romatiek en integratie, met spetterende muziek van The Sadists. Nu twee maal in de grote zaal (11 en 12 september, Stadsschouwburg)

Hard Candy van Oostpool en Sonnevanck: één van de beste jeugdtheatervoorstellingen van het afgelopen seizoen, vond de jury. Gebaseerd op de gelijknamige film uit 2005 over de snel uit de hand lopende internetdate van een volwassen fotograaf met een veertienjarig meisje. (15+, 9 en 10 september in De Krakeling)

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 15/9. Meer info op www.tf.nl

Verslagje Opening Theaterfestival

“Mark Rutte, neem een voorbeeld aan je Franse collega Sarkozy, trouw met een actrice! Meer sex tussen politici en kunstenaars.” In de Stadsschouwburg werd gisteravond het Nederlands Theaterfestival, waarin de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen nog een keer te zien zijn, geopend met de traditionele speech ‘De staat van het theater’.

Normaalgesproken wordt die uitgesproken door een oudere prominent (Pierre Audi, Liesbeth Colthof, Joop van den Ende waren eerdere sprekers), maar dit jaar gaf festivaldirecteur Jeffrey Meulman het woord aan drie theatermakers van rond de dertig: Jeroen De Man (van theatergroep De Warme Winkel), Walter Bart (van Wunderbaum) en Ilay den Boer.

Wie hoopte dat dat tot een gemeenschappelijk generatie-statement of een theatrale lezing zou leiden, kwam bedrogen uit. Het werden, na een korte gezamenlijke inleiding, drie speeches van drie jonge mannen achter het katheder – wat onvermijdelijk tot onderlinge vergelijking uitnodigde. De Man blikte terug op onze roerige tijden vanuit het honderdjarig jubileum van Aktie Tomaat in 2069 en schetste een toekomst waarin Toneelgroep Hologramsterdam geurloos theater maakt, maar besloot serieuzer met een pleidooi voor kunstenaars die misschien wel briljant zijn, maar niet handig zijn in verkooppraat en cultureel ondernemerschap.

Den Boer pleitte voor een theater dat net zo belangrijk is voor haar publiek als voetbalclubs voor hun trouwste supporters. Hij schetste een mooi beeld, maar in de uitwerking stelde zijn verhaal teleur, met grote statements over dé beleidsmakers, hét theater, en dé doelgroepen dat met de daadwerkelijke problemen van het (gesubsidieerde) theater weinig van doen had.

Het was Walter Bart die met een onnavolgbare lijst van 37 “waarheden, vragen en mogelijke oplossingen” het verzamelde theatervolk een opwindende impuls gaf. Hier stond een kunstenaar die nu een paar jaar beleidsgereutel, crisisretoriek en politieke bemoeienis had doorstaan en er een even absurd als lucide artistiek antwoord op gaf. “Shakespeare is niet de weg uit de crisis.” “Kunstenaars stellen zich niet afhankelijk op, wij ZIJN afhankelijk.” En: “We moeten onze halfdooie democratie de genadetrap geven en op zoek gaan naar nieuwe samenlevingsvormen. Theater is een samenlevingsvorm!”

De drie statements waren samen veel te lang, niet al te coherent en onderling tegenstrijdig. En daarmee misschien toch weer een heel duidelijk generatieportret.

Eerder op de avond werd de Erik Vos Prijs voor aanstormend regietalent door de naamgever zelf uitgereikt aan Alexandra Broeder. Broeder krijgt de prijs voor haar confronterende werk, waarin ze kinderen van hun meest duistere kant laat zien en zo de geaccepteerde verwachtingen van het gedrag van kinderen ter discussie stelt. “De theatrale wereld die Broeder voorspiegelt, is daardoor fascinerend, zinnenprikkelend en verontrustend”, schreef de jury. Broeder was blij dat haar werk compromisloos en onveilig wordt genoemd: “Kijken mag bij mij nooit veilig zijn.”

Arthur Japin, de voorzitter van de jury die de selectie voor het festival heeft gemaakt, vertelde kort over zijn belevenissen in het afgelopen theaterseizoen en dankte de aanwezige makers voor hun passie en doorzettingsvermogen in het licht van de “beschimping” en “minachting” die de kunstsector de afgelopen jaren over zich heen heeft gekregen.

