Recensie: ‘Vijf Seconden’ van Het Zuidelijk Toneel/Magne van den Berg

Het toneel is een zandvlakte. Hij pakt bedaard een cadeautje in, zij leest een boek, terwijl Nirvana zingt over elkaar als vrienden tegemoet treden, of als oude vijanden. Volwassen mensen in vakantiestemming, hun linnen kleren lijken gebleekt in de zon.

Toneelschrijfster Magne van den Berg en actrice en regisseur José Kuijpers werkten al verschillende keren samen, onder andere in Kale bomen ruisen niet en De lange nasleep van een korte mededeling. In opdracht van de laatste schreef de eerste het duet Vijf Seconden, over de affaire tussen een vrouw en een onbeschikbare man (Marcel Faber).

“We hebben maar een uur” is zijn terugkerende bezwering in deze lunchpauzevoorstelling. En er moet heel wat gebeuren in dat uur: Zarzuela eten met witte wijn, herinneringen ophalen, door de stad lopen en van het licht genieten, achteraf de gebeurtenissen navertellen en seks (de vijf seconden uit de titel). Maar ondanks die druk is er weinig spanning.

Van den Berg zoekt in haar teksten geen expliciet drama, maar in korte zinnen met veel herhalingen probeert ze kleinmenselijke tragiek te vangen. In dit geval: het verdriet van een onvervuld koppel, dat al twintig jaar samen is, maar elkaar niet kent, hoe nadrukkelijk hij ook zegt: “Ik ken je nu zó goed.”

In de kleinezaalhit Met mijn vader in bed, eerder dit seizoen, werkte Van den Bergs aanpak goed, maar Vijf seconden blijft te onscherp en te licht om te boeien.

Kuijpers combineert als actrice een elegante zinnelijkheid aan mooi understatement. Maar misschien is dat juist met deze tekst een ongelukkige combinatie.

Vijf Seconden van Het Zuidelijk Toneel/Magne van den Berg. Gezien: 9/5/14 in Bellevue (lunchpauzevoorstelling). Aldaar t/m 1/6. Meer info op www.theaterbellevue.nl

Regiogezelschappen op zoek naar worteling

(voor Boekman 78; de opkomst van de regio)

Ineens waren ze er: acht ‘theater-brandpunten’. In het advies Innoveren, Participeren! van de Raad voor Cultuur waarin het ontwerp voor de nieuwe basisinfrastructuur theater werd neergelegd kregen acht plaatsen in Nederland een speciale status. Die theater-brandpunten moesten volgens de Raad ontstaan uit een combinatie en samenwerking van grote toneelgezelschappen, productiehuizen, opleidingen, jeugdtheatergezelschappen en schouwburgen.

Die grote toneelgezelschappen werden in het beleidsjargon al meteen omgedoopt tot stads- of regiogezelschappen. Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hadden ieder al een duidelijk stadsgezelschap. Utrecht krijgt een nieuw. Buiten de Randstad waren er al sinds midden jaren tachtig regionale toneelvoorzieningen in Groningen, Arnhem en Eindhoven. Maastricht had al een middelgroot toneelgezelschap dat met ingang van de nieuwe vierjarige subsidieperiode werd ‘geupgrade’ naar een regionaal gezelschap.

In het advies staan de taken voor die stads- en regiogezelschappen opgesomd. Het produceren van repertoiretheater, binding met de andere instellingen in de regio, binding met de andere grote gezelschappen, talentontwikkeling, een breed publiek bereiken, educatie en tenslotte participeren in lokale netwerken.

Continue reading “Regiogezelschappen op zoek naar worteling” »

Recensie ‘Bloedjeuk’ en ‘Hartruis’ van Toneelgroep Cargo

Parool,recensies — simber op 29 maart 2009 om 21:16 uur
tags: , , , ,

Ze redeneren wat af, de personages van theatermaker Marcel Osterop, maar conclusies lijken ze nooit te bereiken. Osterop en zijn nieuwe groep Cargo –dit jaar opgericht onder de hoede van Het Zuidelijk Toneel- presenteren zich in Amsterdam met twee wat magere lunchpauzevoorstellingen, Bloedjeuk en Hartruis, die ieder een week in Bellevue staan. Op zondag worden ze achter elkaar gespeeld.

