Interview Johan Simons

interviews,reportages,Theatermaker — simber op 29 april 2011 om 14:46 uur
tags: , ,

Er is veel te benijden aan de Münchner Kammerspiele – de status van onaantastbaar instituut, de vrijwel onbegrensde theatrale mogelijkheden, de enorme betrokkenheid van het publiek –  maar het meest aansprekende is toch wel het café. Dat ligt niet aan de sjieke Maximilianstraße, de dure winkelstraat waaraan het Schauspielhaus, de grote zaal in art deco-stijl, gevestigd is, maar om de hoek in de moderne glas en betonbouw waar het gezelschap haar kantoren, ateliers en kleine zalen heeft. Overdag bestaat het uit twee ruimtes, een eenvoudig openbaar café, door middel van een verschuifbare wand gescheiden van de personeelskantine. ’s Avonds na de voorstellingen worden de twee samengevoegd en kunnen publiek en spelers elkaar ontmoeten.

Op een doordeweekse avond schuiven hier langzaamaan verschillende groepen naar binnen. Eerst de spelers van They shoot horses, don’t they? van Susanne Kennedy, dat een paar verdiepingen hoger in de Werkraum werd opgevoerd. Een paar Nederlandse journalisten zijn er ook. In drie achtereenvolgende dagen kunnen ze nieuwe voorstellingen van Kennedy, Simons (Winterreise) en Ivo van Hove (Ludwig II) zien. De volgenden zijn de spelers die met regisseur Sebastian Nübling de voorstelling Alpsegen repeteren, Benny Claessens is een van hen. En tenslotte, veel later, de groep medewerkers aan Ludwig II, die zojuist de eerste en enige try-out heeft gehad. De sfeer is levendig, maar niet geheel zorgeloos.

Het café heeft één bar, maar publiek wordt geacht op een ander punt haar drankjes te bestellen dan de Kammerspiele-medewerkers, die om een hoekje voor een habbekrats thee, worst en brood met kaas kunnen kopen. De thee wordt geschonken in smalle hoge bierpullen van een halve liter, met handvat. Later op de avond drinken ze uit glaasjes die net zo smal en hoog zijn, maar tien keer zo klein. Daar zit wodka in.

Johan Simons verschijnt pas laat. De evaluatie na Ludwig II duurde lang en ook al zegt niemand het hardop, het is duidelijk dat de de try-out enige zorgen baarde. Problemen met de gecompliceerde videotechniek, met het ritme, misschien ook wel met de spelers. Later blijkt dat Van Hove die avond besloten heeft om een half uur uit het tweede deel te schrappen. En, iets verder op de achtergrond, is er enige ongerustheid over de harde kern van Ludwig-vereerders die in München de nalatenschap van de Beierse sprookjeskoning bewaken. Wat moeten zij wel niet denken van die Vlaamse regisseur en de Hollandse hoofdrolspeler, ook al is het de populaire Jeroen Willems?

Simons drinkt geen wodka. ‘Ik heb veel te veel werk voor wodka’, grapt hij tegen de aanwezige Nederlanders. Hij heeft een baard laten staan en draagt een zijden sjaaltje half onder zijn overhemd. In het café loopt hij rond als een kruising tussen een jeugdherbergvader en een kapitein op de grote vaart. Hij lijkt vermoeid en contemplatiever dan gewoonlijk. ‘Het is echt veel meer werk dan NT Gent leiden, veel meer werk dan ik vantevoren had verwacht.’

Continue reading “Interview Johan Simons” »

Kritiek: ‘They shoot horses, don’t they?’ van Susanne Kennedy bij de Münchner Kammerspiele

Spreekstalmeester Rocky tergt nog het meest. Er is niets opzwepends aan hem, lijzig en vermoeid spreekt hij zijn tekst in de van het plafond hangende microfoon. ‘Roken op de vloer is strikt verboden’, lispelt hij terwijl hij er midden op staat en nog een haal van zijn sigaret neemt. Thomas Schmauser heeft voor de rol een lila jumpsuit aan en een lange blonde pruik op.

In Nederland is regisseur Susanne Kennedy al een paar jaar bekend als een van de grote talenten van haar generatie. Met een herkenbare signatuur en grote stijlvastheid maakte ze een eigenzinnig oeuvre, waarin ‘de blik’ centraal staat, het confronterende en uitdagende terugkijken van de spelers naar het publiek.

