Recensie: Tasso van Het Nationale Toneel

Je ziet het vaker op het toneel: een decor dat aan het begin nog helemaal netjes en aangeharkt is, is aan het eind veranderd in een enorme puinhoop. Bij Tasso is het andersom. Bernhard Hammer ontwierp een podium als een vol kunstenaarsatelier met piano, schildersezel, fotostudio en –lampen, borstbeelden van beroemde kunstenaars, een hogedruk verfspuitinstallatie en decorstukken van een elegante kamer waarvan sommige achterstevoren heel nadrukkelijk decor staan te zijn.

Vorig seizoen maakte de jonge garde toneelspelers van het Nationale Toneel Nieuwspoort, een aardige, maar soms wat naïeve voorstelling over de verhouding tussen kunst en politiek, waarvoor de makers een paar weken rondliepen op het Binnenhof. Nu regisseert Theu Boermans met grotendeels dezelfde acteurs (Joris Smit, Hannah Hoekstra en Sallie Harmsen, nu aangevuld met Bram Suijker en Justus van Dillen) een van de oerteksten over dat onderwerp: Tasso van Goethe uit 1787.

Tasso (Smit) is een dichter bij de rijke, jonge mecenas Alfonso (Suijker) in Ferrara. Hij is verliefd op diens zus Leonore (Harmsen), maar maakt zich onmogelijk door ruzie te zoeken met Alfonso’s vriend Antonio (Van Dillen). Zoals hij eerder deed bij bijvoorbeeld Hamlet of De eenzame weg moderniseert Boermans het verhaal onnadrukkelijk. Alfonso is hier geen hertog maar een succesvolle ondernemer op sneakers, Antonio is zijn politieke liaison. De acteurs spreken de bloemrijke taal van het origineel (fris en helder vertaald door Tom Kleijn), maar zijn daarbij modern informele en emotionele mensen.

Smit maakt van Tasso een manische hipster rocker. Hij levert het manuscript van zijn meesterwerk in bij Alfonso (die het zonder het ook maar open te slaan in een vitrine zet), speelt Angel Eyes op de piano en Pink Floyd op gitaar en schetst een paar vegen op doek. Hij is de archetypische romantische kunstenaar: wispelturig, impulsief en egoïstisch. Met tegenzin ondergaat hij de ceremonie waarin hij een gouden lauwerkrans opgezet krijgt

Van Dillen als Alfonso is zijn tegenpool: berekenend, pragmatisch en een beetje saai, al zingt hij een lied met een verrassende falset. Maar alle personages zijn ergens jaloers op Tasso; allemaal zetten ze, als ze even alleen zijn, de lauwerkrans op hun hoofd, als om te proeven van zijn vrijheid van denken en leven. Alleen Leonore niet, die te goed Tasso’s destructieve kant ziet.

Tasso is, zoals van Boermans inmiddels wel verwacht mag worden, helder en licht. Maar met drie uur is de voorstelling erg lang en op sommige momenten spreken de acteurs iets te mechanisch en niet lucide genoeg.

Aan het eind is het decor in elkaar gezet. De bustes staan op sokkels, de troep is opgeruimd, de acteurs dragen historische kostuums. Tasso heeft zichzelf te gronde gericht en wordt terecht verbannen. Maar Ferrara is een stukje saaier zonder hem.

Tasso van Het Nationale Toneel. Gezien 16/9/14 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 27/9. Meer info op www.nationaletoneel.nl.

Recensie: ‘Anne’ van Image Nation

De vergelijking met Soldaat van Oranje werd vooraf weggewuifd. Anne wordt misschien gemaakt door dezelfde producent en hetzelfde artistieke team, maar dit is toneel en geen spektakelmusical en de tribune draait niet.

Toch vielen op de première van Anne gisteren de overeenkomsten op: het enorme en technisch enorm geavanceerde decor, met gigantische halfrond projectiescherm; de filmisch realistische aanpak in aankleding en spel; en het gebruik van archiefbeelden vermengd met theater.
Maar waar de Soldaat gul, dynamisch en sensationeel was, blijft Anne op artistiek vlak risicoloos en zelfs wat saai.

Schrijversechtpaar Jessica Durlacher en Leon de Winter schreven een nieuwe bewerking van het dagboek van Anne Frank en plaatsen dat in een dubbele raamvertelling: in het kamp Bergen Belsen, waar Anne aan het eind alleen overbleef met haar zus Margot vertelt ze over een droom waarin ze na de oorlog in Parijs haar boek vertelt aan een uitgever. Dat geeft de ruimte om ook te vertellen wat er gebeurde nadat Anne haar laatste aantekening schreef.

Van een Parijs’s café verandert de setting naar de Merwedestraat waar de Franks woonden toen ze uit Duitsland verdreven waren, een werkelijk prachtig uitklapdecor (ontworpen door Bernhard Hammer) van een jarendertigwoning, waar Anne’s vriendinnen op de fiets komen aanwaaien op haar dertiende verjaardag, de dag dat ze haar dagboek krijgt.

Al snel moet de familie onderduiken in het achterhuis, opnieuw een verbijsterend tableau: een dwarsdoorsnede op bijna ware grote van het hele grachtenhuis, met de magazijnen en kantoren van Otto Franks bedrijf Opekta links en het achterhuis met de vier nauwe kamers rechts, allemaal tjokvol authentieke details en meesterlijk divers verlicht.

Maar als je klaar bent met je vergapen begint het toch te wringen dat de enorme schaal waarop deze productie wenst te werken misschien niet past bij het claustrofobische huiskamerdrama dat het verhaal van het Achterhuis uiteindelijk toch is.