Het Nederlands Theaterfestival duurt nog t/m 9/9. Meer info op www.tf.nl

Modern Repertoire op het Theaterfestival

beschouwingen,Parool — simber op 29 augustus 2012 om 17:03 uur
tags: , , , ,

Morgen opent het Nederlands Theaterfestival met de voorstelling Dood van een Handelsreiziger van het Ro Theater. Een jury onder leiding van schrijver en (oud-)acteur Arthur Japin selecteerde de tien beste voorstellingen van het afgelopen seizoen. Naast de moderne klassieker van Arthur Miller is tijdens het festival opvallend veel twintigste-eeuws toneelrepertoire te zien.

Vooral Miller lijkt de laatste jaren herontdekt. Dood van een Handelsreiziger uit 1949, een meedogenloze afrekening met de American dream, is natuurlijk zijn meest bekende stuk, maar twee jaar geleden stond bijvoorbeeld Erik Whiens heldere regie van Van de brug af gezien op het festival en vorig seizoen maakte Toneelgroep Amsterdam indruk met de voorstelling Na de zondeval – losjes gebaseerd op Millers relatie met Marilyn Monroe.

Maar Miller is niet de enige moderne toneelschrijver die op het festival wordt gespeeld. Ook Thomas Bernhard komt langs (Am Ziel), net als Harold Pinter (Bedrog) en Hugo Claus (Onvoltooid verleden, uit de Vlaamse selectie). Normaal zou het misschien niet zo opvallen, al die moderne schrijvers, maar dit jaar springt het in het oog omdat er geen oudere stukken tussen staan. Alleen Tsjechov is vertenwoordigd, met Gerardjan Rijnders’ regie van, maar de immer populairste toneelschrijver in Nederland, Shakespeare, is geheel afwezig. Ook klassieke tragedies, waarvan er pakweg vijftien jaar geleden nog zeker tien per jaar te zien waren, lijken vrijwel geheel van het repertoire verdwenen te zijn.

Zegt deze focus op twintigste-eeuws repertoire iets over het huidige toneellandschap? Het ligt eraan waarnaar je op zoek bent. Miller blijkt bij uitstek geschikt om in tijden van crisis onze burgerlijke verlangens en angsten te onderzoeken; Am ziel, net als de meeste andere stukken van Thomas Bernhard een cynische afrekening met het hypocriete Oostenrijkse intelectuelenmilieu, is koren op de molen van kunstenaars die hun positie in de samenleving onder de loep willen nemen; en Bedrog van Pinter, een in omgekeerde volgorde verteld liefdesverhaal over een driehoeksverhouding, blijkt bij iedere opvoering een buitengewoon rake observatie over liefdesrelaties in tijden van individualisme.

Misschien zijn deze opvoeringen ook wel meer een onderzoek naar het toneelrepertoire zelf. We noemen deze stukken dan wel ‘modern’, maar hedendaags zijn ze niet meer. Alle genoemde auteurs zijn dood. Maar aan hedendaagse stukken lijkt juist een enorm gebrek: de huidige generatie toneelschrijvers, zoals Jon Fosse, Elfriede Jelinek of Marius von Mayenburg, schrijft geen affe stukken meer, maar teksten die niet het uitgangspunt zijn van een toneelvoorstelling, maar slechts één van de bouwstenen. In die zin zijn regisseurs die twintigste-eeuws werk ensceneren misschien wel op zoek naar ‘het laatste toneelstuk’.

Maar dat geldt natuurlijk niet voor alle theatermakers. Nederland is eigenlijk geen land van het ijzeren toneelrepertoire, hier worden vooral veel nieuwe teksten gespeeld. Maar ook die oogst valt dit jaar tegen. Een jongere generatie makers gaat juist heel beeldend en intuïtief te werk. De Warme Winkel samplet zich een slag in de rondte in Alma, haar collage-voorstelling over de Oostenrijkse society-dame Alma Mahler; mimegroep Boogaerdt/VanderSchoot heeft in Bimbo geen woord nodig om de hedendaagse sexuele beeldcultuur genadeloos te becommentariëren en Benjamin Verdonck creëert in zijn voorstelling Disisit met een eigen knutseltaal en -beeld een eigen fantasievolle wereld.