Johan Simons nodigde haar uit in München voor een gastregie in de Werkraum van de Münchner Kammerspiele, een nieuwe kleine zaal van het mega-gezelschap waar regisseurs kunnen experimenteren en voorstellingen langer aaneengesloten kunnen spelen (een bijzonderheid binnen het Duitse repertoiresysteem). Eerder dit seizoen maakte René Pollesch er al een voorstelling, later volgt Stefan Pucher.

Het is Simons’ bedoeling dat de Werkraum ieder jaar door een andere ontwerper wordt ingericht. Dit jaar maakte vaste Simons- en Volksbühne-vormgever Bert Neumann er een zilver-met-paarse kruising tussen een boksarena en een jaren tachtig-disco van, waarin het publiek in ingeschotte banken rondom het speelvlak zit.

Kennedy koos voor een bewerking van het boek They shoot horses, don’t they? van de Amerikaanse schrijver Horace McCoy, vooral bekend van de verfilming uit 1969 (met Jane Fonda), over een onbarmhartige danswedstrijd in de crisisjaren. Maar Kennedy laat haar spelers niet dansen. Ze wiebelen een beetje of maken minimale bewegingen met hun armen en langzaam cirkelen ze om het middelpunt, Rocky met zijn microfoon.

De spreekstal meester legt aan het begin de regels uit. Wie met z’n knieën de grond raakt is af, iedere paar uur is er tien minuten pauze en voor eten en drinken wordt gezorgd. De eerste week moet je dansen, daarna is er slechts één regel: je moet in beweging blijven. Degene die het langst overeind blijft krijgt duizend dollar. ‘Het zijn strenge regels, want het zijn harde tijden.’ De wedstrijd is echter zo coulant ingericht dat de uitputtingsslag zo lang mogelijk duurt. ‘Sadisme is sexy, masochisme een talent’, fleemt Rocky.

De verzameling deelnemers is weer zo’n vervreemdend ratjetoe als in al haar voorstellingen, hier lijken ze in hun kostuums al gespleten. We zien een Marilyn in een bruidsjurk, een boxer met een uitgestreken gezicht, een zwanger meisje dat gespeeld wordt door een acteur met een flinke baard en een oudere zeekapitein in een korte broek. Çigdem Teke, die ook in al Kennedy’s Nederlandse voorstellingen meespeelt, speelt Gloria, een Sneeuwwitje in hotpants met een knipperend oplichtende strik in haar haar. De eerste indruk is dat deze voorstelling cool is; nog even zelfverzekerd als in Nederland, maar nonchalanter omdat het minder ostentatief afwijkend is wat ze maakt.

Het en ronde spelen blijkt een rigoreuze ingreep in Kennedy’s stijl. In eerdere voorstellingen plaatste ze haar acteurs in een afgesloten ruimte, van waaruit ze voortdurend het publiek doordringend aankeken. Nu bewegen ze uitdagend rond en moeten ze steeds nieuwe focuspunten vinden. Ze komen jouw kant op en bewegen zich weer van je af. Het is fascinerend om die wisselende, zoekende concentratie van de spelers te observeren.

Je zag het de laatste jaren vaker in het Duitse theater: regisseurs grijpen terug op de jaren dertig om de huidige economische crisis te duiden. Ook Johan Simons deed eraan mee, met zijn Kasimir und Karoline door Von Horváth geschreven in 1932. Maar They shoot horses… gaat verder dan dat en weet met haar sfeer van exhibitionisme en verveling een duidelijke link te leggen naar reality shows en andere talententelevisie. Bovendien is er een scène toegevoegd uit de film Sunset Blvd. over de oudere actrice Norma Desmond die geen vrede kan vinden met haar leven buiten de spotlights.

In die zin werkt Kennedy verder aan het thema van Over Dieren. In die voorstelling ging het over vrouwen die pas waarde krijgen als ze door mannen ‘in gebruik’ worden genomen. In deze voorstelling vraagt ze zich af wanneer een mensenleven waarde krijgt. Want waarom doen mensen eigenlijk mee met deze wedstrijd? Niet vanwege het prijzengeld. De een wil er een film mee maken, hoewel hij weet dat het daarvoor veel te weinig is. Gloria wil er rattegif mee kopen om zich van kant te maken.

En zo onderzoekt Kennedy het filosofische begrip thymos – te vertalen als woede, eerzucht of bezieling. Plato plaatste het naast de rede en het verlangen (eros) als een van de drijfveren voor menselijk gedrag en Peter Sloterdijk schreef in zijn boek Woede en tijd (onder meer) een aanklacht tegen de postmoderne samenleving die door en door ‘erotisch’ is geworden: we laten ons leiden door onze (materiële) verlangens en door ons gebrek aan woede worden we apathisch.