De bewerking wisselt steeds het alledaagse leven van de onderduikers af met de meer bespiegelende teksten uit het dagboek, die Anne aan de geheimzinnige uitgever vertelt. Maar de ontzaglijke vorm –het Achterhuis is een kleine plek is om met acht mensen twee jaar lang te verblijven, maar als theaterdecor is het gigantisch– verhindert dat je de benauwdheid van haar situatie voelt.

De cast is met 22 spelers erg groot en voornamelijk erg goed. Rosa da Silva is een uitstekende Anne, een puberend wicht en een flapuit met een opmerkelijk zelfinzicht, die gaandeweg zichzelf ontdekt als schrijfster. Paul R. Kooij maakt van haar vader een complex, gelaagd personage, streng en vol liefde, angstig en ferm. Hij vertelt op sobere wijze wat er gebeurt na het verraad en hun deportatie, waarna nog een overbodig en naar kitch neigend eindbeeld volgt.

Anne is als een film, maar dan een film zonder close-ups. De geschiedenis wordt prachtig zichtbaar gemaakt, maar veel te weinig invoelbaar.

Anne van Image Nation. Gezien 8/5/14 in Theater Amsterdam. Meer info op www.theateramsterdam.nl

Recensie: ‘Midzomernachtsdroom’ door Het Nationale Toneel

BNR Nieuwsradio draait Can’t buy me love van de Beatles, nadat de presentatrice de vijandige overname heeft aangekondigd van het bedrijf Amazona door Theseus, en dat in een moeite door de CEO’s van beide bedrijven ook nog gaan trouwen. Terwijl de muziek schalt, maken talloze bedienden en technici het toneel klaar voor het burgerlijke huwelijksfeest van de in powersuits geklede Theseus (Stefan de Walle) en zijn verovering, de Amazonekoningin Hippolyta (Ariane Schluter).

De voorstelling Midzomernachtsdroom begint bijna als parodie op het maatschappelijk geëngageerde theater dat nu in Nederland zo gangbaar is. Maar regisseur Theu Boermans maakt van zijn debuut bij Het Nationale Toneel een feestelijke, erg geestige avond die uiteindelijk een pleidooi is voor de fantasie op het toneel.

Midzomernachtsdroom is tenslotte Shakespeare’s meest uitbundige komedie, maar ook zijn meest dwaze. Aan de vooravond van de bruiloft verdwalen allerlei types in een sprookjesbos, dat beheerst wordt door elfenkoning Oberon (dubbelrol van De Walle), die met wat tovenarij de liefde, lust en verlangens van de mensen in zijn woud overhoop gooit.

De overgang van de mensen- naar de elfenwereld is een weergaloos effect: de tafels storten in, de enorme partytent zeigt neer en er valt een enorme stroom gruis uit de lucht, tot het hele podium eruit ziet als een open plek in het bos. De ceremoniemeester (Antoinette Jelgersma) transformeert tot Oberon’s knullige helper Puck.

Haar belangrijkste slachtoffer is Bok (Pierre Bokma), een van de theatertechnici die in het woud een amateurtoneelstukje aan het oefenen is om uit te voeren voor het verse bruidspaar. Bokma maakt er met plat Haags accent een verrukkelijk komisch type van, een bombast met een klein hartje, die betoverd wordt tot een angstig balkend ezeltje.

Helemaal aan het eind, als alle betoveringen verbroken zijn, en er inmiddels niet één maar drie huwelijken te vieren zijn, krijgen we als toetje ook nog dat toneelstukje te zien over de voor elkaar stervende geliefden Pyramus en Thisbe, waarin Bokma tussen twee grappen door met drie zinnen tekst en een deerniswekkende blik nog even echt weet te ontroeren. Alleen zijn rol is al de gang naar de schouwburg waard.

De hartstocht van de mens is wispelturig en het is maar goed dat we het huwelijk hebben om haar te temmen, lijkt Boermans te willen zeggen. Midzomernachtsdroom is een niet in de laatste plaats een wedstrijd voor het thuispubliek: Boermans moet de harten van het toch altijd wat conservatieve Haagse publiek weten te veroveren. Dat is hem, gezien de zeer lovende reacties op de première, ruimschoots gelukt. Maar je kunt de voorstelling ook zien als uitdaging aan zijn belangrijkste concurrent: Ivo van Hove’s Toneelgroep Amsterdam. Tegenover diens realistische engagement plaatst hij ongebreidelde verbeeldingskracht. Het Nederlandse theater wordt daar zeker niet minder interessant van.

Midzomernachtsdroom door Het Nationale Toneel. Gezien 11/11/11 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 19-21/12. Tournee t/m 1/2/12. Meer info op www.nationaletoneel.nl

TA vs NT in 11/12

columns — simber op 9 juni 2011 om 23:28 uur
tags: , ,

(Wegens ruimtegebrek niet meer in de TM gekomen…)

Begin april brachten zowel Toneelgroep Amsterdam (TA) als het Nationale Toneel (NT) met enig tamtam hun programma voor het volgende seizoen 2011/12 naar buiten. Met het aantreden van Theu Boermans als artistiek leider mag het NT eindelijk ook artistiek meedoen als zwaargewicht. Hoogste tijd voor een tweekamp op de vuist. Wie weet de verwachtingen het hoogst op te kloppen? Een knokpartij in 7 rondes.