De overeenkomsten tussen de stukken zijn groter dan de verschillen. Vier personages praten in populaire psycho-clichés over  “wederzijds respect”, “twijfels uiten” of “een keuze voor jezelf maken”. De situatie is onbepaald: in Bloedjeuk lijkt het door de strakke pakken een situatie tussen collega’s op kantoor, Hartruis is absurder, een soort therapiesessie. Af en toe is het geestig en raak. Er zijn conflicten, maar waarover blijft in het midden. “We moeten open kaart spelen”, zegt Dimme Treurniet, een dominant personage in beide stukken. “Er zijn onomkeerbare dingen gebeurd”, Constance Kruis, twee keer de passief-agressieve.

Zo praten ze constant door, over zichzelf en over hun relaties. Verder blijft alles onbestemd. Mannenrollen blijken uit de tekst te worden gespeeld door vrouwen, iemand biedt koffie aan met in z’n hand een overduidelijke theekan. Een schuchter personage wordt steeds aangeduid als “een pedant mannetje”. Zo neemt Osterop de toeschouwer alle zekerheden uit handen. Bij hem doen het wie, wat, waar en waarom er niet toe. Het gaat alleen om het hoe.

Hartruis gaat daarin verder en is daarom de betere van de twee. Twee personages staan de hele tijd achter een enorme hangende glasplaat, als reptielen in de dierentuin, een derde zit ernaast als oppasser. Een vierde loopt goeroe-achtig over de tribune en beantwoord alle vragen met een tegenvraag: “Ben jij een soort goeroe?” “Heb jij behoefte aan een goeroe?”

Maar dat gebrek aan context maakt dit lichtgewicht toneel. De toeschouwer krijgt te weinig houvast. Daarnaast heeft de nadrukkelijke tekstbehandeling van de acteurs de voorstelling iets schools. Osterop’s vorige voorstelling, Gewürztraminer, was beter; daar had het spel met onderlinge verhoudingen een daadwerkelijke inzet, namelijk een relatiecrisis.

Osterop plaatst zich als toneelschrijver in een zeer Nederlandse traditie van Judith Herzberg tot Peer Wittenbols en Esther Gerritsen: personages uiten zich primair in taal, spreken in korte zinnen, het drama is indirect. De grote gelijkenis tussen Bloedjeuk en Hartruis doet ook vermoeden dat dit vooral stijloefeningen zijn.

Bloedjeuk en Hartruis van Toneelgroep Cargo. Gezien 29/3/09 in Bellevue. Aldaar t/m 17/4. Meer info op www.toneelgroepcargo.nl

Recensie: ‘Victory Boogie Woogie’ van Het Zuidelijk Toneel

Abstract theater, kan dat eigenlijk wel bestaan? Anders dan in de beeldende kunst staan er op het toneel toch bijna altijd mensen, een soort inherent naturalisme. Daar zit de kneep bij voorstelling Victory Boogie Woogie van Het Zuidelijk Toneel.

Gerardjan Rijnders schreef en regisseerde een stuk over Piet Mondriaan, geïnspireerd door een tekst van de schilder zelf, Trialoog, waarin hij een moderne schilder, een klassieke en een leek laat discussiëren over kunst. Bij Rijnders wordt het een vinnige discussie tussen de abstract denkende en schilderende Piet (Mark Kraan) en de morsige en boze geranium-schilder (Jeroen de Man), met een vrouw (Nanette Edens) als scheidsrechter en bemiddelaar.

Piet is vol van zijn idealen voor een nieuwe wereld en een nieuwe mens, die een rijpere blik moet ontwikkelen en zo het materialisme en het eeuwige met elkaar kan verbinden. Al snel wordt de aandacht afgeleid. Er is een grens aan de hoeveelheid hoogdravend getheoretiseer die je als theaterbezoeker kunt verdragen.

Bovendien blijkt er meer ontwikkeling te zitten in de vormgeving (Marc Warning): de voorstelling begint in het duister, dan is één witte lijn zichtbaar, vervolgens een enorme hel verlichte ruit, en langzaam maar zeker steeds meer, een foto van Mondriaan’s atelier, videobeelden en uiteindelijk een opgezet paard, op z’n kop hangend uit de kap. Ook de muziek, gecomponeerd door Boudewijn Tarenskeen, op het podium uitgevoerd door het Loos Ensemble, volgt een vergelijkbare lijn van superabstracte piepknor (letterlijk), tot dansbaarder jazzvormen, charleston en, jawel, boogie-woogie.