Juist die verhouding tussen eerzucht, verlangen en apathie zit in al Kennedy’s voorstellingen. In Over Dieren werken de vrouwen werken mee aan prostitutie om ‘nut’ te hebben, in Emilia Galotti offert de hoofdpersoon zich welbewust op om haar eer te redden, Gloria in They shoot horses… vraagt een genadeschot als ze niet meer kan meedoen en dus niet meer ‘gezien’ zal worden. Kennedy heeft dus geen oplossing. Haar wereld bestaat uit eeuwig apatisch lijden of of eerzucht die leidt tot de dood. Haar schitterend vormgegeven pessimisme valt in Duitsland in goede aarde.

They shoot horses, don’t they? van Susanne Kennedy bij de Münchner Kammerspiele. Gezien 1/3/11 in München.

 

Actueel: ‘Les Spectateurs’ van Omsk

overig,Theatermaker — simber op 29 april 2011 om 13:21 uur
tags: , ,

‘Het gaat níet over Congo’, corrigeert Lotte van den Berg gelijk. Afgelopen zomer streek ze met een groep kunstenaars van haar gezelschap Omsk neer in de hoofdstad Kinshasa. Ze werkte er met Congolese acteurs, maakte scènes op straat en probeerde kritisch te blijven op haar eigen waarnemingen en ervaringen. Nu, terug in haar standplaats Dordrecht, is ze volop bezig met haar nieuwe voorstelling, Les Spectateurs.

‘Ik ga niks over Kinshasa vertellen’, zegt ze half maart aan de telefoon. ‘Ik wil het verhaal naar een abstracter en filosofischer niveau brengen. De voorstelling wordt gemaakt aan de hand van de beweging van Nederland naar Congo en terug en zal gaan over mensen die zich verhouden tot een plek die ze nog niet kennen. Een plek waar je gast, vreemdeling of nieuwsgierige bent. In mij zit de tegenstrijdige wens om tegelijkertijd te beschouwen en te beleven. Enerzijds wil ik ergens aan deelnemen, erin opgaan, maar anderzijds is het prettiger om op een veilige afstand te blijven kijken. Door mezelf in Congo zo radicaal in een situatie te plaatsen die ik niet kende of begreep, kon dat niet meer.’

De tegenstelling tussen kijken en deelnemen zit voor Van den Berg ook in het theater zelf: ‘Je maakt als publiek samen iets mee, maar tegelijk heb je op je stoel je eigen perspectief. Een tribune is gemaakt om te kijken, de speelvloer is voor de actie. Ik zoek nu naar manieren om beide ruimtes in elkaar over te laten gaan en stel mezelf de vraag of je toeschouwer en deelnemer tegelijk kan zijn. Ik wil de theatersituatie als metafoor gebruiken. Ja, dat is mijn constante thema, het is nu verrijkt door deze reis.’

De vorm van de voorstelling ligt nog niet helemaal vast. ‘We creëren een soundscape op basis van opnames die we maakten in de kerken van Kinshasa. Beeldend kunstenaar Rachid Laachir die mee reisde naar Kinshasa ontwerpt beelden voor de voorstelling. Wat we aan tekst gebruiken wordt niet vantevoren geschreven. Ik wil het in de voorstelling direct laten gaan over de noodzaak van het spreken. In Congo wordt er met een grote heftigheid gesproken, de noodzaak tot standpunten delen is  een soort overlevingsdrang. Iets bestaat pas als je het met elkaar hebt gezien en besproken. Ik vraag me af hoe dat hier, voor ons, is.’

Les Spectateurs door Omsk // regie Lotte van den Berg // 13/4  t/m 26/10 2011 // 13 april t/m 23 april  in het Energiehuis in Dordrecht // Daarna op tournee langs:  Kunstenfestivaldesarts Brussel, De Internationale Keuze van de Rotterdamse Schouwburg, Theaterfestival Boulevard ’s-Hertogenbosch, Zürcher Theaterspektakel, Steirischer Herbst Graz en in samenwerking met het Toneelhuis Antwerpen in de Bourla Schouwburg. // www.omsk.nl

Recensie: ‘Wat is het nu’ van Mugmetdegoudentand

Parool,recensies — simber op 29 april 2011 om 00:53 uur
tags: , , , ,

Theatergroep Mugmetdegoudentand heeft al een aantal jaar als slogan ‘Het is nu’. Onderzoekend, herkenbaar en actueel theater willen ze maken. Als zo’n groep dan een voorstelling maakt met als titel Wat is het nu dan moet dat wel een teken zijn van diepe existentiële crisis.

Wat is het nu is een monoloog van Lineke Rijxman, gemaakt samen met Joan Nederlof, over de staat van verwarring die ze al een aantal jaar voelen, en die eerder tot uitdrukking kwam in de voorstelling Inside Out (over de Hirsi Ali-affaire). Niemand gelooft meer in de waarheid en niemand weet meer het verschil tussen kunst en amusement. Alle waarden waarmee Rijxman mee is opgegroeid worden langzaam maar zeker onderuit gehaald. Koel rekent Rijxman voor dat ze deze voorstelling de rest van haar leven moet spelen om hetzelfde aantal kijkers te halen als één avond Ik hou van Holland.

In het decor van een modern design-appartement gebruikt ze haar jeugd en haar ouders als uitgangspunt om een bijna vergeten wereld op te roepen van dirigenten, Bach en operazangeressen, van serieuze stukken in de krant, maar ook van huiselijk geweld op de maat van ‘Alle Menschen werden Brüder’. “Verberg je, want de barbaren komen eraan”, zegt haar vader op zijn sterfbed tegen zijn dochter. Of misschien ook niet: “Niks is waar, alles is gelogen”, dus waarschijnlijk ook het verhaal dat ze is geboren op haar moeders bontjas in het Concertgebouw.

Die barbaren is overigens een duidelijke verwijzing naar het vorig jaar verschenen boekje De Barbaren van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Ook hij beschrijft de cultuuromslag, maar hij weigert pessimistisch te zijn: we gaan eenvoudigweg van het ene idee van cultuur (waarbij het gaat om door inspanning en concentratie doort te dringen in de betekenis van één kunstwerk, zoals een symphonie van Beethoven) naar een nieuw idee (waarin het gaat om het verbinden van een zo groot mogelijk aantal betekenissen).

Deze voorstelling ontbeert die goedmoedigheid. In een parade van typetjes onderbreekt ze zichzelf continu en valt ze zichzelf aan in de rol van haar vader, agent, Sylvie Meis en de echte Robert ten Brink op geluidsband. Geestig is de desperate auditie voor een Carla Bruni-rol en ook de filmtrailer-parodie, waarin Rijxman als superheldin wraak neemt op iedereen die haar dwarszit, van mensenrechtenschenders in Bahrein tot subsidieintrekkers in de polder. In de rest van de voorstelling valt het gebrek aan koketterie in de grove typetjes op: heel haar acteervermogen staat in deze voorstelling in dienst van de twijfel.

En zo gaat Wat is het nu over Rijxman’s verzet tegen een grote verandering in de wereld en haar verlangen naar huis: “Niet de plek, maar innerlijk.” Maar het probleem met de voorstelling is dat Rijxman natuurlijk zelf ook een ‘barbaar’ is. In iets meer dan een uur rijgt ze Gerard Joling, Kill Bill, Beethoven, Shocking Blue, videobeelden en nog veel meer aan elkaar. En ook daarmee weet ze het ‘erbarmen’ te wekken dat ze van kunst vraagt. Hoe mooi Rijxman’s tobberigheid ook is om naar te kijken, zoveel zorgen hoeft ze zich niet te maken.

Wat is het nu van Mugmetdegoudentand. Gezien 28/4/11 in Haarlem. Volgend seizoen te zien in Amsterdam. Meer info op www.mugmetdegoudentand.nl

Recensie: ‘Oogst’ van Stan

Frank Vercruyssen en Damiaan De Schrijver staan te prutsen met apparaat en een plaat triplex. Het machientje is een piepklein en geavanceerd projectortje, het triplex dient als scherm. “Hadden we deze niet geleend van Discordia?”, vraagt De Schrijver. En als uitleg tegen het publiek: “Alles wat wij hebben is geleend of afgekeken van Discoria.” Dat klopt; niet alleen aan het decor, met katrollen opgehangen coulissen van gele stof en papier, maar ook aan de open speelstijl en de sobere manier van toneelrepertoire brengen is de invloed van de Amsterdamse groep te zien.

Vercruyssen en De Schrijver vormen samen met Sara de Roo en Jolente De Keersmaeker de kern van Toneelgroep Stan, opgekomen met de Vlaamse golf in de vroege jaren negentig. Eind 2009 vierde de groep haar twintigjarig bestaan met een paar 24 uur durende happenings waarop vele toneelvrienden aanschoven om half improviserend mee te spelen.