1. Aantal premières
TA is het duidelijkst in het persbericht: het gezelschap presenteert zeven nieuwe voorstellingen. Eén daarvan is een TA-2 productie. Bij het NT tellen we zes nieuwe titels, plus een nog onbekende zevende, een nieuwe voorstelling van Susanne Kennedy. De onvoorspelbare Laura van Dolron tilt het NT over de top: zij komt volgend seizoen ‘meerdere malen’ terug met op dit moment nog geheel onbekende performances. TA stribbelt nog tegen met negen reprises, maar het mag niet baten. Deze ronde gaat naar NT.

NT 1 – TA 0

2. Repertoirekeus

TA kiest voor groot en veilig met twee Molières, een Shakespeare een bewerking van een boek met voldoende snob-appeal (Disgrace van Coetzee) en een filmbewerking (Husbands van Cassavetes). De jonge regisseurs kiezen voor Amerikaanse schrijvers: Arthur Miller en Tenessee Williams. In Den Haag doen ze ook een Shakespeare en ook een bekend boek, maar dan – hoe origineel – non-fictie. Daarnaast nog een romanbewerking (De begeerte heeft ons aangeraakt naar Bert Natter) en verder onbekende stukken van Fassbinder, Enda Walsh en Dea Loher. Erg mwoah allemaal. TA wint nipt.

NT 1 – TA 1

3. Internationale gastregisseurs

TA weet meer en meer internationale topregisseurs aan te trekken. Volgend seizoen komen Luk Perceval en de in Nederland nog onbekende Dimiter Gotscheff (in Duitsland gerenommeerd vanwege zijn samenwerking met Heiner Müller). Als klap op de vuurpijl komt Johan Simons Macbeth maken. Het NT heeft daar maar weinig tegenover te stellen. Ene Franz Wittenbrink komt de voorstelling Koninginnenacht regisseren. “Wittenbrinks voorstellingen kenmerken zich doordat ze geheel gezongen worden.” Klinkt als een onbekende, goedkopere Marthaler. TA wint, met overmacht.

NT 1 – TA 2

4. Grotezaaldebuut

Beide gezelschappen hebben een jonge regisseur in de gelederen die na een talentontwikkelingstraject dit seizoen de grote zaal in mag. In Amsterdam gaat Eric de Vroedt Na de zondeval regisseren, het stuk waarin Arthur Miller terugkijkt op zijn huwelijk met Marilyn Monroe. Susanne Kennedy doet een stuk van Fassbinder met Els Dottermans en Betty Schuurman. Het is een felle strijd, maar het NT wint: De Vroedt heeft al stiekem in de grote zaal gestaan toen de reprise van Glengarry Glen Ross ineens in de Rabozaal was, en Kennedy lijkt van alle jonge theatermakers in Nederland het meest thuis in de grote bak.

NT 2 – TA 2

5. Grootschalige Shakespeare

Theu Boermans opent het seizoen met Midzomernachtsdroom, met o.a. Pierre Bokma, Ariane Schluter, Stefan de Walle en Matteo ‘Soldaat van Oranje’ van der Grijn. Dat wordt vast heel goed, maar het kan echt niet op tegen de seizoensafsluiter van TA: Macbeth, waarin regisseur Johan Simons wordt herenigd met Fedja van Huêt in de titelrol. Fedja speelde zijn mooiste rollen bij Simons (De Bitterzoet, Bacchanten) en met Chris Nietvelt als de Lady lijkt dit de absolute klapper van het seizoen te gaan worden. TA wint.

NT 2 – TA 3

6. Maatschappelijk engagement

De Vrek van Molière over geld en hebzucht laten gaan, daar slaan we niet stijl van achterover. Ivo van Hove zal van de komedie ongetwijfeld weer een actuele voorstelling weten te maken, zoals eerder Het temmen van de feeks of Der Menschenfeind in Berlijn. Maar in Den Haag gaat Johan Doesburg iets interessants doen: een bewerking van De Prooi, het boek van Jeroen Smit over de ondergang van ABN-Amro. Bovendien onthult dit een heel scala aan nog niet gebruikt materiaal voor voorstellingen. Verwacht de komende jaren dus theaterbewerkingen van Wij zijn ons brein, Het geheim van de Telegraaf en Congo (oh nee die was er al, Missie!).

NT 3 – TA 3

7. Acteursrollen

Hier komt het NT in de problemen, want met een mooi bezette Midzomernachtsdroom en Mark Rietman als Rijkman Groenink ga je het niet redden tegen TA. Hans Kesting speelt De Vrek, Fedja van Huêt Macbeth en Karina Smulders speelt in zowel het op Marilyn gebaseerde personage in Na de zondeval als de door Liz Taylor beroemd gemaakte rol in Kat op een heet zinken dak. Zo goed als KO voor TA.

NT 3 – TA 4

Theu-bonus

Maar in het zicht van de nederlaag zet Theu Boermans zijn joker in: aan het begin van het seizoen presenteert hij zich aan het Haagse publiek met een flink aantal reprises, waaronder de legendarische voorstelling De Presidentes van De Trust, met de originele cast (Blok, Van Eyle, Jongeling) en de Hamlet die hij vorig seizoen maakte in Graz. Is het genoeg? Nee…

NT 3½ – TA 4

Maar geen nood, volgend jaar revanche.

Interview Theu Boermans

Het Compagnietheater bruist van de activiteit. Beneden in de hal wordt een filmpje opgenomen met Monique van de Ven, terwijl in de keuken van het restaurant de avond wordt voorbereid. Boven, in de zaal, repeteert Theu Boermans met zijn acteurs aan de voorstelling De Eenzame Weg, die over een week in reprise gaat. Ze werken aan de scène waarin het personage van actrice Katja Herbers zelfmoord pleegt door in een enorme bak schuim te rollen. Ze moet onzichtbaar ontsnappen, een truc die eenvoudig lijkt, maar als je er even over nadenkt doodeng is.