Een projectie van de film Powers of Ten (gebaseerd op een boekje van Kees Boeke, ook al zo’n vroeg 20e-eeuwse utopist) laat de relativiteit zien van de discussie over abstract en figuratief: als je vanaf een stelletje in een park in- of uitzoomt, naar de schaal van moleculen of sterrenstelsels wordt alles vlakken, lijnen en punten.

Maar je kunt Victory Boogie Woogie ook zien als commentaar van Rijnders op de kunst: Mondriaan was op zoek naar het universele, een nieuwe kunst voor de toekomst. Maar in de afgelopen eeuw zijn veel kunstenaars juist de andere kant op gegaan, op zoek naar het hyperpersoonlijke. Zo ook de acteurs die meewerkten aan deze voorstelling: Edens heeft in een eerdere voorstelling tot in detail haar naakte lichaam beschreven, De Man las ooit de begroting voor van een door hem geïnitieerd kunstproject.

Het zijn dit soort details die Victory Boogie Woogie een soms nogal gewild artistieke, maar uiteindelijk toch intellectueel uitdagende voorstelling maken. Voor de liefhebbers van abstract theater, dat wel.

Victory Boogie Woogie van Het Zuidelijk Toneel. Gezien 20/3/09 in Den Haag. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 29/3. Tournee t/m 28/4. Meer info op victory.hzt.nl

Recensie: De Grote Verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel

Na een moeizame periode bij de start van zijn artistiek leiderschap bij Het Zuidelijk Toneel keert Matthijs Rümke terug naar het terrein waar hij zijn naam vestigde: een luchtige combinatie van cabaret en toneel, prikkelend moralistisch, zonder heel erg intellectueel te worden.

De Nederlandse Staat en de Europese Unie klagen het doorsnee gezin  Alleman aan wegens “verwaarlozing van hun democratische burgerplichten”. Rümke en schrijvers George van Houts en Tom de Ket (in het dagelijks leven cabaretduo) willen het hebben over de rol van de burger in de kloof tussen burger en politiek. Pa Alleman heeft altijd de politieke waan van de dag gevolgd, Ma stemt zonder na te denken hetzelfde als haar vader altijd deed, de hyperrationele dochter bestudeert alle programma’s maar kan geen partij vinden die haar volledig overtuigd en de wild bedreadlockte zoon is tegen het systeem: “Alleen maar maskerade voor het grootkapitaal”.

De voorstelling is een vrolijk rechtbankdrama, met aanklagers, advocaten en journaallezer Philip Freriks alternerend met Harmen Siezen als rechter. Getuigen zijn er ook: via een onduidelijk proces dat iets van doen heeft met DNA en quantummechanica worden historische figuren als Thorbecke, Freud en Hitler opgeroepen. De vorm werkt verbazend goed.  Dat komt vooral door de uitstekende spelers. Raymonde de Kuiper en George van Houts slaan zich enthousiast door de verwijzingen naar Verdonk en Agnes Kant heen, en maken de superflauwe woordspelingen (“Ik vind dit maar een kromme rechtszaak”) bijna leuk.

Daartegenover weet José Kuijpers als moeder Alleman haar personage onverwachte emotionele diepte mee te geven. Maar het is Philip Freriks die met zijn goedmoedige gravitas, zijn improvisatievermogen en zijn onweerstaanbare combinatie van ijdelheid en zelfspot het natuurlijke zwaartepunt van de voorstelling vormt. Ook altijd lachen: de deftige journaallezer die ‘Kut!’ zegt.

Toch slaagt de voorstelling niet helemaal. Natuurlijk krijgt het publiek de rol van jury, maar waarom moet er dan zo’n ongeloofwaardige ‘vrijwilliger’ tot juryvoorzitter worden gebombardeerd? Bovendien snak je als publiek naar een moment waarop het rappe tempo en het hoge energieniveau even worden doorbroken.