De voorstelling Oogst is een uitvloeisel van die etmalen. Vier avonden spelen ze in Frascati min of meer hetzelfde programma van losse scènes, maar steeds met andere gasten. Gisteren deden onder anderen de actrices Wine Dierickx en Maartje Remmers van Wunderbaum mee en zorgde altviolist Paul De Clerck voor muziek.

Er lijkt weinig overkoepelende thematiek te zijn, of het moet zijn dat de spelers van Stan in de gekozen fragmenten steeds het establishment vertegenwoordigen. In een paar scènes uit De Meeuw speelt De Roo steeds het oudere personage – de actrice Arkadina of de schrijver Trigorin – en de jonge acteur Thomas Janssens doet de opkomende generatie. Vercruyssen, binnen Stan de ongemeen intense tegenpool van de koddige De Schrijver, speelt een huiveringwekkende ondervrager in One for the road van Harold Pinter en Jeroen Perceval is zijn slachtoffer.

Niet alles in interessant, zoals een nogal pathetisch gedicht over Libië en een internetfilmpje over atoomproeven. En daar schuilt misschien ook het dilemma van Stan van de laatste jaren: de groep maatschappelijk betrokken kunstenaars blijkt toch vooral uit te blinken in schitterend komediespel.

Hoogtepunt van de avond is dan ook de korte klucht Het Huwelijksaanzoek van Tsjechov dat door De Schrijver en De Keersmaeker met hulp van komiek Dirk Van Dijck tot grote hoogte wordt gestuwd. Maar vandaag en morgen is er weer een ander programma, waarbij ook Discordia zelf acte de présence zal geven.

Oogst van Stan. Gezien 26/4/11 in Frascati. Aldaar t/m 29/4. Meer info op www.stan.be

Recensie: ‘Luitenantenduetten’ door De Warme Winkel

Parool,recensies — simber op 22 april 2011 om 01:15 uur
tags: , , ,

Stil zitten ze rond de kachel. De acteurs Vincent Rietveld en Ward Weemhoff zien eruit alsof ze hier al jaren verblijven. De met paardendekens omzoomde ruimte bevindt zich in één van de bruggehoofden waar de Van Baerlestraat het Vondelpark kruist, en die vroeger dienst deed als bunker. Het is er bedompt en opvallend koel. Als er boven een tram langs rijdt gaat opent een deur, maar voordat de twee mannen naar binnen kunnen is de tram alweer voorbij en gaat de deur weer dicht.

Theatergroep De Warme Winkel vestigde de afgelopen jaren haar naam met een serie voorstellingen over Oostenrijkse kunstenaars en eerder dit seizoen maakten ze in Rotterdam de weergaloze voorstelling Poëten en Bandieten over de Russische dichter Boris Rhyzy. Voorstellingen als een non-fictieboek, waarbij lezing, kwis en Wikipedia-kennis moeiteloos werden gecombineerd uitzinnige theatrale fantasie. Hun nieuwe voorstelling Luitenantenduetten ontbeert zo’n strakke dramaturgie, maar binnen de associatieve vorm weten de makers opnieuw schitterende en dolkomische scènes te maken.

Het is eerst even zoeken naar het verband tussen Rietveld in bruidsjurk met een Duitse tekst, Weemhoff die luchtdrums speelt, de weergaloze slapstick met geweren, stoelen en kapotte laarzen, het lied van Monteverdi dat ze samen zingen en de foeilelijke cover van Another day in paradise die ze nadrukkelijk níet meezingen. Maar gaandeweg wordt het duidelijker. Wordt hier wellicht de kunst gewogen en gered? Zijn deze luitenanten de beschermers van wat er nog over is?

De mooiste scène is als Rietveld vertelt over een rots die bij de Chinese dichter Lan Ying in de tuin stond. Die tekende hem op papier, een tijdschrift publiceerde een reproductie, Rietveld heeft die overgetrokken op sheets, en met behulp van een overheadprojector schildert hij dat weer op de muur. Eerder heeft Weemhof al tergend langzaam de vijf elementen van een welsprekend kunstwerk voorgedragen; vast een bijna verloren gegaan citaat van een vergeten kunstenaar. Als kunst blijft herhalen of in regels wordt gevat is het einde nabij.

En na deze tot nadenken stemmende conclusie slaat de stemming om, want De Warme Winkel zet zichzelf neer als frontsoldaten in de Nederlandse culture wars en vraagt het publiek geen toegangsprijs, maar een ‘vrijwillige’ bijdrage, die na afloop van de voorstelling op onbetaalbare wijze door Rietveld uit je zak wordt geklopt.

Luitenantenduetten door De Warme Winkel. Gezien 21/4/11 in de bunker in het Vondelpark. Aldaar t/m 28/5. Reserveren via Frascati. Meer info op www.dewarmewinkel.nl

Recensie: ‘Sartre zegt sorry’ van Laura van Dolron, Het Nationale Toneel

Parool,recensies — simber op 21 april 2011 om 14:36 uur
tags: , , ,

Waarom hebben sombere uitspraken van lelijke mannen toch altijd zoveel succes? Laura van Dolron ergert zich er wild aan. In Sartre zegt sorry roept ze de existentialistische (en zoals bekend afstotelijke) filosoof ter verantwoording voor het leed dat hij de wereld heeft aangedaan. Want volgens dertiger Van Dolron is het allemaal zijn schuld: de twijfel van haar generatie, het morele relativisme, het onvermogen om tot handelen te komen.

Zelf staat ze als aanklager op het podium, met de welwillende Steve Aernouts als Sartre, als het ware uit de dood herrezen om onze zonden op zich te nemen. Geestig en spits attaqueert Van Dolron de arme Sartre, en Aernouts mag pas wat zeggen als hij het echt meent. Stand-up philosophy noemt Van Dolron dit zelf uitgevonden genre. Ze maakt dit soort voorstellingen nu al een aantal jaar, een persoonlijke zoektocht naar een uitweg uit het cynisme, en ze beheerst de vorm inmiddels virtuoos. De tobberige Van Dolron schuurt prettig met Aernouts’ zachtmoedigheid.

Mooi is het als ze Sartre’s stelling dat schoonheid niet bestaat pareert met een ellenlange opsomming van alledaagse pracht. Extreem herkenbaar is haar beschrijving van dertigersvriendschappen als het uitwisselen van monologen in steriele koffieplekken. Verwarrend is het als ze praat over haar vriendje dat ze na een negen jaar durende anti-romantische relatie ten huwelijk vraagt. Is het authentiek of spel? Van Dolron is altijd meer agitator dan actrice geweest, en haar pogingen tot oprechtheid voelen vaak nogal instrumenteel.

De voorstellingen van Laura van Dolron zijn als afleveringen van een tijdschrift: het format en de toon liggen vast, de onderwerpen verschillen, maar hebben een beperkte bandbreedte. Na er meerdere gezien te hebben begint er iets een beetje dwars te zitten.

Pas aan het eind, als Sartre het woord neemt, wordt het duidelijk: Sartre heeft het allemaal niet zo bedoeld, ook hij was in de greep van angst een een verlammende liefde voor Simone de Beauvoir. “Ben je ooit zo bang om iets te verliezen dat je het niet wilt bezitten?” Sartre is juist altijd op zoek geweest naar tegenspraak, zegt hij. Maar daar zit ‘m nou net de kneep: dat zijn niet de woorden van Sartre, maar die van Van Dolron, uitgesproken door een acteur. En daardoor slaan ze ook weer op Van Dolron zelf terug. Haar voorstellingen blijven discussies met zichzelf en inmiddels is wat meer invloed van buiten, een beetje échte tegenspraak nodig.

Sartre zegt sorry van Laura van Dolron. Gezien 19/4/10 in Den Haag. Te zien in Amsterdam (Frascati): 26/4 t/m 14/5. Meer info op www.nationaletoneel.nl

Recensie: ‘Bij het kanaal naar links’ van De Mexicaanse Hond en Olympique Dramatique

“Wees blij dat de situatie gespannen is”, zegt de ene buurman over de andere. En later; “Wat is er tegen haat? Tegen pure, zuiver haat?” Alex van Warmerdam maakt ongeveer net zo vaak een film als een theatervoorstelling, maar gezellig wordt het nooit. Bij het kanaal naar links biedt weer dezelfde afgemeten zinnen, absurde situaties en droge acteerstijl als zijn eerdere werk, dit keer verpakt in een buitengewoon boosaardig sprookje met zowaar een randje maatschappijkritiek.

Twee families delen de speelvloer, een hellend vlak met een groen en bruin achterdoek, een abstracte jungle. Ieder gezin heeft een éénpersoonsbed en een tafel, links staat een schuurtje waar rechts een kast staat. De familie links bestaat uit een politieagent (Aat Ceelen), die met zijn zwarte uniform met een leren band over zijn borst onmiskenbaar aan een NSB’er doet denken, zijn vrouw en twee kinderen.

Rechts zijn ze iets minder nucleair, met alleen een vader (Pierre Bokma) en een zoon. De twee zoons worden gespeeld door acteurs van de Vlaamse groep Olympique Dramatique, die vroeger nogal opviel door heftig toneelspel, maar in deze voorstelling hebben de twee mannen (Stijn van Opstal en Tom Dewispelaere) precies die intense beheersing die Van Warmerdams stijl vraagt.

Aan het begin is het vooral die speelstijl die intrigeert; het afgepaste praten in korte zinnen, acteurs die nauwelijks lijken te denken of voelen, maar uitsluitend praten en handelen. Bokma is weergaloos onderdanig als gluiperige vader die door zijn zoon wordt afgeblaft, Annet Malherbe als de kalmeringspillenverslaafde moeder is een brok zenuwen, zonder dat het een moment psychologisch wordt. Het verhaal, dat in het begin nog alle kanten op kan (wat doet de zoon de hele tijd in het schuurtje? Wat is de buurman toch aan het hosselen? Krijgt de vader ooit zijn loon? Gaan die geweren nog gebruikt worden?), wint echter al snel aan vaart en voert naar een onherroepelijk en sinister slot.

Van Warmerdam, in deze voorstelling verantwoordelijk voor tekst, regie, decor en muziek, heeft veel te maken met Wim T. Schippers. Beiden zijn buitenbeentjes in het Nederlandse theater. Ze maken slechts om de paar jaar een nieuwe voorstelling, tussen hun vele andere projecten door en juist omdat beide kunstenaars zich zo afzijdig houden van wat er elders in het theater te zien is, hebben hun voorstellingen altijd iets licht oubolligs, al weten ze hun weg naar een ruime schare vaste fans moeiteloos te vinden.

In al z’n eigenzinnige absurdisme staat  Van Warmerdam’s werk vaak een beetje naast de maatschappij. In Bij het kanaal naar links lijkt dat lange tijd ook zo maar in de magnifieke laatste scène en de grimmige uitkomst van het stuk is uiteindelijk duidelijk een statement over kleinburgerlijk nationalisme te zien. Een typische, goede Van Warmerdam kortom, met een aangenaam bijtend slot.

Bij het kanaal naar links van De Mexicaanse Hond en Olympique Dramatique. Gezien: 12/4/11. Te zien in Amsterdam (Stadsschouwburg) 20-25/5. Meer info op www.orkater.nl

Bayern Münchner Kammerspiele

buitenland,overig — simber op 11 april 2011 om 00:06 uur
tags: ,

Nu Louis van Gaal is ontslagen bij Bayern München zal het gedroomde dubbelinterview tussen Van Gaal en Johan Simons er wel nooit meer komen. Jammer, want ik heb al tijden onderstaand dingetje over Bayern en de Kammerspiele op de plank liggen. Ik had me ook veel voorgesteld van de vormgeving, met Benny Claessens in voetbaltenue en Arjen Robben met een schedel in z’n hand. Nu ja, snakes on a plane.

Hans Bos had als voorproefje al wel een logo gemaakt.

FC Münchner Kammerspiele Schauspiel Bayern München
Chef-Trainer Johan Simons Intendant Louis van Gaal
Stadion Schauspielhaus (690 plaatsen) Großes Haus Allianz Arena (69.901 plaatsen)
Budget 26 miljoen Budget 80 miljoen
Clubkleuren Thuis: zwart/wit; Uit: wit/zwart Huisstijl rood, met het blauw-witte wapen van Beieren in het midden
Resultaten 5 keer winnaar van de Theater des Jahres-cup, 3 maal winnaar van de Nestroy-bokaal Prijzen en onderscheidingen 22 keer gekozen als winnaar van het Bundesliga Festival, winnaar op diverse Europese festivals.
Shirtsponsor Gemeente München (22 miljoen) Voornaamste subsidiënt Deutsche Telekom (25 miljoen)
Opgericht 1911 Opgericht 1900
Personeel 271 Leden 152.700
Opleiding Otto Falckenbergschule, jeugdleider Jochen Noch Opleiding Drie jeugdgezelschappen: U16, U17 en U19, onder artistieke leiding van Mehmet Scholl.
Jaarkaart 95 tot 171 euro (zeven wedstrijden) Abonnement 120 tot 650 euro (alle voorstellingen in eigen huis)

 

De Spelers: De Spelers:
Thomas Schmauser Aanvallend ingestelde middenvelder met opvallende, speelse touch. Speelde eerder in Hannover en Hamburg. Arjen Robben Opgeleid in Groningen. Technisch begaafd, blinkt uit in dramatische rollen, kan echter vervallen in schmieren
Pierre Bokma Begenadigde klassieke spits, won in Nederland alles wat er te winnen valt en begint nu pas laat aan zijn internationale carrière. Franck Ribéry Volgde de opleiding in Boulogne. Aanvankelijk komiek, maar ontwikkelde in Marseille zijn tragische kracht. Buiten het toneel zeer gesloten.
Benny Claessens Briljante, maar onberekenbare rechtsbuiten. Veel solo-acties die mislukken, maar vrijwel iedere wedstrijd een of twee momenten van genialiteit. Bastian Schweinsteiger Ster van het ensemble en publiekslieveling. Steelt meestal de show in bijrollen, niet geliefd bij z’n collega’s en bij de critici, over wie hij soms genadeloos zijn gal spuwt.
Hildergard Schmahl Opvallend klein voor een verdediger, maar zeer ervaren. Maakt sierlijke tackles en krijgt opvallend weinig kaarten. Heeft hoog rendement. Mark van Bommel Deed de toneelschool in Maastricht. Excelleert in bad guy-rollen, van Kreon in Antigone en Claudius in Hamlet tot Pinter’s Huisbewaarder.
Wiebke Puls Middenvelder met voorkeur voor rechts. Kenmerkende traptechniek met veel effect. Groot loopvermogen. Edson Braafheid Pure ensemblespeler, opgeleid in Utrecht. Staat in de schaduw van Lahm, maar is betrouwbaar; 40e voorstelling is net zo goed als de eerste. Harde werker.
Jeroen Willems Internationale vedette. Zoals veel van de beste linksbacks begonnen als aanvaller en via het middenveld afgezakt naar de laatste linie. Roert zich ook buiten het veld, sportbestuurder in de dop. Philipp Lahm Deed op z’n elfde al mee aan de jongerenvoorstelling van BM, werd binnen het gezelschap opgeleid en is nu een van de vaste waarden. Transformatieve acteur met voorkeur voor hedendaags repertoire.
Katja Herbers Werd door de trainingsschool van Theu Boermans gekneed tot de ideale libero. Fenomenale passing, maar een uitstekende mandekker als het moet. Nu al het stadium van belofte voorbij en jagend op eremetaal. Miroslav Klose Autodidact en kosmopoliet, oorspronkelijk timmerman en in bezit van de tederste ogen van het Duitse toneel. Waarschijnlijk de beste levende toneelspeler van Duitsland, zijn zwaarmoedige, ongrijpbare  Hamlet staat op ieders netvlies geëtst
André Jung Spelverdeler op het middenveld, tevens aanvoerder. Tweebenig, groot tactisch inzicht, natuurlijke leider. Pakt soms geel bij onbezonnen acties. Thomas Müller Nog zeer jong, maar een grote belofte. Net als Lahm een produkt van de eigen BM opleiding. Zou graag Romeo spelen, maar het gebrek aan vrouwen in het ensemble vormt een struikelblok.

 

Koers Kunst

cultuurbeleid,niet-theater,overig — simber op 8 april 2011 om 12:53 uur
tags: ,

Vandaag lanceer ik samen met Johan Idema het project Koers Kunst – De beste ideeën voor een cultureler Nederland. Vanaf vandaag tot juli gaan we, samen met experts en betrokken buitenstaanders, op zoek naar concrete ideeën, die een denkrichting vertegenwoordigen, een knelpunt aanpakken of een kans grijpen. Niet defensief, over geld of belangen, maar een open zoektocht, die discussie losmaakt, zodat een nationale brainstorm ontstaat. De Volkskrant en de Avro volgen de zoektocht.

Gisteren stond een uitgbreid artikel in De Volksrant, nu staat het eerste idee online, een oproep tot een ‘seizoen van de amateur’ door Kesselskramer-directeur Engin Celikbas. De komende maanden zullen we zo’n twee keer per week een nieuw idee publiceren, steeds met een culturele insider of outsider als afzender. Maar ook jij kunt meedoen: reageer en stem op de ideeën of opper zelf een idee.

www.koerskunst.nl

Volgende pagina »
This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2017 Simber | powered by WordPress with Barecity