‘Er zit nu ook een filmproductiebedrijf, een paar jonge ontwerpers en het kantoor van Het Theaterfestival’, vertelt Boermans even later in zijn eigen kamer, met uitzicht over de Kloverniersburgwal. Er staan nog flink wat verhuisdozen. ‘Het gezelschap De Theatercompagnie is opgeheven en de kantoren die we hadden voor dramaturgie, publiciteit en techniek zijn nu verhuurd. Maar er stonden nogal wat spullen die nu maar even hier blijven.’

Een paar jaar geleden leek het afgelopen met Theu Boermans. Zijn gezelschap De Theatercompagnie kreeg geen subsidie meer, zijn inzet om naast Toneelgroep Amsterdam een tweede stadsgezelschap te vormen had tot niets geleid. De groep werd opgeheven en al het personeel ontslagen. Maar Boermans hield één troef in handen: Het Compagnietheater.

Continue reading “Interview Theu Boermans” »

Recensie: ‘Olie’ van Het Derde Bedrijf

Theu Boermans keert met Olie in zekere zin terug naar een van de kenmerken van De Trust: het introduceren van nieuwe (Duitstalige) toneelschrijvers. De Zwitser Lukas Bärfuss is in Nederland nog nauwelijks gespeeld, maar of hij dezelfde reputatie als Goetz of Schwab zal krijgen lijkt niet waarschijnlijk. Dat de voorstelling toch de moeite waard is komt door de spelers, maar vooral door de meesterlijke vormgeving.

Eva (Tamar van den Dop) zit in een huis in een provinciestad in een niet nader benoemd Derde Wereldland te wachten op haar man, een geoloog die met een assistent op zoek is naar olie. Ze doodt de tijd met drinken en honende, aan Thomas Bernhard herinnerende monologen tegen haar dienstbode, door Myranda Jongeling lijzig met Oosteuropees accent gespeeld.

De personages zijn opgesloten in een enorme houten kist, met stempels als op een krat dat verscheept moet worden. Maar de meeste aandacht trekt de grote zwarte ballon aan het plafond. De scènes zijn kort en worden steeds onderbroken door donkerslagen, waarin luid gesis te horen is. Als het licht weer aangaat zijn nieuwe personages verschenen en blijkt de ballon weer net iets verder opgeblazen.

Die ballon is een geweldig idee, te goed misschien voor deze tekst. De hele voorstelling staat onder spanning en als aan het eind de balloon de hele ruimte vult, en de paar meubels en mensen wegdrukt vraag je je af waar het stuk eigenlijk over ging. Over ons schuldgevoel over het leegplunderen van arme landen voor ons comfort? Over spirituele leegte in morele voortreffelijkheid? Bärfuss’ taal is literair, met verrassende metaforen afgewisseld met bijtende humor.

Het is Van den Dop die je voor Eva weet te winnen. In al haar gemene inertie is ze toch beklagenswaardig. Marcel Hensema als de geoloog stelt daar een passend ongeduldige energie tegenover. Een kleine huiselijke scène halverwege het stuk toont hun even oprechte wederzijdse liefde en haat en is een bescheiden hoogtepunt.

Het kan verkeren. Zo’n twee jaar geleden zat de carrière van Theu Boermans aan de grond: hij had alles ingezet op zijn gezelschap De Theatercompagnie, maar dat kreeg geen subsidie meer. Maar zie, het is 2011 en ineens is Boermans regisseur van een succesmusical (Soldaat van Oranje), de nieuwe artistiek leider van Het Nationale Toneel in Den Haag en start hij met een nieuwe eigen productiekern Het Derde Bedrijf. Zo blijft hij zich binden aan Amsterdam en aan Olie te zien is dat iets om blij mee te zijn.

Olie van Het Derde Bedrijf. Gezien 2/2/11 in Het Compagnietheater. Aldaar t/m 19/2. Meer info op www.compagnietheater.nl.

Recensie: ‘Fraulein Else’ van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 31 januari 2010 om 18:20 uur
tags: , , ,

Alsof er niets aan de hand is presenteert De Theatercompagnie een nieuwe voorstelling in het Compagnietheater. Terwijl de subsidie is opgehouden en de groep van Theu Boermans in een langdurige rechtszaak is verwikkeld, heeft het gezelschap een listig plan bedacht dat draait om de verkoop van het ooit door de gemeente geschonken pand, wat een beetje geld oplevert om voorstellingen te maken; kleinschalig weliswaar – Fraulein Else is een solo van Katja Herbers. Op de première afgelopen vrijdag de financiële ellende even ver weg en ging het over de voorstelling. Jammer alleen dat die nogal tegenviel.

Fraulein Else is een novelle van Arthur Schnitzler (van wie Boermans de afgelopen jaren al twee stukken regisseerde) uit 1924, een monologue intérieur van een jong meisje op vakantie in een kuuroord. Ze houdt zich bezig met tennis, prakkizeren over wat ze aanmoet en aanmerkingen maken op haar medegasten, totdat ze bericht krijgt van thuis. Haar vader heeft een forse lening nodig en Else moet die lospeuteren bij een oudere heer die ook in het kuuroord verblijft. Inderdaad blijkt deze Dorsday bereid te betalen, op voorwaarde hij Else mag ‘zien’. Naakt welteverstaan.

Met opmerkelijk psychologisch inzicht schetst Schnitzler de wispelturige en tegenstrijdige gedachten en gevoelens van een jong volwassen meisje; nu eens sensueel, dan weer koket, soms ijdel, af en toe aandoenlijk, maar meestal nog een kind dat door de rest van de wereld al wordt gezien als seksueel wezen. Ze is zich bewust van het effect dat ze heeft, maar nog niet te in staat om te manipuleren. “Een slet wil ik best zijn, maar geen hoer!”

Herbers begint sterk, razensnel schakelend tussen hups en kinderlijk enerzijds en wulps en temend anderzijds. Halverwege de enorme, hagelwitte trap in het decor ziet ze er ineens heel frêle uit; op haar hakken weet ze de overdreven grote treden ternauwernood te bedwingen. Maar gedurende de avond verdwijnt de spanning en de trefzekerheid en moet de actrice zelfs af en toe een beroep doen op de souffleur.

Dan vraag je je ineens ook af wat Boermans’ bedoeling is geweest met deze tekst. Theatergroep ’t Barre Land maakte een paar jaar geleden een bewerking, waarbij ze mejuffrouw Else tegenover luitenant Gustl, een ander Schnitzler-personage, zetten. Margijn Bosch zette toen een Else neer die eindeloos dubbelzinnig was in een voorstelling waarin manipulatie, waarneming en werkelijkheid ondoordringbaar door elkaar liepen. Boermans’ versie is rechtlijniger, meer het verhaal van een moreel dilemma of een case study.

En dan dringt zich ook nog een andere, actuele associatie op: Herbers die naakt en kwetsbaar als Else het perverse publiek moet behagen om haar ‘toneelvader’ Boermans te helpen bij diens geldproblemen te helpen. Dat is een onbehaaglijke gedachte om mee naar huis te gaan.

Fraulein Else van De Theatercompagnie. Gezien 29/1/10 in het Compagnietheater. Aldaar t/m 13/2. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Theater op televisie

overig — simber op 17 september 2009 om 17:19 uur
tags: , , , ,

Geschreven voor 609, het nieuwe kwartaal tijdschrift van het Mediafonds (voorheen Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties)

Na een hiaat van een paar decennia worden er in augustus weer registraties van toneelvoorstellingen uitgezonden op de Nederlandse televisie. Het project, van (televisie-) producent en regisseur Marc Nelissen, wordt met spanning tegemoet gezien, maar roept ook vragen op. Want wat is de beste manier om theater op televisie te vertonen? Moet je theater registreren als een voetbalwedstrijd? Of moet je adapteren en een nieuw autonoom kunstwerk maken? Zijn er tussenvormen denkbaar? Simon van den Berg vroeg makers die de kloof tussen theater en televisie overbruggen naar hun opvattingen over hoe beide elkaar kunnen aanvullen.

In de toneelwereld wordt er nogal eens nostalgisch aan gerefereerd: de toneelregistraties uit de jaren vijftig en zestig. Iedere donderdagavond werd een stuk uit het toneelrepertoire uitgezonden door een van de publieke omroepen. In de decennia erna gingen omroepen zelf drama produceren specifiek voor het medium, en theater kreeg minder en minder ruimte op televisie.

Een nieuw project wil de trend keren. De stichting Theater en Televisie van (televisie-)producent en regisseur Marc Nelissen registreerde afgelopen theaterseizoen zes voorstellingen, die eind augustus rondom de Uitmarkt integraal worden uitgezonden (zie kader). Het project is een samenwerking van de stichting met de NPS, AVRO en VPRO en wordt ondersteund door het Cobofonds en acteursbelangenorganisatie Norma.

Maar bij de presentatie van de eerste beelden liet Theu Boermans in een toespraak weten dat het verhaal wat hem betref nog niet klaar was met deze registraties. Hij denkt dat het mogelijk moet zijn om één voorstelling van het begin af aan te maken voor zowel het podium als het televisiescherm. Bij het project van Marc Nelissen gaat het om zuivere registraties –Nelissen zelf gebruikt graag de vergelijking met uitzendingen van voetbalwedstrijden-, Boermans zou eigenlijk adaptaties willen maken met aanpassingen in de voorstellingen om ze beter geschikt te maken voor televisie.

Een paar weken later legt Boermans in een gesprek zijn idee uit. “Ik vind de registratie van mijn voorstelling De Koopman van Venetië goed geslaagd. Maar als ik van te voren had geweten dat dit zou worden opgenomen en uitgezonden had ik parallel een tweede versie kunnen maken. Voor het maakproces is het verschil niet zo groot. Je concept en je personageontwikkeling blijven hetzelfde, je gebruikt alleen een andere taal. Maar toneel is één totaalbeeld, door mise-en-scène maak je als het ware close-ups en medium shots. Ik zoek in een tekst altijd naar de scharnierpunten in het verhaal en in de verhoudingen tussen de personages. In een theatervoorstelling worden die gemaakt door de acteurs en de vormgeving, in film vervang je dat door montage.”

“De vrijheid die je wint als je vooraf weet dat je het gaat bewerken voor televisie is dat je kunt gaan nadenken over de plek waar het zich afspeelt”, vervolgt Boermans. “Het hoeft niet in het toneeldecor, het kan op locatie of in een studio. Je kunt gaan nadenken of publiek erbij een meerwaarde heeft of juist niet. Ik had De Koopman van Venetië graag willen opnemen in een studio, zodat het zich helemaal in de zilveren, abstracte wereld van het toneeldecor had kunnen afspelen, zonder publiek. Dat had een bepaalde verdichting en spanning gegeven die bij deze voorstelling past. We hadden wat kunnen schrappen in de tekst – een oogopslag die je in het theater niet ziet zegt even veel als drie zinnen tekst. Bovendien hadden we kunnen oefenen op camera, waarbij de acteurs kleiner spelen. Ik had die twee versies tegelijkertijd kunnen repeteren, dat was niet zoveel moeite geweest.”

Marc Nelissen, die zelf de registratie van De Koopman van Venetië regisseerde, is op z’n zachtst gezegd niet enthousiast over de plannen van Boermans: “Ik vind het een onzalig plan. Theatermakers moeten een zo goed mogelijke voorstelling maken, en ik moet die zo goed mogelijk vastleggen. Natuurlijk doen we daarbij lichte aanpassingen -soms moet de camera voor een paar close-ups op het toneel, dat doen we dan ’s middags, of we veranderen hele kleine dingen aan een voorstelling die anders slecht te zien zijn-, maar als je dat te ver doorvoert kom je tussen twee werelden terecht. Je kunt ook niet “een beetje” adapteren, dat is heilloos. Je komt dan in een schemergebied vol compromissen. Je kunt het natuurlijk wel helemaal los van elkaar trekken en er een nieuw, apart script van maken. Dan wordt het een ander verhaal.”

Nelissen is vooral tegen het weglaten van het publiek in de televisieversie: “Met het publiek erbij wordt het een beleving, het is één take, één spanningsboog en dat geeft een geheel eigen dynamiek. Een voetbalwedstrijd zonder publiek op televisie is is niks. Op televisie zie je andere dingen dan in het stadion, maar dat er publiek bij is is essentieel. Dat is te vergelijken met het verschil tussen een een gloedvolle avond Concertgebouworkest in de zaal met de spanning en de ontlading die daarbij hoort, of het vangen van de perfecte klank in een klinische studio. Het zijn verschillende dingen, en je moet een keuze maken.”

Peter de Baan is milder: “Het lijkt me moeilijk om gelijktijdig na te denken over twee versies.” De Baan is van oorsprong toneelregisseur, maar maakte in het kader van het Theater op Televisieproject de registratie van Ivo van Hove’s De Getemde Feeks. Hij ziet vooral de praktische voordelen: “Het is natuurlijk geweldig als je in één seizoen een voorstelling kan maken en daarna een filmversie. Er is winst te halen op op produktioneel niveau als je dat allemaal van tevoren kan vastleggen. Maar dat heeft pas zin als je dezelfde acteurs gebruikt, die hebben al gelééfd in het stuk. Bovendien kunnen vrijwel alle acteurs tegenwoordig zowel film als toneel. Maar toch geldt voor mij dat ik liever de voorstelling zou maken vanuit de vrijheid dat het alleen voor toneel is. Dat is ook een verschil in persoonlijkheid tussen Theu en mij.”

Actrice en schrijfster Joan Nederlof, tevens artistiek leider van theatergroep Mugmetdegoudentand heeft een ander perspectief: “Ik ben niet zo onder de indruk van wat ik tot nu toe van deze registraties heb gezien. Er is heel rigide gekozen dat het geen adaptaties mochten zijn, en ik snap niet zo goed waarom. Dit zal voornamelijk als effect hebben dat mensen die niet naar het toneel gaan bevestigd worden in hun idee dat het maar een vreemd medium is dat niet voor hen is. Bij de filmversie van onze voorstelling Smoeder kozen we voor een adaptatie op een simpele manier: ee speelden het in een café, met publiek eromheen. Daarmee werd het veel toegankelijker en dichterbij dan een registratie in het theater had kunnen zijn. Maar dat had niet binnen dit project gepast omdat het te veel adaptatie zou zijn.”

Boermans is zich er zeer wel van bewust dat zijn aanpak niet bij iedere voorstelling past: “Het beeld is soms te groot, of de vorm en het acteren zijn te abstract, en vooral wanneer de acteurs door de vierde wand breken accepteert het publiek dat niet altijd, omdat film toch meer in de naturalistische traditie staat. De registratie van De Koopman van Venetië werkt mede omdat het een retorisch stuk is, situationeel gespeeld met herkenbare personages. Maar abstractie is in principe geen belemmering. Als toeschouwer ga je mee met de personages, niet met de vorm. Je kunt prima een volkomen abstract decor maken, als de personages en hun tekst maar aangepast zijn aan de film.”

Een voorbeeld van die methode is de film 1000 Rosen, die Boermans in 1994 maakte met zijn gezelschap De Trust, naar het gelijknamige toneelstuk van Gustav Ernst. “Die tekst bestond uit eindeloze monologen. De personages in het stuk zijn overbewust en spreken alles uit. In de film hebben we dat allemaal omgeschreven naar de situatie en op basis daarvan nieuwe dialogen geschreven. We probeerden een equivalent te vinden voor de toneeltaal door het in een merkwaardig Nederduits dialect te spelen. Daardoor moesten we het ondertitelen en zo werd het tekstuele van Gustav Ernst via een omweg weer poëzie. Dat is een voorbeeld van een oplossing voor een algemeen probleem: toneeltekst is heel erg kunstmatig op film: toneelpersonages spreken hun gedachtes uit, het lijkt meer op een voice-over. Die abstractielaag in taal hoort bij toneel.”

De Baan heeft een vergelijkbare ervaring: “Ik werk nu aan een televisiescenario van Volmaakt Geluk, een toneeltekst van Charles den Tex en mij die ik vorig jaar regisseerde. Het leent zich goed voor een filmversie, het is een verbaal gevecht, met spitse dialogen en een makkelijk soort moderniteit. Maar ik moet er veel meer beelden bij maken. In het algemeen kun je zeggen dat onder invloed van film toneelschrijvers de specifieke kracht van theater opzoeken: personages die elkaar psychologisch uitbenen door middel van praten. De beelden die in zo’n tekst zitten moet je op de een of andere manier omzetten.”

Bij het adapteren van Volmaakt Geluk krijgt De Baan ook te maken met een tweede, minder inhoudelijk aspect van de verhouding tussen theater en televisie: de grote afstand tussen beide werelden. “Toneel is veel makkelijker te organiseren,” merkt hij op, “Film blijft tot in een laat stadium onzeker. Er is nogal wat wilskracht voor nodig om iets voor elkaar te krijgen. Je moet van elastiek zijn en van eikenhout. Er zijn ook weinig contacten over en weer. Natuurlijk, op het niveau van de acteurs lopen de werelden van toneel en film volledig door elkaar. Maar op gebied van regisseurs helemaal niet. Er is ook veel wantrouwen over en weer, maar vooral van film naar toneel.”

Boermans heeft dat wantrouwen aan den lijve ondervonden: “Toen we 1000 Rosen maakten en daarna de televisieserie De Partizanen kregen we klachten van de Vereniging van Speelfilmproducenten. Wij konden goedkoper werken, omdat de acteurs in vaste dienst waren van het gezelschap. Dat vonden zij oneigenlijke concurrentie. Dat soort denken blijft bestaan totdat de opleidingen meer gaan samenwerken. Ik zou dan ook willen nadenken of het mogelijk is dat de Toneelschool en de Filmacademie bepaalde lessen gezamenlijk gaan geven. De kern van beide vakgebieden, het dramatische conflict, is toch hetzelfde.”

Alle regisseurs die ik sprak pleiten voor meer flexibiliteit en durf bij de omroepen en de fondsen: “Bij de Publieke Omroep gaat het nu wel goed met de kijkcijfers, maar niet met de kwaliteit,” vat Nederlof de meningen samen, “Als je op zoek gaat naar nieuwe vormen moet je risico nemen, en daarvoor is geen ruimte. De politiek moet de omroepen ook dwingen om meer èchte cultuur te brengen.” Voor de nabije toekomst ziet Nelissen vooral mogelijkheden voor het uitbreiden van het huidige registratieproject: “Het vastleggen voor het nageslacht vind ik belangrijk, dus een making of, of interviews met de betrokkenen zijn heel waardevol.”

De Baan wil juist een stap verder gaan: “In een vervolgproject zou je moeten proberen er film van te maken. Of in ieder geval: twee autonome produkten met dezelfde auteur. Een stuk of drie projecten met regisseurs die de ervaring hebben.” Boermans pleit voor verdergaande samenwerking tussen theatermakers en televisieproducenten: “Bij dramaturgieafdelingen van toneelgezelschappen zit heel veel know-how. Dramaturgen lezen heel veel van wat er voor toneel wordt geschreven, terwijl ze bij de televisie altijd enorm hard op zoek zijn naar nieuwe scripts. Het zou goed zijn als dramaturgie-afdelingen zelf aan planontwikkeling konden doen. Je zou willen dat er een loket is voor dit soort plannen, als contactpunt tussen theater en televisie. Er moet een biotoop zijn waar plannen ‘omroeprijp’ gemaakt kunnen worden.

Sidebar: De registraties:

Het temmen van de feeks van Toneelgroep Amsterdam
theaterregie: Ivo van Hove, televisieregie: Peter de Baan

Geslacht van Het Toneel Speelt
theaterregie: Ger Thijs, televisieregie: Peter de Baan

De Koopman van Venetië van de Theatercompagnie
theaterregie: Theu Boermans, televisieregie: Marc Nelissen

Op hoop van zegen van Het Toneel Speelt
theaterregie: Jaap Spijkers, televisieregie: Eddy Habbema

Blackface van Orkater
theaterregie: Vincent van Warmerdam en Michel Sluysmans, televisieregie: Marc Nelissen

Tocht van het Ro Theater
theaterregie: Alize Zandwijk, televisieregie: nnb

De registraties worden vanaf 28 augustus wekelijks uitgezonden op vrijdag en zaterdag.

Theu Boermans: regisseur maar geen gezelschapsleider

overig,Parool — simber op 15 januari 2009 om 02:04 uur
tags: ,

Analyse bij het nieuwsbericht dat het bezwaar van De Theatercompagnie bij het NFPK+ is afgewezen. Lijkt erg op wat ik eerder schreef toen het oorspronkelijke advies uitkwam. Ach ja, geheugen en kranten, het is geen natuurlijke combinatie ;-)

Het lijkt tegenstrijdig dat een zo veelgeprezen theatermaker als Theu Boermans ineens zonder subsidie komt te zitten. Maar Boermans’ ambities zijn altijd groter geweest dan alleen maar mooie voorstellingen maken: hij wil toneelleider zijn, directeur van een groot gezelschap, gevormd naar zijn eigen uitgangspunten. Boermans is echter een uitstekende regisseur, maar hij faalde als gezelschapsleider.

De problemen begonnen eigenlijk al toen De Trust in 2001 fuseerde met Art & Pro tot De Theatercompagnie. Het was een liefdeloze verbintenis, vooral ingegeven door Boermans’ zucht naar groei. Al snel volgde een periode van financiële problemen, ontslagen, mislukte voorstellingen en een reorganisatie waarbij Boermans min of meer onder curatele werd gesteld. Eind 2007 meende hij zijn straf te hebben uitgezeten en kwam met een nieuw, uiterst ambitieus plan om van De Theatercompagnie naast Toneelgroep Amsterdam het tweede stadsgezelschap te maken.