Zo bezien zijn die twintigste-eeuwse stukken nu ‘gewoon’ repertoire geworden en staan Pinter, Bernhard en Miller eenvoudigweg naast Shakespeare, Schiller en Racine te wachten om door hedendaagse regisseurs en toneelspelers wakker gekust te worden.

Het Nederlands Theaterfestival duurt van 30 augustus t/m 9 september. Meer info op www.tf.nl

Selectie Theaterfestival

Theatergroep De Warme Winkel en theatermakers uit Vlaanderen, dat zijn de smaakmakers van het toneel in Nederland. Dat beeld wordt bevestigd als je naar de selectie van het Nederlands Theaterfestival kijkt. De jury, onder leiding van de ooit acterende schrijver Arthur Japin, maakte afgelopen zaterdag de tien voorstellingen bekend die zij de beste van het afgelopen seizoen acht en die in september tijdens het festival nog een keer te zien zijn in de theaters rond het Leidseplein.

De Warme Winkel is met twee voorstellingen uitgekozen: Alma (een beeldende performance over Alma Mahler) en Viva la naturisteraçion, een voorstelling over naturisme, waarin de vijf spelers voornamelijk naakt op het podium staan, een coproductie met De Utrechtse Spelen. Vooral de selectie van Alma is opvallend: de voorstelling werd drie jaar geleden gemaakt op Oerol, en was afgelopen herfst slechts twee in Nederland keer te zien. Je zou de uitverkiezing kunnen zien als beloning voor het groeiende aantal reprises in Nederland, waarbij succesvolle voorstellingen, later worden hernomen zodat meer publiek de kans krijgt ze te zien.

Daarnaast telt de selectie drie voorstellingen uit Vlaanderen: Bedrog van Stan, Disisit van Benjamin Verdonck en Bloed & Rozen van Het Toneelhuis en regisseur Guy Cassiers, een nieuw toneelstuk van Tom Lanoye over Jeanne d’Arc en Gilles de Rais. Cassiers beleeft na zijn befaamde Proust-cyclus een nieuwe artistieke piek: zijn marathonvoorstelling naar het boek De man zonder eigenschappen van Musil staat binnenkort op het Holland Festival en had in deze Theaterfestivalselectie zeker niet misstaan.

Naast Bedrog van Pinter is er nog meer modern repertoire te zien in september: het Ro Theater werd uitgekozen met Millers De dood van een handelsreiziger en de jonge regisseur Paul Knieriem werd geselecteerd met Bernhards Am Ziel, een productie van de Toneelschuur met Marlies Heuer in de hoofdrol.

Amsterdams succes is er voor de vrije producent Hummelinck Stuurman, die geselecteerd werd met Oom Wanja waarin onder anderen Pierre Bokma en Hein van der Heijden meespelen, in regie van Gerardjan Rijnders en Husbands van Toneelgroep Amsterdam. Die laatste keuze is opvallend, want pers en publiek leken dit seizoen andere voorstellingen van TA, zoals In ongenade of Na de zondeval hoger te waarderen dan Ivo van Hoves bewerking van de film van John Cassavates.

De laatste uitgekozen voorstelling is Bimbo van mimegroep Boogaerdt/Van der Schoot, een fascinerend akelige verbeelding van de ‘pornificatie’ van de samenleving. Theater als het krassen van nagels op het schoolbord en dus bij uitstek geschikt voor het Theaterfestival dat naast mooie voorstellingen tonen toch ook discussie wil oproepen.

De selectie overziend rijst het beeld van een evenwichtige, degelijke keuze. De jury koos geen kleine, obscure voorstellingen, en vergat geen grote hits – of het moest De prooi zijn van Het Nationale Toneel, de voorstelling over de val van ABM Amro die dit seizoen het meeste media-aandacht wist te genereren. Bezoekers die in september voorstellingen gaan ‘inhalen’ zullen weinig te klagen hebben over het niveau en de diversiteit van het Nederlandse theater.