Aan het eind verlost rechter Freriks ons van onze jurytaak. Het proces wordt morgen herhaald. Met een machtige toespraak ‘Ik geloof in dit volk’ toont hij zijn vertrouwen in burgerschap, verantwoordelijkheid en oog voor het algemeen belang. Het is bijna zin voor zin gejat van Obama. Uiteindelijk blijft het vooral een show, die dezelfde verleidingstactieken inzet die de makers bij politici afkeuren.

De grote verkiezingsshow van Het Zuidelijk Toneel. Gezien 18/10/08 in Eindhoven. Tournee t/m 20/12, in Amsterdam (Stadsschouwburg) 3/11. Meer info: verkiezingsshow.hzt.nl

Recensie: Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel

Toen Matthijs Rümke vorig seizoen artistiek leider werd van Het Zuidelijk Toneel presenteerde hij een ambitieus plan. Het Eindhovense gezelschap zou voornamelijk nieuwe Nederlandse toneelteksten gaan presenteren. Maar de eerste twee voorstellingen die Rümke regisseerde –Tirannie van de Tijd en Walhalla– bleken stevige mislukkingen, waarbij vooral de kwaliteit van de stukken tegenviel.

Helaas brengt Breekbaar geen kentering in deze neerwaardse trend. Het nieuwe toneelstuk van Frans Strijards moest een tragikomische satire over het theatervak worden, maar blijkt een quasi-filosofisch samenraapsel met een bittere ondertoon.

Het verhaal gaat over uitgerangeerde theaterdiva Magda (Ria Eimers) die een cursus geeft aan vier acteurs van een jongere generatie. In de loop van het stuk werken ze aan musicalnummer met zang en dans, hebben ze conflicten, en debiteert Magda clichés over theater als vrijplaats en als “onvoorwaardelijke voorkeurstem op het leven.” De studenten worden onstellend oppervlakkig neergezet. De een is een soap-sterretje, een ander danseres in een louche club, een derde komt van de afdeling damesmode. Ze zijn alleen maar op zoek naar roem en geld.

Het uitgangspunt zou misschien nog kunnen werken als over-the-top persiflage op Idols, maar het cynisme in de tekst geeft geen ruimte voor de relativering die daarbij nodig is. Bovendien is het moeilijk om het personage Magda los te zien van Strijards’ eigen positie in het theaterveld: vroeger bejubeld schrijver en regisseur, maar nu verworden tot toneeldinosaurus.

Regisseur Rümke heeft duidelijk geen vat gekregen op dit magere vehikel. Het voornaamste decorstuk is een grote show-trap die de cursisten gebruiken voor hun presentaties. Achterop het podium staat een grote carnavalswagen. Tegen het einde laat Rümke een enorme hoeveelheid achterdoeken -een bos, een balzaal, een schilderij, glimmende lappen, enzovoort- achter elkaar naar beneden zakken en weer opstijgen. Is het een parodie op de platheid en technische krachtpatserij in moderne musicals? Of typeert het de krachteloosheid van deze regie zelf?

Ook de spelers lijken verdwaald. Ria Eimers is eerder een excentrieke maar lieve tante dan een bitchy diva, en de vier jongere cursisten (Nanette Edens, Trudi Klever, Jorrit Ruijs en Heike Wisse) worstelen met hun danspasjes en met hun lelijke kostuums. Bert Luppes als de zakelijk leider van Magda is de enige op het toneel die het nog een beetje naar z’n zin lijkt te hebben. Hij heeft dan ook de paar sterke one-liners die het stuk wel biedt

Binnen en buiten het theaterveld klinkt tegenwoordig vaak de mening dat er meer Nederlands toneelrepertoire zou moeten zijn. Ongewild vormen de voorstellingen van Het Zuidelijk Toneel goede argumenten tégen die stelling.

Theater Breekbaar van Het Zuidelijk Toneel. Tekst: Frans Strijards, regie Matthijs Rümke. Gezien 13/10/06, Schouwburg Eindhoven. In Amsterdam (Stadsschouwburg) 19/11. Tournee t/m 12/1/07. Meer informatie op www.hzt.nl

This work is licensed under a Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 3.0 Unported License.
(c) 2019 Simber | powered by WordPress with Barecity