Maar daarmee onderschatte hij zowel de flexibiliteit van de beleidsmakers –die slechts voorzien hadden in één stadsgezelschap-, als het vertrouwen van de adviescommissies in zijn leiderschap. Je zou het kunnen zien als een vorm van ‘imperial overstretch’: de plannen van het gezelschap voor talentontwikkeling, multiculturele samenwerking en internationalisering gingen ten koste van de kern van het gezelschap.

Het eigen Compagnietheater op de Kloveniersburgwal wilde maar geen sfeervol toneelhuis worden en het ensemble ontbeerde sterren, waardoor voor bijna iedere productie de hoofdrolspeler van buiten moest worden aangetrokken (zoals onlangs Pierre Bokma voor De Koopman van Venetië). Boermans is een buitengewoon begenadigd acteursregisseur en acteurs als Jacob Derwig, Halina Reijn en Carice van Houten zien hem als hun toneelvader. Maar in plaats van zich te concentreren op het kneden van een nieuwe generatie spelers wilde Boermans per se ook regisseurstalent aan zich binden.

De laatste afwijzing dreigt slechts het begin te worden van een slepende procedure – het gezelschap heeft al vroeg aangekondigd de negatieve subsidiebesluiten tot aan de hoogste rechter aan te zullen vechten. Toch zou je wensen dat dit ongelukkige hoofdstuk nu wordt afgesloten en Boermans zich weer kan gaan richten op zijn grote talent: toneel maken.

Recensie: De koopman van Venetië van De Theatercompagnie

Parool,recensies — simber op 14 november 2008 om 13:35 uur
tags: , , , ,

Eigenlijk is het komedie, De koopman van Venetië, maar we kunnen het nog maar moeilijk zo zien. De slechterik in het stuk, Shylock, is namelijk een Jood, en niet zomaar een, maar de ergste karikatuur van de vrekkige, wrede woekeraar. Net als Het temmen van de feeks (dat lollig doet over vrouwenonderdrukking) is het voor hedendaagse theatermakers een van de lastigste werken van Shakespeare omdat het onderwerp té beladen is om zonder grote ingrepen op te voeren.

De Theatercompagnie heeft het nu toch aangepakt. Het is waarschijnlijk de laatste voorstelling van de groep -de subsidie wordt stopgezet-, maar in deze zwanenzang brengt regisseur Theu Boermans datgene waar hij zijn roem aan te danken heeft in optima forma: een kraakheldere en lichte enscenering van een klassieker, schitterende gespeeld door een combinatie van oude cracks en jong talent.

Shylock, een nauwelijks getolereerde buitenstaander in het christelijke Venetië leent een som geld aan de koopman Antonio die tijdelijk zonder zit. Die leent het meteen weer door aan zijn vriend Bassanio die het geld nodig heeft om indruk te maken op de rijke, begeerlijke en ongetrouwde Portia. Maar Shylock stelt een gruwelijke voorwaarde bij zijn lening: mocht Antonio niet op tijd kunnen terugbetalen, dan mag Shylock een pond vlees uit diens lichaam snijden.

Boermans oplossing voor het antisemitisme is vernuftig: door in andere scènes (de andere vrijers aan het hof van Portia) hilarische maar ook pijnlijke karikaturen neer te zetten van Arabieren en Chinezen schetst hij in een decor van zilver glimmende sliertgordijnen effectief het beeld van een samenleving die bang is voor alles wat vreemd is. Net als Ivo van Hove deed met Het temmen van de feeks maakt hij de oorspronkelijke komedie tragisch en maatschappijkritisch door de bad guys sympathieker te maken en de helden met wantrouwen te volgen.

Shylock is een prachtige rol van Pierre Bokma, die de gedurfde combinatie van platte komedie en afgetekende tragiek bijzonder fraai naar zijn hand zet. Een echte ontdekking is Loes Haverkort, een nog jonge actrice die Portia neerzet als poor little rich girl, die zich na de pauze -in het rechtbankdrama dat volgt als Antonio niet kan betalen en Shylock zijn pond vlees opeist- als man vermomd een haarkloverige juridische oplossing vindt. Maar ook Eva van der Gucht, die met een opgetrokken wenkbrauw de zaal plat krijgt, en Mike Reus als oppervlakkige Bassanio zijn op dreef.

Het stuk wemelt van contracten, ringen die geloftes bezegelen en schuldbekentenissen. Het handhaven van de afspraken is doel op zich geworden in Venetië. De rechtbank kan Shylock niet tegenhouden ook al zou het tot de dood van Antonio leiden: de wetten zouden ongeloofwaardig worden. Haarscherp laat Boermans zien dat door de wet tot het uiterste te volgen de beschaving die zij moeten handhaven bij het vuilnis wordt gezet.

Het is moeilijk om deze Koopman niet ook autobiografisch te zien. Ook Boermans werd slachtoffer van regeldrift en zal zich nu voelen als Shylock: aan de bedelstaf, beroofd van zijn identiteit en gedwongen tot een zwervend bestaan. We wensen beter voor hen allebei.

De Koopman van Venetië van De Theatercompagnie. Gezien 13/11/08 in de Stadsschouwburg. Aldaar t/m 15/11. Tournee t/m 23/12. Meer info op www.theatercompagnie.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2014 Simber | powered by WordPress with Barecity