Daar staat tegenover dat je zonder moeite een aantal voorstellingen kan noemen die ook in de keuze zouden passen, zoals Mahabharata van Marjolein van Heemstra of Krenz van Willem de Wolf. Het reflecteert een theaterseizoen waarin de kwaliteit zeer hoog was, maar échte uitschieters (te) schaars.

Daar moet bij gezegd worden dat die uitschieters, zeker in de grote zaal, opvallend vaak Vlaamse voorstellingen zijn. Naast de eerder genoemde Musil-cyclus van Cassiers hoorden wat mij betreft ook het onvoorstelbaar weirde Robo-a-Gogo van Wayn Traub en het megalomane 300 el x 50 el x 30 el van FC Bergman tot de hoogtepunten van het seizoen. Helaas zijn die voorstellingen maar één of twee keer in Nederland te zien. Onder druk van bezuinigingen en publiekseisen schuiven Nederlandse gezelschappen langzaam naar het midden, terwijl in België de zucht naar avontuur nog groter is.

Dezelfde jury die deze selectie maakte, beslist ook over de acteursprijzen Theo en Louis d’Or. De nominaties daarvoor worden binnenkort bekend gemaakt.

Het Nederlands Theaterfestival vindt plaats van 30 augustus t/m 9 september. Meer info op ww.tf.nl

Joop van den Ende wint Oeuvreprijs

nieuws,Parool — simber op 2 september 2011 om 00:26 uur
tags: , , , ,

Tijdens de opening van het Nederlands Theaterfestival heeft Joop van den Ende gisteravond in de Stadsschouwburg de VSCD Oeuvreprijs uitgereikt gekregen. De prijs van de verenigde schouwburgdirecteuren wordt hem specifiek toegekend voor zijn verdiensten als musicalproducent en vanwege “de compromisloze kwaliteit die hij aan zijn producties meegaf”. De verraste Van den Ende sprak in zijn dankwoord over zijn liefde voor het toneel die in de Stadsschouwburg was gegroeid en zegt de prijs te willen delen met zijn vrouw Janine.

Vóór de uitreiking had Van den Ende de Staat van het Theater uitgesproken, de jaarlijkse openingstoespraak van het festival. Hij hekelde daarin de houding ten opzichte van cultuur van het huidige kabinet: “Het dedain waarmee men de cultuur behandelt is erger dan de bezuinigingen.” Tegelijk riep hij de kunsten op om nu op te houden met zeuren en aan de slag te gaan. “Wij kunnen vanuit de kunst een antwoord bieden op mensen die totaal niet creatief zijn.”

Van den Ende besloot met een concrete oproep voor een betere kunstlobby in Den Haag. “Alle belangenorganisaties in de kunst moeten daarvoor geld opzij zetten, zodat we een volwaardige gesprekspartner worden. Er wordt nu in Den Haag een Geefwet in elkaar gezet. Alle maatschappelijke sectoren worden daarbij gehoord, behalve de kunsten.”

Zo’n lobbyorganisatie zou een gezaghebbende aanvoerder moeten hebben, zoals Erica Terpstra dat lange tijd was  voor de sport. Is Van den Ende zelf geïnteresseerd in die rol? “Nee, ik heb het geduld niet voor de politiek”, zegt hij achteraf, “Maar ik zou dat graag helpen opbouwen en ik heb ook wel ideeën wie dat zou moeten doen.”

De aloude scheiding tussen gesubsidieerde en commerciële cultuur leek deze middag verdwenen. Van den Ende presenteerde zich nadrukkelijk als onderdeel van de in de zaal verzamelde theatersector en zijn speech leek nog het meest op een peptalk om de gedemoraliseerde kunsten wat zelfvertrouwen te geven. De aanwezigen beloonden hem met gul applaus, al werd het geen staande ovatie.

Naast Van den Ende sprak ook Clairy Polak, als voorzitter van de jury die de beste voorstellingen van het afgelopen seizoen selecteerde. Zij merkte op dat kunst door de regeringsmaatregelen hoe dan ook elitairder wordt en dat kunstenaars moeten kiezen of ze zich op een groot publiek of op een doelgroep richten, waarbij ze haar voorkeur niet onder stoelen of banken stak: “Het mag wel wat minder veilig. We leven tenslotte in gevaarlijke tijden.”

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity